Perfectionisme

Almaar meer jonge mensen blijken last te hebben van perfectionisme. Experts vermoeden dat het de oorzaak is van de gestage toename van psychische problemen.

We willen toch zo perfect zijn, meneer

De Standaard – Veerle Beel – 06.09.2018

Perfectionisme, of de ‘irrationele dwang om te presteren in combinatie met overdreven kritiek op zichzelf én op anderen’ zit bij jongeren in de Angelsaksische wereld in stijgende lijn. Dat blijkt uit een grote metastudie waarbij duizenden universiteitsstudenten uit de VS, Canada en Groot-Brittannië over de jaren heen telkens dezelfde vragenlijst invulden. De resultaten werden begin dit jaar gepubliceerd in Psychological Bulletin, een tijdschrift van de American Psychological Association.
‘Sinds de jaren tachtig is bij elke generatie een toename vastgesteld’, zegt professor Bart Soenens, ontwikkelingspsycholoog aan de Universiteit Gent en coauteur van het boek Vitamines voor groei. ‘De auteurs van die studie wijten dit onder andere aan het veranderde politiek-maatschappelijke klimaat, waarin individuen zelf verantwoordelijk worden gesteld voor hun succes en elkaar meer en meer beconcurreren.’

Knokken voor ouderlijke liefde

Een kwalijke evolutie, vindt Soenens. ‘Let wel, er zijn ook mensen die alles graag tot in de puntjes afwerken. Ze doen dat gewoon graag en kiezen er zelf voor. Dit prestatiegericht perfectionisme is niet zo’n probleem, het kan zelfs motiverend zijn. Maar zelfkritisch perfectionisme, waarbij mensen de lat voor zichzelf onhaalbaar hoog leggen en tegelijk een negatief oordeel vormen over zichzelf als ze die standaard niet halen, is erg schadelijk.’

Soenens heeft zelf veel onderzoek gedaan naar perfectionisme in de opvoeding. ‘Een zelfkritisch perfectionistische ouder zal meer druk zetten op de kinderen, soms op een onderhuidse manier’, zegt hij. ‘Daardoor zadelt de ouder het kind op met schuldgevoel en een gevoel van voorwaardelijke aanvaarding, waarbij het kind zich alleen geliefd voelt als het de torenhoge verwachtingen van de ouder inlost.’

‘Door dit gevoel dat er voor de liefde van de ouder geknokt moet worden, begint het zelfwaarde­gevoel van het kind sterk af te hangen van het behalen van hooggegrepen standaarden. Daardoor ontwikkelt ook het kind zelfkritisch perfectionisme. Het is aangeleerd, al blijkt uit het doctoraatsonderzoek dat Dries Bleys net heeft verdedigd, dat er zeker ook een erfelijke factor meespeelt.’

Voor de ouder zelf is het evengoed nadelig, zegt Soenens. ‘En niet alleen in het gezin. Er is evidentie dat zelfkritisch perfectionisme tot meer psychische klachten leidt, waaronder depressie, stress en burn-out op het werk. Die mensen gaan ondermaats presteren omdat ze willen voor­komen dat ze falen. Een niet begonnen taak is in hun ogen beter dan een mislukte.’

Als een pudding in elkaar

Volgens Soenens is opvoeding bij uitstek een domein waar­binnen dit zelf­kritisch perfectionisme vastloopt. ‘Opvoeden is een proces van vallen en opstaan, van fouten maken en herbeginnen. Na een moeilijke dag de bladzijde omslaan en de volgende ochtend met frisse moed er weer tegenaan.’

‘Een zelfkritisch perfectionist heeft daar moeite mee. Hij of zij wijst elke fout aan zichzelf toe: “Ik kán het niet.” Bij de minste ‘fout’ zakt het zelfwaardegevoel als een pudding in elkaar. Relativeren is er niet bij. Het is een perfide dynamiek: omdat ze de lat excessief hoog leggen, staat falen bij hen in de sterren geschreven, en tegelijk zijn ze er hypergevoelig voor. Dat maakt hen bijzonder kwetsbaar.’

Dat het niet gemakkelijk is om dit soort perfectionisme bij te sturen, beaamt Soenens. ‘Het kan diep ingebakken zitten. Kinderen kun je helpen door hen inzicht te bieden in hun motieven: fijn dat je het zo goed wil doen, maar voor wie doe je dit? Ga er niet midscheeps tegenin, want dat werkt niet. Volwassenen ­zullen moeten leren met meer mededogen naar zichzelf te kijken.’
‘Verhaal in Varsenare is mogelijk complexer’

De advocaat van de verpleegster die vorige week haar drie kinderen heeft gedood, zocht een verklaring in haar ver doorgedreven perfectionisme (DS 5 september). ‘Het is lastig om meteen een verklaring te hebben voor het motief van een ouder die zijn kinderen doodt. Na onderzoek blijken die verhalen doorgaans complexer’, zegt de kinder- en jeugdpsychiater Peter Adriaenssens (KU Leuven), in een reactie op de zaak.
‘Normaal gezien gaan ouders die grens niet over, ook niet als ze depressief zijn. Iedereen denkt weleens dat hij zijn kinderen achter het behang zou kunnen plakken. Instinctief nemen we hen altijd in bescherming. Dat zie je op foto’s na bombardementen ­zoals in Irak of Syrië, waar dode ouders hun dode kinderen stevig in de armen sluiten.’
‘De gerechtspsychiaters moeten onderzoeken waarom deze vrouw toch door die muur is gegaan. Waarom heeft de rem die iedereen voelt, bij haar niet gewerkt? Als kinderpsychiater vind ik het ook belangrijk tegenover de drie kinderen die het slachtoffer zijn geworden: een kwestie van rechtvaardigheid. Tot slot is het een goed signaal naar andere kinderen: onnodig bang te zijn, want normaal gezien doen ouders dit niet.’ (vbr)
Peter Adriaenssens. Kinder- en jeugdpsychiater

Tien vragen over ons seksleven

“Hoeveel keer seks is in een relatie ‘normaal’?”, en 9 andere prangende vragen over ons seksleven

Seksuologen en onderzoekers over onze grootste kopzorgen in bed
De Morgen – Barbara Debusschere – 05.09.2018

Na bladen en zelfhulpboeken geven nu ook een resem tv-programma’s op verschillende zenders ‘seks- en relatielessen’. Wat zeggen onderzoekers en experts over deze tien prangende vragen?

1. Neemt het libido af met de leeftijd en met de duur van je relatie?

Net zoals smaak- en geurzin met de leeftijd afnemen, zwakt ook de ‘goesting’ om te vrijen gestaag af. Dat is puur fysiek en heeft niets te maken met minder liefde of aantrekking voor de ander.

Ook bevestigen talloze onderzoeken: naarmate je langer samen bent, heb je minder seks. Na 25 jaar neemt de frequentie per jaar met ongeveer 3 procent af. Daarnaast doen meestal meer geborgenheid, gewenning en praktische drukte door kinderen, werk en hobby’s de boel vaak verslappen.

Maar dat wil niet zeggen dat het automatisch een troosteloze woestijn wordt. De Amerikaanse National Health and Social Life Survey toont dat getrouwde koppels doorgaans meer bevredigende seks hebben dan singles met hun spannende bedavonturen. “Er zijn ook veel koppels die na verloop minder maar wel betere seks hebben omdat ze elkaar beter aanvoelen, vertrouwen”, legt seksuoloog Wim Slabbinck, die meewerkt aan het programma Koppels, uit.

2. Hoeveel keer seks is in een relatie ‘normaal’?

Die vraag krijgen seksuologen erg vaak. De meest recente studie komt uit Nederland en stelt vast: gemiddeld drie keer per maand. Wie daar onder duikt of boven piekt, heeft echter niet per se ‘een probleem.’ “Mensen vragen zich vaak af of hun seksleven tout court ‘wel normaal is’”, zegt Slabbinck. “Het antwoord is dat niets normaal is bij seks. Het is communicatie tussen twee mensen. En mensen zijn uniek en verschillend en complex. Een koppel dat één keer per maand seks heeft kan perfect gelukkig zijn en een koppel dat drie keer per week het bed in duikt kan in de rats zitten.”

Het enige antwoord op welke frequentie ‘goed’ is, is: wat beiden tevreden stelt. “Niet de boekjes maar jijzelf en je geliefde weten hoeveel ‘goed is’. Soms is het idee wegnemen dat er drie keer per maand gevreeën móét worden omdat dat in de boekjes staat al een grote opluchting”, zegt Slabbinck.

3. Hoe meer seks, hoe beter de relatie?

Ja en nee. Studies laten uitschijnen dat het klopt. Maar wat is oorzaak en wat is gevolg? Hebben gelukkige koppels meer seks of maakt meer seks koppels gelukkiger? Geliefden die in het algemeen blij zijn met elkaar hebben misschien wat vaker seks, maar vaker de koffer induiken maakt je relatie niet per se beter.

Integendeel zelfs, zo zien onderzoekers van de Carnegie Mellon Universiteit: koppels die in naam van het onderzoek meer gingen vrijen, voelen zich na zo’n ‘bootcamp’ minder energiek en de kwaliteit van de seks was belabberder.

“Dat is waarom een programma als Alle dagen seks (dat in 2015 op VIJF werd uitgezonden, BDB) faalt”, zegt Slabbinck. Onderzoeker George Loewenstein : “Seks hebben om een andere reden dan dat je er zin in hebt, ondermijnt de kwaliteit en dus je humeur.”

Wat dan met de veel gehoorde tip voor slabakkende sekslevens: ‘Doe het dan gewoon (meer)?’ Meer tijd maken voor je seksleven werkt allicht bevorderend. Maar vanuit een ijzige periode je geliefde plots dagelijks naar de slaapkamer sleuren, riskeert een omgekeerd effect te hebben.

4. Waarom heeft de ene meer zin dan de andere?

Uiteenlopende verlangens is een van de meest gehoorde klachten. En er bestaan nogal wat misverstanden over. Zo klopt het niet dat mannen standaard meer zin in seks hebben dan vrouwen. Verschil in ‘goesting’ komt bijvoorbeeld ook vaak voor bij holebikoppels.

Ook klopt het niet dat zo’n verschil sowieso een probleem moet zijn. “Ik zie regelmatig hoe geliefden een zekere mate van verschil in zin kunnen aanvaarden, zeker wanneer de connectie en het vertrouwen goed zitten”, zegt Slabbinck.

Nog een misverstand is dat ‘zin’ uit de lucht komt vallen. Onderzoeken tonen dat ‘spontane’ zin nauwelijks bestaat en bijna alles te maken heeft met de ‘potgrond’ van een relatie: hoe loopt het buiten de slaapkamer? Is er voldoende tijd en aandacht voor elkaar?

5. Wat als een verschil in seksueel verlangen te groot is?

Dat is ook een van de meest gehoorde problemen. Een belangrijke instinker blijkt dat geliefden te vaak veronderstellingen maken over elkaar. ‘Mijn vrouw houdt niet van orale seks’, klaagt een man dan bijvoorbeeld. Of een vrouw klaagt: ‘Mijn man wil heel vaak snelle seks en niets anders.’

Slabbinck: “Dat is dan niet zelden gebaseerd op bijvoorbeeld één negatieve ervaring, waarna we het hoofdstuk angstvallig afsluiten. We checken niet bij elkaar wat we echt willen en niet willen. Jammer, want zeer geregeld zie je dan dat de verlangens dichter bij elkaar liggen dan gedacht. Een eerste stap is dus nagaan bij de ander of de verlangens nu echt zover uiteenliggen. Misschien wil je partner geen bdsm zoals jij, maar ziet hij of zij iets in die richting wel zitten, zoals bijvoorbeeld een blinddoek.”

6. Klopt het meest gehoorde advies: ‘Praat erover’?

Veel professionals raden dat aan. Slabbinck: “Seks is communicatie en je kunt frustraties en verlangens in je seksleven enkel oplossen als de ander daar iets over weet. Maar praten over seks is vreselijk moeilijk omdat we het al snel als kritiek zien die we erg persoonlijk nemen. Een artikel met ‘Tien tips voor een beter seksleven’ lezen is veel makkelijker dan zeggen wat je in bed wil.”

Maar ‘praten’ hoeft geen kruisverhoor te zijn. “In het programma Koppels bieden we koppels communicatiemanieren die niet zo zwaar zijn”, zegt Slabbinck. Positieve ervaringen benadrukken en complimenten geven kan zo’n gesprek al makkelijker maken. Ook open vragen stellen zoals ‘Wat zou jij graag willen?’ werkt beter dan ‘Ik vind dat jij te veel hijgt’, en er zijn spelletjes en zelfs apps die gêne en angst voor gekwetste gevoelens wegnemen.

Niet praten kan ook. Non-verbale communicatie is namelijk zeer doeltreffend. Heb je echt een hekel aan dat ene standje? Dan kun je dat ook zonder iets te zeggen maar met een blik, een zucht, een gebaar aangeven.

Seksuologe en relatietherapeute Rika Ponnet maakt wel een kanttekening. “Over zoiets kwetsbaar praten is heel erg moeilijk want we zijn bang voor afwijzing of om de ander weg te jagen. Het lukt alleen wanneer je je in je relatie echt veilig voelt. Koppels bij wie dat zo is, hebben die gesprekken meestal al. Zij die dat niet doen, zullen dat niet zomaar kunnen omdat ze dat advies krijgen. Waarom praten ze niet, is dan de vraag. Een machtsstrijd, een onevenwicht tussen de verbondenheid en de autonomie van beiden zijn typische oorzaken. Een spel of app kan dat niet aanpakken.”

7. Wat zijn de beste methodes om de sleur of een gebrek aan zin aan te pakken?

Pikante lingerie, samen porno kijken, erotische massages: iedereen kent het lijstje. Maar werkt dat? “Het kan, maar beschouw dat niet als gouden tips”, zegt Slabbinck. “In een ingedommelde relatie waarin nog nauwelijks intimiteit is met de kaarsen en de lingerie komen aanzetten, kan heel bizar overkomen op de ander.”

Het legt ook enorm veel druk: ‘Ik heb nu al die lingerie en die kaarsen gekocht, nu moet jij wel al mijn seksuele verlangens inlossen.’ “Die algemene tips zijn hoogstens inspiratie, maar seksueel floreren is een zeer persoonlijke zoektocht”, zegt Slabbinck.
Nog zo’n tip: ‘samen iets spannends en nieuws te doen’ – omdat dat allerlei stoffen doet vrijkomen die ook vrijkomen wanneer je verliefd wordt. Puur biologisch klopt dat. En gewoontes doorbreken, iets onverwachts doen of afstand inbouwen kan de nodige oppepper blijken, ook al zal samen bungeespringen geen relatie redden.

Slabbinck: “Wie de ander alleen nog als moeder of vader in het huishouden ziet, kan bijvoorbeeld weleens proberen te gaan kijken naar een muziekoptreden van hem of haar. Probeer je geliefde in een ander licht te zien. Daar hoef je niet per se avontuurlijke reizen voor te maken.”

Ponnet vindt wel dat er te veel met tips wordt gestrooid. “Daardoor riskeer je dat mensen hun relatie problematiseren. ‘Doen we het wel goed genoeg?’ Ik lees dan in bladen dingen als ‘Vrouwen moeten opkomen voor hun genot.’ Dat ‘moeten’ is zo belerend en dreigt mensen te vervreemden van zichzelf en te veel in hun hoofd bezig te houden met hun seksleven, terwijl het toch iets intuïtief en gevoelsmatig is. Bovendien kunnen die algemene tips alleen werken bij koppels die goed bollen en die geen fundamentele problemen hebben.”

8. Klopt het dat een kus van zes seconden je seksuele relatie oppept?

Het is maar één voorbeeld van heel concrete tips en een van de oefeningen in Koppels. “Het is geen garantie op een beter seksleven. Maar we weten wel dat aanraking cruciaal is om de sfeer en intimiteit te herstellen én om de stress die zo vaak ons seksleven aantast te verminderen”, zegt Slabbinck. “Zo je relatie voeden zonder dat het direct om seks gaat, kan een groot verschil maken. Langere omhelzingen, goeie gesprekken en attenties zijn ook goeie voorbeelden. We weten dat allemaal. Het gaat erom het ook te doen ondanks alle andere drukte.”

9. Wat met mislukte orgasmes, te vroeg klaarkomen, erectieproblemen?

Wie daaronder lijdt, kan best een arts of seksuoloog zien om oorzaken te zoeken. Zo kan het dat antidepressiva erectieproblemen veroorzaken. Maar pijn bij het vrijen, erectieproblemen of ‘vaginisme’ kunnen ook een psychologische oorzaak hebben. Een spanning in de relatie, bijvoorbeeld.

