Een steentje

De wereld draait door en staat op zijn kop. En vermits we dezer dagen niet buiten kunnen, chatten we tot een kot in de nacht en slapen tot een stuk in den dag.

Mijn katten zien scheel van de honger als ik hen rond de middag eindelijk eten geef en ontbijten doen we tegen de noen.

En we krijgen dus ook veel meer aandacht dan vroeger, ook al mogen we niet bij elkaar op bezoek gaan. De virtuele knuffels, goede raad, spirituele- en gezondheidsberichten stromen binnen via internet, dé poort naar elkaar.

En de verstandigste raad deel ik zoals onderstaand bericht dat ik van Ingrid kreeg. Bedankt lieve Ingrid.

En op mijn beurt deel ik het dan tevens via het wereldwijdeweb met de rest van de wereld! Ik draag dus mijn steentje bij en dat moeten we in deze barre (en ook goede!) tijden  met z’n allen blijven doen.

Waarom leren we onze mensen niet hoe ze hun immuunsysteem kunnen versterken?


Beste mensen, familie, vrienden en kennissen, patiënten en collega’s,

Als arts voel ik me genoodzaakt te spreken in deze tijden van verwarring en deze informatie te delen. Indien u ze nuttig vindt, gebruik ze, en zo niet, staat het u vrij ze naast u neer te leggen.

Wat kunnen we doen om ons immuunsysteem te versterken, om ons niet weerloos overgeleverd te voelen aan die grote onzichtbare, microscopische vijand die alomtegenwoordig is, in de lucht die we inademen, in elke handdruk, elke kus, elk menselijk contact? Als ratten in de val voelen we ons, benauwd, met of zonder virus. Onze huidig geneeskundesysteem biedt geen antwoord op deze virale pandemie, tenzij hygiënische maatregelen, isolatie, het ondersteunen van de vitale functies bij ernstig zieken en mogelijks het anti-malariamedicijn chloroquine, dat nu ook in quarantaine geplaatst is en alleen nog beperkt beschikbaar is. Eén positieve noot: deze pandemie roept wereldwijd op tot solidariteit, bescherming van de zwakkeren in onze maatschappij, waarvoor nu allen een inspanning moeten doen.

Maar is er echt niets dat we kunnen doen om onszelf te versterken, ons immuunsysteem te ondersteunen, preventief én wanneer we reeds het virus in ons lichaam hebben? Zeker en vast wel (zie verder in deze brief), maar waarom wordt hier geen aandacht aan besteed in de media, in de gezondheidszorg? Zijn we zo ver afgedwaald van de basis van gezondheid, die bij onszelf begint, het versterken van het “terrein” in plaats van het bestrijden van de “vijand”? Net zoals muggen het stilstaand, vertroebeld water zoeken en terug verdwijnen wanneer het water helder stroomt. Wanneer de vuilnisbelt opgeruimd is, gaan ook de ratten weg. Zijn zij de oorzaak van het probleem of het gevolg?

Reeds honderden, duizenden jaren hebben onze voorouders gebruik gemaakt van middelen uit de natuur om onszelf te beschermen tegen ziekte, onze afweer te versterken, onszelf te helen en te genezen. Wij zijn een onderdeel van een groter systeem. Waarom is daar in deze tijd zo weinig interesse voor? Een van de antwoorden is: “omdat er geen afdoende bewijs is dat deze middelen werken, onvoldoende studies….” Maar welke firma is geïnteresseerd in het investeren van miljarden euro’s in een studie over een plant of natuurlijk geneesmiddel, als daar achteraf geen patent op genomen kan worden, en de vruchten van die dure investeringen zomaar door anderen geplukt kunnen worden…. Kunnen we het ze verwijten? Het gevolg hiervan echter is dat er een ontzettend groot potentieel aan medicijnen en versterkende middelen gewoon aan de kant geschoven wordt, vergeten wordt…

Onze immuniteit ondersteunen

1. Huis-, tuin-, en keukenmiddeltjes ter ondersteuning van de immuniteit en ter bestrijding van infecties
Look
Tijm
Salie
Oregano
Basilicum
Oost-Indische kers
Paddenstoelen (shiitake, reishi, maitake, coriolus versicolor, maar ook de gewone champignon!)
Gember
Groene thee
Zwarte bessen (cassis)
Vlierbloesems en -bessen
Vitamine C-rijke groenten en fruit (citrusvruchten, kolen, rode en gele paprika’s, chilipepers, verse peterselie, tuinkers, kiwi, ananas, bieslook…) – liefst zo weinig mogelijk bewerkt en verhit. Hoe langer bewaard in de koelkast, hoe minder vitamines erin.

2. Doe zonlicht op!!! In dit seizoen is de UV- index nog zo laag dat je zonder schade kan zonnebaden. Stel ook je longen, buik…. bloot aan zonlicht, zonder zonnecrème. Zonlicht stimuleert de vitamine D-productie, onze melatonine-productie, maar herstelt ook de elektro-magnetische balans in onze cellen (zie het werk van Dr. Zane Kime en F.A. Popp).
Mensen die niet goed tegen de zon kunnen, hebben meestal een tekort aan goede vetzuren. Neem enkele soeplepels lijnzaad-, perilla- inca inchi- olie bij per dag (niet verhitten!) of neem een supplement bij van algenolie of spirulina. Ook noten, pitten en zaden leveren goede vetzuren.

3. Beweeg voldoende, wandelen stimuleert het lymfesysteem en de immuniteit.

4. Drink voldoende water. Koffie, alcoholische dranken en zwarte thee onttrekken water aan de lichaamscellen. Drink er altijd water bij.

5. Kruiden en supplementen ( ga voor kwaliteit: je gespecialiseerde apotheek of natuurwinkel kan je hierbij zeker helpen)
Echinacea
Cat’s Claw
Astralagus
Betaglucanen (o.a. uit paddestoelen)
Vitamine C (liefst in een natuurlijke vorm zoals uit rozebottels, acerola, camu camu, amlabessen…)
Vitamine D
Propolis (de natuurlijke lijm die bijen gebruiken)
Zink (in een goed opneembare vorm)
Selenium ( of eet elke dag 5-10 Braziliaanse of para-noten)
Colloidaal zilver
Kombucha (koop kombucha met levende bacteriën in!)
(Water)kefir
Spirulina
Etherische oliën verdampen in je huis en slaapkamer: tijm (thymol), salie, oregano, basilicum, jeneverbes, eucalyptus, tea tree…)

6. Zorg voor een gezonde darm (80 % van het immuunsysteem bevindt zich ter hoogte van de darmen!):
gebruik regelmatig gefermenteerde producten rijk aan lactobacillen ( zuurkool, gefermenteerde groenten, shoyu, tamari, tempeh, natto, miso, appelazijn, amandel- of cocosyoghurt, kombucha, waterkefir….).
Probeer voldoende vezels uit groenten te eten (voeding voor goede darmbacteriën) – langzaam opvoeren om winderigheid te vermijden
Beperk dierlijke producten (melk, kaas, vlees) en bewerkte voeding rijk aan additieven en met weinig voedingswaarde
Eet zoveel mogelijk vers en onbewerkt, zo mogelijks biologisch
Vul 70 – 80 % van je bord met groenten. Beperk brood.

