Een laatste foto…

Vandaag alvast de verjaardag gevierd van Audrey. Ze verjaart wel op 14 september, een dag voor den trouw, en dus zal er dan geen tijd zijn om er veel aandacht aan te besteden.

Die dag gaat ze namelijk, geholpen door haar vriendinnen, de zaal van Den Tram In Overijse klaar zetten voor de grote dag.

Voor de rest heb ik hen aangeraden van deze week het rustig aan te doen, op tijd te gaan slapen en gezond te eten en te drinken, zodat ze in topvorm zijn voor het weekend.

Ik heb ook nog vlug een laatste foto genomen als ongehuwd paar, en we hebben samen een gezellige avond doorgebracht.

Zwanger?

‘Wil je zwanger worden? Leef dan gezond’

De Standaard – 09.09.2018 – Veerle Beel

Als zwanger worden niet vanzelf gaat, denken veel koppels dat alleen ivf nog kan helpen. Klopt niet, zegt kinderwensconsulente Greetje Van den Eede. ‘We zijn veel vruchtbaarder dan we denken.’ Professor Petra De Sutter (UGent), fertiliteitsexperte, gaat akkoord: ‘Levensstijl en gezonde voeding spelen een grote rol.’

Met een week verschil publiceren ze allebei een boek over zwanger worden. Ze hebben elkaar niet eerder ontmoet. Greetje Van den Eede (57) heeft een praktijk als complementair gezondheidsbegeleidster, waarin ze vrouwen ontvangt die door de medische wereld ‘onverklaarbaar onvruchtbaar’ zijn benoemd. Ze werkte vijf jaar aan het boek Vruchtbaarder dan je denkt, dat ze in eigen beheer heeft uitgegeven. Ze noemt het ‘een gids voor iedereen die zwanger wil worden’.

Petra De Sutter (55) is in binnen- en buitenland gereputeerd als fertiliteitsexperte en is hoofd van de afdeling Reproductieve Geneeskunde aan het UZ Gent. Ze is ook senator voor Groen. Haar boek Zwanger worden verschijnt volgende week bij Lannoo. Eerder sprak ze zich al uit voor meer geduld bij een onvervulde kinderwens: ‘Natuurlijk zwanger worden kan zeker een jaar duren.’

Langer zelfs, weet Van den Eede uit eigen ervaring: ‘Wij hebben anderhalf jaar op ons eerste kind moeten wachten. Ik was 23, dus dat was uitzonderlijk. Ik heb ook elke maand die ontgoocheling gevoeld, maar wij namen onze tijd. Vandaag hebben mensen niet zoveel geduld meer.’

De Sutter haalt er de cijfers bij: ‘85 procent van de jonge vrouwen is na een jaar proberen zwanger. Na nog eens een jaar proberen is de helft van de anderen ook zwanger. Als we in dat tweede jaar ivf aanbieden, en al die onderzoeken doen en technieken inzetten, zouden we dus eigenlijk beter moeten doen dan 50 procent. Daar slagen we niet in.’

Wat is het slaagcijfer voor ivf wel?

De Sutter: ‘Ik kan u de cijfers geven voor onze universiteit. Als we een goed embryo hebben, zal dat bij 53 procent van de vrouwen onder de 35 jaar tot innesteling leiden. Een deel ervan zal uitmonden in een miskraam. Zo komen we uit op 40 procent geboortes.’

Van den Eede: ‘Een misleidend cijfer, want dat is niet gerekend vanaf de aanmelding voor ivf.’

De Sutter: ‘Klopt. Er zijn koppels bij wie we ondanks een fertiliteitsbehandeling niet tot een embryo zullen komen. Of tot een minder kwaliteitsvol embryo, met minder kans op innesteling.’

Van den Eede: ‘Naar mijn aanvoelen wordt dit te weinig verteld. Het ivf-verhaal wordt te veel gepresenteerd als fantastisch. Daardoor schat men de kansen op succes hoger in dan ze zijn.’

De Sutter: ‘Ik kan dat alleen maar bevestigen. Vanmorgen nog zat er een vrouw van 43 jaar bij mij die veel hoop koesterde. Ze kwam uit Nederland, waar ze uitbehandeld is. Ik krijg al jaren veel Nederlandse stellen over de vloer, omdat ze daar geen millimeter afwijken van hun strenge protocol. Na maximale stimulatie heeft deze vrouw telkens maar een of hooguit twee eicellen. Ik heb haar dus gezegd dat ik haar kans op succes op amper 2 à 3 procent schat.’

