Eigenlijk is er zoiets als vroeger de tuin van mijn man en nu mijn tuin, of de tuin voor de spoorwegwerken, en de tuin erna, of de tuin toen we jong waren en samen, en de tuin toen we ouder werden en minder samen…
Categorie archieven: Vandaag de dag
Vrijwilligerswerk doe je vooral voor jezelf
Ondanks het feit dat ik er voor gekozen had om na de geboorte dan David voltijds huismoeder te worden, heb ik toch altijd wat meer willen zijn dan alleen maar dat. Vandaar mijn vele vrijwilligerswerk, omdat dat het enige was dat als laaggeschoolde voor mij bereikbaar was en mij in staat stelde om mijn kennis uit te breiden, en mijn talenten aan bod te kunnen laten komen.
Ik ben deze week de kelder ingedoken en een deel van de oude foto’s zitten bekijken, en het viel mij op dat ik tot voor een paar jaar heel actief bezig geweest ben met van alles en nog wat.
Eerst was er het schrijven, dan kwam het schilderen, daarna het kantklossen, en nu terug het schrijven, en daaruit kwamen dan weer veel nevenactiviteiten voort, zoals Roefel en Musisch creatieve activiteiten voor schoolkinderen, en Gedichtendag en vertelnamiddagen voor de bewoners van het rusthuis.
Naast het creatieve was er dan ook het sociale met Klavertjevier rond toegankelijkheid voor rolstoelgebruikers, Slachtofferhulp en Zelfzorg. Ik heb zelfs een paar keer aan gemeentepolitiek proberen doen, eerst bij Groen en daarna bij Open VLD, maar partijpolitiek ligt mij niet echt.
Na de dood van mij man, had ik geen vervoer meer, en organiseerde ik thuis creatieve namiddagen en ontstond De Draad van Ariadne.
Ik heb dus van veel kunnen “proeven” en van alles wat meegepikt voor de rest van mijn leven. Wat gebleven is, is het woord en de natuur. Het eerste als uitingsmiddel, het tweede als belevingsmiddel. Meer heeft een mens eigenlijk niet nodig om aan haar trekken te komen en haar dagen, of beter gezegd haar hart en hoofd, mee te vullen.
Vrijwilligerswerk doe je dus eigenlijk vooral voor jezelf, en momenteel ben ik voldaan en hoeft het niet meer.
Lentekriebels
De lente doet het fel, maar de natuur die volgt nog wel
De Standaard – Pieter Van Dooren – 27.02.2019
We rijgen de warmterecords aan elkaar en eigenaars van een gazonnetje voelen de grasmachinekriebel al opkomen. De natuur voelt de kriebels ook, maar zotte dingen doet ze niet. Al past dit vroege warme weer wel in een ruimer plaatje: dat van de klimaatopwarming. En die legt wel een last op de natuur.
Wat die grasmachinekriebel betreft: niet doen, zegt tuinconsulent Louis De Jaeger. Huidig weer biedt geen garantie voor de toekomst. Het kan nog steeds gaan vriezen en zolang er nog kans is op nachtvorst, bewijst u het gras geen dienst door het al in te korten. Ook snoeien doet u voorlopig op eigen risico.
Desondanks: maandag sneuvelde in Ukkel het dagrecord voor 25 februari. Het is in één ruk van 15,4 op 18,8 graden gezet, meteen de warmste februaridag ooit. En gisteren sneuvelde om elf uur al het record voor 26 februari. Het stond sinds 1922 op 15,7 graden. Ook vandaag is er een goede kans op een nieuw record, dat bedraagt nu 17,2 graden.
Het minste wat je kunt zeggen, is dat we een zeldzame cluster van warme dagen beleven. Maar statistisch kan zoiets perfect. Records moeten ergens vallen, net zoals je zes keer na elkaar een zes kan gooien met een dobbelsteen.
Maar ook al is deze ‘superlente’ op zich niet superongewoon, ze past wel in een trend: de jongste vijf jaar sneuvelden al 55 warmtedagrecords – en geen enkel kouderecord. Plus, vult weerman Frank Deboosere aan: de zeven warmste jaren sedert de metingen vielen allemaal in deze eeuw en ook de volgende in het rijtje zijn bijna allemaal uit het recente verleden. De aarde warmt op, zoveel is zeker. En dat wij de hoofdschuldige zijn, is ook al een tijd niet meer te ontkennen.