7. Vermijd het gebruik van suiker – suiker verlaagt de weerstand

8. Vul je micronutriënten aan zodanig dat je lichaam al zijn stofwisselingsprocessen optimaal kan uitvoeren.
– Verse groentesappen (makkelijk verteerbaar!) of greens (in poedervorm – tarwegras – spirulina…) leveren zeer veel voedingsstoffen (vitamines, mineralen, enzymes…) en helpen ontgiften
– Kiemen (makkelijk zelf te kweken)

9. Neem regelmatig een koude douche – dit versterkt het immuunsysteem ( laat je lichaam geleidelijk wennen aan de koude, maak eerst je benen en borst nat – bouw op)

10. Doe frisse lucht op, ventileer je huis. Bepaalde ademhalingsoefeningen versterken het immuunsysteem (voor de durvers https://www.wimhofmethod.com/)

11. Zorg voor voldoende slaap en rust. Stel je bloot aan natuurlijke elektro-magnetische straling (wandelingen in de natuur, aarden, in de tuin werken…) ter compensatie van WIFI, DECT, 4G, electrosmog…

12. Koorts heeft een functie, stimuleert het immuunsysteem en helpt – door het verhogen van de lichaamstemperatuur – virussen en bacteriën te doden. Gebruik alleen koortswerende middelen wanneer de malaise te groot wordt. Neem bij voorkeur paracetamol (tot 2-3 g/dag), aangezien NSAID’s (ibuprofen, diclofenac….) mogelijks de kans op ernstige bijwerkingen tijdens een virale infectie vergroten.

13. Onderzoek heeft aangetoond dat emoties zoals dankbaarheid en vreugde het immuunsysteem positief beïnvloeden. Zoek redenen om dankbaar te zijn, kijk naar comedies, richt je focus op wat wel goed loopt….

14. Meditatie en relaxatie-oefeningen hebben een positief effect op het immuunsysteem.

15. Geniet van deze weken van “verplichte rust”. Wij zijn met ons allen al zo vele jaren gericht op de buitenwereld, op presteren, ons waarmaken naar anderen toe, onze vervulling buiten ons te zoeken, dat we vergeten zijn hoe goed het bij onszelf kan zijn, in onze intieme kring en familie…

“We zijn in oorlog”, zei de Franse president Macron. Als dat zo is, dan is het niet met deze onzichtbare, microscopische vijand, maar met onze huidige visie op ziekte en gezondheid, waarin weinig aandacht is voor de basis van gezondheid: voeding, natuurlijke medicijnen en levensstijl. In plaats van weerloze slachtoffers te zijn, wordt het tijd onze verantwoordelijkheid op te nemen, onze zelfredzaamheid te vergroten, ons terug te empoweren i.p.v. ons te laten beklemmen door angst. We zijn niet weerloos overgeleverd, laat ons focussen op wat we wél onder controle hebben.

Sinds een half jaar heb ik mijn praktijk als arts stopgezet om mij toe te leggen op het geven van cursussen over gezondheid en vitaliteit. Ik heb hiervoor alle Vlaamse ziekenfondsen gecontacteerd met de vraag tot een gedeeltelijke tegemoetkoming om de financiële drempel voor mensen te verlagen, maar hiervoor was weinig interesse noch budget. Ook van uit de overheid is er weinig interesse om te investeren in preventieve gezondheidszorg. Minder dan 3 % van het budget van de gezondheidszorg gaat naar preventie. Nochtans hebben studies aangetoond dat 1 euro geïnvesteerd in preventie, de staatskas 4 euro oplevert.

In tegenstelling hiermee, wat gaat deze pandemie ons land kosten, het opvangen van de ernstig zieken, en het herstellen van de economie die momenteel bijna volledig platligt, met een groot deel van de bevolking technisch werkloos?

Is het geen tijd om een aantal vragen te stellen? Om een mentaliteitsshift te overwegen?

Van angst naar vertrouwen? Van slachtofferschap naar zelfredzaamheid? Van afhankelijkheid van autoriteiten naar kennis om zelf toe te passen? Om in de opleiding van artsen meer aandacht te geven aan preventie, voeding, het ondersteunen van de biochemie met natuurlijke stoffen? Om geld te investeren in studies over voeding, kruiden en voedingssupplementen? Om de rol van de arts om te polen van “redder” naar gezondheidsbegeleider? Om te investeren in voorlichting in het onderwijs en in bedrijven, bij kwetsbare bevolkingsgroepen? De oriëntatie binnen de gezondheidszorg te verleggen en onze budgetten te herorganiseren?

Moge deze oproep als een vlinderslag in het Amazonewoud zijn, die misschien bijdraagt aan het ontstaan van een orkaan duizenden kilometers verderop….

Dank om deze brief door te sturen aan familie, vrienden of collega’s.

Hoopvolle groeten in onzekere tijden,

Hilde De Smet

In 2002 studeerde Hilde De Smet af als arts aan de KUL. Na één specialisatiejaar anesthesiologie, startte ze haar opleiding huisartsgeneeskunde aan de RUG. In haar praktijk in Meerbeek, Kortenberg, werkte ze vooral met natuurlijke en complementaire therapieën. Sinds september 2019 geeft ze seminaries over gezondheid en vitaliteit.

De gewone mens

Awel, ik begin terug
Een beetje te houden
Van de mensen.

Er zit dus toch
Nog stille goedheid
En rustige creativiteit in.

De gewone mens
Kan terug gewoon doen
En is gelukkig weer gezond.

Micheline Baetens – 21.03.2020

(Met dank aan corona voor de inspiratie)

 

Druiventeelt in de Druivenstreek

https://www.hoeilander.be/nieuws/olivier-vandersleyen-zet-documentaire-serre-effecten-nu-gratis-online-video

Wie zich in deze quarantainetijd verveelt en meer wil weten over de geschiedenis van Druiventeelt in de Druivenstreek kan naar deze video kijken. Warm aanbevolen!

Bron: Hoeilander.be

En helemaal dood is die druiventeelt niet, want dit zijn foto’s van de druiven in de serre van mijn zoon. Hij is ondertussen een volleerde serrist, niet als beroep, maar toch met hart en ziel!

De zwanenmoord van Hoeilaart

Vandaag kreeg ik enkele telefoons met vragen over de ‘zwanenmoord van Hoeilaart’, Geachte Lezers, Beste Vrienden. Het betrof voor de verandering eens niet jagers die op zwanen hadden geschoten, maar de ene zwaan die de andere afmaakte. Het dramatisch gebeuren schokte buurtbewoners, want zijn zwanen geen lieftallige dieren die hun leven lang in harmonie bij dezelfde partner blijven?

