Woorden in een veranderende wereld

Als straks het meest politiek beladen museum van België heropent, zal over elk woord nagedacht zijn. Bambi Ceuppens, wetenschappelijk commissaris van het AfricaMuseum, zou het pas gek vinden als dat niet zo was. ‘Maar ik ben de taalpolitie niet. Als u kwetsende woorden wilt gebruiken, zal ik u dat niet verbieden.’ ‘Wie mensen kaaskop of neger blijft noemen, heeft een probleem’
De Standaard – Wouter Woussen – 08.09.2018

‘Als je voor het AfricaMuseum werkt, moet je een olifantenvel hebben’, zegt Bambi Ceuppens. De wetenschappelijk commissaris humane en sociale wetenschappen van het AfricaMuseum in Tervuren is niet helemaal verbaasd dat er de voorbije week commotie ontstond over enkele taalrichtlijnen die ze had opgesteld voor haar collega-wetenschappers en museologen. Wat haar wel verwondert, is dat mensen zich opwinden over een tekst die ze nooit gezien hebben. ‘De hele discussie gaat nu over een paar geïsoleerde voorbeelden van woorden die wij niet gebruiken: hut, jungle, tamtam. De foute indruk ontstaat dat we een lijstje hebben gemaakt met verboden woorden en politiek correcte alternatieven.’

Ze toont de tekst, een document van 25 pagina’s. Een groot deel is erg technisch en gaat onder meer over het verschil tussen Congo en Kongo, of tussen kolonisering en kolonialisme. De vraag of de dood van miljoenen Congolezen onder het bewind van de Belgische koning Leopold II een genocide genoemd kan worden, beslaat meerdere pagina’s. ‘U ziet: dit is een genuanceerd verhaal, niet zwart-wit, geen lijstje do’s-en-don’ts.’

‘Bij het AfricaMuseum werken antropologen, historici, archeologen, kunsthistorici, musicologen, taalkundigen, biologen, cartografen, geologen. Als het museum op 8 december volledig vernieuwd heropent, willen wij dat de zaalteksten zowel accuraat als leesbaar zijn. Ik zeg niet welke woorden een archeoloog of een taalkundige moet gebruiken. Ik ben juist bij mijn collega’s gaan vragen welke woorden we kunnen gebruiken als het om hun vakgebied gaat. Ik wijs hen er ook op dat sommige woorden gecontesteerd of historisch beladen zijn. Als een bioloog het woord “hybride” gebruikt, zal ik uitleggen dat dat woord een beladen geschiedenis heeft. Als hij tot de conclusie komt dat het in een bepaalde context toch bruikbaar is, is dat prima. Woorden die ronduit kwetsend zijn, gebruiken we niet.’

Wat is er mis de woorden hut, jungle en tamtam?

‘Als je een algemene term zoekt voor zeer uiteenlopende Afrikaanse woningtypes, zeg je niet “hut” maar “huis”, dat universeel is en zonder connotatie. Als je specifiek wilt zijn, benoem je de bouwstijl. Het woord “jungle” gebruiken biologen niet, omdat er meer accurate woorden bestaan om landschapstypes te beschrijven. Musicologen noemen een spleettrommel dan weer geen tamtam, simpelweg omdat beide woorden iets anders betekenen.’

Waarom is die tekst niet publiek?

‘Onze directie heeft dat beslist en als ambtenaar schik ik mij daarnaar. Het Nederlandse Museum voor Wereldculturen heeft eerder dit jaar wel een woordenlijst gepubliceerd. Persoonlijk zou ik het interessant vinden om daarover met de andere Belgische musea samen te zitten. Ook elders circuleren woorden die op zijn minst een achterhaalde wetenschappelijke oorsprong hebben. Maar ik ben de taalpolitie niet. Het is niet omdat het AfricaMuseum op zijn woorden let, dat wij u voortaan zullen verbieden om bepaalde woorden te gebruiken.’

Misschien weten sommige mensen niet meer welke woorden ze nog kunnen gebruiken.
‘Ik begrijp dat het soms moeilijk te volgen is, maar er is ook onwil. Sommige mensen willen kunnen zeggen wat ze willen. Als iemand daardoor beledigd is, vinden ze dat niet hun probleem. Ik ben het daar niet mee eens. Ik denk dat je een probleem hebt als je een ander graag “smous”, “kaaskop” of “neger” wilt blijven noemen. Tegelijk kan ik mij niet voorstellen dat er bij de opening van het museum mensen angstvallig naar woorden zullen zoeken en teleurgesteld weglopen als blijkt dat we ze niet gebruiken. Ik hoop dat ze de inhoud van onze teksten belangrijker zullen vinden dan de woordkeuze.’

U had uw richtlijnen niet geschreven als u de woordkeuze onbelangrijk vond.

‘Uiteraard. Woorden worden gebruikt om verhalen te vertellen die wel degelijk een impact hebben op de wereld, bijvoorbeeld omdat ze mensen kwetsen, of omdat ze discriminatie legitimeren.’

Begrijpt u dat mensen die voor hun eigen huidskleur altijd het woord ‘blank’ hebben gebruikt, steigeren wanneer ze plots ‘wit’ worden genoemd?

