Herfstdag

Herfstdag – Rainer Maria Rilke

Dit gedicht van Rainer Maria Rilke (1875-1926), een belangrijke lyrische dichter in het Duitse taalgebied, is terecht beroemd geworden door de regels:

Wer jetzt kein Haus hat, baut sich keines mehr.
Wer jetzt allein ist, wird es lange bleiben,

Het gedicht lijkt een beetje op een sonnet, maar is het niet. Het is geen moeilijk gedicht. Het is een korte bespiegeling bij het einde van de zomer en het intreden van de herfst.

Herfstdag

Heer, het is tijd. De zomer kon niet fraaier.
Vlei nu uw schaduw over onze zonnewijzers,
en laat uw winden over alle velden waaien.

Beveel de laatste vruchten mooi te zwellen;
gun ze een paar zwoele, zuidelijke dagen,
dwing hen tot rijping en – ten slotte – jaag
de laatste zoetheid in de zware wijnen.

Wie nu geen huis heeft, bouwt geen woning meer.
Wie nu alleen is, zal het heel lang blijven,
zal waken, lezen, lange brieven schrijven,
zal wandelen in de lanen heen en weer,
terwijl de wind de blaadjes voort zal drijven.

Herbsttag

Herr, es ist Zeit. Der Sommer war sehr groß.
Leg deinen Schatten auf die Sonnenuhren,
und auf den Fluren laß die Winde los.

Befehl den letzten Früchten voll zu sein;
gib ihnen noch zwei südlichere Tage
dränge sie zur Vollendung hin und jage
die letzte Süße in den schweren Wein.

Wer jetzt kein Haus hat, baut sich keines mehr.
Wer jetzt allein ist, wird es lange bleiben,
wird wachen, lesen, lange Briefe schreiben
und wird in den Alleen hin und her
unruhig wandern, wenn die Blätter treiben.

De troost van de verbeelding

Wanneer de wereld
Te schamper is om aan te kunnen,
Maak je dan terug een veilig nest
In het hoogste gras,
Tussen pinksterblauw en botergeel,
Bij het vluchtwegbruggetje
Van het verdronken riet.

En beeld je dan terug in,
Dat je nog onbestaand,
Nooit een voet
Op deze aarde hebt gezet.

En wees dan terug blij,
Dat je de troost van de verbeelding,
Nooit bent kwijt geraakt.

Micheline Baetens – 23 augustus 2017
Dit vind ik één van mijn mooiste gedichten, en ook het meest troostende.
Ik deed het als kind, mij een veilig nest maken in het hoogste gras, tijdens mijn alleenzame tochtjes langs het water. Eraan terugdenken is het weer beleven en getroost worden.

Sebastian

Wat de tekst betekent weet ik nog altijd niet, maar ik vind het pure poëzie, heftig en mysterieus. Onwerelds eigenlijk, alsof iemand uit zichzelf stijgt. Tijdloos ook. Misschien weet de zanger zelf niet eens waar het over gaat, zijn het gevoelens die hem overrompelen, zoals dat soms gaat met gevoelens. Heel erg herkenbaar!

Radiate simply, the candle is burning, so low for me
Generate me limply, can’t seem to place your name, cherie
To rearrange all these thoughts in a moment is suicide
Come to a strange place, we’ll talk over old times we never smile
Somebody called me Sebastian
Somebody called me Sebastian
Work out a rhyme, toss me the time, lay me, you’re mine
And we all know, oh yeah!
Your Persian eyes sparkle; your lips, ruby blue, never speak a sound
And you, oh so gay, with Parisian demands, you can run-around
And your view of society screws up my mind like you’ll never know
Lead me away, come inside, see my mind in kaleidoscope
Somebody called me Sebastian
Somebody called me Sebastian
Mangle my mind, love me sublime, do it in style,
So we all know, oh yeah!
You’re not gonna run, babe, we only just begun, babe, to compromise
Slagged in a Bowery saloon, love’s a story we’ll serialize
Pale angel face; green eye-shadow, the glitter is outasight
No courtesan could begin to decipher your beam of light
Somebody called me Sebastian
Somebody called me Sebastian
Dance on my heart, laugh, swoop and dart, la-di-di-da,
Now we all know you, yeah!

