NIEUWSJAARSBRIEF

Nieuwjaarsbrief

Gelukkig nieuwjaar, Zoet, en dank je voor het oude.
Mijn jaren duren lang en die van ons zijn kort.
Je kerstboom staat zijn groen nog in het rond te neuriën
Van de bossen ginder, allemaal zijn zij gekomen
Naar de Daenenstraat om ons hier toe te geuren.
Gelukkig nieuwjaar, Zoet, en dank je voor het oude.

Die dag in maart dat jij mij langzaam overkwam
Is ook vandaag mijn zon. Het sneeuwt de kamer onder
Met herinneringen die wij worden, warm en koud
Zijn wij voortaan elkaars geheugen en vergetelheid.
Ook straks gaan wij gearmd en stil dit wit in daar.
Gelukkig nieuwjaar, Zoet, en dank je voor het oude.

Leonard Nolens

Voor al wie in 2018 mijn hartje veroverde… en brak.

FILM: Astrid Lindgren

‘Becoming Astrid’ is een feministisch statement. 
Pernille Fischer Christensen maakte een film over de jonge jaren van Astrid Lindgren
Het tragische geheim van Astrid Lindgren

DE STANDAARD – 18.12.2018 – Jeroen Struys

’s Werelds beroemdste kinderboekenschrijfster torste een beladen geheim. De Zweeds-Deense film ‘Becoming Astrid’ vertelt hoe Astrid Lindgren haar zoon moest afstaan aan een pleeggezin.

Op 21 november 1926 zat een Zweeds meisje van 19 jaar op een ferry van Stockholm naar Kopenhagen. Ze was zwanger van een veel oudere man, die verwikkeld zat in een vechtscheiding. Het Deense Rigshospitalet was het enige ziekenhuis waar ze kon bevallen in het geheim. Haar pasgeboren zoon stond ze af aan een pleeggezin; pas drie jaar later zou ze Lars mee naar huis kunnen nemen. Het eenzame meisje heette toen nog Astrid Ericsson, maar zou later als Astrid Lindgren een van ’s werelds meest geliefde auteurs worden.

De Deense regisseuse Pernille Fischer Christensen maakte er een film over: Becoming Astrid (Unga Astrid). Zij groeide net als Astrid Lindgren op in het bucolische Smaland in Zweden. ‘Astrid Lindgren was als een goeroe bij ons thuis. Het waren meer dan verhaaltjes voor het slapengaan: ik herinner me nog levendige discussies over haar boeken, die gaan over ernstige dingen, zoals leven na de dood.’

Maar zelfs voor haar kwam ­deze biografische periode als een complete verrassing. ‘Op een dag zie ik een foto in een Deense krant van de jonge Astrid met kleine Lasse op de arm. Het onderschrift vermeldde dat ze op een boulevard in Kopenhagen stond, niet ver van waar mijn grootvader ooit een zaak had. Ik geraakte gefascineerd. Wat is het verhaal van deze jongen? Vijf jaar lang heb ik me in research verdiept.’

Te intiem

Niet iedereen is even gelukkig met de film. Lars Lindgren overleed al op 60-jarige leeftijd, zestien jaar voor zijn moeder. Maar er kwam kritiek van Astrid Lindgrens dochter, voor wie ze ooit Pippi Langkous had bedacht. De 84-jarige Karin Nyman stelde dat haar moeder nooit zou hebben goedgekeurd dat er een film werd gemaakt over wat ze altijd privé heeft gehouden. Ze heeft bovendien een punt als ze stelt dat biopics over mannen als Winston Churchill of Björn Borg gaan over hun verwezenlijkingen in plaats van hun intieme leven.

Voor de regisseuse ligt echter in die persoonlijke gebeurtenis de motor van Lindgrens oeuvre besloten. ‘Ze werd geboren als een artiest, maar het is in die tragische periode dat ze schrijfster werd. Zelf zei ze ooit dat ze hoe dan ook schrijfster zou zijn geworden, maar dat ze nooit zo’n beroemde schrijfster zou zijn geworden zonder het voorval met Lasse.’

‘Als je haar boeken leest, herken je een leitmotiv: al die kinderen die gescheiden leven van hun ouders, of het nu gaat om Pippi of de gebroeders Leeuwenhart. Ze had ook een terugkerende nachtmerrie over een kind dat op haar deur aanklopte en uitriep: “Ik heb niemand om mij te helpen”. Het was een heel traumatische ervaring om haar kind achter te laten.’