Gaat u er dan toch mee door?

De Sutter: ‘Veel van mijn werk bestaat erin vrouwen en koppels aan te moedigen om los te laten. Ik wijs hen erop dat het niet zinvol is om 5.000 euro te betalen voor een kans van amper 2 of 3 procent. Ivf is echt niet dé oplossing voor oudere vrouwen, want met oudere eicellen heeft de techniek veel minder succes. Een deel van mijn patiënten komt hier om dat uit mijn mond te horen. Ik ben het eindstation. Ze willen alles geprobeerd hebben.’

Van den Eede: ‘Terwijl ook vrouwen die door artsen uitbehandeld worden verklaard, nog een kans hebben om spontaan zwanger te geraken. Wij hebben in onze praktijk een vrouw van 40 behandeld. Een fertiliteitsarts van het UZ Brussel had haar eerlijk verteld dat haar kans op een natuurlijke zwangerschap op haar leeftijd groter was dan met ivf. En inderdaad, ze is nu 43 en moeder van een peuter van anderhalf.’

De Sutter: ‘Dat lukt niet altijd. Soms is men onvruchtbaar vanwege een medisch probleem. Maar het klopt dat heel wat vrouwen onverklaarbaar onvruchtbaar zijn. Vandaar dat sommige spontaan zwanger raken tussen twee ivf-pogingen in. Onvruchtbaar is een slechte term. De kans op een kind is haast nooit nul.’

Denkt u dat het klopt, dat alternatieve behandelingen de vruchtbaarheid kunnen verhogen?

De Sutter: ‘Dat hangt ervan af wat Greetje bedoelt. Ik heb haar boek nog niet gelezen. Maar ik heb in mijn praktijk al rare dingen gezien waar ik geen verklaring voor heb. Ik denk nu aan vrouwen die bij een eerste consult maar een beperkte voorraad eicellen bleken te hebben, en enkele maanden later een heel ander beeld lieten optekenen – en omgekeerd. Levensstijl heeft een niet te onderschatten invloed.’

Van den Eede: ‘Wij hebben recentelijk een vrouw geholpen die geen cyclus meer had vanwege een medisch probleem. We geven voedingsadvies, werken aan de hormonale balans. We sturen haar naar een dokter voor een bloedanalyse, om na te gaan of er voedingstekorten zijn. Ik doe voetreflexologie en ga ondertussen met de vrouw in gesprek. Ik voelde dat er van alles vast zat en heb haar ook naar een acupuncturiste gestuurd. Drie maanden later had ze opnieuw een cyclus.’

De Sutter: ‘Ik zeg u eerlijk: ik begrijp dat niet.’

Van den Eede: ‘Haar gynaecologe begrijpt het ook niet. Ze heeft ons gebeld en gevraagd of we eens willen gaan uitleggen wat we precies gedaan hebben. Ik vind dat fantastisch.’

De Sutter: ‘Kijk, er zijn allerlei complementaire behandelingen mogelijk – ik gebruik liever het woord complementair dan alternatief – maar als wetenschapper aan het UZ Gent ga ik die niet actief promoten. Ik kan dat niet doen. Voor mij moet alles zoveel mogelijk evidence-based zijn, en dat is met complementaire geneeskunde vaak een probleem.’

‘Ik ga mijn patiënten ook niet adviseren om allerlei supplementen te slikken. Dat moet alleen als er aanwijsbare tekorten zijn, bijvoorbeeld een tekort aan vitamine B12 of vitamine D, waarvan we weten dat het de vruchtbaarheid kan beïnvloeden. In alle andere gevallen is het alsof je met een paraplu rondloopt terwijl de zon schijnt: je wordt er niet droger van dan zonder paraplu. Evenwichtig en gezond eten is het belangrijkste.’

Ziedaar een overeenkomst: u bent het eens over het belang van gezonde voeding.

Van den Eede: ‘Van biologische groenten en fruit! Zwangere vrouwen en vrouwen die zwanger willen worden, moeten absoluut pesticiden vermijden.’

De Sutter: ‘Helemaal mee eens! Ik ben daar al 20 jaar mee bezig. Het is ook de reden waarom ik in de politiek ben gegaan. Rachel Carson schreef in de jaren zestig in haar boek Silent spring al dat we onze planeet aan het vergiftigen waren. Toen was dat nog vrij onbekend terrein. Nu zijn er in de fertiliteitswetenschap al 1.200 studies die het effect van bisfenol A, een plasticverharder, op de vruchtbaarheid aantonen. Mijd dus plastic en kant-en-klare voeding die in folie verpakt is.’

