Vandaag de dag 21.02.2018 (2)

Ik beken, ik hou van jongere mannen, een beetje jonger, en ja zelfs, veel jonger. Ze doen mij lachen, ze doen mij dromen, ze doen mij leven. Ze zijn open, ze zijn geestig, en ze zijn speels.
Zelden kom ik mannen van mijn leeftijd tegen die diezelfde levenslust uitstralen, en waarmee je dezelfde interessante, gevoelige, geestige gesprekken kan voeren.
Net als Edith Piaf destijds eis ik het recht op om te houden van wie ik wil en wanneer ik wil. Zij zong er een liedje over, ik zal er gedichten over schrijven en jammer voor degene die dit moeten afkeuren, ze verliezen hun tijd.
Ik heb mij trouwens altijd beter verstaan met die jonge gasten, dan met de gevestigde waarden, ook als ik ging werken. Het is dus niet nieuw en zal waarschijnlijk met mijn karakter en mentaliteit te maken hebben.
Dus best niets achter zoeken, en zeker niets buitengewoons, er zijn immers ook volwassenen die van tekenfilms houden, treintjes en soldaatjes, waarschijnlijk zijn ook die nog ergens jong van hart…
Maar om terug te komen op Piaf, wat een dramatisch, maar vol leven. Sommige mensen hebben op hun twintigste meer geleefd, dan anderen op hun tachtigste!
In 1962 huwde Edith met een twintig jaar jongere man, en uit protest, omdat iedereen zei hij alleen uit was op haar geld zong ze dit lied:

Qu’ils se lèvent ou qu’ils meurent
Ces soleils rouges ou gris
Et que tournent les heures
Et que passe la vie
A la face des hommes
Au mépris de leurs lois
Jamais rien ni personne
M’empêchera d’aimer.
J’en ai le droit d’aimer
J’en ai le droit
A la face des hommes
Au mépris de leurs lois
Jamais rien ni personne
M’empêchera d’aimer.A souhaiter des noces
Comme celles des gosses
En âge de l’amour
Je l’ai voulu ce droit!
Par des matins d’ivresse
Et des nuits de détresse,
Luttant pour cet amour,
Je l’ai conquis ce droit!
Par la peur de tout perdre
Au risque de me perdre
Pour que vive l’amour
Je l’ai payé ce droit!Bien que le temps n’efface
Ni les deuils ni les joies
Quoi qu’on dise ou qu’on fasse
Tant que mon coeur battra
Quelle que soit la couronne
Les épines ou la croix
Jamais rien ni personne
M’empêchera d’aimer…
J’en ai le droit d’aimer
J’en ai le droit…
A la face des hommes,
Au mépris de leurs lois,
Jamais rien ni personne
M’empêchera d’aimer…
De t’aimer…
D’être aimée…
D’être aimée…

https://nl.wikipedia.org/wiki/Édith_Piaf
https://en.wikipedia.org/wiki/Theophanis_Lamboukas

Ze zijn maar een goed jaar gehuwd geweest, maar is het niet zo, dat schone liedjes nooit lang duren. Jammer, dus genieten maar, en alle vooroordelen en jaloerse blikken overboord gooien.
Er voor gaan als je voelt dat het de moeite waard is! Je leeft tenslotte maar één keer, en hemel en hel bestaan enkel hier op aarde. Al je dus de hemel eventjes hier kan beleven, laat je dan vooral niet tegen houden, niemand zal er beter voor kunnen zorgen dan jijzelf. Doen dus!!!

Vandaag de dag 21.02.2018

Dit gedicht vertelt ons dat er enkel een datum moet op eten dat zou kunnen bederven, maar nooit op mensen, en al zeker nooit op vrouwen, of ze nu 40 of 80 zijn. Bedankt, Herman, zo is het!

MEISJE

Jezelf, het besef en meteen ook het lef
dat je dat gewoon kunt hebben en er af
en toe een mening van kunt laten zien
of een borst: hoe vroeg begint dat,

en eindigt dat eigenlijk ooit? Vrouwen
zijn gemaakt van meisjes, steken op hun
veertigste nog altijd hun tong uit van vijftien,
worden almaar even jong,

kunnen niet niet-verleiden. Zoals poëzie:
een poes die voorzichtig over een toets of tien
van een piano is gelopen en omkijkt:
heb je dat gehoord? Heb je me gezien?