‘Dat in die periode veel Zweedse vrouwen stiekem kwamen bevallen in Denemarken, is amper bekend in Denemarken. Dat is omdat de geschiedenis van vrouwen te weinig bekend is. Dus ik dacht: laten we daar wat aan doen. Maar de business werkt ­tegen. Er was een financierder die me vlakaf zei dat de film zou floppen omdat hij gaat over moederschap. Wat? Dat is toch net supercommercieel? Ik denk dat er ­weinig onderwerpen universeler en grootser zijn dan moederschap. Er liggen nog zoveel ver­halen voor het rapen.’

Twee maal drie is vier

Een nieuw talent aan de Scandinavische ­horizon: Alba August, dochter van regisseur Bille August (Pelle de veroveraar) en Pernilla August, een van Ingmar Bergmans favoriete actrices. Met ontwapenende eerlijkheid speelt zij de jonge Astrid Lindgren, en hoe die afscheid nam van een idyllische kindertijd toen ze zwanger bleek van haar eerste werkgever. De uitgever van het lokale krantje was verwikkeld in een echtscheiding, en dus ontvluchtte Lindgren het Zweedse platteland richting Stockholm. In haar eentje ging ze stiekem bevallen in Kopen­hagen, om er haar kind af te staan.
Het breekt je hart, en dat is te danken aan regisseuse Pernille Fischer Christensen. De film is een feministisch statement op zich: de schrijfster van Pippi Langkous moest in haar eigen ­leven strijden voor haar ­vrijheid als meisje en vrouw – en betaalde daar een dure prijs voor. Maar in plaats van boodschappen erin te rammen, laat ze het verhaal voor zich spreken. Becoming Astrid is een must voor iedereen die van Pippi Langkous houdt en vooral voor al de rest.

FILM: Becoming Astrid Van: Pernille Fischer Christensen Met: Alba August, Trine Dyrholm

 

The Paradox of our Times

By the Dalai Lama

THE PARADOX OF OUR TIMES

Is that we have taller buildings, but shorter tempers
Wider freeways, but narrower viewpoints
We spend more, but we have less.
We have bigger houses but smaller families;
more conveniences, but less time.
We have more degrees, but less sense;
more knowledge, but less judgement;
more experts, but more problems;
more medicines, but less healthiness.
We’ve been all the way to the moon and back,
but have trouble crossing the street to meet the new neighbour.
We build more computers
to hold more information,
to produce more copies then ever,
but have less communication.
We have become long on quantity,
but short on quality.
These are times of fast foods,
but slow digestion;
Tall men but short character;
Steep profits but shallow relationships.
It’s a time when there is much in the window,
but nothing in the room.

Gedicht voor het mensdom

Gedicht voor het mensdom

Men wordt geboren en krijgt daardoor een naam.
Men doet wat in het leven: spelen eerst met liefde
en bespelen later tot men oud wordt, schuw en eenzaam.

Dan met dikke longen vol stenen, men stikt op de peluw
of ergens in een werelddeel ver van de moedertaal,
Men verdwijnt achter de kiezen van de kannibalen.

Vrienden, mag ik het vertellen? Luister,
wij zullen niet meer sneuvelen als helden.
Wij zullen doodgaan bij gebrek aan vrijheid.

Want zie, hoe vette spinnen slapen in het hart
van rechters en profeten. Zij zuigen bloed en
beroven ons van onze goede vingers en vleugels.

Er komt een tijd dat er geen tijd meer komt.
Vrienden, mocht ik het vertellen? Word niet boos,
want wie gedichten schrijft is stapelgek.
De dichters leven onder water van de liefde.
Ze gokken op de zuurstof van de eeuwigheid.

Paul Snoek

Is mij het eeuwig leven gegund? Zullen mijn gedichten mij overleven? Stilletjes, heel stilletjes, hoop ik dat, tenminste toch een paar, want overdaad schaadt.

Dit is een prachtig gedicht van Paul Snoek, die veel te jong gestorven is, maar zijn gedicht heeft het gehaald!

