Tekstje voor Duurzame helden

Vandaag mijn tekstje ingestuurd bij de gemeente voor mijn deelname aan Duurzame helden.
https://www.duurzamegemeente.be/

Beste Sam,

Vooreerst bedankt om er mogen bij te horen.

Dit is mijn tekstje voor de campagne en foto’s vind je op de website zelf.

Met mijn weblog www.michelinebaetens.be probeer ik mensen duidelijk te maken dat zelfzorg heel belangrijk is voor ons algemeen welzijn. Dat doe ik zowel via de rubriek zelfzorg, alsook door mijn poëzie en dagelijkse ervaringen te delen.

Voor alles streven we naar kwaliteit in onze dagelijkse routine, maar daarbij verwaarlozen we helaas vaak onszelf. We zorgen ons leven lang voor anderen, maar zorgen we ook voldoende voor onszelf?

Door dagelijks te bloggen wil ik anderen motiveren om dat dus zeker te doen, waardoor we tot een zinvoller, gelukkiger en duurzamer leven kunnen komen.

Op de openingsreceptie zal ik niet aanwezig kunnen zijn, omdat mijn zoon die dag trouwt in Overijse. Gelieve mij hiervoor te willen verontschuldigen.

Met vriendelijk groeten,

Micheline Baetens
Vosdellestraat 37
1560 Hoeilaart
Tel. 02 657 51 50
www.michelinebaetens.be

 

Mijn liefste

Mijn liefste
leeft in een land
heel ver van hier,
waar hoge muren
staan,
en diepe sloten
vloeien,
waar dwang
en onvrijheid heerst.

Waar demonen
regeren
over dromen
en verlangens,
en waar liefde
verdwenen is.

Was er nu maar
de wind
die de wolken stuwt,
en de storm
die de lucht
zuivert,
om jou te bevrijden.

Micheline Baetens – 07.09.2018

In gedachten

Ik denk dat dit het meest wijze is wat ik ooit geschreven heb.

Dit is een levenshouding, een filosofie, en de enige die men in het leven kan aannemen, want je hebt geen andere keuze.
Wat je er mee doet, met dat wat je gekregen hebt,  dat is een andere zaak, en waarschijnlijk voor iedereen anders.
Maar je hebt te aanvaarden wat je krijgt en al je verwachtingen en verlangens die doen er gewoon niet toe. Dat komt later. Eerst heb je de aanvaarding van zowel goed als kwaad, en daarna pas de komt de verwerking en uitwerking.
En na de verwerking en de uitwerking? Dat zien we dan wel weer!

En nog maar eens Harari!

Yuval Noah Harari: “De toekomst heeft de mens niet nodig”

De succesvolle Israëlische auteur over de uitdagingen van deze tijd en hoe ze te tackelen

05-09-18, 09.06u – Peter Giesen – Bron: Volkskrant

Zijn boeken over de geschiedenis en de toekomst, Sapiens en Homo Deus, maakten van Yuval Noah Harari (42) een literaire superster. In 21 lessen voor de 21ste eeuw buigt hij zich over enkele prangende kwesties. “Voor het eerst in de geschiedenis is het mogelijk om mensen te hacken.”

Op zijn 21ste besefte Yuval Noah Harari dat hij homo is, nadat hij zijn gevoelens jarenlang had onderdrukt. In de toekomst zullen tieners veel gemakkelijker kunnen ontdekken wie ze zijn. De smartphone zal hun oogbewegingen volgen, misschien hun bloeddruk en hersenactiviteit registreren terwijl een algoritme ze plaatjes van aantrekkelijke mannen en vrouwen voorschotelt. Even later rolt er een score uit op de Kinsey-schaal van hetero- naar homoseksualiteit. ‘Het zou mij een hoop frustratie bespaard hebben’, schrijft Harari in zijn nieuwe boek, 21 lessen voor de 21ste eeuw.
Dit soort voorspellingen hebben van de Israëlische historicus Yuval Noah Harari een razend populaire auteur gemaakt. Nog maar kort geleden was hij een onbekende hoogleraar middeleeuwse geschiedenis die geleerde werken schreef over militaire acties in het riddertijdperk.

Zijn leven veranderde in 2014 toen de Engelse vertaling verscheen van Sapiens, het boek waarin hij in nog geen vijfhonderd bladzijden door de geschiedenis van de mensheid snelt, van het stenen tijdperk tot kunstmatige intelligentie. In de bijna even succesvolle opvolger Homo Deus, ‘een kleine geschiedenis van de toekomst’, schaft de homo sapiens zichzelf weer langzaam af. De menselijke geest wordt overvleugeld door de kunstmatige intelligentie van de supercomputer, het gebrekkige menselijk lichaam verbeterd door biotechnologische ingrepen. Misschien zal de mens in de toekomst zelfs de dood verslaan.