Intussen: geniet van de warmte zolang ze duurt, want vanaf morgen wordt het weer kouder. De natuur is trouwens ook aan het genieten, zegt Natalie Sterckx van Natuurpunt. Met de eerste zonnestralen werden ook de citroenvlinders wakker (die overwinteren niet als pop, maar als vlinder). Al zijn de eerste aantallen al wat gedaald, want ze hebben zich mispakt aan de nachten die nog steeds koud zijn.
Bloemetjes en bijtjes
De allereerste sneeuwklokjes waren er zeer vroeg bij, maar de koude tweede helft van januari hield de opvolgers twee weken tegen. Intussen zijn er volop sneeuwklokjes en krokussen en komen de eerste wilde narcissen ook al piepen. Maar dat is de gewone gang van zaken rond deze tijd. Het betekent alvast dat de bijen, die volop wakker geworden zijn, iets hebben om te bezoeken.
Maar zoemende bijen zijn met dit weer niet abnormaal, zegt Sterckx. De vroege individuen hebben pech als het weer gaat vriezen, maar als soort zijn ze daarop ingesteld.
De planten zijn inderdaad vroeger dan gemiddeld, en zeker de winterbloeiers waren sterk voorop, beaamt Koen Es van de Plantentuin van Meise. ‘Maar gelukkig is het ’snachts nog koud, zodat het niet te gek wordt. Appelbloesem moet je nog niet verwachten. De wilgen zijn er wel al, tot groot genoegen van de bijen.’
Dat de lente vroeger komt, is al een hele tijd bezig. Es: ‘De jongste twintig jaar zien we dat hazelaars en elzen steeds vroeger en steeds uitbundiger stuifmeel geven. Dat is niet leuk voor hooikoortslijders. Berkenstuifmeel heb ik nog niet gezien, maar lang kan ook dat niet meer duren.’
Het gevolg van die langzaam vervroegende lente is dat er een decalage optreedt tussen het moment dat de rupsen uitkomen – netjes in fase met de planten waarvan ze leven – en het moment dat trekvogels hier arriveren, in de verwachting van rupsen te vinden. Rupsen richten zich op temperatuur, vogels op daglengte, en die laatste verandert niet door de klimaatopwarming.
Lijken in de kast
‘Een typevoorbeeld is de bonte vliegenvanger’, zegt Jan Rodts van Vogelbescherming Vlaanderen. ‘Ik heb toevallig vandaag ons tijdschrift, Mens en Vogel, naar de drukker gedaan, en dat gaat daar over. De inwendige klok van de bonte vliegenvanger is nog niet naar voren bijgesteld, om weer gelijk te arriveren met de vervroegde rupsenpiek, die samenvalt met het ontluiken van de bladeren van de zomereik. Daardoor moet hij doorreizen naar noordelijker gebied, waar die piek later komt. Maar we hebben nu vastgesteld dat jonge bonte vliegenvangers kijken of de koolmeesjes bij ons al broeden – dat doen die alleen als er genoeg rupsen zijn – en dan niet meer verder trekken, maar proberen om de nestkastjes van de koolmezen in te palmen om er zelf in te broeden.
Dat leidt tot een bloedige strijd, met lijken in de kast. Lijken van bonte vliegenvangers.’
Sommige vogels beginnen zich aan te passen. In de lente van 2014 waren de planten er heel vroeg bij, terwijl de trekvogels klokvast arriveerden, uit fase met hun voedsel. Het jaar nadien arriveerden de ooievaars hier veel vroeger. Van koolmezen en pimpelmezen weten we dat ze evolueren naar een meer flexibele broedtijd.
