BOEK: De strijd om tijd

Voorpublicatie ‘De strijd om tijd’: een pleidooi om minder te werken

Knack – 27.11.2018

Olivier Pintelon
Politicoloog, expert sociaal beleid bij de progressieve denktank Minerva
In ‘De strijd om tijd’ heeft Olivier Pintelon, politicoloog en lid van de progressieve denktank Minerva, het over de vele zegeningen van een drastische arbeidsduurvermindering. Knack biedt u exclusief een passage aan.


Inleiding. Mijn experiment met de strijd om tijd

26 september 2016. Mijn hoogzwangere vrouw kreunt onder de hitte van een uitzonderlijke nazomer. We kijken uit naar het grote moment: de geboorte van onze eerste zoon. Het lijkt wel wachten op Godot. Twaalf dagen over tijd, een mentale uitputtingsslag.

Klokslag middernacht. We vliegen de auto in, op naar het AZ Sint-Lucas in Gent. De zwangerschap wordt ingeleid, op aanraden van de gynaecoloog. We hadden het graag anders gezien. Sylvie is er niet helemaal gerust in. Een ingeleide zwangerschap is geen lachertje.

Dat blijkt ook later die dag. In de vroege ochtend volgen de pijnlijke weeën elkaar in snel tempo op. Plots een onaangename verrassing: de hartslag van onze zoon is onregelmatig. Ruim een uur zijn mijn ogen gefixeerd op een klein digitaal monitortje. Elke seconde duurt een eeuwigheid. Een stemmetje in mijn hoofd is er niet gerust in. Kan het fout lopen? Rond 9 uur beslist de gynaecoloog om tot een spoedkeizersnede over te gaan. Voor mij een opluchting. Sylvie lijkt het allemaal niet goed te beseffen. Verdoofd door de pijn.

Dan gaat alles pijlsnel. Ik trek een verplegersplunje aan. Sylvie wordt op een draagberrie weggevoerd naar het operatiekwartier. Om 10.10 uur is het zover. Onze zoon ziet het daglicht. Aeneas, de langverwachte. Kerngezond. Die eerste blik. Het eerste gehuil. De opluchting. Een rollercoaster van emoties. Papa worden, het doet iets met een mens.

Na de euforie van de eerste dagen volgt de ontnuchtering. Na een vaderschapsverlof van tien dagen, back to work. Niet evident als kersverse papa, oververmoeid, met je hoofd steevast elders. Ik herinner me nog levendig de verkeerd verstuurde mails en de ontelbare tikfouten. Eigenlijk ben je op dat moment niet in staat om op volle toeren te werken. Ironisch genoeg houden collega’s en professionele contacten daar ook rekening mee. Wat een bizarre situatie. Wat is het economische nut daarvan?

Maar, er is meer. Mijn experiment met de strijd om tijd begint pas echt als ook mijn vrouw het werk herneemt. Tweeverdieners, voltijds werken en een gezin. Geen evidentie. Onze samenleving is niet in evenwicht. Dat ondervinden we aan den lijve.

De werkweek van Bart De Wever en Marc Coucke

Vijf maanden nadat ik vader ben geworden, polst Pascale Allard van de Vrouwenraad (een koepelorganisatie van Nederlandstalige verenigingen die ijveren voor gelijke kansen van vrouwen en mannen) naar mijn ervaringen. Valt de combinatie tussen arbeid en gezin wat mee? Heb ik tijd om een kort opiniestuk te schrijven voor Beslist Feminist, de blog van de Vrouwenraad?

Diezelfde avond nog zet ik mij voor de computer. Terwijl ik aan het artikel werk, moet ik terugdenken aan een aflevering van de talkshow Van Gils & gasten in 2015 op de VRT-zender Een. Riet Ory van Femma was er te gast. De vrouwenorganisatie had net een dossier over de 30 urenweek gepubliceerd. Arbeidsduurverkorting is geen nieuwe eis, maar met het dossier blies Femma het debat nieuw leven in. De adjunct-directrice van Femma kruiste de degens met N-VA-voorzitter Bart De Wever. Presentator Lieven Van Gils kondigde de politicus aan als de ‘machtigste man van Vlaanderen’. Een echt debat werd het nooit. Bart De Wever goochelde met platitudes en clinches als ‘onbetaalbaar’, ‘slecht voor de competitiviteit’ en ‘onrealistisch’. Maar wat hij vervolgens zei, is me bijgebleven. Hij stelde dat hij ‘geen uren telt’ en dat veel mensen best wel zin hebben om te werken. Wat bedoelt hij daar precies mee? Op de dagen dat ik mijn zoon bij de onthaalmoeder moet afhalen, lijkt de klok me redelijk dwingend: om 16.30 uur vertrekt de trein huiswaarts. Doorwerken ’tot de finish’ zit er simpelweg niet in.

Een andere anekdote die door mijn hoofd spookt terwijl ik op mijn computer tik, is de tweet die Marc Coucke op 1 mei 2015 de wereld ingestuurd had. ‘Schitterend idee, de 30 urenweek! Zo goed dat ik er meteen twee per week wil doen. #werkenisgeenstraf #werkenisplezant.’ Wel, ik zie me al zestig uur per week bezig. Zo ergens tussen de ritjes naar de onthaalmoeder, het ver-versen van een pamper en de broodnodige zorg door. Hoe doet die mens dat? Het Een programma Cafe Corsari lichtte een tip van de sluier op. Coucke bekende daarin nooit de kinderen naar school te brengen.

Hoe slagen Bart De Wever en Marc Coucke erin om zo veel te werken? Ja, ze zijn rijk genoeg om veel zorg uit te besteden. Maar vooral: ze hebben een vrouw die op carrièrevlak in de schaduw van hun man staat. Voor hen is het gemakkelijk om een old school arbeidsethos te propageren. Werken is verrijkend. Maar hoe kun je twee keer dertig uur werken zonder dat het evenwicht tussen man en vrouw verloren gaat?

Eigenlijk houden beide heren impliciet een pleidooi voor een heel klassiek rollenpatroon. Fernand Huts, de CEO van Katoen Natie, is nog het eerlijkst door gewoon te stellen dat de ‘moderne vrouw te weinig ruimte laat voor de man om te ondernemen’.