21 lessen voor de 21ste eeuw mist de samenhang en het dwingende karakter van zijn voorgangers, vooral omdat het een verzameling losse, deels eerder gepubliceerde verhalen is. Niettemin lanceert Harari wederom tal van prikkelende ideeën, met grote retorische kracht opgeschreven. De thema’s van Homo Deus keren terug, maar de nadruk ligt meer op het heden, met hoofdstukken over nationalisme, religie en immigratie.

“De grote vragen van de geschiedenis hebben me altijd geïnteresseerd”, zegt Harari, in een penthouse in een warm en druk Tel Aviv. “Sapiens is voortgekomen uit een collegereeks over de geschiedenis van de wereld. Ik zag dat er een groot verlangen is naar een grootschalig verhaal over wie we zijn en waar we vandaan komen. We leven in een globale wereld en we hebben een globaal verhaal nodig, maar in het onderwijs gaat het altijd maar over ónze geschiedenis, ónze natie. In de 21ste eeuw is dat niet meer genoeg.”

Harari is een kleine, tengere man met een ascetische uitstraling. Elke dag begint hij met twee uur mediteren. Wie afstand neemt van de maalstroom van dagelijkse gebeurtenissen, zal de wereld des te scherper zien, gelooft hij. Harari is vriendelijk, maar intens, sprekend in de gedecideerde volzinnen die de ware professor verraden. Critici vinden zijn werk speculatief, maar het is niet moeilijk te begrijpen waarom hij zo populair is. In een tijdperk van onzekerheid en snelle technologische veranderingen is er grote behoefte aan een ziener die niet terugdeinst voor een antwoord op de vraag hoe de wereld er in 2050 of 2100 uitziet.

In 21 lessen voor de 21ste eeuw staat niets meer of minder op het spel dan het liberaal humanisme dat de meeste mensen zo dierbaar is. “Door technologische ontwikkelingen wordt de kernidee van het liberale wereldbeeld ontmaskerd als een fictie. Liberalisme is gebaseerd op een sterk geloof in de vrije wil en het individualisme. Dat werkte prima in de 20ste eeuw. Maar nu verandert de technologische realiteit”, zegt hij.

In de toekomst zullen algoritmen ons beter kennen dan wij onszelf kennen, betoogt hij. Als we naar een film kijken, zullen camera’s onze emoties detecteren aan de hand van oogbewegingen en de bewegingen van de gezichtsspieren. Biometrische sensoren kunnen onze hartslag, bloeddruk en hersenactiviteit meten. Daardoor weet het algoritme precies om welke scènes je moest lachen en waar je aandacht verslapte. Het algoritme ziet dat een verkrachtingsscène een nauwelijks merkbaar vleugje seksuele opwinding veroorzaakt of dat je dom zit te lachen omdat je niet wilt toegeven dat je een grap niet snapt.

Het algoritme maakt korte metten met snobisme en sociale wenselijkheid. Omdat het jouw gegevens combineert met de data van miljoenen films en andere kijkers zal het veel beter een nieuwe film voor je kunnen uitzoeken dan je zelf ooit zou kunnen doen, zegt Harari.

Films zijn een betrekkelijk onschuldig voorbeeld, maar het algoritme kan ook voor sinistere doeleinden worden ingezet. Het schandaal rond Cambridge Analytica, waarbij potentiële Trump-aanhangers via Facebook werden bespeeld, is slechts een flauwe voorafschaduwing van de manipulatie die ons nog te wachten staat, zegt Harari: “Voor het eerst in de geschiedenis is het mogelijk om mensen te hacken.”

Zijn die algoritmen echt zo geweldig? Als ik op Spotify naar Bob Dylan luister, worden me meteen twintig middelmatige folkzangers aangeraden.

Yuval Noah Harari: “We staan nog maar aan het begin, we zien slechts het topje van de ijsberg. De algoritmen van Netflix zijn misschien niet zo geweldig, maar hoelang kijk je naar Netflix? De leercurve van sommige algoritmen is spectaculair. Neem Google Maps. Een paar jaar geleden gebruikte niemand het. Nu heb je hier in Tel Aviv veel mensen die zonder Google Maps absoluut de weg niet meer weten.

“Een ander goed voorbeeld is de schaakcomputer AlphaZero. Door kunstmatige intelligentie was hij binnen vier uur zo goed dat hij alle menselijke schakers versloeg. Dat soort dingen zullen steeds vaker gebeuren. Dus zeg niet: Netflix is niet zo goed, dus het zal wel meevallen. Nee, we staan nog maar aan het begin! Bovendien hoeven algoritmen niet perfect te zijn. Ze moeten alleen beter zijn dan jij zelf.”