Dit is realistische poëzie en daar hou ik het meest van. Dichters moeten de realiteit niet mooier of lelijker maken dan ze is, want de realiteit is geen drug, die ons mag verdwazen, maar ons alert moet houden voor alles wat een mens dreigt dom te maken.


Ik ben gelukkig zonder jou

Beste Johan Tijskens, dit is voor jou!

De tekst is van Hanny S. Meijler. De muziek is van Peter Koelewijn.

Het is nu eindelijk een feit
Ik ben je kwijt (2x)
Je knoeit de as van je sigaar
Nu voortaan verder maar bij haar
We gaan ook niet meer samen eten
Ik kan van nu af aan vergeten
Hoe je mij vroeger hebt gekust
Ik heb nu eind´lijk mijn rust

Refr.:
Ik ben gelukkig zonder jou
Nu ik niet meer van je hou
Mijn leven krijgt een nieuwe kans
Ik ontsprong nog net op tijd de dans
Ik ben gelukkig zonder jou
Ik ben gelukkig zonder jou

Geen bon vivant die ´s avonds laat
Naar leugens zoekend voor mij staat
Je lachen en te harde stap
Hoor ik nu niet meer op de trap
Je hoeft niet stiekem meer te fluisteren
En ik niet heel de nacht te luisteren
Het bed is wel wat groot voor mij
Maar zelfs daar ben ik nu vrij

Refr.

Het geeft niet wat jij van mij denkt
Ik zie wel wat de toekomst brengt
Ik kan vergeten wie jij bent
En dat ik jou goed heb gekend
Je kunt je medelijden sparen
Ik heb als voor we samen waren
Het voeteneinde van het bed
Bij de verwarming neergezet

Refr.

 

Nooit meer oorlog? 1918 – 2018…

“Unknown Soldier”

Oh oh oh

Joey is out of school, didn’t fucking ask for much
couldn’t get a job, the marines his last hope
down at the frontline, with a gun not a toy
kill many men, not asking what for

oh oh oh

Joey’s family, the comrades next to him
die one by one, his luck is running out
Joey wrote back home, his parents unemployed
the rich is fucking laughing, profits from the war

oh oh oh

Joey is off to die, for another senseless war
no arms, no legs – his mother cries at home
Joey wears the flag, so proud to fight for us
and for the government, that doesn’t give a fuck

oh oh oh
oh oh oh

Joey is off to die, for another senseless war
no arms, no legs – his mother cries at home
Joey wears the flag, so proud to fight for us
and for the government, that doesn’t give a fuck

Marching to the left, marching to the right
marching on the frontline, what a fucking sight
Marching to the left, marching to the right
marching on the frontline, what a way to die

Joey, Joey, Joey tell me what you see now
Joey, Joey, Joey Please come back home now

Marching to the left, marching to the right
marching on the frontline, what a fucking sight
Marching to the left, marching to the right
marching on the frontline, what a way to die

Wat een verkwisting van levens! En een mens heeft er maar één. Eén kans om lief te hebben en gelukkig te zijn.

Hoe snel het gaat!

Het jaar is bijna terug om, de tijd vliegt en het lijkt of we al die tijd geslapen hebben, zo vlug is het gegaan, en onmerkbaar…

Passe, passe le temps, il n’y en a plus pour très longtemps…

Hoe snel het gaat!

Zo-even was ik nog kind
Schaterlachend in mijn gladde huid
En nu ben ik al een oude kerel
Die verward zijn laatste garen spint
Dommig uit zijn roodomrande ogen kijkt
En niet meer zo goed rechtop gaan kan.

O wat gaat het verval toch snel:
Gisteren rood, vandaag idioot
Overmorgen dood!
Als mijn liefje mij niet belazerd had
En mijn vrouw me niet verlaten
Liep ik nog zingend door de straten
Lag ik nog bloeiend tussen mijn lakens.

Maar als de vrouwen je niet meer lusten
Laat dan, m’n beste, de moed maar zakken
Zuip je klem met whisky en houd je haaks
Dan is het afmars en naar de kelder geblazen!