‘Ik zeg ook aan mijn patiënten: begin met biogroenten en -fruit te kopen. Op een gewone tomaat uit de supermarkt zitten 12 soorten pesticiden! Maar die is wel goedkoper. We leven in een omgekeerde wereld. Ik vind dat de overheid biovoeding net goedkoper zou moeten maken.’

Van den Eede: ‘En niet smeren met cosmetica en crèmes waarin hormoonverstoorders zitten! Ook niet met zonnecrèmes.’

De Sutter: ‘Het is een paradox, want we moeten in de zon, om voldoende vitamine D te hebben, en we moeten we ons tegen de zon beschermen. Er zijn ook producenten die hun best doen om betere producten op de markt te brengen.’

Zouden vrouwen met een kinderwens eerst op preconceptie-consult moeten, om dit allemaal te leren?

De Sutter: ‘Wij hebben nog zo’n consult gehad aan het UZ Gent, maar dat werkte niet goed. Er moet meer sensibilisering zijn aan de basis, voor iedereen. Daarom heb ik dit boek geschreven: ik merkte aan mijn patiëntes dat er te weinig aandacht gaat naar gewoon zwanger worden.’

‘Ik zal u een sterk voorbeeld geven: een vrouw van 38 wilde ivf. Toen ik vroeg wat ze al had geprobeerd, zei ze dat ze nog aan de pil zat. Zowel zijzelf als haar man reisden voor hun werk zo vaak naar het buitenland dat het toch nooit zou lukken om op het juiste moment seks te hebben. Bovendien zouden ze over een halfjaar naar de VS emigreren, en ze wilde nog snel twee – terugbetaalde – cycli voor ze vertrok. Ivf is in de ogen van sommigen een commodity geworden. Als je geen kinderen wil, neem je de pil, en als je er wel wil, ga je voor ivf. Ze willen geen jaar wachten. Ze willen het nu.’

Van den Eede: ‘Daarom betreur ik dat men nu aanraadt om na een jaar al een fertiliteitscentrum op te zoeken. Vroeger luidde het advies pas na twee jaar. De “deadline” van een jaar brengt meer stress teweeg, en ook dat heeft een negatieve impact.’

De Sutter: ‘Ik pleit ervoor om eindelijk eens criteria vast te leggen voor wie aan ivf mag beginnen. Onder welke voorwaarden: je zou toch op zijn minst eerst onderzocht moeten zijn, en toegegeven, als er niets gevonden wordt, kunnen jonge stellen beter nog even geduld oefenen en hun levensstijl aanpassen.’

Van den Eede: ‘De mannen niet vergeten! Levensstijl en voeding hebben ook invloed op hun vruchtbaarheid.’

De Sutter: ‘En geen smartphone in de broekzak stoppen. Dat zeg ik elk jaar aan mijn studenten, maar ze luisteren niet.’

Liedjes en melodietjes

Als de seks on fire is heb je goud in handen
De Morgen – 08-09-18 – Stijn Van de Voorde

Ik heb in mijn hele leven nog nooit een volwaardig lied geschreven en ik zie het ook niet onmiddellijk gebeuren. Talent en geduld zijn twee essentiële eigenschappen voor ieder succesvol muzikant en ik bezit geen van beide. Een nummer componeren lijkt me veel gedoe, zeker bij bands waarin iedereen een gefundeerde, afwijkende mening heeft.

Een liedjes­tekst schrijven zie ik wel nog als een plezante uitdaging. In tegenstelling tot wat Bob Dylan-fans beweren, ligt de moeilijkheidsgraad bij deze activiteit heel wat lager dan bij het muzikale gedeelte. De meeste muziekliefhebbers luisteren nauwelijks naar wat er precies wordt gezongen. Maak vooral het refreintje voldoende catchy. De strofes spelen nauwelijks een rol. Die wetenschap haalt toch wat druk van de ketel bij de tekst­schrijvers. Geef me de keuze tussen een ongeïnspireerde gitaar­solo of een doldwaze tekst en ik kies resoluut voor het tweede.

