Ik zal mijn grenzen trekken
en loslaten wat mij bindt,
want ik heb nog veel te doen.
Ik zal het zand dat schuurt
uit mijn lakens schudden
en met een nieuw wit blad
de dag beginnen.
Micheline Baetens – 18.01.2018
Gisteren hoorde ik zeggen: “Zolang mensen elkaar onderling niet vertrouwen, is iedereen alleen op deze wereld.”
Wel ja, dat zal dan wel zo zijn, en betrouwbaarheid is heel erg belangrijk bij intermenselijk contact, en ik heb inderdaad de indruk, dat het best heel moeilijk is om iemand ten volle te vertrouwen.
Maar wat is het alternatief? Dan maar alleen blijven? En waardoor komt het dat mensen elkaar steeds meer gaan wantrouwen? Zijn we te slim en te sluw geworden, waardoor we elkaar meer en beter kunnen manipuleren? Is de spontaniteit uit de samenleving verdwenen? Veel vragen en weinig antwoorden.
Ik vind wantrouwen heel erg moeilijk, en misschien zou ik mijzelf beter af en toe wat minder open stellen voor mensen die ik niet ken. Mijn zoon heeft mij al dikwijls “verweten”, dat ik denk dat iedereen is zoals ik, en dat ik daar beter niet van uitga. Waarschijnlijk heeft hij gelijk. Maar weerom is de vraag, wat is het alternatief?
Heel af en toe, en dat is de reden dat ik het zo moeilijk heb om wantrouwig te zijn, kom je toch wel iemand tegen die de moeite waard is om te vertrouwen, die niet met je gevoelens speelt, en die er niet op uit is om je te misbruiken. Iemand die je waardeert om wie je bent, en niet omdat je op dat moment in zijn of haar kraam past.
Ik blijf daarbij zoveel mogelijk met beide voeten op de grond, en als ik wantrouwig word, heb ik het vaak bij het rechte eind, en laat ik dat ook voelen.
Maar het is meteen ook zo dat ik mensen altijd een tweede kans geef, want fouten maakt iedereen, en elk mens heeft het recht om die te maken en te herstellen, net zo goed als ik het recht heb om mij te vergissen in mensen en gekwetst te worden, want daar word je toch alleen maar sterker van.

Vrouwen zijn geen Mona Lisa’s
Met een eeuwige glimlach op hun gelaat,
Waar mannen rust en heldenmoed
Schijnen uit te putten.
Maar vrouwen zijn
De felle kleuren en lijnen,
Die met een zelfzekere,
Ontembare kracht
Van Gogh’s landschappen
Beroeren en ontroeren,
Tot op het bot.
Micheline Baetens – 17.01.2018
Het is heus niet nodig om op te kijken naar kunstenaars, sportkampioenen, zangers, filmsterren, en nog wat ander glitter en glamour, zij hebben en doen wat ze willen, in tegenstelling tot anderen die niet hebben kunnen kiezen om te doen waarvoor zij in de wieg gelegd werden, en elke dag om den noodzakelijke brode moeten gaan werken, en elke dag de dagelijkse sleur moeten trotseren.
En toch zitten tussen die groep van mensen vaak de mooiste parels, het ruwe goud, de zuivere diamant, want zij zullen nooit hun ziel moeten verkopen om roem en geld te vergaren. En op een dag zal er wel uitkomen wat erin zit, al moeten zij daarvoor eerst honderd worden.
Ik heb ook dikwijls het gevoel gehad dat ik in het verkeerde leven zat, en een tante heeft mij eens gezegd dat ik nooit had mogen trouwen. Op het moment zelf heb ik haar eens vies bekeken, maar nu begrijp ik wat ze toen bedoelde. Sommige mensen moeten inderdaad afwijken van het pad, dat voor hen uitgestippeld werd, om volledig tot hun recht te komen.
Maar dat is allemaal zo simpel niet, en om het met Elsschot te zeggen “want tussen droom en daad staan wetten in de weg en praktische bezwaren”.
Zo is dat, het leven is wat het is, en daar zal je het moeten mee doen. Alhoewel…
Toen hij bespeurde hoe de nevel van de tijd
in d’ogen van zijn vrouw de vonken uit kwam doven,
haar wangen had verweerd, haar voorhoofd had doorkloven
toen wendde hij zich af en vrat zich op van spijt.
Hij vloekte en ging te keer en trok zich bij de baard
en mat haar met de blik, maar kon niet meer begeren,
hij zag de grootse zonde in duivelsplicht verkeren
en hoe zij tot hem opkeek als een stervend paard.
