Vandaag de dag

Als iemand het ooit in zijn hoofd haalt om na mijn dood een biografie te schrijven over wie ik was, zou ik daar graag onder meer het volgende zien instaan.
“Zij was een zorgzame echtgenote, de beste moeder voor haar zoon, en beducht door vriend en vijand om haar eerlijkheid.”
En ook nog het volgende.
“Op latere leeftijd leerde zij via Facebook de veel jongere West-Vlaamse dichter Guy De Smet kennen, die zij nooit in levende lijve ontmoette, zelfs niet wist hoe hij eruit zag, maar waarmee zij toch een langdurige en intense vriendschap opbouwde. Beide dichters waren zielsverwanten. Van hem is onder andere volgend gedicht, dat hij haar toestuurde via chat.”

Het hek was te hoog
maar toch sprong ik er moeiteloos over.
Ik mis die overmoed!

Nu zoek ik naar het hekkendeurtje.
Ik hoef niet meer te springen.
Ik hoef niets meer.

Ik mag als ik wil.

Guy De Smet – 24.01.2018

  Verder moet er in die biografie ook nog komen dat niets ooit is wat het lijkt, maar zoveel meer en ook zo anders.

 

Vandaag de dag

01.01.1922 – 26.01.2009
Negen jaar geleden overleed mijn vader, een halfjaar na mijn moeder. We hebben hem ’s morgens gevonden, hij zat dood in zijn zetel, is waarschijnlijk gestorven terwijl hij moederziel alleen naar tv zat te kijken.
Volgens de thuisverpleegster en huisdokter heeft hij er niets van gevoeld. Het hart heeft opgehouden met kloppen en hij is met een zucht dood gegaan.Toch vond ik het erg dat er niemand bij hem was.
Toen mijn moeder overleed, heb ik niet geweend, ik was blij dat zij eindelijk uit haar lijden verlost was. Voor mijn vader heb ik wel geweend, en ik weet eigenlijk niet waarom, want het was een mooie dood, en de man zelf heeft ons niet echt gelukkig gemaakt, niet mijn moeder, en niet mijn zus en ook mij niet.
Tijdens de dag voor de nacht dat hij stierf, is David nog even bij hem geweest om de boodschappen te brengen, en toen was hij nog zo content dat hij zijn hele tuin opgekuist had gekregen. Waarschijnlijk is dat de laatste krachtinspanning geweest dat zijn oude lijf aankon. Hij was verder niet echt ziek, hij moest enkel verzorgd worden voor een paar open wonden aan zijn benen.
Werken dat die man kon, werken en sparen, hij leefde voor niets anders, en wij moesten dat ook doen. Inderdaad een harde werker, en de rest was allemaal voor later, en of we dat nu graag hadden of niet, daaronder gebukt gingen of niet, dat kon hem niet schelen, dat hoorde er voor hun gewoon bij.
We zijn er dan ook, mede hierdoor, alle drie op een gegeven moment onderdoor gegaan.
Eerst mijn moeder, toen ik zestien jaar was, mijn zus rond haar dertigste, en ik de eerste keer rond mijn veertigste. Die man heeft ons alle drie in het “zothuis” gekregen, en hijzelf was onverwoestbaar.
Na zijn dood, merkte ik dan ook nog eens, dat hij ons zijn ganse leven belogen had, en ontdekte ik dat ik een halfbroer had, die mijn vader toen dat kind vijf jaar was, gewoon in de steek gelaten heeft. “Als hij het niet moest zien, moest hij er ook niet voor betalen”, was de deal met de moeder van de jongen, en ja, voor mijn vader kwam geld altijd op de eerste plaats.
Misschien is dat ook de reden waarom hij helemaal alleen gestorven is, want genegenheid kan je niet kopen.
(Mijn halfbroer en zijn vrouw)

 

 

Vandaag de dag

Poëzie

Zoals je tegen een ziek dochtertje zegt:
mijn minituurmensje, mijn zelfgemaakt
verdrietje, en het helpt niet;
zoals je een hand op haar hete voorhoofdje
legt, zo dun als sneeuw gaat liggen,
en het helpt niet:

zo helpt poëzie

Herman de Coninck

Gedichtendag, en kan het nu mooier dat mijn zoon net een jaar geleden zijn lief ten huwelijk vroeg, geknield in de besneeuwde velden van Terlanen in Overijse. De velden waar ik als kind gespeeld, gewandeld en ontdekt heb.