Perfecte melodie

Blijkbaar ben ik niet de enige. De perfecte melodie (of vibe) van bepaalde klassiekers doet ons de banaliteit van de tekst vergeten. ‘Smells Like Teen Spirit’ van Nirvana (‘A mulatto, an albino, a mosquito, my libido, Yeah!’), ‘Roses’ van Outkast (‘Yeah, roses really smell like poo-poo-oo’) en dat ene Oasis-nummer (‘And after all, you’re my wonderwall’) zijn slechts enkele van de vele voorbeelden.

Afgelopen week vierde een relatief recent school­voorbeeld zijn tiende verjaardag: ‘Sex on Fire’ van Kings of Leon. Nathan Followill vertelde ooit in een interview dat het oorspronkelijk nooit de bedoeling was om de werktitel te behouden. Het stukje ‘Your sex is on fire, Consumed, With what’s to transpire’ werd tijdens repetities gezongen als een soort van dummy­tekst, in afwachting van sterker materiaal. Dat gebeurde duidelijk niet.

Volgens de legende schreef zanger Caleb Followill het grootste deel van de teksten voor het album Only by the Night onder invloed van pijnstillers die hij op dokters­voorschrift consumeerde na een schouder­operatie. ’s Ochtends werd hij wakker naast een blad papier met mysterieuze liedjes­teksten, waarvan hij zich niet meer herinnerde dat hij ze zelf had geschreven. De band besefte dat de woord­combinaties geen steek hielden, maar uit gemakzucht besloot men de wartaal te behouden. Met historische gevolgen! Tijdens concerten zien de bandleden van Kings of Leon de fans elke avond op de eerste rij bepaald bedenkelijke refreintjes met tranen in de ogen meebrullen. De gedrogeerde onzin neemt – dankzij de muziek die erachter schuilt – plots mythische vormen aan. Dat zegt niet alles over het belang van liedjes­teksten, maar wel heel veel.

Mysterieuze marge

Een goede tekst gaat voor 30 procent over iets en voor 40 procent over niets. De resterende 30 procent vul je aan met poëtische woorden die op het eerste gezicht diepgang creëren, maar in werkelijkheid eerder per toeval in het eindresultaat sukkelden. Dat noem ik de mysterieuze marge. Die heb je nodig om luisteraars niet het gevoel te geven dat ze hun kostbare tijd verspillen aan melodieuze banaliteiten. Op dat gebied verschilt een songtekst van een puur gedicht. De verhoudingen liggen anders. Bij poëzie schrijf je voor 90 procent over niets, maar achteraf hou je vol dat de woorden­soep een alles­omvattende gelaagdheid bevat. Laat de mensen die er (terecht) niets van begrijpen maar geloven dat het aan hen ligt.

Toen John Lennon hoorde dat een leraar Beatles-teksten liet analyseren door zijn leerlingen, schreef hij voor de sport een lied vol wartaal en nonsens­. Toch blijft ‘I Am the Walrus’ een cool nummer. Ik kan me moeilijk identificeren met het hoofd­thema, maar dat maakt in dit concrete geval niet zoveel uit.

In theorie kunnen tekst­schrijvers wel beter rekening houden met inhoudelijke herkenbaarheid. Woorden als ‘knol­selder’ of ‘strijk­ijzer’ doen het traditie­getrouw minder goed dan brede, universele thema’s als ‘liefde’, ‘bedrog’ en ‘seks’.

Laat die seks ook nog eens on fire zijn en je hebt goud in handen. Of toch op zijn minst een anthem dat dronken mensen op zatte avonden graag meebrullen.

We mogen de lat hoog leggen, maar we moeten er altijd voor zorgen dat we er zelf nog aan kunnen.

Het leven is al ingewikkeld genoeg.

Poetry

Poetry

Marianne Moore, 1887 – 1972

I too, dislike it: there are things that are important beyond
all this fiddle.
Reading it, however, with a perfect contempt for it, one
discovers that there is in
it after all, a place for the genuine.
Hands that can grasp, eyes
that can dilate, hair that can rise
if it must, these things are important not because a

high-sounding interpretation can be put upon them but because
they are
useful; when they become so derivative as to become
unintelligible, the
same thing may be said for all of us—that we
do not admire what
we cannot understand. The bat,
holding on upside down or in quest of something to

eat, elephants pushing, a wild horse taking a roll, a tireless
wolf under
a tree, the immovable critic twinkling his skin like a horse
that feels a flea, the base-
ball fan, the statistician—case after case
could be cited did
one wish it; nor is it valid
to discriminate against “business documents and

school-books”; all these phenomena are important. One must
make a distinction
however: when dragged into prominence by half poets,
the result is not poetry,
nor till the autocrats among us can be
“literalists of
the imagination”—above
insolence and triviality and can present

for inspection, imaginary gardens with real toads in them,
shall we have
it. In the meantime, if you demand on the one hand, in defiance of their opinion—
the raw material of poetry in
all its rawness, and
that which is on the other hand,
genuine, then you are interested in poetry.

