De wijsheid van een hippie

De 7 levenswijsheden van Paulo Coelho: Diploma’s zijn de nieuwe adellijke titels: je hebt er hard voor gewerkt, maar uiteindelijk kun je er geen baan mee vinden
Maandag 10 september 2018 – Humo

Met ‘Hippie’ heeft de Braziliaanse schrijver Paulo Coelho (71) zijn meest autobiografische boek tot nog toe uit. De auteur wordt wereldwijd zowel geliefd als verguisd om zijn spirituele spreuken, en ook zijn nieuwe roman staat er vol mee. We selecteerden er zeven en legden die aan hem voor.

1. ‘Maak het simpel en je zult gelukkiger worden.’

Paulo Coelho «Ik draag de ideeën van de hippiecultuur in mijn hart. Maak je leven simpel, trek de natuur in, probeer gezond te eten en luister naar goede muziek. Het is geen rocket science. Maar de wereld gaat de andere kant op, daarom wilde ik dit boek schrijven. Iedereen weet wat er mis is en we moeten het kwaad bestrijden. Niet door een community op te richten, of iets te posten tegen het één of ander, want kwaad bestrijd je door een voorbeeld te stellen.

Kijk naar mijn geboorteland, Brazilië: daar is het heel ingewikkeld. De president is afgezet, met idiote argumenten, en nu is het een puinhoop. Dat leidt tot extremisme en zo komen er steeds meer rechtse politici. Toen ik daarover nadacht, wilde ik vertellen over hippies. Die volgden misschien niet de regels, maar ze hadden wel ethiek. Ik was er zelf ook één. We werden gehaat door de regering, maar dat kon ons niks schelen. Toentertijd wisten mensen niks over hippies. Ze dachten dat we alleen maar stoned waren, de liefde bedreven en naar vreselijke muziek luisterden, maar het was de beste periode van mijn leven.»

2. ‘Wie magie wil leren, dient te beginnen met om zich heen te kijken.’

Coelho «Tegenwoordig hechten mensen veel waarde aan diploma’s halen, maar diploma’s betekenen niets. Vroeger had je adellijke titels, was je de graaf van X of de hertog van Y. Diploma’s zijn de nieuwe adellijke titels; je hebt er hard voor gewerkt, maar aan het eind van het verhaal kun je geen baan vinden. Je kunt dus beter doen wat je graag wilt, want op een universiteit ga je niks leren. Je leert door te proberen, met vallen en opstaan. Levenservaring is veel belangrijker dan een diploma.»3. ‘Op reis leer je alles wat je voor de rest van je leven nodig hebt.’

Coelho «Als je reist, leer je dat je geen angst hoeft te hebben als je buiten je comfortzone komt. Je leert dat je erop kunt rekenen dat mensen je helpen. Je ouders zeggen misschien dat je niet met vreemden moet praten, maar vreemden hebben juist veel interessants te vertellen. Geniet van de reis en de ontmoetingen, denk niet na over het doel. Dat zijn voor mij de regels van een gezond leven.

Mijn reis naar Santiago de Compostela in 1986 was een keerpunt. Toen heb ik besloten dat als ik een schrijver wilde zijn, ik een boek moest schrijven. Terug in Brazilië heb ik een tijdschrift opgericht om over mijn reis te vertellen en zo is het begonnen.

‘Hippie’ speelt zich deels af in Amsterdam, waar ik in de jaren 70 een tijdje woonde. Ik hoor van vrienden dat de stad nu overvol is door alle toeristen. Ze vinden het vreselijk, ze zeggen dat er geen doorkomen meer aan is. Het liefst ga ik nooit terug naar plaatsen waaraan ik mooie herinneringen heb. Parijs, Machu Picchu, Amsterdam. Ik bewaar ze liever als schatten in mijn hart. Maar na de publicatie van ‘Veronika besluit te sterven’, in 1998, moest ik in Amsterdam zijn voor een televisie-interview. Ik vermeed de plekken die ik kende van vroeger, maar daar wilde die opnameploeg juist naartoe. We gingen naar het pand waar ik ooit een kamer huurde, maar dat was nu een chic hotel. Het was een ramp voor mij.

Ik ben klaar met reizen. Ik heb het heel mijn leven gedaan. Tegenwoordig ga ik naar het bos hier om de hoek en doe wat binnen een uur vanaf Genève te bereizen is. Ooit zal ik misschien weer reizen, maar nu niet. In Brazilië kom ik niet meer; ik heb er veertig jaar van mijn leven gewoond, dat is genoeg.»4. ‘Het enige doel van het leven is ons te bevrijden van wat we niet nodig hebben.’