Maar sterven deed zij niet, al zoog zijn helse mond
het merg uit haar gebeente, dat haar toch bleef dragen.
Zij dorst niet spreken meer, niet vragen of niet klagen,
en rilde waar zij stond, maar leefde en bleef gezond.
Hij dacht: ik sla haar dood en steek het huis in brand.
Ik moet de schimmel van mijn stramme voeten wassen
en rennen door het vuur en door het water plassen
tot bij een ander lief in enig ander land.
Maar doodslaan deed hij niet, want tussen droom en daad
staan wetten in de weg en praktische bezwaren,
en ook weemoedigheid, die niemand kan verklaren,
en die des avonds komt, wanneer men slapen gaat.
Zo gingen jaren heen. De kindren werden groot
en zagen dat de man die zij hun vader heetten,
bewegingloos en zwijgend bij het vuur gezeten,
een godvergeten en vervaarlijke aanblik bood.
Willem Elsschot
Ik had van een vriend een filmtip gekregen, en heb dus nu naar de film gekeken. En “Paterson” is inderdaad een heerlijke film!
Dit schreef de krant De Morgen destijds over de film:
“Elke dag van zijn leven lijkt een herhaling van de vorige. Elke morgen wordt hij wakker naast een vrouw die te mooi is om naast een buschauffeur te liggen. Elke dag wandelt hij langs dezelfde weg naar zijn werk. En elke dag zit hij aan het stuur van bus 23 en legt hij hetzelfde parcours af in de stad in New Jersey waar hij naar genoemd is. Terwijl hij gaat werken richt zijn veel te mooie vrouw zijn huis weer op een andere manier in het zwart-wit in en als het donker is gaat hij wandelen met zijn Engelse buldog en drinkt hij enkele biertjes in zijn stamkroeg. Een café zonder tv, maar met een schaakbord en een wall of fame. En tussendoor schrijft hij gedichten. De humor zit hem in de toon, in de herhaling, in de zuinigheid.
Jim Jarmusch heeft al eerder aangetoond dat minder meer kan zijn. Zijn film is tegelijk een ode aan de poëzie van William Carlos Williams, een kinderarts uit Paterson die na de werkuren gedichten schreef, zoals Paterson.”
Ikzelf zou de film geen humoristische film durven noemen, maar eerder een tedere ode aan de poëzie, die vooral in alle gewone gedingen en in alle gewone mensen zit. In een lucifer bijvoorbeeld, of in pruimen, of in de regen… en in een buschauffeur, of een schoolmeisje…
Na de film ging ik dan natuurlijk ook op zoek naar de gedichten van William Carlos Williams, want ik was er van overtuigd dat zijn gedichten mij gingen beroeren, omdat ook voor mij gedichten over alledaagse dingen moeten gaan, en ook voor mij is het niet nodig om die dingen te sublimeren en te onttrekken aan de realiteit, om er de schoonheid van in te zien. Eenvoud kan nog altijd niet verbeterd worden, ook niet door de dichter.
Poëzie schrijf je met beide voeten op de grond en moet gaan over de wonderbaarlijke alledaagsheid, en die alledaagsheid liefst beschreven in de meest toegankelijke taal, zodat iedereen ze met andere ogen kan bekijken.
De handeling
Daar stonden de rozen, in de regen.
Snij ze toch niet af, vroeg ik.
Ze blijven niet, zei ze.
Maar ze zijn zo mooi
waar ze zijn.
Ach, mooi waren we allemaal eens,
zei ze
en sneed ze af en gaf ze me
in de hand.
The Act
There were the roses, in the rain.
Don’t cut them, I pleaded.
They won’t last, she said.
But they’re so beautiful
where they are.
Agh, we were all beautiful once, she
said,
and cut them and gave them to me
in my hand.
Als mensen tegen jou zeggen dat je te gevoelig bent, is dat misschien omdat zij te hard zijn. En als ze zeggen dat je zo hard niet mag zijn, is dat waarschijnlijk omdat je eerlijk bent, waar zij dat niet durven. En wanneer je uitgemaakt wordt voor egoïst, betekent dat misschien dat hun manipulatie niet gelukt is.
Probeer mensen ook nooit op andere gedachten te brengen, want dat moeten zij zelf doen, en waarschijnlijk zijn zij daartoe niet in staat, omdat zij niet de nodige mentale bagage hebben.
