Mensen zoals ik
die worden niet gelukkig,
die worden hoogstens
niet ongelukkig,
en dat is maar goed ook,
want stel je voor
dat je inslaapt
nog voor het einde
op het scherm staat.
Micheline Baetens – 30.05.2018
Ben ik harder geworden en onverdraagzaam? Ik hoop van niet. Realistischer misschien. En boos. Want er wordt ons tegenwoordig van alle kanten zoveel opgedrongen, nieuwe regeltjes, nieuwe moraal, nieuwe godsdienst… En we zijn al onze oude frustraties nog maar pas af aan het bouwen.
Mei ’68 is vijftig jaar geleden, en vandaag in mei 2018 dient zich een nieuw verzet aan tegen alles wat ons in onze vrijheid dreigt te beknotten.
Wanneer wordt een overtuiging om het even dewelke nu eens eindelijk een privézaak waar je anderen niet mee lastig valt en zeker niet gaat opdringen aan een hele bevolking?
Hoelang gaan wij nog als belastingbetaler subsidies moeten betalen voor overtuigingen die de onze niet zijn, en door om het even wie in het leven geroepen kunnen worden?
Toen ik mij jaren geleden, samen met mijn zoon, liet ontdopen, werd ik door de pastoor van Overijse uitgemaakt en uitgeschreeuwd, waarom dit nu nodig was.
Wel, mijnheer pastoor, dat was nodig omdat ik in het reine wou komen met iets dat mij als kind was opgedrongen, en waar ik als volwassen vrouw helemaal niet meer achterstond.
Toen mij zoon geboren werd, ik was achtentwintig, en nog goedgelovig, heb ik hem ook laten dopen. Ik beken, dat had ik niet mogen laten gebeuren, maar het kind was heel ernstig ziek en de non van het ziekenhuis vond dat het hoog tijd was om hem “voor alle zekerheid” te laten dopen.
Wenend en met een doodziek kind in mijn armen heb ik dit dan maar laten gebeuren. Later hebben we dit dan gelukkig ongedaan kunnen maken.
De pastoor van Hoeilaart, die ook betrokken partij was, en ons uit zijn boeken moest schrappen, vond dit een domme en overbodige handeling.
Wel ik niet, ik ben blij dat ik niet meer behoor tot iets waar ik niet in geloof en wat ik zelfs verwerp.
Geloof ik dan in niets meer? Ik geloof in alles!!! Maar niet in verzinsels die maar op één ding uit zijn, namelijk macht. Macht over de wereld, macht over mensen, en die zoveel mogelijk in de tang proberen te houden door een overtuiging die de één of andere machtswellusteling uit zijn vinger heeft gezogen.
Want het is bedrog met voorbedachte rade, om ons klein en dom te houden, en vooral bang, heel erg bang te maken.
En wat angst met een mens doet, daar weet ik alles van!
Hebben jullie dat ook al meegemaakt dat een volslagen vreemde je zijn of haar leven vertelt?
Je zit op de trein, of bij de dokter, of op Facebook, en op een half uurtje tijd heeft iemand je een gans levensverhaal uit de doeken gedaan. En altijd is dat verhaal uitzonderlijk, ongewoon en boeiend.
Niet klagen of zagen, maar gewoon vertellen. Ik ben daar dan ook altijd zo dankbaar voor, want het getuigt van vertrouwen, misschien niet in mij als persoon, maar in de mensheid in het algemeen.
Ik maak mij daarbij dan ook altijd de bedenking dat ieder mens een boek over het eigen leven kan schrijven, en het zal steeds spannend en leerrijk om lezen zijn.
Vaak denken we dat onze ervaringen dramatisch en uitzonderlijk zijn, maar dan merk je weer door die levensverhalen te aanhoren, dat zoals het spreekwoord zegt, ieder huisje zijn kruisje heeft, het ene al wat zwaarder dan het andere.
Mensen zijn dappere wezens, en de ware helden in deze maatschappij zijn de onzichtbare helden.
Vaak begint het al van bij de geboorte, door in het verkeerde nest geboren te worden, waar de miserie al doorgegeven is van generatie op generatie. Of door opgevoed te worden met de verkeerde waarden, in een rotte sfeer, of opgefokte wereld. Toch slaan de meesten er zich door, met veel moeite soms, met vallen en opstaan. Zo wordt de cirkel van wantoestanden dan doorbroken.
Ik heb daar bewondering voor, meer dan voor al die helden die de revue passeren in de media. Meer dan voor al die grote en ongewone talenten, want die hebben het meestal in de schoot geworpen gekregen, en die mogen hun ganse leven doen wat ze graag doen.