Dat onevenwicht willen Sylvie en ik niet. Sinds ons afstuderen hebben wij altijd een vergelijkbaar loon gehad en waarom zouden we, nu er een kind is, daar plotseling verandering in moeten brengen? We willen niet dat een van ons beiden een stap achteruit moet zetten. Maar de combinatie van een klein kind en twee werkende ouders is zwaar. ’s Morgens vroeg uit de veren. Meteen een pamper verversen en een flesje geven. Dan met de fietskar naar de onthaalmoeder om je vervolgens te haasten om de juiste trein te halen. En ’s avonds dezelfde rush in omgekeerde volgorde. Soms lijkt het wel alsof je ontmoedigd wordt om voltijds te werken.

En dan stel je jezelf weleens de vraag: hoe doen anderen het? Elk gezin ontwikkelt zijn eigen strategie om alles te bolwerken. Maar niemand kan het probleem bij de wortel aanpakken, want het probleem is collectief: tijdens het spitsuur van ons leven werken we te veel. Toen zowel mijn vrouw als ik er op een bepaald moment (te) vermoeid uitzagen, vroeg de onthaalmoeder aan mijn vrouw vanaf wanneer ze vier vijfde ging werken. Aan mij heeft ze die vraag nooit gesteld. Sylvie is voltijds blijven werken. Ironisch genoeg heb ik even vier vijfde gewerkt – om dit boek te kunnen schrijven weliswaar, daarvoor heeft de goegemeente nog wel begrip. Een nieuwe norm voor voltijds werk is dus nodig om arbeid en gezin structureel in evenwicht te brengen. De kortere werkweek als realistische utopie.

De ijzeren wet van Chronos

Chronos is een oude man. De gezwinde grijsaard heeft steevast een zandloper en een zeis bij de hand. Al sinds de oudheid waakt deze Griekse god genadeloos over de tijd. De klok die gestaag verder tikt. Seconde per seconde. Tijd die nooit kan worden inge- haald. Het is ons kostbaarste goed. We hebben 24 uur per dag, zeven dagen per week, niet meer en niet minder. Tijd is intrinsiek schaars. Dat is de ijzeren wet van Chronos.
Die wet staat centraal in de film In Time. In een dystopische toekomst klopt Will Salas lange uren als arbeider in een stoffige fabriek. Met een tikkende klok op de achtergrond vertelt hij over de wereld waarin hij leeft:

Niemand kan het probleem bij de wortel aanpakken, want het probleem is collectief: tijdens het spitsuur van ons leven werken we te veel.

‘Ik heb geen tijd. Ik heb geen tijd om me af te vragen hoe het komt. Het is zoals het is. We zijn genetisch gemanipuleerd zodat we stoppen met verouderen als we 25 worden. Het probleem is: we leven vervolgens nog slechts e?e?n jaar. Een langer leven moeten we verwerven. Tijd is ons loon. We verdienen het. We geven het uit. De rijken verkrijgen zo het eeuwige leven. De anderen willen wakker worden met voldoende tijd om het einde van de dag te halen.’

Tijd als het ultieme klassenonderscheid. Justin Timberlake, alias Will Salas, speelt een futuristische Robin Hood die ten strijde trekt tegen de rijke ’tijdsdieven’. Plots krijgt hij eeuwen ter beschikking. Hij gebruikt die om het systeem van binnenuit te bekampen.
Fictie is en blijft fictie. En toch. Ook in onze samenleving is tijd eindig en ongelijk verdeeld. ‘Edel, arm en rijk maakt de dood gelijk’: een aloude volkswijsheid, maar helaas een illusie. In 2011 publiceerden onderzoekers van het Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid en van de VUB een lijvig rapport. Hoewel de Belg stelselmatig langer leeft, blijkt uit het rapport dat niet iedereen gelijk is voor de dood.

Een man die in 2001 25 jaar oud was en geen diploma behaald heeft, heeft een levensverwachting van gemiddeld 73 jaar. Voor zijn evenknie met een diploma hoger onderwijs wacht de dood pas op 80-jarige leeftijd. Het verschil in levensverwachting in goede gezondheid bedraagt maar liefst achttien jaar.

Chronos is ook gevoelig voor gender. ‘Mannen hebben zes uur meer vrije tijd dan vrouwen’, kopte De Standaard op 12 oktober 2015. De reden? Vrouwen kloppen minder uren betaalde arbeid, maar compenseren dat ruimschoots met onbetaalde arbeid. Per week besteden ze acht uur meer aan het huishouden, anderhalf uur meer aan kinderzorg. De Amerikaanse sociologe Arlie Hochschild noemt het de ‘dubbele shift’ van vrouwen. Betaalde arbeid overdag, onbetaalde arbeid ’s avonds. Biedt vrijwillig deeltijds werken dan een uitweg? Het antwoord van VUB-onderzoeker Theun Van Tienoven is ontnuchterend: ‘Een mama die deeltijds werkt, daar heeft vooral papa baat bij.’ De tijdsdruk daalt ironisch genoeg niet. Vrouwen die deeltijds werken krijgen nog meer het huishouden en de zorg toebedeeld, terwijl de man focust op zijn carrière. Ondertussen groeit de genderkloof. Minder loon, minder kansen, minder pensioen.

Ook in onze maatschappij bestaan er manieren om ’tijd te kopen voor jezelf’. Denk maar aan tijdskrediet of loopbaanonderbreking. Vier vijfde werken is zo al een tijdje in zwang, vooral bij tweeverdieners. De ongelijkheid tussen rijk en arm komt daarbij steevast om de hoek kijken. De lage inkomens maken er nauwelijks gebruik van omdat de uitkeringen te laag zijn. Een tweede inkomen is een noodzaak. Helemaal cynisch is dat voor alleenstaande ouders. Zij kampen met een structureel tijdsgebrek, maar ’tijd kopen’ is voor hen geen optie. Het Centrum voor Sociaal Beleid van de Universiteit Antwerpen becijferde dat slechts 2,4 procent (!) van de alleenstaande moeders gebruikmaakt van een tijdskrediet of ouderschapsverlof. In de zomer van 2017 tilde de federale regering de voltijdse onderbrekingsuitkeringen voor alleenstaande ouders over de armoedegrens. Een stap in de goede richting, maar het inkomensverlies blijft een groot euvel.

Vrouwen kloppen minder uren betaalde arbeid, maar compenseren dat ruimschoots met onbetaalde arbeid.