Hermann Hesse

Filosoferen over de liefde

Martha Nussbaum is volgens mij de hedendaagse filosofe die het meest openstaat voor de psychologie. En sommige kinderen worden blijkbaar wijs geboren, want haar vader was een racist en haar moeder een alcoholiste.
Bijna alles bij Nussbaum draait rond rechtvaardigheid, empathie en ethiek. Ik heb een paar boeken van haar gelezen, en eigenlijk zou elke politicus en ieder mens die het lot van andere mensen voor een stuk in zijn of haar handen heeft, haar boeken moeten lezen en ter harte nemen. Ze zijn niet altijd even toegankelijk, toch voor mij niet, maar wie moeite wil doen kan er veel uithalen en net zoals ik bevestigd worden in het eigen gedachtengoed, en vermits ieder mens kan denken, is ieder mens ook wel een beetje filosoof.
Ze is twee jaar ouder dan ik, en heeft dus de wereld kunnen meemaken zoals ik die meegemaakt heb, of omgekeerd, en zoveel zullen die werelden die verschillen, vermist ook zij een problematische thuis gehad heeft. Vandaar waarschijnlijk ook haar openheid naar de psychologie toe, en bovendien is het een vrouw en die denken toch ook wel altijd wat meer vanuit hun gevoelens. Eén van die gevoelens is de liefde, onmisbaar om het goede en het juiste te doen, volgens Nussbaum.

Boek: Wat liefde weet

Liefde maakt niet blind, maar juist scherpziend
HANS ACHTERHUIS– 21 augustus 1998 – Trouw.nl

De Amerikaanse filosofe en classica Martha Nussbaum is onder Nederlandse collega-wijsgeren goed bekend. Haar eerste boek uit 1986, ‘The fragility of goodness’, wekte al direct grote belangstelling en werd in kleine kring hartstochtelijk omhelsd.

Op zich was dit enigszins vreemd omdat Nussbaum in dit boek de literatuur boven de wijsbegeerte lijkt te stellen. In zorgvuldige analyses laat zij zien hoe Plato, de oervader van de westerse filosofie, in veel van zijn werken de verwarrende dilemma’s en gevoelens van ons leven miskent door ze op te lossen in het bijtend zuur van de rede.

Boven de filosofie lijkt Nussbaum hier te kiezen voor de literatuur. De grote klassieke tragedieschrijvers doen namelijk, zo laat ze zien, wel recht aan de onoplosbare spanningen en de hartverscheurende emoties waar mensen soms mee te maken krijgen.

Nussbaums tweede grote werk, ‘The therapy of desire’ uit 1994 vormt in zekere zin een rehabilitatie van de filosofie. Zij onderzoekt hierin nauwgezet hoe een aantal hellenistische filosofen van rond het begin van onze jaartelling over emoties dacht.

Denkers als Epicurus, Lucretius en Seneca zagen filosofie uitdrukkelijk als ‘geneeskunde van de ziel’, als onderdeel van wat de Franse filosoof Michel Foucault ‘de zorg voor zichzelf’ heeft genoemd.

Deze filosofen functioneerden dan ook als een soort therapeuten die mensen inzicht gaven in het omgaan met emoties. Nussbaum onderstreept de belangrijke inzichten die deze filosofie ook voor ons nog kan opleveren zonder dat zij met de uiteindelijke therapie, die vooral neerkomt op het zoveel mogelijk uitbannen van de emoties, meegaat. Van deze hellenistische denkers leert zij dat emoties een cognitieve functie hebben. Niet alleen rationele inzichten maar ook beleefde emoties verschaffen ons kennis van de werkelijkheid.

Buiten de al genoemde eng filosofische kringen was Nussbaum in ons land tot nog toe nauwelijks bekend. Daar zal ongetwijfeld verandering in komen nu er onlangs een vertaalde bloemlezing uit haar werk verschenen is. ‘Wat liefde weet’, met als ondertitel ‘Emoties en morele oordelen’, is een uitstekende gelegenheid om met één van de belangrijkste hedendaagse filosofen kennis te maken.

Mogen de genoemde dikke Engelse pillen op de modale lezer afschrikwekkend werken, dan verschaft ‘Wat liefde weet’ hem hierin toch enig inzicht. Uit beide boeken is namelijk een hoofdstuk vertaald. Uit haar eersteling stamt een fascinerende beschouwing over de Phaedrus van Plato. Nussbaum laat hierin zien dat deze filosoof in dit latere werk impliciet de rationalistische dogma’s uit zijn jeugd verwerpt. En de interpretatie van Seneca’s tragedie ‘Medea’, die uit ‘The therapy of desire’ afkomstig is, toont aan dat deze Romeinse wijsgeer zijn eigen filosofie deels verlaat als hij zich als literator in een concreet personage inleeft.

