De overgang van ‘verliefd zijn’ naar ‘houden van’

De overgang van ‘verliefd zijn’ naar ‘houden van’
Het Nieuwsblad – 22/01/2011

‘Ik ben twee jaar samen met met mijn vriend, maar sinds kort heb ik een ander gevoel bij hem’.

Relatiedeskundige Rika Ponnet geeft antwoord op je vragen.

“Ik ben 2 jaar samen met mijn vriend. We hebben al veel ups en downs gehad maar zijn hier altijd sterker uitgekomen. Sinds kort heb ik een ander gevoel, ik mis hem minder dan vroeger. Is dit de overgang van ‘verliefd zijn’ naar ‘houden van’ of is de liefde aan het afnemen? Er is niets mis in onze relatie, alles gaat goed. Er zijn kleinigheden die me storen maar die zijn verwaarloosbaar. Hoe achterhaal ik de oorzaak, voor ik foute beslissingen neem?”

Zoals je zelf al een beetje aangeeft, doorloopt elke relatie een aantal fases. Zo wijst onderzoek uit dat in het merendeel van de relaties de periode van verliefdheid tussen de 6 maanden en 2 jaar duurt. Jouw tijdsindicatie lijkt daar mooi op aan te sluiten. Na die periode zijn de gevoelens van verliefdheid veel minder intens. Mensen zoeken dan minder de nabijheid. Het verlangen om altijd samen te zijn, het verlangen ook naar de totale eenheid wordt minder sterk.

Verliefdheid heeft een functie: het aanleveren van een roze bril die ervoor zorgt dat we de mindere kanten van de ander niet zien. Door dat rozige beeld van de ander en van de relatie zelf gaan we er volop voor en zijn we in staat zonder al te veel reserve een band uit te bouwen. Zodra die band stevig genoeg is, heeft de verliefdheid een verminderd nut. Bovendien kost het ons bijzonder veel energie, zijn we te veel met elkaar en te weinig met al de rest bezig. Er komt een nieuw evenwicht, wat ook meer afstand met zich meebrengt. De nood om elkaar constant te bevestigen wordt kleiner, de zekerheid dat het wel snor zit, groter. Daardoor hernemen we ons leven, binnen de nieuwe realiteit van de relatie. Ook het gemis van de ander (voorheen altijd als hij er niet was), het constant verlangen naar, wordt minder, zoals je aangeeft. Je vriend beheerst nu minder je hele doen en laten.

Niet iedereen vindt die overgangsfase fijn. Het brengt vaak onzekerheid met zich mee, de eerste verschillen steken de kop op, de eerste grote ruzies vinden plaats, er is al eens onbegrip. Eigenlijk zijn dat heel normale dingen en als dit de verklaring is voor je twijfels nu, dan is er niets aan de hand en brengt tijd zeker raad. Heb je het gevoel dat het dieper zit, dan ligt de oorzaak misschien in je hechtingsstijl. Mensen met een vermijdende hechtingsstijl hebben de neiging om na de fase van verliefdheid hun relatie een stille dood te laten sterven. Ze focussen dan vooral op de verschillen, mensen zoeken afstand, leggen meer en meer de nadruk op persoonlijke vrijheid binnen de relatie. Ze saboteren met andere woorden de natuurlijke evolutie naar echte nabijheid en ‘houden van’ omdat ze dat vrezen.

Had je in vorige relaties vaak het gevoel dat het zo ging, dan is de kans groot dat het ook nu zo afloopt. Je hechtingsstijl zomaar veranderen lukt zeker niet. Een goed inzicht kan je al een eind op weg helpen, maar soms is ook therapie noodzakelijk.
Ten slotte is het ook zinvol om te kijken naar je relatie zoals ze nu is. Delen jullie voldoende? Is er betrokkenheid? Een gemeenschappelijk doel? Kunnen jullie goed praten? Is er respect? Is er liefde? Kan je op de meeste van die vragen ja antwoorden, dan heeft jullie relatie zeker een andere basis dan verliefdheid alleen en kan ze slagen. Is dat niet het geval, dan is de kans groot dat het begon met seksuele aantrekking en dat het nu stopt omdat die chemie over is.

Rika Ponnet is seksuologe en runt samen met haar partner het relatiebureau Duet. Door haar ruime expertise en nuchtere kijk is ze een veelgevraagde relatiedeskundige. Ze schrijft geregeld voor kranten en tijdschriften. www.duetrelatiebemiddeling.be

Houden van

We kunnen mensen niet redden door ze graag te zien, maar we moeten toch blijven proberen. Niemand wil trouwens gered worden, maar iedereen wil wel graag gezien worden.
Liefde kan enkel dingen mogelijk maken als alle betrokkenen er voor open staan. Zo niet wordt het een problematische relatie.
Ik heb vandaag drie artikels over de liefde in de rubriek Zelfzorg gezet, omdat ik vind dat we dringend wat meer openheid moeten nastreven wat de liefde betreft. Er is op dat gebied nog veel werk aan de winkel, want mensen gaan er nog altijd vanuit dat ze elkaars bezit zijn voor eeuwig en altijd, en koppels zitten zo strak in het pak, dat ze zelfs het onmogelijke zouden doen – tot elkaar ongelukkig maken toe – om dat plaatje perfect te doen kloppen.
Nochtans het lijkt niet te werken op die manier. Het zal dus buigen of barsten worden, en de werkelijkheid durven onder ogen zien.
Alles in je leven verandert constant, de situatie van vandaag, is zelden de situatie van morgen, waardoor ook jij dus verandert.
Laten we ons daarom wat meer openstellen voor wat de liefde aan mogelijkheden te bieden heeft, in plaats van krampachtig aan bepaalde, al dan niet, aangeleerde patronen vast te houden. We zijn tenslotte volwassen mensen, en geen kinderen meer die nog in sprookjes geloven.
God die is dood, en de hemel heeft nooit bestaan, dus wie gelukkig wil zijn en op een zinvolle manier liefhebben, kan maar beter wat creatiever nadenken over wat “houden van” nu eigenlijk betekent. Op die manier ontsnappen we dan meteen ook aan de hel, die een ongezonde relatie kan veroorzaken. De liefde begrijpen is uiteindelijk onszelf begrijpen, en voor ieder van ons kan dat wat anders zijn.
Onze kinderen zullen er ons dankbaar voor zijn, en beter dan wijzelf beseffen dat ook in de liefde alles mogelijk blijkt en niets vanzelfsprekend is.