Nee, dat zijn zwanen niet, dat is een mythe die mensen op het zwanenleven hebben geënt. Mensen hebben van zwanen liefdevolle dieren gemaakt, die treuren en wegkwijnen als hun partner gestorven is. Die hun leven lang trouw blijven aan elkaar. Kortom, die het soort romantisch leven leiden waar veel mensen alleen maar van kunnen dromen, want er is natuurlijk altijd de ellende van het dagelijks bestaan.

In het ware zwanenleven gebeuren er vooral dingen die wij als mensen erg zouden vinden. Als een zwaan sterft, is de kans reëel dat de achtergebleven partner binnen de week een nieuw lief heeft. Als vooral zwanenvrouwen een kans zien om zich te verbeteren door van partner te wisselen, zullen ze die niet laten liggen. Dat zwanen agressief kunnen zijn, weet iedereen die eens dicht in de buurt van een vaderzwaan geweest is die nest of jongen moest verdedigen.

De zwanenmoord van Hoeilaart was daarenboven het gevolg van een speciale situatie. Een mannetjeszwaan zat al twee jaar lang alleen op een parkvijver. Buurtbewoners vonden dat erg en finaal zocht het gemeentebestuur een oplossing: een maand geleden werd er een vrouwtjeszwaan van een parkvijver in Brugge overgebracht naar de eenzame zwaan in Hoeilaart. Beide zwanen kregen een naam: Petoetje (de man) en Petatje (de vrouw).

Het leek daar allemaal rozengeur en maneschijn, tot gisteren (zondag), tevens Internationale Vrouwendag: Petoetje zag het blijkbaar niet zitten met Petatje en liquideerde haar in een combinatie van bruut geweld en verdrinking. Op een kwartiertje was Petatje dood, en dreef Petoetje weer moederziel alleen op zijn vijver. De buren spraken er schande van.

Veel te weinig mensen beseffen dat paarvorming ook in de vogelwereld geen kwestie is van gewoon een vent en een vrouw bij elkaar gooien. Vogels hebben ook hun voorkeuren. Als je zebravinken in een volière zelf een partner laat kiezen, brengen ze meer jongen groot dan wanneer ze door een mensenhand geforceerd met twee in een kooitje worden gestoken. De kans is dan groot dat ze niet matchen. Het kweekproject van monniksgieren in Planckendael kampte met de problematiek van gieren die elkaar straal negeerden, zodat er geen eieren bevrucht werden. Als de dieren een keuze konden maken uit een wat ruimer aanbod aan potentiële partners lukte het wel.

Vogels hebben hun persoonlijkheden. Veel mensen denken nog altijd dat dieren van een bepaalde soort gewoon een eindeloze reeks kopieën zijn die van dezelfde band rollen. Dat is niet het geval. Dat heeft de zwanentragedie van Hoeilaart nog eens duidelijk gemaakt.

De bevoegde Brugse schepen reageerde geschokt op het gebeuren. De Brugse zwanen blijven in het vervolg waar ze horen: op de Brugse vijvers. Als ze daar weg willen, zullen ze zelf wel andere oorden opzoeken.

De zwaan van Hoeilaart zoekt nu misschien ook best andere oorden op. Want hij dreigt het grote krediet dat hij in de omgeving had opgebouwd, op een kwartiertje te zijn kwijtgespeeld. Terwijl hij gewoon deed wat zijn zwanenbiologie hem deed doen: een ongewenste bezoeker liquideren.

Dirk Draulans – Facebook – 09.03.2020
——————————————————————————————————————–
Mensen vergeten dat de natuur haar eigen wetten heeft

Petatje is trouwens niet het eerste slachtoffer dat te betreuren valt in Hoeilaart. Hopelijk wel het laatste!

https://www.natuurhulpcentrum.be/brusselse-zwaan-/?fbclid=IwAR05zEhsctWzq9ztXNhnmbYqn5x8DoWu99hhC9uUpZIuvPlOEr3sHWO3NYE#.XmZ0RXdFyUl

https://www.hoeilander.be/content/zwanenzang-op-de-parkvijver-fotoalbum
https://www.hoeilander.be/content/zwaan-heeft-niet-gewacht
https://www.hoeilander.be/content/zwanenmysterie-opgelosthttps://www.hoeilander.be/nieuws/zwaan-verdronken-op-de-parkvijver

https://www.nieuwsblad.be/cnt/blmva_02397057

https://m.hln.be/in-de-buurt/hoeilaart/passioneel-drama-op-gemeentevijver-mannetjeszwaan-krijgt-na-twee-jaar-gezelschap-maar-doodt-vrouwtje-bij-ruzie~a0920e59/?fbclid=IwAR0Wh1ZDtaq9nD1Q4N2lv8MqxKLANTFYpQrCD02kE4oXSFYWiK2UlZkcW8

De zwanen in Hoeilaart waren gekortwiekt. Volgens mijn weten is dat verboden sinds 2015. Is dit zo, of is deze verminking nog altijd toegelaten? Wegvliegen zat er voor Petatje dus niet in!

Leewieken of kortwieken?

Leewieken is niet hetzelfde als kortwieken. Bij leewieken wordt bij een zeer jong dier een stuk van de vleugel verwijderd. Leewieken moet daardoor eigenlijk altijd door een dierenarts gebeuren.
Leewieken is een verminkende ingreep die wettelijk alleen is toegestaan als de mogelijkheid tot vliegen moet worden ingeperkt om te voorkomen dat een dier meer lijdt. Het mag alleen gebeuren door middel van een chirurgische methode of een thermocauterisatie. Bij eenden, ganzen en zwanen moet het gebeuren voor de leeftijd van 10 dagen en bij andere soorten voor de leeftijd van 72 uren (Wet van 14 augustus 1986 betreffende de bescherming en het welzijn der dieren; Koninklijk besluit van 17 mei 2001 betreffende de toegestane ingrepen bij gewervelde dieren, met het oog op het nutsgebruik van de dieren of op de beperking van de voortplanting van de diersoort).

Huisdierinfo. be

Blijkbaar is de wet interpreteerbaar en manipuleerbaar, en politici zijn daar straf in!

Petoetje

Bovendien zitten de zwanen op een park- visvijver die gelegen is aan het gevaarlijkste kruispunt van Hoeilaart, en dit is geen natuurlijke en veilige biotoop.

Overijse – DE IJSBROEKEN

Een natuurlijke biotoop, veilig en zonder menselijke inmenging!

A la gare de Groenendaal

Voorgoed verbonden met de spoorweg, alleen al door mijn voornaam, en wonende aan één van de treinstations van Hoeilaart, hou ik van dit lied en natuurlijk van Wannes van de Velde.

