Lichaamstaal

Zopas naar The Artist gekeken, een deels “stomme” film, en mij de bedenking gemaakt dat we misschien terug meer naar dit soort films moeten kijken waarin lichaamstaal heel belangrijk is.

Naast naar elkaar luisteren, is naar elkaar kijken heel belangrijk om mekaar te begrijpen en aan te voelen. En de taal van het lichaam is ook een heel wonderlijke taal! Nog veel intenser dan het gesproken of geschreven woord.

Je hoeft er elkaar niet eens voor aan te raken, om te “horen” wat de ander zegt. Toch niet als je goed kijkt, en met ogen die willen begrijpen.

Daarom ook dat de sociale media ons nooit zal kunnen geven, wat direct contact ons geeft. Men mag nog zoveel “emoticons” achter een zin plakken als men wil, nooit zal dit een gesprek face to face kunnen evenaren, ook al noemt dat ding van Zuckerberg dan ook Facebook.

https://nl.wikipedia.org/wiki/Emoticon

Sociale media heeft zijn charme, zijn goed en zijn kwaad, maar echt contact heb je pas als je mekaar niet alleen kan raken met woord, maar ook kan aanraken en kijken naar wat een lichaam je te vertellen heeft.

De warmte, de geur, de tranen en de glimlach van een mens zijn zo uniek dat we best elkaars handen kunnen vasthouden als we met elkaar praten, en dat we liefst mekaar in de ogen kunnen kijken, wanneer we iets willen duidelijk maken, al dan niet zonder woorden.

Een wasbordje is nergens goed voor

Een wasbordje is nergens goed voor

De Standaard – Tom Heremans – 06.09.2018

De broers Staf en Matthias Coppens stellen al enkele jaren hun lichaam ‘ter beschikking van de wetenschap’, in het VTM-programma Het lichaam van Coppens. In de eerste aflevering van het zesde seizoen kunt u vanavond zien hoe ze in acht weken tijd een af­getraind lichaam kweken. Met onder meer prominente biceps, triceps en quadriceps, maar de spieren waarover vanavond het meest te doen is, zijn de musculus abdominis. De buikspieren, de sixpack, het wasbordje.

Dat wasbord is het – vooruit maar – uithangbord van hun experiment geworden, omdat de buikspieren het moeilijkst ‘bovenliggend’ of zichtbaar te krijgen zijn. Dat komt doordat ze onder een laag buikvet zitten. Iedereen, zelfs u, heeft een wasbordje, alleen kun je het dus niet zien. Je kunt sit-ups doen tot je er hoofdpijn van krijgt, zolang je buikvet hebt, zul je niet met je wasbordje kunnen uitpakken. Voor alle duidelijkheid: ook wie slank is en een platte buik heeft, heeft nog buikvet. Je vetpercentage moet bijna idioot laag zijn voor je sixpack bloot komt te liggen. Je kunt je buikspieren natuurlijk extra trainen, zodat ze er nog meer ‘gebeiteld’ uitzien, maar diëten is dus veel belangrijker dan oefeningen doen. Dat vertelden de broers Coppens vorige week zelf al aan Het Nieuwsblad: ‘Dit was 95 procent voeding en 5 procent training.’

Blaartrekkend saai

De broers lieten in hetzelfde interview ook weten dat ze die twee maanden voortdurend honger hadden. Dat kwam natuurlijk ook door de extreem korte periode waarin ze hun experiment wilden doen ­slagen, maar wie er de vakliteratuur op naslaat, hoort van professionele wasbordjes precies hetzelfde. Je moet alcohol uit je leven bannen, je mag geen zuivel, pasta of rood vlees eten, en ga zo maar door. Is dat gezond? Tot op zekere hoogte wel, maar daarboven niet meer. Gezond eten en afslanken is goed tot je een platte buik hebt, stellen artsen, maar die extra inspanning om dat extra beetje vet kwijt te raken voor je wasbordje, levert je geen extra levens­jaren op. Het lijkt alleen maar alsof je leven veel langer duurt, omdat het zo blaartrekkend saai wordt. ‘Je moet kunnen afstappen van het idee dat eten lekker kan zijn, laat staan een aangenaam tijdverdrijf’, getuigde fitnessinstructeur en model Gino Caccavale vorig jaar in Men’s Health. ‘En je sociale leven wordt onbestaande, want je zit elk vrij moment in de gym.’ Het is, kortom, geen leven, zoals Mathias Coppens toegaf: ‘Ik heb twee maanden slechtgezind rondgelopen, en je seksleven gaat er ook niet op vooruit’

Bovendien kan je lijf een obsessie worden, waarschuwt Caccavale. De broers Coppens beamen alweer: ‘Hoe harder je traint, hoe meer je op lichamelijke onvolkomen­heden gaat letten. Op het eind van die acht weken zagen we meer vet aan ons lijf hangen dan voordien.’