Laten mensen zich een keuze opdringen door een algoritme? We willen toch zelf een persoonlijkheid zijn met een eigen wil, een eigen smaak?

“Hoe vaak heb je niet gekeken naar een film die je achteraf slecht vond? Hoeveel mensen betreuren niet hun studiekeuze? Of de keuze van hun partner? Je trouwt met iemand en na vijf jaar zeg je: het was een verschrikkelijke fout.

“Het voordeel van algoritmen is dat we betere keuzes kunnen maken. Reclame is niet meer nodig. Het algoritme zal je precies het strand in Thailand aanraden waarnaar je op zoek bent. Er zitten grote voordelen aan. Maar de vraag is: wie is de meester van het algoritme? Het gevaar bestaat dat ik de controle over mijn leven verlies, dat ik meer en meer word beheerst en gemanipuleerd door bedrijven of regeringen.”

Uiteindelijk maak je toch zelf een keuze?

“Als jij denkt dat je een totaal vrij individu bent, en dat jouw keuzes voortkomen uit je vrije wil, dan ben je de gemakkelijkste persoon om te controleren en te manipuleren. Ideeën over vrije wil en individualisme kunnen verhinderen dat we ons realiseren wat er gebeurt en de uitdaging aangaan.”

Hoe kunnen we deze ontwikkeling tegengaan?

“Het is een nieuw probleem. We hebben er nauwelijks ervaring mee. Je kunt dit probleem niet oplossen zonder politiek debat. Het politieke debat gaat nu over immigratie of de macht van Europa. Maar of de EU vijf miljoen immigranten accepteert of een muur bouwt waardoor er nul immigranten inkomen, zal een veel kleinere impact hebben op het leven van de Europeanen dan wat we met kunstmatige intelligentie doen.”

Kunstmatige intelligentie is niet alleen een gevaar voor de vrijheid, maar ook voor de gelijkheid. Ze dreigt mensen massaal overbodig te maken. De 20ste eeuw was de eeuw van de massa’s, waarin gewone mensen onmisbaar waren als arbeider en soldaat. In de toekomst zullen steeds meer werknemers worden vervangen door robots. Zelfs als kanonnenvoer wordt de gewone man overbodig. De soldaat wordt verdrongen door drones en andere automatische wapens, stelt Harari.

In de 20ste eeuw probeerden de massa’s hun cruciale bijdrage aan de economie te vertalen in politieke macht, in de 21ste eeuw zijn ze bang hun economisch nut te verliezen en klampen ze zich vast aan hun laatste restje politieke macht. Harari: “Een heleboel kiezers voor de brexit of van Donald Trump hebben, misschien terecht, het gevoel: de toekomst heeft ons niet nodig.”

Het verhaal dat computers mensen vervangen wordt al vijftig jaar verteld. Toch bestaat in veel landen bijna volledige werkgelegenheid.

“Veel mensen worden niet eens meer meegeteld in de werkloosheidsstatistieken omdat ze geen moeite meer doen een baan te vinden. Dat is de ultieme overbodigheid. Het klopt dat de werkgelegenheidssituatie op dit moment relatief gunstig is. Maar kunstmatige intelligentie nadert nu haar kritieke fase. Er is een enorme vooruitgang geboekt, maar die was vooral theoretisch. Er vonden experimenten plaats met de schaakcomputer AlphaZero of met de zelfrijdende auto.

“Nu komen we in een fase, misschien over vijf of tien jaar, waarin al die nieuwe uitvindingen van het laboratorium naar de supermarkt, de fabriek en de weg gaan. Dan zullen de economische schokken komen. Veel banen zullen verdwijnen, andere zullen terugkeren. Omscholing is een groot probleem. Een 50-jarige vrachtwagenchauffeur die zijn baan verliest omdat zijn truck nu zelf rijdt, kun je niet zomaar omscholen naar een beroep waar wel vraag naar is, zoals yogaleraar, ouderenverzorger of softwareprogrammeur.

“Het ergste is dat het geen eenmalige schok is, waarna een nieuw evenwicht wordt gevonden. Er zullen steeds opnieuw schokken plaatsvinden. Banen die compleet veilig waren voor automatisering, zoals journalist of historicus, worden misschien ook overgenomen door computers. Als je in de toekomst 100 jaar oud wordt en op je 80ste met pensioen gaat, zul je misschien vijf keer van professionele persoonlijkheid moeten veranderen.”

Is homo sapiens daarop gebouwd?