 

 

Houellebecq over Schopenhauer

Houellebecq prijst Schopenhauer: “Geen enkele filosoof is zo aangenaam en opbeurend”

Franse schrijver zingt de lof van Duitse brompotfilosoof Arthur Schopenhauer

De Morgen – 28-08-18 – Dirk Leyman

Arthur Schopenhauer (1788-1860), Duitse filosoof.
In een toegewijd essay over de Duitse filosoof Arthur Schopenhauer prijst Michel Houellebecq een van zijn grote mentors. “Hem lezen vergroot het plezier om op aarde te leven.”

Hoe zou het nog zijn met Michel Houellebecq (°1956)? Ruim drie jaar geleden verscheen zijn geruchtmakende en onheilspellende roman Soumission. Ophef gegarandeerd: in deze politieke fictie wordt Frankrijk in 2022 geleid door een moslimpresident en zwaait de Koran de plak in het dagelijkse leven. Soumission lag in de winkels op 7 januari 2015, precies de dag waarop de redactie van het satirische weekblad Charlie Hebdo in zijn kantoren werd neergekogeld. Michel Houellebecq kreeg vervolgens een jaar lang politiebeveiliging. Provocerende tv-verschijningen waren niet meer aan hem besteed.

De onheilsprofeet met de ongekamde haardos toont zich de laatste jaren opvallend milder over de islam. Eerder zijn het krachteloze Franse politici of de “uitgebluste, verveelde westerling” die het hard te verduren krijgen. “Ik ben de schrijver van de algehele slapte”, zei hij in een gesprek met Der Spiegel. “Hij schrijft, rookt e-sigaretten en heeft geen zin meer in publieke optredens. Hij geniet niet meer van de aandacht”, zo vertelde zijn Nederlandse vertaler Martin de Haan onlangs in Trouw.

Steeds vaker legt Frankrijks beruchtste schrijver zich toe op een flirt met kunst en fotografie. Zo liet hij zich in 2016 opmerken met Rester Vivant, een tentoonstelling in het Parijse Palais de Tokyo. De expo was, zo gaf Houellebecq aan, “een reis naar het binnenste van mijn brein”, waarin hij zijn wereldbeeld in meerdere zalen mocht stofferen.

Weinig opbeurend

Maar kijk, vorig jaar kwam Houellebecq met een lang essay, waarin hij teruggreep naar een van zijn geliefkoosde denkers, Arthur Schopenhauer (1788-1860), dat nu ook in het Nederlands is vertaald. Dat de Duitse aartspessimist met zijn glasheldere, spitse stijl veel invloed heeft uitgeoefend op de weinig opbeurende denkwereld van Houellebecq is geen geheim. Ooit koesterde de Fransman zelfs de ambitie om zijn volledige oeuvre te vertalen en te becommentariëren. In aanwezigheid van Schopenhauer is een spin-off van dat plan. Houellebecq kiest een aantal fragmenten en formuleert er bedenkingen bij, de ene keer hoogdravend, dan weer verrassend concreet. Hij toont zich een zeer deskundig, scherpzinnig lezer. Toch is enige voorkennis aangewezen om dit essay geheel naar waarde te kunnen schatten.

De vonk voor Schopenhauer sloeg over bij Houellebecq toen hij op zijn 25ste in een Parijse buurtbibliotheek de aforistische bundel Bespiegelingen over levenswijsheid (1851) ontleende. “En toen kantelde alles, in een paar minuten tijd”, zo schrijft Houellebecq in In aanwezigheid van Schopenhauer. Het was alsof hij een geestesverwant vond die hij eindelijk het volste vertrouwen kon schenken. “Geen enkele filosoof is bij mijn weten meteen bij eerste lezing zo aangenaam en opbeurend als Arthur Schopenhauer.” Meteen na de ontdekking van doemdenker Schopenhauer zette Houellebecq Friedrich Nietzsche (die hij eerst nog hoog had zitten) bij het oud vuil. Als een bezetene ging hij op zoek naar zijn tweedelige hoofdwerk Die Welt als Wille und Vorstellung (1818 & 1844), dat tijdens Schopenhauers’ leven amper opgemerkt werd.

De Duitse filosoof en grote vijand van Hegel moet ongeveer Houellebecqs evenknie zijn qua intens pessimisme. De denkbeelden van Schopenhauer steken in talloze varianten de kop op in de romans van Houellebecq, vanaf zijn debuut De wereld als markt en strijd tot Mogelijkheid van een eiland. Vooral het basisidee dat leven en lijden bijna onontkoombaar synoniem zijn, is omnipresent.