 

In de liefde is alles mogelijk

Asia en Jimmy: een mentor (m/v) in de liefde is niét per se goor

Johan Sanctorum·Donderdag 23 augustus 2018

De 42-jarige Italiaanse actrice Asia Argento, één van de aanstichters van de #MeToo-beweging, wordt door ene Jimmy Bennet nu zelf beschuldigd van seksueel misbruik. Ze zou hem als 17-jarige in een hotel tot seks gedwongen hebben en later een grote som zwijggeld betaald. Jimmy komt er nu toch mee naar buiten en brengt de tot hiertoe rabiaat feministische toonaard van heel het #MeToo-verhaal in verlegenheid. Bestaat dat, zoiets als een vrouwelijke verkrachter?

Effectief, een oudere vrouw die een jongeman tot de daad dwingt,- dat brengt ons onvermijdelijk bij de technische vraag: kan een vrouw een man dwingen te penetreren, gezien de erectie aangeeft dat hij er zin in heeft? Mijn eigen lijf kennende denk ik: neen. Natuurlijk kan er sprake zijn van manipulatie, verleiding, intimidatie zelfs, maar de penis regeert en verkrachting is een mannelijk fenomeen, verbonden aan een patriarchale samenleving, kijk maar wat men zich in Indië vandaag nog permitteert.

Wiskundeles

Deze asymmetrie maakt dat wij effectief anders kijken naar een seksuele relatie tussen een oudere vrouw en een minderjarige jongen, en deze tussen een volwassen man en een tienermeisje. Hoewel dat juridisch geen verschil uitmaakt. Het punt is namelijk dat een vrouw door haar kennis en ervaring een jongeman seksueel kan inwijden op een manier die hij nooit zou kunnen met een leeftijdgenote. Zielig is het, dat geklungel van twee debuterende tieners. Met name vooral het voorspel vereist nogal wat inzicht in het vrouwelijk lichaam, hoe haar lust bezorgen, waardoor dus eigenlijk ook feministen niet tegen deze inwijding kunnen zijn.

Zelf kreeg ik als zeventienjarige mijn seksuele initiatie van een wiskundelerares na een uitgelopen bijles. Midden de dertig was ze, strikt genomen beging ze een misdrijf. Edoch, alle latere vrouwen waarmee ik iets gehad heb moeten haar dankbaar zijn: niet alleen openbaarden de geheimen van de mathematica zich vanaf dan moeiteloos, Alice (schuilnaam) leerde me ook de kneepjes van de liefdeskunst, het belang van altruïsme tussen de lakens, en het motto dat het niet na vijf minuten moet afgelopen zijn. Misbruik zei u?

Pedagogie dus, en zijn onvermijdelijke grijze zone van macht, vertrouwen, intimiteit, afstand. Er zijn notoire voorbeelden van erotische relaties tussen leraar en leerling(e), we denken bijvoorbeeld aan onze eigen Guido Gezelle die in het gedicht “Dien Avond en die Rooze” zijn liefde bezingt tot zijn leerling Eugène,- een liefde die toch wederkerig bleek. Straffe kost voor het katholieke Vlaanderen van de 19de eeuw, maar Eugène zou het overleven en werd zelf een befaamd letterkundige.

Dé filosoof van de intieme pedagogie is uiteraard J.J. Rousseau en zijn door de censuur verboden briefroman “Julie, ou la nouvelle Héloïse” (1761). Het werd een geweldige bestseller, net door de subversieve grondtoon dat de mens zijn/haar eigen autonomie boven alle wetten en moraal mag handhaven. Het eigen onvervreemdbare lichaam dus, waarbij Rousseau zijn status van man én mentor projecteert in de hoofdfiguur, geïnspireerd op de middeleeuwse theoloog Pierre Abélard die met de piepjonge non Héloïse een relatie had. Ja, ze was echt verliefd op hem, werd zwanger, wat hem de castratie als straf opleverde, dat waren nog eens tijden.
Post-Dutroux-taboe

Blijven natuurlijk de machtsverhoudingen, het gepotel, en erger. De degoutante verhalen van groepsverkrachtingen in Indië, moslims met kindbruidjes, de pedofilieschandalen in de Rooms-Katholieke Kerk, en dus ook de MeToo-hysterie, hebben onze perceptie in de richting van een nieuw kuisheidsideaal gedreven dat ik echt ongezond vind. Er kan wel degelijk tederheid zijn tussen een mentor (m/v) en een pupil zonder dat er sprake is van misbruik. Het post-Dutroux-taboe en de heksenjacht op al wie nog maar eens lacht naar een kind, hebben de pedagogie opnieuw tot een kil, mechanisch gebeuren gemaakt waar vooral de bureaucratie en de betutteling triomferen.

Terug naar Asia Argento en haar Jimmy. Niemand weet wat er juist misgelopen is, maar de latere Star-trek-acteur Jimmy Bennet lijkt me niet echt gehavend uit het avontuur gekomen, ook al beweert hij ‘getraumatiseerd’ door het leven te gaan, vermoedelijk om nog eens een fikse schadeclaim te regelen. Heel concreet: als hij als 17-jarige Asia gepenetreerd heeft, zal het niet met de zweep geweest zijn, maar via enig rafinnement van haar kant. Het zijn juist de vrouwen die moeten aangeven dat seksuele initiatie in een jong/oud-perspectief méér geluk en harmonie kan opleveren en minder geweld. De mannen zouden kunnen volgen, geholpen door enige Rousseau-lectuur en wat minder pornogeleide clichés.