“Dat is de grote vraag. Op je 25ste is het niet moeilijk om van baan te veranderen, maar om op je 55ste helemaal opnieuw te beginnen is heel lastig. In een bestcasescenario trekt de overheid genoeg geld uit voor omscholing, ondersteuning en therapie. In een worstcasescenario zijn er gewoon niet genoeg banen en ontstaat een grote nutteloze klasse.

“In een land als België zal dat misschien nog meevallen. Maar wat gebeurt er in landen als Indonesië, Bangladesh of Honduras? Die zijn pas de laatste paar jaar op de trein van de vooruitgang gesprongen door laaggeschoolde fabrieksarbeid. Als die fabrieken worden geautomatiseerd, hebben zij niet de middelen om werkloos geworden textielarbeiders om te scholen.”

Het kan nog erger worden voor de homo sapiens, als we Harari mogen geloven. In de toekomst kan niet alleen sociaal-economische, maar ook biologische ongelijkheid ontstaan. Door de ontwikkeling van de biotechnologie zullen de rijken eindelijk iets nuttigers met hun geld kunnen doen dan de aanschaf van diamanten, Maserati’s of een zoveelste huis op een tropisch eiland waar ze maar een paar dagen per jaar komen.

Door dure genetische ingrepen, niet weggelegd voor gewone stervelingen, zullen ze zichzelf en hun kinderen slimmer en creatiever kunnen maken. Aristocraten hebben zich altijd al ingebeeld dat ze beter zijn dan andere mensen, maar in de toekomst zijn ze misschien echt beter, als een biologische superklasse. Het gevaar bestaat dat slechts een handjevol mensen homo deus wordt, aldus Harari. Hij acht het zelfs denkbaar dat de dood verslagen wordt. Sommigen zullen asterfelijk worden. Niet onsterfelijk, want ook de biologische supermens kan worden overreden door een vrachtwagen of opgeblazen door een terrorist.

Hoe serieus moet ik uw visie op de toekomst nemen? Enerzijds schetst u heel zelfverzekerd een beeld van de toekomst. Anderzijds maakt u in uw boeken voortdurend een voorbehoud of u schrijft dat de toekomst onvoorspelbaar is.

“Alles waarover we nu praten is geen voorspelling, in de zin van: zo ziet de wereld er in 2050 uit. Het is een mogelijkheid, gezien de technologische ontwikkelingen die zich aandienen. Zal het echt gebeuren of niet? Dat hangt af van de keuzes die we maken, nu en in de komende twintig jaar. Ik zie mijn rol niet als een voorspeller, maar als iemand die de mogelijkheden in kaart brengt. Ik zeg: kijk, dit kan er gebeuren, dit zijn de belangrijkste kwesties.

“Ons belangrijkste probleem is niet het tegenhouden van immigranten, maar het tegengaan van digitale dictaturen. Wat er uiteindelijk gebeurt, weet ik ook niet. Als ik zou denken dat mijn toekomstbeeld onvermijdelijk is, zou ik net zo goed mijn mond kunnen houden. Dan zou het gewoon gebeuren.”

Wat kunnen we nú doen om te verhinderen dat we in een verre toekomst worden geregeerd door een biologische superklasse?

“Je kunt zulke ontwikkelingen alleen op mondiaal niveau aanpakken. Stel dat je zegt: we zijn hiertegen, we doen geen genetische experimenten op mensen en we verbieden elk onderzoek naar supermensen, dan moet je ervoor zorgen dat de Zuid-Koreanen en de Chinezen het met je eens zijn.”

Juist internationale samenwerking is op dit moment problematisch. Het nationalisme lijkt de enige ideologie die in het offensief is en werkelijk mensen mobiliseert.

“Toch is het nationalisme veel zwakker dan de meeste mensen denken. Een goede manier om de kracht van een ideologie te bepalen is lijken tellen. Hoeveel mensen willen doden en sterven voor een ideaal? In de 20ste eeuw waren miljoenen Europeanen bereid te sterven, vooral om nationalistische redenen. Tegenwoordig zijn er maar heel weinig mensen bereid hun leven te geven, dat valt me als historicus op aan de nieuwe golf van nationalisme. Bovendien hebben de nationalisten geen enkel antwoord op de grote problemen van onze tijd, die allemaal mondiaal zijn. De dreiging van een kernoorlog en klimaatverandering, de technologische disruptie door kunstmatige intelligentie en biotechnologie. Nationalisme is vooral gevaarlijk omdat het de oplossing van zulke mondiale problemen in de weg staat.

“Maar als mensen niet meer weten hoe ze vooruit moeten, vallen ze ten prooi aan nostalgische fantasieën. De nationalisten en populisten zeggen dat ze controle terugbrengen, maar dat is een illusie.”