‘Doorheen de koloniale geschiedenis hebben witte mensen zich het recht toegekend om anderen te benoemen met woorden als “eskimo”, “hottentot” en “bosjesman”. Dat zien we nu als een onrecht. Sommige mensen willen dat historische onrecht ook omkeren. Je kunt erover discussiëren of dat de beste reactie is. Idealiter beschrijf je mensen met de term die ze zelf verkiezen. Een uitzondering zou ik maken wanneer mensen zichzelf een naam willen geven die superioriteit uitdrukt.’

Drukt het woord ‘blank’ superioriteit uit?

‘In het Duits, Frans of Engels is er geen onderscheid tussen “blank” of “wit”. “Blank” is een verouderd woord dat rein en schoon betekent. Het wordt nu vrijwel alleen gebruikt voor huidskleur, met een positieve connotatie. Het heeft dus minstens een zweem van superioriteit. Woorden als “zwart” of “wit” zijn dan neutraler. Voor alle duidelijkheid: “wit” wordt slechts drie keer gebruikt in alle zaalteksten op een oppervlakte van 11.000 cm². We zullen zien wat de consensus wordt. Als er meer mensen aan de discussie deelnemen, kan dat ongemak creëren bij wie vroeger alleen aan het woord was. Wie het problematisch vindt dat iemand tegen zijn zin “wit” wordt genoemd, heeft hopelijk evenveel begrip voor mensen die Zwarte Piet een kwetsende karikatuur vinden, of vrouwen die niet meer nagefloten willen worden op straat.’

Is er geen risico dat we telkens nieuwe eufemismen bedenken, maar de negatieve connotatie mee verschuift?

‘Zwarte mensen in de Verenigde Staten noemden zich “negroes” tot dat woord werd vervangen door “black Americans”. Tegenwoordig verkiezen ze “African Americans” en binnen twintig jaar zullen ze misschien weer een nieuwe term verkiezen. Zolang er structurele vooroordelen bestaan, zal die naam een negatieve weerklank krijgen, maar in afwachting van een structurele oplossing hebben we woorden nodig om te communiceren. Dat we daarbij rekening houden met hun gevoeligheden, is een kwestie van elementaire beleefdheid.’

Is zo’n devaluatie van eufemismen niet verwarrend?

‘Taal evolueert. “Wijf” was vroeger een neutraal Nederlands woord. Dat is het nu niet meer. Niemand staat op de bres als “immer” vervangen wordt door “altijd”. Als woorden in een politieke context gecontesteerd worden, leidt dat wel tot discussie.’

Is uw tekst over het taalgebruik van het museum dan een politieke tekst?

‘Dat is onvermijdelijk. Wetenschap onttrekt zich niet aan politieke motieven. Niet in dit museum, niet aan universiteiten. We kunnen wel neutraliteit nastreven. Bovendien zijn er weinig musea met een voorgeschiedenis die zo politiek beladen zijn als dit. Het is ooit opgericht als een propaganda-instrument, maar we willen dat niet opnieuw worden. Dit gaat niet om politieke correctheid of om orwelliaanse newspeak. We lopen niet mee met de waan van de dag. Wetenschappers werkten hier vroeger in een koloniale context, nu in een postkoloniale. Bewust of onbewust beïnvloedt dat wetenschappelijke praktijken. We leven in een wereld in verandering, wetenschap verandert en ons taalgebruik zal dat weerspiegelen.’

Bent u progressief?

‘Ik heb er geen probleem mee om mezelf progressief te noemen, maar de permanente tentoonstelling van dit museum is niet mijn tentoonstelling. Ze is een institutioneel project, waar tientallen experts aan meewerken en waarover de directie het laatste woord heeft. Denkt u dat die mensen allemaal dezelfde politieke opvattingen hebben? Deelnemen aan de permanente tentoonstelling betekent dat je overlegt en compromissen sluit. Als dit mijn eigen tentoonstelling was, zou ze er heel anders uitzien, al is het maar omdat ik niet van opgezette dieren houd.’

Toen op Pukkelpop gezongen werd over afgehakte handen in Congo, wees dat volgens sommigen op een gebrek aan kennis over het kolonialisme. Deelt u die mening?

‘Integendeel. Het wees op de verheerlijking ervan. Waar wel een gebrek aan kennis speelde, was bij in het opiniestuk in Veto van de student Maxime Goris, die vond dat de kolonisering van Congo vooral een positief verhaal was. Hij bestendigde de foute opvatting dat er voor de kolonisering in Congo niets was. De nieuwe permanente tentoonstelling zal tonen dat dat niet klopt en dat Congo toen al een rijke politieke, religieuze, culturele en economische geschiedenis had.’

Is het een goed idee om de zangers van dat lied naar het AfricaMuseum te sturen?

‘Dat is een rol die het museum in de toekomst waarschijnlijk wel vaker zal vervullen.’

Een oud-koloniaal vertelde onlangs in het weekblad Knack dat het museum in handen is gevallen van gefrustreerde Congolezen en radicale activisten. Wat denkt u als u dat leest?