Een andere mogelijkheid om tijd te winnen is de dienstencheque. Dienstencheques creëren duizenden jobs. En ze verlichten de tijdsdruk van diegene die ze gebruikt om allerlei tijdrovend werk niet zelf te moeten doen. Strijken, kuisen, koken. Het is de ultieme hulplijn voor de tweeverdieners. De keerzijde van de medaille: het zijn voornamelijk hogere inkomens die gebruikmaken van die dienstencheques. Professor Ive Marx van de Antwerpse universiteit stelt het zo: ‘Dienstencheques zijn een fantastisch systeem voor de rijkeren onder ons die er vrije tijd mee kopen op kosten van de gemeenschap. Het is ook een schoolvoorbeeld van het mattheuseffect. ‘De socioloog Ive Marx haalt de evangelist Matteüs regelmatig van stal om erop te wijzen dat veel goedbedoelde sociale uitgaven uiteindelijk terechtkomen bij de hogere inkomens.

Tijd is ons meest schaarse economische goed. Auto’s fabriceren we aan de lopende band, zelfs geld drukken we occasioneel bij. Maar Chronos is ongenadig. Wordt het niet dringend tijd om be- dachtzamer met onze tijd om te gaan? Moeten we echt 45 jaar lang puzzelen om ‘work’ en ‘life’ gecombineerd te krijgen?

Vrije tijd: het grootste maatschappelijk probleem?

Geen wonder dat je tijdens die struggle for time wel eens terug- denkt aan je jeugdjaren en daarbij het gevoel hebt dat de tijd toen trager ging. Bryan Adams vatte dat gevoel mooi samen in zijn hit ‘Summer of 69’: ‘The summer seemed to last forever.’ Als prille dertiger is dat toch even anders. Werk, gezin, vrienden, huizenjacht, persoonlijke ontwikkeling. Ik kom altijd tijd tekort. Etentjes met vrienden liggen weken op voorhand vast. Uitjes met mijn partner vaak ook. En de jaren passeren vlug. Mijn vader zei me onlangs dat ik veertig zal zijn voor ik het goed en wel besef, en zo voelt het inderdaad aan. ‘De tijd vliegt op gejaagde vleugels’, zo verklaren de psychologen Friedman en Janssen dat gevoel. Tijdsdruk bei?nvloedt het subjectieve tijdsgevoel. Weinig om handen? De dagen lijken eindeloos. Een te drukke agenda? De tijd vliegt.

Als tiener had ik simpelweg meer tijd. Vandaag is vrije tijd op een doordeweekse werkdag schaars. Naar de onthaalmoeder fietsen, vliegensvlug de trein op, werken, eten klaarmaken, afwassen, onze zoon een badje geven, eventueel boodschappen doen, thuis nog wat mails beantwoorden. Blijft over: ik schat ongeveer één, maximaal twee uur. En ik vermoed dat wel meer mensen dat gevoel kennen. De onderzoeksgroep TOR van de Vrije Universiteit Brussel heeft berekend dat in een tweeverdienersgezin met jonge kinderen de man gemiddeld 2 uur en 23 minuten vrije tijd heeft per dag, de vrouw slechts 1 uur en 55 minuten.

Ontnuchterend, en eigenlijk best wel gek. In de eerste helft van de 20ste eeuw dachten economen dat zeeën aan vrije tijd het grootste maatschappelijke probleem zouden worden. Meer en meer mensen kregen toen tijd. Tot de Eerste Wereldoorlog waren tijdrovende hobby’s en vakantie een voorrecht voor de happy few. Tijdens het interbellum veranderde alles. De achturendag werd een feit. Voor het eerst kregen werknemers een week betaald verlof. In die context deed de Britse econoom John Maynard Keynes een boude voorspelling. Tijdens een lezing in Madrid in 1930 voorspelde hij een 15 urenweek tegen 2030. De welvaart nam doorheen de eeuw spectaculair toe. Een werkweek van vijftien uur bleef evenwel een verre droom, een paradox waar ik nog op terugkom.

Een nieuwe norm voor voltijds werk is dus nodig om arbeid en gezin structureel in evenwicht te brengen.

Vrije tijd is nochtans broodnodig. Het is een voorwaarde voor evenwicht en creativiteit. Een aloud Grieks gezegde stelt dat de tijd niet één, maar twee gezichten heeft. Er is de kloktijd van Chronos. Dat is de meetbare tijd die tijdens de groei van het kapitalisme ons maatschappelijk leven is gaan domineren. Maar er is ook Kairos, de tegenpool van Chronos. Deze Griekse god is de jongste zoon van Zeus. Een jonge, atletische man, kaal met een opvallend lange haarlok vooraan. Zijn Romeinse naam licht een tipje van de sluier: Occasio, gelegenheid. Kairos staat voor de kracht van de momenten waarop je de tijd vergeet. Een gelegenheid gaat echter snel voorbij. Daarom wordt hij afgebeeld met vleugels op de voeten. Toch moet je die momenten weten te grijpen. De Nederlandse filosofe Joke Hermsen pleit voor meer ‘kairotische momenten’. Tijd voor stilte en reflectie. Tijd om tot rust te komen. Even ontsnappen aan de ratrace. Pluk de dag. Iedereen snakt naar meer Kairos. Niet?

De kortere werkweek: een Babylonische spraakverwarring

Voorjaar 2017, een interne brainstorm binnen de progressieve denktank Minerva. Onderwerp: de kortere werkweek. De avond staat al even met stip genoteerd in mijn agenda. Het draagvlak groeit. De denktank Poliargus maakte in 2015 al een uit- gebreide studie. Vrouwenorganisaties Femma en Furia ijveren voor een 30 urenweek. Op de congressen van ACV en ABVV krijgt arbeidsduurverkorting een prominente plaats. De Franstalige PS pleit voor een vierdagenwerkweek. De radicaal-linkse PVDA maakte van de kortere werkweek haar 1 meithema in 2015. Vanavond moet alles concreter worden. Hoe zien we de kortere werkweek precies? Waarom willen we ze? Wie betaalt de rekening?

De denktank heeft een bescheiden kantoor in de gebouwen van 11.11.11 in Brussel. Stan De Spiegelaere leidt de discussie in goede banen. We kennen elkaar van onze studies politieke we- tenschappen in Gent. Hij werkt nu als onderzoeker bij ETUI, het Europees vakbondsinstituut. In 2017 verschijnt een rapport van die onderzoeksinstelling over arbeidsduurverkorting, het eerste in decennia. Conclusie van de avond: iedereen is voor een kortere werkweek. Maar we verstaan er allemaal iets anders onder. Het lijkt wel een Babylonische spraakverwarring. De motieven zijn uiteenlopend, de opties legio. Het ETUI-rapport onderscheidt zowaar twaalf (!) noodzakelijke beslissingen bij een invoering.