Gróenendaal
Tekst & muziek: André Bialek
Vertaling: Wannes Van de Velde
Bewerking: Walter Poppeliers

Verlicht deur planetaire schijne
stuive de nevels dun vörbij
in den depot slape de treine
lantêres wake zij on zij
dan rijsd de maan bove de boême
lak een orloge zonder tijd
ze peild de schaduw van ons droême
zonder plezier en zonder spijt

Tout est désert tout est normal
ce soir en gare de Gróenendaal

Onder de koeppel zwart bestove
zit der e maske oep een baenk
zoe wit zoe bliêk zoe ingetoge
ik zeg “bon soir” mor zonder klaenk
z’ee-g-et gezicht ge zou et zwere
van d’iêste liefde d’iêste spijt
diê me bezwóer in La Louvière
je t’aimerai jusqu’à altijd

Tout est désert tout est normal
ce soir en gare de Gróenendaal

Ik oêr et klage van de boême
de zwarte stemme van et woud
en soems een ert da’ der kwam woêne
z’n wilde vlucht in ’t kreupelout
e klokske zaaid z’n prille toêne
over de velde ginder vaer
ne joengen ond brengd meh’ z’n sproenge
de waker efkes in de war

Tout est désert tout est normal
dit l’homme en gare de Gróenendaal

En natuurlijk mag ook het origineel niet ontbreken:

BOEK: Ontvadering

 

BOEK

Ontvadering
Frank Koerselman
Omvang
96 p.
Druk
1
Verschenen
24-02-20
Fonds
P – Nieuw Licht
Paperback
9789044642018
€ 15,00

Stoommachine en verbrandingsmotor hebben mannenkracht overbodig gemaakt. De vrouw is sinds de pil van onvermijdelijk moederschap verlost. Vaders zijn dus niet meer nodig om hun gezin te onderhouden en te beschermen. Het patriarchaat verdwijnt. Maar wat is de prijs van die bevrijding?
In navolging van de Duitse denker Alexander Mitscherlich (1908-1982) analyseert Frank Koerselman de gevolgen van de ontvadering. Veroordeelt die het individuele mensenkind niet tot permanente ‘selfie’-bevestiging?
Moderne vaders zullen moeten kiezen: gaan ze mee op de politiek correcte golf van vaderschaamte of durven ze te tonen dat flinkheid, beheersing en zelfrelativering nog steeds onmisbare deugden zijn?
Frank Koerselman is emeritus hoogleraar psychiatrie en psychotherapie en auteur van onder meer Wie wij zijn. Tussen verstand en verlangen.

Psychiater Frank Koerselman: „Ik zie in de Nederlandse politiek geen vaderfiguur. Bovendien, men wíl geen vaderfiguur meer zijn.”
Foto Merlijn Doomernik

Interview
‘Een vader moet flink zijn. Niet huilen’
Psychiater Frank Koerselman

We moeten mannelijke autoriteit weer gaan waarderen, zegt Frank Koerselman in zijn pamflet Ontvadering.

Bron: NRC.NL – Jannetje Koelewijn – 26.02.2020

Een jongen van school had zelfmoord gepleegd en hulpverleners kwamen met de leerlingen praten over de schok die dat teweeg had gebracht. In de jaren zestig. „Dat gebeurde toen dus ook al”, zegt Frank Koerselman. Hij was er zelf ook nogal door aangeslagen, en toen hij er ’s nachts niet van kon slapen stuurde zijn moeder hem naar de huisarts. „Een bullebak”, zegt Koerselman. „Weet je wat hij zei?” Hij buigt voorover in zijn stoel. „GAAN WIJ ONS AANSTELLEN?”

Hij lacht en leunt weer naar achteren. Frank Koerselman (72) is psychiater en psychoanalyticus, emeritus hoogleraar aan het UMC Utrecht. Hier in zijn werkkamer, in een achttiende-eeuws koopmanshuis in Weesp, ontving hij tot voor kort nog patiënten. „Die huisarts”, zegt hij, „had groot gelijk. En ik was meteen van mijn probleem af.”

Ontvadering heet Koerselmans nieuwe boek, een pamflet eigenlijk, honderd pagina’s, en daarin analyseert hij de gevolgen voor gezin en samenleving van het einde van de mannelijke autoriteit. Want zo ziet hij het. Mannelijke kracht is door machines overbodig geworden, traditioneel mannelijke deugden als flinkheid, vastberadenheid, zelfbeheersing en moed zijn verdacht, en gezag door kennis en ervaring wordt niet meer geaccepteerd. In een wereld waarin vrouwelijke waarden als inclusiviteit en egalitarisme zijn gaan domineren, zegt Koerselman, kunnen jongens daardoor moeilijk meer tot rijpe en wijze vaders uitgroeien.

Dus zitten vaders nu in hun hoodies te gamen en willen ze vriendjes met hun kinderen zijn, in plaats van hun verantwoordelijkheid te nemen en ze op te voeden. Vaak bruisen ze van energie en schrikken ze nergens voor terug, maar ze doen alles ten behoeve van zichzelf en de bevrediging van hun wensen zien ze als hun recht. Of ze claimen alleen maar en gaan bij frustratie verongelijkt klagen.

Zullen we het eerst over uw eigen vader hebben?

„O, eh, nou ja, haha.”

Hoe was hij?

„Heel klassiek, streng. Iemand die eisen stelde en nooit complimenten gaf, alleen kritiek. Zelfbewust. Duidelijke normen en waarden. Hij was directeur Publieke Werken en daar was hij trots op. Op zondag reden we met de auto door de stad om naar de projecten te kijken die hij deed.”

Tiranniek?

„Eh, laten we het houden op te streng.”

U schrijft dat de vrouwen van al te strenge of tirannieke vaders meer moeite hebben hun kinderen basale veiligheid te bieden.

„Dat is zo. Ik heb dat zelf wel ondervonden. Je hoort mij ook niet zeggen dat vroeger alles beter was. In het patriarchaat, zoals dat in de jaren vijftig nog bestond, hadden vrouwen te weinig invloed en konden mannen hun gang gaan. En niet elke vader was een rijpe en wijze vader, die zijn zoon stimuleerde en bemoedigde, die hem dingen leerde, doelen stelde en hem zonodig mild bekritiseerde. Er zijn veel ontsporingen geweest.”

Ontsporingen?

„Ik heb het nu niet specifiek over mijn vader, maar over vaders in het algemeen die vaak gevoelloos waren, eisend, egocentrisch, en zo sterk gericht op hun eigen succes in de buitenwereld dat ze vrouw en kinderen verwaarloosden. Het is logisch en goed dat daar een reactie op is gekomen.”

U bent, neem ik aan, tijdens uw opleiding in analyse geweest?

„In die tijd, jaren zeventig, moest je in analyse zijn geweest als je verder wilde komen in je carrière. Ik heb het vijf jaar lang vijf dagen per week gedaan, wat toen relatief kort was.”

En dan ging het over uw vader?