‘We hebben tot nu toe erg weinig gecommuniceerd over de permanente tentoonstelling. Dan loop je het risico dat er samenzweringstheorieën ontstaan. Oud-kolonialen zijn op de koop toe gefrustreerd omdat ze, in tegenstelling tot mensen uit de Afrikaanse diaspora, niet betrokken zijn bij de renovatie van het museum. Ze voelen zich geïsoleerd omdat ze niet langer het maatschappelijke debat domineren. Ik krijg e-mails waar dat duidelijk uit blijkt. Ze zagen het museum als een bondgenoot, wat het ook lang is geweest. Leopold II was voor hen een visionair en dat beeld willen ze niet meer bijstellen. Ik hoop dat ze komen kijken naar de tentoonstelling en dan pas hun oordeel vellen.’

De brug

Een brug moet mensen verbinden en niet tot wanhoop drijven.

Zelfdoding is te voorkomen. Daar blijf ik in geloven, en ik zal het als een falen blijven aanvoelen, zolang het nog gebeurt.

Deze man heeft gelijk, er is altijd hoop, zolang er maar iemand luistert naar jouw wanhoop, en je vertelt dat er andere oplossingen zijn.

Prachtig discours. Laat ons bruggen bouwen naar elkaar toe. Bedankt Kevin Briggs!

 

Tekstje voor Duurzame helden

Vandaag mijn tekstje ingestuurd bij de gemeente voor mijn deelname aan Duurzame helden.
https://www.duurzamegemeente.be/

Beste Sam,

Vooreerst bedankt om er mogen bij te horen.

Dit is mijn tekstje voor de campagne en foto’s vind je op de website zelf.

Met mijn weblog www.michelinebaetens.be probeer ik mensen duidelijk te maken dat zelfzorg heel belangrijk is voor ons algemeen welzijn. Dat doe ik zowel via de rubriek zelfzorg, alsook door mijn poëzie en dagelijkse ervaringen te delen.

Voor alles streven we naar kwaliteit in onze dagelijkse routine, maar daarbij verwaarlozen we helaas vaak onszelf. We zorgen ons leven lang voor anderen, maar zorgen we ook voldoende voor onszelf?

Door dagelijks te bloggen wil ik anderen motiveren om dat dus zeker te doen, waardoor we tot een zinvoller, gelukkiger en duurzamer leven kunnen komen.

Op de openingsreceptie zal ik niet aanwezig kunnen zijn, omdat mijn zoon die dag trouwt in Overijse. Gelieve mij hiervoor te willen verontschuldigen.

Met vriendelijk groeten,

Micheline Baetens
Vosdellestraat 37
1560 Hoeilaart
Tel. 02 657 51 50
www.michelinebaetens.be

 

Mijn liefste

Mijn liefste
leeft in een land
heel ver van hier,
waar hoge muren
staan,
en diepe sloten
vloeien,
waar dwang
en onvrijheid heerst.

Waar demonen
regeren
over dromen
en verlangens,
en waar liefde
verdwenen is.

Was er nu maar
de wind
die de wolken stuwt,
en de storm
die de lucht
zuivert,
om jou te bevrijden.

Micheline Baetens – 07.09.2018

In gedachten

Ik denk dat dit het meest wijze is wat ik ooit geschreven heb.

Dit is een levenshouding, een filosofie, en de enige die men in het leven kan aannemen, want je hebt geen andere keuze.
Wat je er mee doet, met dat wat je gekregen hebt,  dat is een andere zaak, en waarschijnlijk voor iedereen anders.
Maar je hebt te aanvaarden wat je krijgt en al je verwachtingen en verlangens die doen er gewoon niet toe. Dat komt later. Eerst heb je de aanvaarding van zowel goed als kwaad, en daarna pas de komt de verwerking en uitwerking.
En na de verwerking en de uitwerking? Dat zien we dan wel weer!

En nog maar eens Harari!

Yuval Noah Harari: “De toekomst heeft de mens niet nodig”

De succesvolle Israëlische auteur over de uitdagingen van deze tijd en hoe ze te tackelen

05-09-18, 09.06u – Peter Giesen – Bron: Volkskrant

Zijn boeken over de geschiedenis en de toekomst, Sapiens en Homo Deus, maakten van Yuval Noah Harari (42) een literaire superster. In 21 lessen voor de 21ste eeuw buigt hij zich over enkele prangende kwesties. “Voor het eerst in de geschiedenis is het mogelijk om mensen te hacken.”

Op zijn 21ste besefte Yuval Noah Harari dat hij homo is, nadat hij zijn gevoelens jarenlang had onderdrukt. In de toekomst zullen tieners veel gemakkelijker kunnen ontdekken wie ze zijn. De smartphone zal hun oogbewegingen volgen, misschien hun bloeddruk en hersenactiviteit registreren terwijl een algoritme ze plaatjes van aantrekkelijke mannen en vrouwen voorschotelt. Even later rolt er een score uit op de Kinsey-schaal van hetero- naar homoseksualiteit. ‘Het zou mij een hoop frustratie bespaard hebben’, schrijft Harari in zijn nieuwe boek, 21 lessen voor de 21ste eeuw.
Dit soort voorspellingen hebben van de Israëlische historicus Yuval Noah Harari een razend populaire auteur gemaakt. Nog maar kort geleden was hij een onbekende hoogleraar middeleeuwse geschiedenis die geleerde werken schreef over militaire acties in het riddertijdperk.

