Niets (of toch weinig) is wat het lijkt op deze wereld, en mensen schijnen zich in honderdduizend bochten te moeten wringen om er voor de buitenwereld toch maar acceptabel voor te komen.
En als we daar nu eens gingen mee stoppen, en klare wijn schenken? Zou dat niet veel gezonder en genietbaarder zijn.
Misschien moeten we ook af van het uitgangspunt dat iets voor eeuwig en altijd is. Vermits elke dag anders is, en zelfs elke minuut van die dag anders is, waar halen we dan de zekerheid vandaan dat iets voor altijd is?
Zouden we onze kinderen niet van jongs af aan meer moeten groot brengen met deze wetenschap of brengen we dan hun veiligheidsgevoel en vertrouwen in het gedrang? Moeten we onze kinderen niet wat meer opvoeden met hen te tonen wat er in de wereld te koop is en was niet, in plaats van hen te verwennen en groot te brengen in een cocon van schijnbare zekerheid?
Ik ben alvast blij, nu ik ouder ben, en de grootste zorgen achter de rug zijn, dat ik door de vele nare en pijnlijke ervaringen tot het besef gekomen ben, dat ik er constant rekening moet mee houden dat iets plots voorbij kan zijn.
“Leg je eieren nooit in één mandje, maar verdeel ze over verschillende mandjes, want als je dan één mandje laat vallen, is niet meteen alles verloren.” Dat is een eenvoudige, zeer wijze raad die ik gedurende mijn leven opgestoken heb, en ook zoveel mogelijk probeer toe te passen.
Onzekerheid is een rode draad die door ieders leven loopt. Het enige wat we met zekerheid weten, is dat we op een dag zullen sterven, en dat dan alles gedaan is.
Dus leef van dag tot dag, doe dat zo aangenaam mogelijk, in je eigen stijl, want uiteindelijk is niets of niemand wat het lijkt, en durf jij tenminste jezelf zijn. En pas vooral goed op je eitjes!
Soms vindt zelfs de dichter de juiste woorden niet…
de lenige liefde (9)
je truitjes en je witte en rode
sjaals en je kousen en je slipjes
(met liefde gemaakt, zei de reclame)
en je brassières (er steekt poëzie in
die dingen, vooral als jij ze draagt) –
ze slingeren rond in dit gedicht
als op je kamer.
kom er maar in, lezer, maak het je
gemakkelijk, struikel niet over de
zinsbouw en over de uitgeschopte schoenen,
gaat u zitten
(intussen zoenen wij even in deze
zin tussen haakjes, zo ziet de lezer
ons niet) hoe vindt u het,
dit is een raam om naar de werkelijkheid
te kijken, alles wat u daar ziet
bestaat. is het niet helemaal
als in een gedicht?
Het onverwachtse van de dag zo onverwacht
In een ogenblik sta ik oog in oog met jou
Een gulle lach zegt ?jij bent het, dat kan niet missen?
Je kraag omhoog tegen de avonds winterkou
Geen moment een gevoel van het onbekende
Het is moeilijk te beschrijven
De avond brengt ons naar de stad
Net voor de laatste trein vraag je of ik wil blijven
De tijd gaat zo snel voorbij die avond
Jij bent leuk denk ik ineens heel zacht
We drinken, dansen en lachen door de tijd
We genieten tot diep in de nacht
De lichten gaan aan, de mensen naar huis
Is de dag in het einde beland
Houdt het hier dan op buiten op een koud pleintje in de stad
Maar dan ineens pak je mijn hand
Van boven glimlachen de sterren op ons neer
Ineens lijkt de nacht niet meer zo koud
We praten de hele weg naar huis
Terwijl je mijn hand in de jouwe houdt
In bed kruip je dicht tegen me aan
Jouw hoofd op mijn schouder je ademt zacht
Je komt wat dichter tegen me aanliggen
Ik bekijk je stiekem in al je pracht
Je wordt weer wakker van je slaap
Dit gevoel had ik nooit verwacht
We zoeken elkaar en vinden elkaar
De eerste kus, teder en zacht
Na een tijdje val je tegen me aan in slaap
Je houdt me stevig vast
Je hoofd ligt te rusten op mijn borst
Gewoon omdat het past
En als ik zeker weet dat je slaapt
Zodat je me zeker niet verstaat
Fluister ik hoe mooi je bent
Terwijl jij slaapdronken tegen me praat
Je bent zo mooi als je slaapt tegen me aan
Ik val in slaap met jou in mijn gedachten
Word wakker terwijl je hand de mijne zoekt
De ochtend moet nog maar even wachten
The poet
…zag jij misschien
…zag jij misschien dat ik naar jou,
dat ik je zag en dat ik zag hoe jij
naar mij te kijken zoals ik naar jou
en dat ik hoe dat heet zo steels,
zo en passant en ook zo zijdelings –
dat ik je net zo lang bekeek tot ik
naar je staarde en dat ik staren bleef.