Te kleine T-shirts

Dat brengt ons bij de volgende prangende kwestie. Als je een keer zo’n wasbordje hebt, wat doe je er dan mee? Zolang je kleren aanhebt, ziet niemand het resultaat van je maandenlange inspanningen. Ga je bij elke gelegenheid je T-shirt uittrekken om ermee te pronken? Ga je er elke zaterdag mee in het plaatselijke zwembad paraderen? Of doe je het gewoon voor die ene strand­vakantie per jaar? Of wil je meer volgers op Instagram? Wie wil nu zo iemand zijn?

Begrijp me niet verkeerd, er is niets mis met een gezond, mooi lichaam. Gespierde armen, brede schouders, strakke kont, het heeft wel iets. Zonder al te gay te willen klinken, iemand als Bartel Van Riet ziet er best patent uit. Dat komt misschien doordat zijn lichaamsbouw deels voortvloeit uit zijn beroepsactiviteit: de man was ooit boomsnoeier – zulke jongens verrichten elke dag acrobatisch werk.

Het is pas als je in de fitness je lijf extreem gaat oppompen dat het belachelijk wordt. En dan krijgen mensen een verkeerd beeld van je. Ik toch. Als ik zo’n afgetrainde krachtpatser ontmoet, verdring ik de woorden ‘afgetrainde’ en ‘kracht’ en blijft alleen de patser over. Zeker als hij zijn T-shirt twee maten te klein draagt. En dat doen ze allemaal, u moet er maar eens op letten.

Ik vind extreem afgetrainde lijven bedreigend. Wie altijd een wapen bij zich heeft, zal ooit geneigd zijn het te gebruiken. Dat geldt ook voor mensen die van hun lijf een wapen maken. Ik ervaar spierbundels daarom als, durf ik het zeggen: te mijden.

Herinnert u zich Damiano, de Italiaanse spierbundel uit het recentste seizoen van Blind getrouwd? ‘Mensen denken altijd dat ik een player ben, omdat ik eruitzie zoals ik eruitzie’, zei Damiano bij de eerste kennismaking met het Vlaamse publiek. ‘Maar ik ben helemaal niet zo, het is niet eerlijk.’

Misschien niet, maar wat verwacht je dan, als je er alles aan doet om er als een player uit te zien? Het is misschien een conservatieve reflex, maar wie zijn gezicht vol piercings stopt en de letters ‘HATE’ op de knokkels van beide handen laat tatoeëren, weet ook dat hij de boodschap ‘Ik heb schijt aan alles en iedereen en vooral aan u’ uitstraalt. Wellicht is het hem daarom te doen. Toch?

Onderbroeken van de Hema

Goed. We zijn allemaal ijdel, ik ook. Als mijn BMI weer eens tegen de 25 aanschurkt en mijn buik ruzie zoekt met mijn broekriem, wil ik daar ook iets aan doen. Ik wil me goed voelen in mijn vel, en in mijn kleren. Dat vergt inspanning en zelfdiscipline, maar met mate. Geen haar op mijn hoofd dat eraan denkt te streven naar een buik als een kasseiweg, schouders waar je het verzameld werk van Hugo Claus op kunt uitstallen en bovenarmen die je mouwen doen scheuren. Dat is nochtans het ideaalbeeld dat wordt opgehangen in ontelbare films, in tv-spots van Coca-Cola en in reclame voor onderbroeken. (Terloops gezegd: de broertjes Coppens maken met hun nieuwe lijven reclame voor onderbroeken van de Hema, je moet het zien om het te geloven.)