Zijn leven veranderde in 2014 toen de Engelse vertaling verscheen van Sapiens, het boek waarin hij in nog geen vijfhonderd bladzijden door de geschiedenis van de mensheid snelt, van het stenen tijdperk tot kunstmatige intelligentie. In de bijna even succesvolle opvolger Homo Deus, ‘een kleine geschiedenis van de toekomst’, schaft de homo sapiens zichzelf weer langzaam af. De menselijke geest wordt overvleugeld door de kunstmatige intelligentie van de supercomputer, het gebrekkige menselijk lichaam verbeterd door biotechnologische ingrepen. Misschien zal de mens in de toekomst zelfs de dood verslaan.

21 lessen voor de 21ste eeuw mist de samenhang en het dwingende karakter van zijn voorgangers, vooral omdat het een verzameling losse, deels eerder gepubliceerde verhalen is. Niettemin lanceert Harari wederom tal van prikkelende ideeën, met grote retorische kracht opgeschreven. De thema’s van Homo Deus keren terug, maar de nadruk ligt meer op het heden, met hoofdstukken over nationalisme, religie en immigratie.

“De grote vragen van de geschiedenis hebben me altijd geïnteresseerd”, zegt Harari, in een penthouse in een warm en druk Tel Aviv. “Sapiens is voortgekomen uit een collegereeks over de geschiedenis van de wereld. Ik zag dat er een groot verlangen is naar een grootschalig verhaal over wie we zijn en waar we vandaan komen. We leven in een globale wereld en we hebben een globaal verhaal nodig, maar in het onderwijs gaat het altijd maar over ónze geschiedenis, ónze natie. In de 21ste eeuw is dat niet meer genoeg.”

Harari is een kleine, tengere man met een ascetische uitstraling. Elke dag begint hij met twee uur mediteren. Wie afstand neemt van de maalstroom van dagelijkse gebeurtenissen, zal de wereld des te scherper zien, gelooft hij. Harari is vriendelijk, maar intens, sprekend in de gedecideerde volzinnen die de ware professor verraden. Critici vinden zijn werk speculatief, maar het is niet moeilijk te begrijpen waarom hij zo populair is. In een tijdperk van onzekerheid en snelle technologische veranderingen is er grote behoefte aan een ziener die niet terugdeinst voor een antwoord op de vraag hoe de wereld er in 2050 of 2100 uitziet.

In 21 lessen voor de 21ste eeuw staat niets meer of minder op het spel dan het liberaal humanisme dat de meeste mensen zo dierbaar is. “Door technologische ontwikkelingen wordt de kernidee van het liberale wereldbeeld ontmaskerd als een fictie. Liberalisme is gebaseerd op een sterk geloof in de vrije wil en het individualisme. Dat werkte prima in de 20ste eeuw. Maar nu verandert de technologische realiteit”, zegt hij.

In de toekomst zullen algoritmen ons beter kennen dan wij onszelf kennen, betoogt hij. Als we naar een film kijken, zullen camera’s onze emoties detecteren aan de hand van oogbewegingen en de bewegingen van de gezichtsspieren. Biometrische sensoren kunnen onze hartslag, bloeddruk en hersenactiviteit meten. Daardoor weet het algoritme precies om welke scènes je moest lachen en waar je aandacht verslapte. Het algoritme ziet dat een verkrachtingsscène een nauwelijks merkbaar vleugje seksuele opwinding veroorzaakt of dat je dom zit te lachen omdat je niet wilt toegeven dat je een grap niet snapt.

Het algoritme maakt korte metten met snobisme en sociale wenselijkheid. Omdat het jouw gegevens combineert met de data van miljoenen films en andere kijkers zal het veel beter een nieuwe film voor je kunnen uitzoeken dan je zelf ooit zou kunnen doen, zegt Harari.

Films zijn een betrekkelijk onschuldig voorbeeld, maar het algoritme kan ook voor sinistere doeleinden worden ingezet. Het schandaal rond Cambridge Analytica, waarbij potentiële Trump-aanhangers via Facebook werden bespeeld, is slechts een flauwe voorafschaduwing van de manipulatie die ons nog te wachten staat, zegt Harari: “Voor het eerst in de geschiedenis is het mogelijk om mensen te hacken.”

Zijn die algoritmen echt zo geweldig? Als ik op Spotify naar Bob Dylan luister, worden me meteen twintig middelmatige folkzangers aangeraden.

Yuval Noah Harari: “We staan nog maar aan het begin, we zien slechts het topje van de ijsberg. De algoritmen van Netflix zijn misschien niet zo geweldig, maar hoelang kijk je naar Netflix? De leercurve van sommige algoritmen is spectaculair. Neem Google Maps. Een paar jaar geleden gebruikte niemand het. Nu heb je hier in Tel Aviv veel mensen die zonder Google Maps absoluut de weg niet meer weten.

“Een ander goed voorbeeld is de schaakcomputer AlphaZero. Door kunstmatige intelligentie was hij binnen vier uur zo goed dat hij alle menselijke schakers versloeg. Dat soort dingen zullen steeds vaker gebeuren. Dus zeg niet: Netflix is niet zo goed, dus het zal wel meevallen. Nee, we staan nog maar aan het begin! Bovendien hoeven algoritmen niet perfect te zijn. Ze moeten alleen beter zijn dan jij zelf.”

Laten mensen zich een keuze opdringen door een algoritme? We willen toch zelf een persoonlijkheid zijn met een eigen wil, een eigen smaak?