Ik zag je toen en ik wist in te zien
dat in mijn leven zoveel is gezien
zonder dat ik het ooit eerder zag:
dat kijken zoveel liefs vermag.
Volgens mij moet je de ideale man in Limburg gaan zoeken. Want een Limburger is gevoelig, hartstochtelijk, heeft een licht Calimero gehalte – wat voor empathische vrouwen een hele uitdaging is – is wat wereldvreemd – dus gene gewone – spreekt zacht en zangerig, is eigenzinnig en op en top romantisch. Een echte aanrader dus! https://www.youtube.com/watch?v=obMEasZr5N8
En om het gevoelige, hartstochtelijke, eigenzinnige en romantische van de Limburgse man te illustreren was er destijds toch die jonge ‘Tijl van Limburg’, die ik nooit vergeet.
Zijn echte naam was trouwens Mario Roymans. Een jongeman die net als de sage van “Tijl Uilenspiegel” tot mijn verbeelding sprak.
Mario Roymans (Nerem (België), (14 juli 1950 – 5 januari 1979) werd onder de schuilnaam Tijl van Limburg bekend omdat hij het schilderij De Liefdesbrief van Johannes Vermeer stal. Hij vroeg vervolgens 200 miljoen frank losgeld voor de hongerende kinderen in Oost-Pakistan (het hedendaagse Bangladesh).
De Liefdesbrief van Johannes Vermeer
Op 23 september 1971 ontvreemdde de toen 21-jarige Roymans het doek De Liefdesbrief van Vermeer uit het Paleis voor Schone Kunsten in Brussel. Het doek werd tentoongesteld op een expositie over Hollandse meesters en was in bruikleen van het Rijksmuseum in Amsterdam.
Roymans had zich bij sluitingstijd laten opsluiten in een elektriciteitskast en probeerde ’s nachts het schilderij te stelen. Het schilderij zat echter goed vast aan de muur. Bij een tweede poging besloot hij vervolgens om met een aardappelschilmesje het doek los te snijden uit de lijst. Het doek verborg hij eerst bij hem thuis, om het nadien te begraven in een bos. Toen hij die avond op de kermis was en merkte dat het regende, groef hij het doek weer op en nam het weer mee. Roymans werkte in een café-restaurant, waar hij ook sliep. Op zijn kamer verborg hij het doek onder zijn matras in een kussensloop.
Via de pers eiste hij, onder de schuilnaam ‘Tijl van Limburg’, 200 miljoen Belgische frank losgeld. Dat geld moest gestort worden ten voordele van de vluchtelingen van de burgeroorlog in Oost-Pakistan (het huidige Bangladesh).
Arrestatie
Op 6 oktober 1971 belde Roymans vanuit een tankstation in Hasselt met zijn eisen naar het BRT-radionieuws. Hij werd live doorgeschakeld in het journaal van 13.00 uur waar hij zijn verhaal deed. Op het prikbord van de bibliotheek van Hasselt had hij een envelop achtergelaten met daarin een krantenpapier waarop hij de exacte lijnen van het doek had weergegeven. Deze envelop was bestemd voor een journalist van Le Soir en zou dienen als bewijs.
Het gesprek dat Roymans voerde met de BRT werd gehoord door de uitbater van het benzinestation die de politie verwittigde. Na een achtervolging werd Roymans ingerekend in de koestal van de abdij van Herkenrode. Het doek werd teruggevonden onder de matras in de kamer van Roymans.