In dat mannelijke ideaalbeeld schuilt een gevaar, net zoals in het extreem slanke vrouwelijke schoonheidsideaal dat bij jonge meisjes tot eetstoornissen kan leiden. Tegenwoordig slikken jongens van dertien in de fitness steroïden om er sneller opgepompt uit te zien. Op de speelplaatsen van middelbare scholen zie je meer spierbundeltjes dan nerds lopen. Wat zeg ik: zelfs de nerds zijn meestal spierbundeltjes.

Het is dus een recent fenomeen. Twintig jaar geleden liepen alleen Hollywoodsterren, top­sporters en bodybuilders er zo bij. Tegenwoordig zien angstaan­jagend veel gewone mensen eruit als Ryan Gosling in Crazy Stupid love.

Het verschil is: toen Ryan Gosling te horen kreeg dat hij in Crazy stupid love een scène had waarin Emma Stone zijn blote bast ziet en verbouwereerd uitroept ‘Oh my god, you look photoshopped’, had hij nog een half jaar de tijd om er met zijn personal trainer en voedingsconsulente voor te zorgen dat hij er gefotoshopt uitzag toen de opnames begonnen. Daar wordt hij bij elke film dik voor betaald, en na de opnames kan hij zich weer laten gaan. Waarna wij in Story kunnen kijken naar de paparazzi-foto’s van zijn beginnende buikje tijdens zijn strand­vakantie in Malibu.

Een gezellig lijf

En de vrouwen, wat vinden zij ervan? Daar is – het zal u niet verbazen – onderzoek naar gedaan. De meeste vrouwen houden niet van mannen met een sixpack, zo blijkt. Daar hebben ze verschillende redenen voor, de meeste egocentrisch van aard. Een man met een sixpack wil de hele tijd sporten, samen met een vrouw die ook een perfect lichaam heeft, en veel vrouwen hangen het liefst in de sofa met een glas witte wijn naar Netflix te kijken. Zoiets. Maar ook: een man met een overdreven gespierd lichaam verliest al zijn kwetsbaarheid. En hij wekt wantrouwen op: waarom probeert hij daarmee indruk te maken? De meeste vrouwen (kandidates voor Temptation Island uitgezonderd) zullen het niet snel toegeven, maar ze verkiezen eigenlijk een man met een dad bod. Dat is Engels voor ‘een gezellig lijf’, zoals de broers Coppens hun ­lichaam voor het experiment omschreven. Het soort lichaam waaraan ook ik al jaren werk, besef ik nu. Een beginnend buikje (check), zwembandjes boven de heupen (check) en bovenarmen waar je een putje in kunt duwen (check).
Vanavond, dames, eet ik een vol bord lekkere pasta, met een glas rosé erbij. ­Speciaal voor jullie.

Perfectionisme

Almaar meer jonge mensen blijken last te hebben van perfectionisme. Experts vermoeden dat het de oorzaak is van de gestage toename van psychische problemen.

We willen toch zo perfect zijn, meneer

De Standaard – Veerle Beel – 06.09.2018

Perfectionisme, of de ‘irrationele dwang om te presteren in combinatie met overdreven kritiek op zichzelf én op anderen’ zit bij jongeren in de Angelsaksische wereld in stijgende lijn. Dat blijkt uit een grote metastudie waarbij duizenden universiteitsstudenten uit de VS, Canada en Groot-Brittannië over de jaren heen telkens dezelfde vragenlijst invulden. De resultaten werden begin dit jaar gepubliceerd in Psychological Bulletin, een tijdschrift van de American Psychological Association.
‘Sinds de jaren tachtig is bij elke generatie een toename vastgesteld’, zegt professor Bart Soenens, ontwikkelingspsycholoog aan de Universiteit Gent en coauteur van het boek Vitamines voor groei. ‘De auteurs van die studie wijten dit onder andere aan het veranderde politiek-maatschappelijke klimaat, waarin individuen zelf verantwoordelijk worden gesteld voor hun succes en elkaar meer en meer beconcurreren.’

Knokken voor ouderlijke liefde

Een kwalijke evolutie, vindt Soenens. ‘Let wel, er zijn ook mensen die alles graag tot in de puntjes afwerken. Ze doen dat gewoon graag en kiezen er zelf voor. Dit prestatiegericht perfectionisme is niet zo’n probleem, het kan zelfs motiverend zijn. Maar zelfkritisch perfectionisme, waarbij mensen de lat voor zichzelf onhaalbaar hoog leggen en tegelijk een negatief oordeel vormen over zichzelf als ze die standaard niet halen, is erg schadelijk.’