“Hoe vaak heb je niet gekeken naar een film die je achteraf slecht vond? Hoeveel mensen betreuren niet hun studiekeuze? Of de keuze van hun partner? Je trouwt met iemand en na vijf jaar zeg je: het was een verschrikkelijke fout.

“Het voordeel van algoritmen is dat we betere keuzes kunnen maken. Reclame is niet meer nodig. Het algoritme zal je precies het strand in Thailand aanraden waarnaar je op zoek bent. Er zitten grote voordelen aan. Maar de vraag is: wie is de meester van het algoritme? Het gevaar bestaat dat ik de controle over mijn leven verlies, dat ik meer en meer word beheerst en gemanipuleerd door bedrijven of regeringen.”

Uiteindelijk maak je toch zelf een keuze?

“Als jij denkt dat je een totaal vrij individu bent, en dat jouw keuzes voortkomen uit je vrije wil, dan ben je de gemakkelijkste persoon om te controleren en te manipuleren. Ideeën over vrije wil en individualisme kunnen verhinderen dat we ons realiseren wat er gebeurt en de uitdaging aangaan.”

Hoe kunnen we deze ontwikkeling tegengaan?

“Het is een nieuw probleem. We hebben er nauwelijks ervaring mee. Je kunt dit probleem niet oplossen zonder politiek debat. Het politieke debat gaat nu over immigratie of de macht van Europa. Maar of de EU vijf miljoen immigranten accepteert of een muur bouwt waardoor er nul immigranten inkomen, zal een veel kleinere impact hebben op het leven van de Europeanen dan wat we met kunstmatige intelligentie doen.”

Kunstmatige intelligentie is niet alleen een gevaar voor de vrijheid, maar ook voor de gelijkheid. Ze dreigt mensen massaal overbodig te maken. De 20ste eeuw was de eeuw van de massa’s, waarin gewone mensen onmisbaar waren als arbeider en soldaat. In de toekomst zullen steeds meer werknemers worden vervangen door robots. Zelfs als kanonnenvoer wordt de gewone man overbodig. De soldaat wordt verdrongen door drones en andere automatische wapens, stelt Harari.

In de 20ste eeuw probeerden de massa’s hun cruciale bijdrage aan de economie te vertalen in politieke macht, in de 21ste eeuw zijn ze bang hun economisch nut te verliezen en klampen ze zich vast aan hun laatste restje politieke macht. Harari: “Een heleboel kiezers voor de brexit of van Donald Trump hebben, misschien terecht, het gevoel: de toekomst heeft ons niet nodig.”

Het verhaal dat computers mensen vervangen wordt al vijftig jaar verteld. Toch bestaat in veel landen bijna volledige werkgelegenheid.

“Veel mensen worden niet eens meer meegeteld in de werkloosheidsstatistieken omdat ze geen moeite meer doen een baan te vinden. Dat is de ultieme overbodigheid. Het klopt dat de werkgelegenheidssituatie op dit moment relatief gunstig is. Maar kunstmatige intelligentie nadert nu haar kritieke fase. Er is een enorme vooruitgang geboekt, maar die was vooral theoretisch. Er vonden experimenten plaats met de schaakcomputer AlphaZero of met de zelfrijdende auto.

“Nu komen we in een fase, misschien over vijf of tien jaar, waarin al die nieuwe uitvindingen van het laboratorium naar de supermarkt, de fabriek en de weg gaan. Dan zullen de economische schokken komen. Veel banen zullen verdwijnen, andere zullen terugkeren. Omscholing is een groot probleem. Een 50-jarige vrachtwagenchauffeur die zijn baan verliest omdat zijn truck nu zelf rijdt, kun je niet zomaar omscholen naar een beroep waar wel vraag naar is, zoals yogaleraar, ouderenverzorger of softwareprogrammeur.

“Het ergste is dat het geen eenmalige schok is, waarna een nieuw evenwicht wordt gevonden. Er zullen steeds opnieuw schokken plaatsvinden. Banen die compleet veilig waren voor automatisering, zoals journalist of historicus, worden misschien ook overgenomen door computers. Als je in de toekomst 100 jaar oud wordt en op je 80ste met pensioen gaat, zul je misschien vijf keer van professionele persoonlijkheid moeten veranderen.”

Is homo sapiens daarop gebouwd?

“Dat is de grote vraag. Op je 25ste is het niet moeilijk om van baan te veranderen, maar om op je 55ste helemaal opnieuw te beginnen is heel lastig. In een bestcasescenario trekt de overheid genoeg geld uit voor omscholing, ondersteuning en therapie. In een worstcasescenario zijn er gewoon niet genoeg banen en ontstaat een grote nutteloze klasse.

“In een land als België zal dat misschien nog meevallen. Maar wat gebeurt er in landen als Indonesië, Bangladesh of Honduras? Die zijn pas de laatste paar jaar op de trein van de vooruitgang gesprongen door laaggeschoolde fabrieksarbeid. Als die fabrieken worden geautomatiseerd, hebben zij niet de middelen om werkloos geworden textielarbeiders om te scholen.”

Het kan nog erger worden voor de homo sapiens, als we Harari mogen geloven. In de toekomst kan niet alleen sociaal-economische, maar ook biologische ongelijkheid ontstaan. Door de ontwikkeling van de biotechnologie zullen de rijken eindelijk iets nuttigers met hun geld kunnen doen dan de aanschaf van diamanten, Maserati’s of een zoveelste huis op een tropisch eiland waar ze maar een paar dagen per jaar komen.