Na de arrestatie kreeg ‘Tijl’ de publieke opinie aan zijn kant. Er werden petities opgezet voor zijn vrijlating, en er ontstonden spontane acties ten voordele van de vluchtelingen van Oost-Pakistan.
Roymans werd veroordeeld tot twee jaar cel, waarvan hij zes maanden effectief uitzat in de hulpgevangenis van Leuven. Zijn advocaat was Leo Goovaerts uit Brussel, die later VLD-senator en -penningmeester werd.
Het doek werd volledig hersteld, ook al waren er enkele kunstenaars die vonden dat het niet gerestaureerd moest worden. Het is nu weer te zien in het Rijksmuseum in Amsterdam.
Dood
Na zijn vrijlating trouwde Roymans en kreeg hij een kind, maar zijn huwelijk liep op de klippen en hij kreeg last van zware depressies. Op tweede kerstdag 1978 werd de man, meer dood dan levend, gevonden in zijn auto langs een weg in de buurt van Luik. Tien dagen later, op 5 januari 1979, overleed hij op 29-jarige leeftijd. Volgens de vaststellende geneesheer stierf hij als gevolg van inwendige bloedingen, ook al waren die bloedingen al genezen op het moment van overlijden.
Roymans ligt begraven op het oude kerkhof van Nerem (Tongeren), het negende graf in de elfde rij. (Bron: Wikipedia)
Voor mij was die ‘Tijl van Limburg’ destijds een held, maar ik heb nooit geweten dat zijn leven zo dramatisch was en wat er uiteindelijk van hem geworden is. Maar hij is wel een bewijs dat ik het bij het rechte eind heb, wat de Limburgse man betreft!
Maar waarom vertel ik dat nou? Wel omdat ik dinsdag bezoek krijg (al dan niet met een liefdesbrief?!), en eens benieuwd ben of dat wat ik al wist weer eens bevestigd wordt.
We rationaliseren de liefde. We denken de liefde te begrijpen, we denken te weten hoe we zelf liefhebben en hoe anderen ons liefhebben, en we denken zelfs te weten wie we gaan liefhebben. Toch is dat onzin. Je kan alle voorkeuren die je hebt op een rijtje zetten, maar als je dan gematcht wordt met iemand die daar precies aan voldoet, kan aantrekkingskracht volledig achterwege blijven. We hebben geen controle over van wie we gaan houden. En we weten uiteindelijk niet precies waarom we voor iemand vallen. Wat als er iemand voor je staat wiens naam je nog niet weet, je weet nog niet wat hij doet, hij heeft misschien een buikje wat je niet wilde, en hij is misschien veel te oud, en tóch kan je als een blok voor iemand vallen.
We kunnen ook dwalen over hoe anderen ons liefhebben en de inschatting van hoe anderen ons zien. We kunnen het mishebben.
We hebben voorstellingen van hoe de liefde er uit moet zien, maar het leven kan altijd anders lopen. Als de liefde niet voldoet aan de blauwdruk die we ervan hebben, vinden we de liefde mislukt. Een onvoltooide, onbeleefde liefde is niet minder liefdevol. Misschien zijn we te streng voor de liefde, en is de liefde een onvolmaaktheid. De liefde en de dood zijn breukmomenten in het leven. Er is een voor en een na: een voor van toen hij nog leefde, of nog niet in je leven was. De liefde kan levensveranderend zijn.
Filosoof Alicja Gescinska De lenige liefde (4)
Middenin de vlakte van juli
kwam ik je tegen. Ik woon hier, zei je.
Ik keek naar de bloemen. Ja, dat zie ik,
zei ik, en waar leerde je de kunst
om niet lang te duren? Ook hier, zei je.
Je was lenig; en je woorden waren zo
doorschijnend, ik kon je er helemaal
door zien.
En daar lag ik al in het gras
en wat hield ik in mijn hand?
Een oortje, waarin het lange woord
‘lieveling’ uitgoot, zonder morsen.
Er heeft zich vandaag weer iemand onder de trein gesmeten. Ja, ik zeg het zo, want zo gebeurt het ook daadwerkelijk, je bent zo wanhopig dat je je eigen weggooit! Het is het zoveelste slachtoffer van een maatschappij die sommige mensen geen ander alternatief kan geven.