Daarnaast adviseert Slabbinck om ‘seks’ ruimer te bekijken. “Ga eens een maand alleen voor voorspel, dat niet per se een vervolg moet hebben. Dat kan minstens even bevredigend zijn. We zijn heel prestatiegericht en denken dat penetratie moet. Wie eens van dat cliché durft afwijken, kan spanningen en fysieke hindernissen doen verzachten én het kan je seksleven nieuw leven inblazen.”

10. Wat met overspel?

De grote meerderheid fantaseerde al over seks met een ander, maar dat zegt niets over daadwerkelijk een scheve schaats rijden. Cijfers wijzen op ongeveer een op de vijf partners die overstag gaat, al is dat erg lastig te onderzoeken.

Mannen die snel opgewonden zijn of met faalangst over hun seksuele prestaties zitten, zijn er het meest vatbaar voor. Bij vrouwen zijn ongelukkig zijn in de relatie of seksueel vervreemd zijn van de geliefde de belangrijkste aanleiding. Maar de grootste instinker ligt in de buitenwereld: hoe meer kansen op een vrijpartij met een ander, hoe vaker het ook gebeurt.

Na overspel strandt ongeveer de helft van de koppels. Wel benadrukt Slabbinck dat er ook redelijk wat zijn die na overspel net sterker worden. “Het kan de seksualiteit terug nieuw leven inblazen, moeilijke zaken eindelijk bespreekbaar maken. De veerkracht van koppels is niet te onderschatten.”

 

Te Gek!?

Eline De Munck zingt en vertelt voor Te Gek!?
De Standaard – Veerle Beel – 05.09.2018

In de nieuwe voorstelling van Te Gek!? zingt en vertelt Eline De Munck over kwetsbaarheid. Ze leest ook een brief aan haar oma voor, die door zelfdoding om het leven kwam. ‘Ik denk dat je jezelf altijd ergens schuldig voelt.’

‘Iedereen moddert zomaar wat aan, toch?

Ze is groot, blond, slank en succesvol: de mooie bril op haar neus is het uithangbord van haar eigen bedrijf, Odette Lunettes. Op haar Instagram-account zien we haar in al haar perfectie. Toch gaat Eline De Munck, ook bekend van programma’s op VTM, de uitdaging aan om de nieuwe muziekvoorstelling van Te Gek!? te dragen, samen met muzikant Wouter Berlaen. Thema: zelfdoding.

Wat heeft ze met dat onderwerp? Een tragisch familieverhaal: ‘Mijn moeder was vijftien jaar. Haar vader was tien jaar eerder al overleden. Toen kwam mijn oma door zelfdoding om het leven. Ik zeg nu wel oma, maar ik heb haar eigenlijk nooit zo genoemd. Ik heb haar niet gekend. Ik weet niet wie ze was, welke mopjes ze vertelde, welke liedjes ze zong, welke gerechten ze klaarmaakte. De mama van mijn mama heeft helaas geen rol kunnen spelen in mijn leven.’

In de voorstelling, die een tour zal maken langs psychiatrische centra, leest De Munck straks een brief voor aan haar grootmoeder. ‘Ik vind het bijzonder moeilijk om die brief te schrijven. Het is meer een brief aan mijn eigen moeder, en ik weet dat zij in de zaal zal zitten … Dat maakt het extra lastig. Ik wil vertellen welke gevolgen de zelfdoding voor haar heeft gehad, en hoe wij dat tot in de volgende generatie hebben ervaren. Ik word al emotioneel als ik er nog maar aan dénk. Terwijl ik echt niet emotioneel wil worden tijdens de voorstelling, want ik zie mezelf als verteller. Ik wil de aandacht allerminst op mijzelf vestigen.’

Vervlogen woede

Een andere brief die Eline zal voor­lezen, is die van Judith Schepens (22) aan haar vader, die vorig jaar door zelfdoding om het leven kwam. Dat was voor Judith geen complete verrassing: ‘Mijn vader heeft jarenlang gekampt met een alcoholverslaving en met psychische problemen. Hij had al geregeld pogingen gedaan, sinds mijn ouders uit elkaar waren. Ik heb een tijdlang afstand van hem genomen, omdat het allemaal te veel werd.’

‘De jongste tijd was onze relatie weer aan het helen. We hebben veel met elkaar gepraat. Hij gaf aan dat het beter ging. We kregen weer hoop, omdat hij een nieuwe behandelplek had gevonden. Hij zei dat hij erin geloofde.’

‘En tegelijk speelde het altijd door mijn gedachten dat ik hem toch nog kon verliezen. Daarom heb ik elke keer gezegd dat ik hem graag zag. Ik denk wel dat hij begrepen heeft waarom ik eerder afstand van hem had genomen. Het had hem pijn gedaan, maar hij begreep het.’

Eline: ‘Wat een moeilijke situatie! Als je in relatie staat tot iemand die voor zelfdoding kiest, denk ik dat je je altijd ergens schuldig voelt.’

Judith: ‘De mensen zeggen dat ik me niet schuldig hoef te voelen, maar zo zwart-wit is het niet. De werkelijkheid is veel grijzer. Je denkt altijd dat je dit of dat nog had kunnen doen. We probeerden hem te helpen. Maar hij liet dat niet toe. Hij had het sowieso moeilijk om hulp te aanvaarden.’

Eline: ‘Je kwetsbaar opstellen is niet zwak. Het kan pijnlijk zijn, maar doorgaans helpt het je om stappen vooruit te zetten. Daarom toeren we met deze voorstelling in psychiatrische centra. We willen het taboe openbreken en laten zien hoe het er daar aan toe gaat, want de psychiatrie wordt nog te vaak gezien als een gekkenhuis. Dat woord alleen al klinkt afschuwelijk.’

Judith: ‘Terwijl je het moet zien als een kuuroord, waar je geestelijk tot rust kunt komen en jezelf terug kan vinden.’

Is ze boos geweest op haar vader? Ze glimlacht: ‘Vroeger ben ik vaak kwaad op hem geweest, zeker wel. In zijn laatste jaren niet meer. Nu rest er alleen nog liefde. Sinds hij uit het leven is gestapt, is alle woede en alle gif vervlogen. Er is niet langer de constante bezorgdheid over het feit dat hij alleen en ongelukkig is.’

De brief die ze haar vader heeft geschreven, en die door Eline zal worden voorgelezen, zit in dezelfde sfeer: ‘Hoe ik naar hem kijk, hoe ik nooit meer kwaad op hem zal zijn. Eén en al liefde.’

En er is ook de song die ze voor hem heeft geschreven, en die Eline zal zingen: ‘Er zijn altijd dingen in jezelf die de moeite waard zijn, ook al besef je het zelf niet. Mijn vader was muzikant en communiceerde vaak via muziek. Ik bewonder hem erom. Hij blijft mijn idool.’

Pijnlijke plek

Herkent Eline iets van dit verhaal in haar moeder, die toch ook nog maar 15 was toen haar moeder uit het leven stapte?

Ze zegt: ‘Ik denk dat de liefde altijd wint. Maar hoewel het onderwerp bij ons thuis geen taboe is, weet ik niet zoveel over wat er aan de dood van mijn moeders moeder voorafging. Het gesprek spitst zich meestal toe op wat er fout is gegaan – en wat daarna kwam. Hoe ze bij haar oudere zussen en broers is gaan wonen, die ook nog maar pas getrouwd waren en hun weg nog aan het zoeken waren in het leven.’
Judith: ‘Misschien beperkt ze zich daartoe omdat wat voorafging te emotioneel is?’
Eline: ‘Ja, misschien. Maar ze was pas 15. Ik denk dat ze veel vergeten is van wat voorafging. Om verder te kunnen, heeft zij dat trauma moeten afsluiten – denk ik. Het is ook de reden waarom ik zo weinig over haar moeder weet.’

Judith: ‘Je weet dus niets over de emotionele pijn van je grootmoeder?’

Eline: ‘Ik sta achter mijn mama. Ik kaart geen zaken aan die zij te moeilijk vindt. Ik voel geen behoefte om op zoek te gaan naar wat niet mijn pijn is. Maar ik weet wel dat mijn moeder altijd min of meer op zoek is gebleven naar haar roots, haar kern. Toen ik zelf 15 werd, heb ik dat erg gevoeld. Zij zat op een dwaalspoor … Ze kon de vragen die ik haar als tienermeisje stelde, niet beantwoorden, bij gebrek aan voorbeeld. Ze dacht vaak dat ze geen goede moeder was. Terwijl iedereen zomaar wat aanmoddert in het leven, toch?’

‘Daar tegenover staat dat onze opvoeding hier ook positief door gekleurd is. Mijn tweelingbroer en ik hebben een erg open en vrije opvoeding gekregen. We hebben veel liefde en warmte gevoeld en veel begrip ervaren. Alles was bespreekbaar. Ook is de familieband, met ooms en tantes en neven en nichten, heel hecht gebleven. Ze komen altijd naar mijn voorstellingen. Iedereen helpt iedereen. Dat zie ik ook als een gevolg van het familiedrama.’

‘Toch blijft het een pijnlijke plek. Dat merkte ik toen ik op zoek was naar een liedje dat mijn grootmoeder graag hoorde. Mijn moeder gooide de vraag in de Whatsappgroep van de familie, en meteen moesten twee tantes huilen. Niet vergeten: veertig jaar geleden was er nog geen hulp voor nabestaanden. Gelukkig vonden ze steun bij elkaar.’

Te Gek!? Open Geest 3 is een muziektheatertournee binnen de sector welzijn en geestelijke gezondheid, bedoeld voor het brede publiek. Vanaf 19 september 2018 met Eline De Munck en Wouter Berlaen. Alle info op www.tegek.be
Bij vragen over zelfdoding: www.zelfmoord1813.be

 

Burn-out bij jongeren

Burn-outs duwen steeds meer jongeren naar de rand: ‘1 op 4 jongeren is opgebrand’

Humo – 04.09.2018

Dé ziekte van onze tijd is een uitdijende epidemie geworden. Eén op de vijf werkende Vlamingen krijgt ooit met een burn-out te kampen en – schrikwekkend, voor wat tien jaar geleden nog als een fin de carrièrekwaal werd gezien – het zijn twintigers en zelfs tieners die steeds meer in het vizier komen. De Hoge Gezondheidsraad vindt dat al vanaf het eerste leerjaar (!) aan preventie gedaan moet worden en aan de universiteiten zijn de psychologen niet aan te slepen om alle overspannen studenten te begeleiden: 30 procent van de doctoraatsstudenten blijkt zich ongelukkig en depressief te voelen. ‘Ik denk dat elke twintiger zichzelf wel voor de kop kan slaan. We creëren problemen voor onszelf.’

Is onze jeugd intussen zo ongeveer uitgedoofd door die welig tierende burn-outs? Humo zocht het uit, onder anderen bij ervaringsdeskundigen: lifecoach, yogaleraar en schrijfster Eva Daeleman (28), die drie jaar geleden als één van de eerste bekende gezichten vrijuit over haar burn-out getuigde; sociaal psychologe en loopbaancoach Nienke Thurlings (31), die op haar 24ste door een burn-out getroffen werd en de website ‘Jong burnout’ startte; en neurobiologe Brankele Frank (31), die haar burn-out ‘Bernie’ doopte en haar verhaal deelt in workshops.

Hun ervaringen worden geduid door Sanne Kooiman (23), die naar aanleiding van de zelfmoord van haar vriend de documentaire ‘To My Loved Ones’ maakte, en neurowetenschapper Jeroen van Baar (28), die in 2014 ‘De prestatiegeneratie’ publiceerde. In dat boek noemde hij zijn generatiegenoten maximalisten, omdat ze altijd het onderste uit de kan willen: veel geld, een bevredigende carrière, een rijk sociaal leven, een bruisend seksleven, de nieuwste iPhone — en dat alles wel degelijk nú.

We beginnen onze rondvraag bij psychiater Edel Maex (62), hoofd van de Antwerpse Stresskliniek. Hij introduceerde mindfulness meer dan 20 jaar geleden in Vlaanderen.
Edel Maex «Iemand vroeg mij onlangs nog: ‘Hoe komt dat toch, al die stress bij jongeren? Wij werkten vroeger ook hard, en wij hebben daar nooit over geklaagd.’ Maar mensen krijgen geen burn-out omdat ze te hard werken – al speelt dat vast mee – maar vooral omdat ze voelen dat hun werk niet zinvol is.”

“We verliezen uit het oog dat mensen het belangrijk vinden om nuttig ingezet te worden. In één van mijn boeken vertel ik het verhaal van een man die gevraagd werd om een afdeling van een bedrijf te reorganiseren. Hij werkte wekenlang keihard, draaide overuren, en uiteindelijk lukte het: de afdeling draaide weer perfect. In het daaropvolgende evaluatiegesprek zeiden zijn bazen: ‘Dat heb je goed gedaan, maar we hebben besloten om de afdeling af te schaffen. We willen een aantal mensen ontslaan; stel jij een lijst op van wie daarvoor in aanmerking komt?’ De dag erna is die man gecrasht.”

“Zo zitten mensen in elkaar: we willen heel graag hard werken om iets te bereiken – oké, er zijn uiteraard uitzonderingen die profiteren – maar zodra we het gevoel hebben dat onze inspanningen nutteloos zijn, zakt onze energie weg. Dan is de batterij heel snel leeg.»

HUMO Waarom lijkt dat gevoel van zinloosheid nu vaker voor te komen?

Maex «Soms verwijst men naar de neoliberale samenleving, al is dat ook maar een woord en geen verklaring.”

“Sommige economen merken op dat de bonussen van managers bedrijven reguleren. Dat klinkt gechargeerd, maar vaak neemt men beslissingen die ten koste gaan van de menselijkheid van de werknemers, alleen maar omdat één iemand zijn bonus zou kunnen behouden. Vervolgens stapt die manager, een goed resultaat op zak en een puinhoop achter zich latend, over naar het volgende bedrijf. Maar als die manager zelf een beetje menselijk is, zal hij ook nog wel bevangen worden door het gevoel: ‘Waar ben ik in godsnaam mee bezig?’ En dan loopt ook hij risico op een burn-out.»

HUMO Dat verklaart nog niet waarom tegenwoordig vooral jongeren getroffen worden.

Sanne Kooiman «Jongeren zijn een kwetsbare groep, hè. Ze ontdekken het leven nog volop. ‘Waar hoor ik bij? Wat wil ik worden? Zal ik een huis kunnen kopen?’ Tegelijk moeten ze zichzelf verkopen op de arbeidsmarkt. Wijsheid komt met de jaren, zegt men, en misschien klopt dat. Met meer levenservaring heb je misschien minder het gevoel dat je jezelf nog moet bewijzen.»

HUMO Jeroen, er zijn vier jaar voorbij sinds de publicatie van ‘De prestatiegeneratie’. Is er sindsdien veel veranderd?

Jeroen van Baar «Nee. Ik gaf de afgelopen jaren geregeld lezingen over het onderwerp, en ik ontmoette onverminderd kinderen die zich halverwege de middelbare schooltijd al zwaar zorgen maakten om hun cv. Prestatiedruk – ‘Wanneer is je leven goed genoeg?’ – blijft een relevant thema.”

“Het leven is een cadeautje, maar zo zien we het niet. Ik denk dat elke twintiger zichzelf wel voor de kop kan slaan, want hoe stom zijn we niet? Altijd maar meelopen in de ratrace, steeds meer willen… We creëren problemen voor onszelf omdat we continu ontevreden zijn over hoe het leven gaat.»

HUMO Je boek was een ‘pleidooi voor middelmatigheid’.

Van Baar «Een pleidooi voor het omarmen van de dingen die níét perfect zijn in ons leven. Beseffen: het is oké als ik ergens niet goed in ben.»

Kooiman «Ik vond dat pleidooi fantastisch! Het constante presteren en streven naar perfectie is heel erg van deze tijd. Het is bijna niet meer acceptabel om middelmatig te zijn. Onzin: middelmatigheid is wél prima.»

Maex «Ik denk níét dat we minder moeten presteren of middelmatig worden, want dan krijg je eenheidsworst. En met het communisme is het ook niet goed afgelopen.

Presteren op zich is niet het probleem. We moeten alleen leren om af en toe wat rust in te bouwen. Vroeger was zondag een rustdag, nu is dat voor velen de drukste dag van de week. Filosoof en wetenschapper Daniel Dennett tweette: ‘Er is één ding waar ik God in gelijk geef: de mens heeft één rustdag per week nodig.’”

“Bart De Wever zei een paar jaar geleden: ‘Een rustdag is iets van in de middeleeuwen.’ Dat ging toen over de verplichte winkelsluiting in de stad. Allemaal goed en wel, maar we moeten leren om voldoende momenten voor onszelf in te lassen. Even helemaal niets te moeten. Net opdát we daarna weer zouden kunnen presteren. Dat verklaart ook de hype rond mindfulness: in onze almaar doordraaiende maatschappij moeten we opnieuw leren stilstaan.»