„Ook ja. Ik was begin dertig en op die leeftijd worstelt iedereen nog wel met wie je vader en je moeder waren en wie je zelf bent. Wat vooral aan de orde is geweest, was mijn behoefte aan meer nabijheid. Achteraf ben ik positief over mijn jeugd, laat dat duidelijk zijn. Maar de afstand tussen mijn vader en mij was heel groot. Daardoor zocht ik toen ik volwassen werd vaderfiguren, onder meer in mijn opleider, en ik raakte in hem teleurgesteld. De analyse heeft me geholpen in te zien dat wat ik in hem zocht, uit een andere bron kwam. Het is goed om je dat te realiseren, en ook dat je wel kunt blijven zoeken, maar het toch niet zult krijgen. En dat je daarmee moet zien te dealen.”

Toch schrijft u op uw oude dag een pamflet over vaderschap.

„Ja, kijk, het is wel een thema voor mij gebleven. De tekst van Alexander Mitscherlich die ik als uitgangpunt gebruik, Op weg naar een vaderloze maatschappij, is van 1963 en heeft me altijd gefascineerd. Mitscherlich en zijn vrouw Margarete waren grootheden in de analytische wereld, onder meer door hun onderzoek naar de verwerking van het nazisme in Duitsland, en hij voorvoelde dus al vroeg het einde van de vaderlijke autoriteit. In Ontvadering beschrijf ik de ontwikkeling na 1963 en laat ik zien hoezeer hij gelijk heeft gekregen.”

Net als Mitscherlich begint u met een klassieke analyse van de vaderrol en de moederrol.

„Die strikte taakverdeling die er tot de industriële revolutie was, daar zat een biologische kant aan, maar ook een sociale. De kinderen kwamen zonder dat je het wilde, er moest voor gezorgd worden, en het leven was hard. Er moest hout worden gehakt, oorlog gevoerd, en dan was de vrouw meer geschikt voor het een en de man voor het ander.

Nu zitten we in de bijzondere situatie dat de techniek dat allemaal veranderd heeft. De noodzaak voor die taakverdeling is verdwenen, maar de basis ervoor is niet verdwenen – dat heb ik willen laten zien. Mensen hebben behoefte aan veiligheid en geborgenheid en ze hebben behoefte aan outgoing zijn en dingen tot stand brengen. Vroeger werd het ene domein gerepresenteerd door vrouwen en het andere door mannen, nu zou je die twee domeinen moeten mengen. Maar gebeurt dat? Het lijkt van niet, althans, niet in de westerse wereld. Het lijkt erop dat de mannelijke, verticale, hiërarchische en op traditie gebaseerde wereld aan het verdwijnen is en dat de vrouwelijke, horizontale, op gelijkheid en de hier en nu gerichte wereld meer en meer overheerst.”

Mitscherlich was een groot voorstander van het doorbreken van die traditionele rolverdeling.

„Ja, natuurlijk, want die klassieke vader had niet alleen voordelen. Er viel wat te winnen. Mitscherlich was ook sterk voor vrouwenemancipatie, al denk ik wel dat hij dat moest schrijven van zijn vrouw. En dan zie je dat in de revolutie van 1968, vijf jaar na Op weg naar een vaderloze maatschappij, het patriarchaat het doelwit wordt. Al die oude, autoritaire structuren zijn toen omver geschopt. Alleen, heel fascinerend, gebeurde dat niet door de feministische beweging, maar door de jongens. Het waren de zonen die hun vaders onttroonden.”

U deed eraan mee?

„Jazeker. Ik was bij de bezetting van het Universiteitsgebouw in Utrecht, in 1969, en ik heb met een linkse studentengroep een zogenaamd burgerlijke toneelvoorstelling verstoord, zonder dat ik me achteraf maar ook op enige manier kan herinneren wat daar verkeerd aan was. Ik had Sanskriet gestudeerd voor ik aan geneeskunde begon en dat instituut stond onder de dominante leiding van een patriarchale hoogleraar. Over hem heb ik toen een kritisch stuk geschreven in een studentenblad. Dat had een ongelooflijke impact. Daar heb ik wel spijt van gekregen. Ik had onvoldoende oog voor de verdiensten van die man.”

U was uw vader aan het vermoorden.

„Dat is nou een duiding, hè. Een klassieke duiding. En die zou bést eens waar kunnen zijn. Daarom voelde het ook niet goed. Bij mijn eigen vader kon ik het niet, dus deed ik het bij die hoogleraar.”

Vier jaar na 1968 werd u zelf vader en uw vrouw, die rechten had gestudeerd, ging voor de kinderen zorgen.

„Kijk, ja, kijk, we wilden het graag anders doen en dat hebben we ook geprobeerd. Beetje lastig hoe persoonlijk ik nu moet worden, maar eh, nou ja, je kunt het je nauwelijks meer voorstellen, maar in die tijd moest je trouwen om in aanmerking te komen voor een tweepersoonskamer in een studentenflat, en vervolgens was het voor een getrouwde vrouw moeilijk om werk te krijgen. En ik zat inmiddels in de opleiding tot psychiater, die buitengewoon tijdconsumerend was, en toen is de situatie ontstaan dat ik het kostwinnerschap inging en mijn vrouw thuisbleef. Ik wilde het anders doen, maar als zeer drukke en ook ambitieuze man ben ik toch wel veel afwezig geweest. Ja, ja, dat denk ik wel.”

Was u autoritair?

„Nee. Nee. Wel streng. Wel van eh, nou ja, gewoon, flink zijn en niet zeuren.”

Wat een vader hoort te doen, zegt u.

„Ja. En als ik daar even op mag doorgaan: denk aan de situatie van een pasgeboren kind waarvan iedereen blij is dat het er is, zeg maar Jezus in het kribbetje, met een aura om zijn hoofdje, en herders en koningen die hem bewonderen. Vanuit die veiligheid moet een kind de wereld in geduwd worden en traditioneel was het de vader die dat deed. En als het kind dan na een wat al te harde confrontatie huilend terugkwam, was het de moeder die het opving.

Prachtig voorbeeld, tijdje geleden, in Parijs. Mijn vrouw en ik zaten in een van die leuke parkjes waar altijd heel veel kinderen spelen, en de ouders of grootouders letten op ze vanaf de kant. Dat gaat leuk en niet leuk, die kinderen maken ook ruzie, er wordt geschopt en geslagen, en met enige regelmaat schiet er dan zo’n kind naar de bank om zich door zijn moeder te laten troosten, precies wat een moeder hoort te doen. Naast ons zat een opa en een jongetje dat ontzettend gepest werd door een ander jongetje vluchtte op zeker moment naar hem toe, huilend. Weet je wat die opa deed? Die draait dat jongetje om met zijn gezicht naar dat andere jongetje en zegt: défends toi. Verdedig je. Nou, dacht ik, dát is het.”

Dat moet een opa doen.