 «We verzamelen allemaal spullen. Ik heb vrienden die heel veel auto’s hebben. Ze kunnen niet in al die auto’s tegelijk rijden, maar toch kopen ze telkens een nieuwe. We stoppen zoveel spullen in ons huis, maar er zit een grens aan. Bovendien kun je niets meenemen naar het volgende leven. Die ophoping geldt ook voor kennis. We denken dat als we maar veel kennis verzamelen en veel leren, we een enorm ontwikkeld persoon zullen zijn, maar dat is niet zo. Denk je dat je door lezen iets leert? Nee. En van leren word je ook niet wijzer. Wat heb je bijvoorbeeld aan een cursus vechtsport, als je op het moment dat het erop aankomt je instinct moet gebruiken, een deel van je brein dat niet over kennis gaat?

Ik slaag er redelijk in mezelf te bevrijden van wat ik niet nodig heb. Ik probeer niet te veel dingen te kopen. Ik draag altijd zwarte kleren, zodat ik niet hoef te kiezen. Ik heb een e-reader om boeken te lezen. Een grote boekenkast in huis dient alleen om op te scheppen. Als ik ze weleens zie bij mensen thuis denk ik: mijn god, wat proberen die mensen te bewijzen? Ze hebben toch geen tijd die boeken een tweede keer te lezen. Het is alleen maar om indruk te maken op het bezoek.»

5. ‘Voor mensen die drempels willen nemen, zijn deuren altijd open.’

«Het was mijn droom om schrijver te worden en zo de wereld te veranderen. Een megalomaan idee, dat niet gelukt is, natuurlijk. Als je jong bent, denk je dat je de wereld kunt veranderen. Het is me wel gelukt om mezelf te veranderen. Ik was heel lang een schrijver zonder boek. Ik besloot: ik kan mijn droom opgeven, of ik kan hem gaan waarmaken. Toen ik ‘De pelgrimstocht naar Santiago’ schreef, dacht ik dat niemand geïnteresseerd zou zijn in mijn reis. Het is onvoorstelbaar dat ik honderden miljoenen boeken heb verkocht.

Iedereen kan zijn leven veranderen. De meeste mensen vinden het eng en ze blijven liever veilig in hun comfortzone. Het is moeilijk om te luisteren naar wat je ziel je vertelt. Ik ben ook weleens bang, maar ik verstijf nooit van angst en ik ga door. Ik ben bijvoorbeeld altijd bang als ik een nieuw boek schrijf, omdat ik niet weet of het gaat lukken om goed onder woorden te brengen wat ik voel. Elke keer als ik een boek schrijf, ontdek ik een nieuwe Paulo.»

6. ‘Praat, maar probeer niemand te overtuigen.’

«Sociale media zijn een ramp geworden. Voor mij zijn ze een manier om contact te houden met mijn lezers, meer niet. Mensen worden fundamentalisten op sociale media. Ze gaan niet naar Facebook om iets nieuws te ontdekken, maar om gelijkgestemden te vinden. Ze lezen nooit de andere kant van het verhaal.

Ik zie hoe kinderen van vrienden op vakantie in het hotel blijven om online te kunnen zijn. Misschien hebben zij er plezier van, maar het is niks voor mij. Je zult van mij nooit een post zien waarin ik in een auto zit, of opschep over mijn appartement.»

7. ‘Ware liefde is een vraag zonder antwoord.’

Coelho «Wat moet ik daarover zeggen? Waarom hou ik van mijn vrouw? Ik weet het niet. En zij weet niet waarom ze van mij houdt. We moeten dat mysterie respecteren.» Paulo Coelho, ‘Hippie’, De Arbeiderspers

 

Balkonnetbeha

Ik ben vanmorgen opgestaan en zonder echt wakker te zijn, had ik al een heel gedicht in mijn hoofd, en ik heb er geen woord moeten aan veranderen.
Soms vraag ik mij af of ik wel ooit écht slaap…

Creativiteit

Nergens
is het leven mooier
dan tussen twee werelden,
die van de zin
en die van de waanzin,
want daar ligt
de creativiteit.

Micheline Baetens – 11.09.2018

Ik heb zojuist een mooi woord ontdekt: een balkonnetbeha, ideaal voor bij een feestkleedje.