Marianne Moore groeide op in Missouri en Pennsylvania. Haar vader, een ingenieur, werd opgenomen in een psychiatrisch ziekenhuis, waarna ze op een meisjesinternaat werd geplaatst. In 1905 ging ze biologie studeren aan het Bryn Mawr College, waar ze onder andere Ezra Pound leerde kennen. Vervolgens ging ze naar New York. Moores eerste gedichten verschenen in 1915 in Engeland, in The Egoist, het tijdschrift van de imaginisten, met haar vriend Pound als grote bezieler. In 1921 verscheen buiten haar medeweten een selectie uit dit werk onder de titel Poems.

Moores werk is moeilijk onder een enkele noemer te vangen. Haar gedichten worden wel ‘syllabisch’ genoemd, duidend op het belang dat ze hecht aan klanken, met een subtiel gevoel voor satire, maar over het algemeen zijn ze heel gevarieerd van aard en van een grote scherpzinnigheid. Haar vroege gedichten zijn vaak karakterschetsen waarin ze zich keert tegen hypocrisie en conventies. In die vroege periode schreef ze ook veel essays en kritieken, waarin ze fel van leer trok tegen alles wat ze als slordig, ‘onaf’ en gemaakt beschouwde in de poëzie. In haar latere werk zoekt Moore steeds vaker haar inspiratie in de natuur, schrijft ze in een meer elegische stijl, en toont ze zich toleranter. Moore had zeer eigen opvattingen over de vorm van haar gedichten. Zo beschouwde ze niet de regel maar de strofe als basiseenheid van het gedicht, zonder een plan vooraf. Bij het schrijven, zo beweerde ze, voegden de woorden zich als ‘chromosomen’ samen tot een vorm die haar als geschikt voorkwam als eerste strofe. Alle volgende strofen baseerde zij dan op die eerste strofe. Haar versregels zijn van zeer ongelijke lengte maar kennen wel een duidelijke regelmaat. Rijm wordt op onorthodoxe wijze gebruikt. Ook toont ze zich bijzonder vindingrijk in het bedenken van metaforen.
Moore wordt wel beschouwd als de belangrijkste Amerikaanse dichteres van het modernisme uit de eerste helft van de twintigste eeuw. In 1952 ontving ze de Pulitzerprijs. Ze overleed in 1972, op 84-jarige leeftijd in New York.

Kus een droevige mond

Prachtige tekst. Moesten we morgen allemaal mee beginnen, een droevige mond kussen voor de dag begint. En vermits het morgen zondag is, hebben we ook de tijd om al de rest te doen wat ons aangeraden wordt.

Toch nog eventjes een gedicht aan toevoegen voor wie het nodig heeft.

Als het licht (voor de radelozen)

Als het licht
Vandaag niet komt
Zal het misschien
Morgen komen
In de holte
Van je hand
En het zal je
De weg tonen
Die nodig is
Om te verstaan

Micheline Baetens – 24.12.2017

 

 

Een elastiekje

Een elastiekje

Zij had een elastiekje rond haar hart,
En dat elastiekje
Hield alle gebroken stukjes samen.
Maar dat elastiekje
Is gesprongen nu!
En nu is haar hartje
Weer blij
Want nu is haar hartje
Weer vrij!

Micheline Baetens – 6 november 2014

Dit gedicht van mezelf heb ik vanavond toevallig teruggevonden op de website van Femma. Hoe en door wie het daar terecht gekomen is weet ik niet. Niet door mij in elk geval. Wel een toffe ontdekking!

https://nl.wikipedia.org/wiki/Femma

https://www.femma.be/frontend/files/userfiles/files/Zingeving/Zingevende_gedichten_geheel.pdf

Notre roman – Onze roman

Voor het huwelijk van Audrey en David ben ik dit liedje van Adamo aan het vertalen. Ik ga het niet zingen, maar wil het wel graag voordragen, zowel in het Frans als in het Nederlands.