Onzekere toekomst

HUMO Er is sprake van een burn-outepidemie bij onze jeugd. Is het echt zo erg?

Nienke Thurlings «Het is héél erg. Vrijwel íédere jongere die ik spreek, heeft overmatige stressklachten. Zeker jongeren tussen 16 en 25 jaar staan onder ontzettend veel druk. In Nederland hebben ongeveer 100.000 jongeren een echte burn-out, maar sommige onderzoeken zeggen dat zelfs één op de vier jongeren ermee kampt. En dan zijn alle voorafgaande stadia van stress niet eens meegerekend. Er zijn ook nog veel jongeren die het niet willen toegeven, of het zelf niet goed kunnen duiden.»

HUMO Volgens jou zit de jeugd ‘geklemd tussen het verleden en de toekomst’.

Thurlings «Dat is dé oorzaak van de burn-outepidemie. Het is de basis van een viertrapspiramide. Daarboven staan alle andere bekende factoren: de prestatiedruk, de sociale media, de overdaad aan keuzemogelijkheden… Nog een trapje hoger staat aangeleerd perfectionisme: door een combinatie van al het voorgaande willen jongeren alles té goed doen. Dat leidt tot massaal veel burn-outs: de top van de piramide.”

“Maar de basis is die klem. Deze generatie jongeren gaat een bijzonder onduidelijke toekomst tegemoet. Vroeger kon je als ouder min of meer voorspellen hoe de toekomst van je kind er zou uitzien, en hoe je kind zich daarop moest voorbereiden. Je had een baan nodig, en voor die baan moest je een diploma hebben én je zus of zo gedragen. Dat was hoe de wereld werkte.”

“De wereld verandert nu zo snel dat je onmogelijk nog iets kunt voorspellen. Jongeren moeten zich voorbereiden op banen die misschien nog niet eens bestaan. Veel traditionele banen worden overgenomen door computers en robots, en werkgevers zoeken een nieuwe soort werknemer. De Europese Commissie heeft het over 21ste-eeuwse vaardigheden. Werkgevers zoeken nu mensen die zichzelf blijven ontwikkelen, kunnen netwerken, een breed perspectief hebben of juist één heel duidelijke expertise… De ellende is dat ouders daar geen ervaring mee hebben en nog in het oude denkpatroon zitten. De universiteiten en scholen zijn in hetzelfde bedje ziek, en ze wéten het. Ze begrijpen dat de oude opleidingen niet meer volstaan, dat jongeren een veel breder pakket nodig hebben.»

HUMO Wat is dan de oplossing?

Thurlings «We moeten leren om het helemaal anders te bekijken. Er zijn geen precedenten en geen voorbeelden. Voor het menselijke brein is dat een enorm uitdagende situatie, want waar hou je je aan vast? Het wordt dan verleidelijk om je te verliezen in excessief gebruik van sociale media of perfectionisme. Mijn oplossing is om jongeren opnieuw te leren zichzelf in hun hart te vestigen en zichzelf de vraag te stellen: ‘Hoe wil ik mij vanuit die motivatie ontwikkelen?’»

HUMO Dat mag je eens uitleggen.

Thurlings «Het is minder zweverig dan het klinkt (lacht). We moeten afleren om te denken: ‘Wat moet ik nú doen om over tien jaar gelukkig te zijn?’ Veel beter is: ‘Wie ben ik nú? Waar word ik op dit moment blij van?’ Jongeren leren ontdekken waar ze écht goed in zijn – waar ze happy van worden, los van bevestiging door anderen – is de enige houvast die we hun kunnen bieden in deze razendsnel veranderende tijden. Als je iets doet wat je graag doet, heb je vanzelf een veel grotere drive en zul je de kansen om je heen sneller zien en grijpen. Je gebruikt die 21ste-eeuwse vaardigheden dan vanzelf. Dat werkt niet alleen stressverlagend, je wordt ook aantrekkelijker voor werkgevers.»

Dwangneuroses

HUMO Eva, wie jou nu een e-mail stuurt, krijgt een automatisch antwoord: ‘In de zomer doen wij het rustiger aan. Je mail wordt gelezen, maar een antwoord kan even op zich laten wachten.’ Niet zo lang geleden moesten we alleen de brievenbus in de gaten houden, nu zijn we via tientallen kanalen te bereiken. Bezorgt de wildgroei aan communicatiemiddelen ons stress?

Eva Daeleman «Onlangs zag ik een video van een neuroloog die zei: ‘Tegenwoordig krijgt de mens op één dag evenveel prikkels te verwerken als iemand in de middeleeuwen in een heel leven.’ Waanzinnig! En de snelheid ligt steeds hoger. Vroeger was e-mail nog een redelijk traag medium – als tiener checkte ik mijn mailbox één keer per week – nu verwachten mensen meteen een antwoord. Laatst kreeg ik om halftien ’s avonds een whatsappje. Omdat ik de volgende dag om tien uur ’s ochtends nog niet geantwoord had, belde de afzender me meteen drie keer na elkaar op. Ho maar, rustig!»

HUMO Vooral bij jongeren gaan vermoeidheid, angstaanvallen, concentratiestoornissen en andere symptomen van burn-out vaak gepaard met verslavingsproblemen, onder meer aan alcohol, drugs, gamen en internetporno. Herkenbaar?

Daeleman «Ik weet dat ik verslavingsgevoelig ben, dus aan drugs begin ik niet. Vóór de diagnose van mijn burn-out was ik verslaafd aan sport. En ik had een paar dwangneuroses: als ik thuis rondliep, móést ik bepaalde dingen altijd drie keer aanraken. Dat doe ik niet meer, maar na mijn burn-out was ik dan wel weer een tijdje verslaafd aan yoga en mediteren (lacht). Dat deed me zo veel deugd dat het op den duur ook een soort van dwang werd. Dat heb ik moeten bijstellen. Iets mogen of willen doen is zoveel krachtiger en bevredigender dan iets móéten doen.»

HUMO Sociale media, en de bijhorende fear of missing out, zijn een vaak genoemde factor bij burn-outs. Toch zit je nog steeds op Instagram.

Daeleman «Ik geef toe dat ik vroeger ook verslaafd was aan Instagram, en vooral aan de reacties die ik op mijn foto’s kreeg. Maar ik heb grenzen leren trekken. Zo wis ik de app bijvoorbeeld elke vrijdag van mijn telefoon. Elke week heb ik Instagramloze Vrijdag. Die dag is mijn wereld dan altijd ineens een stuk kleiner: erg soothing. Twitter en alle nieuwsapps die ik in mijn tijd bij de radio maniakaal volgde om te weten wat er in de wereld gebeurde, bekijk ik niet meer: dat brengt ook veel rust. En ik neem mijn gsm niet meer mee naar de slaapkamer.»

HUMO Kan de overheid iets doen om de burn-outepidemie te stoppen?

Van Baar «Zorgen voor een andere focus in het onderwijs. Kinderen moeten op steeds jongere leeftijd goede punten scoren. De boodschap is: hoe beter je presteert, hoe meer je waard bent. Dat lijkt me zeker bij jonge kinderen een ontzettend foute gedachte.»

Daeleman «Ik vind het ook niet gezond dat we kinderen in de meest actieve fase van hun leven dwingen om 7 à 8 uur stil te zitten in de klas, en verwachten dat ze alleen maar met hun hoofd werken.»

Maex «We kunnen onze kinderen maar beter leren wat menselijkheid is, hoe ze goed met zichzelf kunnen omgaan. Ik zag dat minister van Onderwijs Hilde Crevits dat idee heeft meegenomen in de nieuwe eindtermen. Een goede zaak, ook al staat het er voorlopig nog heel algemeen.”

“De organisatie van de psychologische en psychiatrische hulpverlening is ook ondermaats. Minister van Volksgezondheid Maggie De Block zegt enerzijds dat dokters te veel pillen voorschrijven en dat ze patiënten beter naar een psycholoog zouden sturen, maar anderzijds wil ze die consultaties niet of nauwelijks terugbetalen. Dat is schandalig, en schrijnend. En dan spreken we nog niet over de gigantische wachtlijsten.”

“Consultaties bij de psycholoog terugbetalen zal veel kosten, maar alles heeft zijn prijs, en in dit geval lijkt die me het meer dan waard. Op termijn zullen we meer besparen dan het ons kost, want wie zich niet goed laat begeleiden, blijft soms heel lang sukkelen en is dan ook geen productieve werknemer.»

Taboe doorbroken

HUMO Jean-Pierre van de Ven, psycholoog en woordvoerder van het Nederlandse Fonds Psychische Gezondheid zegt: ‘Vroeger werd gezegd dat je bij een burn-out moest uitrusten, inmiddels is het inzicht dat het beter is om de dagelijkse dingen voort te zetten.’

Maex (blaast) «Dat is veel te simplistisch. Sommige mensen met een burn-out zijn zo uitgeput dat ze de eerste weken niet anders kúnnen dan rusten. Sommige mensen wíllen wel gaan werken, maar raken met de beste wil van de wereld hun bed niet uit. En als mensen zich te snel forceren om terug op gang te komen, maken ze veel kans om erin vast te blijven zitten.»

HUMO Jan Dries, stichter van de Europese Academie voor Natuurlijke Gezondheidszorg, schrijft dan weer dat het risico op burn-out alleen bestaat bij mensen die twee eigenschappen combineren: zij die gedreven, snel enthousiast en idealistisch zijn, én een groot verantwoordelijkheidsgevoel en respect voor de regels hebben.

Maex (lachje) «Wat betékent zoiets? Die typologieën, daar zit heel weinig wetenschappelijke grond in. Eigenlijk zeg je dat gedreven, plichtsbewuste mensen het meeste kans maken op een burn-out? Misschien is dat zo, maar wat zijn we met die info?»

Thurlings «De traditionele opvatting is dat vooral perfectionisten kans maken om met hun hoofd tegen de muur te lopen. Op basis van de recentste cijfers blijkt dus vrijwel elke jongere perfectionistisch te zijn… Dat kan natuurlijk niet.»

Maex «Vroeger werd algemeen gedacht dat mensen met een burn-out de zwakke vogeltjes van de samenleving waren. De kanaries in de koolmijnen, die aantoonden waar de pijnpunten van het bedrijf zaten. Nu weet men dat ook sterke mensen, de lui aan de top, vatbaar zijn.»

HUMO Krijgt de volgende generatie het nóg zwaarder? Kleuters en kinderen groeien nu op met smartphones en tablets.

Kooiman «Het is uitvoerig bewezen dat die stress opleveren, dus ja, ik ben pessimistisch over de toekomst van onze kinderen. Ik verwacht ook niet dat de prestatiedruk plotseling zal afnemen, die zit te diep in onze maatschappij.»

Daeleman «Anderzijds wordt de mens wel steeds beter in grenzen stellen. Als de wereld verandert – wat nu duidelijk gebeurt – veranderen wij gewoon mee. Anders zouden we toch debielen zijn, nee? (lachje) Je merkt nu al dat kleuters beter weten wat ze willen. Ze leren al heel jong kiezen tussen pakweg 36 apps, bijvoorbeeld.»

HUMO Sanne, in ‘Stress to Impress’ heb je het ook over hoe kinderen steeds vaker beloond worden voor alles waar ze ook maar een beetje goed in zijn. ‘Als dan iets níét goed gaat, is er geen beloning en daardoor kunnen jongeren slecht omgaan met teleurstellingen.’

Kooiman «Als een kind bij élke pennentrek die hij op papier zet te horen krijgt dat het een prachtige tekening is, leert hij eigenlijk dat hij geen fouten kan maken. Natuurlijk is het goedbedoeld, je kind in het zonnetje zetten, maar zo maak je er wel heel onzekere mensen van, die niet snappen dat hun keuzes gevolgen hebben. Dat lijkt me gevaarlijk.»

HUMO Vroeger was een burn-out altijd werkgerelateerd, intussen is men daarvan afgestapt.

Van Baar «Vroeger dacht men inderdaad dat het enkel voorkwam bij mensen die zich na een carrière van dertig jaar helemaal stuk gewerkt hadden. Onzin. Ik kan in mijn onmiddellijke omgeving zo vijf mensen opnoemen die al op 25-jarige leeftijd zijn ingestort.»

HUMO Het goede nieuws: er wordt vrijer en openlijker over burn-outs gepraat dan ooit. Het taboe was amper vijf jaar geleden een stuk groter.

Thurlings «Ik had mijn burn-out acht jaar geleden, toen ik 24 was, en in die tijd voelde ik me daarin héél alleen. Er werd angstvallig gezwegen over burn-outs, ook door de oudere generaties. Wie googelde, vond alleen droge lijstjes met symptomen. Ik had niks om me aan op te trekken. In Nederland heb ik dat taboe doorbroken: ik was de allereerste die in de media openlijk uitkwam voor mijn burn-out, omdat ik daarmee andere mensen wilde tonen dat ze niet alleen stonden.»

Daeleman «Ik geef lezingen in heel Vlaanderen, en het valt op dat men in bijvoorbeeld West-Vlaanderen en de Kempen duidelijk nog iets voorzichtiger is. Als mensen me er na een lezing aanspreken, is doen ze dat vaak op fluistertoon. (Fluistert) ‘Ik heb óók een burn-out.’ Het is trouwens in die streken dat huisartsen nog sneller zeggen: ‘Neem maar een pilletje en doe gewoon verder.’»

HUMO Nog steeds neemt niet iedereen het probleem ernstig?

Maex «Ik zie twee groepen: enerzijds zij die beseffen dat er een probleem is en dat we dringend iets moeten doen, en anderzijds mensen die steeds luider zeggen: ‘Doe eens niet onnozel.’ Zij vinden bijvoorbeeld dat scholen in de eerste plaats mensen moeten afleveren die kunnen presteren op de arbeidsmarkt en dat al de rest zever is. Maar om écht te kunnen presteren, moet je ook de menselijkheid van je werknemers intact laten.»

Verdwaald in het bos

HUMO Vooral bij jongeren werden burn-outsymptomen vroeger weleens weggezet als aanstellerij.

Maex «Inderdaad: ‘Hoe kan het nu dat jij al opgebrand bent?! Je bent nog zo jong!’ Als we mensen in de eerste plaats behandelen als radertjes in een economische machine, leren we jongeren ook dat het zo hoort. Ik heb trouwens vaak het gevoel dat jongeren met een burn-out niet eens beseffen wat hun overkomt.»

HUMO Eva, drie geleden zei je nog dat zelfs professoren en therapeuten die jou nooit gesproken hadden het nodig vonden om te zeggen dat een burn-out op jouw leeftijd ‘wel niet waar zal zijn’. Dat zou nu toch niet meer gebeuren?

Daeleman «Ik weet niet zeker of ze die burn-out in twijfel trokken, dan wel of het een persoonlijke aanval tegen mij was.»

Thurlings «De mentaliteit is in elk geval verbazend snel veranderd. Ik wil mezelf niet op de borst kloppen, maar er is een enorme bijdrage geleverd door mensen die hun mond hebben durven opendoen in de media. Door dat voorbeeld voelen anderen zich minder geremd. En er is de kracht van het getal. In Nederland kan de geestelijke gezondheidszorg de toestroom van cliënten niet meer aan. Er is een maatschappelijk probleem ontstaan, waardoor de roep om verandering vanzelf groter wordt.»

HUMO Vreemde vraag: zijn er ook positieve aspecten aan een burn-out?

Thurlings «In zekere zin kan een burn-out de kans van je leven zijn. Stel: je bent verdwaald in het bos, en na een hele lange tocht vind je plots een landkaart, met daarop een grote, rode pijl: ‘U bent hier!’ Zo liep ik al jaren rond, ik voelde me de hele dag mat en ik wist niet waarom. De diagnose van mijn burn-out maakte me duidelijk dat ik te veel dingen deed die tegen mijn natuur indruisten, niet gezond voor me waren, me niet gelukkig maakten en me over mijn grenzen duwden. Pas na de diagnose kon ik de juiste route opnieuw vinden. Het werd een startpunt om weer te kiezen voor de dingen die goed voor me zijn en waar ik energie van kreeg. Ik koos ervoor om mijn burn-out niet als iets bedreigends te zien. Ik geloof dat iedereen dat kan.»

HUMO Wat deed je dan tegen je natuur in?

Thurlings «Alles! (lacht) Een burn-out heeft veel oorzaken. De ene krijgt het omdat hij te veel werkt, te krappe deadlines moet halen, te veel achter zichzelf aanrent. Iemand anders staat altijd klaar voor anderen, maar nooit voor zichzelf. Daardoor ga je dan ook op andere vlakken minder goed voor jezelf zorgen. Je stopt met gezond te eten en te bewegen, want je hebt geen tijd om te koken of om naar de sportschool te gaan. Al die dingen bezorgen je meer stress, waar je vervolgens slechter van gaat slapen, enzovoort. Het is een sneeuwbaleffect: de aanstormende burn-out vreet langzaam maar zeker alles in je op. Maar als je dan eenmaal met een burn-out zit, is ongeveer elke stap die je kunt zetten er wel één in de juiste richting. Je kunt het best bij de basis beginnen: inspanning en ontspanning weer leren afwisselen, gezond eten en leven, regelmaat in je leven steken…»

HUMO Samen met de burn-out is ook onthaasten aan een opmars bezig.