„Voilà. Of de vader. Een kind moet niet blijven hangen in wat psychiaters de primair narcistische fase noemen. Het moet uitgedaagd worden, geconfronteerd worden met de realiteit. En wat je nu ziet, is dat jongens – de meisjes laten we even buiten beschouwing – er door het ontbreken van vaderlijke autoriteit wél in blijven hangen. Ze worden niet volwassen, en dan zie je het passieve type dat zich blijvend laat verwennen, en het actieve type dat denkt dat alles wat ze doen goed en geweldig is, en dat ze bewondering verdienen, gewoon, omdat zíj het zijn.”

En de jongens met een te strenge vader?

„Als die onvoldoende zelfvertrouwen hebben om zich tegen hem af te zetten, kan dat ontsporen in wat psychiaters secundair narcisme noemen. Dat zijn de mannen die wel de confrontatie zijn aangegaan, maar het niet gered hebben. Het worden geen volwassen, rijpe vaders. Ze zijn gekrenkt en vernederd, en denken: dit nooit meer. Dat type probeert zichzelf groot te maken en macht uit te oefenen en ervoor te zorgen dat niemand ze ooit nog van de troon kan stoten. Je ziet ze als ceo’s van bedrijven, als hoogleraren, als minister, als president. Ze hebben een enorme drive en kunnen heel ver komen, maar ze vinden nooit bevrediging. Ze willen altijd meer.”

U herkent uzelf in dat type?
„Nee.”

Uw vader?

„Hij had er trekken van.”

Wat te denken van Donald Trump?

„Het absolute voorbeeld van een narcistische, onrijpe vader die in reactie op de horizontale, inclusieve, identitaire linkse beweging aan de macht is gekomen. En dat is geen incident. Waar ter wereld zien we nog rijpe en wijze vaders als leiders? Hoe ik ook rondkijk, ik zie ze niet.”

Angela Merkel?

„Merkel?” Koerselman spreidt zijn armen. „Kom maar binnen, wir schaffen das. Dat is toch een moeder? Dat is dé moeder. En ze heeft het niet gered. Als ze het gered had, was het wat anders geweest. Maar ze heeft het niet gered.”

Mark Rutte?

„Rútte.” Hij is even stil. „Laat ik het zo zeggen: ik zie in de Nederlandse politiek geen vaderfiguur. Bovendien, men wíl geen vaderfiguur meer zijn. Iedereen wil hip zijn en jong doen, en zit op de hurken om maar niet volwassen te lijken.”

Toch lijkt er bij een deel van de kiezers een groot verlangen te zijn naar een vaderfiguur.
„Ja, tegen wat Mitscherlich de stuurloosheid noemt. Een vader moet sturen en als hij dat niet doet, en de moeder doet het ook niet, want ze werkt buitenshuis, of ze zegt zoals Merkel dat alles goed is, wat hou je dan over? De kinderen. Dat is wat je ziet: een samenleving van zichzelf besturende kinderen. Haal de ouders eruit, zet de kinderen bij elkaar en je krijgt sibling rivalry, onderlinge rivaliteit. En die uit zich in achterdocht en gigantische controledwang, want als er van bovenaf niets geregeld is, dan moeten we elkaar de hele tijd in de gaten houden.”

Kees van der Staaij van de SGP loopt weg met uw werk. Thierry Baudet misschien ook wel.

„Moet je luisteren…” Hij lacht ongemakkelijk, geïrriteerd. „Nou en?”

Wat is de oplossing?

„De gang van de geschiedenis is dialectisch en zoals we in 1968 een linkse opstand hadden, hebben we nu een rechtse opstand. Ik denk dat dat nog een hele tijd gedoe en onzekerheid zal geven. Je zou hopen dat rijpe, wijze vaders tegenwicht gaan bieden, bijvoorbeeld tegen het idee van toxic masculinity, giftige mannelijkheid. Rutte die huilt vanwege het leed van die gedupeerden van de belastingdienst – ja, halló zeg. Een huilende minister-president, en dat wordt dan gezien als positief.”

Wat is daar erg aan?

„Laat hij het voorkómen. Er iets aan dóén.” Hij is even stil. „Een man moet flink zijn. Een váder moet flink zijn. Wat op het ogenblik helemaal weg is, is de norm van flink zijn, van niet zeuren, niet klagen, niet bij het minste of geringste getraumatiseerd zijn, niet meteen eisen stellen, niet meteen op je rechten staan. Het lijkt me goed dat die moraal weer terugkomt.”

Frank Koerselman (Batavia, 1947) is psychiater, psychoanalytus en emeritus hoogleraar aan het UMC Utrecht.
Daarnaast was hij hoofd van de afdeling psychiatrie van het Sint Lucas Andreas Ziekenhuis in Amsterdam.
In 2016 verscheen zijn boek Wie wij zijn, waarin hij laat zien hoezeer onze keuzes worden bepaald door vaak tegenstrijdige psychologische behoeften.
Het pamflet Ontvadering is afgelopen dinsdag verschenen bij Prometheus.

——————————————————————————————————————–

Voor mij moet een vader vooral recht in zijn schoenen staan en betrouwbaar zijn. Dit gedicht schreef ik ooit voor mijn vader. Hij heeft het destijds gelezen maar niet begrepen.

Later (voor mijn vader)

Later bestaat niet,
Later is de dood,
Een gemiste kans,
Een onvervulde droom.

Later is een zoethouder,
Een slechte herinnering,
Een uitvlucht…
Later is van de lafaard
En de vrek,
Later is voor wie
Niet kan geven
En toegeven.

Later is niet van ons,
Maar harteloze onzin.
Later is groot beginnen
En klein eindigen
Voor wie niet bewust
Nu leeft.

Micheline Baetens

 

 

BOEK: Een smerig dier

“Op twee juni viel ik rond het middaguur in slaap achter het stuur van mijn auto en reed zonder te remmen in een muur van betonnen weginfrastructuur op de A35, enkele kilometers ten noorden van de Frans-Zwitserse grensovergang van Bazel. Ik vloog lang genoeg door de lucht om mij ervan bewust te worden dat ik door de lucht vloog en vond in die zweefvlucht een vreemd soort rust, omgeven door een gloed van geel licht, de felle zon die werd gefilterd door de dunne stof van de airbags. Deze rust werd verstoord toen de auto landde, enkele keren tussen beton links en beton rechts slingerde, en uiteindelijk met veel gekrijs rokend en lekkend tot stilstand kwam.

Maar het echte drama voltrok zich een maand later, toen ik vanuit een innig verdriet tegen een jonge perenboom trapte en mezelf op die manier een gebroken middenvoetsbeentje bezorgde. Het gevolg was dat ik gedurende vijf weken maar op één been kon rekenen en geblokkeerd zat in het huis van mijn moeder, die ik in lange tijd niet meer had gezien. Het leven was dus slimmer gebleken, en had me aan de kant gezet.”