Het derde opstel dat deze bundel zijn titel geeft, stamt uit een verzameling artikelen van Nussbaum. Het vergelijkt twee literaire verhalen, van Marcel Proust en Ann Beattie, waarin liefde niet zoals het spreekwoord zegt, blind maar juist scherpziend maakt.

De toegang tot het vaak niet al te gemakkelijke werk van Nussbaum wordt vergemakkelijkt door de heldere inleiding van Marianne Boenink. Een interview met Nussbaum biedt Boenink als slot onder andere de mogelijkheid om op haar meest recente inzichten in te gaan.

In dit interview verheldert Nussbaum haar standpunt over de relatie tussen filosofie en literatuur. Literatuur kan mensen vooral gevoelig maken voor de uniciteit van situaties en relaties. Zij maakt zichtbaar dat er geen universele rationele recepten te bedenken zijn die simpel altijd en overal kunnen worden toegepast. Filosofen kunnen echter wel degelijk hiernaast hun eigen bijdrage in het denken over emoties hebben. Wat zij op grond van hun opleiding vooral “te bieden hebben, is een langdurige, rigoureuze reflectie”.

Nussbaum zelf neemt als filosofe haar uitgangspunt voor reflectie meestal in de literatuur, maar dit kan ook in het dagelijks leven liggen. Hierbij stuurt ze als filosofe zorgvuldig tussen de rationalistische en de emotionele klippen door. Enerzijds zet zij zich af tegen het veelgehoorde adagium dat je altijd je gevoel moet volgen. Je moet je gevoelens onderkennen, onderzoeken en pas dan er vanuit handelen. Anderzijds verwerpt zij de beperkte technische rede die gevoelens als kennisinstrument van geen belang acht. Ook gevoelens leren ons onze plaats in de wereld kennen.

Nussbaums werk kan des te meer genoten worden als de lezer er de literaire of filosofische teksten die zij becommentarieert, naast legt. Mij speelde bijvoorbeeld parten dat ik het verhaal van Ann Beattie dat Nussbaum gebruikt, niet kende. Ook zonder deze kennis blijft haar werk genoeg aansprekend. Als om het belang van de benadering uit Nussbaums tweede grote werk te onderstrepen, is onlangs ‘De weg naar wijsheid’ van Seneca verschenen. Het is een selectie van diens teksten die in de fraai uitgevoerde Sapientia-reeks van uitgeverij Sun zijn verschenen. Deze korte teksten mogen met recht therapeutisch worden genoemd. Niet alleen bij de Romeinse, ook bij de hedendaagse lezer kunnen zij ongetwijfeld tot het soort zelfinzicht leiden dat ieder mens volgens de grote Romeinse denker moest nastreven.

Boek: Politieke emoties

Martha Nussbaum
Marc Hooghe – Gewoon hoogleraar politieke wetenschappen, KULeuven

Op 13 december geeft Martha Nussbaum in het Kunstencentrum Vooruit, Gent, een lezing over haar nieuwste boek Politieke emoties. Waarom een rechtvaardige samenleving niet zonder liefde kan (Ambo, 2014). Daarin houdt ze een warm pleidooi voor meer empathie in het politieke denken. Als politiek filosofe onderzoekt ze in hoeverre empathie een basis kan vormen voor de moderne verzorgingsstaat. Een boodschap die ook aanslaat in ons land.

De welvaartsstaat kan enkel overleven dankzij een behoorlijke dosis solidariteit. De rijkste groepen in de samenleving weten dat ze nooit het geld dat ze investeren in het systeem, zullen terugzien. De fundamentele vraag is dan waarom dit systeem van herverdeling toch kan blijven bestaan. Een eenvoudig antwoorden is dat de staat nu eenmaal op een dwingende manier inkomens en winsten afroomt door een progressief belastingsysteem. Solidariteit kan ook het gevolg zijn van een rationele afweging: een samenleving zal stabieler zijn en meer harmonieus functioneren als de maatschappelijke ongelijkheid beperkt blijft. De meeste filosofen die in een Kantiaanse traditie werken, gaan uit van een vergelijkbaar rationeel inzicht. We beseffen allemaal dat het moreel verkeerd is een persoon van armoede te laten sterven, en daarom investeren we in sociale zekerheid.