Daeleman «Vroeger wilden mensen ook al onthaasten, maar dat zegden ze niet met zoveel woorden.”

“We moeten weer meer voor onszelf leren zorgen. Niemand gaat de deur uit zonder de hond eten te geven, maar heel veel mensen vertrekken ’s ochtends zonder ontbijt. Waarom gunnen we onszelf dat niet? De sleutel voor een leven met minder stress is het besef: ‘Ik ben het waard dat er voor mij gezorgd wordt.’ Wie daarvan doordrongen is, maakt makkelijker keuzes die goed zijn voor zijn lichaam en geest. Bijvoorbeeld een stuk fruit verkiezen boven chocolade, of vaker water drinken in plaats van de zoveelste kop koffie.”

“Vroeger keek ik vaak naar Netflix, nu boeien al die series me niet meer zo. Maar dat is goed: niet elk moment van de dag hoeft ingevuld te worden. Vroeger had ik een heel grote schrik om saai te zijn, en saai bevonden te worden. Ondertussen heb ik ontdekt dat saai zijn soms net héérlijk kan zijn. Ik heb bijvoorbeeld deze ochtend nog bijna niets gedaan. Zalig! (lacht)”

“Maar iedereen pakt het op zijn manier aan. Er is geen kant-en-klare oplossing, en het gaat nooit van vandaag op morgen. Ik vergelijk het soms met verbouwen: het huis zal mooi zijn als het af is, maar nu is het even heel lelijk. Uiteraard wens ik iedereen een snel herstel toe, maar zo werkt het niet.»

Geen garanties

In Vrij Nederland omschreef neurobiologe Brankele Frank een paar weken terug haarfijn wat er in je brein gebeurt als je een burn-out krijgt. Zij had drie jaar geleden plots een ‘opgebrande hersenpan’. In de douche trok ze zich steeds grotere plukken haar uit het hoofd, maar ook ‘botontkalking, een hogere bloeddruk, een groter risico op alzheimer en parkinson zijn reële gevolgen van chronische stress’. Emotioneel voelde ze zich ‘verworden tot een soort kleuter. Ik raakte in de war van het opzeggen van de dagen van de week. De dagen waren er nog wel, maar ze verschenen in willekeurige volgorde. En tot mijn grote schaamte had ik soms zelfs volledige blanks bij het zien van mijn vrienden, wier namen me dan volkomen ontschoten waren.’ Frank noemde haar burn-out liefkozend ‘Bernie’.

HUMO Was dat een poging om de burn-out voor jezelf minder sinister te maken?

Brankele Frank «Ik was vooral het woord zo moe. ‘Burn-out’: dat klinkt erg afstandelijk, terwijl ik er toch maandenlang zij aan zij mee leefde. Ik noemde het ook af en toe ‘The Burn’. Dat deed ik niet om de angel eruit te halen, maar onbewust heeft het me wellicht geholpen om in te zien dat die burn-out me niet van buitenaf werd aangedaan, maar dat hij een gevolg was van hoe ik leefde, en van de keuzes die ik zelf maakte.»

HUMO Wist je als neurobioloog wat de mogelijke symptomen en neveneffecten van een burn-out zijn?

Frank «Ja, maar niet in zulk detail. Het gekke is dat kennis absoluut geen garantie is om het te kunnen voorkomen. Een beetje zoals rokers denken dat zij er geen schade door zullen lijden. Van de symptomen vond ik de hoofdpijn en de heftige vergetelheid het meest opvallend – dat kun je je niet zo goed inbeelden.»

HUMO Heb je advies voor alle jongeren die door een burn-out gaan?

Frank «Wandelen. Veel meer tijd voor iets nemen dan je nodig denkt te hebben. Er veel over praten. En 80 uur werken is niet per definitie ‘stoer’. Een goed mens zijn, is dat wél.»

BOEKEN:

‘Omdat het kan’ van Eva Daeleman verschijnt op 18 september bij Horizon.

‘De bereidheid om te kijken’ van Edel Maex verschijnt begin oktober bij Lannoo.

‘Jong burn-out’ van Nienke Thurlings verschijnt op 17 oktober bij Altamira.

 

 

De tweede seksuele revolutie

De nieuwe seksuele revolutie: ‘In plaats van zich af te vragen of hun haar goed ligt, moeten vrouwen zich focussen op hun éígen genot’

Humo – 04.09.2018

U hebt het misschien nog niet door, maar er is een revolutie aan de gang. Hordes met spandoeken op straat zijn er nog niet, maar er is wel het ‘Sexdagboek’ van schrijfster Heleen van Royen, een verslag van hoe zij van seks geniet. Dat doen veel vrouwen niet. ‘‘Close your eyes and think of England,’ kregen vrouwen nog niet zo lang geleden als raad mee voor hun eerste huwelijksnacht,’ schrijft Van Royen. ‘Ik zou zeggen: ‘Open your eyes and take what you need.’’ Dat doen vrouwen meer en meer. Ze tinderen als gek, slaan dildo’s in bij de vleet en experimenteren erop los. Humo sprak met schrijfster Heleen van Royen (53), seksuoloog Wim Slabbinck (35) en theatermaakster Julie Cafmeyer (31).

‘Wie experimenteert, die leeft,’ zegt theatermaakster en columniste Julie Cafmeyer. Zij heeft verschillende minnaars, verspreid over de hele wereld, en vertelt in haar columns en voorstellingen hoe zij worstelt om op haar manier te kunnen genieten in een samenleving die nog steeds het genot van de man centraal stelt. Seksuoloog Wim Slabbinck, bekend van ‘Blind getrouwd’ en vanaf deze week te zien in ‘Koppels’ op VTM, viel achterover toen uit recent onderzoek bleek dat het merendeel van de meisjes jonger dan 25 zich tijdens de seks nog steeds dienstbaar opstelt tegenover hun vriend.
Maar de tweede seksuele revolutie komt eraan. In de jaren 60 claimden vrouwen wel de macht over hun eigen buik, maar het waren vooral de mannen die van hun
beschikbaarheid profiteerden. Nu willen ze recht op eigen genot. Er is nog een lange weg te gaan, maar voor wie haast heeft, is het ‘Sexdagboek’ van Heleen van Royen een opwindende spoedcursus.

Heleen van Royen «Ik wilde een beeld geven van hoe het seksleven van een vrouw kán zijn, niet hoe het móét zijn, hè.»

Wim Slabbinck «Goed dat je dat zegt. Het gevaar van een boek als het jouwe is dat de lezers denken: zo zou mijn seksleven moeten zijn. Terwijl er zeker mensen zullen zijn die dat helemaal niet willen.»

HUMO Maar vrouwen die er wel van dromen maar er niet voor durven uit te komen, leren uit dit boek dat ze niet gek zijn.

Slabbinck «Absoluut. Als ik in mijn praktijk vrouwen vraag of ze soms fantaseren, antwoorden ze nog altijd vaak: ‘Nee, dat doe ik niet.’ Als ik dan doorvraag, blijkt dat ze het wel doen, maar ze durven het niet toe te geven. De heersende verwachting is nog altijd dat een vrouw niet zelf fantaseert, maar meegaat in de fantasie van de man.»

Van Royen «Wat ik met mijn boek hoop aan te wakkeren, is dat vrouwen gaan nadenken over hun seksleven. Ben je er tevreden mee, des te beter. Maar als je denkt: ik zou toch wel graag meer dít of dát, dan kan ‘Sexdagboek’ een houvast zijn om er met je partner over te praten. Gisteren kreeg ik een bericht van een vrouw die zei: ‘Je boek heeft me meer geholpen dan acht sessies bij een therapeut.’ Haar man stond totaal niet open voor therapie. Maar toen ze passages voorlas en vroeg: ‘Wat vind je hiervan? Lijkt dit je iets?’, kwam er wel een gesprek op gang.»

HUMO Vrouwen zijn zich in snel tempo seksueel aan het bevrijden. Ze zijn geen prooi meer, ze jagen zelf. Helemaal anders dan in de jaren 60, toen veel mannen de revolutie gebruikten om aarzelende vrouwen het bed in te praten.

Julie Cafmeyer «Ja. Dat vind ik sterk aan je boek, Heleen, dat je besluit dat verhaal te schrijven, en dat je je vriend laat weten: ‘Zelfs als jij het niet wilt, doe ik het toch.’»

Van Royen «Nou, als hij het echt vreselijk had gevonden, had ik het niet gedaan, hoor.»

Cafmeyer «Maar de insteek is toch: ik doe het omdat ik het wil? Daarom verbaasde ik me erover dat er in je boek veel passages staan waarin de mannelijke blik erg aanwezig is. Je vraagt je ergens af: ‘Ben ik nog fuckable?’ Ik vind dat zo’n kwetsend woord. Alsof er vrouwen zijn die niet fuckable zijn. Je zegt ook: ‘Als een man een weekend weggaat, kan hij best bevredigd zijn.’ Het lijkt alsof je toch vanuit de behoeftes van de man denkt. Ik ben zo benieuwd hoe dat zit bij jou. Speel je met die onderdanigheid? Of meen je dat?»

Van Royen «Fuckable is misschien een verkeerd woord. Het roept het beeld op van een vrouw die gefuckt wordt. Maar welk actief werkwoord had ik daarvoor kunnen gebruiken? Het is nu eenmaal niet de vrouw die penetreert, helaas. Wat ik wilde zeggen, is dat ik absoluut seksueel actief wil blijven. Ik wil de seks echt nooit verliezen. Er is niets anders dat me zo het gevoel geeft dat ik lééf.»

Slabbinck «Het zorgt er trouwens voor dat een mens langer leeft.»

Van Royen «Maar je hebt daar wel iemand anders voor nodig.»

HUMO ‘Dat hij mijn lichaam nog steeds opwindend vindt, vind ik geweldig. Maar het verbaast me ook,’ schrijf je.

Van Royen «Ja, maar Bart is 31 en ik ben 53, dat is een groot leeftijdsverschil. En in je hoofd hoor je toch dat ouder zijn de aantrekkelijkheid in de weg zit. Als ik scan op wie ik aantrekkelijk vind, zoom ik ook niet in op de categorie 75-jarigen, laten we eerlijk zijn.»

HUMO Zie jij je borstvergroting als bevrijdend en een teken van vrouwelijke autonomie?

Van Royen «Haha, die borstvergroting heeft niks met Bart te maken, hoor. Ik wilde die al heel lang, al sinds mijn borsten na twee zwangerschappen veranderd waren. Ik bleef maar twijfelen, en toen ik 50 werd, heb ik gezegd: ‘Heleen, wil je nog een keer borsten in dit leven of niet?’ En ik antwoordde: ‘Ja, ik wil nog een keer borsten, en wel nú.’ Bart vindt ze hartstikke leuk, maar die beslissing was niet ingegeven door hem. En ik had ze ook niet nodig om me aantrekkelijk te voelen. Ik heb er ook nog geen seconde spijt van gehad, integendeel. Als ik mijn T-shirt uittrek, denk ik: joehoe!»

Cafmeyer «Ik ben benieuwd hoe ik ga reageren op ouder worden. Ik heb al eens meegemaakt dat iemand me zei dat ik te dik was, nadat ik me had uitgekleed. Dat deed pijn. Maar als ik in bed lig met iemand, voel en ruik ik alleen nog maar. Ik voel mijn lichaam opzwellen, voel dat het bemind word, voel hoe ik dat andere lichaam bemin en hoe onze lichamen elkaar opwinden.»

Jager en prooi

HUMO Heleen, jij schrijft: ‘Als ik Bart pijp, is hij helemaal van mij.’

Cafmeyer «Nee, je bent in bed helemaal van elkaar! Sorry, maar elke vorm van ondergeschiktheid maakt me razend.»

HUMO Ik herinner me een column van je waarin een dokter je zegt: ‘Ik snap niet dat je je zomaar aanbiedt aan al die mannen.’ Jij antwoordt woedend: ‘Ik bied me niet aan, ik verover.’

Cafmeyer «Dat was toen ik voor een soatest bij de dokter was en ik vertelde dat ik wisselende partners had. Het was een vrouwelijke dokter die dat zei, hè. ‘Je bent zo’n mooie jonge vrouw,’ zei ze. ‘Je moet mannen laten wachten, ze op je laten jagen.’ Het was niet de eerste keer dat ik zoiets hoorde. Het zit zo diep in onze cultuur ingebakken dat meisjes de prooi zijn en mannen de jagers. Ken je die scène uit de serie ‘The Fall’, waarin Gillian Anderson tegen één van haar onenightstands zegt: ‘Woman fucks man. Woman subject, man object. That’s not so comfortable for you, is it?’ Ik weet nog dat ik toen dacht: dank je! Dank je dat je dat zegt!”

De heersende opvatting over de rolverdeling tussen mannen en vrouwen kan me zo verwarren. Soms denk ik na een onenightstand: waarom belt die gast me nu niet? O, neen, hij heeft me gewoon gebruikt! Dan moet ik mezelf echt tot de orde roepen: ‘Julie, wat denk je nu! Jíj hebt hem gekozen, jij wilde hem verleiden. Jij had zin om seks met hem te hebben. En je hebt ervan genoten.’ Het verhaal dat je als vrouw tijdens een onenightstand wordt gebruikt, is iets wat je wordt aangepraat. Het is een verhaal dat niet klopt en bovendien pijnlijk is om je mee te identificeren.»

Slabbinck «Het is ook moeilijk om tegen die ingesleten clichés te vechten. Nog steeds krijgen meisjes van jongs af aan mee dat ze zich moeten beschermen tegen een zwangerschap. Ze moeten uitkijken voor mannen in plaats van te leren hoe prettig seks kan zijn en wat voor een fantastisch orgaan de clitoris is.»

HUMO Jij bent een grote voorstander van de 3D-clitoris op de schoolbanken.

Slabbinck «Absoluut! Jongens bouwen al heel jong een relatie op met hun penis. Ze hebben hem dagelijks in de hand en zien waar die allemaal toe in staat is. Meisjes moeten weten dat ze ook iets hebben waar ze trots op mogen zijn.»

HUMO Ik heb nog niet zo lang geleden ontdekt dat de clitoris even groot is als een penis, als je het deel in de vaginawand meerekent.

Slabbinck «Ik ook! Ik heb dat zelfs niet geleerd tijdens mijn opleiding tot seksuoloog. Dat de clitoris negen keer groter is dan het zichtbare topje, is al eind jaren 90 ontdekt. Kennelijk vonden geneeskundigen en seksuologen het niet de moeite waard om dat te vermelden. Dat bewijst ook hoe de wereld door mannen wordt gedomineerd. Nu wordt het gelukkig wel meegegeven in de opleiding. Daarnaast moeten we meisjes én jongens al op de schoolbanken meegeven: ‘Kijk, dit is de clitoris en die moet ook verwend worden.’ En we moeten stoppen met die boodschap dat meisjes moeten opletten voor mannen.»

Van Royen «Dat blijft de teneur, hè: geef je niet te snel. Je moet eerst echt van iemand houden. En als je met veel mannen naar bed gaat, ben je een slet. Disney laat met films als ‘Rapunzel’, ‘Brave’ en ‘Frozen’ tegenwoordig sterke, onafhankelijke en complexe vrouwen zien. Bij ‘Frozen’ staat de vriendschap tussen twee prinsessen centraal, en niet het wachten op de prins..»

Slabbinck «Zelf het initiatief durven nemen is zo belangrijk, vooral op seksueel gebied. Seksueel verlangen komt niet zomaar. Je wordt opgewonden omdat je aandacht durft en wilt geven aan je verlangen. Jongens worden daar erg toe aangezet. Toen ik als kind voetbalstickers ging kopen in de krantenwinkel, zag ik daar bladen met blote vrouwen liggen. Je kijkt ernaar en je voelt opwinding. Meisjes krijgen dat soort stimuli niet.»

HUMO Wim, jij vertelde me dat recent onderzoek naar de beleving van seksualiteit bij jonge meisjes aantoont dat ze helemaal gericht zijn op dienstbaarheid aan mannen.

Slabbinck «Uit dat onderzoek bleek dat één op de twee Nederlandse meisjes jonger dan 25 geregeld pijn heeft tijdens de seks. De belangrijkste reden daarvoor is dat het voorspel wordt overgeslagen. Kennelijk krijgen jongeren nergens de boodschap mee dat het heel belangrijk is een vrouw te verwennen vóór de penetratie. Daardoor wordt de vagina groter en vochtiger, en zwelt de clitoris op.»