Met ongeziene openheid schrijft Paul Baeten over eenzaamheid, depressie en angsten. Een smerig dier is een verhelderende getuigenis en een bondgenoot voor iedereen die soms denkt helemaal alleen in de wereld te zijn.

Eén op vier Belgen krijgt vroeg of laat af te rekenen met psychische problemen. Jammer genoeg gaat dit thema nog vaak gepaard met stigmatisering, schaamte en een gebrek aan kennis. In de nieuwe Te Gek!? Novelle, Een smerig dier, schrijft Paul Baeten met ongeziene openheid over eenzaamheid, depressie en angsten. Dit boek is een verhelderende getuigenis en een bondgenoot voor iedereen die soms denkt helemaal alleen in de wereld te zijn. Lees hier een fragment.

[…]
Dag An,
Ik liep de trappen af naar de kelder en elf treden en evenveel seconden lang wist ik: ik heb een leren ceintuur die ongetwijfeld rond mijn nek past, die hang ik aan een leidingbuis en daarmee is het eindelijk gedaan. Ik besloot dat het hier zou eindigen en die beslissing bracht een gelukzalige rust met zich mee. Ik hield mijn adem in, duwde mijn tong tegen mijn verhemelte om alvast te proeven van de verstikking die me zou verlossen. Zo zou het gaan, daarna zou alles weg zijn. Nooit meer pijn, nooit meer zorgen, nooit meer verdriet.

Die elf seconden waren genoeg om een flits van de duisternis in haar zwartste gedaante te zien en te beseffen dat het nog niet mijn tijd was.

Elk leven is een wereld en ik had nog niet alle landen bezocht. Er moest nog veel gebeuren. Niet nu meteen, maar later wel. Er moest gelachen worden, vluchten gemist en vuur gestookt op kille avonden. Het moest nog ontelbare keren donderdag zijn en er moest nog heel vaak traag gekust worden in de lange warme uren tussen juni en september.

Ooit zou ook dit maar een herinnering zijn. Misschien over een jaar, misschien overmorgen. Maar nu nog niet, nu was er enkel gekmakende pijn die zich niet liet afschrikken door relativering. Ik snakte naar troost van de liefde, maar juist die had ik weggejaagd.

Dus viel ik op bed neer en vluchtte in een diepe slaap.

Het is gewoon even mijn decennium niet, An. Maar straks begint er gelukkig een nieuw, en dat ga ik laten dansen. Alle rommel, alles wat overbodig is, gooi ik daarom weg. Ik zal dus nergens nog over stamelen of liegen. Ik zal je alles vertellen.

Om te beginnen wat ik als kind deed wanneer ik niet kon slapen. Ik stelde me voor dat ik op de achterbank van de auto lag en dat mijn vader reed en mijn moeder naast hem zat. En de zon ging onder en niemand sprak, maar de stilte was er een van rust. Op de radio las iemand de uitslagen van de voetbalcompetitie voor of speelde op zacht volume een liedje, dat alleen maar de omliggende stilte benadrukte. Een stilte waarop je kon bouwen. Een stilte waarin je kon schuilen. Een stilte waarin je kon gaan slapen met het idee dat morgen weer goed zou zijn.

Dertig jaar later lijkt het erop dat ik nog steeds jaag op dat gevoel. Een kort besef van welzijn, in het beste geval pas na de feiten. Dat je ’s avonds of de dag erna denkt: daar had ik het vast. Een paar uren rust in mijn hoofd. Het leven beleven in de eerste persoon, zonder mezelf bezig te zien en te horen. Emoties zonder pathetiek.

In zekere zin dus het leven beleven als een kind. Wat gek is, want als kind wilde ik niets anders dan zo snel mogelijk opgroeien. Niet dat ik nu weer een kind zou willen zijn. Maar het hoeft ook niet meer zo nodig sneller vooruit te gaan dan het vanzelf al gaat.
Een groot, schijnbaar uniek sentiment kan heel snel heel klein en beschamend worden als je het opschrijft.

Ik was niet meteen gewonnen voor je idee om dit per brief te doen zolang ik niet naar de praktijk kan komen. Ik vind het wat onwennig. Schreef al lang geen brieven meer. Ik dacht dat het lag aan de traagheid die er eigen aan is. Ik heb niet langer het geduld om ze te schrijven, jij niet de tijd om ze te lezen. Maar meer nog gaat het om de meedogenloosheid waarmee je kleine ideetjes, frustraties en groteske gevoelens tot hun ware grootte terugbrengt. Als ik een uur bij jou kom praten, dan is alles wat gezegd werd na dat uur ook weer verdampt. Dat is vaak geen slechte zaak. Maar een groot, schijnbaar uniek sentiment kan heel snel heel klein en beschamend worden als je het opschrijft. Woorden kunnen opsmukken, maar ook ridiculiseren en uitkleden. In mijn hoofd of mijn hart kan iets soms amper passen, alsof het eruit gaat barsten, en als het eenmaal neergeschreven staat, is het ook dat maar. Je kunt alles proberen te benoemen – hoop, geluk, verdriet, aantrekking – maar op dat moment kap je de kop en de poten er ook af. We mogen slechts kleine verwachtingen koesteren van zesentwintig letters.

Ik ben moe van al het slapen.

Morgen schrijf ik je over wat er vandaag gebeurde. K.
[…]

Paul Baeten (1981) woont in Borgosesia (Noord-Italië) en Leuven. Zijn debuutroman, Nemen wij dan samen afscheid van de liefde, verscheen in 2008 bij De Bezige Bij. Later volgden Kentucky, mijn land (2009), Onder vrienden (2011) en Straus Park (2013). In 2015 verscheen bij Hollands Diep Wanderland. Samen met Tom Lenaerts schreef hij twee seizoenen van de tv-reeks Over water.

“Depressie is tegen zichzelf gerichte agressie”, dat is de psychoanalytische definitie van depressie. Ik noem het smerige dier “mijn zwarte hond”.

Mijn zwarte hond

Als er ’s morgens
Een zwarte hond aan je bed zit,
Kijk hem dan recht in de ogen,
En praat er tegen.

Over je angsten,
Je twijfels,
Je woede en verdriet.
Negeer hem niet,
Want daar kan dat beest niet tegen,
Dan bespringt hij je
En heeft hij je binnen de kortste keren
Verslonden!

Micheline Baetens – 9 maart 2010

Film: ALL IS TRUE

ALL IS TRUE vertelt het verhaal achter een donkere en onbekende periode in het leven van William Shakespeare (Kenneth Branagh). Het is 1613, en Shakespeare is de beroemdste schrijver van het tijdperk. Wanneer zijn geliefde Globe Theatre afbrandt, keert hij terug naar zijn geboortestad Stratford-upon-Avon, waar zijn gezin woont. Gekweld door de dood van zijn enige zoon Hamnet probeert hij de relatie met zijn vrouw Anne (Judi Dench) en zijn dochters te herstellen. Hiervoor moet hij zijn tekortkomingen als afwezige man en vader erkennen. In zijn zoektocht naar innerlijke vrede moet hij duistere familiegeheimen en leugens in de ogen kijken. Shakespeare sterft uiteindelijk in 1616 op 52-jarige leeftijd.