O, de meisjesachtigheid van veertigjarige meisjes,
hoe ze soms willen, soms niet,
maar eigenlijk altijd, als je het maar ziet.
Waar is de tijd? Hier is de tijd.

Herman de Coninck

Hier is de tijd, inderdaad hier is de tijd, en hoe je je voelt bepaalt wie je bent, en niet je leeftijd of je uitzicht.

Vandaag de dag 20.02.2018

De GEN- werken aan de spoorweg zijn sinds gisteren terug begonnen.
https://nl.wikipedia.org/wiki/Gewestelijk_ExpresNet
De eerste lange fase was van 2011 tot 2015, en we hebben hier afgezien in de Vosdelle, vooral zij, die net als ik aan het station van Hoeilaart woonden en nog wonen. En ik had de ereplaats gekregen.Op een gegeven moment kon ik hier niet meer weg, en het heeft zeker maanden geduurd, voordat de mensen die hier bij mij moesten zijn, niet meer tot aan de deur geraakten.Ik organiseerde hier thuis destijds creatieve namiddag voor dames met tijd en zin in handwerk, maar ik heb alles moet stopzetten. Op den duur zit een mens helemaal geïsoleerd, met enkel lelijkheid en vuiligheid om zich heen.
De tuin werd vernield, en heb hem daarna op eigen kosten en zelf terug moeten herstellen. Nu staat hij vol jonge planten en boompjes van twee jaar oud en ik hoop dat er niet meer aangekomen wordt.Dit keer is het niet Infrabel die hier de werken uitvoert, maar de BAM, die al die grote infrastructuurwerken uitvoert, onder andere ook in Antwerpen naar het schijnt. In elk geval ik hoop dat deze onderaannemer wat empathieser is en wat meer rekening houdt met het feit dat hier ook mensen wonen.

http://www.bamnv.be/

https://www.wegenbouw.be/nieuws/5635/cei-de-meyer-en-betonac-samengevoegd-tot-bam-contractors

Onze schepen van openbare werken, Marc Vanderlinden, heeft in elk geval beloofd de werken nauwkeurig op te volgen, en we hebben misschien geluk, want het zijn dit jaar in oktober ook verkiezingen…

Vandaag de dag 19.02.2018

Herman de Coninck weer opengeslagen vanmorgen, en hier komt een gedicht dat ik herken.
Eerst zet je een foto van je liefste overledene groot en vol aanwezig elke dag voor je neus, later verhuisd die kleiner en bescheidener naar de vitrinekast waar ook de urne staat.
Ik vermoed dat Herman dit gedicht schreef een jaar na het overlijden van mijn eerste vrouw…

Ars Poëtica

‘Er is niet veel nodig om te wonen.
Iemand die hier zegt tegen het onmetelijke.
En een medaillon op de schouw,
een pasfotootje. Zo klein
is het onvergetelijke.’ Einde citaat.

Wat er oorspronkelijk stond, zo groot
is het onvergetelijke, heb ik veranderd
in zo klein. Daar heb ik een jaar over gedaan.
Het is hard zwijgen, een gedicht:

grafsteen die luistert naar wat erin is gegrift.
Letters die luisteren tot ze vol regen staan.

Herman de Coninck

Ik vind het nog altijd onnatuurlijk om mijn man zijn naam te zeggen, vooral als ik met mensen praat die hem nooit gekend hebben, ik vind dat te intiem, daarom zeg ik altijd “mijn man” als ik over hem praat.
Hier staat de urne inderdaad in de vitrinekast. Een tijdje na zijn overlijden heb ik die door de begrafenisondernemer laten weghalen op het kerkhof, een gepastere en mooiere urne gekocht en nu staat ze hier waar hij thuishoort, in plaats van op dat koude kerkhof. En dat geeft een goed gevoel, vanzelfsprekender en geborgener.

Vandaag de dag 18.02.2018

Ik denk dat ik het begin te begrijpen, waarom liefde niet eeuwigdurend is, want al die mannen en vrouwen zoeken naar de liefde zoals die beschreven wordt in dikke boeken, en luidkeels bezongen wordt in alle talen en over de hele wereld.