Ik zie nergens een overtuigend kosmopolitisch antwoord op het nieuwe nationalisme.

“Je ziet het wel in China, met zijn nieuwe zijderoute en zijn doctrine van Harmonie zonder Uniformiteit. Of dat goed of slecht is, is een andere vraag, maar niet iedereen geeft internationale samenwerking op.

“Het Westen trekt zich terug van internationalisme, maar de situatie is niet hopeloos. Het liberalisme heeft ergere crises gekend. Als je denkt dat de wereld er nu slecht voor staat, moet je terugdenken aan 1938. Het liberalisme slaagde erin zich te herstellen. Of dat nu weer zal gebeuren, weet ik niet. Maar de enige manier om de uitdagingen van deze eeuw succesvol aan te gaan, is mondiale samenwerking. Populisme en nationalisme helpen niet.”

Mythes over voedsel en beweging

Hoe mythes over voedsel en beweging counteren?
Expertisecentrum tegen fake voedingsnieuws

Niets hardnekkiger dan fabeltjes over voedsel en beweging. In tijden van fake news en een lawine aan informatie willen de experts vastberaden de strijd met mythevorming aangaan.

De Standaard – Simon Grymonprez – 07.09.2018

Hoe kunnen we mythes over voeding en beweging de wereld uit helpen? Over die vraag, gesteld door het kenniscentrum Eetexpert, bogen honderd diëtisten en artsen zich gisteren. Een vraag die steeds pregnanter wordt, want vooral jonge mensen zijn fervente gebruikers van ‘dokter Google’. Dat bleek eerder uit een bevraging van de Christelijke Mutualiteiten. Vooral hoogopgeleide jonge mensen blijken kwetsbaar voor het amalgaam aan digitale gezondheidstips, terwijl net het internet de broeihaard is van voedings- en bewegingsmythes.

Het is niet alleen de lawine aan tegenstrijdige ‘tips’ die de burger verwart, maar ook de onkritische zwart-wit-berichtgeving over gezondheid in de media, oordelen de diëtisten. Om journalisten te helpen pleit Tim Smits, hoofddocent marketingcommunicatie aan de KU Leuven, voor een eenduidig expertisecentrum dat als aanspreekpunt kan dienen voor de media in gezondheidskwesties. Volgens Smits werken experts aan zo’n aanspreekpunt, maar moeten verscheidene beleidsdomeinen nog mee het bad ingetrokken worden. Volgens Vlaams minister van Welzijn Jo Vandeurzen (CD&V) voorzien enkele door de overheid gesubsidieerde organisaties voor de meeste gezondheidskwesties al in een netwerk aan experts bestemd voor journalisten.
De meerwaarde van een eenduidig centrum is volgens Smits dat het expertisecentrum bij een gezondheidsnieuwtje telkens zou kunnen terugvallen op een basisverhaal van vuistregels, waar ‘voldoende consensus over bestaat’. Zo’n centrum zou de mythevorming over voedsel en bewegen moeten tegengaan.

Dat mensen vatbaar zijn voor mythes rond voeding, is niet alleen de schuld van de media, zegt Smits. ‘Belangrijk is te beseffen dat iedereen zich ervaringsdeskundige voelt: iedereen eet meerdere keren per dag en gezondheidsadvies gaat soms in tegen onze intuïtie.’ Dat bepaald voedsel, zoals spek, bij veelvuldig gebruik meer gezondheidsrisico’s oplevert, wordt dan gecounterd met: ‘Ja maar, mijn grootvader at elke dag spek met eieren!’ Smits: ‘Een standaard­antwoord zou dan moeten zijn: mensen leefden toen ook veel minder lang!’

Niet alleen gewone burgers vallen ten prooi aan mythes, ook professionals gaan er soms in mee of zijn door een gebrek aan bijscholing niet op de hoogte van ontkrachte theorieën. Een van de mythbusters is professor Dominique Hansen van de UHasselt. Hij geeft lezingen over bewegings­mythes voor bijvoorbeeld diëtisten. Of hij soms op weerstand stuit? ‘Nee, wel verbazing,’ zegt hij. Maar, zo vat Hansen samen, ‘als je met solide argumenten komt, accepteren ze je boodschap wel’.

ACHT hardnekkige mythes

1

‘Iedere vorm van inspanning leidt tot gewichtsverlies’
‘Uiteraard is dat niet zo’, zegt professor Dominique Hansen (UHasselt). ‘De huidige Europese richtlijnen zijn heel generiek, maar er is eigenlijk een veel groter volume aan inspanningen nodig om tot gewichtsverlies te komen. Je moet dus veel meer sporten om te vermageren dan de huidige richtlijnen doen geloven.’