‘Overigens zijn de vogeltjes volop aan het zingen dezer dagen. Niet door het warme weer, maar door het wolkeloze weer, waardoor de vogels meer licht zien en de lengende dagen hen extra opvallen. Heggenmus, winterkoning en roodborst zingen uitbundiger dan normaal, merels en zanglijsters wat vroeger dan anders. En terwijl ik hier aan de telefoon hang, is er een drukke mussenvergadering bezig in mijn haag. De spechten zijn al aan het roffelen, om al een holletje te hebben vóór de halsbandparkieten, die er elk jaar vroeg bij zijn, dat komen inpikken. Boerenzwaluwen heb ik nog niet gezien, die komen normaal pas in maart aan.’
‘Niet alle vogels leggen hun ei in mei, er zijn al een paar vroege broeders bezig. Met alle risico’s van dien. Als er nog een koudegolf komt, gaan die broedsels verloren.’
Intussen zijn ook de kraanvogels gearriveerd. Ze vliegen op dit ogenblik over het oosten van ons land in wervelende slierten van soms honderden vogels, meldt Gert Vandezande van Natuurpunt. Natalie Sterckx: ‘Maar dat is niet ongewoon voor deze tijd van het jaar. Die dieren gaan af op het lengen van de dagen. Ze weten niet wat voor weer het hier is als ze uit hun wintergebied vertrekken.’ Door velen worden de kraanvogels als het formele begin van de lente gezien. Bij deze dus.
De eerste padden
De eerste padden zijn ook al gesignaleerd. ‘Bij Natuurpunt hebben we weet van zo’n tweeduizend waarnemingen, maar op een totaal van 250.000 padden kun je niet zeggen dat de trek al aan de gang is’, zegt Sterckx. ‘Warmte alleen is niet genoeg voor padden. We verwachten dat de paddentrek eind deze week op gang komt, wanneer het nog redelijk warm is, maar bovendien nat.’

Als je al die waarnemingen samenlegt, is de conclusie dat de natuur het warme weer volgt, maar dat dit nog niet betekent dat ze opvallende stunts uithaalt. Het weer is nu eenmaal elk jaar anders. Vorig jaar waren de padden erg laat, terwijl ze er in 2016 dan weer vroeg bij waren.
Het KNMI, het ‘Nederlandse Ukkel’, zette de januaritemperaturen sinds 1706 eens op een rij. Die schommelden tussen min zeven en plus zeven, met elk jaar al snel twee of drie graden anders dan het vorige.
Maar die zigzagcurve toont als geheel wel een stijgende tendens. Als je er een best passende rechte doorheen trekt, is die van toen tot nu een dikke graad gestegen. Het weer mag dan variabel zijn, de trend eronder, het klimaat, is wel degelijk stijgend.
‘We zien al decennia dat zuiderse soorten hun gebied noordwaarts uitbreiden’, zegt Wouter Van Landuyt van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (Inbo). Maar rukken die exoten uit zichzelf op of komen ze mee met de steeds mobieler wordende mensen?
Van Landuyt: ‘Wij, maar ook de Britten, zien steeds meer wilde orchideeën. Die verspreiden hun zaden zelf ver. Of neem de mossen: die worden helemaal niet door mensen meegenomen, maar ik zie wel steeds meer zuiderse soorten opduiken die hier vroeger niet voorkwamen. Naast oude soorten die terugkeren, nu er hier geen zure regen meer valt.’
Kiemende platanen
‘Voor sommige soorten, die traag reizen, zal dat niet goed komen. De zevenster vind je alleen nog in de hoge Ardennen, maar hogerop kan ze niet meer. De groenknolorchis komt alleen nog in Mol voor, en in het Waasland. Een paar jaar geleden telden we er daar nog 4.800, vorig jaar in juni nog 40. En toen moest de droge zomer nog toeslaan. Die plant is zeer droogtegevoelig.’
‘Aan de andere kant: ik zie meer en meer kiemende platanen. Aan de grensmaas en de Gentse kaaimuren bijvoorbeeld. Die kwamen altijd al uit het zuiden met mensen mee, maar nu pas krijgen ze de kans om hier aan te slaan.’ En sinds 1980 zijn in Vlaanderen negen mediterrane libellensoorten opgedoken.
‘Al dat verhuizen van soorten en de nieuwe interacties die dat oplevert, leidt tot een biologische chaos, waar niemand het resultaat van kan voorspellen. Al is de kans groot dat we er bekaaid van afkomen’, meent Van Landuyt.