Die liefde, die is namelijk veel mooier en intenser dan wat de alledaagse sleur met de liefde doet. Dus één goede raad vermijdt sleur en neem de tijd om die te doorbreken, zodat het wonderlijke en verrassende kan blijven geschieden.
Want echt, het gras is niet groener aan de andere kant van de heuvel, en het is alleen maar anders tot je dat ook weer ontdekt hebt en bewandeld hebt. De kunst is om het gras in je eigen tuintje, en op je eigen heuvel groen te houden.
Wees dus creatief, ook in de liefde, lees al die mooie teksten en luister naar die warme liedjes en laat je erdoor inspireren om er zelf wat mee te doen, en dat moet toch zo moeilijk niet zijn. Als je de kookrecepten van een grote chef kan omzetten in dagelijkse kost, kan dat met de liefde toch ook.
Spreek dat vooral af als je aan een relatie begint, dat jullie je best gaan doen om de liefde fris te houden, en dat jullie elkaar gaan blijven inspireren zoals al die mooie woorden en klanken dat doen.

k ben moe, ik heb vandaag
je borst tien keer
niet aangeraakt, lieve woorden
niet gezegd, gedacht aan je nagels
in mijn rug die een eeuwigheid achter
mij ligt en waaruit ik vanmorgen
ben opgestaan als uit een bed.

Ik geloof niet dat ik het kan:
niet van je houden. Drinken
en je niet vergeten,
dat kan ik. En iedere dag een beetje
sterven, zodat het tenslotte slechts
een koud kunstje wordt.

Herman de Coninck

Dan moet het lukken om het levenslang vol te houden, ook al sleurt het dagelijkse leven jullie liefde door regen en wind, want dan juist moet je vechten voor elkaar, en wat in de beginjaren kon, moet toch ook lukken met veel meer levenservaring en wijsheid. (Voor David en Audrey)

Vandaag de dag 17.02.2018

Vandaag eindelijk de verzamelde gedichten van Herman de Coninck in huis gehaald. Alle gedichten zijn heel toegankelijk en toch pure poëzie voor de fanatieke gedichtenlezer.
https://nl.wikipedia.org/wiki/Herman_de_Coninck
Hij is een virtuoos in het schrijven van liefdesgedichten, maar hij heeft dan ook zijn dosis aan persoonlijke drama’s meegemaakt, en de grootste liefde van zijn leven veel te vroeg verloren.

Ik zie je nog altijd liggen

Ik zie je nog altijd liggen, je vingers
smal en paars als asperges
deze hele bleke stille vorm van jezelf-zijn
die je altijd al wel had
een streepje gestold bloed uit je mond:
niks-zeggen was ook vroeger jouw manier
van gekwetst-zijn, ik denk: sluit nu maar
je ogen, kom, ik zal je helpen –

dit is al wat ik nog kan doen:
dit niet-meer-weten-wat-zeggen
en het zeggen.

Herman probeert ook voortdurend uit te leggen wat dichten voor hem betekent en wat poëzie in ons leven kan betekenen. Een voorbeeld daarvan is volgend gedicht, dat ik de beste beschrijving vind van wat poëzie voor ons kan doen.

Poëzie

Zoals je tegen een ziek dochtertje zegt:
mijn miniatuurmensje, mijn zelfgemaakt
verdrietje, en het helpt niet;
zoals je een hand op haar hete voorhoofdje
legt, zo dun als sneeuw gaat liggen,
en het helpt niet:

zo helpt poëzie.

Nog een laatste gedicht, om mezelf te troosten met mijn leeftijd, en om elke oudere liefde op te waarderen.

Voor mekaar

Vroeger hield ik alleen van je ogen.
Nu ook van de kraaiepootjes ernaast.
Zoals er in een oud woord als meedogen
meer gaat dan in een nieuw. Vroeger was er alleen haast.

om te hebben wat je had, elke keer weer.
Vroeger was er alleen maar nu. Nu is er ook toen.
Er is meer om van te houden.
Er zijn meer manieren om te doen.

Zelfs nietsdoen is er daar één van.
Gewoon bij mekaar zitten met een boek.
Of niet bij mekaar, in ’t café om de hoek.

Of mekaar een paar dagen niet zien
en mekaar missen. Maar altijd mekaar,
nu toch al bijna zeven jaar.

