Beste wensen

We denken
Dat de aarde van ons is.
Waarom behandelen we haar dan zo ruw?

We willen
Dat onze vrienden gelukkig zijn.
Waarom zijn we dan zo veeleisend voor elkaar?

We vinden
Dat een mooi leven een recht is.
Waarom verknoeien we het dan zo vaak?

Zorg goed voor de aarde, de mensheid, en jezelf.
Beste wensen.

Micheline Baetens – 16 december 2008

Een écht Caronneke

Weten jullie wat een écht Caronneke is? Een écht Caronneke is een babbelgat, een tetteres. En Caronnekes fluisteren niet in het oor! Hoe langer ze praten, hoe hoger de tonen. Wel, mijn moeder was een écht Caronneke. Haar liefste bezigheid was tussen de mensen zitten en haar woord kunnen doen.

Mijn moeder was immers een kind van de ‘Leegheid’, zoals men vroeger het centrum van Overijse noemde. Een centrum met naast elk huis een café, en de winkel om de hoek. Iedereen kende iedereen, en iedereen babbelde met iedereen. Moeder heeft dat altijd een beetje blijven missen; later als ze in de Veeweide woonde en ook nog in de Molenstraat in Hoeilaart.

Maar mijn moeder was niet allen een ‘babbeles’ maar ook een harde werker. Ze heeft zo hard geschrobd en geboend dat het leek of ze de wereld wou uitvegen. Alles wat ze deed moest perfect zijn.

Moeder kon niet zonder fouten schrijven, maar ze had wel het mooiste handschrift van de klas. Ze was zo fijn met naald en draad dat ze voor de grootste couturiers had kunnen werken. Moeder wist ook altijd te ontdekken wat mooi was en van waarde. Haar kasten vol fijne porselein en snuisterijen zijn daar getuigen van. En moeder maakte de beste balletjes in tomatensaus, de fijnste krabsla en de lekkerste crème-au-beurre!

Als je voelt dat je moeder je ontglipt, dan wordt je als dochter moeder van je eigen moeder. Je zult haar nagedachtenis willen beschermen, koesteren en vasthouden. Geen kracht die haar je ooit zal kunnen ontnemen. En zoals een écht Caronneke zal zij voor altijd het hoge woord blijven voeren!

(Voor mijn moeder Julia Caron, 20 mei 1925 – 11 juli 2008)

Het kabbelende beekje

Wat wil het zeggen,
Wat wil het ons uitleggen?
Wil het ons vertellen van zijn kracht
En avonturen langs de gracht?

Van verliefde paartjes die beminnen,
Of van harten die elkander winnen,
Van de ijdele bloemen,
Die zich om hun schoonheid roemen?

Speel lustig golfjes, speel…
Laat je blijheid zien in haar geheel.
Speel met de ruisende wind,
Speel blij als een zorgeloos kind.

Micheline Baetens – 1967

Als de zon ondergaat

Die bronzen glans op ’t troebele water,
Een natte siddering, een wervelwind wat later,
Die ’t kroos doet varen,
Zie ik nu al vele jaren.
Want terzelfder tijd, elke dag,
Gaat het schouwspel van slag.

En dan begint in mij een nieuw leven…
Iets trilt, iets gaat beven.
Het sombere verdwijnt…
Toch is er nog iets dat kwijnt,
Want de zon schijnt niet helder meer.
Doch ik berust en leg me bij mijn lot meer.

Micheline Baetens

Daar ruist een lied

Een zacht fezelen tussen loverkronen,
Een wiegelen van melodieuze tonen,
Vertellen van zoete geheimen,
Die met de zonnestralen rijmen.

Een kleurvolle vlinder genesteld in een bloem,
En bezige bijen met hun naarstig gezoem,
Voeren samen een druk gesprek,
Waartussen de lijster tiereliert met lustige bek.

De tedere zomerwind,
Voert over het gouden korentapijt het bewind.
Zacht deelt de koene prins zijn bevelen uit,
Langs daar moet het buigen, naar zuid.

Boven, in het hemelsblauw,
Glinstert de zon als diamanten morgendauw.
Haar stralende ogen lachen blij,
Want dat zoete zomerlied staat aan haar zij.

Micheline Baetens

Gij dorpsmens

Ruw van gezicht,
Zwaar van gewicht,
Maar licht naar hart en ziel,
Meedraaiend met het levenswiel.

Ruggen die buigen,
Harde ogen die getuigen,
Van het zwoegen hunner handen
En de vrucht van de landen.

Kindjes die groeien,
Bloemen die bloeien,
Waarvoor het hart opengaat,
Overtuigen hun bronzen gelaat.

Overtuigen hun hart van ’t schone,
Dat zachtheid in hen wone.
Want ook bij jou, harde boer,
Liggen tranen op de loer.

Stille tranen zult ook gij wenen,
Zoals eveneens je lach het zal menen,
Wanneer het geluk en goede,
Je voor het stoute behoede.

Micheline Baetens

Ik herinner mij…

Ik herinner mij nog een klein plantsoen,
En gerimpelde vrouwtjes die hun stoepen boen,
Oude karren, hobbelige keien,
Waar geluk en voorspoed gedijen.

Een zon die straalt over bos en bloemen;
Velden die zich op een rijke oogst roemen,
Gouden korenaren wiegen bij een lichte zomerwind,
En vogels jubelen door deze pracht verblind.

Blij en zonnig is hier het leven,
Geen slechten die er hun sluier weven.
Vrede in ’t hart, vrede over dit land,
Beschermd door gods hand.

Micheline Baetens

De lentestoet

De lentekoetsen rijdend rinkelend voorbij,
Getooide paardjes draven in een vrolijke rij
Langs de gele grachtzomen,
Waar weldra fleurige bloempjes komen.

Prinsessen wuiven met blanke hand,
Strooien zon en vreugde over ’t land.
Hun ogen stralen als brandend goud
En toveren groen in elk woud.

Hun wuivende haren krullen zich om hun hoofd
En uit hun kersrode mond wordt warmte beloofd.
Ze zingen blij en zorgeloos,
Over god die de lente koos.

Micheline Baetens

Na de dood komt het leven

Ik wil schrijven over visioenen,
Over naamloze kwellingen der tijd,
Over volkeren die zich verzoenen,
Na bange strijd.

Over de regen der ellende
Die neerkletst op onze planeet,
Druppelt in het hart der verwende,
Die zich barmhartig heet!

Ik wil schrijven over iemand die zal opstaan
En statig door de straten gaan,
Waar verdorde harten,
Zich baden in hun smarten.

Hij zal verkondigen van de dood,
Die zich over velen sloot,
Om zo te worden verheven
Tot het ware leven…

Micheline Baetens