‘Op wereldschaal zie je nu al een uniformisering van de soorten: de speciaaltjes gaan eraan, alleen de middenmoot blijft over, de generalisten die overal gedijen. Al blijft de vraag of de wereldhandel daar niet meer mee te maken heeft dan het klimaat.’
Lentekriebels
Mijn hartje
heeft geen
krimp gegeven
toen ik hem
gisteren wederzag,
maar ik ben vandaag
wel zo krols
als een kat
met lentekriebels.
Micheline Baetens – 18.03.2018
Bonen en prei
Vanaf dit jaar gaat David mijn moestuin voor zijn rekening nemen. Hij gaat hier zijn aardappelen zetten en ook een leuke preisoort zaaien en uitplanten.
Ik wil boontjes, en die gaan we dus voorzaaien in potjes en in de serre, om na de ijsdagen (half mei) te kunnen uitplanten in de tuin.
Mechelse blauwgroene prei
Veelzijdige traditionele prei, geschikt als zomer-, herfst- en winterprei. Robuust ras met een goede opbrengst zelfs bij weinig bemesting. Een mooi voorbeeld van het resultaat van jarenlang positief selectiewerk door de boeren zelf op hun eigen veld. Prei voorzaaien op wachtbed in maart en uitplanten in de tuin in mei op 20 cm uit elkaar. Tijdens de groei regelmatig aanaarden voor lange witte stelen. Prei wil graag volop compost en tijdens de groei regelmatig extra plantenvoeding en water.
Bonen zaaien in potjes en later uitplanten
Voorwoord
Je kunt bonen in de grond zaaien (leggen), afdekken met een laagje tuingrond en dan afwachten tot de planten opkomen.
Wanneer zaaien en waar uitplanten?
Als je vroeg boontjes in je tuin wil kweken, zaai of kiem dan lage bonen (struikbonen, stambonen). Deze bonenplanten zijn na enkele weken “groot” en even later verschijnen de eerste bloemen en even later de boontjes. Klimbonen (staakbonen) doen er vele weken over om tot bovenaan de staak te groeien. Pas daarna worden de eerste bloemknoppen gevormd. Duurt dus veeeeel langer dan stambonen.
Zaai of kiem (op vochtig keukenpapier) de bonenzaden vanaf eind maart binnenshuis bij ongeveer 20 tot 25 gr C. Na ongeveer 1 week zijn de gezaaide bonenplantjes boven de zaaigrond. Of na ongeveer 1 week zijn de gekiemde bonenplantjes op het keukenpapier zo groot dat je ze in een potje met tuingrond of potgrond of compost kunt uitplanten. Zorg ervoor dat je (3 of) 4 bonenplantjes per potje krijgt; dus 4 zaden in een potje zaaien of 4 bonenplantjes in het potje planten.
Zet de potjes met bonenplantjes daarna volop in het licht, bv vlak voor een raam. Zet ze op plaatsen waar het kouder dan 20 gr C is. Dat is om de plantjes af te harden; 3 tot 5 dagen binnenshuis bij ca 15 gr C (bv koude slaapkamer).
Daarna 5 dagen of nog langer overdag buiten bij 5 tot 15 gr C en ‘s-nachts binnenshuis bij ca 15 gr C. Als het kouder is dan 5 gr C, dan de plantjes binnenshuis houden. Je kunt de potjes met boontjes in een wasmand zetten en die mand telkens overdag buiten en ‘s-nachts binnen zetten. Het gaas erboven is om de merels uit de mand te houden; de boontjes groeien in zelfgemaakte compost en in die compost zit hier en daar een aardworm.
Vanaf eind maart/begin april kun je de potjes met bonenplantjes (vlak bij elkaar) in de tuingrond zetten.

Zet de potjes eerst in een koude kas of koude bak. Handig is een golfplaattunnelkasje (zie tip 13). Zet bij warm of zonnig weer overdag het kasje of tunnel een stuk open, door de plexiglas platen aan beide uiteinden weg te halen. De kas of tunnel is ‘s-nachts dicht.
Als je de potjes met bonenplantjes “in verband” in de grond zet, dan passen er veel bloempotjes onder de tunnel.