Het leven is voor ons allemaal een uitdaging, maar zeker en vooral voor zij die het van huis uit niet meegekregen hebben, die zelfs de liefde, aandacht en waardering van hun ouders moesten ontberen. En ze zijn met velen, meer dan we denken en vermoeden, ook al laat de schijn ons wat anders zien. Het is bovendien van alle tijden en helaas ook ondanks alle welvaart die we nu kennen.
De keren dat ik in mijn jeugd mijn verhaal wilde doen werd ik niet geloofd, of men durfde mij niet te geloven, uit gemakzucht of uit onverschilligheid, of uit schrik zich te moeten engageren, ik weet het niet. Misschien dachten ze ook dat ik overdreef.
Daarom luister ik nu wel naar elk verhaal. En luisteren is al heel veel hoor, weten dat je au serieus genomen worden, weten dat iemand je probeert te begrijpen, weten dat iemand je gelooft.
Het kan iemand op weg zetten om verder naar oplossingen te zoeken, en vooral het herstelt het vertrouwen in de mensen, ook al zijn het dan vreemden voor jou. Vreemden kunnen immers je leven redden…
Sommige woorden zijn een vermomming.
Neem nu het woordje “genegenheid”. Wat wil dat zeggen? Niets eigenlijk, want dat raakt niet tot aan je hart, dat bijt niet in je vlees, dat ligt er maar bovenop, dat zet niets in beweging.
Maar als je zegt “ik zie je graag”, dat warmt je, dat omarmt je, dat gaat er helemaal in, dat stroomt door je bloed, dat verwart je.
En dan de varianten: ik mag je, ik wil je, ik moet je, ik heb je… Dat maakt iets los, dat zet een stroom van gevoelens op gang, en dat is vooral duidelijke taal.
Bij “genegenheid” is een veiligheid ingebouwd, een afstand, daar zit een rem op, dat doet je niet verlangen naar meer.
Waarom zijn we zo bang als het onze gevoelens betreft, en dan vooral onze positieve gevoelens, om klare taal te spreken? En waar zijn we dan vooral bang voor? Verplicht het ons tot iets als we zeggen “ik hou van jou”? Neen, net zo min als “ik haat je” ons tot iets verplicht.
Linken we de liefde automatisch aan seksualiteit, en is dat fout, en wat met de haat dan, linken we die ook automatisch aan iets en is dat dan ook fout? Keuren we beiden evenzeer en in gelijke mate af?
Gevoelens verwarren ons, we worden er kwetsbaar door, ze vertellen meer over ons dan om het even wat, meer nog dan onze gedachten en onze daden.
Gevoelens zijn het enige privébezit dat we het langst geheim houden. Daarom ook gaan mensen naar een psychiater, daarom ook vertellen mensen soms meer aan een vreemde, dan aan hun eigen vrienden, daarom ook dat we nog allemaal veel te vaak en veel te lang een masker opzetten, als we denken “verboden” gevoelens te hebben.
Maar gevoelens zijn nooit verboden, en zijn wat ze zijn, daar kan je heel weinig aan veranderen, daar moet je respect voor hebben, die moet je aanvaarden. Wat je ermee
doet dat is een ander paar mouwen, dat heb je wel in de hand, dat is je eigen verantwoordelijkheid. En dat hoeft zeker niet te zijn wat anderen vinden wat je er mee moet doen. Maar eerst moet je er klaar in zien!
En blijven ze je toch verwarren, je gevoelens, geraak je er niet uit wijs, stelen ze je gemoedsrust, praat er dan over, schrijf ze op, zoek een luisteraar, desnoods een vreemde, maar vooral iemand die geen oordeel velt, en iemand die je gevoelens laat zijn wat ze zijn.
Succes, zou mijn psychiater zeggen! O ja, en nog dit, er zijn wel gevoelens die er niet toe doen en dat zijn schuldgevoelens, die hebben totaal geen zin!https://nl.wikipedia.org/wiki/Schuldgevoel
Vanmorgen om vijf uur zat er een merel onder mijn raam zijn longen uit zijn lijf te fluiten.
Ik dacht, die voorspelt regen! Maar neen hoor, geen druppel en nog altijd snikheet.Vanavond alleen wat gieten in de tuin en de rest van de dag ons in stilte binnen bezig houden.
Ik kan mij ook voorstellen dat jullie mijn gezaag en gestoef beu zijn over die tuin en ook graag wat anders willen, maar mijn wereld is nu eenmaal niet zo groot en het kan toch ook niet altijd over de verkiezingen en de islam gaan, nietwaar?!
Grote avonturen zijn voor grote mensen, en ik ben maar een simpel duif die het graag kort bij huis houdt, en altijd weerkeert naar haar hok.