“De wereld is een zich ontplooiend lijden”, klonk het al in Leven, lijden, schrijven (1991), een rechtstreekse echo van Schopenhauers opvatting dat de wereld in essentie ‘wil’ is, maar het lijden nooit kan wegnemen. “Alle levende wezens worden voortgedreven door gemis – ze lijden”, zo schrijft Martin De Haan in zijn voorwoord (à propos, waar is de inleiding van Agatha Novak-Lechevalier uit de Franse versie heen?). Helaas zijn verlangens gedoemd om eeuwig onbevredigd te blijven. En de mens is “het wezen waarbij het zich het hevigst manifesteert”. Verbaast het dat Houellebecq steeds weer de nietigheid van het individu en onze illusie van vrijheid benadrukt? Is het DNA van een mens niet voor 97 procent gelijk aan dat van een muis? Het is de reden waarom we bij Houellebecq soms op een bijna boeddhistische ascese (zie Mogelijkheid van een eiland) en een zekere compassie stuiten.

Schopenhauer is bij veel Nederlandstalige lezers bekend vanwege het nu wel erg provocerend klinkende verzamelwerkje Er is geen vrouw die deugt (1974), met fragmenten uit zijn aforistische Parerga und Paralipomena (1851). Maar Schopenhauer vastpinnen op zijn snijdende oprispingen over vrouwen is hem grandioos tekortdoen. Zijn vrouwenhaat komt volgens veel biografen voort uit de bijna fysieke afkeer van zijn moeder, de schrijfster Johanna Schopenhauer, “dat monster van Europese beschaving en christelijk-germaanse stompzinnigheid”.

Houellebecq, zelf ook wel eens verdacht van een portie misogynie, gaat het onderwerp hier grotendeels uit de weg. Liever prijst hij, met de woorden van Nietzsche, Schopenhauers “barse, goedmoedige toon die je meteen doet walgen van de schoonschrijvers en de stilisten”. Ja, het feit dat zo iemand heeft geschreven – weliswaar over alle opgehoopte wereldellende – vergroot “werkelijk het plezier om op deze aarde te leven”.

Fatalistische illusieberover

Houellebecq toont in fragmenten over kunstkritiek, zoals ‘het aanschouwen van de wereld’ of ‘het praktische leven’, haarfijn hoezeer Schopenhauer een doortimmerd filosofisch systeem ontwierp, even somber als lucide. Met deze sleutelpassage: “In het algemeen kan men zeggen dat de twee vijanden van het menselijk geluk het verdriet en de verveling zijn. Bovendien kan worden opgemerkt dat wij dichter bij het ene komen naarmate wij erin slagen verder te blijven van het andere, en omgekeerd. Ons leven is dus in feite een meer of minder heftig heen en weer geslingerd worden tussen verdriet en verveling.”

Als fatalistische illusieberover kende Schopenhauer zijn weerga niet, al kreeg hij later concurrentie van de Franse Roemeen Emil Cioran. Maar, betoogt Houellebecq, zijn wereldbeeld is te onwrikbaar, hij ziet in de geschiedenis geen enkele evolutie mogelijk. Daarom heeft hij Schopenhauer stilaan afgezworen.

Eerder neigt Houellebecq nu naar Auguste Comte (1798-1857), rationalistisch wetenschapsfilosoof en godfather van de sociologie, die een utopische ‘religie van de mensheid’ predikte. Volgens Houellebecq gebeurde er na Schopenhauer en Comte – “de tweetaktmotor van zijn denken”, stelt De Haan – niet veel zaaks meer in de filosofie. Om met ambiguïteit, zelfspot en venijn te concluderen: “Het gaat je op de duur de keel uithangen om in een tijdperk van middelmatigen te leven, vooral wanneer je jezelf niet in staat acht om het niveau omhoog te halen. (…) Maar ik weet vrijwel zeker dat ik betere romans zou voortbrengen als het denken om me heen wat rijker was.”
Nu uit bij De Arbeiderspers.

Innerlijke wereld

INNERLIJKE WERELD

Geschreven door Rob Meyer

Verhaaltje over het ‘jezelf zijn’.