Het is dus een kwestie van cultuur en bevrijding. Niet volgens het ’68-motto van “iedereen doet het met iedereen” en de universele prostitutie, maar juist gebaseerd op uniciteit en zelfbeschikking. Van Scientia sexualis naar Ars amatoria, de ouderen moeten de jongeren niet alleen leren tellen maar ook leren beminnen, het zal veel latere psychotherapie schelen.

Het thuisfront doet lacherig over vakantieliefdes. Dat maakt de leegte zo bitter
23-08-18, 06.00u – Hugo Camps – De Morgen

Hoe jonger, hoe meer verdriet. Er kronkelt zich dezer dagen een lijdensverhaal door dorpen en steden. Het wordt weggezet als klein verdriet, maar dat is het niet. Het is in ieder geval massaal verdriet: duizenden jongeren treuren een vakantieliefde na. Lopen nu rond met de ziel onder de arm.

Vakantieliefde is altijd heftig. De plaats delict is exotisch en romantisch. Jongens en meisjes maken op Ibiza kennis met verabsoluteerd geluk. De liefde op haar mooist in een sfeer van ongekende vrijheid, op witte stranden en onder palmbomen. In de nachtelijke disco’s worden dingen gezegd die ze nooit eerder hadden gehoord. Waar de roes hapert, helpen een drankje en een jointje. Ineens is daar het gevoel dat al hun infrawezens een bestemming hadden gevonden.

Festivalgangers kennen hetzelfde gevoel van ontmaagding op Werchter of Dour. Ook zij voelen zich opgetild tot een dampring van vrijheid en experiment. Zoenen op de rock van Daan zijn zoenen voor het leven. De innigheid van een gezamenlijk biertje op de weide creëert een nieuw soort samenleving.

Terug thuis soezen ze verder over de koperen huid van hun Don Juan, over zijn zachte kussen op witte kussens, over zijn attente gebaren. Voor mannen is het leed even zwaar. De diva aan hun arm blijft branden. In het dorp maakten ze dat niet mee. De foto in hun portefeuille is gekoppelde identiteit.

Vakantieliefdes sterven niet.

Angst

Natuurlijk was het afscheid verdrietig en gekleurd door angst. Zouden ze elkaar nog ooit terugzien? Er werden grote voornemens en beloften gewisseld. In het afscheid werd de liefde nog groter. Nog één keer huilend en verscheurd in elkaars armen. Vrijgemaakt voor een leven van eindeloos verlangen.

Het thuisfront doet lacherig over vakantieliefdes. Dat maakt de leegte zo bitter. Een droom wordt stukgeslagen met grappen en pikante sneren. Niet eerder hadden geliefden zich zo erkend gevoeld als in die dagen en nachten op het strand van Ibiza. Daar leek hun leven voltooid. Ze lieten zich meesleuren in een kladderadatsch van romantiek. Op een avond zinspeelde hij op de schoonheid van hun kindjes in de mix van bruin en wit. Dat soort volautomatische dromen was in Erps-Kwerps nog niet aan de orde gekomen. Eindelijk iemand met wie ze in de branding van het leven konden staan.

Hoezo, vakantieliefje?

Het zijn deze achteraf verloren liefdes die het langst meegaan. Vakantieliefdes hebben een lange adem. De vermeende vrijheid van denken, spreken en voelen was een te grote sensatie om zomaar te kunnen vergeten. De liefdevolle woordjes sloegen erin als een gebed. Daaroverheen de wilde nachten tot de uitputting nabij was. Dat wordt niet uitgewist door het voortschrijden van de jaren.

Het gemis

Seks was er natuurlijk ook. Eerst zoals in de jaren 60, kantelend van bed naar bed. Tot de freule in de armen van die ene Don Juan lag die haar buik tot vlindertuin had omgetoverd. Tijdnood verhevigde alles: het spreken, het strelen, het neuken, en ook de post-coïtum-nostalgie.

Nu is er de napijn, het gemis. Weinigen durven het toe te geven, maar de vakantieliefde is een blijvertje in het gevoelsleven. Jaren later wordt het niet meer gekoesterd als een erfstuk, maar uit het onderbewustzijn is het niet verdwenen. In de herinnering verlangen ze nog steeds naar elkaar, maar een ander leven is er overheen gegaan. Zij die de vakantieliefde afdoen als een puberale prul hebben geen zelfkennis. Of het ontbreekt hun aan moed om dat grote (verdrongen) geluk te benoemen. De dagen op Ibiza waren zoveel meer dan de roes van zon en zee en goedkope cocktails. Ze waren de ontsluiting voor liefde en seks.

‘Mijn man en mijn minnaar kunnen het prima met elkaar vinden’

De Standaard – 23.08.2018 – Eva Berghmans 
‘Ik kan niet parttime liefhebben’, zegt Josephine. Toen er een tweede liefde van grote betekenis in haar liefde kwam, stelden zij, haar man en hun twee kinderen hun huis voor hem open.

Nee, Edouard was niet verrast toen zijn vrouw hem vertelde dat ze verliefd was op een andere man. Hij kende hem ook – zij het alleen virtueel. Josephine en Edouard zijn onlinegamers, en Chris zat in hun clan. Van bond­genoten online groeiden ze uit tot vrienden. ‘Hoewel we alleen elkaars avatar kenden, voelde ik aan alles dat ik Chris een heel leuke man vond’, vertelt Josephine. ‘We wisten amper iets over elkaars ­leven, al wist hij wel dat ik met een andere gamer getrouwd was. We speelden samen, chatten veel, en gingen ook alsmaar meer met ­elkaar flirten.’