Als houvast een beknopt overzicht van de belangrijkste discussiepunten:

– Collectief of individueel? Wie neemt de beslissing om minder te werken? De individuele werknemer? Of is het een maatregel voor een heel bedrijf, een hele sector of een hele economie? Ik opteer voor een collectieve aanpak. Eenvoudiger en het maakt arbeidsduurverkorting toegankelijk voor iedereen. Individuele stelsels bestendigen doorgaans bestaande ongelijkheden.

– Wie betaalt? Vier opties: de werkgever, de werknemer, de overheid of de consument. Arbeidsduurverkorting mag geen luxeproduct zijn. Daarom opteer ik voor een kortere werkweek me?t loonbehoud.

– De doelstelling en de referentieperiode. Korten we de arbeidstijd in per dag, per week of per jaar? Een zesurendag, vierdagenweek of een vijfde week wettelijk verlof? Om de verschillende vormen van arbeid te kunnen combineren, stel ik een korte referentieperiode voor. Het is de bedoeling dat de ree?le arbeidstijd per week afneemt.
De kortere werkweek is een ‘evergreen’ doorheen onze sociale geschiedenis. In de volgende hoofdstukken komt die rijke geschiedenis aan bod. Van het Chicago van 1886 tot het Front populaire van de jaren 1930. Ook de motieven, concrete voorbeelden en de toekomst passeren in dit boek de revue. Een overzicht:

– De terugblik. Moeder, waarom werken wij? Waarom kloppen we zoveel uren? En werken we nu echt minder dan vroeger?

– Het motief. Waarom willen we een kortere werkweek? Een greep uit de belangrijkste drijfveren.

– De inspiratie. Welke vorm neemt arbeidsduurverkorting aan in andere Europese landen? Een mentale reis langs enkele buurlanden en gidsland Zweden.

– De vlucht vooruit. Wordt 30 uur binnen enkele decennia de voltijdse norm? Een inspirerende roadmap die hoop geeft voor de toekomst.

Het laatste uur van Senior

1764. De Brit James Hargreaves vindt ‘Spinning Jenny’ uit, een spinmachine. Ze ontketende een revolutie in de katoen- en wolindustrie. Latere modellen lieten arbeiders toe tot 130 draden tegelijk te spinnen, de droom van elke kapitalist. Het was een van die uitvindingen die het startschot gaf voor de eerste industrie?le revolutie. Een grote sprong in de ontwikkeling van de mensheid. De productiviteitsgroei swingde de pan uit, net als de bedrijfs- winsten. Maar de revolutie kwam met een schaduwzijde. Gestaag groeide in Engeland een verpauperde arbeidersklasse. 70 urenwe- ken waren de norm, kinderarbeid schering en inslag.

In de eerste decennia van de 19de eeuw kwam langzaamaan een tegenbeweging op gang. De beweging voor de tienurendag zag het daglicht. Dat was niet naar de zin van Nassau William Senior, een gerenommeerd econoom. In het begin van de 19de eeuw adviseerde hij opeenvolgende Britse regeringen over het economisch en sociaal beleid. Hij bekleedde een leerstoel aan de universiteit van Oxford, The Drummond Professorship of Political Economy. Na hem viel drie Nobelprijswinnaars deze eer te beurt, onder wie de Indie?r Amartya Sen. Kortom, Senior was een zwaargewicht.

In zijn Letters on the Factory Act waarschuwde Senior voor een economisch armageddon. Een tienurendag was onbespreekbaar voor hem, het zou zonder meer het einde van de Engelse katoen- industrie betekenen. Met behulp van een ingewikkeld econometrisch model ‘bewees’ hij dat een arbeider minstens 10,5 uur per dag moest werken, zo niet was hij ‘onrendabel’. De theorie ging de geschiedenis is als ‘Seniors laatste uur’: alle winst zou worden geboekt in het laatste werkuur van de arbeider. Maar ze bleek een van de grootste blunders in de geschiedenis van de economische wetenschap. Senior weigerde in te zien dat een kortere werkdag ook een besparing oplevert voor de textielbaron. Minder onderhoud voor machines, langere levensduur ervan.

Uiteindelijk werd in 1847 de Ten Hours Act gestemd. Vrouwen en tieners mochten voortaan nog maximaal tien uur per dag werken in de katoenindustrie. En wat bleek? De katoenindustrie ging niet failliet. Integendeel. Enkele jaren later dwong een Australische vakbond zelfs de eerste achturendag af. Het startpunt van een lange historische strijd.

Reacties zoals die er vandaag zijn op het idee van de 30 urenweek, zijn er in de hele geschiedenis geweest. Vooruitstrevende ideee?n botsen altijd op een njet van de apostelen van het conservatieve status quo. En die halen soms grootspraak boven. ‘Van een andere planeet.’ ‘Te gek voor woorden.’ Het zijn argumenten die telkens terugkomen. Maar laat je daardoor niet ontmoedigen. De samenleving is maakbaar en zal dat altijd zijn. We moeten durven dromen met de voeten op de grond. Wij verdienen beter. Dit boek is de droom van een jonge papa, het relaas van mijn zoektocht naar antwoorden.

Olivier Pintelon

Meer informatie over het boek De strijd om tijd vind je op de website van Uitgeverij EPO .

De kleine prins

Omdat mijn zoon zijn zoontje ” mijn kleine prins” noemt heb ik het boekje van Antoine de Saint-Exupéry nog eens uit de kast gehaald.

Het is één van de mooiste boeken die ik ooit gelezen heb, een sprookje, maar een sprookje op mensenmaat. Het kleinnood biedt zoveel schoonheid, wijsheid en troost waar weinig dikke boeken tegenop kunnen. Ooit wil ik het voorlezen aan Reinaert, en misschien zal hij het later ook zelf nog eens willen lezen. Eens op een dag heb ik de zon vierenveertig keer zien ondergaan!
En later zei je nog:
– Weet je, als je erg droevig bent, dan zie je graag de zon ondergaan…
– En was je die dag van vierenveertig keer dan erg droevig?
Maar de kleine prins antwoordde niet.En toen verscheen de vos.
– Goedemorgen, zei de vos
– Goedemorgen, zei de kleine prins beleefd en hij draaide zich om, maar zag niets.
– Hier ben ik, onder de appelboom, zei de stem.
– Wie ben je?, vroeg het prinsje. Je bent beeldig.
– Ik ben een vos, zei de vos.
– Kom met me spelen, stelde het prinsje voor, ik ben zo verdrietig…De mensen, zei de vos, hebben geweren en ze jagen. Dat is erg lastig. Ze houden ook kippen. Dat is hun enige nut. Zoek je kippen?
– Nee, zei het prinsje. Ik zoek vrienden. Wat betekent ’tam’?
– Dat is een nogal vergeten woord, zei de vos. Het betekent ‘verbonden’.