Nog een week en het is zover! Het wordt een hele mooie dag daar ben ik nu al zeker van, zonder schaduw, zonder obstakels, zonder stress.

Ze hebben alles zelf georganiseerd en in elkaar gestoken op een heel creatieve en originele manier. Het zal niet gewoontjes zijn en ook niet klassiek, daar ben ik nu al van overtuigd.

Vermits de mama van Audrey een woordje wil zeggen tijdens het feest is aan mij en aan de papa ook gevraagd om een duit in het zakje te doen.

Ik doe dat dus op mijn manier, want voor een speech ben ik niet in de wieg gelegd. Ik maak er dus een roman van, en vermits de familie van Audrey grotendeels Franstalig is, doe ik dat met de originele tekst van het liedje, en met de door mij vertaalde tekst in het Nederlands.

Voordracht, heb ik een jaar gedaan in de Muziekschool en ik heb 10 jaar Gedichtendag medegeorganiseerd in het rusthuis, dus dat zal mij wel lukken. En tegen de zenuwen zal er wel drank genoeg zijn zeker…

Het aftellen kan beginnen!

Datingsite

Als jong meisje werd ons aangeraden om een wat oudere man te kiezen, omdat jongens nu eenmaal later rijp zouden zijn dan meisjes.

Maar wat ik mij vandaag afvraag, is waarom die mannen van mijn leeftijd tegenwoordig zoveel ouder lijken, zowel van uiterlijk als van mentaliteit.

Ik heb mij deze week weer eens voor een paar maanden (de wintermaanden) ingeschreven op een datingsite “Parship”, maar heb er nu al spijt van. Ofwel zijn ze jonger en gehuwd, en willen ze alleen maar seks, ofwel zijn ze van mijn leeftijd, oersaai en zonder enige intellectuele bagage.Misschien zitten interessante mannen niet op een datingsite, ofwel is het een uitgestorven soort, letterlijk en figuurlijk: opgeleefd en dus ook niet langer levendig!

“Leeftijd is maar een getal”, wordt beweerd, en dat is eigenlijk toch wel heel erg zo.

Geef mij maar een jeugdig iemand, zoals mijn zoon bijvoorbeeld, die op zijn tweeënveertigste veel wijzer is dan vele van die uitgebluste zeventigers. Of nog erger, dan die zestigers die enkel een relatie zoeken omdat ze thuis geen seksuele bevrediging vinden.Zouden die er trouwens al eens bij stilgestaan hebben hoe dat komt, en of dat misschien niet aan hen ligt en het soort seks dat ze willen, in plaats van onterecht te denken dat hun partner frigide is, of niet langer van hen houdt?

En dan zij er de echt gortige en respectloze, die zich profileren als weduwnaar, omdat ze zich ook zo schijnen te voelen, want ze hebben een zwaar gehandicapte vrouw, die alle genot in de weg staat.

In elke geval, de inschrijving was dit keer aan halve prijs, en ik zal in elk geval stof tot schrijven hebben deze winter!

Vrije tijd

Heeft u nog een échte hobby?
Wanneer vrijetijdsbesteding een opdracht wordt

De Morgen – 08-09-18 – Katrin Swartenbroux

De vrijetijdsbesteding die geheel vrijblijvend en puur voor het plezier uitgevoerd wordt lijkt vandaag even noodzakelijk al ze zeldzaam is. Hobby. Het woord dat u zoekt is hobby. Ja, wij waren het ook even uit het oog verloren.

New Year, New Me. Het kan me niet schelen wat de kalendermaffia ons probeert wijs te maken; na meer dan de helft van mijn leven op de schoolbanken te hebben doorgebracht, begint een nieuw jaar en de daarmee gepaard gaande goede voornemens voor mij nog steeds op 1 september. Zo komt het dat ik op een dode dinsdagavond met een glas rode wijn en een pulserende existentiële crisis mijn halve vriendenkring sms met de vraag of ik meer een tarotkaartenpersoon dan wel een reformerpilatestype ben.

Kungu-les

Ik ben op zoek naar een hobby. Dringend. Het is wellicht de meest dwingende taak op mijn to-dolijst, aangeduid met ster én uitroepteken, een codering die overblijft van de periode waarin ik dacht dat “een bullet journal mijn nieuwe ding zou worden”. Helaas. Ik staar nog steeds in de leegte – niet zozeer in mijn agenda, maar veeleer in mijn persoonlijkheid. Om het eat-sleep-work-vloek op de afwas-repeat-ritme te doorbreken heb ik nochtans al veel geprobeerd. Ik ben ooit iedere week naar een luguber deel van Antwerpen gefietst om er kungfu-les te krijgen van een angstaanjagend kranige tachtiger die enkel Chinees sprak, gewoon omdat ik het wel interessant vond om het te laten vallen tijdens gesprekken. “Nee, op donderdagen kan ik niet, zweefvliegtuigles, weet je wel.”