Leg tijdens koud weer, bij koude nachten of bij nachtvorst een stuk plastic folie dubbelgevouwen over het kasje. Of maak een bogentunnel van plastic folie over de bonenplantjes onder het kasje of de golfplaattunnel.
Vanaf half april kun je de potkluiten met (3 of) 4 plantjes uit de potjes halen en in de grond zetten. Tussen elke groep van (3 of) 4 plantjes is ongeveer 30 cm. Plant ze onder een tunnel of in een koude bak in de tuingrond. Het kan in mei nog wel eens vriezen en daar kunnen de bonenplantjes niet tegen. Daarom eerst in een tunnel of kas uitplanten en later (na 15 mei) de tunnel weghalen of de kas helemaal open zetten. De golfplaattunnel van tip 13 is geschikt voor 1 rij bonenplantjes. Of de folietunnel van tip 11 voor 3 rijen bonen. Vanaf half tot eind mei kun je de tunnel of kas overdag open laten, als het weer het toelaat. Enkele weken later kan de tunnel weggehaald worden.
Bonen zaaien in bekertjes met potgrond gaat goed. Er zijn wel enkele dingen waar je op moet letten.
Bij het zaaien in koffiebekertjes is het belangrijk om niet te veel (en niet te weinig) water te geven. Bij teveel water kunnen de plantjes gaan rotten en dood gaan, bij te weinig water verdrogen de plantjes of ze groeien maar heel langzaam.
De plantjes moeten in de bekers groot opgroeien totdat de wortelkluit goed doorworteld is. Anders valt de wortelkluit uit elkaar bij het uithalen uit de bekers.
De plantjes moeten ook stevig opgroeien in de bekers, dus op een lichte koele plaats.
Bij gebruik van bloempotjes met bodemgaatjes is het water geven gemakkelijker. Er is dan weinig kans op “verdrinken” van de plantjes.
Potgrond bevat veel vezeltjes. Je kunt de plantjes vasthouden, zonder dat de potkluit van potgrond uit elkaar valt. Dat is handig bij het inzetten in een plantgat in de grond.
Als je zaait in een tuingrond/compost mengsel, dan valt de potkluit gemakkelijk uit elkaar. Gebruik dan een pot met inzet en laat de potkluit in het plantgat schuiven.
Vroege lente in de tuin
Het was vandaag 18 graden! Een vroege lentedag dus en mijn handen jeuken om in de tuin te beginnen werken en wat nieuwe plantjes te gaan kopen.
Maar als ik de tuinconsulent uit dit krantenartikel mag geloven, doen we best zo weinig mogelijk in de tuin. Het is een beetje zoals met een kind opvoeden, je corrigeert en snoeit alleen wanneer het echt nodig is, want anders maak je meer kapot dan nodig is.
Nog even wachten voor u de tuin in vliegt
De Standaard – 25.02.2019
Lente in het land, snoeischaar in de hand? Als het van tuinconsulent Louis De Jaeger afhangt, bergen we ons tuingereedschap best nog even op.
De warmterecords volgen elkaar op. Nog zeker tot woensdag is het heerlijk buiten toeven. Zo heerlijk dat u zin en ambitie krijgt om de tuin onder handen te nemen.
Of is het daar wat te vroeg voor? Volgens tuinconsulent Louis De Jaeger kijken we best de kat nog even uit de boom.
De Jaeger: ‘Weerkundig lijkt het alsof de lente begonnen is maar het is best mogelijk dat het binnenkort nog zal vriezen. Met bijvoorbeeld het planten van gewassen pas je dus best op. Als planten te vroeg in bloei komen, dreigen ze kapot te vriezen.’
Bomen planten kan volgens de Jaeger daarentegen geen kwaad. ‘Als je dan toch iets wil planten, kies dan voor bomen. Momenteel is het net niet warm genoeg dat het kwaad kan.’
Ook de snoeischaar laat u best nog even in de tuinschuur liggen. ‘Ik pleit er voor altijd zo weinig mogelijk te snoeien. In feite moet je de natuur gewoon haar gang laten gaan. Pas na de laatste vorst, kan je aan het snoeien gaan.’