Toen Josephine en Edouard van Afrika naar Europa verhuisden, leek het hen een goed idee om enkele Britse clanleden te ontmoeten. ‘Mijn man en ik zouden samen naar Londen gaan, maar uiteindelijk kon hij niet mee door zijn werk. Ga maar zonder mij, zei hij. Hij wist dat ik een crush had op die man, maar dat maakte hem niet ongerust. Wij hadden al eerder in onze relatie te maken gehad met verliefdheden op anderen, en we waren daar altijd volwassen mee omgegaan. Een van mijn eerdere crushes is bijvoorbeeld een goede vriend geworden. Mijn man en ik kennen elkaar al vanop school en hebben altijd goed geweten wat we aan ­elkaar hebben. Jaloezie is nooit een onderdeel van onze relatie geweest.’

‘Met Chris was het anders dan met mijn eerdere verliefdheden. Na die eerste keer dat ik hem in het echt zag, werden mijn gevoelens sterker. Ik ging opnieuw naar Londen, dit keer om hem te zien zonder de andere gamers. Hij voelde heel erg aan als iemand die ik in mijn leven wou. Toen ben ik beginnen te lezen over relaties, vooral om uit te vinden of dat ­effectief kan, dat je meerdere mensen tegelijk graag ziet. Toen ik een boek over polyamorie las, herkende ik mezelf er volledig in. Het was alsof mijn relatie met mijn man al polyamoureus was voor ik het woord kende – er is bijvoorbeeld ook altijd veel ruimte geweest voor heel intense vriendschappen naast ons huwelijk. Wij hebben ons toen samen afgevraagd of het kon, dat ik iets met onze gamevriend begon. Er was genoeg vertrouwen om het erop te wagen.’

Verslaafd

Voor Chris was het een opluchting toen Josephine open kaart met hem speelde, zei dat ze haar man niet zou verlaten of bedriegen, maar ook geen weerstand meer wou bieden aan de aantrekking die er tussen haar en Chris hing. ‘Ik heb in het begin mijn best gedaan om mijn gevoelens ­tegen te houden, omdat ik wist dat ze getrouwd was. Maar ik kon het niet helpen. Haar persoonlijkheid, haar humor, haar mede­leven: ik was al snel verslaafd aan haar.’

Ze begonnen een afstands­relatie. ‘Chris kwam geregeld bij ons thuis logeren in het eerste jaar’, zegt Josephine. ‘Zonder dat ik bij hem sliep, we wilden het gezin niet bruuskeren. Mijn kinderen, toen veertien en acht, hebben het ook altijd geweten wanneer ik een weekend naar Engeland ging om Chris te zien. Dat hij mijn vriendje was, had ik er niet meteen bij ­gezegd, maar mijn zoon, toen een jonge tiener, vroeg me wel hoe dat precies zat. Chris en ik wisten dat een relatie die zou bestaan uit elkaar af en toe een weekend opzoeken, niet zou volstaan. Als ik van iemand houd, doe ik het volledig. Ik kan niet parttime graag zien. Chris vertrouwde erop dat we een oplossing zouden vinden, als we niets overhaastten. Makkelijk was dat niet altijd, omdat ik alles in balans moest houden. Als je verliefd bent, wil je zo veel mogelijk tijd samen. En als je daarnaast nog een man en kinderen hebt, moet je geregeld terug op aarde komen. Je moet kunnen zeggen: ik ben heel blij op mijn wolk, maar als ik hier bij jullie ben, ben ik nog altijd wie ik was, en ik ben hier ook graag.’

Na een jaar pendelen tussen de UK en België nodigden Josephine en Edouard Chris uit om bij hen te komen wonen. Het was niet ­meteen ‘het meest natuurlijke ding om te laten gebeuren’, geeft Josephine toe. Er moest veel gebabbeld worden, waarbij het in wezen telkens om hetzelfde ging: ‘geruststelling, bevestiging, elkaar laten weten dat je elkaar graag ziet’. Dat gold voor de volwassenen, en al helemaal voor de kinderen. ‘Het helpt om je ­kinderen dingen uit te leggen in termen die ze begrijpen. Zo heb ik ook het concept polyamorie uitgelegd, door het te vergelijken met kinderen. Een ouder die een tweede kind krijgt, blijft het eerste kind ook graag zien. Wat de kinderen vooral bezighield, was of er iets aan hun leven zou veranderen. Wij hebben hen keer op keer gezegd dat er niets zou veranderen. Dat het gezin intact zou ­blijven en dat we elkaar nog graag zagen. Dat het enige verschil zou zijn dat er een derde volwassene in huis was. Wat voor de kinderen helemaal niet zo ongebruikelijk was, want we hebben in het verleden al vaak mensen gehad die een tijdje bij ons woonden. We hebben onze kinderen ook niet gevraagd om onze regeling geheim te houden. Die last mag je niet op hun schouders leggen, we zagen de buren ook wel kijken. Wel ­hebben we hen altijd gezegd dat ze mensen met moeilijke vragen mochten doorverwijzen naar mij.’

Goed met zijn handen

Vier jaar later is het leven in huis volledig in de plooi gevallen. Josephine slaapt de helft van de week bij haar man, en drie dagen per week bij haar vriend. Dat zijn vrouw een tweede liefde vond, voelde Edouard niet aan als een bedreiging. ‘Chris en ik zijn heel verschillend’, legt Edouard uit. ‘Dus wat mijn vrouw in hem ziet, is iets heel anders dan wat ze in mij ziet. We schieten best goed op. Hij is goed met zijn handen, en dat ben ik niet. Hij is zacht, mild, stil. We hebben nooit een clash van persoonlijkheden of een machtsstrijd gehad. Het heeft alleen even geduurd voor we allemaal onze rol vonden. Eens je die gevonden hebt, zie je er ook wel de voor­delen van.’