Vorig jaar in juli was er ook een soortgelijke zelfdoding in Groenendaal. Elke zomer hou ik letterlijk mijn hart vast, er gebeurt altijd wel iets aan die spoorweg. Als het geen spelende kinderen zijn die ongewild onder een trein terecht komen, is het een wanhoopsdaad. Het station van Groenendaal is trouwens een heel onveilig station, door de werken waar maar geen einde aan komt. https://www.nieuwsblad.be/cnt/dmf20140727_01193381?fb_action_ids=10202404049521907&fb_action_types=og.recommends
Het slachtoffer was dit keer in een vijftiger, drie kinderen, een vrouw,…een drama. Iedereen kent iedereen in een dorp, maar op zo’n ogenblikken kan er weinig getroost worden, omdat het allemaal zo onbegrijpelijk. Hierbij heb je werkelijk professionele hulp nodig.Waar zal het dit keer, bij deze man, fout gelopen zijn? Wat was er teveel, of wat was er te weinig? Het kan van alles zijn, we weten het niet, maar zolang één mens zelfmoord pleegt, faalt de maatschappij, dan hebben wij allemaal tekort geschoten.
“Wat erg voor de nabestaanden”, zegt men bij zelfdoding, alsof het slachtoffer zelf dat voor zijn plezier gedaan heeft. Neen, in de eerste plaats is het heel erg voor de radeloze persoon zelf, die dit de enige oplossing vond. Het getuigt van weinig empathie voor het slachtoffer. Je zegt dat toch ook niet als iemand sterft aan kanker.
En wij, wij hebben weer eens gefaald, zoals ik al zei…
Ja, ik geef het toe, ik beken het openlijk:
mijn lichaam was altijd een toren zonder uitkijk.
Ik heb hem steen voor steen in folianten gepend
ik heb mij geplooid naar de tijd en de trend.
De stenen die ik uit de wand verwijderd heb
zijn de woorden waar ik dit gedicht mee schep;
ik kijk naar de wereld waarin gij woont
en al zie ik onscherp en ben ik vreselijk stoned
er is iets dat mij niet ontgaan kan:
mijn toren is gebouwd in mijn eigen toren.
Ik weerhield mijn lijf niet in de groei tot man
maar ik zaag geduldig aan de pijlers die mij schoren.
Het lijkt niet erg duidelijk misschien
mijn keel snoert dicht en mijn tong heb ik gebroken
toen ik spreken leerde. Ik heb niemand ontzien.
Ik ben de wereld, in mij is onstuitbaar de doodsbloem
ontloken.
Laat me nu toch niet alleen
Radeloos en verloren
Sloop die muren om me heen
Help me zo bij jou te komen
Laat me eens je gezel zijn
Wees de gids die mij zal leiden
Want ik ben reeds lang op reis
En zo moe, kom en bevrijd me
Neem me mee naar je land
Vol muziek en vol dromen
Leid me naar je land
Laat me in jouw wolken wonen
Laat me nu nu toch niet alleen
Neem mijn hand en toon me
De weg die leidt naar jou alleen
Help me zo bij jou te komen
Neem me mee naar je land
Vol muziek en vol dromen
Leid me naar je land
Laat me in jouw wolken wonen
Laat me nu toch niet alleen
Radeloos en verloren
Sloop die muren om je heen
Help me zo bij jou te komen
Als mensen muren om zich heen bouwen, zijn er andere mensen nodig om die weer af te breken, door te praten en te luisteren. Geef iemand die zo bang en gekwetst dat hij (of zij) een muur optrekt en zich afsluit van een wereld die hij eventjes niet meer aankan, niet op!
De beste sloophamer om die muur af te breken is empathie en begrip, en als het eventjes kan, heel veel liefde en vriendschap.
Niemand op deze wereld redt het zonder de anderen, er is altijd wel iemand nodig die het licht aansteekt, of er voor zorgt dat er water uit de kraan komt.
En zo is dat ook wanneer we het niet meer zien zitten, ook dan is er iemand nodig die het licht weer aansteekt en er voor zorgt dat onze dorst gelest raakt en iemand die zegt “ik ben er voor jou”.