Door dure genetische ingrepen, niet weggelegd voor gewone stervelingen, zullen ze zichzelf en hun kinderen slimmer en creatiever kunnen maken. Aristocraten hebben zich altijd al ingebeeld dat ze beter zijn dan andere mensen, maar in de toekomst zijn ze misschien echt beter, als een biologische superklasse. Het gevaar bestaat dat slechts een handjevol mensen homo deus wordt, aldus Harari. Hij acht het zelfs denkbaar dat de dood verslagen wordt. Sommigen zullen asterfelijk worden. Niet onsterfelijk, want ook de biologische supermens kan worden overreden door een vrachtwagen of opgeblazen door een terrorist.

Hoe serieus moet ik uw visie op de toekomst nemen? Enerzijds schetst u heel zelfverzekerd een beeld van de toekomst. Anderzijds maakt u in uw boeken voortdurend een voorbehoud of u schrijft dat de toekomst onvoorspelbaar is.

“Alles waarover we nu praten is geen voorspelling, in de zin van: zo ziet de wereld er in 2050 uit. Het is een mogelijkheid, gezien de technologische ontwikkelingen die zich aandienen. Zal het echt gebeuren of niet? Dat hangt af van de keuzes die we maken, nu en in de komende twintig jaar. Ik zie mijn rol niet als een voorspeller, maar als iemand die de mogelijkheden in kaart brengt. Ik zeg: kijk, dit kan er gebeuren, dit zijn de belangrijkste kwesties.

“Ons belangrijkste probleem is niet het tegenhouden van immigranten, maar het tegengaan van digitale dictaturen. Wat er uiteindelijk gebeurt, weet ik ook niet. Als ik zou denken dat mijn toekomstbeeld onvermijdelijk is, zou ik net zo goed mijn mond kunnen houden. Dan zou het gewoon gebeuren.”

Wat kunnen we nú doen om te verhinderen dat we in een verre toekomst worden geregeerd door een biologische superklasse?

“Je kunt zulke ontwikkelingen alleen op mondiaal niveau aanpakken. Stel dat je zegt: we zijn hiertegen, we doen geen genetische experimenten op mensen en we verbieden elk onderzoek naar supermensen, dan moet je ervoor zorgen dat de Zuid-Koreanen en de Chinezen het met je eens zijn.”

Juist internationale samenwerking is op dit moment problematisch. Het nationalisme lijkt de enige ideologie die in het offensief is en werkelijk mensen mobiliseert.

“Toch is het nationalisme veel zwakker dan de meeste mensen denken. Een goede manier om de kracht van een ideologie te bepalen is lijken tellen. Hoeveel mensen willen doden en sterven voor een ideaal? In de 20ste eeuw waren miljoenen Europeanen bereid te sterven, vooral om nationalistische redenen. Tegenwoordig zijn er maar heel weinig mensen bereid hun leven te geven, dat valt me als historicus op aan de nieuwe golf van nationalisme. Bovendien hebben de nationalisten geen enkel antwoord op de grote problemen van onze tijd, die allemaal mondiaal zijn. De dreiging van een kernoorlog en klimaatverandering, de technologische disruptie door kunstmatige intelligentie en biotechnologie. Nationalisme is vooral gevaarlijk omdat het de oplossing van zulke mondiale problemen in de weg staat.

“Maar als mensen niet meer weten hoe ze vooruit moeten, vallen ze ten prooi aan nostalgische fantasieën. De nationalisten en populisten zeggen dat ze controle terugbrengen, maar dat is een illusie.”

Ik zie nergens een overtuigend kosmopolitisch antwoord op het nieuwe nationalisme.

“Je ziet het wel in China, met zijn nieuwe zijderoute en zijn doctrine van Harmonie zonder Uniformiteit. Of dat goed of slecht is, is een andere vraag, maar niet iedereen geeft internationale samenwerking op.

“Het Westen trekt zich terug van internationalisme, maar de situatie is niet hopeloos. Het liberalisme heeft ergere crises gekend. Als je denkt dat de wereld er nu slecht voor staat, moet je terugdenken aan 1938. Het liberalisme slaagde erin zich te herstellen. Of dat nu weer zal gebeuren, weet ik niet. Maar de enige manier om de uitdagingen van deze eeuw succesvol aan te gaan, is mondiale samenwerking. Populisme en nationalisme helpen niet.”

Mythes over voedsel en beweging

Hoe mythes over voedsel en beweging counteren?
Expertisecentrum tegen fake voedingsnieuws

Niets hardnekkiger dan fabeltjes over voedsel en beweging. In tijden van fake news en een lawine aan informatie willen de experts vastberaden de strijd met mythevorming aangaan.

De Standaard – Simon Grymonprez – 07.09.2018

Hoe kunnen we mythes over voeding en beweging de wereld uit helpen? Over die vraag, gesteld door het kenniscentrum Eetexpert, bogen honderd diëtisten en artsen zich gisteren. Een vraag die steeds pregnanter wordt, want vooral jonge mensen zijn fervente gebruikers van ‘dokter Google’. Dat bleek eerder uit een bevraging van de Christelijke Mutualiteiten. Vooral hoogopgeleide jonge mensen blijken kwetsbaar voor het amalgaam aan digitale gezondheidstips, terwijl net het internet de broeihaard is van voedings- en bewegingsmythes.