 

 

Vandaag de dag 16.02.2018

Een vriendin zei mij onlangs: “Micheline, als ge zo verder doet, gaat ge nooit iemand vinden, ge jaagt al die mannen de schrik op het lijf, met uw zotte gedachten.”
Vandaag geloof ik wel dat ik mezelf stokken in de wielen steek, en tegen mijn eigen kar rij, want blijkbaar snapt niet iedereen mijn goede bedoelingen.
Zopas op Facebook nog een boze reactie gekregen op een gedicht van Rutger Kopland, De dode hond, dat eigenlijk bedoeld was als woorden van troost bij het overlijden van een hond. Zelfs een gedicht kan soms het slechtste in een mens naar boven brengen, vooral als het om verbitterde mensen gaat, die schadelijk zijn voor hun omgeving.
Natuurlijk heeft mijn spontaniteit en openheid mij al vaak parten gespeeld maar toch ook heel wat schoonheid en menselijkheid geschonken. Maar vanmorgen was ik er toch niet goed van, en ik zal er blijven ondersteboven van geraken dat mensen je door hun “ongevoelens” te tonen bewust proberen te kwetsen.
Gisteren was het dus een vrolijke dag, met leuke verrassingen, vandaag dan weer een droeve door een nare verrassing. Maar het is zoals mijn zoon zegt er: er worden elke dag 350.000 mensen geboren, dus keuze genoeg, en reden genoeg om je niet van slag te laten brengen door één disfunctioneel individu.
We herpakken ons dus, blijven geloven in de mensheid, schrijven een gedicht om ons te troosten, en kijken de februarizon recht in de ogen!

 

De dode hond

Ik heb de hond laten sterven – daar lag ze
en ik dacht: waar gaat ze nu heen waar
zal ze blijven. Om de dood te begrijpen.

Het lichaam wordt wel gezien als een nest
het tijdelijk verblijf van een onzichtbare
vogel – een afgezant van de eeuwigheid.

Zo zie ik het niet. En toch toen de hond stierf
wat gebeurde en toch dat ik wist dat ze stierf
alsof haar lichaam door iets werd verlaten.

Ik kan niet anders zien dan dat die dode hond
nog leeft en om mij vraagt, zo sterk is
de herinnering, sterker dan ik.

Maar wat van mij hield is weg, ik graaf een gat
leg wat er overbleef daarin en gooi het dicht.

De hond is nergens meer, iedere dag.

Rutger Kopland

Vandaag de dag 15.02.2018

Zojuist gelezen dat 50 percent van de bevolking niet in staat is om monogaam door het leven te gaan, vandaar dus al die gebroken relaties en echtscheidingen.
Maar dan stel ik mij toch de vraag, en ik weet dat ik nu een gevaarlijke uitspraak doe, of we polygamie toch niet wat meer moeten toelaten in onze relaties?
De bangelijke kwestie daarbij is natuurlijk, zijn we daartoe in staat, want we beschouwen elkaar toch als ons enig bezit, van ons en alleen van ons?
Zware discussie, maar toch iets om over na te denken, na al dat zeemzoete gedoe van Valentijn.
Als we kunnen afstappen van het idee dat we elkaars bezit zijn, en dat vooral ook ons gevoel daartoe ook in staat is, zouden er misschien toch heel wat drama’s kunnen vermeden worden, zowel wat de volwassenen betreft, als wat het de kinderen aangaat.
Maar zolang we daar geestelijk niet toe in staat zijn, zullen we elkaars hart blijven breken, en elkaar het hoofd blijven inslaan bij één of andere vechtscheiding.
Relaties zijn al ontzettend veranderd tegenover vroeger, toen het, ondanks het feit dat mensen langdurig samen bleven, meestal tot de dood, eigenlijk ook vaak kommer en kwel was. En vermits alles evolueert, en de ene verandering de andere meebrengt, kan ik mij heel goed voorstellen dat naast monogamie, ook polygamie een aanvaarde levensvorm kan worden, maar waarschijnlijk niet meer gedurende mijn aanwezigheid hier op aarde, al zijn er wel altijd mensen die niet wachten op de anderen om hun eigen regels te maken.
Tot slot: ik ben poly-amoureus, want zolang ik single ben mag ik zo vaak en op zoveel verliefd zijn als ik dat zelf wil!!!