Daarvoor zijn verschillende redenen. ‘Door niet te snoeien, laat je bladeren groeien. Die kunnen zorgen voor een vruchtbare laag om de grond mee te bedekken. Daarnaast leidt vroegtijdig snoeien tot een kale tuin. Door de dode stengels zolang mogelijk te laten staan, laat je meer ruimte voor biodiversiteit.’
Tot slot vraagt de tuinconsulent om de dorre bladeren in je tuin ongemoeid te laten. ‘De vuistregel is dat je bladeren steeds moet laten liggen. Uitzondering op die regel is je gazon. Daar is het belangrijk om een beetje van het gebladerte weg te doen zodat het gras genoeg zuurstof krijgt.’
O ja, ook de grasmachine laat u best nog even op stal staan. Zolang het ’s nachts nog kan vriezen, wacht u best met het gras af te rijden.

Tevreden zijn
Op je zeventigste is een leven van moeten wel voorbij, en wordt het een leven van mogen. Wel op één voorwaarde: we “moeten” gezond blijven! En daar gaan we ons best voor doen.
Slapen gaan na middernacht, opstaan na tien uur ’s morgens, ontbijten, uitgebreid koffie drinken, ondertussen het werk uitstellen en een filmke kijken, of wat handwerk doen, dan een douchke, en weer een boterhammeke eten, daarna dan toch wat de handen uit de mouwen te steken, en het huishouden en de tuin onderhouden, om ’s avonds lekker te koken voor jezelf, en tot slot na de afwas met een lekker glaasje, al dan niet alcoholvrij, te genieten van wat er aan interessantst te vinden is op televisie, in de krant, of op internet.
En schrijven natuurlijk! Niet altijd even zinnige dingen, maar ook dat “moet” niet, en je vooral niet teveel afvragen wat anderen hiervan denken, want dat deden we vroeger veel te veel, denken dat we verantwoording moesten afleggen voor al wat we deden en dachten.
Niet meer twijfelen aan jezelf, maar wel aan al de rest! En ook niet meer veeleisend zijn, niet voor jezelf en niet voor anderen. Eerder het gevoel hebben, dat het goed is zo, en dat, zolang we gezond blijven, het allemaal voldoende is zoals het nu gaat en is, niet teveel en niet te weinig. Tevreden zijn dus!
Sluipverkeer
Is het jullie ook al opgevallen dat er steeds meer en meer lapmiddelen worden gebruikt om het verkeer uit jullie straten te houden. Wel dat komt omdat jullie allemaal een auto hebben!
Ik weet het, ik heb makkelijk praten, ik heb geen auto, en dat komt waarschijnlijk omdat ik met dat ding niet kan rijden. Maar zelfs al kon ik er mee rijden, veel zou ik er denk ik niet meer mee buiten komen, want ik vind het verkeer verschrikkelijk, word er doodnerveus van, en voel mij ongemakkelijk tussen die drukte
Is het grote probleem van de mens en milieu niet dat we ons voortdurend moeten en willen verplaatsen? Kan dat niet wat afgeremd worden? En moet dat dan altijd met de wagen gebeuren? Kan dat ook niet af en toe, en liefst zoveel mogelijk met het openbaar vervoer of met de fiets? Maar dan moet er wel eerst goed en comfortabel openbaar vervoer zijn en veilige fiets- en voetpaden, en dat is er allemaal niet.
Vanaf maart start er hier in de Vosdelle en omliggende straten een proefproject tegen sluipverkeer. Een lapmiddel dus, want dan zullen er weer andere plaatsen en straten gevonden worden om met die auto zo vlug mogelijk ergens ter plaatse te geraken.
Ik heb deze week weer eens boodschappen gedaan via internet, en straks worden die gebracht, door een bestelwagen natuurlijk, maar die bedient waarschijnlijk een tiental mensen, wat hopelijk toch een negental wagens minder op de baan betekent. Ideaal is het niet, maar wel een druppel op een hete plaat.
Dahlia’s
Dahlia’s! Mijn grootvader had ze in zijn moestuin in alle kleuren, vormen en lengte, elk jaar weer, en hij was er trots op. En dit jaar zet ik er weer een reeks, want ze zijn prachtig, zowel buiten als binnen in een vaas.