Je wordt geboren, je staat op
Leert lopen, groeit als kool
Je propt je vol met zoute drop
Dan vijftien jaar naar school
Veel is het niet
Dan naar de universiteit
Daarna een dikke baan
Je krijgt een vrouw, die raak je kwijt
Ze bieden je iets dikkers aan
Veel is het niet
Je komt steeds hogerop
Ze weten wie je bent
Je krijgt een dikke kop
Dan word je impotent
Veel is het niet
Dan word je ziek met een dieet
Je krijgt een afscheidsfeest
Dan ga je dood
En iedereen vergeet dat jij er bent geweest
Veel is het niet
Jeroen van Merwijk
Is dit nu alles, of moet het beste nog komen? Soms, zoals nu ’s nachts en bij volle maan, ben ik bang dat het opeens stopt, maar dat zal wel door die volle maan zijn zeker? Rotmaan!
Maar stoppen zal het uiteindelijk ooit, dit leven, op en voorbij. Daarom, laat mij nu maar, laat mij nu maar mijn gang gaan. Botst het niet dan klinkt het wel!
Als ik dan toch ooit dood moet gaan, dan liefst zo schoon mogelijk, en laat de dood mij alsjeblieft niet vinden als ik er nog niet klaar voor ben.
Als de dood toch ooit moet komen,
nu misschien of ook wat later
dan zal ik hem niet kwaad bekijken
‘k zal ‘m geen verwijten maken, nee
Niet dat ik voor hem niet bang ben,
echt ik heb ook graag te leven,
maar ik heb na al de jaren
z’n komst zowat aanvaard,
Want ook al komt ie soms
gemeen geniepig wreed of onverwacht
is ie soms niet om te dragen, nee.
Want ook al toont hij nooit begrip
en neemt ie onverschillig weg
wat je lief of dierbaar is,
hij is toch eerlijk als geen een.
Want hij kent geen onderscheid,
en jij ook grote vent,
met je opgespaarde geld
en je vervloekte ijdelheid,
ook al heb je nu wat macht
en buigt ieder naar je hand,
voor hem ben je toch gelijk,
hem kan je niet ontkomen.
Als de dood toch ooit moet komen,
Als de dood toch ooit moet komen
en me zegt ”Kom ga nu mee”.
je hebt zo wel genoeg gehad
dan zal ik niet beginnen klagen, nee.
Het doet misschien wel even pijn dan
want het leven biedt zo veel
en het afscheid van je vrinden
valt misschien dan wel wat zwaar.
Toch zal ik hem gewillig volgen
zonder aarzel en heel gedwee
‘k zal ‘m echt geen uitstel vragen, nee.
Of enkel nog een weinig tijd dan,
om nog voor een laatst keer,
de wreedheid weer te zien van hen
die van zichzelf een rechter maakte
‘k zal ‘m vragen voor m’n alles
voor een enkel ogenblik over een of ander land
waar het weer eens oorlog is,
laat me nog eens voor een keer walgen
van die opperbazen die het leven
van zovelen onverschillig zinloos maakten
laat me nog eens een keer braken
op de smerige gezichten van hen die bevelen gaven
laat me nog eens een keer wenen
op al die nutteloze graven
dan zal ik willoos met je komen.
Als de dood toch ooit moet komen,
Maar als ie dan ooit bij me komt
geruisloos stil en onverwacht…
op zo’n goeie warme dag,
waarop het goed is om te leven, nee.
Nee als ie dan ooit bij me komt
op zo’n goeie warme dag
met daar boven ooh de zon
alsof je pas begint leven, nee.
En geef me dan ook duizend woorden,
om m’n liefde uit te zingen,
geef me dan ook duizend handen
om m’n liefde uit te strelen
geef me dan ook duizend uren
om nog even met m’n vrinden
alles wat we samen deelde
voor een keer nog te beleven
of geef me enkel nog wat tijd
om nog eens over haar te praten
om nog zoveel goed te maken . . .
Maar kom me alsjeblief niet halen nee
als ik echt gelukkig ben . . .
Zjef was ook maar 69, net als ik nu. Je hebt er niet veel aan zeggen, nietwaar. Maar net als hij, smeek ik dat hij mij alsjeblief niet komt halen als ik echt gelukkig ben…
Ik heb zitten bladeren in mijn zelfzorg boek, en ik denk dat ik er de komende dagen wat van op mijn blog ga zetten. Mensen hebben er vroeger wat aan gehad, toen ik eruit voorlas en citeerde, en misschien is dat nu ook wel zo voor de lezers van dit blog.