De vos

Ik heb vannacht
de vos gehoord,
en ik wist,
er is hier nog
iets aanwezig
wat niet stuk
te krijgen is,
en dat gaf mij
een veilig gevoel.

Micheline Baetens – 31 maart 2014

 

BOEK: Over normaliteit en andere afwijkingen

Nogmaals een stukje uit het boek van Paul Verhaeghe, dit keer over hoe opgroeien en leven in een gestoorde maatschappij.

De psychiater heeft ooit tegen mij gezegd dat een depressie tegen zichzelf gekeerde agressie is…

Het merendeel van ons is het merendeel van de tijd normaal.
Soms zijn er van die dagen dat het niet zo voelt.
Het gezicht dat je ‘smorgens in de spiegel aanstaart, lijkt nergens op.
De gedachten die door je hoofd schieten,
kan je beter niet uitspreken waar anderen bij zijn.
Je kan jezelf wel voor de kop slaan. Of iemand anders.

Een dergelijke ruzie-met-mijzelf illustreert hoe wij verdeelde wezens zijn.
Verdeeld tussen een lijf dat we hebben en een ik dat we zijn (of zouden moeten zijn).
Dat lijf heeft af en toe zo zijn eigen prioriteiten en het ik dat ik ben, daar ben ik niet altijd even gelukkig mee.

Op zo’n moment hebben we nood aan een ander die helend werkt.
Voor het merendeel van ons lukt dat vrij goed, we hebben het als kind geleerd.
Onze ouders en ruimer, de omgeving waarin we opgroeien hebben ons geruststellende antwoorden voorgehouden, samen met de overtuiging dat het wel goed komt, ook als het even slecht gaat.

Op die manier hebben we vooral voordeel bij onze verdeeldheid, want op grond daarvan worden zelfreflectie en creativiteit mogelijk.

Een minderheid onder ons heeft dat geluk niet gehad en is opgegroeid bij ouders die niet in staat waren om helende antwoorden te bieden, vaak in een omgeving die meer afwijzend was dan iets anders. Het kan nog erger, er zijn ook misbruikende ouders en giftige omgevingen waar kinderen leren dat niemand te vertrouwen valt en agressie het beste verweer is, hetzij tegen je eigen lijf, hetzij tegen de ander en vaak tegen beiden. De kans dat zij opgroeien tot ‘gestoorde’ en storende volwassenen is zeer groot.

Mochten wij in hun omgeving zijn opgegroeid dan stonden wij in hun schoenen. Zijn zij ziek? Is hun gestoorde gedrag en denken een gevolg van een nog niet onderkende biomedische aandoening? Daar is géén enkel bewijs voor. Daartegenover staat overweldigend bewijs voor een causaal verband tussen psychologische en psychiatrische problemen en een traumatische voorgeschiedenis. Traumatisch op fysiek, emotioneel, seksueel en sociaal vlak.

In plaats van biomedisch georiënteerde psychiatrie hebben we een sociale psychiatrie nodig.

‘Sociaal’ heeft hier meerdere betekenissen, aansluitend bij de verschillende functies die de psychiatrie doorheen haar geschiedenis heeft verworven.

Bescherming van de groep tegen gestoorde individuen.
Bescherming van het individu tegen zichzelf.
Bescherming van het individu tegen een gestoorde groep.

In al die beschermende en helpende functies treedt de psychiatrie noodzakelijkerwijs beoordelend en disciplinerend op, telkens met het oog op hulpverlening.

Een ontkenning van deze morele positie, zoals tegenwoordig het geval is, reduceert de psychiater tot iemand die kritiekloos macht uitoefent als handhaver, casu quo handlanger van een gevestigde orde, ook wanneer die orde ziekmakend en immoreel is. Een erkenning van deze positie maakt discussie mogelijk. Discussie is noodzakelijk want de criteria voor het al dan niet gestoord zijn van een individu zullen altijd normatief blijven en nooit definitief zijn.

Bovendien houdt een sociale psychiatrie onvermijdelijk een moreel oordeel in over de omgeving die de stoornissen veroorzaakt en bevordert, zowel de familiale omgeving als de maatschappelijke.

Wie werkt met gestoorde jongeren, hoef ik niet te vertellen waar de oorzaak van hun stoornissen ligt. Iets veranderen aan die oorzaken is aartsmoeilijk. Wat in de ene situatie werkt, kan in een andere contraproductief zijn. Eén factor treedt steeds naar voren: Wat helpt zijn mensen, niet methoden en laat staan pillen. Helende mensen die een disciplinerende houding aannemen om iemand te beschermen of anderen in bescherming te nemen tegen iemand. De oorzaak van stoornissen zoeken in de omgeving is steeds beschuldigend voor die omgeving. Het is uitermate belangrijk die omgeving voldoende ruim te bekijken en ons niet te beperken tot het gezin (laat staan tot de moeder!). Een maatschappij waar steeds meer mensen, kinderen én volwassenen uitvallen is een gestoorde maatschappij.

De psychiatrie heeft hier niet alleen een signaalfunctie maar ook een opdracht:
(het voorstellen van) en aandringen op structurele veranderingen bijvoorbeeld op het vlak van kinderzorg en arbeidsorganisatie. Ter vergelijking: de reusachtige vooruitgang van onze volksgezondheid tussen pakweg 1850 en 1950 is grotendeels te danken aan de geneeskunde die structurele veranderingen voorstelde inzake hygiëne, voeding, inentingen en een overheid die daarnaar luisterde. Had de geneeskunde zich in die periode enkel gebogen over individuele patiënten, dan zou de gemiddelde levensduur ongeveer hetzelfde zijn gebleven. Het is nu aan de psychiatrie om hetzelfde te doen.”

Uit: Paul Verhaeghe zijn boek ‘Over normaliteit en andere afwijkingen’

BRON:
https://thedarkreactivechild.wordpress.com/about/

 

 

Beschaving

Wat kan je anders verwachten van het soort “beschaving” waarin we nu leven. Eén op de twee mensen heeft slaapproblemen, in deze dolgedraaide maatschappij. Opgejaagd wild lijken we wel. En dàt moet dus veranderen! Maar wie is daartoe bereid?!

