Windorgel

Haal het strandgevoel in huis met een zomers windorgel!


Zalig gezomerd aan zee? Top! Jammer genoeg is de vakantie altijd veel te snel voorbij. Hou dat strandgevoel vast met dit knutselproject.
Laat je kids een handje toesteken bij deze DIY! Geef ze de opdracht om mooie schelpjes te verzamelen op het strand. Daarna mogen ze meehelpen.

Wat heb je nodig?
Verschillende soorten schelpen
Een tak
Henneptouw
Een schaar
Afplaktape
Een boormachine met een boor van 0,5 mm
Een kom
Water met afwasmiddel
Een handdoek

Zo maak je het:
Was het zand van de schelpen af. Doe ze in een kom met warm water en afwasmiddel.
Droog de schelpen af met een handdoek.
Knip 4 stukjes (van 60 cm) van het henneptouw en bevestig ze aan de tak.
Doe afplaktape op de schelpen en boor er een gaatje in.
Rijg een schelp aan het touw en leg er een knoopje in.
Herhaal dit 4 keer en doe dan hetzelfde bij de andere touwtjes.
Knip nog 2 stukjes van het henneptouw van 1 meter en bevestig ze aan de uiteinden van de tak.
Knip de restjes van de touwtjes af.
Hang je windorgel op en klaar!
(Dit kan natuurlijk ook met ander materiaal, al dan niet uit de natuur.)

 

 

 

Jung en jong

Jung: ‘Als we iets in het kind willen veranderen, moeten we het eerst onderzoeken en kijken of het niet iets is wat beter in onszelf kan worden veranderd.’

Carl Gustav Jung zelf was als kind vrij eenzaam en introvert – een uitdrukking die hij zelf zou toevoegen aan de psychologie. Al vroeg was hij ervan overtuigd dat hij over twee persoonlijkheden beschikte – enerzijds een moderne Zwitserse, op de buitenwereld gerichte persoonlijkheid nr.1, zoals hij het uitdrukte, en anderzijds persoonlijkheid nr.2, een op het innerlijk gerichte figuur, in wie zich het verleden van eeuwen representeerde.

Hoewel Jung zich met zijn beide ouders verbonden voelde, was hij in zijn vader teleurgesteld door diens rationele benadering van het geloof. Enkele gebeurtenissen in zijn jeugd zouden Jung zijn leven lang bijblijven. Als jongen sneed hij een klein popje uit het eind van een houten liniaal en plaatste het in een kistje. Hij legde daar een steen bij die hij in twee helften had beschilderd, en verstopte het kistje op zolder. Af en toe ging hij terug naar het popje om het kleine papiertjes met een boodschap in zijn eigen geheime taal te brengen. Dit ritueel bracht hem, zo zei hij als volwassene, een gevoel van innerlijke rust en veiligheid. Later ontdekte hij overeenkomsten tussen deze herinneringen en de totems van inboorlingen zoals de verzameling ‘zielstenen’ in de buurt van Arlesheim en de tjurunga’s (of churinga’s) van Australië. Hij concludeerde daaruit dat het om een onbewust ritueel ging dat hij indertijd niet begreep, maar dat opvallende overeenkomsten vertoonde met praktijken in verafgelegen locaties die hij in zijn jeugd nooit bezocht had. Zijn ontdekking van de psychologische archetypen en het collectief onbewuste waren gedeeltelijk op deze ervaringen geïnspireerd.

Kort voor het einde van zijn eerste jaar aan het Humanistisches Gymnasium in Bazel, op 12-jarige leeftijd, werd hij door een andere jongen zo hardhandig geduwd dat hij op de grond viel en even het bewustzijn verloor. Het was toen dat hem de gedachte overviel: “Nu hoef je niet meer naar school!” Sindsdien verloor hij elke keer het bewustzijn als hij naar school ging of aan huiswerk moest beginnen. De volgende zes maanden bleef hij thuis, tot hij hoorde hoe zijn vader zich tegenover een bezoeker bezorgd uitliet over de toekomst van zijn zoon en vermoedde dat de jongen aan epilepsie leed. Met een schok realiseerde Carl zich dat hij zich vanwege de zwakke financiële situatie van het gezin op een succesvolle academische carrière moest richten. Hij ging onmiddellijk naar het bureau van zijn vader en stortte zich op de studie van Latijnse grammatica. Hij verloor drie keer het bewustzijn, maar geleidelijk overwon hij deze drang en viel niet meer flauw. “Hieruit heb ik geleerd wat een neurose is,” zei Jung later.