DAHLIA PLANTEN
De dahlia is een favoriete bloeier en is helemaal terug. Maar welke soorten dahlia’s zijn er allemaal en hoe kun je een dahlia planten?
Dahlia’s bloeien in de zomer, tot aan de herfst. Het is een knolgewas, je plant ze na de winter in mei als de kans op nachtvorst weg is. Dahlia’s groeien uit knollen en niet uit bollen. Dahliaknollen zitten vol vocht, daarom bevriezen ze snel. Je kunt een dahlia ook stekken.
Dahlia planten
Een dahlia planten doe je in mei, geef ze een plek in de ochtendzon en voedzame grond. Meng wat organische mest en potgrond door het plantgat. De jonge scheuten zijn erg in trek bij slakken, neem meteen je maatregelen om de vraat te voorkomen.
Verzorging: als de dahlia planten ca. 20 cm groot zijn, knijp je de topjes uit de koppen, hierdoor vertakken de planten goed en geven ze straks meer bloemen. Geef ze regelmatig water in droge periodes.
Dahlia in pot
Omdat de dahlia laat op gang komt, kun je ze ook heel goed voortrekken in bloempotten. Pot in februari of maart de knollen op, zet ze in een tuinkas en zorg dat ze voldoende licht krijgen zodra ze boven de grond komen. Vanaf mei kunnen de planten naar buiten. Zet ze met pot en al op kale plekken in de border, of gewoon op het terras. In de zomer zijn bepaalde soorten ook in pot gekweekt te koop, deze plant je uit in de border.
Een soort die je in bloei koopt en die het mooi doet in een pot of bak is Dahlia LaBella Piccolo. Deze kleine Dahlia geeft heel veel bloemen en wordt 15-20 cm hoog. Een hogere variant is Dahlia LaBella Grande. Deze Dahlia kun je prima als snijbloem gebruiken. Hoe meer je knipt, hoe meer hij bloeit. En knip uitgebloeide bloemen weg. Zo heb je tot aan de herfst lol van je Dahlia. Plant ze op een plekje met ochtendzon en doe wat organische mest in de grond. Of zet ze in potten en fleur je terras er mee op.
Dahlia soorten
Dahlia’s werden vroeger vooral gekweekt als snijbloem, kwekers letten toen vooral op de grootte van de bloem en niet op de plant. Bij de nieuwere soorten is ook het blad en de stevigheid van de plant belangrijk. De keuze in bladkleur is ook enorm. Dahliaplanten worden ingedeeld in verschillende soorten:
Enkelbloemig
Anemoonbloemig
Halskraagdahlia
Waterlelie
Decoratief
Bladdahlia
Pompondahlia
Cactusdahlia
Semi-cactus en ‘overige’: in deze groep zitten de nieuwste soorten.
Snijbloemen
Alle dahlia’s zijn ideaal als snijbloem, nog een reden voor een dahlia planten. Hoe meer bloemen je knipt, hoe langer ze bloeien. Knip dus veel en vaak om boeketten te maken. Ondersteun de grootbloemige soorten met een plantensteun, door het gewicht van de bloemen worden ze topzwaar. Knip uitgebloeide bloemen regelmatig weg.
Dahlia overwinteren
Tot ver in oktober blijven dahlia’s bloeien, ze kunnen wel een of twee koude nachten hebben, daarna moet je ze oprooien en vorstvrij overwinteren. Tenminste, als je volgend jaar weer van dezelfde soorten wilt genieten.
Schep ze voorzichtig uit, knip de stengels af en laat ca. 15 cm stengel aan de knol zitten. Rol ze in oude kranten en leg ze op een donkere plek weg. Verpak ze niet in plastic, dan gaan ze schimmelen en verrotten. Opkuilen in een kist met droge turfmolm is ook een prachtige manier om ze te overwinteren.
De knollen hoeven geen water in de winter, ze zullen wat indrogen. Zodra de temperatuur weer stijgt en je ze uitplant, nemen ze weer water op en beginnen ze te groeien. Plant op de plaats van de dahlia bloembollen, die je in mei weer oprooit na hun bloei.