2

‘Sporten heeft nauwelijks effect op mijn gewicht, dus kies ik alleen voor diëten’
Het andere uiterste van mythe 1. ‘Het klopt dat, door inspanningen toe te voegen aan een dieet, je niet spectaculair veel afvalt’, zegt Hansen. ‘Maar sporten heeft iets tot gevolg dat eigenlijk nog belangrijk is dan gewichtsverlies: een betere gezondheid. De impact daarvan op bloeddruk, cholesterol of de kans op suikerziekte is enorm. Dus ook op de levensverwachting of de opnames in het ziekenhuis.’

3

‘Er is een ideale inspanningsgraad waarbij ik vet verbrand en dat is een lage intensiteit’
‘Het is niet omdat je oefent binnen je vetbrandingszone dat je meer gewicht verliest’, vertelt Hansen. ‘Het tegendeel is eigenlijk waar. Een lage intensiteit is níét beter om af te vallen. Googel maar eens: heel vaak zullen websites aanraden om te trainen met een lage hartslag. Je mag dit gewoon negeren.’

4

‘Door krachttraining val ik veel sneller af’
‘Ja,’ zegt Hansen, ‘krachttraining is nodig. Maar niet om af te vallen. Krachttraining zal ertoe leiden dat je spiermassa toeneemt, wat je bijvoorbeeld beter beschermt tegen suikerziekte. Maar een grotere vetmassa zul je er niet door verliezen.’
Hansen geeft aan dat de reden onbekend is. ‘Krachttraining genereert wel een groter calorieverbruik, maar toch vallen we niet meer af. Het is een enigma.’

5

‘Je valt ’s ochtends sneller af door te sporten met een lege maag’
Dit idee komt volgens Hansen overgewaaid van atleten, die sporten op een nuchtere maag. ‘Maar ze doen dat niet om af te vallen, wel om prestaties te bevorderen. Maar voor de bestrijding van obesitas maakt het niet uit. Er is niets mis mee, maar je valt er niet sneller door af.’

6

‘Door al die gefotoshopte, dunne modellen krijgen onze jongeren eetstoornissen’
Klopt niet, zegt Nele De Schryver, psychiater aan het UZ Gent en gespecialiseerd in eetstoornissen. ‘Het is genuanceerder. We weten dat die slanke modellen een negatieve invloed hebben op het zelfbeeld van mensen die sowieso minder zelfvertrouwen hebben, perfectionistisch of angstig zijn. Dat kán bijdragen tot een eetstoornis, maar er zijn veel meer relevante factoren, zoals genetische eigenschappen, ervaringen in het leven of temperament.’

7

‘Om van je eetstoornis af te raken, is een portie wilskracht alles wat je nodig hebt’
‘Ondergewicht laat je meer nadenken en meer obsessief bezig zijn met eten. Als je dan bijkomt, is het niet zo dat het probleem rond je zelfvertrouwen of perfectionisme plots is opgelost’, zegt De Schryver. ‘Wilskracht is belangrijk om tegen een eetstoornis te vechten, maar het is geen garantie op succes, of je nu bent bijgekomen of niet.’

8

‘Een eetstoornis wordt heel vaak veroorzaakt door conflicten binnen het gezin’
‘Nee,’ zegt De Schryver, ‘we zien dat gezinsconflicten heel vaak níét aan de oorsprong liggen van de eetstoornis. Die zet de gezins­relaties wel op scherp, met meer conflicten als gevolg. Maar de stoornis volgt niet uit het conflict.’

Zelfverwonding

Moeten we ons zorgen maken over zelfverwonding bij meisjes?

Bron – EOS  Wetenschap

Vorige week werden alarmerende cijfers gepubliceerd uit de zevende editie van het Britse ‘Good Childhood’ rapport. 22 procent van de 14-jarige meisjes bleek zelfverwondend gedrag te vertonen. Hoe zit het bij ons?

Deze resultaten komen uit een nog lopend onderzoeksprogramma (The Children’s Society The Good Childhood Report), gestart in 2005, waarbij 65.000 kinderen en jongeren tussen tien en zeventien jaar vragenlijsten invulden over hoe ze zich voelen over hun leven en over de dingen die hen (on)gelukkig makend. Er werd hierbij vooral gekeken naar tijdelijke trends in geluksgevoel, geslachtsverschillen, gevoelens over vrienden, familie en uiterlijk. Verder werd de relatie tussen geluksgevoel en mentale gezondheid bestudeerd en het eventuele verband met ‘zelfverwondend gedrag’, een term waarmee zowel fysieke zelfverminking wordt bedoeld (bijv. zichzelf krassen, snijden, …) als ander destructief gedrag (bijv. alcohol- en drugsmisbruik). Er werden ook gegevens van 3 andere lopende studies in rekening genomen.