Het is niet alleen de lawine aan tegenstrijdige ‘tips’ die de burger verwart, maar ook de onkritische zwart-wit-berichtgeving over gezondheid in de media, oordelen de diëtisten. Om journalisten te helpen pleit Tim Smits, hoofddocent marketingcommunicatie aan de KU Leuven, voor een eenduidig expertisecentrum dat als aanspreekpunt kan dienen voor de media in gezondheidskwesties. Volgens Smits werken experts aan zo’n aanspreekpunt, maar moeten verscheidene beleidsdomeinen nog mee het bad ingetrokken worden. Volgens Vlaams minister van Welzijn Jo Vandeurzen (CD&V) voorzien enkele door de overheid gesubsidieerde organisaties voor de meeste gezondheidskwesties al in een netwerk aan experts bestemd voor journalisten.
De meerwaarde van een eenduidig centrum is volgens Smits dat het expertisecentrum bij een gezondheidsnieuwtje telkens zou kunnen terugvallen op een basisverhaal van vuistregels, waar ‘voldoende consensus over bestaat’. Zo’n centrum zou de mythevorming over voedsel en bewegen moeten tegengaan.

Dat mensen vatbaar zijn voor mythes rond voeding, is niet alleen de schuld van de media, zegt Smits. ‘Belangrijk is te beseffen dat iedereen zich ervaringsdeskundige voelt: iedereen eet meerdere keren per dag en gezondheidsadvies gaat soms in tegen onze intuïtie.’ Dat bepaald voedsel, zoals spek, bij veelvuldig gebruik meer gezondheidsrisico’s oplevert, wordt dan gecounterd met: ‘Ja maar, mijn grootvader at elke dag spek met eieren!’ Smits: ‘Een standaard­antwoord zou dan moeten zijn: mensen leefden toen ook veel minder lang!’

Niet alleen gewone burgers vallen ten prooi aan mythes, ook professionals gaan er soms in mee of zijn door een gebrek aan bijscholing niet op de hoogte van ontkrachte theorieën. Een van de mythbusters is professor Dominique Hansen van de UHasselt. Hij geeft lezingen over bewegings­mythes voor bijvoorbeeld diëtisten. Of hij soms op weerstand stuit? ‘Nee, wel verbazing,’ zegt hij. Maar, zo vat Hansen samen, ‘als je met solide argumenten komt, accepteren ze je boodschap wel’.

ACHT hardnekkige mythes

1

‘Iedere vorm van inspanning leidt tot gewichtsverlies’
‘Uiteraard is dat niet zo’, zegt professor Dominique Hansen (UHasselt). ‘De huidige Europese richtlijnen zijn heel generiek, maar er is eigenlijk een veel groter volume aan inspanningen nodig om tot gewichtsverlies te komen. Je moet dus veel meer sporten om te vermageren dan de huidige richtlijnen doen geloven.’

2

‘Sporten heeft nauwelijks effect op mijn gewicht, dus kies ik alleen voor diëten’
Het andere uiterste van mythe 1. ‘Het klopt dat, door inspanningen toe te voegen aan een dieet, je niet spectaculair veel afvalt’, zegt Hansen. ‘Maar sporten heeft iets tot gevolg dat eigenlijk nog belangrijk is dan gewichtsverlies: een betere gezondheid. De impact daarvan op bloeddruk, cholesterol of de kans op suikerziekte is enorm. Dus ook op de levensverwachting of de opnames in het ziekenhuis.’

3

‘Er is een ideale inspanningsgraad waarbij ik vet verbrand en dat is een lage intensiteit’
‘Het is niet omdat je oefent binnen je vetbrandingszone dat je meer gewicht verliest’, vertelt Hansen. ‘Het tegendeel is eigenlijk waar. Een lage intensiteit is níét beter om af te vallen. Googel maar eens: heel vaak zullen websites aanraden om te trainen met een lage hartslag. Je mag dit gewoon negeren.’

4

‘Door krachttraining val ik veel sneller af’
‘Ja,’ zegt Hansen, ‘krachttraining is nodig. Maar niet om af te vallen. Krachttraining zal ertoe leiden dat je spiermassa toeneemt, wat je bijvoorbeeld beter beschermt tegen suikerziekte. Maar een grotere vetmassa zul je er niet door verliezen.’
Hansen geeft aan dat de reden onbekend is. ‘Krachttraining genereert wel een groter calorieverbruik, maar toch vallen we niet meer af. Het is een enigma.’

5

‘Je valt ’s ochtends sneller af door te sporten met een lege maag’
Dit idee komt volgens Hansen overgewaaid van atleten, die sporten op een nuchtere maag. ‘Maar ze doen dat niet om af te vallen, wel om prestaties te bevorderen. Maar voor de bestrijding van obesitas maakt het niet uit. Er is niets mis mee, maar je valt er niet sneller door af.’