Bron: Wikipedia

Zo zie je maar, kinderen moeten niet altijd verbeterd worden, en volwassenen moeten zich daar veel vaker van bewust zijn. Al die straf en rammel die ik gekregen heb, kwam enkel voort uit onwetendheid en gebrek aan inzicht van zij die dachten mij te moeten opvoeden. Ik wist toen al, dat ik mij hiertegen moest verzetten.

Te goed

Mijn moeder heeft eens tegen mijn vader gezegd, toen mijn man zware gezondheidsproblemen begon te krijgen: “Ge moet ons Micheline gerust laten, die heeft al miserie genoeg.” Hij kwam altijd klagen bij mij over mijn zus, over de kleinkinderen, over mijn moeder…
Ooit zei mijn psychiater dat ik wat egoïstischer moest worden. Mijn zoon heeft ook al vaak gezegd dat ik te goed ben, en vandaag schreef een vriendin het nog op Facebook.
Ben ik echt te goed? Of zijn het niet eerder de anderen die niet goed genoeg zijn? En is het dan niet zo dat wie goed doet, goed ontmoet?
Er zal wel iets van zijn, dat ik soms te goedgelovig ben, of misschien teveel vertrouwen heb in hoe anderen zijn. “Gij denkt dat iedereen is zoals gij”, zegt David dan.
Maar wat moet je dan anders? Steeds op je hoede zijn, en negatief denken? Of nog erger, wraak nemen, rancuneus zijn, omdat iemand je slecht behandelde of pijn heeft gedaan. Daar kom je geen stap verder mee! Dan rijd je jezelf verder de vernieling in. Dat vreet je op en ontneemt je alle plezier en schoonheid.
“Te goed is goed zot”, luidt de uitdrukking. Wel dan is dat maar zo, dan zijn we maar zot. Betekent dat dan ook dat ik altijd dezelfde fouten ga maken? Is te goed zijn, dan echt fout?
Ik zie het tenminste niet als fout, en ben best content met mezelf. Ik geef tenslotte enkel om wat ik waardevol vind, en moet ik dat dan verloochenen? En mezelf verliezen? Neen, dan liever aanvaarden dat het kan mislopen en dat ik weer eens bedrogen of verraden word door de eerste de beste, dan mezelf te bedriegen en te verraden.
De hel dat zijn tenslotte de anderen, zoals Sartre zei, en we mogen er zeker niet zelf voor zorgen, dat we onze eigen hel worden.
Laat mij dus maar mijn eigen gang gaan, er is toch geen luisteren aan!

Een knipoog

Op een dag zal ik mijn knipooggedichten misschien eens voorlezen voor een publiek, dat hier hopelijk ook mee kan lachen.
Niets werkt zo relativerend voor je miserie, als humor, sarcasme en cynisme, en als die drie dan ook nog eens samenkomen, heb je wellicht een goed middel gevonden om die miserie te bestrijden.
Ik probeer dat met mijn knipooggedichten. Het is niet altijd even geslaagd, maar ook dat moet je kunnen relativeren. Het is tenslotte maar een knipoog.
Wie dat ook heel goed kon was Toon Hermans, maar dan wel heel veel beter nog dan ik.

Misschien word ik nog wel entertainer in mij oude dagen!
Mensen doen lachen is toch zeker wel één van de mooiste cadeau’s die je kan geven, en als ze daarbij dan ook nog eens hun miserie kunnen relativeren, heb je dubbele winst!
Vergeten hoef je je miserie niet, want je leert er ook van, dus is niets ooit verloren…

Een slechte minnaar (knipooggedicht)

Een slechte minnaar
trekt zich altijd
te vroeg terug,
zowel met woorden
als met daden.

Micheline Baetens – 04.03.2018

Brol

Brol in ons eten, brol op tv, brol op internet, brol in de krant, brol in de winkels, brol overal… En waar komt het allemaal terecht, juist ja, in ons milieu, en in dat milieu leven wij.
En iedereen maar zijn best doen om gezond te blijven, met speciale drankjes en papjes, koken en bewegen, maar ondertussen draait de commerce en het geldgewin vollen bak.
Wat moet er dan veranderen opdat de brol zou verdwijnen, wij terug weten wat er op ons bord komt, en we meer kwaliteit kunnen krijgen en.kopen?
In de eerste plaats onze mentaliteit, anders gaan leven, denken en kopen. Maar dan wel met zijn allen en dat zie ik nog niet direct gebeuren. Jammer, want als wij veranderen, zal de commerce en de politiek automatisch ook moeten veranderen. Want het is niet zij die de wereld draaiende houden, maar wij, met zijn allen!Op 14 oktober zijn het weer verkiezingen, maar aan wie wij onze stem geven zal niet veel uitmaken. Het zal van onszelf moeten komen.
Jammer genoeg krijg je domheid heel moeilijk de wereld uit, en zal ik wel elke week de weggegooide lege blikjes uit het talud van de spoorweg moeten blijven rapen, en zal ik in mijn tuin wel blijven in de hondenpoep trappen.
Maar wat ik ook zal blijven doen is mij boos maken, en er naar streven van het anders aan te pakken. Want niemand wil ik immers geen slachtoffer blijven van dat mensenDOM, dat te egoïstisch is om zijn eigen brol op te ruimen.