Mijn feestkleedje voor zaterdag hangt al klaar, maar dan zonder balkonnet, en verder ook zonder veel andere tralala. Ik wil mij vooral niet opgetut voelen, maar goed in mijn vel zitten.

David is zojuist met mij naar de optieker gereden, want ik was in de week op mijn bril gaan zitten, en die was lichtelijk uit de juiste vorm geraakt. Gelukkig is alles zonder extra kosten terug in orde gebracht.

Gisteren nog eens naar Isabelle, de mama van Audrey, gebeld om af te spreken voor zaterdagmorgen, en ze komt mij om kwart na tien halen. We rijden dan naar haar woning, waar Audrey samen met haar stiefvader wacht om in de nieuwe en versierde wagen van Eric te stappen, en zo naar het gemeentehuis te rijden.David die wordt opgepikt in de Kouterstraat, door zijn getuige, en die zal al in de trouwzaal zitten wachten op ons.

De papa en stiefmama van Audrey, die komen vrijdag met hun campingcar van Herstal naar Overijse, overnachten daarin, en zijn zo zeker dat ze om elf uur ook op het gemeentehuis zijn.

Er zal ongeveer een tachtig man aanwezig zijn, waaronder een tiental kinderen, en Runa, het dochtertje van Alwin, David’s jeugdvriend, zal de ringen dragen.
Neen, de zenuwen gieren nog niet door mijn lijf, maar het begint stilaan wel spannend te worden.

Voedingsmythes

Actieve bifidus toch niet zo actief: “We moeten dringend voedingsmythes beter counteren”
De Morgen – 10-09-18 – Barbara Debusschere

Probiotica of ‘goede bacteriën’ zoals in speciale drankjes, supplementen of yoghurt hebben geen effect en zijn soms zelfs schadelijk, zo blijkt. “We moeten dringend voedingsmythes beter counteren”, zeggen Vlaamse experts.

Probiotica in drankjes, supplementen of yoghurt zouden je organisme een boost geven en je interne ecosysteem herstellen na een antibioticakuur, en miljoenen mensen vertrouwen daarop.

Maar uit twee onderzoeken in vakblad Cell blijkt nu dat probiotica bij heel wat mensen gewoon weer uit het lichaam verdwijnen via de stoelgang en nul effect hebben. Ook blijkt dat probiotica potentieel schadelijk zijn wanneer je ze neemt na een antibioticakuur. De probiotica verhinderden sterk het herstel. Andere onderzoeken hebben al een verband aangetoond tussen een langdurig verstoord microbioom (geheel van microben) en zwaarlijvigheid, allergieën en ontstekingen.

Probiotica zijn een van de vele voedingshypes die op zeer weinig zijn gebaseerd, klinkt het. “De wetenschap zoekt al sinds de jaren 30 naar wat de positieve effecten zijn en we weten het nog altijd niet”, zegt voedingsdeskundige Patrick Mullie (VUB). “Het is dus vooral een commercieel concept.”Invloedrijke voedingsmythes

– Glutenvrij is beter voor je energiepeil, gewicht, gezondheid
– Ban suiker en eet meer vetten
– Doe regelmatig een vasten- of sappenkuur

Glutenvrij, suikervrij, ontzuren, detoxen, lactosevrij

Maar dat zoveel mensen daar blijven intrappen kan dus schadelijk zijn. Net daarom werken Mullie en andere experts aan een plan om vals voedingsnieuws te bestrijden. “Er verschijnen wekelijks 200 tot 250 nieuwe studies over voeding die door communicatiediensten en snelle media verspreid worden”, zegt professor endocrinologie Christophe Matthys (KU Leuven).

Daarnaast zijn er ook talloze kook- en dieetboeken, programma’s en uiteenlopende websites van overheden, voedingsgoeroes, zelfverklaarde experts en de industrie die ‘voedingswaarheden’ de wereld in sturen. Glutenvrij, suikervrij, ontzuren, detoxen, lactosevrij, alleen eten tussen bepaalde uren: er bestaat een mythe en een bijbehorend dieet over waar miljoenen thuis mee aan de slag gaan. Dat is niet altijd per se ‘gevaarlijk’ maar kan tot extremen, verwarring en obsessies leiden.