Wat is er mis met zelfdoding? Ik kan het u zeggen

Charlotte Hardeman, Oostende

Wie met vragen zit rond zelfdoding, kan terecht bij de Zelfmoordlijn via het gratis nummer 1813 of op www.zelfmoord1813.be

‘Als het niet lukt, dan doe ik het zelf.’ Dat zijn de woorden van mijn zoon, drie dagen voor hij afgelopen zomer uit het leven stapte. Het ‘het’ verwijst naar zijn euthanasieverzoek, dat hij vanwege ondraaglijk psychisch lijden had ingediend.
‘Wat is er mis met zelfdoding?’, vroeg de zus van Tine Nys zich af.
Ik kan het u zeggen.

Het nieuws komt altijd onverwacht en veroorzaakt een schok, zo diep en ingrijpend dat je er eigenlijk nooit meer echt van bekomt. De grond onder je voeten wordt nooit meer zo vast als voorheen. Altijd blijf je op je qui-­-vive, al denk je dat groter onheil niet meer mogelijk is.

Je moet de geliefde persoon ook in alle eenzaamheid laten gaan. Ik was er niet om mijn zoon in dit cruciale moment bij te staan, waarin alle levenswetten ineens omgekeerd lijken: je gaf hem het leven, hij geeft het weer uit handen. Ik kon hem niet zeggen: ‘Je hoeft niet bang te zijn’ – al zou hij wellicht mij gerustgesteld hebben. Dood zijn was wat hij heel nadrukkelijk wilde.

Je moet ook leven met vreselijke beelden op je netvlies. Mijn zoon eindigde niet alleen met een psychische ziekte, maar ook met een verminkt lichaam.

Hij sprong van heel hoog.
Hij brak al zijn leden.
Het brak mijn hart.

De Standaard – 03.01.2020 – Brief van de dag

Ode aan Moeder Natuur

“Hier is deze immense, wilde, huilende moeder van ons,
de Natuur, overal om ons heen, met zo’n schoonheid,
en met zoveel liefde voor haar kinderen,
zoals het luipaard; en toch worden we zo vroeg weggetrokken
van haar borst naar de samenleving, naar die cultuur die uitsluitend
bestaat uit omgang tussen mensen onderling;”

— Henry David Thoreau, ‘Walking’ 1861

(Met dank aan David Joly)

https://www.vrt.be/vrtnu/a-z/microcosmos/1996/microcosmos-s1996/?fbclid=IwAR3gr7e3eFKYXn7yywg-qb9Ke3fOf3T2HlKzn6A3mP1ib8F27164wt3Xdpw

Harari in België

Als ik Harari goed begrijp is zelfkennis de belangrijkste kennis om je te beschermen tegen manipulatie en alles wat fake is in onze samenleving.

En alle macht ter wereld is er nog nooit in geslaagd om ons gelukkiger te maken. Wat moet er dan in de plaats komen, waardoor we dat wel worden?

Lotto Arena hangt aan de lippen van “intellectuele rockster” Yuval Noah Harari

Het Laatste Nieuws – 28.01.2020

BELGA Israëlische historicus en schrijver Yuval Noah Harari in de Lotto Arena.
In een uitverkochte Lotto Arena in Antwerpen – meer dan 5.000 verkochte tickets – heeft de razend populaire Israëlische historicus en schrijver Yuval Noah Harari maandagavond een lezing gegeven. Harari wordt gezien als een echte “intellectuele rockster”, met miljoenen verkochte boeken over zijn toekomstvisie op de mens, gebaseerd op onze voorgeschiedenis en de meest recente ontwikkelingen op het vlak van onder meer artificiële intelligentie en genetische manipulatie.

Alleen al aan de bekende koppen vooraan was te zien dat er iets speciaal te gebeuren stond. Ministers, partijvoorzitters, rectoren van universiteiten, schrijvers en kunstenaars: allen wilden ze van dichtbij ervaren wat van Harari een fenomeen maakt. N-VA-voorzitter en Antwerps burgemeester Bart De Wever liet voor de komst van Harari zelfs uitzonderlijk de gemeenteraadszitting een dag verschuiven, zodat hij zelf de verwelkoming kon verzorgen. “België is een van de weinige plaatsen waar het misschien niet zo erg zou zijn als artificiële intelligentie het zou overnemen”, grapte De Wever daarbij. “Dan zou er misschien zelfs eens een regering worden gevormd.”
Het publiek in de Lotto Arena kreeg eerst een uiteenzetting over hoe Harari de menselijke soort ziet evolueren door middel van bio-engineering, cybernetische organismen en volledig artificiële “niet-organismen”. Harari, die zichzelf expliciet geen (onheils)profeet wil noemen maar slechts de mogelijke komende evoluties wil schetsen opdat we zouden kunnen beslissen hoe we daarmee zullen omgaan, meent onder meer dat het aardse leven andere delen van het heelal zal kunnen koloniseren, maar dat het niet de mens zal zijn zoals die nu bestaat. In de meer nabije toekomst ziet hij grote uitdagingen om de mensen wiens jobs zullen verdwijnen door verdere technologische evoluties toch economisch waardevol te laten blijven. Artificiële intelligentie zal zelfs allicht beter menselijke emoties kunnen analyseren én bespelen dan de mens dat zelf kan, meent Harari, en dus zelfs beter worden in kunst of muziek.

De historicus in Harari bracht vervolgens naar voren hoe flexibele samenwerking op enorme schaal volgens hem de mens uniek maakt ten opzichte van andere dieren. “Verhalen” zijn dan weer de manier waarop we die samenwerkingen met mensen die we niet persoonlijk kennen tot stand brengen. Naties zijn zulke “verhalen”, maar ook religies, stelt Harari, en ze veranderen door de tijd. “Er zijn mensen die vandaag zeggen dat de islam iets inherent boosaardig in zich heeft, maar 500 jaar geleden was het christelijke Europa een plaats vol sektarisch geweld en onverdraagzaamheid en de islamitische wereld een bruisende multiculturele plek”, zegt hij. “Religies zijn hier op aarde gevormd door mensen en veranderen met de tijd.” Over nationalisme stelde Harari dan weer dat het als constructie een goede zaak kan zijn als de nadruk ligt op de verbondenheid met andere natiegenoten en niet op haat ten opzichte van buitenstaanders. “Maar om de 21ste eeuw te overleven, hebben we ‘globale’ verhalen nodig, want onze uitdagingen worden globaal”, aldus nog de historicus. “We zouden vandaag de klimaatcrisis kunnen aanpakken met 2 procent van het wereldwijde bbp, ongeveer wat de meeste landen uitgeven aan defensie. Als er een wereldoorlog zou komen, zouden landen zonder twijfel hun defensiebudgetten fors verhogen. Om een klimaatcrisis te bekampen die we onszelf hebben aangedaan, ligt dat blijkbaar moeilijker.”