Kwam in een film gisteren de volgende uitspraak tegen:
‘Mensen volgen regels, omdat ze bang zijn om zelf beslissingen te nemen!’
Dat vind ik een uiterst inspirerende stelling, die mij rechtstreeks uit het hart is gegrepen.
Laatst in een interview met Madonna:
‘Ik wil geen penseelstreek zijn in andermans schilderij!’
Ad ‘toppop’ Visser in een interview:
‘Je moet niet een ander gaan nadoen. Je moet zelf ontdekken wie je bent. Je kunt natuurlijk van anderen leren, maar tijdens het opgroeien wordt al zoveel verpest!’
Zonder kwaad te spreken over de doden, maar mijn vader heeft in de eerste 10 jaar van mijn jeugd zowat alles gedaan om mij letterlijk en figuurlijk dicht te timmeren.
Mijn moeder was diep ongelukkig in haar huwelijk, dus daar kon ik ook niet terecht met mijn problemen.
Dus, wat over bleef was beschutting zoeken in mijn eigen innerlijke wereld.
Daar kon niemand aankomen.
Dat was MIJN Rijk, daar was ik koning en keizer, the sky was the limit.
Dagen bracht ik door op mijn kamertje en speelde het spel van het kind, met alle figuren en zaken die bij een verinnerlijkte droomwereld horen.
Diep binnen in mijzelf ontdekte ik een wereld die weinig tot geen aansluiting had bij de ‘echte’ wereld. Daar was alleen maar pijn, onzekerheid, angst, strengheid, onbegrip en dichttimmerende hamers, vastgehouden door verbeten knuisten, die mij zouden leren hoe te leven, volgens HUN normen en waarden.
Die buitenwereld was niet de wereld die bij mij paste, en derhalve kreeg ik het label van ‘moeilijk opvoedbaar kind’.
Kwam nog bij dat ik linkshandig bleek waardoor mijn strenge ouderwetse vader mij dwong om rechts te leren schrijven, hetgeen resulteerde in een fiks stotterprobleem.
Iets met hersenhelften.
Door de vele ziektes die ik doormaakte, soms op het randje van leven en dood balancerend,
werd mijn fysiek gekenmerkt door lang, dun en (niet) lekker.
Ik kon me zogezegd verstoppen achter een lantaarnpaal.
Dat alles was dus een lucratieve voedingsbodem voor mijn leeftijdsgenoten om jarenlang tot het uiterste te zijn gepest en verstoten op school, en daarbuiten.
Eenmaal weg bij mijn vader belandde ik in Oosterbeek, waar een soort ‘herstelperiode’ aanbrak. In die bosrijke omgeving, weg bij mijn ‘boze vader’, kwam ik langzaam tot rust.
Ik ontwikkelde een gretige interesse in muziek en literatuur, en vrat boeken over astronomie, astrologie en Science Fiction, allemaal werelden waarbinnen ik mezelf tegenkwam.
Die werelden kon ik slechts met één leeftijdsgenoot delen, zelf ook een ‘randfiguur’.
Dat was een ongelooflijk intelligente jongen waar ik vrijwel alles mee kon delen.
Maar er was ook een jongen waar ik veel mee optrok, die het tegenovergestelde was van mij.
Aan deze knappe en populaire vlotterik trok ik mij op en ondanks de vele pesterijen van hem die ik diende te ondergaan – onze moeders moesten ons geregeld uit elkaar trekken – wilde ik tot zijn ‘gevolg’ kunnen behoren.
Die knaap was heel belangrijk voor mij en heeft in hoge mate deelgehad aan het aanpassingsproces dat zich ontwikkelde in mijn jeugd.
Deze vriendschap duurt tot op de dag van vandaag.
Pas in het derde jaar van mijn middelbare school kwam de kentering.
Een docent, die jaren in een jappenkamp had gezeten ten tijde van de WO II, ontfermde zich over mij en gaf mij de juiste schop onder mijn kont.
Gevolg? Het examenjaar in een scheet doorlopen, met diverse tienen (wiskunde) op eindlijst en het stotteren was weg, ik zat bij de top tien van de groep en de meisjes kwamen op mijn pad.
Ik leek mijn plek in de wereld te hebben gevonden, mede dankzij mijn docent die mij door had.
Toen kwam de verhuizing naar Amsterdam, waar ik echt helemaal de wereld in dook.
Muziek, schilderen, schrijven, alles wat creatief was dronk ik als nectar.
En daar kwamen alle herinneringen uit mijn beginjeugd weer boven: die innerlijke wereld die mij zoveel troost en veiligheid bood in die bedreigende eerste tien jaren van mij leven.
En het was daar dat ik de kunstenaar in mezelf ontdekte.
Die tot op heden altijd de boventoon voert en steeds sterker ruimte inneemt.
Die kunstenaar ben ik, uniek in mijn oorsprong, levensbestemming en einddoel, waar en wanneer dat Pad dan ook mag eindigen.
Ondanks alle dichtmetselende aanpassingsstructuur van vader, bleek dat die innerlijke wereld onvernietigbaar is.
Zaak was nu om die innerlijke wereld te veruiterlijken en vorm te geven in de wereld van alle dag.
Misschien dat sommigen zich kunnen herkennen in dit proces van ‘op weg zijn naar jezelf’.
Want die kunstenaar zit in iedereen.
Misschien niet als schilder, beeldhouwer, auteur, ontwerper.
Maar creativiteit kan op zoveel manieren vorm krijgen, als je maar jezelf bent, en niet ‘een penseelstreek in andermans schilderij’.
Foto: schilderij van mijn vader en moeder. Links mijn vader die mij de mond snoert, groen en hard zoals ik hem ervoer. En rechts mijn moeder, ongelukkig, een timide engel wier vleugels niet klaar waren om te vliegen. Het wanhopige mannetje in die bol ben ikzelf, en wil eruit.