Mensen proberen overtuigen dat ze het bij het verkeerde eind hebben, of mensen proberen veranderen is onbegonnen werk, want mensen leren wat ze willen leren. Daarom is het ook onbegonnen werk om dergelijke mensen met hun problemen naar de psychiater te sturen, want hij zal in hun ogen altijd een slechte psychiater zijn, en daarom ook dat elke preventiecampagne gedoemd is om te mislukken, want het zijn alleen degene die al overtuigd zijn die er akkoord mee zullen gaan.
Het is niet de psychiater die je problemen zal oplossen, maar dat zal je zelf moeten doen. Een psychiater, als het een goeie is, zal je spiegel zijn, die je toelaat jezelf te observeren en jezelf te leren kennen. Het is dus ook nodig dat je heel eerlijk bent, want anders verlies je niet alleen zijn tijd, maar ook de jouwe.

Je psychiater zal je geen goede raad geven, hij zal je enkel wat bijsturen als je dreigt af te dwalen en weer in je oude gewoontes hervalt, want die zijn soms hardnekkiger dan je goede wil om te veranderen.
En iedereen kan veranderen, maar enkel als hij of zij het zelf wil – het is hard werken aan jezelf – en het is heel bewonderenswaardig als dat proces uiteindelijk lukt.
Nog een pluspunt is, dat als jij verandert, je omgeving automatisch zal mee veranderen, omdat dit nu eenmaal niet anders kan, of de relatie stopt. Jij zal immers niet anders meer kunnen zijn, dan wie je bent, of je komt terug in je oude problemen terecht.
Omdat je geleerd heb wat goed en slecht voor je is, zal je in de eerste plaats heel goed voor jezelf zorgen, en dat zou eigenlijk iedereen moet doen, want wie goed voor zichzelf zorgt, weet ook hoe hij goed voor een ander kan zorgen. Op jouw beurt zal jij een spiegel kunnen zijn voor die andere.
Ik heb op internet een oude liefde ontdekt:
http://www.binnendemuren.be/penvrienden/437-pennevrienden-of-vriendinnen-gezocht#addcomments
Ik heb in mijn jongere jaren gecorrespondeerd met gedetineerden, en dat kwam eigenlijk doordat ik persoonlijk geconfronteerd werd met de mogelijkheid dat ieder van ons een potentiële misdadiger is.
Op een dag had ik de krant genomen om mijn aardappelen op te schillen – ja, zo banaal kan toeval zijn – toen ik een foto zag van een jonge man waar ik als tienermeisje een tijdje mee opgetrokken was. We waren toen beiden zestien, en hadden beiden een eerste job, en beiden in een winkel in Overijse, hij bij Taymans en ik in de Over.
Eigenlijk heb ik maar drie serieuze liefdes gehad in mijn leven, al had ik dan wel de naam een jongenszot te zijn, omdat ik altijd tussen de jongen zat. Maar dat kwam omdat die ook zoveel meer mochten, En ja, ik viel nu eenmaal op jongens!
Maar nu terug naar de krant en de schillen. Ik kon niet geloven wat ik zag en las. Deze zachte, lieve jongen, die voor zijn gehandicapte ouders zorgde en gedroomd had van een ander leven dan alleen maar in een winkel te werken, zou zijn vrouw hebben vermoord?!
Ik kon dit niet geloven, maar een tijdje later kreeg ik twee rechercheurs over de vloer, die kwamen polsen naar het verleden, het karakter, en gedragingen , “of hij ooit gewelddadig was geweest”, van mijn toenmalig lief, en kon ik niet anders dan geloven dat het waar was, wat destijds in de krant stond.
Ik dacht toen onmiddellijk aan zijn ouders, die ik ook goed gekend had, en waar ik altijd welkom was geweest, en ik dacht vooral aan zijn moeder. Ik heb haar toen opgebeld en ze zijn ook thuis geweest, en ze hebben mijn ook meegenomen naar de gevangenis, bij hun zoon, die in de Begijnenstraat in Antwerpen in voorarrest zat.
Een middeleeuws gebouw die gevangenis. Zijn handen voelden ijskoud aan. We hebben niets gezegd tegen elkaar, alleen maar zo een tijdje gezeten met de handen en ogen in elkaar. Hij was nog altijd dezelfde.
Hij heeft levenslang gekregen, en dankzij het feit dat hij goed voor zijn ouders gezorgd had, niet de doodstraf. Ik ben hem blijven bezoeken in Leuven Centraal en we zijn blijven corresponderen tot hij vrijkwam.
En meer wil ik hierover niet kwijt, de rest is alleen voor mezelf. Ik hoop dat het hem goed gaat.