Tijdens de afsluitende Q&A kreeg Harari nog de handen stevig op elkaar toen hij stelde dat mensen niet zomaar alles moeten zeggen wat in hen opkomt, en al zeker niet politici. Op angstgevoelens van mensen inspelen is makkelijk, stelt hij, medeleven creëren een pak uitdagender. “Ik heb geen nood aan ‘authentieke’ politici, wel aan verantwoordelijke politici”, aldus nog Harari, met wat beschaamde blikken op de eerste rijen tot gevolg.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De stille wildernis

Toevallig keek ik gisteren naar de documentaire “De stille wildernis”, een Belgische documentaire (2016) van Mathijs Vleugels over de verdwijningszaak van Tim, die in 2001 spoorloos verdween in de Hongaarse wildernis.

Tim werd in 1975 in het Zuid-Koreaanse Seoel geboren en als baby geadopteerd door een Belgisch gezin. Ondanks aanpassingsproblemen leek de jongen zich goed te ontwikkelen. Maar als 26-jarige psychologiestudent pakte Tim op een dag zijn rugzak en ging zonder paspoort op reis in de bossen van Hongarije. Hij verdween spoorloos en liet zijn ouders in wanhoop en onzekerheid achter.

Stille wildernis

In 2003 verandert het leven van Aimé en Yvonne voorgoed. Hun geadopteerde zoon Tim is spoorloos verdwenen in de Hongaarse wildernis. Zijn ouders stellen zich al jarenlang eindeloos veel vragen. Wat is er gebeurd? Waar is hij? De knagende onwetendheid creëert een leegte die zich blijft voeden door onzekerheid. Tijdens de finale poging van de politie om de zaak op te lossen, lijkt aan de onverdraagzame stilte in het leven van de ouders stilaan een einde te komen. Kan deze laatste poging van de politie nog licht werpen op deze donkere zaak?

Commentaar:

Regisseur Mathijs Vleugels weet een intiem beeld te schetsen van de vermiste jongen door filmmateriaal van Tims kinderjaren te gebruiken en creëert hierdoor een intiem en nostalgisch gevoel dat het zware onderwerp verlicht. Het verhaal wordt versterkt door zwart-wit animatiebeelden die Tims emotionele wereld voorstellen. Vleugels –die ook docu-reeksen voor Canvas heeft gemaakt -geeft een sterke visuele vertaling van de zware gevoelens die al jarenlang de levens van Aimé en Yvonne beheersen.

https://www.vrt.be/vrtnu/a-z/de-stille-wildernis/2016/de-stille-wildernis-s2016/


https://www.facebook.com/pg/silentwildernessfilm/community/?ref=page_internal

Ik heb deze ouders, en dan vooral Yvonne, gedurende een jaar (2002?) begeleid als vrijwilliger bij Slachtofferhulp.

Deze documentaire heeft mij natuurlijk aangegrepen, vooral omdat Tim nog altijd niet is teruggevonden en zijn verdwijning het leven van zijn ouders blijft beheersen.

Hopelijk komen er toch nog ooit antwoorden…

Alle lijden

Natuurlijk
kunnen we niet
alle lijden
begrijpen,
dat zou nogal
hoogmoedig zijn.

Dus zwijg
en luister.

Micheline Baetens – 27.01.2020

Roger Scruton (1944-2020)

Interview Alicja Gescinska over Roger Scruton (1944-2020)

Ze was het vaak oneens met de Britse conservatieve denker Roger Scruton, die zondag is overleden. Maar Alicja Gescinska noemt hem ook haar beste vriend.
‘Politici die zich op Scruton beroepen, hebben hem zelden goed gelezen’

De Standaard – Wouter Woussen – 14.01.2020

Wat is het belangrijkste dat u zich van ­Roger Scruton zult herinneren?

Alicja Gescinska: ‘We waren tien jaar intens bevriend. Hij was een goed mens, bezorgd om de wereld, de natuur, de dieren. Hij gaf om zijn medemensen, mensen hielden van hem. Zijn levensingesteldheid werd gekenmerkt door een grote zin voor verantwoordelijkheid. Ik deelde zijn bezorgdheden, al kon ik mij niet vinden in al zijn oplossingen. Politiek zaten we regelmatig op een andere lijn (Gescinska stond bij de jongste verkiezingen op een lijst van Open VLD, red.). Hij was voor de Brexit, ik was ertegen. We verschilden van mening over grote en kleine zaken. We zagen dat niet als een reden om het gesprek te staken, maar juist om een fles open te trekken en de dialoog aan te vatten. Ik was een van de enigen die zijn manuscripten mochten lezen voor ze gepubliceerd werden. Hij liet mij dat doen, precies omdat ik anders was.’

Zal hij de komende decennia invloedrijk blijven?

‘Zijn naam hoort thuis naast die van Edmund Burke en Michael Oakeshott. Niemand zou zich de komende vijftig jaar “conservatief” mogen noemen zonder zich door zijn werk heen te worstelen.’

Hoe groot is zijn politieke invloed?

‘Zijn politieke invloed is helemaal niet groot. Als de conservatieve politici zijn werk écht zouden lezen, zou de wereld er veel beter uitzien. Dan zouden conservatieven bijvoorbeeld de grootste pleit­bezorgers zijn voor de bescherming van de natuur. Het conserveren van de aarde was voor hem bij uitstek een conservatieve bezorgdheid. Je hoort ook nooit een linkse politicus zeggen: “Dat heeft hij goed verwoord.” Hij was een misbegrepen denker. De meeste van zijn critici struikelen al over het feit dat hij conservatief was, nog voor ze een woord van hem hebben gelezen. De politici die graag zijn naam laten vallen, zijn net zo vooringenomen in hun selectiviteit. Ze geven niet om zijn inzichten, maar zijn er alleen in geïnteresseerd hem voor hun kar te spannen. Zeldzaam zijn de politici die zich op Roger Scruton beroepen en hem ook echt goed gelezen hebben.’

Heeft Thierry Baudet hem goed gelezen?