In het algemeen steeg het geluksgevoel gelinkt aan familie en school, van 1995 tot 2016, bij de Britse kinderen en jongeren. Vanaf 2009 wordt het verschil in geluksgevoel tussen jongens en meisjes steeds groter. Bij meisjes spelen de gevoelens over hun uiterlijk een grotere negatieve rol. Mogelijk hebben sociale media een groter (negatief) effect op meisjes dan op jongens. Meisjes gaven in het algemeen aan minder gelukkig te zijn, hadden meer depressieve klachten en gaven 2 keer meer (22%) zelfverwondend gedrag aan in vergelijking met jongens (9%).

Voor België zijn de cijfers ook vrij hoog: uit een steekproef onder 568 middelbareschoolstudenten bleek 16,5 procent zichzelf ooit (fysiek) te verwonden. Ook hier waren het voor 76 procent meisjes en slechts 27 procent jongens.

Hoe moeten we dit nieuws interpreteren?

In onze huidige samenleving lijkt het niet zo eenvoudig om het mentaal evenwicht te bewaren. In de Belgische Gezondheidsenquête (2013) geeft een derde van de bevolking van vijftien jaar en ouder aan psychische problemen te ervaren. Vrouwen, laagopgeleiden en inwoners van grote steden hebben vaker met dit soort problemen te kampen. 40 procent van de jonge vrouwen (15-24 jaar) meldt psychische problemen, terwijl dit percentage voor mannen in deze leeftijdsgroep maar half zo hoog ligt.
Een van de belangrijkste aanbevelingen van de onderzoekers is om zelf naar de mentale gezondheid van kinderen en jongeren te peilen en niet verder te gaan op de mening en observaties van volwassenen.

Jongeren die zich mentaal niet fit voelen, moeten makkelijker kunnen praten over hoe het echt met hen gaat. Wie griep heeft of zijn been breekt, gaat naar zijn huisarts of het ziekenhuis. Maar wie zich mentaal niet fit voelt, weet vaak niet waar hij terecht kan of durft er niet met anderen over praten. Zeker jongeren vormen daarbij een moeilijk bereikbare doelgroep.

De website van Geestelijk Gezond Vlaanderen deelt tips voor jongeren.
Meer specifieke informatie over zelfverwonding is hier te vinden.

Op de website van Te Gek ten slotte staan alle campagnes die psychische problemen bespreekbaar kunnen maken.

Conclusie

Dit rapport bevestigt het belang van aandacht voor onze mentale gezondheid, ook voor kinderen en jongeren. De cijfers liegen niet en zelfverwonding mag niet langer verstopt blijven. We moeten alle middelen aanwenden om het bespreekbaar te maken. De huisarts kan hier een centrale rol in spelen.

En ze leefden nog lang en gelukkig

Mijn zoon gaf mij een hoofdstuk te lezen uit het boek van Yual Noah Harari, “Sapeins. Een kleine geschiedenis van de mensheid.”

https://www.groene.nl/artikel/de-betekenis-van-het-leven

Het hoofdstuk dat ik te lezen kregen gaat over geluk, “En ze leefden nog lang en gelukkig”.

Zijn we gelukkiger dan pakweg vijfhonderd jaar geleden? Hebben rijkdom en welvaart van ons tevredener mensen gemaakt?

Zowel historici en wetenschappers hebben er de laatste jaren onderzoek naar gedaan, en blijkbaar hebben noch materiele welstand, noch chemische middelen, noch liberalisme, noch onze overtuigingen, van ons gelukkiger mensen gemaakt.

Blijkbaar kent de mens zichzelf nog niet genoeg om te weten wat hem kan gelukkiger maken. Het enige dat eventueel een antwoord zou kunnen geven waarom we er niet in slagen van gelukkig te zijn is het Boeddhisme. We associëren ons welbevinden namelijk te veel met onze subjectieve gevoelens en het najagen van geluk met het najagen van bepaalde emotionele toestanden.

Volgens veel traditionele filosofieën en religies, zoals het boeddhisme, liggen de sleutels van het geluk just in kennis over jezelf, een goed begrip van wie of wat je werkelijk bent. De meeste mensen identificeren zich abusievelijk met hun gevoelens, gedachten, voorkeuren en antipathieën. Als ze woede voelen, denken ze: ik ben boos. Dit is mijn woede. Daarom blijven ze hun hele leven proberen bepaalde soorten gevoelens uit de weg te gaan en andere gevoelens juist op te wekken. Ze bedenken nooit dat hun ‘ik’ losstaat van hun gevoel en dat hun niet-aflatende jacht op bepaalde gevoelens ze juist ongelukkig houdt.