‘Het heeft geholpen dat ze andere karakters hebben, en geen van de twee alfamannetjes zijn’, zegt Josephine. ‘Nu zit de rolverdeling zo goed dat ze zelfs wat druk van de schouders van mijn man neemt. Hij is heel beschermend voor zijn gezin, maar hij heeft ook een heel druk professioneel leven. Het komt hem niet slecht uit dat er een tweede man in huis is bij wie de kinderen terechtkunnen. Bovendien is Chris goed in de dagelijkse zorg om ­ieders welzijn. Mijn man is meer de general manager van het gezin, hij heeft graag de controle. Er is een gentlemen’s agreement onder hen, ze zijn niet elkaars beste vriend, maar ze appreciëren ­elkaar. En ze runnen samen het huishouden als ik op reis ben.’

‘O, dat is cool’

Ten gronde is er in het huis van Josephine en Edouard weinig veranderd voor het kerngezin. ‘De komst van Chris heeft aan de dynamiek in ons gezin niets veranderd’, zegt John, de zoon. ‘Voor mij voelt hij als een vriend, of een oom, die bij ons woont. Er hebben vaak vrienden of familieleden voor langere tijd bij ons in huis gewoond, het voelt niet anders dan toen. Wat zowel mijn ouders als Chris me geleerd hebben over relaties, is dat het vooral belangrijk is om goed te communiceren, en dat een verliefdheid zeker niet je hele leven moet veranderen. Dat viel me op in veel discussies die ik met vrienden had over relaties:dat er zo veel drama over gemaakt wordt, met koppels die uit elkaar gaan en dan weer samenkomen en zo meer. Toen heb ik een keer laten vallen dat mijn moeder polyamoureus is, en mijn vrienden reageerden ­zoals ik toen mijn ouders het idee van polyamorie uitlegden: o, dat is cool!’

Als er al een leven ingrijpend veranderd is door de beslissing van Josephine en Edouard om hun woning open te stellen, dan wel het leven van de geliefde die bij hen introk. ‘Het was niet evident om bij hen in te trekken, ­alleen al omdat het zo’n grote beslissing was’, zegt Chris, die zijn leven in Engeland achterliet, inclusief een zieke vader en twee volwassen kinderen uit een eerder huwelijk. ‘Maar het is de beste beslissing van mijn leven gebleken. Ik was bang om afgewezen te worden, maar van bij het begin hebben Josephines man en kinderen hun best gedaan om me welkom te laten voelen. Ik hou van de plek die ik in het gezin gevonden hebben, van het leven dat we samen leiden. Ik wist al snel dat ik een voltijdse liefdesrelatie met Josephine wou. Ik wou haar de hele tijd zien en horen. Ik heb tot nog toe geen enkel nadeel onder­vonden. Dit is mijn leven en mijn toekomst.’

* De namen in dit stuk zijn schuilnamen.

Heb mij lief gelijk ik ben

Heb mij lief gelijk ik ben

Ik zou tot al mijn vrienden willen gaan
-Ook wel tot hen, die niet mijn vrienden zijn-
En vragen: Heb mij lief, gelijk ik ben
En stel aan mij geen eischen. Zie, ik kan
Niet onderhoudend praten, niet gevat
Of geestig zijn, en niet vertrouwelijk
Vertellen van mij zelf of van mijn ziel…
Wat zouden we ons vermoeien voor elkaar?

Laat mij maar zwijgend naast u zitten, stil
Verdiept in eigen werk, eigen gedachten.
Of- als gij praten wilt -spreek gij tot mij.
Ik zal wel luistren, als gij vriendelijk
Met lichten kout mij onderhouden wilt,
Wel lachen om de grappen, die ge zegt,
Wel ernstig kijken, als ge hoog, of diep,
Of ijdel praat van al te diepe dingen…

Maar, als ik dan zoo zwijgend zit, en luister
Naar uw gesprek- of naar het klokgetik-
Of ‘k laat de stilte ruischen om ons heen,
-Die ruischt zoo prettig, als de menschen zwijgen-
Als ‘k mij dan blij in uw nabijheid voel,
Dan zou ik willen vragen, en de stilte
-Of ons gesprek -verbreken met mijn vraag:
“Zeg, zijt ge ook blij, dat ik naast u zit?”
Spraakt gij dan “Ja,” dan zei ik zacht: “Ik ook”…

En dat was alles, wat ik weten wou
En al, wat gij van mij behoeft te weten.

Jacqueline van der Waals
In: Nieuwe Verzen, 1909
Nijkerk: Callenbach

De twee laatste zinnen beamen het: als dat eens voldoende kon zijn, en het enige wat mensen van elkaar verlangen, gewoon naast elkaar zitten en blij zijn met elkaar.

Zelfkennis

Deze man doet mij nadenken, spreekt een taal die ik versta, en onderstaand krantenartikel bewijst dat hij ook weet waarover hij praat.
Zijn we onze verworven onafhankelijkheid van denken en voelen weer af aan het geven, dit keer niet aan een god, maar aan o.a. zoekmachines als Google en Amazon? Verliezen we onze intuïtie over wat goed voor ons is, aan de technologie, of gebruiken we die enkel voor wat nuttig is, er over wakend dat we er niet afhankelijk van worden?
Zelfkennis is en blijft de beste kennis!

Toeristen in Zuid-Frankrijk zijn ‘luide gezang’ van krekels beu

DE STANDAARD – 22.08.2018

Houdt u van het geluid van een krekel in de ochtend, als wekker op uw Franse vakantieoord? Prijs u gelukkig, want er zijn andere mensen.

In de gemeente Le Beausset, een dorp in het zuidoosten van Frankrijk, klagen toeristen over het kabaal dat ‘les cigales’, of de krekels, er ’s morgens maken.

Ze maakten hun grieven over aan de burgemeester, met de vraag om in te grijpen. Burgemeester Georges Ferrero vond de klachten zo absurd dat hij met zijn verhaal naar de lokale pers stapte.

Volgens hem beweerden de toeristen in Le Beausset dat ze elkaar niet meer konden horen door de te luide krekels. Het ‘zingen van de cigales’, zoals de inwoners het noemen, zou deze zomer luider dan anders zijn.