HUMO Dat vind ik ook jammer aan je boek, Heleen, dat er zo weinig voorspel in voorkomt.

Van Royen (lacht) «Dat ligt meer aan mij dan aan Bart. Ik ben er al vaker op aangesproken: ‘Bart zou je meer moeten verwennen,’ zeggen ze dan. Ik voel me ongemakkelijk als het zo lang duurt. Dan beginnen mijn gedachten af te dwalen, ik raak mijn focus kwijt en denk: waarom ingewikkeld doen als het ook makkelijk kan? Ik heb al mijn attributen ook van het begin af mee in bed genomen. Ik dacht: als ik aan een nieuwe relatie begin, gooi ik meteen alles op tafel. Als je dingen wegstopt en je je aanpast, slijt die gewoonte erin voor je het weet, en wordt het steeds moeilijker om te zeggen: ‘Dit vind ik eigenlijk helemaal niks.’ Maar genot is anders bij iedereen. Ik zeg ook voortdurend in mijn boek: ‘Het gaat om jou, om wat jij wilt. Zorg dat het voor jou lekker is.’»

Cafmeyer «Meteen zeggen wat je lekker vindt: daar gaan mijn nekharen wel van overeind staan. Volgens mij weet niet iedereen dat precies. Als je met iemand vrijt, moet je dat toch samen uitzoeken? Dan sta je toch niet tegenover elkaar: ‘Ik wil dit!’ ‘En ik wil dat!’ Je voelt bij de ander: dit vindt hij fijn, en dat wil hij duidelijk helemaal niet. En je laat zelf ook merken: wat doe je nu, stop! Of: het is misschien raar, maar dit vind ik fijn.”

“Nu, ik heb wel gemerkt dat mannen het supersexy vinden als ze merken dat ik mijn lichaam goed ken en weet wat ik tof vind.»

Van Royen «Wat ik bedoel, is dat je van het begin af over seks moet durven te praten. Je moet voorkomen dat het een aangelegenheid wordt waarbij je zwijgt.»

Slabbinck «Maar wat Julie zegt, klopt wel. Als je geen warmte of veiligheid voelt, ga je daar niet over praten. Het is echt niet zo simpel.»

HUMO Ik moet nu denken aan de #MeToo-controverse rond stand-upcomedian Aziz Ansari, die nota bene ‘Moderne romantiek’ heeft geschreven, een steengoed boek over hoe ingewikkeld daten is in deze tijd. Hij had na een date seks met een jonge vrouw die hem daarna tot zijn verbazing ervan beschuldigde haar non-verbale signalen niet te hebben begrepen: ‘Kon ze de zin ‘Stop of ik schop je in je ballen!’ niet bedenken?’

Cafmeyer «Heb je de Netflix-documentaire over Gloria Allred gezien? Daarin vertelt die Amerikaanse advocate hoe je als vrouw ook verlamd kan worden door angst als een man blijft aandringen op seks. Je niet verzetten is dan een overlevingsreflex. Andere vrouwen vertellen ook dat ze hun mond hielden en bleven glimlachen omdat ze bang waren hun baan te verliezen of niet meer hogerop te zullen raken.»

Van Royen «De #MeToo-discussie gaat over macht. Dat is een heel ander verhaal. Wij hebben het over genot.»

HUMO Maar hebben mannen jullie al eens verlamd door angst?

Cafmeyer «Neen. Ik ben nooit seksueel geïntimideerd. Maar ik ken wel het gevoel hoe je als vrouw een ongewenste aanraking schaapachtig weglacht in plaats van te zeggen: ‘Stop daarmee.’»

HUMO De jonge vrouw had seks met Aziz in zijn slaapkamer. Daar waar jij net zei dat je liever ook geen harde taal gebruikt.

Cafmeyer «Ja, maar daardoor heb ik in slaapkamers ook weleens gedacht: ‘Ik vind dit niet zo leuk, maar laten we doorgaan, anders ben ik een saaie.’ Ik heb ook in relaties gezeten met mannen die naaktfoto’s vroegen, die ik ook heb gemaakt en gegeven, terwijl ik daar geen zin in had. Ik ben nog aan het zoeken hoe ik daar duidelijker in moet zijn. Iedereen is aan het zoeken. Mannen ook. #MeToo is ook geen oorlogsverklaring aan mannen. Het is een liefdesverklaring: zullen we samen kijken naar wat er gebeurt in de dynamiek tussen mannen en vrouwen? Weet je wat ik ook zo moeilijk vind? Ik merk dat het precies een sexy daad is als een man zin heeft en ervoor gaat. Daarom zet hij makkelijk door, ook als de vrouw afwijzend reageert. Maar als ik zin heb en het is niet duidelijk of de man ook zin heeft, aarzel ik, omdat het in mijn ogen zieliger is om af te druipen als vrouw dan als man. Hoe komt dat? Dat zijn allemaal dingen die je als vrouw toch kwetsbaar maken.»

Spannende seks

HUMO Heb jij niet eens gezegd, Julie, dat je wel schaamteloos kunt zijn als je aan iets seksueels zonder toekomst begint? Pas als je verliefd wordt, word je verlegen.

Cafmeyer «Dat heb ik gezegd in een periode dat ik nog het onderscheid maakte tussen relaties en onenightstands, waarbij je zogezegd niet verliefd bent. Iedereen zei ook tegen mij: ‘Jij zit nu in de fase van de onenightstands, maar die gaat wel over. Je zult nog wel leren hoe je een echte relatie moet hebben.’ Ik piekerde er toen over hoe ik uit die fase moest raken en aan een vast lief kon komen. Maar nu denk ik: fuck it! Ik heb verschillende minnaars in de hele wereld en ik voel echte liefde voor al die mannen, ook al heb ik geen klassieke relatie met hen. Ik heb het gevoel dat ik mijn intieme leven vier en dat geeft me veel levenslust. Ook al leef ik niet volgens de norm en voelt het soms als een mislukking aan. Mensen dichten je al snel één of ander ziektebeeld toe als je geen gewone relatie hebt.»

HUMO Wim, denk je dat de norm van huisje-boompje-beestje straks geschiedenis zal zijn?

Slabbinck «De meeste mensen kiezen nu nog voor monogamie, maar ik denk dat we meer en meer andere relatievormen zullen zoeken. In een recent onderzoek bij Nederlandse jongeren onder de 18 jaar zei driekwart dat monogamie wel de gewenste relatievorm was, maar zes op de tien twijfelden of dat dé manier is waarop we met iemand samen kunnen zijn. Met andere woorden: het is erg gecompliceerd.»

Van Royen «Ik heb een monogaam seksleven, hoor!»

HUMO Maar je bent, las ik, wel aan het nadenken over hoe je voor Bart later een jonge vrouw gaat zoeken.

Van Royen «Eventueel, ja.»

HUMO Julie, jij zei eens: ‘Misschien eindig ik wel met vijf minnaars en een kind van een homo.’

Cafmeyer «Dat idee van een kind met een homo heb ik ondertussen laten varen. Ik denk dat het heel moeilijk is om een kind op te voeden, en ik denk dat je met seks veel problemen kunt oplossen. Ik zou dus toch het liefst een seksuele relatie hebben met de vader van mijn eventuele kind. Tegelijk hoor ik ook vaak dat kinderen krijgen allesbehalve de romantiek bevordert. Verwarrend dus.

»De laatste tijd heb ik vaak nachtmerries over zwanger zijn. Nu vraag ik me af of ik een kind wil omdat mijn ouders dat graag zouden hebben, en omdat ik druk voel van de maatschappij, of omdat ikzelf die behoefte heb. Dat moet ik nog ontwarren. Ik heb een lesbische tante en over haar werd altijd gezegd: ‘O, zij zal geen kinderen hebben. Zij is egoïstisch, ze leeft voor zichzelf.’ En ook: ‘Ze zal eenzaam sterven.’ Het idee daarachter is natuurlijk dat een vrouw pas haar ware functie vervult als ze moeder wordt: dan kan ze dienen en verzorgen.»

HUMO Heleen, als ik je dagboek mag geloven, beleef jij iets minder orgasmes dan Bart.

Van Royen «Ik vind orgasmes gewoon minder belangrijk.»

Slabbinck «Maar stel nu dat Bart minder zou klaarkomen dan jij?»

Van Royen «Als dat stelselmatig zou gebeuren, zou ik dat lastig vinden.»

Slabbinck «Ik heb nog nooit een koppel in mijn praktijk gehad waarvan de vrouw zei: ‘Ik kom soms wel klaar, maar niet altijd, en dat is een probleem.’ Ik moet wel veel koppels helpen waarvan de vrouw het een probleem vindt dat de man niet altijd klaarkomt bij de penetratie, en wel op andere manieren. Het zou bevrijdend zijn als vrouwen seks niet meer zo eng zouden definiëren, en niet meteen denken dat ze niet meer aantrekkelijk zijn en hun man niet meer opwinden als hij geen zin heeft of met erectieproblemen zit. Of je al dan niet een erectie hebt, toont alleen maar of je ontspannen genoeg bent of niet.

»Het zou voor mannen heel bevrijdend zijn als vrouwen ermee zouden stoppen zichzelf te casten als leverancier van genot. In plaats van zich af te vragen of hun man hen aantrekkelijk vindt, of hun haar goed ligt als ze vrijen en of ze niet te veel zweten, zouden ze zich moeten focussen op hun éígen genot.»

HUMO Krijgen we seksuele schaamte niet mee van onze moeders? En geven ze niet ongewild vaak de boodschap mee dat je moet uitkijken voor mannen en je netjes moet gedragen, en dat het beter is te dienen dan te heersen?

Van Royen «Over seks heb ik nooit gepraat met mijn moeder.»

Cafmeyer «Mijn moeder wilde heel graag schilderkunst volgen aan de kunstacademie, maar dat mocht niet van haar ouders. Toen is ze maar verpleegster geworden. Op haar 21ste kreeg ze mij en op haar 34ste had ze drie kinderen. Daarna kreeg ze een crisis en begon ze zich af te vragen: hoe wil ik eigenlijk leven? Ze is gescheiden om die vraag ten volle te kunnen onderzoeken.

»Als ik ‘Men Explain Things to Me’ van Rebecca Solnit lees, of de boeken van Virginia Woolf, besef ik ook hoe nieuw het is dat ik mijn eigen leven mag inrichten. Gisteren nog las ik het essay ‘A Room of One’s Own’, waarin Woolf zegt: ‘Je kunt je eigen kamer meubileren, je hoeft je door niemand te laten dicteren hoe die er vanbinnen moet uitzien. Het is een heel simpele metafoor, maar zo voelt het leven voor mij aan: alsof ik een lege kamer binnenstap die ik precies kan vullen zoals ik het wil. Ook al doet de wereld soms pijn en bemoeien mensen zich met mijn interieur door te zeggen: ‘Je zou moeten trouwen en kinderen krijgen, je vergooit je leven.’ Of: ‘Ik wil dat je je scheert.’ Het is allemaal nog niet zo lang aan de gang, hè. Maar nu ik Heleen heb ontmoet, denk ik: ‘Wauw! Zij heeft het helemaal voor elkaar, zij zegt gewoon: ‘Ik verplaats me niet. Komen jullie maar naar Amsterdam.’ (Tegen Heleen) Dat zou ik ook doen als ik jouw carrière had.»

Van Royen «Mijn moeder is ontslagen toen ze trouwde. Dat ging vroeger zo. Ze was ambtenaar en omdat vrouwen die trouwden kinderen zouden krijgen, werden ze aan de deur gezet. Dat is voor mij nog maar één generatie geleden. Als ik iets van mijn moeder heb meegekregen, is het wel de boodschap: zorg dat je financieel altijd op je eigen benen staat.»

Angst of genot

Slabbinck «Wat er de laatste vijftig jaar op het gebied van emancipatie in het Westen is gebeurd, is een unicum in de culturele geschiedenis. Sinds de mens sedentair leeft, hebben vrouwen zich nog nooit eerder in deze positie bevonden.»

Cafmeyer «Keischoon, toch?»

Slabbinck «Ja, maar het betekent wel dat die positie nog heel kwetsbaar is. Daarom zijn boeken als die van Heleen en Rebecca Solnit erg nodig. Stefanie, jij noemt wat er nu gebeurt een tweede seksuele revolutie. We staan daar echt aan het prille begin van. Vrouwen zijn nog maar heel voorzichtig de fase aan het betreden waarin ze niet meer denken: ‘Hij heeft al twee dagen geen seks gehad, ik zal het hem maar geven.’ De fase waarin ze zichzelf centraal plaatsen, en waarin ze meer en meer masturberen. We hebben er met Charlie Magazine onderzoek naar gedaan en daaruit bleek dat negen op de tien vrouwen wel masturberen, maar zeven op de tien hebben nog nooit met een vriendin over masturbatie gepraat.»

Cafmeyer «Er zijn ook van die stellingen als: het vrouwelijke orgasme dient nergens toe. In tegenstelling tot het mannelijke orgasme, dat natuurlijk sperma oplevert. Ik weet niet waar dat vandaan komt, maar het heeft toch invloed op je.»

Van Royen «Wim, waarvoor dient het vrouwelijke orgasme eigenlijk?»

Cafmeyer «Zuigt het door de samentrekking het sperma niet naar boven?»

Slabbinck «Neen, dat is bullshit.»

Van Royen «Ik heb dat ook gelezen. In het boek ‘De spermaoorlog’.»

Slabbinck «Die oorlog bestaat helemaal niet. Mannen maken ook geen sperma aan dat sperma van minnaars afblokt. Het enige wat wel waar is, is dat mannen meer sperma aanmaken als er één of meerdere mannen in de nabijheid van hun vrouw zijn. Maar seks staat sinds vijftig jaar los van de voorplanting. Voortplanting is biologie, dus laten we stoppen met daarover te discussiëren.»

HUMO En de strijd over de reproductie is in de jaren 60 gestreden. Toen zijn vrouwen baas in eigen buik geworden. Die revolutie ging niet over vrouwen hun genot, zoals nu.

Cafmeyer «Dat is waar. Maar ik vind dat die twee discussies toch niet helemaal te scheiden zijn. Ik zit nog wel met dat anticonceptievraagstuk. De pil willen we niet meer – die is niet goed voor je libido en ook die hormonen zijn slecht voor je –, een spiraaltje is lastig en als je over een condoom begint, zeggen ik weet niet hoeveel mannen: ‘Kan het echt niet zonder?’ Ik wil tederheid en intimiteit, maar ik word dan gedwongen mijn mannetje te staan.»

Slabbinck «Het is inderdaad waar dat de verantwoordelijkheid over de vruchtbaarheid nog steeds vaak bij de vrouw ligt. Nu wordt er wel een gel ontwikkeld die je bij een man in de zaadleiders kunt injecteren en die daar dan het sperma tegenhoudt. Het is hormoonvrij en mannen hebben wel nog een zaadlozing. Dat project is gefinancierd via crowdfunding, want de farmaceutische industrie was niet geïnteresseerd. Zij hebben de pil voor vrouwen en vinden dat ze daarom achterover kunnen leunen.»

Cafmeyer «Dat is toch verschrikkelijk! Het zit toch zo ingebakken in de maatschappij, hè, dat denken vanuit de mannelijke dominantie.»

Van Royen «Mag ik nog even iets vragen over ‘De spermaoorlog’? In dat boek las ik ook dat een man die een vrouw probeert te versieren, maar daarmee stopt als ze de man afhoudt, in haar achting daalt.»

Slabbinck «Onderzoek levert soms bizarre resultaten op. Als ze mannen daten, blijken vrouwen vaak te kiezen voor een man die minder praat, omdat die meer zelfverzekerdheid zou uitstralen. Vrouwen denken kennelijk nog dat mannen die minder over hun gevoelens praten ook mannelijker zijn. Die culturele stereotypen zitten nog heel diep. Dat bewijst ook hoezeer de emancipatie nog in de beginfase zit. Die evolutie gaat stap voor stap en heeft nog veel tijd nodig.»

Cafmeyer «Ik vind het superspannend dat ik daar nu middenin zit, en dat ik hier met iemand als Heleen over de seksuele bevrijding van gedachten mag wisselen. Ik vind me niet helemaal terug in haar boek, maar de lectuur ervan heeft me ongelofelijk geïnspireerd. Laten we ook alsjeblieft benadrukken dat elke bevrijding hyperindividueel is. Laten we onszelf in godsnaam niet opnieuw vastrijden in nieuwe patronen van hoe het moet en hoe het hoort. Iedereen mag helemaal zelf beslissen hoe hij of zij die intieme kamer wil inrichten.»

HUMO Het belangrijkste is dus weten wat je wilt, maar dat is ontzettend moeilijk.

Cafmeyer «Het niet weten maar toch iets doen en opeens denken: o, neen, dit wil ik toch niet, en daar dan van leren, dat is toch ook zalig?»