Heel ver heb ik nog niet gevlogen, ik heb zélfs nog nooit gevlogen. Frankrijk, Duitsland, Oostenrijk, Italië, Spanje… en dat is het zowat, en dan wel met de auto en de autocar.
Het mooiste plekje dat ik ooit gezien heb is Torgny in Luxemburg, verleden jaar met Audrey en David. Daar wil ik ooit nog eens terug naartoe, en dan voor wat langer dan een paar dagen. Misschien met mijn zeventigste verjaardag…
http://www.lagrappedor.com/nl/torgny-is-ook
Voor volgende maand hebben de kinderen mij met nieuwjaar een kort verblijf, samen met hen, in Middelkerke cadeau gedaan,. Dus in juni een paar dagen aan de kust. Langer kan ook niet, want er zijn de katten en de kippen waar moet voor gezorgd worden. En de tuin natuurlijk!
Aan de kust hou ik vooral van de polders. We hebben al een uitstap naar Damme gepland, dat een boekendorp schijnt te zijn, en waar gedurende ons verblijf een keramiek tentoonstelling plaats vindt. Audrey is namelijk o.a. keramiste of pottenbakster zoals ze in de volksmond zeggen.
Dus eventjes den toerist gaan uithangen volgende maand, maar dan wel rustig en met manieren!
“Eén van mijn leermeesters, Anthony de Mello, zei ooit: “Als je verlicht wilt worden, zul je je eerst moeten realiseren dat je – ten diepste – helemaal niet gelukkig wilt zijn”. Iedereen roept wel gelukkig te willen zijn, maar als men hoort wat men daarvoor moet doen, begint iedereen te morren en te mokken. En de meesten haken af.
Dit is een waarheid als een koe.
Televisie, tv, kijken. Zelf ben ik er achter gekomen, zo’n 20 jaar geleden, dat ik veel gelukkiger werd nadat ik (als experiment) mijn televisie had weggedaan. Ik realiseerde me namelijk op een goede dag dat ik iedere avond als een debiel voor de tv hing, dom ‘ins blaue hinein’ zappend, wachtend en hopend op vermaak ende vertier.
Maar aan het eind van iedere avond moest ik spijtig concluderen dat ik niets had gezien dat ik werkelijk niet had willen missen. De programma’s waren veelal slecht en inhoudsloos en het enige wat me af en toe kon bekoren was een goede film, maar die had ik ook kunnen downloaden en bekijken op mijn computer. En dus zei ik mijn televisie vaarwel. Als experiment wel te verstaan, zo laf was ik wel. Hij stond in de kelder, want stel je voor dat ik in een deprimerend zwart gat zou vallen?
Maar het tegendeel gebeurde. Ik ging leuke dingen doen ’s avonds en voelde me vrijer en optimistischer worden. Ik had op dat moment nog niet door dat ik één van de ergste hersenspoelapparaten aller tijden aan de kant had gezet. Dat besef kwam pas later.
Als mensen mij nu vragen hoe het kan dat ik altijd zo gelukkig oog, dan is mijn antwoord: “Dat komt omdat ik gelukkig bèn”. En vaak is de vraag die volgt: “Hoe doe je dat? Ik wil ook gelukkig zijn!”. Als ik dan zeg: “Begin maar eens met het eruit gooien van je televisie”, kijken ze me aan alsof ik gestoord ben. “Ja maar… dat is het beetje vertier dat ik nog heb in mijn leven! Dat ga ik toch niet wegdoen?!”
Dan denk ik aan Anthony de Mello. Hij had gelijk. We willen niet gelukkig zijn. We willen vermaakt worden. We willen niet te veel hoeven nadenken.” (Jannet Ossebaard – Een nieuwe samenleving)
(Bedankt voor deze tekst, Johan.)
Voor de meeste onder ons is dat inderdaad zo. Vandaar dat ook zoveel therapieën bij de psychiater mislukken. Mensen beseffen niet dat ze het allemaal zelf moeten doen, maar verwachten integendeel dat de psychiater hen dat gaat zeggen hoe dat moet en kan. Dat hij hen zoals in de tekst staat, gaat “animeren”.
Vandaag stond er toevallig in de krant een artikel over pseudo psychologen. Wel, dat zijn dus de animators van deze tijd voor mensen die denken dat het de anderen zijn die hen gaan gelukkig maken. Vergeet het, dat kan jij en jij alleen, en het is hard werken, en vaak niet weten hoe het moet, maar ik verzeker jullie, als ik het kan, kan iedereen het. Met vallen en opstaan weliswaar, maar wel vanuit de eigen kracht en waarheid.