Naar eigen zeggen kreeg de burgemeester zelfs de vraag om insecticiden ter beschikking te stellen. Maar zijn antwoord was duidelijk: ‘Als jullie naar het zuiden komen, weten jullie dat er krekels zijn. En daar zijn we trots op!’

In het Belgisch Staatsblad

Een tijdje geleden ontdekte ik dat ik in het Belgisch Staatsblad stond van 22 februari 1959, 11 dagen na mijn 10de verjaardag. Justitie had namelijk mijn naamsverandering goedgekeurd: Micheline Caron werd Micheline Baetens.



Eigenlijk achteraf gezien wel jammer, want ik heb mij altijd meer een Caronneke gevoeld, dan een Baetens. Ik heb meer van moeders kant dan van die van mijn vader.
Hoe het kwam dat ik de naam van mijn moeder kreeg in plaats van die van mijn vader, heb ik al een paar maal verteld.
Mijn moeder was nog niet gehuwd met mijn vader toen ik geboren werd, want ze was nog aan het scheiden van haar eerste man. Eerst kreeg ik die man zijn achternaam, maar vermits hij mij niet erkende als zijn kind, kreeg ik de naam van mijn moeder. Een bastaardkindje! Wat een etiket!
En dit ging zo gebleven zijn indien men na verloop van tijd de wet niet aangepast had die het mogelijk maakte dat ik toch de naam van mijn natuurlijke vader kreeg. Toen de wet veranderde kon die mij  adopteren, en het is eigenlijk mijn grootvader langs moeders kant die daar heel erg op aangedrongen had. Hij heeft het jammer genoeg niet meer zelf meegemaakt.
Mijn moeder was niet blij met haar zwangerschap, en zestien maanden later evenmin met een tweede kind. Maar vrouwen hadden destijds niet veel te kiezen, en veel minder dan nu hun lot in eigen handen. Ik denk trouwens dat ze het mijn vader altijd heeft kwalijk genomen dat ze direct zwanger was en dat ze zich in de val gelokt voelde…
Moeder had nooit mogen hertrouwen en ook nooit kinderen mogen krijgen, want dan denk ik dat ze veel gelukkiger zou geweest zijn, en als vrouw veel beter tot haar recht zou zijn gekomen. Maar ja, de lessen van het leven komen vaak veel te laat…

Tegen wil en dank

Mijn moeder
heeft geen mooi leven gehad.
Ze had niet mogen trouwen
en kinderen krijgen
tegen wil en dank.

Ze had nu moeten geboren worden,
dan was ze een openhartige vrouw geweest,
en niet levenslang
gebonden aan handen en voeten
tegen wil en dank.

Micheline Baetens – 21.08.2018

 

De boeken van Harari

“Je hebt mensen die Harari gelezen hebben en mensen die hem niet gelezen hebben. Je hoort beter bij de eersten”
De Morgen – 17-08-18 – Marnix Verplancke

Eind augustus komt zijn nieuwe al uit, maar hebt u Sapiens en Homo Deus al gelezen? Of verhuisde u onlangs naar een andere planeet? De boeken van Yuval Noah Harari (42) over verleden en toekomst van de mens rollen al maanden over de tongen. “Je hebt mensen die Harari gelezen hebben en mensen die hem niet gelezen hebben. Je hoort beter bij de eersten.”

Barack Obama, Mark Zuckerberg en Bill Gates kunnen er maar niet over zwijgen, over hoe goed ze Sapiens en Homo Deus wel vinden. Twaalf miljoen keer gingen deze kleppers al over de toonbank, waarvan een kwart miljoen keer in het Nederlands. In iedere boekenkast prijkt stilaan wel een exemplaar. Hebben we hier te maken met een literair mirakel of is de Israëlische historicus Yuval Noah Harari (42) de zoveelste hype? We houden ons oordeel nog even in beraad.

Feit is dat Sapiens en Homo Deus niet tot de usual suspects onder de best­sellers behoren. Dit zijn geen romans, maar wel non-­fictie­werken over verleden en toekomst van de mens. In het eerste boek gaat Harari na waarom de mens in goed 70.000 jaar tijd van een dier onder de dieren uitgegroeid is tot het dominante wezen dat zelfs een geologische periode naar zich genoemd kreeg, het antropoceen.

Essentieel is volgens Harari de cognitieve revolutie die de mens onderging. Deze droeg verbeelding in zich, vertelde verhalen die hem met andere mensen verbonden en deden samenwerken, en liet hem daardoor met rasse schreden dwars door de biologische evolutie stappen. De mens heeft goden, naties, geld en mensenrechten bedacht, hij heeft wetenschappelijke ontdekkingen gedaan die zijn macht steeds groter maakten en hij is flink op weg om zo zijn eigen graf te delven.

Want daar gaat Harari’s Homo Deus over, over de toekomst, waarin informatie het overneemt van de mens. We willen steeds beter en grootser worden, vertrouwen daarbij meer en meer op nanotechnologie en artificiële intelligentie, en beseffen niet dat we daardoor onszelf verliezen. Er zal een tweedeling ontstaan binnen de mensheid, met een kleine godgelijke elite en een massa overbodig voetvolk. “De mens zoals we die vandaag kennen, zal verdwijnen en in de plaats komt een godmens”, vat filosoof Jean Paul Van Bendegem Harari’s toekomstvisie samen. “Hij wil via de wetenschap de mens overwinnen en tot god maken. Ik kan me voorstellen dat deze heils­boodschap velen aanspreekt.”

Hoogstaand een kopje kleiner

Sapiens en Homo Deus zijn gegroeid uit Harari’s colleges aan de Hebreeuwse Universiteit in Jeruzalem. Daar kreeg hij de opdracht de cursus ‘Geschiedenis van de mensheid’ te doceren, waar hij met enige tegenzin aan begon. In feite konden alleen de vragen van zijn studenten hem boeien. Daar ging hij dan ook uitgebreid op in, waardoor hij uitstapjes maakte naar de biologie, psychologie, economie, kunstgeschiedenis, computerwetenschappen en ga zo maar door.