Soenens heeft zelf veel onderzoek gedaan naar perfectionisme in de opvoeding. ‘Een zelfkritisch perfectionistische ouder zal meer druk zetten op de kinderen, soms op een onderhuidse manier’, zegt hij. ‘Daardoor zadelt de ouder het kind op met schuldgevoel en een gevoel van voorwaardelijke aanvaarding, waarbij het kind zich alleen geliefd voelt als het de torenhoge verwachtingen van de ouder inlost.’

‘Door dit gevoel dat er voor de liefde van de ouder geknokt moet worden, begint het zelfwaarde­gevoel van het kind sterk af te hangen van het behalen van hooggegrepen standaarden. Daardoor ontwikkelt ook het kind zelfkritisch perfectionisme. Het is aangeleerd, al blijkt uit het doctoraatsonderzoek dat Dries Bleys net heeft verdedigd, dat er zeker ook een erfelijke factor meespeelt.’

Voor de ouder zelf is het evengoed nadelig, zegt Soenens. ‘En niet alleen in het gezin. Er is evidentie dat zelfkritisch perfectionisme tot meer psychische klachten leidt, waaronder depressie, stress en burn-out op het werk. Die mensen gaan ondermaats presteren omdat ze willen voor­komen dat ze falen. Een niet begonnen taak is in hun ogen beter dan een mislukte.’

Als een pudding in elkaar

Volgens Soenens is opvoeding bij uitstek een domein waar­binnen dit zelf­kritisch perfectionisme vastloopt. ‘Opvoeden is een proces van vallen en opstaan, van fouten maken en herbeginnen. Na een moeilijke dag de bladzijde omslaan en de volgende ochtend met frisse moed er weer tegenaan.’

‘Een zelfkritisch perfectionist heeft daar moeite mee. Hij of zij wijst elke fout aan zichzelf toe: “Ik kán het niet.” Bij de minste ‘fout’ zakt het zelfwaardegevoel als een pudding in elkaar. Relativeren is er niet bij. Het is een perfide dynamiek: omdat ze de lat excessief hoog leggen, staat falen bij hen in de sterren geschreven, en tegelijk zijn ze er hypergevoelig voor. Dat maakt hen bijzonder kwetsbaar.’

Dat het niet gemakkelijk is om dit soort perfectionisme bij te sturen, beaamt Soenens. ‘Het kan diep ingebakken zitten. Kinderen kun je helpen door hen inzicht te bieden in hun motieven: fijn dat je het zo goed wil doen, maar voor wie doe je dit? Ga er niet midscheeps tegenin, want dat werkt niet. Volwassenen ­zullen moeten leren met meer mededogen naar zichzelf te kijken.’
‘Verhaal in Varsenare is mogelijk complexer’

De advocaat van de verpleegster die vorige week haar drie kinderen heeft gedood, zocht een verklaring in haar ver doorgedreven perfectionisme (DS 5 september). ‘Het is lastig om meteen een verklaring te hebben voor het motief van een ouder die zijn kinderen doodt. Na onderzoek blijken die verhalen doorgaans complexer’, zegt de kinder- en jeugdpsychiater Peter Adriaenssens (KU Leuven), in een reactie op de zaak.
‘Normaal gezien gaan ouders die grens niet over, ook niet als ze depressief zijn. Iedereen denkt weleens dat hij zijn kinderen achter het behang zou kunnen plakken. Instinctief nemen we hen altijd in bescherming. Dat zie je op foto’s na bombardementen ­zoals in Irak of Syrië, waar dode ouders hun dode kinderen stevig in de armen sluiten.’
‘De gerechtspsychiaters moeten onderzoeken waarom deze vrouw toch door die muur is gegaan. Waarom heeft de rem die iedereen voelt, bij haar niet gewerkt? Als kinderpsychiater vind ik het ook belangrijk tegenover de drie kinderen die het slachtoffer zijn geworden: een kwestie van rechtvaardigheid. Tot slot is het een goed signaal naar andere kinderen: onnodig bang te zijn, want normaal gezien doen ouders dit niet.’ (vbr)
Peter Adriaenssens. Kinder- en jeugdpsychiater