“Wij merken regelmatig dat cliënten met eet- en gewichtsproblemen met allerlei informatie komen om bepaalde voedingskeuzes mee te verantwoorden. Het is belangrijk dat die correct is ”, zegt An Vandeputte van Eetexpert.be, het kenniscentrum voor eet- en gewichtsproblemen.

Naar Nederlands voorbeeld

In de lente kwam de Koninklijke Academie voor Geneeskunde al tot die conclusie en ondertussen werkt de ploeg van Gezondheid en Wetenschap eraan. Gezondheid en Wetenschap is een onafhankelijke website van wetenschappers die in opdracht van de Vlaamse Gemeenschap is ontwikkeld door het Centrum voor Evidence-Based Medicine (Cebam). Je leest er artikels die nagaan of een voedingsclaim in de media of een nieuw boek echt klopt. Ongeveer driekwart van ons verwerft kennis over gezondheid via de media en steeds vaker komt er informatie van zelfverklaarde experts die in feite weinig kaas hebben gegeten van de voedingswetenschap.

Tegen eind dit jaar wil Gezondheid en Wetenschap met extra expertise tegen fake gezondheidsnieuws komen. “We voeren nu gesprekken met belangrijke experts”, zegt hoofdredacteur Marleen Finoulst. “Hoe het er dan exact zal uitzien is nog niet helder, maar we mikken op iets zoals het Voedingscentrum in Nederland.”

Dat is daar dé referentiebron. Is er een nieuw dieet dat aanraadt nooit tussen 12 en 17 uur te eten? Dan kunnen media en burgers er snel en helder zien of dat klopt. Om kort op de bal te spelen, is het centrum ook erg aanwezig op sociale media. Gezondheid en Wetenschap brengt wel al stukjes gebaseerd op nieuwsberichten zoals ‘Krijg je echt diabetes van aardappelen?’, maar er moet iets extra’s gebeuren.

De beste wetenschap voor u geïnterpreteerd

Matthys: “Er is vooral nood aan eenduidige informatie die niet alleen meer discussies beslecht, feiten checkt en fouten rechtzet maar die ook, zoals het Voedingscentrum, positieve en praktische informatie geeft en de wetenschap voor de leek interpreteert.”
Wie op de site van het Voedingscentrum bijvoorbeeld leeftijd en geslacht invult, krijgt meteen tientallen weekmenu’s verdeeld in thema’s zoals ‘oosters’ of ‘vegetarisch’ inclusief heldere informatie over porties. Je weet dat die zijn gebaseerd op de beste wetenschap, zonder dat je op eigen houtje je weg moet zoeken tussen de massa aan nieuwtjes over de vele nieuwe voedingsstudies. Binnenkort dus misschien ook bij ons.

 

Elk brein is anders

Hoeveel brein heb je eigenlijk echt nodig?
10-09-18 – Margreet Vermeulen – Bron: de Volkskrant

Artsen staan soms versteld als ze zien met hoe weinig hersenweefsel bepaalde mensen toe kunnen. Het roept de vraag op: hoeveel brein heb je echt nodig?
Een 44-jarige man komt bij de dokter. Hij heeft de laatste tijd weinig kracht in zijn linkerbeen. Op een MRI-scan zien de artsen een vrijwel lege hersenpan. Preciezer gezegd: in plaats van hersenen zien de artsen een schedel die voor 90 procent is gevuld met hersenvocht. Wat van de hersenen resteert, wordt door het vocht tegen het schedeldak geplet. De medici staan voor een raadsel: hoe kan iemand met zo weinig brein normaal functioneren? De 44-jarige Fransman heeft weliswaar geen hoog IQ (75), maar hij leidt een normaal leven als ambtenaar en ­vader van twee kinderen.

Dat een groot brein niet per definitie een slim brein is, daar is de wetenschap het wel over eens. Maar zo nu en dan staan artsen versteld als ze zien met hoe weinig hersenweefsel sommige mensen toe kunnen. In juli haalden de lotgevallen van een 13-jarig jongetje het wetenschappelijk tijdschrift Cell Press. De puber kan gewoon horen en (vrijwel) gewoon zien, terwijl hij de hersengebieden die dat regelen moet missen sinds een operatie. Op zijn zesde werd eenderde deel van zijn rechterhersenhelft weggehaald vanwege epilepsie. Niet alleen zijn zicht en gehoor hebben er (weinig) onder geleden, ook zijn intelligentie is normaal gebleven.