Al die strengen zitten in zijn boeken verweven, waardoor ze een complex beeld geven van de realiteit. Volgens Arend Hosman, Harari’s Nederlandse uitgever, ligt daar dan ook de reden voor zijn succes. “Onlangs had ik het er nog over met een boekverkoopster”, vertelt hij, “De wereld waarin wij leven is zo complex geworden, zei ze, en mensen willen die wereld beter begrijpen. Harari stelt de juiste vragen en hij durft een positie te kiezen. Dat maakt hem misschien wel de uitgelezen gids voor onze tijd.”
Maar is hij ook een goede gids? Om dat te weten te komen, gaan we te rade bij wetenschapscommunicator Lieven Scheire. “Harari heeft een fantastische helikopterblik”, steekt hij enthousiast van wal. “Geschiedenis is niet mijn corebusiness, maar ik heb enorm veel opgestoken van dit boek. Harari weet je steeds weer te verrassen.

“Zo schrijft hij bijvoorbeeld dat middeleeuwse ridders een christelijke moraal hadden, maar tezelfdertijd andere mensen zonder enig probleem de kop konden inslaan. Vanuit een hedendaags perspectief is dat raar, maar voor die ridders toen niet. Hetzelfde geldt voor ons vandaag. Wij zijn sinds een eeuw of drie humanisten en ook wij zien soms de contradicties niet in dit systeem. We kunnen zeggen dat we voor vrijheid en gelijkheid zijn, maar om gelijkheid te bevorderen moet je vaak net wat vrijheid afgeven.”
Ook Harari’s inzichten over ideologie zijn voor Scheire belangrijk. “Hij toont dat onze ideeën niet de enige waarheid zijn, maar altijd tijd- en cultuurgebonden”, zegt hij. “Humanisme, mensenrechten en politieke correctheid zijn vandaag sterk gewortelde ideologieën die ik zelf ook aanhang. Mensen die vandaag moreel over de schreef gaan, kunnen maatschappelijk kaltgestellt worden. Die moraal heeft bijna de macht die religie vroeger had. Als atheïst kon je het in de middeleeuwen wel vergeten. Als je vandaag aantoonbaar racistisch of seksistisch bent, loop je ook dat risico. Persoonlijk vind ik dat we er zo moreel op vooruitgegaan zijn, maar het is geweldig boeiend om dat als een nieuwe ideologie te beschouwen in plaats van als de eindelijk ontdekte ultieme waarheid.”

Gefronste wenkbrauwen

Laten we deze uitdagende stelling eens voorleggen aan een aantal politici, dachten we, want ook bij hen is Harari waanzinnig populair. Alexander De Croo (Open Vld), Jan Jambon (N-VA), Hilde Crevits (CD&V), Kris Peeters (CD&V) en Hugo Coveliers (op rust) namen dit jaar een of beide boeken mee op vakantie en Open Vld-voorzitter Gwendolyn Rutten, die Sapiens drie jaar geleden al las, is inmiddels al aan haar tweede exemplaar toe omdat het eerste door het vele bladeren en Post-its plakken uit elkaar begon te vallen. “Harari stelt inderdaad dat mensenrechten nooit verworven zijn, maar op elk moment opnieuw in vraag gesteld kunnen worden”, zegt ze.

“Het is daarom belangrijk om verhalen te vertellen, opnieuw uit te vinden en te delen, anders zijn we ze sneller kwijt dan we beseffen. Ik vind bijvoorbeeld niet dat het verhaal van de individuele zelfbeschikking moet vervangen worden door een ander verhaal. Integendeel. Ik vind individuele zelfbeschikking ook in deze 21ste eeuw het juiste uitgangspunt, de basis en de pijler van de liberale democratie die toch nog steeds de best mogelijke samenlevingsvorm is.”

Ruttens partijgenoot Alexander De Croo gaat nog een stapje verder in zijn kritiek op Harari. “Soms gaat hij toch wel heel erg kort door de bocht”, zegt hij. “Hij geeft heel veel voorbeelden waarbij ‘Si non è vero, è ben trovato’ zijn devies lijkt te zijn: als het niet waar is, is het wel goed gevonden.” De Croo geeft meteen enkele voorbeelden waarbij ook hij mikt op Harari’s cultuurrelativisme wat mensenrechten betreft: “Hij probeert zich wat in te dekken door te bekennen dat dit een heikel punt is, maar hij houdt wel vol dat mensenrechten niet universeel zijn. Vrouwelijke genitale mutilatie? Moet kunnen, want dat is cultuur. Wie beweert zoiets? De grootste fascisten ter wereld, met wie ik me toch liever niet zou associëren.

“En zo zitten er nog wel een paar redeneringen in waarvan ik als liberaal niets moet weten, dat we als mensen achtervolgd worden door ons DNA bijvoorbeeld. Een groot deel van ons gedrag voert hij terug op ons verleden als jager-verzamelaar. Dat houdt geen steek. Het is een idee dat te pas en te onpas gebruikt wordt om te verklaren waarom wij vrouwen in een bepaald rolpatroon duwen, verslaafd zijn aan suiker, enzovoort. Wanneer hij het liberaal humanisme als een religie beschrijft, frons ik ook even de wenkbrauwen. Net zoals wanneer hij beweert dat dit humanisme in strijd is met wetenschappelijke ontwikkelingen. Bij mijn weten staat het liberaal humanisme juist heel erg open voor wetenschappelijke nieuwsgierigheid.