Dahlia combineren
Dahliaplanten kunnen perfect in een moestuin, dan neem je naast je verse oogst ook een boeket mee naar huis. In de border vragen ze wel ruimte, combineer ze met de ijle bloemen van Verbena bonariensis, bronskleurige venkel, Persicaria of siergrassen.
Bron: www.vtwonen.be
Ik kies voor de lagere soorten, die dus ook in potten op het terras kunnen.

Nog eventjes wachten en ze kunnen de grond in!
Imagine
“Everything we shut our eyes to, everything we run away from, everything we deny, denigrate, or despise, serves to defeat us in the end.” ― Henry Miller
https://nl.wikipedia.org/wiki/Henry_Miller
Ik heb op alles wat ik vind dat beter kan kritiek, zo ook op de politiek, en meestal mag ik dan ook over alle partijen mijn gedacht zeggen, zonder veel geschreeuw en gescheld, behalve als het over de rooie gaat, je weet wel de sossen, de spa, dan word ik onmiddellijk verweten dat ik asociaal ben, niet weet waarover ik praat, een egoïst, een meeloper, onverschillig ben,… enzovoort.
En ben ik dat, misschien wel, wellicht ook niet? Maar word ik daar nu beter van, ga ik daardoor anders gaan denken, anders gaan leven? Met stellige zekerheid niet, want wie fanatiek in kleurtjes en vakjes denkt, kan nooit betrouwbaar zijn!
Op 26 mei zijn het weer verkiezingen, en mogen we weer keuzes maken. Ik weet al voor wie en wat ik ga kiezen, en het zal ook voor een vrouw zijn. Misschien zijn er geen echte goede keuzes, maar je kan wel kiezen voor de minst slechte, en hopen dat je niet teleurgesteld wordt als er een beleid moet gevoerd worden.
Veel mensen zijn de politiek beu, geloven er niet meer in, zo ook ik bij momenten, en die momenten worden steeds talrijker. Maar vermits politiek invloed heeft op je eigen leven, of je dat nu wilt of niet, kan je maar best op de hoogte blijven en “het spelletje” meespelen, want we zijn nog lang niet aan een wereld toe zoals John Lennon zich die ook wenste. Misschien ooit, misschien nooit…
Sociale contacten
“Sociale contacten gaan verloren door facebook en twitter.”
Dat zeggen zij die eens om de zoveel tijd opbellen en nooit tijd hebben om langs te komen!
Gelukkig kan ik goed alleen zijn, want veel bezoek krijg ik niet, en zelf ga ik ook niet vaak bij iemand langs.En toch voel ik mij zelden alleen, en ik mis die “sociaal contacten” niet, en dat komt waarschijnlijk omdat ik van jongs af aan, de meeste dingen alleen deed en onderging, en vooral omdat ik mezelf heel goed kan bezig houden en me dus haast nooit verveel. Ik ken het gevoel “verveling” niet!
De contacten die ik dan wel heb, zijn heel trouw en waardevol, intens en (h)eerlijk. Ik blijf ook levenslang trouw aan de mensen die heel veel voor mij betekend hebben, en ook al zijn ze er dan niet meer, ze blijven mede de rest van mijn leven bepalen.
Mijn grootmoeder, mijn leerkrachten, een neef, een vriend, mijn echtgenoot… ze zijn er niet meer, maar hun houding tegenover mij vervaagt niet. En dan zijn er de nog levenden, zoals mijn zoon, een vriendin, een vriend, een buur, mijn huisdieren,… en een paar onbekenden, die mij af en toe het gevoel geven, dat ik de moeite waard ben. En ja er is ook Facebook, waarbij sommige contacten een verrijking zijn. Ook andere media, zoals televisie, film, boeken, muziek soms… En zeer zeker de natuur die elke dag voor nieuw leven zorgt!
Wie dagdagelijks noodgedwongen een hele hoop mensen om zich heen heeft kan zich veel eenzamer of gefrustreerder voelen dan wie dagdagelijks blij en voldaan is met elke nieuwe dag die een uitdaging is en rijkelijk gevuld met zichzelf en een paar anderen.






