Van bij mijn ouderlijk huis in de Stockemstraat, en later van in de Veeweidestraat, wandelde ik toen naar Terlanenveld en zo naar de Bisdom, om uiteindelijk in de Leegheid uit te komen.
Ik herinner mij nog de felblauwe vlasbloemetjes, het hoge graan, de paddenstoelen in de weiden waar de koeien graasden, de konijntjes af en toe, en de geur van de boerderij van de boer.
Ook het kasteel van de Bisdom, waar mijn grootmoeder nog gediend had, de holle weg, waar je in de lente de wilde meiklokjes kon plukken, het hoge huis van de notaris, van wiens dochter ik ooit een pop kreeg, de tuin van mijn grootvader aan de grot, naast de villa van de oude Lootvoet, die in de Leegheid een brouwerij had en waar mijn aangetrouwde tante Thérèse destijds gediend heeft, en zo mijn nonkel Robert heeft leren kennen, de jongste broer van mijn moeder, die op zijn 70ste nog de bergen in Nepal ging beklimmen.

De Leegheid waar de oudste zus van mijn moeder en haar man, jaren conciërge waren, in de brouwerij werkten, en in het piepkleine, maar oergezellig huisje achter de Ijse woonden, waar ik mijn fiets zette als ik later in de Over ging werken.
Ik herinner mij zoveel, en alle herinneringen die ik toen in mijn eentje als kind beleefde, zijn even mooi. Ik hield en hou van dat dorp, dat jammer genoeg nu een kleine stad geworden is, maar waar er toch genoeg plekken overgebleven zijn die ik als kind bewandeld heb, uren en uren, en meestal alleen, samen met mijn dromen en fantasie.

Vandaag de dag

Vandaag is het Gedichtendag, en daarom vandaag enkel mijn top drie lievelingsgedichten. Ik hou wel van alle drie evenveel! En ze vertellen alle drie iets over wat ik het belangrijkste vind in het leven: Eerlijkheid, Rechtvaardigheid, en Liefde.

Liedje

Lieg alsjeblieft niet tegen me
niet over iets groots niet over iets
anders. Liever hoor ik het
vernietigendste dan dat je liegt
want dat is nog vernietigender.

Lieg niet over liefde
iets dat je voelt of iets dat je
zou willen voelen. Liever word ik
bedroefd dan dat je liegt
want dat is nog bedroevender.

Lieg niet tegen me over gevaar
want ik voel toch je angst
en wat ik gewaar word is waar
of ik ken je niet en dat
is nog gevaarlijker.

Lieg niet tegen me over ziekte
liever kijk ik die diepte in
dan dat ik mij verlies in één
van jouw lieve verzinsels
want daarmee verlies ik me dieper.

Lieg niet tegen me over sterven
want zo lang we er zijn
vind ik dat toegangsloze
niet mededelen wat je denkt
erger en zo veel doder.

JUDITH HERZBERG

Iemand stelt de vraag

Verzet begint niet met grote woorden
maar met kleine daden

zoals storm met zacht geritsel in de tuin
of de kat die de kolder in z´n kop krijgt

zoals brede rivieren
met een kleine bron
verscholen in het woud

zoals een vuurzee
met dezelfde lucifer
die de sigaret aansteekt

zoals liefde met een blik
een aanraking iets dat je opvalt in een stem

jezelf een vraag stellen
daarmee begint verzet

en dan die vraag aan een ander stellen.

REMCO CAMPERT

Voor een dag van morgen

Wanneer ik morgen doodga,
vertel dan aan de bomen
hoeveel ik van je hield.
Vertel het aan de wind,
die in de bomen klimt
of uit de takken valt,
hoeveel ik van je hield.

Vertel het aan een kind
dat jong genoeg is om het te begrijpen.
Vertel het aan een dier,
misschien alleen door het aan te kijken.
Vertel het aan de huizen van steen,
vertel het aan de stad
hoe lief ik je had.


Maar zeg het aan geen mens,
ze zouden je niet geloven.
Ze zouden niet willen geloven dat
alleen maar een man
alleen maar een vrouw
dat een mens een mens zo liefhad
als ik jou.

HANS ANDREUS

Vandaag de dag

Ik chat op Facebook al een paar dagen met een Fransman. Heel knap, een pak jonger en volgens zijn eigen zeggen eerlijk en oprecht. Maar na al wat ik al tegengekomen ben, ben en blijf ik argwanend.
Nu wil hij dat we via Skype verder praten, zodat ik hem kan zien, zodat ik zeker ben dat het weer niet iemand is met een vals profiel. Van zodra ik mijn nieuwe laptop heb, ga ik dat eens uitproberen. Spannend!
Als dit weer een slechte grap blijkt te zijn is het wel de laatste keer, dat ik daar mijn tijd insteek. Het is immers zo dat hij mij gecontacteerd heeft, en ik niet hem. Dus de volgende die mij wat probeert wijs te maken krijgt het deksel op de neus.
Zijn naam is Renaud Bernard  en hij is afkomstig van Rennes in Bretagne, maar woont momenteel in Montreuil. Hij is 56 jaar, 5 jaar weduwnaar, en heeft een dochter van 17 jaar, Sandra. Het zou een garagist zijn die tweedehandswagens verkoopt.