EINDE

Voor meer gratis verhalen, gedichten en columns, meld je aan op mijn FB-pagina:

https://www.facebook.com/groups/377554749281077/

 

Droom wild!

Droom

Ik liep vannacht – van een optocht los-
geraakt – ineens onder een hoog en luchtig
viaduct, jong, naast mij liep een grote
vrij zware jonge man. De pijlers werden bomen
en het beton werd losse grond.
En ogenblikkelijk stonden we stil, zijn mond
boog zich half open neer, ik richtte
mijn gezicht omhoog, de zekerheid
van kussen en omhelzen was er toen
ik wakker werd en is er nog altijd.

M. Vasalis

Bloemen

Als alle mensen eensklaps bloemen waren
zouden zij grote bloemen zijn met lange snorren.
Vermagerde vliegen, dode torren
zouden blijven haken in hun haren.
Tandenstokers, steelsgewijs ontsproten,
zouden zwellen tot gedraaide tafelpoten,
katoenen knoppen zouden openscheuren
tot pluche harten die naar franje geuren,

En op de bergen zouden gipsen zuilen staan
Die gipsen druiven huilen.

Op het water dreven bordkartonnen blaren,
De vlinders vielen uit elkaar tot losse vlerken
En van geur verdorden alle perken
Als alle mensen eensklaps bloemen waren.

Leo Vroman

Verschijning

Terwijl het regent tussen u en mij
is elke afstand bezig te vermind’ren.
Ieder figuur aanschouwt zijn overzij
zonder zich door de stof te laten hind’ren.
En vage sluiers nemen omtrek aan.
Een omgekeerde orde is op handen.
Ik zie uw ogen in de regen branden.
Om mijn gelaat liggen uw natte handen.
Ga niet meer heen. Of laat mij medegaan.

Gerrit Achterberg

Gedichten om de nacht mee in te gaan, vol mystiek, zoals het hoort als de avond valt. Poëzie die betekenis geeft aan onze dromen, die we wellicht anders niet zouden begrijpen.Ik heb onlangs gedroomd dat er een man in een witte overal, met zwarte ogen, en een soort hogedrukreiniger aan mijn bed stond. Moest die dienen om de chaos in mijn hoofd op te ruimen? Misschien wel, zo heb ik die droom in elk geval voor mezelf geïnterpreteerd.

Tijd heelt alle wonden?

Oh, my love, my darling
I’ve hungered for your touch
A long, lonely time
Time goes by so slowly
And time can do so much
Are you still mine?
I need your love
I need your love
God speed your love to me
Lonely rivers flow
To the sea, to the sea
To the open arms of the sea
Lonely rivers sigh
“Wait for me, wait for me”
I’ll be coming home, wait for me
Oh, my love, my darling
I’ve hungered, for your touch
A long, lonely time
Time goes by so slowly
And time can do so much
Are you still mine?
I need your love
I need your love
God speed your love to me

Wat je niet meer
kan aanraken
ben je kwijt.
Voorgoed!

Dit gaat door merg en been!