Vandaag de dag 10.08.2018 (3)

Toen hij die dinsdag wegging gaf ik hem “De troost van de filosofie” mee, een boek van Alain de Botton, de filosoof.
Later besefte ik hoe triest dit eigenlijk allemaal was. “Een modern Romeo en Juliette verhaal”, zoals de dokter gisteren zei.
Triest, maar ook mooi, zoals in het liedje van Robert Long, want de warmte die blijft. En we gaan zeker niet beginnen verwijten en schelden. Het was wat het was, en het is nog altijd de moeite waard geweest. Mensen mogen mij er echt om benijden, in plaats van te beklagen of meewarig het hoofd te schudden over zoveel naïviteit.
De dokter was een aandachtig luisteraar. Hij heeft die dingen gezegd die ik nodig had te horen, en hij was al even enthousiast over het begrip “verliefdheid” als ik!
Nu op 30 augustus nog naar mijn psychiater van jaren. Niet omdat ik het “nodig” heb, maar omdat ik mezelf ook daar eens wil gaan toetsen en omdat het altijd deugd doet om voluit te kunnen praten over die dingen die er echt toe doen, en die je aan anderen niet kwijt kunt.
Bovendien is het verwerkingsproces nog niet helemaal afgerond, en zullen er waarschijnlijk nog moeilijke momenten komen. Zolang ik maar niet terug aan de pillen moet!
Wat ben ik dankbaar dat sommige mensen de moeite gedaan hebben om voor dokter te studeren.
O ja, en de dokter heeft ook gezegd dat ik een sterke vrouw ben, maar dat wisten we al!

Vandaag de dag 10.08.2018 (2)

Zomer

Ineens die drie maanden
met alleen maar droogte.

De cipressen met hun rosse borstels.
De witte schorpioen zonder venijn.

Een zomer van verbrand papier.
De natuur blijft snateren
terwijl ik rot.

Toen kwam jij
en sindsdien kom ik
handen en ogen tekort
met mijn mond vol tanden.

Hugo Claus

Zo was het inderdaad, deze hete zomer van 2018. En blijkbaar heeft Hugo Claus het ook ooit meegemaakt.
Toch bizar nietwaar dat men juist op die dingen valt, zoals dit gedicht nu, waar je volop mee bezig bent. Herkenning en troost, dat je niet de enige bent of was.

Een kinderspiegel

Als ik oud word neem ik blonde krullen
ik neem geen spataders, geen onderkin,
en als ik rimpels krijg omdat ik vijftig ben
dan neem ik vrolijke, niet van die lange om mijn mond
alleen wat kraaienpootjes om mijn ogen.

Ik ga nooit liegen of bedriegen, waarom zou ik
en niemand gaat ooit liegen tegen mij.
Ik neem niet van die vieze vette
grijze pieken en ik ga zeker ook niet
stinken uit mijn mond.

Ik neem een hond drie poezen en een geit
die binnen mag, dat is gezellig,
de keutels kunnen mij niet schelen.
De poezen mogen in mijn bed
de hond gaat op het kleedje.

Ik neem ook hele leuke planten met veel bloemen
niet van die saaie sprieten en geen luis, of zoiets raars.
Ik neem een hele lieve man die tamelijk beroemd is
de hele dag en ook de hele nacht
blijven wij alsmaar bij elkaar.

Judith Herzberg

En Judith weet het ook mooi te verwoorden, vastberaden en vol vertrouwen.
Vijftig zijn we wel al lang voorbij! Toch gaan we ons best doen om dit nog allemaal voor elkaar de krijgen, ondanks  of misschien zelfs dank zij het feit dat we als maar ouder worden…

Vandaag de dag 10.08.2018

Het is waarschijnlijk toeval dat ik van de muziek van Gustav Mahler hou, want ik ken niets van klassieke muziek, maar ik heb al meermaals ondervonden dat telkens ik zijn muziek tegenkom, ik geraakt word.
Vandaag dus maar eens geprobeerd om wat meer te weten te komen van de man, en dan vooral over zijn liefdesleven.