De voorbeelden beperken zich niet tot kinderen, bij wie het brein flexibeler is dan bij volwassenen. In maart van dit jaar keken artsen op de eerste hulp in Noord -Ierland raar op toen ze op een CT-scan een luchtbel zagen ter grootte van een tennisbal in de hersenen van een 84-jarige man. De man had weinig klachten, behalve dat hij zo nu en dan het evenwicht verloor.MRI-hersenscan van patiënt met vocht-of luchtbellen. © Case courtesy of Radswiki, Radiopaedia.org, rID: 11788

Al rond 1980 vroeg de Britse kinderarts John Lorber zich enigzins schertsend af: ‘Is ons brein wel echt nodig’? Lorber maakte scans van de hersenen van zeshonderd volwassenen die als kind al dan niet succesvol waren behandeld voor een waterhoofd. Bij een waterhoofd stokt de afvoer van hersenvocht, terwijl de aanvoer gewoon doorgaat. Om te voorkomen dat de hersenen daardoor in de verdrukking komen, wordt het vocht operatief afgevoerd met een drain, soms zelfs met een pompje of ventiel. Lorber concentreerde zich op de zestig extreme gevallen waarin het hersenvocht niet goed was afgevoerd of bij wie de drain verstopt was geraakt in de loop der jaren, met als gevolg dat de schedel voor 95 procent gevuld raakte met water.

De helft van deze mensen was, zoals je zou verwachten, zwaar gehandicapt. Maar wat Lorber versteld deed staan was dat de andere dertig mensen een normaal of zelfs bovengemiddeld IQ hadden en een gewoon leven leidden. Bij één geval (een wiskundestudent) was het hersenweefsel tussen de binnenkant van de schedel en de hersenkamers niet 4,5 cm dik is (zoals normaal is) maar slechts 1 millimeter.

De neurowetenschap nam de kinderarts niet erg serieus. En de opwinding die hij had veroorzaakt, ebde weg toen hij in 1996 overleed. Op YouTube is een documentaire te zien waarin Lorber wordt neergezet als een dappere buitenstaander die het vergeefs opneemt tegen de gevestigde neurowetenschap.

MRI-hersenscan van patiënt met vocht-of luchtbellen. © Case courtesy of Dr Paul Simkin, Radiopaedia.org, rID: 30453

Inmiddels is er, naar aanleiding van gevalsbeschrijvingen als hierboven in serieuze wetenschappelijke vakbladen, erkenning voor het feit dat mensen met een afwijkend brein toch, op alle fronten zelfs, normaal kunnen functioneren. En dat John Lorber dat als eerste aantoonde. ‘De relatief goede ontwikkeling van sommige kinderen met afwijkingen in het brein is in mysteriën gehuld’, schreven Duitse wetenschappers in 2007 in het Journal of Child Neurology onder de titel: ‘Hoeveel brein hebben we echt nodig?’

Zeldzaam

In de 25 jaar dat de hoogleraar acute neurologie Ivo Roos van het Amsterdams Universitair Medisch Centrum in de neurologie werkt, heeft hij het twee keer gezien. Een patiënt die ­ondanks een onttakeld brein goed functioneerde. “Het is heel zeldzaam hoor. In één geval ging het om een meisje van 11 met een groot herseninfarct. Een flinke taartpunt van haar hersenen stierf af omdat dat deel geen bloed meer kreeg. Ze raakte halfzijdig verlamd, kreeg problemen met taal en haar totale functioneren was ernstig aangedaan. Driekwart jaar later ging ze weer op de fiets naar school. Voor mij was dat bijzonder, ik ben geen kinderneuroloog en zulk opmerkelijk herstel zie ik bij volwassenen vrijwel nooit. Bij iemand van 25 jaar is het al niet meer mogelijk of ­uiterst onwaarschijnlijk dat hersenen zich zo aanpassen en functies die ver­loren zijn gegaan onderbrengen bij ­andere hersengebieden – een geweldig fenomeen om dat te zien.”

MRI-hersenscan van patiënt met vocht-of luchtbellen. © Case courtesy of Radswiki, Radiopaedia.org, rID: 11788

Ook herinnert hij zich een secretaresse in het ziekenhuis die, tot haar ­eigen verrassing, een zeer fors waterhoofd bleek te hebben. Nooit ergens last van gehad, op wat hoofdpijnklachten na. Maar dat heeft toch iedereen, redeneerde zij. Ze kwam pas naar de poli neurologie omdat een van de artsen voor wie ze werkte vond dat er een CT-scan gemaakt moest worden vanwege die hoofdpijn. En toen kwam het waterhoofd – hydrocephalus – aan het licht. Ze kreeg een drain en functioneert weer als vanouds.