Maar misschien heelt tijd alle wonden…

Post

Post

De postbode fietst één op de twee huizen voorbij, omdat er geen brief meer bezorgd moet worden. Het doet de ceo van Bpost ervoor pleiten de postrondes af te bouwen, tot grote verontwaardiging van de vakbonden. Vorige week was er dan weer het bericht over de dalende schrijfvaardigheid van de ­hogeschool- en universiteitsstudenten. Dat zou het gevolg zijn van hoe het lager en middelbaar onderwijs hen voorbereiden.
De oplossing voor beide problemen ligt voor de hand. Elke jongere van 7 tot 18 moet wekelijks een brief schrijven. Minimaal één A4, geadresseerde niet bepaald. De vorm mag vrij gekozen worden. Een liefdesbrief, een vraag om informatie, een klachtenbrief, fanmail. Binnen de kortste keren zullen we bij de jeugd een spectaculaire groei van de literaire vaardigheden zien. Het zal resulteren in knetterende polemieken, een hoogbloei van de essayistiek, een betere dienstverlening. Vriendschappen zullen floreren, het aantal scheidingen zal kelderen. Professoren zullen de kwaliteit van de instroom bejubelen. Postbodes zullen rondrijden met zakken barstensvol brieven die ze graag zelf zouden lezen, omdat ze zo boeiend zijn. Bpost zal stijgen op de beurs en massaal nieuwe postbodes aanwerven.
Vaak zijn twee problemen mekaars oplossing.

Wouter Deprez

Bron: De Standaard – 24.08.2018

Dat is poëzie

“Als je poëzie wil bedrijven moet je vooral geen Letteren gaan studeren.”
(David Van Reybrouck)

“De hedendaagse poëzie heeft te weinig hart en handen, en teveel hoofd.”
(David Van Reybrouck)

“Met zo weinig mogelijk zoveel mogelijk zeggen, dat is poëzie.”
(David Van Reybrouck )

David Van Reybrouck is een van de meest veelzijdige auteurs van zijn generatie. Naast zijn gekende werk Congo, schreef hij essays, proza, poëzie en theater.
De kruik

-Voor Agnès-

Jezelf zo schikkend als was ik een bad,
hoofd onder kin, rug langs mijn buik
spoel je aan in zilver en kwik.

Lig nu stil. Langzaam laat ik het water
lopen. De kruik kleedt je uit
in het helderste wit. Je hals van email,
je schouder die schatert van licht.

Sluit je de ogen, je haar wordt een wier.
Vind ik een vorm voor water dat loopt?
Het wuift en wacht, een onweer op zee,
je oogleden blijven gesloten.

David Van Reybrouck

 

Heb mij lief gelijk ik ben

Heb mij lief gelijk ik ben

Ik zou tot al mijn vrienden willen gaan
-Ook wel tot hen, die niet mijn vrienden zijn-
En vragen: Heb mij lief, gelijk ik ben
En stel aan mij geen eischen. Zie, ik kan
Niet onderhoudend praten, niet gevat
Of geestig zijn, en niet vertrouwelijk
Vertellen van mij zelf of van mijn ziel…
Wat zouden we ons vermoeien voor elkaar?

Laat mij maar zwijgend naast u zitten, stil
Verdiept in eigen werk, eigen gedachten.
Of- als gij praten wilt -spreek gij tot mij.
Ik zal wel luistren, als gij vriendelijk
Met lichten kout mij onderhouden wilt,
Wel lachen om de grappen, die ge zegt,
Wel ernstig kijken, als ge hoog, of diep,
Of ijdel praat van al te diepe dingen…

Maar, als ik dan zoo zwijgend zit, en luister
Naar uw gesprek- of naar het klokgetik-
Of ‘k laat de stilte ruischen om ons heen,
-Die ruischt zoo prettig, als de menschen zwijgen-
Als ‘k mij dan blij in uw nabijheid voel,
Dan zou ik willen vragen, en de stilte
-Of ons gesprek -verbreken met mijn vraag:
“Zeg, zijt ge ook blij, dat ik naast u zit?”
Spraakt gij dan “Ja,” dan zei ik zacht: “Ik ook”…

En dat was alles, wat ik weten wou
En al, wat gij van mij behoeft te weten.

Jacqueline van der Waals
In: Nieuwe Verzen, 1909
Nijkerk: Callenbach

De twee laatste zinnen beamen het: als dat eens voldoende kon zijn, en het enige wat mensen van elkaar verlangen, gewoon naast elkaar zitten en blij zijn met elkaar.