In 1902 huwde Mahler met Alma Schindler, die twintig jaar jonger was dan hij. Ze kregen twee dochters, Maria Anna (1902-1907) en Anna (1904-1988), die later beeldhouwer zou worden. Mahler heeft Sigmund Freud bezocht om over de oorzaken van het slechte huwelijk te praten. Tijdens hun wandeling door de Breestraat in Leiden op 10 augustus 1910 zou Freud hem gezegd hebben dat hij in elke vrouw zijn moeder zocht. Op 24 augustus daaropvolgend zou hij met Sigmund Freud een lange wandeling naar Leiden gemaakt hebben vanaf het strand bij Huis ter Duin in Noordwijk aan Zee. (Wikipedia)

https://nl.wikipedia.org/wiki/Sigmund_Freud

Blijkbaar had de man dus een slecht huwelijk, en ook toen gingen mensen dus naar de psychiater om wat goede raad te krijgen. En ja, als je dan ook nog Sigmund Freud in eigen persoon kan raadplegen, heb je wel vreselijk veel kans dat de oorzaak vlug gevonden is.
Nu heb ik altijd al wel horen zeggen dat iedere man in elke vrouw zijn moeder zoekt, en ieder vrouw in elke man haar vader. Mijnheer Freud maakt er zichzelf dus wel heel gemakkelijk vanaf!

Was het maar zo simpel! Relatieproblemen zijn dat echter nooit. Maar Gustav kon tenminste romantische muziek componeren voor zijn Alma. Toch hielp ook dat blijkbaar niet.
Het enige wat volgens mij helpt, en dan wel met zekerheid, is praten, praten, praten en nog eens praten. Zelfs het kleinste misverstand, de minste frustratie uitpraten en openstaan voor elkaar. En pas op, dit is geen gemakkelijks oplossing, want vraagt constante inzet en doorzet.
Niets zo bedreigend voor een relatie als een gebrek aan communicatie! Als er niet meer gepraat wordt, stopt de relatie.
Hoeveel intieme gesprekken zouden er immers nog gevoerd worden eens de verliefdheid over is?! Ja wel over de kinderen, het werk, de rekeningen, de zorgen van elk dag, maar wanneer over “jij en ik”???
Dus Gustav heeft wel heel mooie muziek geschreven, maar misschien niet genoeg gepraat met zijn Alma…
“Wie ich dich liebe, Du meine Sonne,
ich kann mit Worten Dir’s nicht sagen.
Nur meine Sehnsucht kann ich Dir klagen und meine Liebe.”

Vandaag de dag 09.08.2018

Zijn we niet bezig van alles wat vroeger een kwalijke, ongewone of vervelende karaktertrek genoemd werd, een ziekte te maken?
Ik was als kind een echte wildebras, heel energiek, kwam voortdurend met geschaafde knieien en gescheurde kleren naar huis, en op school noemde men mij de bezige bij. Nu heet dat een kind met ADHD. Een egocentrisch en a-sociaal persoon noemde men vroeger een egoist, nu blijkt dat autisme te heten, één op de zestig personen zou eraan lijden. Wie meelevend en empatisch is krijgt nu het etiket hoog sensitief of HSP opgeplakt.
Toevallig vond ik gisteren dit artikel op Facebook. Het komt uit een de Nederlandse krant “Trouw”.

Niet iedereen die uit de pas loopt heeft een psychiatrische stoornis

Opinie: Laura Batstra – 8 augustus 2018 – Trouw.nl

Psychiaters zien psychische stoornissen als een ziekte. In het ggz-akkoord ligt de nadruk op sociale aspecten. “Hoopvol”, vindt Laura Batstra, hoofddocent gedrags- en maatschappijwetenschappen aan de RuG. Want lang bleef de impact van factoren als armoede, sociale uitsluiting en slechte behuizing onderbelicht.

In Trouw woedt een debat over het terugdringen van de wachtlijsten in de ggz (geestelijke gezondheidszorg). Rien Vermeulen stelt dat psychiaters aan de poort de oplossing zijn. Aart Franken vindt dat er meer psychologen ingezet moeten worden.