MEER DAN REDE ALLEEN

De Amerikaanse filosofe Martha Nussbaum stelt in haar jongste boek Politieke emoties dat dergelijke rationele overwegingen te zwak zijn om een solidaire samenleving op te grondvesten. Verbondenheid of empathie is voor haar een essentiële voorwaarde om ervoor te zorgen dat mensen bereid zijn te investeren in een gemeenschap. Net zoals in haar vorige werk pleit Nussbaum daarmee voor een opwaardering van de emoties: met louter rationele inzichten komen we er volgens haar niet. De droom van Kant is altijd geweest dat we door rationeel inzicht een meer rechtvaardige en vredevolle samenleving zullen bereiken. De rode draad in het werk van Nussbaum is dat ze zich verzet tegen deze eenzijdige cognitieve benadering van moraliteit. In haar meest bekende boek Wat liefde weet (Nederlandse vertaling, 1998) paste ze dat inzicht toe op onze manier om betrouwbare kennis te verzamelen. Wetenschap mag voor haar niet alleen bestaan uit een kille, afstandelijke observatie, maar het is juist onze gevoelsmatige band die er voor zorgt dat we mensen en dingen ook echt kunnen begrijpen. Door liefde en een positieve betrokkenheid komen we tot waarachtige kennis.

In Politieke emoties trekt Nussbaum die lijn consequent door. Een rechtvaardige samenleving kan volgens haar onmogelijk tot stand komen louter op basis van strenge logische regels, zoals we die in het werk van Immanuel Kant of John Rawls vinden. De essentie van een rechtvaardige samenleving berust op een gevoel van verbondenheid en van mededogen met wie het moeilijk heeft. Liefde is met andere woorden belangrijk: een economisch of sociaal beleid moet ook durven uitgaan van het feit dat we als mens meevoelen met wie het moeilijk heeft.

Het moet worden gezegd dat de theorie van Nussbaum bijzonder relevant wordt in de huidige Europese context van harde bezuinigingen. Die bezuinigingspolitiek wordt vooral gevoerd op basis van louter economische argumenten: hoeveel procent van het nationaal inkomen moet er getransfereerd worden van gezinnen naar bedrijven? Het emotionele discours wordt daarbij geschuwd, omdat dit in veel gevallen te soft klinkt. Maar in werkelijkheid is het volgens Nussbaum belangrijk dat we meevoelen met iemand die zijn of haar job verliest, die medische zorgen uitstelt bij gebrek aan financiële middelen, of die geen enkel toekomstperspectief meer heeft. Het is juist dat elementaire besef van mede-menselijkheid dat het verschil kan maken tussen een kille bezuinigingspolitiek of de keuze voor een solidaire samenleving. Die keuze mag volgens haar niet alleen berusten op rationele economische argumenten.

VERBONDENHEID

Martha Nussbaum is natuurlijk niet de eerste auteur die kiest voor een dergelijke benadering. Ze verwijst uitvoerig naar het werk van Jean-Jacques Rousseau, die al pleitte voor een vorm van ‘burgerlijke religie’. Hij bedoelde daarmee dat de moderne samenleving niet alleen een zaak kan zijn van abstracte principes en anonieme regeltjes. We moeten van de samenleving ook een moderne ‘religie’ kunnen maken. Een van de belangrijkste functies van godsdiensten is altijd geweest dat ze zorgen voor een sterke verbondenheid van mensen met een groep. Die groep overstijgt dan zelfs het individu, en juist daardoor zijn mensen geneigd hun eigen belang opzij te schuiven voor het ‘hogere’ belang van andere groepsleden. In het verleden waren dit soort religies altijd gebaseerd op een godsgeloof, maar het is volgens Nussbaum belangrijk om ook in de huidige geseculariseerde tijden die verbondenheid nog altijd te cultiveren.

De ‘burgerlijke religie’ heeft dus niets meer met godsdienst te maken, maar er blijft wel het besef dat we onlosmakelijk verbonden zijn met een groter geheel. Liefde, of je zou in niet-geseculariseerde termen haast zeggen ‘naastenliefde’, blijft hiervoor onmisbaar.