Onverwachts moet ik hier toch nog iets aan toevoegen, want vanmorgen stonden er twee cadeautjes aan mijn voordeur, waarschijnlijk nog voor mijn verjaardag. Straks eens rondbellen, want ik denk dat het van een vriendin moet zijn. In elk geval een heel leuke verrassing, het is plots terug Valentijn!
En zopas ook nog een heel mooi kaartje uit de brievenbus gehaald, gericht aan een kattenmadame, en getekend Annemarie, waardoor ook dat raadsel weer opgelost is.

Vandaag de dag

Ziezo het is mij weer niet gelukt met Valentijn een lief te vinden en om van ’t straat te geraken, maar toch heel veel liefde gevoeld, dus neen, ik word toch maar geen non, zoals ik eerder op de dag van plan was, want in gedachten ben ik heel onkuis en te ondeugend om ooit een habijt met waardigheid te kunnen dragen.
Ik heb ondertussen wel een bende toffe vrienden op Facebook, en ze zeggen altijd als je je wensen loslaat, je het meeste kans hebt dat ze ooit in vervulling gaan. Dus we laten het los, we genieten van wat we hebben, en wie weet welke verrassingen het leven nog in petto heeft.
Het mooiste liefdeslied over de liefde vind ik het L’ Hymne à L’ Amour van Edith Piaf, en het mooiste liefdesgedicht een gedicht van Hans Andreus.

Voor een dag van morgen

Wanneer ik morgen doodga,
vertel dan aan de bomen
hoeveel ik van je hield.

Vertel het aan de wind,
die in de bomen klimt
of uit de takken valt,
hoeveel ik van je hield.

Vertel het aan een kind
dat jong genoeg is om het te begrijpen.
Vertel het aan een dier,
misschien alleen door het aan te kijken.
Vertel het aan de huizen van steen,
vertel het aan de stad
hoe lief ik je had.

Maar zeg het aan geen mens,
ze zouden je niet geloven.
Ze zouden niet willen geloven dat
alleen maar een man
alleen maar een vrouw
dat een mens een mens zo liefhad
als ik jou.

Hans Andreus

En ook mooi is:

Ga nu maar liggen liefste in de tuin,
de lege plekken in het hoge gras, ik heb
altijd gewild dat ik dat was, een lege
plek voor iemand, om te blijven.

Rutger Kopland

Mannen schrijven eigenlijk de mooiste liefdesgedichten, vind ik, of misschien komt dat omdat ik een vrouw ben, en liever een gedicht van een man lees. Wie zal het zeggen, onze verlangens zijn soms zo ondoorgrondelijk als het de liefde betreft…

 

Vandaag de dag

“O Valentijn, o Valentijn, wie wil mijn arme hartje adopteren, dat zo vol van liefde is?!”

Eigenlijk draait die hele Valentijn legende enkel rond een brief. Een brief die Valentijn schreef naar de blinde dochter van de cipier die hem ter dood moest brengen. Door de brief te lezen kon het meisje als bij wonder terug zien.
Een liefdesbrief, dat is toch eigenlijk het mooiste dat een mens kan krijgen. Geschreven, zwart op wit, hoeveel iemand van je houdt.
Ik heb er destijds veel geschreven, een valies vol, en in elke brief zeg je altijd weer hetzelfde: “ik hou van jou”.
Hoe ouder ik word, hoe sentimenteler ik hierover ook word, en gelukkig krijg ik het kwijt in mijn poëzie, want anders moest ik als een verliefde dwaas langs de straten lopen. Ik word tegenwoordig nog vlugger verliefd dan een puber, maar ik weet maar al te goed dat het daar wel zal bij blijven, zo realistisch ben ik dan wel, als ik ’s avonds alleen achter mijn computer zit.
Ook een reden te meer om geen vooroordelen te hebben, en al zeker niet over de liefde, je kan er altijd en overal, alle kanten mee op, en ook al stilt je verlangen nooit, ze is de moeite waard, want ze voegt datgene aan het leven toe wat oncontroleerbaar is, maar o zo overweldigend. En zeg nu zelf, wie wil nu niet eens overweldigd worden door de liefde?!