Zonder hoofdpijn.

“Als het brein beschadigd raakt, kan het zich reorganiseren”, zegt de Nijmeegse neuropsycholoog Luciano ­Fasotti. “We zien op hersenscans vaak dat het hersenweefsel in de buurt van het beschadigde gebied erg actief wordt en taken overneemt. Het brein is adaptief. Dus iemand die na een beroerte slecht spreekt, kan na pakweg een jaar soms weer heel aardig uit de voeten.”

Internet

Roos vergelijkt de hersenen met een soort internet. “Aan de buitenste schil, net onder de schedel, staan de computers opgesteld, zeg maar de denkstations. Als je bedenkt dat je iets wilt optillen, begint daar de hersenactiviteit. Om het voorwerp ook echt op te tillen, moet het denkstation verbinding maken met hersengebieden die dieper in het brein ­liggen en waar onder andere de motoriek wordt geregeld. Laten we die verbindingen even zien als telefoondraden die in een soort steunweefsel hangen. Die telefoondraden en het steunweefsel, ook wel de witte stof, zijn minder essen­tieel. Als alleen die beschadigd raken, en niet de denkstations, kan het allemaal meevallen en zal bijvoorbeeld vooral wat traagheid in denken optreden.”

Bovendien is er in veel gevallen niet direct sprake van minder hersenweefsel, als het brein door een vocht- of luchtbel tegen de hersenpan wordt gedrukt, maar is het hersenweefsel slechts ingedikt. Ook in ingedikte vorm kunnen neuronen blijkbaar hun werk goed doen.

Hersenomvang en intelligentie

Hoe grillig de relatie is tussen intelligentie en de omvang van de hersenen blijkt uit een studie van de Canadese hersenonderzoekster Sandra Witelson uit 2006. Witelson bepaalde het IQ van honderd terminale kankerpatiënten. Na hun dood bracht ze nauwgezet de omvang van hun hersenen in kaart. Wat bleek? Hoe groter het brein, hoe groter de verbale intelligentie bij vrouwen en rechtshandige mannen. Bij linkshandige mannen is dat verband er niet. In de studie is ook een schatting gemaakt voor welk deel de verbale intelligentie bij vrouwen en rechtshandige mannen is toe te schrijven aan de hersenomvang. Dat bleek 36 procent. De resterende 64 procent schrijven ze aan de omgeving toe: denk aan onder meer opleiding en kwaliteit van voeding.

Ook het ruimtelijk inzicht is bij vrouwen beter naarmate hun hersenen volumineuzer zijn. Bij mannen niet. Het mannenbrein is gemiddeld 10 procent groter dan een vrouwenbrein van dezelfde leeftijd. Maar dat grootteverschil leidt niet tot betere intelligentiescores, zegt Witelson. Zij vond dat rechtshandige mannen een groter hersenvolume nodig hadden dan rechtshandige vrouwen om dezelfde score voor verbale intelligentie te behalen.

Aan de hersenen kun je overigens niet zien of ze van een man of een vrouw zijn. Iedereen heeft volstrekt unieke hersenen. Zelfs eeneiige tweelingen komen ter wereld met een verschillend brein.

“Als zo’n vochtbel heel langzaam groeit en als dat op jonge leeftijd gebeurt – in de periode dat het brein zich nog ontwikkelt, maar de schedelnaden al wel dicht zitten – dan plooien de hersenen zich naar de bestaande, krappe ­situatie”, aldus Roos.
Blijft het probleem dat een grote bel water midden in het brein verhindert dat de denkstations rechtstreeks verbinding kunnen maken met andere hersengebieden. De witte stof daar, die voor de communicatie tussen de hersengebieden zorgt, is weg. Roos: “Dat klopt. De signalen moeten om dat water heen, een langere weg afleggen. Op die manier blijven de hersenfuncties ­intact, maar let op: als je hersenen zulke om­wegen moeten maken, kun je best aardig functioneren, maar nooit uitblinken. Alles kost meer inspanning en vooral meer tijd.”