Dat debat vindt zijn bron in het akkoord dat staatssecretaris Paul Blokhuis en twaalf belanghebbende partijen in de geestelijke gezondheidszorg sloten in juli. Voorzitter Damiaan Denys van de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie liet weten niet blij te zijn met de voorgenomen inzet van wat hij ‘goedkopere krachten’ noemt: psychologen en ervaringsdeskundigen. Het kabinet zou het medische aspect van psychische stoornissen uit het oog verliezen door de nadruk op het sociale aspect van psychische klachten te leggen. “Maar nog altijd is een psychische stoornis een geneeskundige aandoening, een ziekte.”
Als belangrijke vertegenwoordiger van psychiaters laat hij zich neerbuigend uit over andere professionals en doet bovendien onhoudbare beweringen. Mijn vermoeden is dat de meeste psychiaters zich hier niet in kunnen vinden. In tegenstelling tot wat Denys suggereert, is er voor geen enkele psychiatrische stoornis een medische basis, een lichamelijk defect, vastgesteld. Er zijn geen bloedtesten of hersenscans die kunnen helpen bij de diagnostiek: op lichamelijk niveau valt er domweg niets te zien.
Bovendien, wat een stoornis moet heten, hangt niet af van wat een scan kan laten zien, maar van normen en beslissingen in een maatschappelijke context. De tijd- en cultuurgebondenheid van ‘stoornissen’ blijkt onder meer uit het feit dat tot 1973 homoseksualiteit als psychiatrische stoornis vermeld stond in de DSM, het wereldwijd gebruikte psychiatrische handboek.

Homokwabje

Gelukkig zijn we van die visie genezen. Zelfs al zouden we nu een homokwabje in het brein vinden dat alle homoseksuelen hebben en alle heteroseksuelen niet, dan zou homoseksualiteit niet opeens toch een stoornis zijn. En mochten we een competitiegroef in het brein ontdekken, dan betekent dat niet automatisch dat we al te ambitieuze types opeens gaan diagnosticeren als psychiatrisch ziek. Dit illustreert de onzinnigheid van Denys’ bewering dat psychische problemen medische aandoeningen zijn. Stoornissen betreffen eigenschappen die gewoon slecht matchen met de normen en eisen van onze huidige maatschappij. We vinden tegenwoordig dat mensen vrolijk, sociaal, ondernemend en taakgericht moeten zijn. Wie niet aan die normen voldoet riskeert een label depressie, autisme, angststoornis of ADHD.
Wat opvalt is dat bepaalde psychiaters steeds meer menselijke moeilijkheden als psychiatrische ziekte framen. Met iedere nieuwe editie van het psychiatrisch handboek komen er stoornissen bij. We kunnen nu al op zo’n vierhonderd manieren gestoord zijn. Het is dan ook niet verbazingwekkend dat volgens deze definities een op de twee Nederlanders ooit in zijn of haar leven psychiatrisch ziek wordt.
De psychiatrie heeft altijd invloedrijke en gedreven bepleiters van haar discipline en het medische model gehad, maar in het ggz-akkoord ligt de nadruk op het sociale aspect van psychische klachten. Psychiaters van het type Denys vinden dat zorgelijk; ik vind het hoopvol. De enorme impact van factoren als armoede, sociale ongelijkheid, werkeloosheid, slechte behuizing, uitsluiting, intolerantie en prestatienormen zijn door de dominantie van het medische model en de focus op individuele pathologie lange tijd onderbelicht gebleven. De koerswijziging van staatssecretaris Blokhuis kon wel eens een mooie stap zijn richting een vriendelijkere en meer tolerante samenleving die mensen die anders zijn niet te snel ziek verklaart.

Deze bijdrage is gebaseerd op Batstra’s hoofdstuk in het in oktober uit te komen boek ‘Écht doen wat nodig is. Pleidooi voor kleinschalige effectieve jeugdhulp’ (uitgeverij Stichting Beroepseer).

Men denke ervan wat men wil, maar ikzelf denk dat mevrouw Batstra gelijk heeft. We zijn toch zo goed in etiketjes plakken, en het is toch zeker veel gemakkelijker en simpeler voor onze gemoedsrust om ons “slecht” karakter toe te schrijven aan een ziekte, dan er ook daadwerkelijk iets aan te doen en onszelf wat bij te sturen!

Vandaag de dag 08.08.2018 (2)

Dit is voor mij de song van mijn zomer 2018!

Het is onvoorstelbaar 

Het is onvoorstelbaar
beangstigend
te beslissen
om het platgetreden pad
te verlaten
in het donkere bos.

Het is onvoorstelbaar
moedig
om de diepe vijver
te overwinnen
en naar de onbekende overkant
te zwemmen.

Het is onvoorstelbaar
onzeker
om terug te kiezen
voor liefde en geluk
als heel wereld
je dat ontraadt.

Je kan verdwalen
en je kan verdrinken
maar je kan ook
eindelijk
je bestemming
vinden.

Micheline Baetens – 01.07.2018

Ik had die man zo graag gelukkig gemaakt…