Ik wil dolgraag de persoon zijn die na een macro­biotisch etentje (“passie­projectje van me”) haar gasten een zelfgedraaide bowl mee naar huis kan geven, maar de keramieklessen in alle grote provinciesteden zijn permanent volgeboekt. Blijkbaar zitten veel mensen met hetzelfde idee.

Innerlijke rust

“Een hobby is haast een statussymbool geworden”, weet professor ontwikkelingspsychologie Maarten Vansteenkiste. “Wie anno 2018 naast zijn drukke job en eventueel een gezin nog tijd weet vrij te maken voor een hobby heeft het gemaakt. Maar dan streef je natuurlijk aan de kerndoelstelling van de hobby voorbij.” Volgens de professor is een hobby voornamelijk een activiteit waar we plezier en energie uit halen en waarin we innerlijke rust kunnen vinden.

Het klinkt haast frivool, iets doen enkel omdat je het leuk vindt, niet omdat je er op een of andere manier persoonlijk gewin uit kan halen. Het is een stelling die Brigid Schulte, Amerikaans directeur van het Better Life Lab, onderschrijft in haar boek Overwhelmed: Work, Love, and Play When No One Has the Time. “We leven in een prestatiegerichte maatschappij die ons leert dat ons hoofddoel produceren is”, aldus Schulte in The New York Times. “Waarom zouden we de gitaar vastnemen wanneer we geen ambitie hebben om er ooit mee op een podium te staan? Waarom iets maken als we niet van plan zijn het te verkopen? Men lijkt overtuigd van het idee dat je tijd enkel waardevol kan spenderen wanneer het je iets oplevert: een persoonlijk record, aanzien op sociale media, een gespijsde bankrekening.”

“Is dat een trend? Ik dacht dat dat individueel was!”, reageert Sander. “Telkens als ik begin aan iets compleet los en vrijblijvends, loopt dat binnen de kortste keren uit de hand en wordt het prestatiegericht zodat ik mijn hobby kwijt ben.”

De dertiger haalt het voorbeeld aan van hoe hij – ironisch genoeg – tijdens zijn herstelperiode van een burn-out op een beginnersset voor linodrukken gestoten is. Toen hij zijn meest geslaagde creaties online deelde, vroegen steeds meer mensen of ze er eentje konden bestellen, en kreeg hij plots ook opdrachten binnen. “Het was tof dat anderen er enthousiast over waren, maar het werd een zoveelste verplichting. Ik ging mezelf ook strenger beoordelen en werd kwaad wanneer er niet genoeg inspiratie kwam. Van een hobby was er toen niet echt sprake meer.”

Side hustle

Gespijsd door de misleidende dooddoener ‘maak van je passie je beroep en je werkt geen dag in je leven’ lijkt het een droom om dag in dag uit met je hobby bezig te zijn. Dat is het vaak ook, maar het komt soms met een prijs die niet altijd geëvenaard wordt door het bedrag dat maandelijks op je rekening gestort wordt. Het is om die reden dat S. (33) de journalistiek vaarwel zei. “Mijn pen was altijd mijn uitlaatklep: ik schreef kortverhalen, hield een dagboek bij en deed voor mijn plezier mee aan poëziewedstrijden. Toen ik mocht beginnen bij een tijdschrift, en schrijver als beroep werd, was dat aanvankelijk fantastisch, maar ik merkte al snel dat ik er geen plezier meer uit haalde. Dat ik enkel nog bezig was met mijn job, en dat zelfs de kleine schrijfopdrachtjes die ik voor mezelf deed me aan werken deden denken. Daar kon ik niet mee leven”, motiveert ze haar carrièreswitch.

Yasmina (26) ziet voorlopig geen graten in haar zogenaamde side hustle. “Ik werk fulltime in de communicatie, maar kan mijn creatieve ei kwijt in het maken van juwelen. Ik verkoop die via een Facebook-groep, maar het voelt niet als een job. Nog niet. Ik vind het gewoon leuk dat ik een extra spaarcentje overhoud aan een hobby, en dat mensen mijn creaties mooi vinden.”