Gedrag

Overigens past niet alleen het brein zich aan, de patiënt past ook zijn gedrag aan, is de ervaring van Fasotti. “Aan sommige patiënten met een beroerte, hersentumor of traumatisch hersenletsel zie ik aan de buitenkant weinig. Ze hebben geleerd te compenseren. Pas als je ze scherp observeert bij het uitoefenen van gerichte taken zie je dat ze toch echt trager zijn dan normaal.”

Dat een 84-jarige man hooguit wat onvast ter been is door een luchtbel in het brein, maar zich verder kiplekker voelt, verklaart de Amsterdamse neuroloog Roos als volgt: “Die luchtbel zit in dit geval achter het voorhoofd. Als het daar minder goed functioneert, heeft dat weerslag op je karakter, remmingen en impulsiviteit. Dat merk je niet zo snel als patiënt. De directe omgeving vaak wel en dan gaan de partners klagen.”

De luchtbel was ontstaan, zagen de artsen op een MRI-scan, door een goedaardige tumor die het bot tussen de neus en de hersenen had aangetast. Door het gat dat zo ontstond, stroomde geleidelijk aan steeds meer lucht de hersenen binnen. “Als het om een jonge man was gegaan, had hij allang bij de dokter gezeten. Met hoofdpijn. Want zo’n bel drukt op de hersenen en als dat lang duurt komt er druk op de hersenvliezen te staan, wat pijnlijk is. Maar bij iemand van 84 is de hersenpan veel leger. Onze hersenen krimpen. Naarmate we ouder worden zit er meer hersenvocht en minder hersenweefsel. Bij een man van 84 vervangt zo’n luchtbel een deel van het hersenvocht en vult het de ruimte op die ­natuurlijk afgestorven hersencellen achterlaten.”

Blijft de vraag hoeveel hersenweefsel we minimaal nodig hebben. Volgens Roos is daar geen antwoord op te geven. “De omvang en het gewicht van de hersenen zegt weinig over de kwaliteit van het brein of het aantal verbindingen in de hersenen. En dat laatste is veel ­belangrijker als het gaat om ­intelligentie.”

Daar is Fasotti het mee eens. “We hebben een tijd gedacht dat mensen met een zwaarder brein beter bestand waren tegen letsel, zoals alzheimer. Tegenwoordig denken we dat mensen met ‘cognitieve reserve’ beter bestand zijn tegen zulke neurologische ziekten.” Die ­reserve bouw je op door een stimulerende levensstijl. Denk aan fysiek actief zijn, levenslang leren en op allerlei ­manieren sociaal actief zijn. “De reserve die je daarmee opbouwt, biedt een ­zekere bescherming tegen neurologische ziekten, ongeacht de resterende hoeveelheid gezond hersenweefsel.”

Daarmee is de vraag hoeveel hersenweefsel we minimaal nodig hebben, nog steeds niet beantwoord. “Daar heeft de ­wetenschap nog geen antwoord op. Maar de ontwikkelingen gaan snel. Een paar jaar geleden konden we de witte stof in het brein nog niet in beeld brengen en nu maken we er prachtige plaatjes van”, aldus Fasotti. “Het antwoord komt hoe dan ook dichterbij.”

Werelddag rond zelfmoordpreventie

België heeft hoogste zelfmoordcijfer in West-Europa en oorzaak lijkt in onze Vlaamse aard te liggen
Het Laatste Nieuws – 10 september 2018
Bron: Radio 1
https://radio1.be/ik-stond-op-het-punt-om-al-mijn-medicatie-een-keer-te-nemenBelgië heeft het hoogste zelfmoordcijfer van West-Europa en volgens professor Gwendolyn Portzky van de Eenheid voor Zelfmoordonderzoek aan de universiteit van Gent zou de oorzaak te vinden zijn in onze Vlaamse aard. Dat heeft ze vanmorgen gezegd in Bij Debecker op Radio 1. “We lossen onze problemen niet op en we werken ons kapot”, klonk het. Aanleiding voor het interview was de Werelddag rond zelfmoordpreventie van vandaag. Volgens een kaartje met zelfmoordcijfers dat journalist Koen Fillet onlangs deelde, maakt ons land geen goede beurt als het op zelfdoding aankomt. We hebben het hoogste aantal zelfdodingen van heel West-Europa en staan globaal gezien op de 25ste plaats. Elke dag proberen 28 landgenoten uit het leven te stappen en bij 3 van hen is die poging ook succesvol.