Van Royen «Precies! Stuntelen is niet erg, mislukken is goed. Een keertje pijn bij het vrijen is oké, als je daarna maar denkt: zo wil ik het dus niet. En daar ook werk van maakt.»

Cafmeyer «Ik heb een affaire gehad met een taxichauffeur uit Kameroen. Hij vertelde over zijn land en trok me een heel andere wereld binnen. Ik vond dat mega-interessant. Maar ineens besefte ik dat hij alleen maar langskwam in zijn pauzes en in zijn uniform, en dat hij niet eens de tijd nam om dat uniform uit te trekken. Toen dacht ik: O, mijn God, waar ben ik mee bezig? Dit is marginaal, dit is triest. Ik wil dit niet. Ik wil misschien geen klassieke relatie, maar ik wil wél intimiteit. Ik heb meteen een punt gezet achter die affaire en voelde me op slag bevrijd. Mijn belangrijkste doel is dat ik zoek wat echt van mij is en wat me door mijn ouders, vrienden of de maatschappij wordt aangepraat.»

HUMO Maar verlangt niet iedereen uiteindelijk naar een echt diepe band?

Cafmeyer «Dat is waar. Maar moet dat in de vorm van een vaste relatie zijn? Ik weet het niet. Nadat ik al die vriendjes van mijn moeder en vriendinnen van mijn vader had zien passeren, zwoer ik als kind: zo’n leven wil ik niet.»

HUMO Maak je in je zoektocht veel gebruik van Tinder?

Cafmeyer «Daar ben ik mee gestopt. Ik vind het leuker om mannen te ontmoeten die ik meteen kan ruiken en voelen.»

HUMO En jij, Heleen, heb jij een Tinderperiode gehad?

Van Royen «Nee, maar ken je Chatroulette? Dat is super-leuk, het gaat om hoelang je iemand met opwindende praat kunt vasthouden. Ik ben daar eens aan begonnen toen ik na een relatie zielig en depressief op de bank zat. Ik hield die mannen allemaal superlang vast en fleurde daar helemaal van op (lacht). En als de lol eraf was, chatte ik met de volgende. Ik weet nog dat ik dacht: dit is het! Gaat het niet goed in het leven? Oké, probeer iets anders: next!»

Cafmeyer «Dat vind ik een goed einde!»

Heleen van Royen, ‘Sexdagboek’

Boek: Volwassenen bestaan niet

Hoe is het om vandaag veertiger te zijn? “Dit is het moment om een minnaar te nemen”

Het Nieuwsblad – Annelies Rutten – 01.09.2018

Er komt een moment dat iedereen u begint te zeggen, de dokter je op zijn minst één sport verboden heeft en mannen kijken alsof ze alleen nog seks met je zouden willen als het hen geen enkele moeite kost. Hoe is het om in deze tijd veertiger te zijn? The New York Times-columniste Pamela Druckerman (48), Amerikaanse die al twaalf jaar in Parijs woont, beschrijft haar ervaringen in Volwassenen bestaan niet. “Wat doen al die blauwe blazers in mijn kast?”

Uiterlijk: en plots ben je “madame”

“Ken je dat gevoel van een man die op straat naar je kijkt en denkt: ik zou best met haar naar bed willen, maar alleen als het me geen enkele moeite kost. Dat valt ongeveer samen met het madame-moment. In Frankrijk ben je eerst mademoiselle. Maar rond veertig komt er een switch naar madame. De eerste madames zijn nog ironisch bedoeld, maar na enkele weken is – boem! – alle ironie geweken. Hoe voelt dat? Traumatiserend! Neen, dat is overdreven. Maar het was wel een schok voor mij. Want natuurlijk weet je dat dat moment zal komen, maar ik was er op een rare manier altijd van uitgegaan dat het mij níét zou overkomen.”

“Botox dan maar? Ik heb altijd gezegd: ho maar, zo’n vrouw ben ik niet. Schrijfster, weet je wel. Maar dat blijkt al te gemakkelijk als je echt rimpels krijgt die blijven. Nu ik het zie bij al die vrouwen die dat vroeger ook hebben gezegd, denk ik: het is misschien zo gek nog niet. (lacht) Al kun je ook proberen om gewoon bien ton âge te zijn, zoals de Fransen het zo mooi zeggen. Wij Amerikanen streven ernaar om er zo lang mogelijk zo jong mogelijk uit te zien.

En als dat niet meer gaat, is het mislukt. Het recept om op een dag doodongelukkig te zijn. Françaises zeggen: probeer er niet uit te zien alsof je een strijd voert met jezelf, maar probeer de beste versie van jezelf te zijn die je op dat moment kunt zijn. Wat ik dus probeer. Het begint te lukken. Soms.”

Kwaaltjes: Er is zeker één sport die de dokter je verboden heeft

“Waarom articuleert mijn man plots zo slecht? Ha, het ligt aan mijn oren. Naar de dokter om te kijken welke aandoening ik heb. ‘Mevrouw, er is niets mis, u hebt de oren van een 45-jarige.’ Oeps! En daar komt bij: ik mag niet meer tennissen, geen kopstand meer doen in de yoga, ik kan niets onthouden en ik heb een leesbril nodig. En dames, vergeet niet: nooit zwaaien als je korte mouwen draagt, tenzij jij degene bent die wél elke dag push-ups doet. Of die het grappig vindt dat haar kinderen met haar flubberige armen spelen. Aan de menopauze wil ik zelfs nog niet te veel denken. Ik ben bang dat ik het uitlok als ik erover praat, zoals de foto van een baby de melk doet stuwen als je borstvoeding geeft. Maar de menopauze begint pas als je begin de vijftig bent, toch? Gun me die jaren nog. We kunnen nog baby’s krijgen! Vraag maar aan Cherie Blair. En we zijn nog massaal aan de pil. Niet om onszelf iets wijs te maken, maar omdat de dokter het zegt. Los van dat alles: zodra je de veertig voorbij bent, wordt niets onverlet gelaten om je duidelijk te maken dat de graduele neergang van het lichaam is ingezet. We worden gesust met de dingen die beter worden: we kunnen beter situaties inschatten, emoties beheersen, conflicten oplossen en anderen begrijpen. En daar op een dag misschien zelfs tevreden mee zijn.” (lacht)

Kleding: Wat doen al die blazers in mijn kast?

“Ironische T-shirts? Te korte rokjes? Je kunt nog wel willen dragen waar je zin in hebt, maar je wilt ook niet pathetisch worden, toch? Dus geloof mij: zodra je de veertig voorbij bent, moet je jezelf op vestimentair vlak heruitvinden. Gedaan met de individuele vrijheid van ‘ik draag wat ik wil’, waar wij, Amerikanen, zo goed in zijn. Zelfs als je gewicht – misschien ben jij wel die gelukzak – op peil blijft, kunnen dezelfde kleren er anders uitzien in combinatie met een gezicht dat ouder wordt. Dus bekijk het even kritisch genoeg en ga op de juiste plekken shoppen. De kans is groot dat je eindigt met een eindeloze rij blazers in je kast, niet zelden marineblauw. Die je niet, zoals vroeger, draagt omdat ze power uitstralen, maar omdat het classy staat en chic.

Mijn ervaring: je nieuwe vestimentaire zelf ontdekken is een proces van trial-and-error. Waarbij iedereen fouten maakt. Drie stuks kopen op één dag? Wees maar zeker dat één ervan een miskoop is. Het kunnen er ook twee zijn. Je moet je lijf kennen, je sterke en je zwakke punten. En echt: een blazertje kan sexy zijn.”

Seks: Dit is hét moment om een minnaar te nemen

“Dat dit het moment is om een minnaar te nemen, is de wijsheid van een vriend van mij. Alsof hij wou zeggen: meisje, dit zijn de laatste vijf jaren van je leven waarin iemand met je de koffer in wil duiken. Voor alle duidelijkheid: ik heb het níét gedaan. Maar zijn dit echt de laatste jaren voor ik seksueel de afgrond instort? Het idee dat na de menopauze lust en verlangen verdwijnen, zit ingeworteld in onze cultuur, maar het is niet waar. Ja, er is een neergang in sommige aspecten van het seksueel functioneren – vaginale droogte bestaat echt! – maar er dan maar van uitgaan dat het hele verlangen wegsmelt, is wel zeer kort door de bocht. Ga je minder van lezen houden als je een leesbril nodig hebt? Wel, hoe zit dat dan met glijmiddel?” (lacht)

“Ik prijs me opnieuw gelukkig dat ik in Frankrijk woon. Onderzoek toont aan dat Amerikaanse en Britse vrouwen na de menopauze effectief een pak minder seksueel actief zijn. In Frankrijk is de terugval kleiner. Omdat ze meer rolmodellen hebben, maar ook: omdat ze er meer in geloven. Seks alleen weggelegd voor mooie, strakke lijven? Dat vinden ze hier bullshit. Zoals iedereen luncht, heeft iedereen seksuele verlangens, ook wie oud en flabby en zacht is. Bien dans son âge zijn, daar heeft het weer veel mee te maken. Het is een groot stuk selffulfilling prophecy. Als je gelooft dat je na vijftig de seksuele afgrond instort, is de kans veel groter dat dat ook gebeurt. Je bent gewaarschuwd.”

Relatie: Een triootje als verjaardagscadeau?

“Ja, ik heb het echt gedaan. Voor zijn veertigste verjaardag deed ik mijn man Simon, nu 48, een triootje cadeau. Ik beschrijf het in mijn boek en er is niks van overdreven. Dus dames, ga maar steigeren, dat deden mijn vriendinnen ook. Maar het alternatief was een horloge. En dat raakt hij zo weer kwijt. Of hij gaat ermee in bad zitten. maar ik heb ook ingestemd omdat ik wou tonen dat ik me niet zomaar neerleg bij de middelbare leeftijd. En dat we niet vastzitten in de sleur. Wees gerust, het is bij één keer gebleven. En naast de woede van mijn vriendinnen heeft het mijn man veel jaloezie opgeleverd. Maar het was vooral een fantastische ervaring waar ik acht jaar later geen spijt van heb. Zo drastisch hoef je niet te gaan om na je veertig je relatie goed te houden (enkel dat zal trouwens ook niet werken). Wat heb ik over relaties geleerd? Dat na veertig alle gebreken van je partner er gewoon nog zijn. Maar dat je veel beter gaat begrijpen dat naast elk ‘gebrek’ een kwaliteit staat. Laat hij altijd gazetten slingeren, dan is hij waarschijnlijk ook slim en wereldwijs. Straf hoeveel je kunt verdragen als je het totaalplaatje bekijkt. En beseft dat je zelf ook zo in elkaar zit. Ook goed: ik ben verlost van het zeer Amerikaanse idee dat je alles samen moet doen en je partner je moet helpen om de (zeurend stemmetje) ‘allerbeste versie van jezelf te worden’. Neen, leef je eigen leven. En pas die twee levens in elkaar. Dat heeft bij ons veel druk weggenomen.”

Kinderen: Ze doen het niet zoals jij het wilt

“Er is een verschil tussen een ouder zijn en een ouder zijn zoals je dénkt dat die moet zijn. En zoals ik er (te?) lang één was. Wat betekent: je zegt je kinderen niet wat je echt denkt, maar je probeert zo goed mogelijk toe te passen wat je uit de boeken hebt gehaald. Maar dan word je veertig. En denk je: waar ben ik mee bezig? Het geeft zoveel meer voldoening om eerlijk te zijn, ook over je onzekerheden, en te communiceren. En hé, dat kun je zelfs doen zonder je autoriteit te verliezen! (lacht) Wat ik ook geleerd heb: je krijgt nooit helemaal het gezin zoals je het in je gedachten had. Ik zie mijn gezin als een flubbig dier, een soort kwal, dat je zachtjes kunt duwen in de richting die jou de juiste lijkt, maar dat dat nooit helemaal doet zoals jij wilt. Dat Amerikaanse zomerkamp waar ik in mijn jeugd zoveel aan had? ‘Mama, dat gaan wij echt niet doen, hoor.’ Ook iets om je bij neer te leggen: kinderen schamen zich voor hun ouders. Zeker als een van hen een buitenlander is, die voortdurend rare dingen zegt. Ik zie hen zo vaak ineen krimpen. ‘Mama, zo zegt niemand dat.’ Het is echt beter om je dat niet aan te trekken. Ze zien je graag, hoor.”

Vrienden: Je hoeft niet van jazz te houden

“Ik hoef niet van jazz houden. En ik mag Scandinavische meubels leuk vinden. Er was een moment waarop ik niet wilde houden van wat iedereen van mijn leeftijd leuk vindt want ‘help, ik ben cliché!’. En omgekeerd. Brengt mij bij een cruciaal ding in je forties: je wordt minder neurotisch. En maakt je minder zorgen om wat anderen van je denken. Ik merk bij mijzelf dat ik daardoor in vriendschap betere keuzes maak. Vroeger liet ik een arrogante vent drie weken mijn huis overhoop halen omdat ik hem ‘zo’n interessante persoonlijkheid’ vond. Nu ruik ik narcisten van kilometers afstand en steek ik geen tijd meer in mensen die mij ongelukkig maken. Met ouder worden word je ook minder krampachtig in vriendschap en ga je niet meer zo hard je best doen. Vroeger was ik voortdurend mensen aan het entertainen, opdat ze mij toch zeker leuk zouden vinden. Wat een uitputtingsslag! Nu weet ik: als we een saaie avond hebben, vind jij mij morgen ook nog leuk. Een vriendin zei eens: ‘Pamela relax, je hebt kwaliteiten, hoor.’ (lacht) Ik weet nu ook beter wat ik zoek in mensen. Ze moeten gevoel voor humor hebben, kunnen luisteren en aardig zijn. Als dat er niet is, wens ik je het allerbeste, maar je mag niet naar mijn verjaardag komen.”

40 zijn: Help, volwassen!

“Vroeger vond ik het een geruststellend idee dat er volwassenen waren om vliegtuigen te herstellen en kanker te genezen. Toen ik veertig werd, besefte ik: shit, ik ben die volwassene zelf! Ik kan niet meer naar iemand anders kijken om het voor mij op te lossen. Dat was een schok. Want het betekende dat ik al die magische dingen zou moeten kunnen die volwassenen kunnen. En mijn lijf was dan wel overduidelijk veertig, ik voelde paniek omdat ik dacht dat mijn geest niet zou kunnen volgen. Voorbij de veertig zijn er ook geen mijlpalen meer. Je hele leven ben je het gewend om van mijlpaal naar mijlpaal te gaan: je leert lopen, je wordt ongesteld, je studeert, vindt een job, krijgt baby’s … En telkens klapt iedereen in zijn handen en op naar het volgende. In je forties valt dat weg en begint het belachelijk te klinken om te zeggen: ‘Op een dag zal ik …’ Want die dag is natuurlijk vandaag. Volwassen worden kent stadia. Eerst ben je het niet, dan doe je alsof je het bent en uiteindelijk valt het niet meer te ontkennen. Maar toch is het anders dan ik dacht. Volwassen zijn is niet almachtig, alwetend en groots, het is bescheiden, solide en klein. Een beetje een teleurstelling. Is het dat maar? Maar ook een opluchting. Je moet gewoon jezelf zijn. Dat is genoeg.”

BOEK: Volwassenen bestaan niet van Pamela Druckerman is uitgegeven bij Balans en kost 21,95 euro.

Postnatale depressie bij vaders

Postnatale depressie bij vaders: “Ik heb die maxicosi soms bijna een schop gegeven”
Vijf tot tien procent van de vaders krijgt ermee te maken

De Standaard – Madelon Meester – 01.09.2018

Dat een postnatale depressie niets dan doffe ellende betekent, weten veel moeders. Maar dat leed blijft niet tot hen beperkt.

Toen zijn zoon Andres zes maanden was, gebeurde het. Maandenlang had hij zijn gevoelens opgekropt, maar eind 2003 “barstte het vat”, zoals Toni De Coninck (47) het zelf zegt. Andres was geen huilbaby, maar makkelijk was hij ook niet, vertelt de journalist. “Hij vroeg veel aandacht, het typische voorbeeld van een kind met wie je urenlang rondjes rijdt in de auto om hem in slaap te krijgen.” Daar kwam nog eens bij dat de bevalling traumatisch was geweest. “Het was erg nipt. Andres heeft wekenlang op de afdeling neonatologie gelegen.”

Toni belandde in het mannelijke equivalent van een postnatale depressie. “Ik kon niets meer verdragen. Geen muziek en zelfs de kleding op mijn huid was me te veel. Ineens begreep ik ook waar de term zenuw­inzinking vandaan komt: ik voelde de zenuwbanen in mijn armen branden.”