Wat hij schrijft klinkt zinvol, met respect, en beredeneerd. Ofwel kan hij het spel heel  goed spelen, ofwel is hij inderdaad echt van vlees en bloed. Ik geef het nog een kans, maar ben niet van plan om weken met iemand te chatten, om op niets uit te komen. Ik zoek namelijk een partner, en geen tijdverdrijf!

Vandaag de dag

Ze gaan allemaal dood, die zangers van vroeger, en wij worden oud, en zien met lede ogen aan dat de tijd voorbij vliegt. Januari is weer bijna op zijn einde, en dan komen in februari al die vervelende verjaardagen aan, eindelijk begint het de laatste week van januari al.
Misschien luisteren we beter niet naar die liedjes van vroeger, een mens wordt er alleen maar nostalgisch van. Hartverwarmend is het wel dat ook de jongere generatie er nog wat aan heeft.
Brel, Van Uytsel, Piaf, Bob Dylan, Lou Reed, Rod Stewart, Robert Long, Ramses, Ferré…, ze zijn nog allemaal geliefd en ze beroeren nog altijd onze gevoelens. Waarschijnlijk ook omdat de thema’s die ze bezingen tijdloos en universeel zijn.
Voor mij was en is het vooral belangrijk dat een lied een mooie tekst heeft, ik moet er dus ook echt naar kunnen luisteren en hij moet iets overbrengen waar ik persoonlijk iets aan heb en bij voel. Schlagers zijn aan mij niet besteedt! Het mooiste lied over hoe met de tijd alles verandert en voorbijgaat is van Léo Ferré, en inderdaad, Avec le temps…
Geniet er nog van, van de tijd, en liefst zo lang mogelijk!

 

Vandaag de dag

Deze week is het dus, zoals elk jaar de Poëzieweek, met als kers op de taart de laatste donderdag van januari Gedichtendag.
Als ik sommige mensen over literatuur hoor praten, heb ik de indruk dat ze alleen de letters hebben gelezen. Bijvoorbeeld, in lezerskringen waar iedereen het verplichte boek dient te lezen, om het daarna samen te kunnen bespreken en becommentariëren. Vreselijk!
Je verplicht mensen niet om een bepaald boek te lezen, je laat mensen een boek ontdekken. En meestal wordt dat dan een boek dat past in hun verhaal, in hun belevenissen, in hun herinneringen of verlangens.
Gedurende tien jaar heb ik hier in het rusthuis in Hoeilaart Gedichtendag georganiseerd, met en voor de bewoners en samen met het personeel. Ik mocht een serie gedichten kiezen, die ik hen dan eerst allemaal voorlas, en waaruit zij dan het gedicht kozen dat hen het meest aansprak om voor te lezen op Gedichtendag zelf.
Er zaten zowel oude gedichten tussen uit hun kindertijd, als gedichten van hedendaagse dichters. De eerste keer was een uitdaging, en ook het personeel geloofde er niet echt in, maar op den duur keken de rusthuisbewoners er naar uit. En fier dat ze waren, telkens ze “mochten” meedoen!
Literatuur geeft mensen zoveel, maar laat ze het alsjeblieft zelf ontdekken, want net als bij muziek, moet het in ons “kraam” passen, je houdt immers toch ook niet van alles wat op de radio gespeeld wordt.
https://kommaardichter.wordpress.com/portfolio/poezie-herman-de-coninck/

 

Vandaag de dag

Ik kan nog altijd naar de moestuin gaan en verse groenten oogsten, maar nu is het bijna gedaan. De rest van het groen is voor de kippen, want die hebben het niet comfortabel met deze natte winter, en die mogen dus best eens verwend worden.
Als het dinsdag wat beter en warmer weer is, zoals beloofd werd in het weerbericht, ga ik één en ander opkuisen in de groentetuin. Mijn nieuwe moestuinplanner en tevens tuinagenda ligt al klaar, en net als verleden jaar zullen we maand na maand de goeie tips van Wim Lybaert proberen af te werken. Er staan nog een paar frambozenstruiken te wachten om te verplanten, en dat mag nu in januari.