Vrouwen zijn meest vertegenwoordigd in de groep die probeert om zelfmoord te plegen, mannen in de groep waar de zelfmoordpoging ook lukt. Volgens de meest recente cijfers van de Vlaamse overheid stierven in 2015 1.051 Vlamingen door zelfdoding. 72 procent waren mannen.

Professor Portzky doet onder meer onderzoek naar de oorzaak van de slechte cijfers in België en na een vergelijking met Nederland – waar ze maar half zo hoog zijn – kwam ze tot een opmerkelijke conclusie: ons Vlaams-zijn speelt ons parten.

Zo blijken Vlaamse jongeren in tegenstelling tot Nederlandse niet zo probleemoplossend te denken. “Ze gaan liever uit feesten dan te zoeken naar oplossingen”, aldus Portzky. “Een andere factor is ook de schaamte en de taboesfeer die in ons land nog rond het probleem hangt. De Vlaming schaamt zich om hulp te zoeken vanuit een – verkeerd – idee dat het een teken van zwakte is. Nederlanders zijn veel meer geneigd om de confrontatie aan te gaan en het uit te praten. In het geval van de jongeren zullen Nederlanders ook veel sneller hulp zoeken bij ouders en hulpverleners. Als Vlaamse jongeren tóch over hun problemen praten, wenden ze zich eerder tot vrienden.”

En Portzky heeft nog een opmerkelijke hypothese. “Als ik met Nederlandse collega’s spreek, typeren zij ons vaak als hardwerkende Vlamingen, die willen presteren en allemaal een groot huis en een mooie wagen willen hebben. In Nederland bestaat die drive veel minder. Dat speelt ook mee.”

Risicopatiënten

Of er oplossingen zijn om iets aan de hoge cijfers te doen? Volgens Portzky wordt er al veel gedaan: er worden vormingen gegeven rond zelfmoordpreventie en er wordt onder meer via huisartsen en specialisten op zoek gegaan naar risicopatiënten. Er wordt ook flink geïnvesteerd in de begeleiding van mensen die al aangaven dat ze zelfmoordgedachten hadden of al een poging tot zelfdoding ondernamen. Maar ze geeft tegelijk aan dat er nog veel werk op de plank ligt.

Wie vragen heeft over zelfdoding kan terecht bij de Zelfmoordlijn, op het telefoonnummer 1813 of online via www.zelfmoord1813.be

https://metluidestem.wordpress.com/

https://www.demorgen.be/binnenland/waarom-stappen-vooral-mensen-van-middelbare-leeftijd-uit-het-leven-b4bf3feb/?utm_campaign=newsletter&utm_medium=email&utm_userid=&utm_source=demorgen

 

Mediavervuiling

Komt het nu door de naderende verkiezingen, of komt het door iets anders, of ligt het enkel aan mijn, maar ik heb het gevoel dat we de laatste weken sterk opgefokt worden door de media.
Het ene schandaal na het andere, drama’s, overroepen gebeurtenissen…, lijken te willen aantonen dat de zomer voorgoed voorbij is, en het tijd is om de harde en vaak smerige realiteit op ons los te laten.
Na minder consumeren, zou men nu moeten oproepen tot minder media, en vooral voor minder vervuilende media.


Ik pluis elke dag een viertal kranten uit, op zoek naar interessante artikels voor mijn blog, en die vind ik ook wel, maar dan botst je ondertussen ook wel op allerlei leesvoer waar je maag van keert, zeker nu, een maand voor de verkiezingen.
Het gesproken journaal op tv, volg ik al een viertal maanden niet meer en op zondag naar De Zevende dag kijken, is er ook niet meer bij.
Ik word er nog wel mee geconfronteerd op Facebook, waar dan ook alle persoonlijke commentaren van zowel politici als van burgers (al dan niet met kennis van zaken!) te vinden en te lezen zijn.

Voor mij is het duidelijk, we worden overgemediaseerd, en dat is niet gezond voor ons brein, net zo min als voortdurend te rijkelijk eten goed is voor ons lichaam.

Lees meer poëzie, ga buiten spelen, zoek naar zin, blijf zelf nadenken. Ga in je zetel zitten en kijk door het raam naar de bomen en de vogels, in plaats van naar die heksenketel op je televisiescherm. Of zoek naar een goeie film, die nog wat blijft nazinderen en je in vervoering kan brengen, of muziek die je ontroert…

Alles met mate, en zeker niet alles toelaten wat van buitenaf op je toekomt, want ook dat kan giftig zijn voor mens en milieu.