“Op zich is het geen probleem om van je hobby je beroep te maken, zolang je die activiteit dan ook niet meer ziet als hobby, en je je ontspanning elders haalt”, weet loopbaancoach Els Deboutte, die met haar bedrijf Make Me Fly! onder meer mensen met een burn-out weer richting een gezonde work-life-balans gidst.

Dodentocht

Maar hoe ontspannend ervaren we onze ontspanning nog? Wanneer ik door mijn socialemediakanalen scrol breekt het zweet me uit, alsof ik, en niet Elise, net 24 kilometer gelopen heb in een betere tijd dan vorige week. Al moet ik niet veel zeggen. De zeldzame keren dat ik mijn Nikes uit sportieve motieven aanbind, worden ook gedeeld in mijn Instagram Stories. Heb je immers wel écht gesport wanneer je followers geen boemerang van je hevig rondmaaiende voeten hebben gezien? Illustrator Eva Mouton uitte op Twitter al haar ongenoegen. “Je kan geen yoga meer doen zonder op een bepaald moment voor je yogadiploma te gaan, lopen kan niet meer zonder te trainen voor een fakking marathon. Wandelen? Nee, ik doe de dodentocht en moet daarna vijf maanden naar de kinesist om mijn geblesseerde heup weer in de kom te krijgen.”

Zelfs activiteiten die doorgaans niet competitief van aard zijn worden plots prestatiegericht. We smijten onze zeefdrukresultaten op Etsy en moestuinoogst op Facebook. We delen welke boeken we hebben gelezen, hoeveel boeken we al hebben gelezen en hoeveel boeken we plannen voor het einde van het jaar te lezen alsof het wedstrijdgehalte en niet de woordenschat primeert. “Herkenbaar”, beaamt Stavros (26). “Ik lees heel graag, maar ik slaag er niet in het circuit uit te zetten dat er ergens ook een opdracht van maakt. ‘Nog X bladzijden’, ‘Als dit uit is kan ik eindelijk dat boek lezen’, ‘Oh ik heb de laatste Murakami nog niet gelezen’, enzovoort. Vermoeiend”, zucht hij.
Ook Jeroen (31) geeft toe dat er altijd wel een dwingend aspect is. “Ik verzamel bijvoorbeeld platen en retrogames als hobby, maar ook daar geldt: gotta catch ’em all!”

Uitlaatklep

Telt zwemmen nog als hobby als je het aantal baantjes bijhoudt? Is een stickerboek of muntencollectie geen goede uitlaatklep als je ernaar streeft je verzameling compleet te krijgen? Kan een hobby ontspannend én prestatiegericht zijn? “Uiteraard”, zegt professor Vansteenkiste. “Plezier is een intrinsieke motivator, maar er spelen nog heel wat andere factoren mee. Jezelf een doel stellen kan ervoor zorgen dat je je hobby langer volhoudt, wat op zich een positieve invloed is. Je moet je gewoon altijd afvragen waarom je iets doet: train je voor de Ten Miles omdat het je een toffe race lijkt en omdat je lopen plezierig vindt, of train je omdat je wil kunnen zeggen dat je de Ten Miles gelopen hebt?”, aldus Vansteenkiste.

Ook Deboutte hamert op het plezier. “Je kan perfect een hobby uitoefenen die heel competitief en prestatiegericht is, zoals sporten, maar je houding is belangrijk. Wanneer je jezelf naar elke training moet slepen is het redelijk waarschijnlijk dat je het niet meer leuk vindt en dat je er dus ook geen ontspanning uit haalt.”

“Een hobby moet je energie geven, geen energie kosten”, voegt Vansteenkiste daar nog aan toe.

“Ik vind het eigenlijk frappant dat je me belt met de mededeling dat je een hobby móét hebben”, lacht Deboutte. “Moet dat? Wie zegt dat? Wanneer een hobby een verplichting wordt, dan doet die meer kwaad dan goed. Als jij rust en voldoening haalt uit een hele avond in je zetel liggen met de kat op je buik, doe dat dan in godesnaam. We moeten al zoveel.”

Genoteerd.

Niets doen

Niets doen
Gewoon door het raam kijken
Hoe af en toe een mus
Van de ene tak
Op de andere springt
En beseffen
Hoe zalig stilte kan zijn.

Micheline Baetens – 08.09.2018