Er kan al wel kalk gestrooid worden, al denk ik niet dat de grond teveel last zal gehad hebben van de afgevallen bladeren die de grond verzuren. Misschien wel van de dennennaalden. Met bemesten ga ik nog wat wachten.
Het terras ligt er ook triestig bij, en daar ga ik deze week  wat proberen aan te doen, zodat de eerste voorjaarsbloemen tot hun recht kunnen komen.
En zo stilaan werken we ons naar de lente toe, al kan het in februari nog heel flink winteren, dus niet te overmoedig worden en de jeukende handjes nog wat laten rusten.

Vandaag de dag

Veel mensen zijn tegenwoordig alleenstaand, veel meer dan vroeger heb ik de indruk. Vooral jonge veertigers, lijkt me.
David is ook al  éénenveertig en gaat pas dit jaar trouwen. Bij hem is het voor de eerste keer, maar veel van die veertigers hebben al twee of meer relaties achter de rug, en houden het daarna voor bekeken. En dan zie je vaak dat ze rond hun vijftigste toch maar weer eens de stap wagen, en dan meestal voorgoed.(Dit kaartje hebben Audrey en David zelf ontworpen. De foto is genomen in Terlanenveld te Overijse, waar hij haar een paar maanden ter voren ten huwelijk had gevraagd.)

Maar wat mij nog meer opvalt aan die veertigers, is dat ze gedurende die tien jaar dat ze alleen door het leven trekken, een tweede puberteit lijken te beleven, en nog alleen maar plezier willen maken, en alleen met zichzelf willen bezig zijn.
Wat zijn die mannen en vrouwen dan tekort gekomen in hun jeugd, of wat hebben zij gemist in hun relaties? Of zijn zij teveel individu of te egoïstisch om te investeren in anderen, in een gezin en eventueel kinderen?
Maar dan zien je uiteindelijk toch wel weer, dat ook die alles-kan-en-alles-mag houding, en de ik-ben-wie-ik-ben mentaliteit, niet de nodige voldoening geeft, en dat ze wel weer wat meer zin aan hun leven willen geven.
Misschien is onze maatschappij ook te veeleisend voor die jonge gezinnen, is de druk te hoog, te weinig tijd voor wat anders dan dat eeuwige “moeten”, ofwel zijn we klaar voor een ander soort relaties, waarin we creatiever en meer zelfbeslissend kunnen zijn, met veel meer keuzemogelijkheden…
Ik hoop in elk geval dat het Audrey en David anders vergaat, en ze die midlifecrisis niet nodig hebben om hun leven en liefde verrassend, creatief en zinvol te houden. De lat niet te hoog leggen voor jezelf en de andere, en van de eerste dag tot de laatste jezelf blijven, lijkt mij de grootste uitdaging in een relatie.
Op hoop van zege dan maar, Audrey en David!(Op de Gentse feesten in 2017)

Vandaag de dag

Ik schrijf hier geen literatuur, en waarschijnlijk staan er ook veel schrijffouten tussen en verkeerde “zinbouwsels”, maar dat is allemaal niet echt belangrijk, al kan ik wel rooie kaken krijgen van een dt-fout. Zolang iedereen begrijpt wat ik schrijf, ben ik al lang content.

Een mens leeft maar één keer, en je ganse leven hetzelfde doen, dan mis je wel erg veel. Dus vandaag heb ik mijn brei- en haakboeken naar de kelder gedaan, en de komende tien jaar, als ik die nog mag beleven, gaan we schrijven.
David is bezig met mijn nieuwe laptop in orde te zetten, en ik leer elke dag nog bij hoe ik mijn blog zelf kan beheren.

Soms voel ik mij zo een heel klein beetje een bescheiden da Vinci, een beetje van alle markten thuis. Ik heb heel veel gelezen, mij verdiept in psychologie en filosofie, geschilderd, zelfs model gestaan, gekantklost (modern), zelfs naar de academie in Leuven hiervoor geweest, ook een jaar kunstgeschiedenis gevolgd, hier thuis creatieve namiddagen georganiseerd voor mensen die graag wat handwerk deden, en ondertussen nog veel vrijwilligerswerk, onder andere in het rusthuis en voor Slachtofferhulp. En nu dan tuinieren en schrijven, gelijk verdeeld over de seizoenen.
Mijn zoon zei gisteren dat ik wel een puber lijk. Een overjaarse dan! Nu mijn puberteit mogen beleven, is een rechtvaardige compensatie voor wat in mijn jeugd niet kon, dus ik geniet ervan zolang ik kan. “Bezige bij”, noemden mijn leraars mij destijds, en blijkbaar is dat zo gebleven.