6

‘Door al die gefotoshopte, dunne modellen krijgen onze jongeren eetstoornissen’
Klopt niet, zegt Nele De Schryver, psychiater aan het UZ Gent en gespecialiseerd in eetstoornissen. ‘Het is genuanceerder. We weten dat die slanke modellen een negatieve invloed hebben op het zelfbeeld van mensen die sowieso minder zelfvertrouwen hebben, perfectionistisch of angstig zijn. Dat kán bijdragen tot een eetstoornis, maar er zijn veel meer relevante factoren, zoals genetische eigenschappen, ervaringen in het leven of temperament.’

7

‘Om van je eetstoornis af te raken, is een portie wilskracht alles wat je nodig hebt’
‘Ondergewicht laat je meer nadenken en meer obsessief bezig zijn met eten. Als je dan bijkomt, is het niet zo dat het probleem rond je zelfvertrouwen of perfectionisme plots is opgelost’, zegt De Schryver. ‘Wilskracht is belangrijk om tegen een eetstoornis te vechten, maar het is geen garantie op succes, of je nu bent bijgekomen of niet.’

8

‘Een eetstoornis wordt heel vaak veroorzaakt door conflicten binnen het gezin’
‘Nee,’ zegt De Schryver, ‘we zien dat gezinsconflicten heel vaak níét aan de oorsprong liggen van de eetstoornis. Die zet de gezins­relaties wel op scherp, met meer conflicten als gevolg. Maar de stoornis volgt niet uit het conflict.’

Zelfverwonding

Moeten we ons zorgen maken over zelfverwonding bij meisjes?

Bron – EOS  Wetenschap

Vorige week werden alarmerende cijfers gepubliceerd uit de zevende editie van het Britse ‘Good Childhood’ rapport. 22 procent van de 14-jarige meisjes bleek zelfverwondend gedrag te vertonen. Hoe zit het bij ons?

Deze resultaten komen uit een nog lopend onderzoeksprogramma (The Children’s Society The Good Childhood Report), gestart in 2005, waarbij 65.000 kinderen en jongeren tussen tien en zeventien jaar vragenlijsten invulden over hoe ze zich voelen over hun leven en over de dingen die hen (on)gelukkig makend. Er werd hierbij vooral gekeken naar tijdelijke trends in geluksgevoel, geslachtsverschillen, gevoelens over vrienden, familie en uiterlijk. Verder werd de relatie tussen geluksgevoel en mentale gezondheid bestudeerd en het eventuele verband met ‘zelfverwondend gedrag’, een term waarmee zowel fysieke zelfverminking wordt bedoeld (bijv. zichzelf krassen, snijden, …) als ander destructief gedrag (bijv. alcohol- en drugsmisbruik). Er werden ook gegevens van 3 andere lopende studies in rekening genomen.

In het algemeen steeg het geluksgevoel gelinkt aan familie en school, van 1995 tot 2016, bij de Britse kinderen en jongeren. Vanaf 2009 wordt het verschil in geluksgevoel tussen jongens en meisjes steeds groter. Bij meisjes spelen de gevoelens over hun uiterlijk een grotere negatieve rol. Mogelijk hebben sociale media een groter (negatief) effect op meisjes dan op jongens. Meisjes gaven in het algemeen aan minder gelukkig te zijn, hadden meer depressieve klachten en gaven 2 keer meer (22%) zelfverwondend gedrag aan in vergelijking met jongens (9%).

Voor België zijn de cijfers ook vrij hoog: uit een steekproef onder 568 middelbareschoolstudenten bleek 16,5 procent zichzelf ooit (fysiek) te verwonden. Ook hier waren het voor 76 procent meisjes en slechts 27 procent jongens.

Hoe moeten we dit nieuws interpreteren?

In onze huidige samenleving lijkt het niet zo eenvoudig om het mentaal evenwicht te bewaren. In de Belgische Gezondheidsenquête (2013) geeft een derde van de bevolking van vijftien jaar en ouder aan psychische problemen te ervaren. Vrouwen, laagopgeleiden en inwoners van grote steden hebben vaker met dit soort problemen te kampen. 40 procent van de jonge vrouwen (15-24 jaar) meldt psychische problemen, terwijl dit percentage voor mannen in deze leeftijdsgroep maar half zo hoog ligt.
Een van de belangrijkste aanbevelingen van de onderzoekers is om zelf naar de mentale gezondheid van kinderen en jongeren te peilen en niet verder te gaan op de mening en observaties van volwassenen.

Jongeren die zich mentaal niet fit voelen, moeten makkelijker kunnen praten over hoe het echt met hen gaat. Wie griep heeft of zijn been breekt, gaat naar zijn huisarts of het ziekenhuis. Maar wie zich mentaal niet fit voelt, weet vaak niet waar hij terecht kan of durft er niet met anderen over praten. Zeker jongeren vormen daarbij een moeilijk bereikbare doelgroep.

De website van Geestelijk Gezond Vlaanderen deelt tips voor jongeren.
Meer specifieke informatie over zelfverwonding is hier te vinden.

Op de website van Te Gek ten slotte staan alle campagnes die psychische problemen bespreekbaar kunnen maken.

Conclusie

Dit rapport bevestigt het belang van aandacht voor onze mentale gezondheid, ook voor kinderen en jongeren. De cijfers liegen niet en zelfverwonding mag niet langer verstopt blijven. We moeten alle middelen aanwenden om het bespreekbaar te maken. De huisarts kan hier een centrale rol in spelen.