Nussbaum bouwt verder op het werk van Rousseau met haar stelling dat die burgerlijke religie, of het gevoel van groepsverbondenheid, er niet vanzelf zal komen. Net zoals bij alle andere religies is er nood aan rituelen en instellingen die er voor zorgen dat we telkens opnieuw aan de ‘juiste’ emoties worden herinnerd. De bereidheid mee te investeren in een collectief project komt er immers nooit vanzelf. Een groot gedeelte van het boek gaat dan ook over vooral Amerikaanse rituelen van groepsvorming. Daar kijken wij als Europeanen altijd een beetje verwonderd naar. Is het samen groeten van de vlag nu echt zo’n mooi en na te volgen symbool van verbondenheid? Afgaande op de resultaten van dit soort Amerikaanse toestanden krijg je niet de indruk dat zo’n collectieve rituelen er toe leidt dat de Amerikanen bereid zijn hun arme landgenoten structureel te helpen.

Voor een stuk heeft Nussbaum natuurlijk wel gelijk. Omdat we een hekel hebben aan overdreven sentimentaliteit en grote symboliek houden we het in Europa vaak bij een steriel en afstandelijk discours over rechten en plichten. Diegenen die de sociale verzorgingsstaat willen verdedigen, doen dat meestal aan de hand van een lange verzameling tabellen en grafieken. Maar is dat voldoende om een maatschappelijk draagvlak voor herverdeling te verdedigen? Daar kunnen we allicht wel iets leren van het Amerikaanse debat over de betaalbaarheid van gezondheidszorg. In de Verenigde Staten werd vaak onbeschroomd geschermd met zeer emotionele voorbeelden. Wat te denken van een ‘normaal’ gezin met een laag inkomen, en zonder ziekteverzekering, waarvan de moeder bedlegerig blijft omdat ze geen 3000 dollar kan betalen voor een routine-ingreep die haar weer op de been zou brengen? Met dat soort heel eenvoudige, maar pakkende voorbeelden, heeft president Obama geprobeerd steun te verwerven voor zijn hervorming van het systeem voor gezondheidszorg. In Europa doen we dat niet: we houden het bij cijfers en overzichten, zodat het allemaal heel rationeel blijft.

Maar de gevolgen van armoede en uitsluiting zijn heel tastbaar. Het gaat om gezinnen die nauwelijks of niet kunnen rondkomen, en die hun kinderen niet meer op een normale manier naar school kunnen sturen. Als we Nussbaum volgen, dan moeten we onbeschroomd dat soort emotionele voorbeelden uitspelen om de solidariteit van de moderne verzorgingsstaat te rechtvaardigen. Emotie is volgens haar een uiterst belangrijke bron van intermenselijke solidariteit.

ZIJN EMOTIES BETROUWBAAR?

Daarmee zitten we echter meteen bij een zwak punt van haar redenering. In Europa hebben we vooral geopteerd voor een moreel-neutrale omgang met solidariteit. We hebben het geheel in regels en instellingen gegoten, en er wordt geen moreel appel meer gedaan aan de modale burger. De solidariteit is institutioneel en anoniem geworden. Een dergelijk systeem heeft ook zijn limieten. Er zijn steeds minder groepen en organisaties die actief opkomen voor de versterking van deze solidariteit. Maar tegelijk voorkomt die institutionalisering ook willekeur, en die overweging ontbreekt grotendeels in het werk van Nussbaum. Ze gaat er van uit dat verbondenheid en liefde algemene gevoelens zijn, die zich tot iedereen binnen de groep uitstrekken. Maar dat klopt natuurlijk niet. De hardwerkende alleenstaande moeder, die haar kind niet meer naar de universiteit kan sturen, is een voorbeeld dat aanspreekt, en het is relatief gemakkelijk in dit geval empathie aan de dag te leggen. In dat soort gevallen komen emoties los, en kan er sprake zijn van een sterke vorm van solidariteit. Maar stel nu dat een dronken chauffeur een verkeersongeval veroorzaakt, en daardoor zelf gehandicapt blijft. Als we het enkel van emoties laten afhangen, dan is de kans groot dat veel mensen weinig medelijden zullen hebben met deze chauffeur, die het ‘zelf gezocht heeft’.