‘Het is niet het moment om over de politieke nalatenschap van Roger te praten, of aan politieke recuperatie te doen. Sowieso was Roger de laatste jaren erg ontgoocheld in de discrepantie tussen het filosofische conservatisme en het conservatisme in de politiek. Hij had niet het gevoel dat zijn filosofie echte politieke vertegenwoordiging kreeg, niet in Engeland, niet elders. Voor de conservatieve regeringen van Theresa May en later ­Boris Johnson had hij een onbezoldigde adviseursfunctie. Als een soort Britse bouwmeester moest hij nadenken over mooie sociale woningen, tot hij van racisme werd beschuldigd na een interview in de New Statesman. Ze hebben hem toen snel ontslagen. Pas toen bleek dat hij verkeerd was geciteerd, kreeg hij zijn baan terug. Die aanpak zegt meer over de Britse Conservatieve Partij dan over hem. Hij werd gebruikt en in de kou gezet.’

In dat interview toonde hij onder meer ­begrip voor islamofobie. Was hij zelf islamofoob?

‘Hij uitte conceptuele bezwaren tegen de term “islamofobie”. Dat is niet hetzelfde als ontkennen dat haat, racisme en vooroordelen echt zijn. Het is de taak van een filosoof om na te denken over concepten en termen. Hij heeft meer voor individuele moslims gedaan dan veel van zijn critici. Het verwijt islamofoob te zijn, dankt hij aan het feit dat hij een boek schreef over problemen die nu iedereen onderkent, bijvoorbeeld dat sommige moslims hun religie en de ­religieuze wet boven de seculiere wet plaatsen.’

U zegt dat hij gebruikt werd. Tegelijk prijst u zijn intelligentie. Was hij dan ­naïef?

‘Hij was niet naïef. Hij wist dat zijn naam misbruikt wordt door politici die zich interessanter willen maken. Wie blindelings in het verhaal van die politici trapt, zou ik naïef noemen. Toen ik hem leerde kennen, zei hij: “Ik hoop dat je mij leert kennen door wie ik ben en niet door wat je over mij leest.” Hij was een milde ziel, te zachtaardig om in de clinch te gaan. En toch was hij moedig. Tijdens de Koude Oorlog hielp hij boeken en ­medicijnen naar Tsjechië en Polen te smokkelen. Hij hield clandestiene lezingen achter het IJzeren Gordijn, toen zijn linkse critici de communistische dictatuur nog vergoelijkten.’

Hij schreef onder meer een verdediging van de vossenjacht. Dat is een verhit ­debat in het Verenigd Koninkrijk. Schuilde er ook een provocateur in hem?

‘Dat boek was geen provocatie, maar een oprechte verdediging van een traditie waar hij erg van hield. Vossen die sterven bij de vossenjacht, hebben een beter leven dan de meeste dieren in onze voedselindustrie. Hij wilde mensen doen nadenken, ook over dingen waar ze het niet mee eens zijn. Hij kon dat heel goed. Hoe vaak we het ook oneens waren, we hebben nooit ruzie gehad.’

Welke van zijn boeken zou u aaanraden?

‘Dat hangt af van de interesse en kundigheid van de lezer. Zijn oeuvre is breed en diep. Het beschrijft een heel wereldbeeld. Hij heeft meer boeken geschreven dan de meeste mensen in hun leven ­lezen. Wie een greep wil krijgen op zijn conservatieve filosofie, zou ik Groene filosofie aanraden. Hij schreef niet alleen over de maatschappij en politiek, maar ook over de geschiedenis van de filosofie hoogstaande, toegankelijke boeken. En hij was ook romancier en schreef kort­verhalen, libretti, gedichten. Dus doe zijn laatste verhalenbundel er ook maar bij: Souls in the twilight. Maar esthetica was echt zijn levenswerk: de filosofie van schoonheid, vooral in muziek en architectuur. Dus ik zou ook The aesthetics of music aanraden. Dat zag hij als zijn belangrijkste bijdrage aan de filosofie. Of misschien toch het meer toegankelijke Schoonheid. Schoonheid was het epi­centrum van zijn leven en denken.’

Wat was zijn definitie van schoonheid?

‘Schoonheid valt, zoals alle waarde­volle dingen, niet in een definitie te gieten. Hij probeerde vooral de ervaring van schoonheid die wij als mensen hebben, te begrijpen. De esthetische ervaring is een zingevende, eerder dan een zintuiglijke ervaring. Ze maakt dat we ons thuis­voelen in de wereld, en biedt troost. Al weet ik niet welke schoonheid troost biedt bij het verlies van een vriend.’

Scruton had kanker en wist dat hij niet lang meer zou leven. Hoe stond hij daar­tegenover?

‘Hij was niet bang voor de dood, wel voor het lijden. Hij klaagde niet, want hij wist dat hij een mooi leven had gehad. Met de dood voor ogen, begreep hij waar het leven grotendeels om draait, en dat is dankbaarheid.’

BOEK

Schoonheid
Roger Scruton

Samenvatting

Van landschappen tot lichamen en van symfonieën tot de sterrenhemel, schoonheid heeft de mens altijd aangetrokken en in verwarring gebracht. Volgens Plato is schoonheid de stimulans voor het verlangen naar een hogere wereld. Schoonheid kan echter ook gevaarlijk zijn, zoals de schoonheid van Carmen, verontrustend zoals de schoonheid van Michelangelo’s David of zelfs immoreel wanneer Salomé in het gelijknamige muziekdrama van Richard Strauss de levenloze mond van Johannes de Doper kust.

Maar wat verstaan we precies onder ‘schoonheid’, en welke plaats zou ze in ons leven moeten innemen? In dit levendige en prikkelende boek betoogt Roger Scruton dat schoonheid in alle opzichten net zo belangrijk is als Plato dacht, en in geen geval mag worden afgedaan als slechts een subjectief gevoel. Integendeel, schoonheid is fundamenteel voor een goed leven en zonder een gemeenschappelijke waardering van schoonheid zal onze wereld ophouden een thuis te zijn voor de menselijke soort.

Beste wensen voor 2020

Eindejaarsdagen

De eindejaarsdagen
dat is bladgoud aan de bomen,
de geur van mandarijntjes
en bloeiende hyacinten,
verse wafels met koffie,
een druppel uit een goei fles,
en een nieuw kleed op tafel.

De eindejaarsdagen
is de ster die bleef stille staan,
de gezelligheid van een thuis
met een dak boven je hoofd,
en het afsluiten van de wintertuin.

De eindejaarsdagen
dat is een vrolijk feest
voor alle blije zielen,
die van goede wille zijn.

Micheline Baetens