“Je moet over voldoende fantasie beschikken om de werkelijkheid aan te kunnen.” (Johann Wolfgang van Goethe)
Mensen maken keuzes, maar durven die vaak niet uitvoeren, omdat tussen onze bewuste keuze en de uitvoering ervan, we vaak de energie, de moed en de overtuiging missen om onze keuze ook daadwerkelijk uit te voeren.
“Tussen woord en daad staan wetten en praktische bezwaren”, schreef Willem Elsschot. Tussen onze woorden en daden staan we vaak zelf.
Een van de krachtigste hulpmiddelen om over te gaan van denken naar doen is visualisatie. Visualisatie is een verfijnde vorm van dagdromen. Het helpt ons in contact te komen met onze diepste gevoelens, overtuigingen en wensen. Bij visualisatie ga je stap voor stap heen door de situatie die je wilt leren aanpakken.
“Visualiseren” doet denken aan visie, aan zien. De krachtigste beelden zijn namelijk die welke we “zien” en “horen”.
Maar dit keer dus zien met je verbeelding, want onze hersenen beschikken over een enorm sterk wapen, namelijk onze verbeeldingskracht. Deze kracht kan ons droevig, blij, opgewekt, vol energie of nijdig maken. Dus een kracht die we zowel positief als negatief kunnen gebruiken.
Een optimist is iemand die positieve beelden zal weten op te roepen, een pessimist is iemand die steeds weer negatieve beelden oproept. De optimist dagdroomt, de pessimist piekert.
Leer dus weer dagdromen! Onze dromen waarmaken is immers het mooiste wat ons kan overkomen in het leven. Maar dan moeten we die wel eerst hebben!
Men vergelijkt visualisatie wel eens met een levensfilm, een tv-programma, waarin wij zelf de hoofdrol spelen. De eerste stap is dus: droom de droom! Leg contact met je droom, dompel je erin onder, ervaar hem. Misschien is dit al voldoende om de droom op te geven; zo leuk is die nu ook weer niet. Maar als de droom dromen best meevalt, zijn we klaar om hem te realiseren.
Paperback writer, paperback writer.
Dear Sir or Madam, will you read my book?
It took me years to write, will you take a look?
It’s based on a novel by a man named Lear,
And I need a job,
So I want to be a paperback writer,
Paperback writer.
It’s a dirty story of a dirty man,
And his clinging wife doesn’t understand.
His son is working for the Daily Mail
It’s a steady job,
But he wants to be a paperback writer,
Paperback writer.
Paperback writer, paperback writer.
It’s a thousand pages, give or take a few.
I’ll be writing more in a week or two.
I could make it longer if you like the style.
I can change it ‘round,
And I want to be a paperback writer,
Paperback writer.
If you really like it you can have the rights.
It could make a million for you overnight.
If you must return it you can send it here,
But I need a break,
And I want to be a paperback writer,
Paperback writer.
Ze wilden ook boekskes gaan schrijven maar hebben het opgegeven, er is geen geld mee te verdienen, en ze konden blijkbaar veel beter muziek maken.
Elke schrijver wil natuurlijk gelezen worden, maar eigenlijk is dat toch maar bijzaak, en gelezen zal het wel worden, al was het maar door je eigen huisgenoten, in mijn geval mijn katten.
Waarom schrijft een mens dan in hemelsnaam, en waarom heeft de ene die drang om dat te doen, en de andere niet. Wonderlijk toch! Het is een cadeau, zoals alles waar we goed in zijn. Een geschenk voor onszelf, en af en toe ook voor onze medemens, als die er weet van te genieten.
En het is zeker geen kunst, want dan is alles in het leven kunst. Mijn grootvader die kweekte namelijk de uniekste dahlia’s van uren in het rond, en mijn moeder die kon onzichtbaar kousen “stoppen”, zoals niemand haar dat nadeed. Simpele dingen? Voor mij niet hoor, want ik slaag noch in het ene, noch in het andere.
Ieder mens heeft unieke eigenschappen, en alleen zij die dat niet beseffen spreken van kunst als iets elitairs en ongewoons, terwijl het iets algemeen menselijks is.