Uit onderzoek weten we ook dat er veel meer bereidheid is tot solidariteit met mensen die op ons lijken, dan met mensen die bijvoorbeeld een andere etnische afkomst hebben. Emoties zijn bijna per definitie ‘partijdig’, en het is heel moeilijk dit te verzoenen met de objectieve toepassing van rechtsregels. Emoties kunnen bovendien uiterst gemakkelijk gemanipuleerd worden en zijn niet altijd een even betrouwbaar moreel kompas bij het nemen van beslissingen. Een mooi voorbeeld daarvan is de manier waarop een goed georkestreerde reportage van de openbare omroep onlangs veel sympathie wist op te wekken voor een veroordeelde moordenaar, terwijl de familie van het 19-jarige meisje dat hij vermoordde, gewoon niet aan bod kwam. In andere gevallen zullen de media enkel aandacht hebben voor het slachtoffer, en is er juist geen enkele opdracht voor de dader. Als je emoties als enige grondslag neemt voor een sociaal beleid, riskeer je voortdurend op dat soort toestanden te botsen, waarbij je een onderscheid maakt tussen ‘goeden’ (die dan geholpen worden) en ‘slechten’ (die dan blijkbaar aan hun lot mogen worden overgelaten).

Er zijn dus wel ernstige vragen te stellen bij het pleidooi van Nussbaum om emoties een grotere rol te laten spelen in de politiek. Emoties zijn per definitie weinig stabiel en vormen daardoor een wankele basis om een structureel systeem van herverdeling mogelijk te maken. Toch merken we dat haar boek bijzonder succesvol is, ook binnen een Europese context. Daar zijn twee redenen voor.

SUCCES NUSSBAUM

Ten eerste lezen haar boeken altijd bijzonder vlot, door de manier waarop ze abstracte filosofische concepten weet te illustreren door mooi uitgewerkte literaire en muzikale voorbeelden. Het is best knap om te lezen hoe je vanuit een analyse op Mozarts Le Nozze di Figaro kunt komen tot een duidelijke visie op gelijkheid en solidariteit. Tegelijk blijft hier natuurlijk de kritiek gelden die ook werd geformuleerd op haar vorige boeken: Nussbaum is soms zo enthousiast over haar literaire analyse dat het filosofische argument wat ondergesneeuwd raakt.

De tweede reden voor haar succes is dat ze een bijzonder reëel probleem aankaart. In zowat alle Europese landen merken we dat het huidige model van herverdeling en solidariteit onder druk staat en niet langer beschouwd wordt als een groot wervend project. De louter rationale overwegingen waar Kant voor pleitte, zijn duidelijk niet langer voldoende als basis voor de legitimiteit van de verzorgingsstaat. Het meenemen van andere legitimiteitsgronden, zoals emotie en empathie, is dus geen overbodige luxe. Het grotere verhaal van de verzorgingsstaat is er een van solidariteit en mededogen en het willen vermijden dat onze medeburgers in onmenselijke omstandigheden moeten leven. Het kan geen kwaad af en toe ook aan deze basisvoorwaarde te herinneren.

Bron: Samenleving & Politiek, Jaargang 21, 2014, nr. 9 (november), pagina 51 tot 55
Nussbaum Martha figuur in de kijker
Samenleving & Politiek is een uitgave van Stichting Gerrit Kreveld


Nog een kopje koffie?

Laat ons wat vaker samen koffie drinken, een gezellige babbel doen, onze dromen vertellen aan elkaar, en lachen om de grootste onzin.

One More Cup Of Coffee

Your breath is sweet
Your eyes are like two jewels in the sky
Your back is straight, your hair is smooth
On the pillow where you lie
But I don’t sense affection
No gratitude or love
Your loyalty is not to me
But to the stars above

One more cup of coffee for the road
One more cup of coffee ‘fore I go
To the valley below

Your daddy he’s an outlaw
And a wanderer by trade
He’ll teach you how to pick and choose
And how to throw the blade
He oversees his kingdom
So no stranger does intrude
His voice it trembles as he calls out
For another plate of food

One more cup of coffee for the road
One more cup of coffee ‘fore I go
To the valley below

Your sister sees the future
Like your mama and yourself
You’ve never learned to read or write
There’s no books upon your shelf
And your pleasure knows no limits
Your voice is like a meadowlark
But your heart is like an ocean
Mysterious and dark

One more cup of coffee for the road
One more cup of coffee ‘fore I go
To the valley below

Bob Dylan