Hoewel er discussie is over of de begrippen ‘postnatale’ of ‘postpartum depressie’ ook bij mannen van toepassing zijn – postnataal betekent letterlijk ‘na de geboorte’, postpartum ‘na de bevalling’ – komt er steeds meer serieuze aandacht voor het fenomeen. Volgens onderzoek uit 2014 van de American Academy of Pediatrics hebben jonge vaders van rond de 25 jaar in de eerste vijf jaar na de geboorte van een kind 68 procent meer kans op depressieve klachten dan mannelijke leeftijdgenoten zonder kroost.

Dat de wetenschap hier pas sinds kort aandacht voor heeft, komt doordat er simpelweg niet aan is gedacht dat zoiets ook voor mannen zou kunnen gelden, legt de Nederlandse psycholoog Louis Tavecchio uit. Hij is emeritus hoogleraar pedagogiek en deskundige op het gebied van vaderschap. “Lange tijd werd een postnatale depressie gezien als iets typisch vrouwelijks. Zij is zwanger, zij bevalt en heeft met hormonale veranderingen te maken. Tientallen jaren is er niet naar de man gekeken.”

Sinds kort zijn er aanwijzingen dat ook in de hormoonhuishouding van de man veranderingen plaatsvinden. Uit een langlopend onderzoek van de Amerikaanse North­western University blijkt dat bij jonge vaders het testosteron­niveau daalt, vooral bij mannen die zeer betrokken zijn bij de zwangerschap en veel tijd doorbrengen met hun kinderen. Volgens de onderzoekers is die hormoon­verandering biologisch te verklaren: het helpt mannen hun prioriteiten te verleggen zodra ze vader zijn geworden. Of die verandering ook verband houdt met een postnatale depressie bij mannen, moet nog worden onderzocht.

Feit is dat die andere grote risicofactor voor een postpartum depressie, de ingrijpende levens­verandering, net zo goed voor de man geldt als voor de vrouw. Zestig jaar geleden was de rolverdeling tussen man en vrouw duidelijk: hij was kostwinner, zij zorgde voor de kinderen. Tegenwoordig zijn mannen meer betrokken bij de opvoeding en moeten zij er net zo goed midden in de nacht uit om met een huilende baby rond te sjouwen. “Dat vraagt om een forse aanpassing”, zegt Tavecchio. “Mannen hebben minder tijd voor zichzelf en voelen zich schuldig als ze die tijd wél nemen. Ook speelt mee dat bij mannen vaak een competitieve sfeer heerst op het werk, en er veel van hen wordt gevraagd.”

Massief

Het klinkt de vader van Andres maar al te bekend in de oren. De Coninck had er grote moeite mee om alle ballen in de lucht te houden.

“Ik ben perfectionistisch ingesteld”, vertelt hij. “Ik wilde de perfecte werknemer zijn, de perfecte vriend en de perfecte echtgenoot. Toen ik ook nog de ideale vader moest zijn, was dat de druppel. Het kon er niet meer bij.

“Daarnaast was dit verantwoordelijkheids­gevoel massiever dan de rest. Het krijgen van een kind is onomkeerbaar en in het beste geval niet eindig. Dat legt een enorme druk op je schouders.”

Elke dag die De Coninck samen met Andres was, moest voor hem perfect verlopen. Zowel voor hemzelf, als voor zijn zoon. “Hij moest om de drie uur een voeding en daar hield ik mij minutieus aan. Als hij een half uur eerder begon te huilen van de honger, vond ik dat oneerlijk en werd ik boos. Ik heb me soms moeten inhouden om geen schop tegen de maxicosi te geven uit frustratie.”

De percentages mannen die kampen met depressieve gevoelens vlak na de geboorte van een kind, variëren van 5 tot 10 procent. Bij vrouwen is dit 7 tot 20 procent. Maar doordat het onderzoek naar postnatale depressies bij mannen nog in de kinderschoenen staat, is de kans groot dat de echte percentages hoger liggen.
Volgens Zweeds onderzoek uit 2017 van de universiteit van Lund wordt een postnatale depressie bij mannen sneller over het hoofd gezien. Waar depressieve moeders eerder geneigd zijn in bed te kruipen of snel in huilen uitbarsten, vertonen mannen vaak vluchtgedrag. Zij verliezen zich in werk, drank of drugs, zijn onrustig, snel geprikkeld en hebben een gebrek aan zelfcontrole. Daarnaast zijn mannen minder geneigd met psychische klachten naar buiten te treden.

Terwijl vrouwen al niet graag toegeven dat het met de liefde voor de kersverse baby tegenvalt – zo’n 20 tot 50 procent praat er niet over – ligt dit percentage bij mannen volgens deze studie hoger: 83 procent.

Dat vaders geneigd zijn hun gevoelens voor zich te houden, merkt ook kinder- en jeugdpsychiater Mijke Lambregtse-Van den Berg. Zij deed onderzoek naar postpartum depressies bij mannen en coördineert een polikliniek in het Rotterdamse Erasmus Medisch Centrum voor ouders met psychische klachten. “Het is opvallend dat alleen moeders zich in de poli­kliniek melden. Pas als we actief vragen of de vaders willen meekomen, ontdekken we vaak dat ook zij klachten hebben.”

Adequaat reageren

De screening op depressies bij jonge vaders moet daarom beter, vindt zij. Niet alleen omdat zij hier zelf bij gebaat zijn, ook omdat zo veel problemen bij kinderen kunnen worden voorkomen. Lambregtse-Van den Berg is een van de onderzoekers van Generation R, een omvangrijke studie waarmee sinds 2001 de ontwikkeling van tienduizend Rotterdamse kinderen wordt gevolgd, vanaf de geboorte tot in de volwassenheid. Depressieve ouders spelen een grote rol bij gedragsproblemen van kinderen, blijkt hieruit. Kinderen die niet goed worden gestimuleerd, kunnen cognitief, emotioneel en motorisch achterblijven. En hoewel de invloed van moeders groter is, hebben ook depressieve vaders een behoorlijke impact, vooral op jongetjes.

“Als kinderen heel jong zijn, is het belangrijk dat beide ouders adequaat reageren op de signalen van een kind”, legt Lambregtse-Van den Berg uit. “Ouders met psychische klachten hebben vaak al zo veel moeite om zichzelf staande te houden, dat ze het moeilijker kunnen opbrengen hun kinderen voldoende zorg en aandacht te geven. Goede screening bij beide ouders is belangrijk, want hoe eerder ze hulp krijgen, hoe minder groot de gevolgen voor de kinderen zijn.”

Doodop

Psycholoog Stephen Davies (40) kreeg in 2012 een depressie, nadat zijn tweede zoon Ryan was geboren. Zo makkelijk als zijn eerste zoon was, zo moeilijk verliep het bij de tweede. “Mijn eerste zoon Dominick kwam ter wereld toen ik nog studeerde”, vertelt Davies. “Mijn vrouw werkte en ik was degene die thuisbleef. Hij sliep goed, soms moest ik hem zelfs om 9 uur ’s ochtends wakker maken voor het kinderdagverblijf. Op de dagen dat ik thuis was, sliep hij op gezette tijden zodat ik dan aan mijn scriptie kon schrijven.”

Die ging, ironisch genoeg, over postnatale depressies bij mannen. Het is een onderwerp waarin hij zich, door zijn eigen ervaring, in zijn latere carrière als psycholoog nog meer is gaan verdiepen. Via lezingen en workshops vraagt hij aandacht voor het fenomeen.

Davies ging ervan uit dat het bij zijn tweede zoon net zo makkelijk zou gaan. “Ik had net mijn eerste betaalde baan als psycholoog bij een zorginstelling. Vaak moest ik als ik thuis was met mijn zonen tussendoor nog wat werk doen”, vertelt hij. “Maar omdat Ryan zo slecht sliep, ging dat niet. Het extra werk kwam op de avonduren aan, maar ook ’s nachts sliep hij slecht en ’s ochtends werd hij rond half­vijf wakker.”

Uiteindelijk brak het slaapgebrek Davies op. “Ik was gefrustreerd dat het niet ging zoals ik wilde. Daarnaast had ik het gevoel dat ik hem tekortdeed. Bij mijn eerste zoon had ik alle tijd gehad, nu had ik die minder en was ik doodop.”

De van origine Britse psycholoog had er baat bij gehad als hij van tevoren beter op het vaderschap was voorbereid, denkt hij. Want alle geboortezorg – verloskundigen, kraamhulp, zwangerschapscursussen en consultatiebureaus – richt zich vooral op vrouw en kind. Natuurlijk, het is begrijpelijk dat de vrouw de meeste aandacht krijgt, vindt Davies. “Zij is degene die zwanger is en bevalt. En ook de kinderen hebben aandacht nodig, maar hoeveel moeite is het om ook aan de man te vragen hoe het gaat? Bij mijn eerste zoon was ík nota bene degene die thuisbleef. Het is fijn als man te voelen dat je onderdeel bent van deze belangrijke gebeurtenis.”

Dat je als man al snel het gevoel hebt er een beetje bij te hangen, is niet vreemd als je alleen al kijkt naar de context waarin veel zwangerschapscursussen worden aangeboden, zegt Tavecchio. “Van de tien bijeenkomsten is het vaak de bedoeling dat de vader één of twee keer meekomt. Al wordt het niet expliciet gezegd, toch krijg je op die manier het idee dat je bijzaak bent. Terwijl de vader net zo belangrijk is als opvoeder en net zo’n grote rol kan spelen in de ontwikkeling van een kind.”

Van toeten noch blazen

David Borman is een van de weinigen die aanstaande vaders met een cursus door de zwangerschap loodst en hen voorbereidt op wat komen gaat. Tijdens zijn werk als verloskundige – vrij uniek voor een man – merkte hij dat veel mannen tijdens de bevalling van “toeten noch blazen wisten”. “Vaak nam ik zo’n man dan even mee naar de gang om te vertellen: dit is er aan de hand en dit kun je doen. Maar op een gegeven moment dacht ik: waarom doe ik dat niet van tevoren in een zaaltje?”

Sinds 2009 geeft Borman daarom de cursus ‘Aanpakken voor aanstaande vaders’. In twee avonden vertelt hij van alles over de zwangerschap (hoe ga je om met hormonen?), de bevalling (hoe kun je de pijn verlichten?), de kraam­periode (wat is jouw rol als je vrouw borstvoeding geeft?) en het aanstaande vaderschap (wat verandert er in je relatie?). Daarnaast leert hij aan professionals – verloskundigen, kraamverplegers, kinderdag­verblijf­medewerkers – hoe zij vaders meer kunnen betrekken bij het proces.
“Het is een blinde vlek. Alleen al de opstelling in de spreekkamer van de verloskundige: de behandelaar zit voor de moeder en de vader is weggestopt aan de zijkant. En waarom richten websites over kinderen zich allemaal op de moeder en zijn ze geschreven in jij-vorm? Het zou helpen om er ‘jullie’ van te maken.”

Kwamen er in het begin zo’n vier mannen op de bijeenkomsten af, nu zijn dat er gemiddeld dertig. Maar nog altijd is het voor mannen een hoge drempel, ervaart Borman. “Ze zijn bang dat het zweverig wordt. Daarom moet je ze op een andere manier binnenhalen. Met praktische tips.”

Bij zowel De Coninck als Davies was de depressie binnen een jaar na de geboorte van hun zonen verdwenen. Ze hadden het voordeel dat zij niet bang waren hun gevoelens te delen en hulp durfden te vragen, vertellen ze. Een uitzondering, want dat het taboe groot is, blijkt uit de zoektocht naar ervaringsdeskundigen voor dit artikel.

Veel mannen willen niet meedoen, uit angst voor ‘mietje’ te worden versleten. Onderzoekers mogen het erover eens zijn dat de postpartum depressie bij mannen bestaat, voor het grote publiek is het een nieuw en onbegrepen fenomeen.

‘Arme, arme nieuwe vaders’, schrijft ene Maud op Facebook sarcastisch onder een stuk over een studie dat ook jonge vaders risico’s lopen op een depressie. ‘Een depressie omdat ze de aandacht van hun vrouw moeten delen.’ ‘Tjonge­jonge, wat een gezeur’, vindt ook Irene. ‘Nog even en het volgende onderzoek wijst uit dat zwanger zijn, bevallen en de tijd erna het zwaarst zijn voor de mán.’

 

Postnatale depressie bij moeders

Postnatale depressie: “Ik heb het gevoel dat we het taboe stilaan kunnen doorbreken”

De Standaard – Yannick Verberckmoes – 01.09.2018

De moeder uit Varsenare die haar drie kinderen om het leven bracht, lijdt aan een postnatale depressie. De laatste jaren is de problematiek steeds zichtbaarder geworden, zegt psychiater Kristiaan Plasmans, al is het aantal gevallen niet toegenomen.

“Een postnatale depressie komt voor bij meer dan een op de tien van de bevallingen”, zegt psychiater Kristiaan Plasmans van de Moeder-baby-eenheid in Zoersel, een behandelcentrum dat gespecialiseerd is in de zorg voor jonge moeders, voor en na de bevalling.

“Moeders die bij ons in de unit aankomen, zijn vaak lusteloos, hebben sombere gedachten of slaapproblemen. Daardoor is het voor hen moeilijk om zorg te dragen voor hun baby.”

Is zelfdoding iets wat vaak voorkomt bij een postnatale depressie?

Kristiaan Plasmans: “Suïcidale ideeën zijn eigen aan elke depressie, dus komen ze ook bij een postnatale depressie voor. Toch zijn zelfdodingen redelijk zeldzaam. Ook infanticide of kindermoord komt zelden voor.”

Wat veroorzaakt een depressie bij ouders die net een kind hebben gekregen?
Share

“De geboorte van een kind is ook een nieuwe fase in het leven van de ouders. De omslag van kinderloos zijn naar een leven met verantwoordelijkheden maakt dat je in een heel andere situatie terechtkomt. Je kunt niet meer zoveel activiteiten doen als je wilt of wanneer je wilt. Maar ook vermoeidheid en belasting spelen een rol. Als je meerdere kinderen hebt, maakt dat de zaken natuurlijk nog ingewikkelder.”

Hoe zwaar weegt het maatschappelijke taboe op patiënten met een postnatale depressie?

“Veel moeders komen onvoldoende voorbereid in het ouderschap terecht. Omdat het taboe nog steeds groot is om over hun problemen te praten, hebben zij het moeilijk om hun verhaal te doen. Bij de zwangerschap weerklinkt in de omgeving bijna uitsluitend euforie. Als het daarna moeilijk loopt, is het niet vanzelfsprekend om daarover te spreken.”

In het Vlaams Parlement is een resolutie goedgekeurd voor een systematische screening op postnatale depressie. Gebeurt dat al voldoende?

“Ongetwijfeld zijn er mensen die we niet bereiken. Maar er zijn toch al belangrijke proefprojecten opgestart, op dat vlak is er echt veel in beweging. Momenteel zijn er twee moeder-baby-units – een in Sint-Denijs-Westrem en een in Zoersel – waar we moeders en hun kind kunnen helpen.”

“Omdat vrouwen kort voor en na de geboorte veel contact hebben met zorgverleners, ben ik ook hoopvol voor de toekomst. Als we de hulpverlening in de eerste lijn nog kunnen versterken en tot een betere samenwerking kunnen komen tussen verschillende actoren – ik denk aan vroedvrouwen, maar ook aan Kind en Gezin – moeten we het sneller kunnen aanpakken.”

Voor welke symptomen moeten hulpverleners uitkijken?

“Dat zijn eigenlijk de typische symptomen van een depressie: negatieve gevoelens, ’s ochtends moeilijker op gang komen, minder interesse hebben, minder initiatief tonen. Ook de concentratie kan verstoord zijn.”

Is er een evolutie op te merken in de manier waarop we omgaan met postnatale depressies?

“Onze maatschappij begint stilaan anders te kijken naar mentale problemen, dat zeker. Ik vind dat er de laatste jaren enorme ontwikkelingen zijn op dat vlak, ook voor postnatale depressie. Er zijn campagnes geweest, patiënten hebben in de media hun verhaal kunnen doen. En mensen spreken er toch iets makkelijker over. Op die manier heb ik wel het gevoel dat we stilaan het taboe aan het doorbreken zijn.”

Je bent wie je kan zijn, niet wie je wil zijn

Je bent wie je kan zijn, niet wie je wil zijn

Bron: Brainwash
https://www.brainwash.nl/bijdrage/je-bent-wie-je-kan-zijn-niet-wie-je-wil-zijn

Spinoza gaf me de kracht om mijn leven te veranderen. Ik werkte als academica, maar wilde de vrijheid opzoeken. Mijn omgeving reageerde niet meteen enthousiast. De meeste reacties waren doordrongen van angst en bezorgdheid. Angst voor financieel verlies, voor isolement, voor verlies aan status – wie ben je nog als je gewoon ‘als filosoof’ door het leven gaat? Laten we eerlijk zijn, dat klinkt allesbehalve geruststellend.
In die periode – 5 jaar geleden – publiceerde ik ook mijn boek Door Spinoza’s Lens. Dat boek schrijven beschouw ik als een van de beste ideeën die ik ooit had – het heeft zovele paden voor me geopend. Jarenlang had ik Spinoza’s bijna onleesbare werk de Ethica bestudeerd. Maar ik ontdekte dat hij eigenlijk een erg praktische filosoof is.