I’ve lived so long in imaginary worlds, I think I’ve lost sight of what is real, of what is true.

Wat ik vooral onthou uit de film zijn de volgende woorden uitgesproken door de acteur die Shakespeare vertolkt:

“Als je schrijver wilt worden en met en voor anderen wilt spreken moet je eerst voor jezelf spreken. Zoek het in jezelf. Beschouw de inhoud van je eigen ziel. Je menselijkheid. Als je eerlijk bent tegen jezelf zal alles wat je schrijft de waarheid zijn.”

Prachtig vond ik dat: als wat je schrijft maar de waarheid is!

Er zijn weinig hedendaagse acteurs/regisseurs die zo begaan zijn met het oeuvre van William Shakespeare als Kenneth Branagh, bij het grote publiek beter gekend als Kurt Wallander. Ondanks de schmink en “vermomming”, had ik hem wel direct herkend, en dan wel aan zijn manier van lopen. Fantastisch acteur!

Shakespeare daarentegen is mij eerder onbekend – buiten Romeo en Julia natuurlijk – dus was deze film een welgekomen verdere kennismaking.

Een latrelatie

Mijn huisjesslak en ik hebben een latrelatie!

Op 17 oktober 2019 kwam ze, langs ik weet niet waar, met haar huisje, mijn huisje binnen en kroop ze op een deurlijst. Na een weekje zet ik ze tussen mijn kamerplanten en daar zit ze nu nog altijd.

Een latrelatie

Een klein slakje
heeft zich met haar huisje
vastgezogen aan mijn keukenraam.

“Nok, nok, nok,
mag ik met mijn huisje
binnen in jouw huis?
Het stormt hier buiten
en mijn zuignapjes
houden het niet!”

Is het dit nu
wat ze een latrelatie noemen,
te samen en toch apart?

Micheline Baetens – 29 maart 2015

Vijftien jaar

“Lors, j’avais quinze ans, à peine…” Inderdaad!

Du plus loin, que me revienne,
L´ombre de mes amours anciennes,
Du plus loin, du premier rendez-vous,
Du temps des premières peines,
Lors, j´avais quinze ans, à peine,
Cœur tout blanc, et griffes aux genoux,
Que ce furent, j´étais précoce,
De tendres amours de gosse,
Ou les morsures d´un amour fou,
Du plus loin qu´il m´en souvienne,
Si depuis, j´ai dit “je t´aime”,
Ma plus belle histoire d´amour, c´est vous,
C´est vrai, je ne fus pas sage,
Et j´ai tourné bien des pages,
Sans les lire, blanches, et puis rien dessus,
C´est vrai, je ne fus pas sage,
Et mes guerriers de passage,
A peine vus, déjà disparus,
Mais à travers leur visage,
C´était déjà votre image,
C´était vous déjà et le cœur nu,
Je refaisais mes bagages,
Et poursuivais mon mirage,
Ma plus belle histoire d´amour, c´est vous,
Sur la longue route,
Qui menait vers vous,
Sur la longue route,
J´allais le cœur fou,
Le vent de décembre,
Me gelait au cou,
Qu´importait décembre,
Si c´était pour vous,
Elle fut longue la route,
Mais je l´ai faite, la route,
Celle-là, qui menait jusqu´à vous,
Et je ne suis pas parjure,
Si ce soir, je vous jure,
Que, pour vous, je l´eus faite à genoux,
Il en eût fallu bien d´autres,
Que quelques mauvais apôtres,
Que l´hiver ou la neige à mon cou,
Pour que je perde patience,
Et j´ai calmé ma violence,
Ma plus belle histoire d´amour, c´est vous,
Mais tant d’hiver et d’automne
De nuit, de jour, et personne,
Vous n´étiez jamais au rendez-vous,
Et de vous, perdant courage,
Soudain, me prenait la rage,
Mon Dieu, que j´avais besoin de vous,
Que le Diable vous emporte,
D´autres m´ont ouvert leur porte,
Heureuse, je m´en allais loin de vous,
Oui, je vous fus infidèle,
Mais vous revenais quand même,
Ma plus belle histoire d´amour, c´est vous,
J´ai pleuré mes larmes,
Mais qu´il me fut doux,
Oh, qu´il me fut doux,
Ce premier sourire de vous,
Et pour une larme,
Qui venait de vous,
J´ai pleuré d´amour,
Vous souvenez-vous?
Ce fut, un soir, en septembre,
Vous étiez venus m´attendre,
Ici même, vous en souvenez-vous?
A vous regarder sourire,
A vous aimer, sans rien dire,
C´est là que j´ai compris, tout à coup,
J´avais fini mon voyage,
Et j´ai posé mes bagages,
Vous étiez venus au rendez-vous,
Qu´importe ce qu´on peut en dire,
Je tenais à vous le dire,
Ce soir je vous remercie de vous,
Qu´importe ce qu´on peut en dire,
Je suis venue pour vous dire,
Ma plus belle histoire d´amour, c´est vous…

 

Huiskamervoorleessessie

“Huiskamervoorleessessie…” Misschien moet ik dat hier thuis ook eens organiseren?
Uit eigen werk natuurlijk. Maar ik vrees dat ik hiervoor niet genoeg stoelen en pretentie heb.

Ik ben wel gedurende jaren gaan voorlezen in het rusthuis, maar dan niet uit eigen werk. En als vijftiger volgde ik een jaar dictie in de muziekschool in Hoeilaart.

In mijn jeugd won ik trouwens een paar voordrachtwedstrijden van het Willemsfonds, en dat wel met eigen werk. Als tiener heb ik ook mijn gedichten mogen gaan voordragen in de Isca kelders in Overijse en in de turnzaal van ’t Kasteeltje.

Uit die tijd:

Ik heb dat dus wel graag gedaan – ik heb er trouwens vannacht van gedroomd, moet dus wel blijven hangen zijn – maar als je jong bent heb je daarvoor nog de nodige hoogmoed op zak.

Boekhandel De Standaard organiseert deze maand een wedstrijd waarbij je een huiskamervoorleessessie kan winnen:

Win een huiskamer­voorlees­sessie met Bart Moeyaert

Nee, dit is geen droom. T.e.m. 26 februari ontvang je, bij aankoop van een boek uit onderstaande lijst, een voucher met een unieke code*. Geef de unieke code hieronder in, vul het wedstrijdformulier verder aan en wie weet staat Bart Moeyaert binnenkort in jouw huiskamer voor een voorleessessie!
Let op! Deze actie is niet geldig bij thuislevering. Wil je de voucher met unieke code ontvangen? Kies dan voor afhaling in een van onze winkels.