“En dan zijn er nog de vaak ongefundeerde veronderstellingen die hij maakt. De jager-verzamelaar was wellicht stukken gelukkiger dan wij, schrijft hij. Ik kan dat moeilijk geloven. Voor Ontwikkelingssamenwerking kom ik vaak in streken waar men niet zo ver van die jager-verzamelaar af staat. Als je ziet in welke miserie die mensen leven, kan ik me niet voorstellen dat zij zoveel gelukkiger zijn dan wij. Als zo veel kinderen sterven nog voor ze de leeftijd van vijf jaar hebben bereikt en als je constant blootgesteld wordt aan geweld, kun je toch niet gelukkig zijn?”

Statussymbool

Historica Heleen Debruyne wil deze kritiek toch wat relativeren. “Zulke veralgemeningen mag je verwachten wanneer je als historicus 70.000 jaar wil overspannen in een boek”, zegt ze, “maar misschien heeft hij zijn succes ook wel te danken aan die brede scope. Wie waagt zich daar vandaag nog aan? De tijd van Spengler (Duits cultuurhistoricus Oswald Spengler, met als voornaamste werk ‘De ondergang van het Avondland’, red.) ligt al een eind achter ons, terwijl mensen wel op zoek zijn naar zo’n langetermijnperspectief.”

Maar er zit meer achter het succes van Harari’s monsterverkoop, vermoedt ze. Sapiens en Homo Deus gelezen hebben, is stilaan een statussymbool geworden. Je kunt je er mee onderscheiden en je tot de bewuste mensen rekenen die nadenken over waar het naartoe moet met de planeet. “Vandaar dat het boek ook zo ostentatief gelezen wordt”, voegt ze nog toe, “op de trein bijvoorbeeld, of aan de rand van het zwembad, waar je zeker gezien wordt.”

Ook Kris Peeters, op vakantie in Griekenland toen we hem belden, merkt dat op. “Je hebt tegenwoordig mensen die Harari gelezen hebben en mensen die hem niet gelezen hebben en je hoort maar beter bij de eersten”, zegt hij wat meewarig. “Veel mensen voelen zich daardoor verplicht die boeken te lezen. Dat gebeurt om de zoveel tijd, en ik vind dat een beetje overdreven. Vijf jaar geleden zag je hetzelfde met Piketty’s Kapitaal in de 21ste eeuw waar sommigen zich door worstelden om erbij te horen.”
Peeters kreeg Sapiens en Homo Deus van zijn kabinetsmedewerkers, als verjaardagscadeau. Best wel lezenswaardig en interessant vindt hij ze, “maar het is nu ook weer niet zo dat die boeken je hele leven door elkaar schudden. Met Sapiens ga je de begroting niet in evenwicht krijgen, of een arbeidsdeal afsluiten. Alhoewel. (grinnikt) Harari beschrijft hoe we onszelf de das omgedaan hebben door van jagen en verzamelen over te schakelen op landbouw. Opeens moesten we dag en nacht werken waar we voordien zeeën van tijd hadden, om het maar wat karikaturaal te stellen.”
“Mooi”, besluit hij een beetje meesmuilend als hij hoort hoeveel van zijn collega’s Harari deze zomer hebben gelezen, “Misschien kunnen we die boeken bij een volgend begrotingsoverleg op Hertoginnedal met zijn allen eens bespreken.”

‘De lege mens Verhofstadt’

“Harari zet mij wel degelijk aan het denken over mijn beleidsdomein,” spreekt Hilde Crevits haar partijgenoot een beetje tegen. Wat onderwijs betreft legt hij de nadruk op kritisch denken, communicatie, samenwerking en creativiteit. Hij wil dat scholen geen vakidioten voortbrengen, maar teruggrijpen naar het klassieke ideaal van bildung. “Ik denk dat hij daar gelijk heeft”, reageert Crevits, “zeker als we ons eigen voortbestaan willen veiligstellen. De AI die we creëren zou ons weleens kunnen uitroeien. Daar moeten we dus kritisch bij stilstaan.

“Maar tezelfdertijd moeten we ook mensen opleiden die technisch in staat zijn de innovatie uit te denken en in de praktijk te brengen natuurlijk. Maar ik zie in Harari toch vooral een provocateur die je wakker wil schudden. Ik heb ooit les gekregen van Jaap Kruithof. Ik kwam uit een katholieke school en opeens kreeg ik de opdracht alles in vraag te stellen en alle conventies van een andere kant te bekijken. Er ging toen een heel nieuwe wereld voor me open en hetzelfde gevoel had ik bij het lezen van Harari.”
Ook Hugo Coveliers, ooit Volksunie en Open Vld, benadrukt dat. “Harari noemt het nationalisme een ideologie uit het verleden”, zegt hij, “en hij heeft het volste recht om het zo te zien, maar tegelijk kun je uit zijn ideeën ook afleiden dat de mens vooral moet samenwerken met de mensen uit zijn naaste omgeving. En dan kom je natuurlijk uit bij het idee van federalisme, waarbij mensen zich in verschillende kringen bewegen. De eerste is het gezin en de volgende het volk.”

“Ik denk dat hier geen tegenspraak is met wat Harari beweert. Alleen vrees ik dat zijn universele mens uiteindelijk ook een lege, van iedere identiteit ontdane mens wordt, een beetje zoals Guy Verhofstadt zich de Europese burger voorstelt, wat niet hoeft te verbazen natuurlijk aangezien Verhofstadt zelf ook een volstrekt lege mens is.”
Moeten we Harari nu lezen of niet? Na alle kritiek zou je gaan twijfelen, toch vindt iedereen die we spraken Sapiens en Homo Deus, ondanks al hun zwaktes, rijke, boeiende en grappige boeken. Misschien laten we dus beter het laatste woord aan een filosoof, Jean Paul Van Bendegem, die zegt dat je bij het lezen van Harari steeds in het achterhoofd moet houden dat je hier één scenario van vele mogelijke scenario’s te lezen krijgt: “In feite zou er een sticker op dit boek moeten kleven”, zegt hij, ‘“Pas op, dit is niet de ultieme waarheid!’”

Op 30 augustus verschijnt 21 lessen voor de 21ste eeuw, het nieuwe boek van Yuval Harari.