Baruch Spinoza.

Wat heb ik dan van Spinoza geleerd? Je hoeft niet bang te zijn om een buitenbeentje te zijn. Wees niet bang voor isolement. Als je probeert ‘blij te zijn en het goede te doen’, zoals Spinoza’s motto ‘bene agere et laetari’ klinkt, dan kruisen fijne mensen en goede gebeurtenissen je pad.

Spinoza’s eigen leven geldt hier als een sterk voorbeeld. Hij werd geboren in de Joodse gemeenschap in Amsterdam, aan het begin van de zeventiende eeuw, als zoon van een koopman. De streng gelovige Joodse gemeenschap mocht in vrijheid haar geloof beleven, maar was tegelijkertijd erg op zichzelf gericht. Spinoza kreeg echter ernstige twijfels bij de basisprincipes van de Joodse leer, en wilde zich met wetenschappelijke ontwikkelingen bezighouden. Toen hij 24 jaar oud was, werd een uitzonderlijk strenge banvloek over hem uitsproken wegens ketterij – hij werd uit de Joodse gemeenschap verbannen. Geen enkele Jood mocht nog contact met hem hebben. Maar Spinoza belandde niet in eenzaamheid. Hij vond eensgezinde geesten. Ook dit is een wenk: omring je met mensen die het beste in je naar boven brengen. En liefst niet met mensen die je angst, je onzekerheid versterken.

Zo werd Spinoza wie hij wilde worden: geen handelaar die eer, roem en geld nastreefde, maar iemand die zijn eigen visie op geluk trachtte te verwezenlijken. Hij leefde als lenzenslijper en vrije geest in Nederland. Hij nam de vrijheid om te denken en te schrijven wat hij wilde, al publiceerde hij maar weinig van zijn werk.

Spinoza’s belangrijkste raad valt samen te vatten als ‘actie of aanvaarden’. Actie onderneem je nadat je je eigen kracht hebt ingeschat. Waar ben je goed in? Wat maakt je gelukkig? Welke werkomgeving brengt het beste in je naar boven? Ik maakte een lijstje met mijn sterke en zwakke punten.

Tracht deze te begrijpen zonder te oordelen. Het gaat niet over wie je wil zijn, maar wie je kan zijn. Ik begon een andere wereld te verkennen. Ik nam contact op met uitgevers en redacteurs van kranten. Ik volgde een cursus creatief schrijven. Ik ging naar de London School of Economics om mijn kennis over globalisering te vergroten.
Je kan niet alles veranderen, ook niet aan jezelf. Heel wat in het leven moet je aanvaarden. Dat lijkt makkelijk, maar Spinoza doelt op een bijzonder soort aanvaarden: zonder berouw, een dubbele droefheid, zonder schuld, schaamte, zelfmedelijden.
Ik probeerde ook persoonlijke beperkingen, fouten en vergissingen in het verleden te aanvaarden. Ik liet me dus niet verleiden tot gepieker over vroegere keuzes – had ik niet eerder van baan moeten veranderen? Had ik niet iets anders moeten studeren dan filosofie – wat kan een mens er tenslotte mee? Nee, ik geloofde dat mijn keuzes in overeenstemming waren met de beste inzichten die ik op een bepaald moment in mijn leven had. Vrienden hielpen hierbij. Elke mogelijke twijfel over de studiekeuze viel weg nadat een schoolvriendin me eraan herinnerde dat ik altijd graag gefilosofeerd had, zelfs toen ik heel jong was. Ik jammerde ook niet over de vele talenten die ik overduidelijk niet had. Geen gezucht ‘had ik maar…’, ‘kon ik maar’… Nee, het is wat het is. En dat is ruim voldoende als je je op die mogelijkheden richt.

Die combinatie van gerichte actie met gepast aanvaarden sprak me erg aan. Zoveel van wat Spinoza voorstelt komt erop neer dat je je ego wat moet temperen. Dat volgt uit zijn visie op God en de mens. De mens heeft de neiging zijn eigenbelang te overschatten. Dat gebeurt wanneer hij denkt het centrum en het hoogtepunt van de schepping te zijn. Spinoza heeft scherpe kritiek op de idee dat de mens volgens het evenbeeld Gods zou zijn geschapen. Of dat God deze wereld met een doel of plan heeft gecreëerd, waarin de mens dan een aparte rol zou spelen. Nee, de mens leeft korte tijd op een planeet in het universum, zonder enige belofte van een leven na de dood. Zonder beloning voor zijn lijden. En ook zonder dat op voorhand zou vastliggen waartoe hij in staat is. De mens is gewoon zoals de andere wezens in de natuur.

Wat leert de natuur? Niet dat vogels vleugels hebben om te vliegen. Nee, vogels die vleugels hebben, kunnen vliegen. Je moet niet denken aan een plan, maar de oorzaken onderzoeken. Wat met vogels die niet kunnen vliegen, zoals kippen of struisvogels? Zijn zij gebrekkig? Nee, ze zijn gewoon wie ze kunnen zijn. Elk tekort verbeeldt de mens zich, juist omdat hij zijn eigen ideeën op de natuur spiegelt. Hetzelfde doen we wanneer we over de mens zelf denken. We verzinnen normen, ideeën over hoe ‘de’ mens zou moeten zijn. En we beoordelen mensen, ook onszelf, naargelang die norm. Maar zo’n inschatting volgt uit de verbeelding, uit onze voorstelling. We hebben vooral een idee over wie we zouden moeten of willen zijn. Maar we begrijpen onze eigen verlangens en motieven niet. We denken niet na over hoe we geworden zijn wie we zijn. Dat zouden we wel moeten doen om onszelf beter te begrijpen. De verbeelding wat temperen geeft veel tijd en energie om hier en nu te handelen.

Maar denk niet dat je pad over rozen zal lopen. Tegenslag is onvermijdelijk: je controleert de omstandigheden niet. Je mag je plannen opstellen en in je toekomst geloven, maar het loopt niet altijd zoals je verwacht. Je krijgt niet altijd het contract dat je wilt, of de uitnodiging die je verwacht. Dan moet je je hoofd koel houden. Want ook dat bespreekt Spinoza: hoe emoties zoals hoop en vrees bepalen hoe je over jezelf denkt.

Als je succes hebt, loop dan niet met je hoofd in de wolken. Denk niet dat je de waarheid in pacht hebt – volgens Spinoza zijn mensen geneigd zichzelf te overschatten als het goed met hen gaat – dan wijzen ze hun succes volledig aan zichzelf toe, en miskennen ze de rol van de omstandigheden. En als het slecht gaat, dan gebeurt het omgekeerde. Dan vertrouwen ze hun eigen oordeel niet, en zijn ze bereid van iedereen raad in te winnen die beterschap belooft. Maar je moet ook je wanhoop in het juiste perspectief plaatsen. Als het slecht gaat, overdrijf je ellende niet, en twijfel niet al te zeer aan jezelf. Wees gelijkmoedig in goede en in slechte tijden.
Spinoza’s praktische filosofie laat dus toe om risico’s te nemen, maar hij spoort niet aan tot roekeloosheid. Zijn motto was tenslotte caute: wees voorzichtig!

Tinneke Beeckman
Filosoof

De echtscheidingsadvocaat

‘Mensen zijn nog te vaak naïef in de liefde’

De Standaard – Cathérine De Kock – 31.08.2018

Scheiden doet lijden. Maar als het van de echtscheidingsadvocaat afhangt, kan de gemiddelde echtscheiding heel wat pijnlozer.

‘Ik wist al van mijn zestiende dat ik advocaat wou worden. De combinatie van juridisch werk en een sociale dimensie heeft me altijd aangetrokken. Zo kwam ik al snel bij familierecht uit. Behalve advocaat ben ik ook erkend bemiddelaar in familiezaken, omdat ik merkte dat procederen alleen niet altijd soelaas brengt. Bij een bemiddeling leg je de verantwoordelijkheid opnieuw bij de ex-partners.’

‘Ik heb niet het gevoel dat er zoveel meer gescheiden wordt dan achttien jaar geleden, toen ik als advocaat begon. Wel merk ik dat mensen in het algemeen sneller hun relatie opgeven, zeker een relatie zonder kinderen.’

‘Sommige koppels wachten met scheiden tot de kinderen het huis uit zijn. Het nest is leeg, ze stellen vast dat ze elkaar niet zoveel meer te vertellen hebben en ze willen toch nog iets van hun leven maken. Daarnaast zie ik de laatste jaren heel wat jonggepensioneerden er de brui aan geven. De ene partner stopt met werken terwijl de andere nog aan de slag is, en dat brengt de relatie uit balans. Ook koppels met jonge kinderen zie ik wel vaker in mijn bureau. Ze vinden het moeilijk om een gemeenschappelijke weg te vinden in de opvoeding van hun kinderen, en ook de vermoeidheid eist haar tol.’

‘Het oudste koppel dat ik over de vloer kreeg, was een eind in de zeventig. Ze leefden al langer apart, maar in die tijd was het niet evident om te scheiden. Ze wilden dat eindelijk formaliseren, omdat een van beiden een nieuwe partner had. Die scheiding is in alle sereniteit verlopen.’

‘Ik heb ook al een dossier gehad waarbij een echtpaar dat al heel ver in de echtscheidingsprocedure zat, op het laatste nippertje besliste om samen te blijven.’

‘Ik zie soms mensen in bemiddeling van wie ik me afvraag: waarom gaan jullie eigenlijk uit elkaar? Ze kunnen het nog heel goed met elkaar vinden, maar zijn elkaar door de jaren een beetje verloren. Die mensen slagen erin om samen aan tafel te zitten, weliswaar met een externe bemiddelaar, om alles op een goede en evenwichtige manier te regelen.’

Overspel

‘Een echtscheiding loopt soms mis als ex-partners te veel blijven hangen aan de manier waarop een relatie verkeerd is gelopen. Als er sprake is van overspel, zie je vaak dat de bedrogen partner zijn ex daarvoor wil straffen. Dat heeft een effect op de relatie met de kinderen: zij worden nog te vaak als pasmunt gebruikt. Ik probeer mijn cliënten altijd duidelijk te maken dat ze hun rol als ex-partner los moeten zien van hun rol als ouder, ook al is die scheidingslijn fragiel.’

‘Voor mij staat het belang van de kinderen voorop. Een scheiding is nooit leuk, maar ouders kunnen het hun kinderen zoveel makkelijker maken als ze een goede regeling voor hun kroost uitwerken en op een volwassen manier met elkaar omgaan.’

‘Mensen moeten meer stilstaan bij wat er gebeurt als hun relatie fout zou lopen of als hun partner zou overlijden: ze zijn nog te vaak naïef in de liefde. Het is niet erg romantisch om in het begin van een relatie al te denken aan het moment waarop het zou kunnen misgaan, maar je vermijdt er veel ellende mee. Jonge mensen zijn daar gelukkig bewuster mee bezig dan de oudere generaties, merk ik.’

‘Wat ik ook regelmatig vaststel, is dat bij heel wat koppels de ene partner alle administratie regelt en de andere partner daardoor niet weet wat ze precies bezitten of hoeveel ze hebben geleend bij de bank. Wanneer zulke koppels scheiden, komen al eens verrassingen naar boven. Dan blijkt dat meneer al ­jaren aan pen-sioensparen doet of ­­dat mevrouw een groepsverzekering heeft. Mensen moeten zich goed informeren, zodat ze achteraf niet het gevoel hebben dat ze zich hebben laten rollen.’

‘Vechtscheidingen komen jammer genoeg nog te veel voor. Omdat ik ervoor bekend sta dat ik sneller voor bemiddeling en een compromis kies, trek ik wel minder cliënten aan die in hun echtscheiding het onderste uit de kan willen halen. Soms krijg ik toch mensen over de vloer die zeggen dat ze zoveel mogelijk geld uit hun echtscheiding willen slepen. Ik leg hen uit dat ik zo niet werk. Sommigen zie ik niet meer terug, anderen draaien bij en blijven.’

‘Soms sta je tegenover een partij die de ex niets gunt. Ik probeer altijd te gaan voor waar die cliënt recht op heeft. Veel hangt ook af van of er al een nieuwe partner in het spel is. Soms gebeurt het dat de ene partner het de ex niet gunt dat diens nieuwe liefde zich inkoopt in de vroegere gezinswoning. Dan wil die partner de overnameprijs opdrijven, of hij of zij wil het huis ineens zelf kopen.’

‘Ik eigen me zeker niet de rol van psycholoog toe, maar ik voel me er soms wel een. Door empathisch te zijn kun je al veel verhelpen.’

Loyaliteitsconflict

‘Het wettelijke uitgangspunt in een scheiding met kinderen is nog steeds verblijfsco-ouderschap. Dat betekent dat het kind elke keer moet verhuizen en zich moet aanpassen. De stress die daarbij komt kijken, wordt door ouders vaak onderschat. Bij kinderen tussen acht en veertien jaar zie je dat zo’n regeling nog haalbaar is, maar naarmate vrienden en hobby’s belangrijker worden, willen ze die week-om-weekregeling vaak herzien. Sommige kinderen zijn het gewoon beu om elke week van huis te wisselen en hebben nood aan rust in hun hoofd. Anderen kiezen voor het praktische gemak: ze willen dichter bij hun hobby’s en vrienden zijn. Maar kiezen voor één ouder ligt moeilijk, want kinderen ervaren altijd een loyaliteitsconflict.’

‘Sommige ouders kiezen ervoor om de kinderen in de vroegere gezinswoning te laten wonen en zelf week om week te verhuizen. Ik hoor geregeld van die volwassenen hoe zwaar het is om heen en weer te moeten. Dan beseffen ze dat het voor kinderen nog veel zwaarder moet zijn.’

‘Vaders tonen zich meer betrokken bij de opvoeding van hun kinderen dan vroeger. Bij partners die als koppel een vrij conservatieve rolverdeling hadden, zie je sommige vaders door de echtscheiding een klik maken en plots kiezen voor een regeling waarbij ze de kinderen om de week bij zich hebben. Dat ligt dan weer moeilijk bij de moeder, die niet begrijpt waarom de vader niet zo betrokken was toen ze nog samenleefden. Of ze denkt dat de vader het voor het geld doet, om minder onderhoudsgeld te moeten betalen. Maar als de inkomsten erg verschillen, kan het zijn dat de meest verdienende partner zelfs bij een week-om-weekregeling nog altijd onderhoudsgeld moet betalen.’

‘Mensen beseffen te weinig hoeveel druk ze leggen bij hun kinderen door hen te betrekken bij discussies over hun echtscheiding. Dingen zeggen zoals “ik kan ons huis niet kopen, want papa wil te veel geld” is dodelijk voor de gemoedsrust van een kind.’

‘Onlangs heb ik nog twee gevallen gehad van ouderverstoting, schrijnende situaties waarin kinderen tegen hun ouders worden opgezet en die me diep kunnen raken. De ene vader is zijn kinderen al verloren, de andere is ze stilaan aan het verliezen. De moeder neemt het die vader zo kwalijk hoe het is verkeerd gelopen dat ze de kinderen constant belt als ze bij hun papa zijn. Ze betrekt hen ook voortdurend in de regeling zodat die kinderen helemaal niet kunnen genieten van hun tijd met hun vader. Op een bepaald moment kiezen de kinderen één kant, gewoon omdat ze rust willen.’

Niet cynisch

‘Ik ben zelf getrouwd en het is ook nog steeds mijn eerste huwelijk. Vaak vragen cliënten of ik zelf kinderen heb. “Want dan begrijp je me toch”, zeggen ze. Ik probeer privé en werk gescheiden te houden, want op zich zegt het feit dat ik moeder ben niets over mijn capaciteiten als advocaat. Tegelijk moet ik toegeven dat ik beter kan inschatten hoe een ouder zich voelt, sinds ik zelf kinderen heb. Dus ik denk wel dat zelf ouder zijn een meerwaarde is om mijn beroep uit te oefenen.’

‘In mijn eigen relatie staat alles helder en duidelijk op papier – als jurist is dat nu eenmaal de aard van het beestje. Het is veel makkelijker om voor iemand anders een huwelijkscontract te regelen dan voor jezelf, want je bent er onvermijdelijk meer emotioneel bij betrokken.’

‘Mijn naïviteit ben ik verloren door mijn beroep, maar cynisch over de liefde ben ik nu ook niet. Ik zie ook veel mooie verhalen, en ieder koppel is weer anders.’

http://www.standaard.be/cnt/dmf20180831_03694056