Geluk staat niet alleen los van externe factoren, zoals welstand en gezondheid waar uiteindelijk iedereen anders op reageert, maar echt geluk staat ook los van onze innerlijke gevoelens. Want hoe meer belang we aan die gevoelens hechten, hoe meer we ernaar hunkeren, des te ongelukkiger we worden.

Het najagen van externe successen, maar ook het najagen van interne gevoelens, belemmeren ons in onze zoektocht naar geluk en rust. Gevoelens komen en gaan, zoals eb en vloed, en van zodra je ophoudt naar bepaalde gevoelens te verlangen, kun je ze gewoon accepteren zoals ze zijn. Dan leef je in het echte nu, in plaats van je voor te stellen hoe het anders had gekund.

Wees dus blij als je je blij voelt en verdrietig als je je verdrietig voelt, en aanvaard dat zowel geluk als ongeluk van voorbijgaande aard zijn. Gevoelens zijn wat ze zijn of niet zijn, en daar kan je dus niet omheen.

Kussen

Elke dag een half uur kussen en andere tips om je relatie beter te maken

Nieuwsblad – 06.09.2018

Verliefdheid verdwijnt al snel, dan komt liefde in de plaats. En liefde is, zoals dat heet, een werkwoord. Blijven investeren in een relatie is de essentie om ze leuker te maken. Dat precies wat vier koppels in het VTM-programma ‘Koppels’ gaan uitproberen met de hulp van klinisch seksuologen Chloé De Bie en Wim Slabbinck. Helpt het echt om elke dag een half uur te kussen? En welke tips hebben ze nog?

Een half uur per dag kussen

De experts zijn het eens: kussen is een snelle manier om je meer verbonden te voelen met je partner. “Lieve kusjes zijn gezellig en doen meer intimiteit ontstaan. Bij tongkussen wordt speeksel uitgewisseld en schep je een heel andere, meer passionele, sfeer”, zegt De Bie. “De lippen zijn immers een erg erogene zone en activeren genotsprikkels. Je krijgt er zin van. Bij elke kus komen endorfines, ook wel gelukshormonen genoemd, vrij. Zoenen maakt je dus echt gelukkig.”

Volgens Slabbinck is kussen een van de bouwstenen van een goede relatie. “Zie het als een soort snoepje. Iedereen doet het weleens en het kan een aanzet zijn om te praten over intimiteit en seksualiteit. Koppels die weinig kussen, kunnen zich afvragen of ze het niet meer doen omdat hun relatie scheef zit. Of is het net andersom en gaat het minder omdat er niet meer wordt gekust?” Hoe dan ook: als je seksleven stroef verloopt, begin dan bij het begin. Concentreer je op het kussen, zonder dat het meteen tot seks moet leiden. Probeer verschillende soorten kussen uit om te zien wat werkt: kus in de nek, kus geblinddoekt,… Met creativiteit komt speelsheid terug.

Steek je telefoon weg, kijk niet op je tablet

“Het klinkt zo eenvoudig, maar het is heel moeilijk . Als je op restaurant zit met je gsm bij de hand, zit die ene vriend(in) die sms’t eigenlijk ook aan tafel. Technologie haalt je weg uit het moment”, zegt De Bie. En als jullie minder aandacht hebben voor elkaar, is er ook minder ruimte voor intimiteit en seks.” Denk je dat het wel meevalt met dat chatten aan tafel? Installeer dan eens een app die je smartphonegebruik meet, meestal is dat even schrikken.

Weet je niet wat gedaan zonder technologie in de buurt? Kijk in elkaars ogen. “Doe het gerust drie tot vijf minuten lang. Het creëert een krachtig moment tussen jullie beiden. Er is even heel duidelijk een quasi onzichtbare verbondenheid die je een sterk gevoel van liefde bezorgt.” Andere tips van de seksuologe: waag je aan het pikante gezelschapsspel ‘Ultiem Verlangen’, dat werd ontwikkeld om elkaar beter te leren kennen – ook al ben je even samen – en opbouwt naar het seksuele.Verrassing!

Sleur geeft stabiliteit en veiligheid, maar maakt ook dat je je partner soms als vanzelfsprekend beschouwt. Daarom is het belangrijk dat je elkaar af en toe probeert te verrassen. “Het is niet nodig om met grote cadeaus en initiatieven af te komen. Ook kleine dingen, al is het maar een post-it of leuk sms’je met een overwacht compliment: het is spontaan bewijsmateriaal waarmee je toont dat je de ander nog steeds graag ziet, met als een gelukkig gevoel als resultaat”, zegt De Bie. Een tip: ga weer daten. Plan elk om beurt iets in, maar verklap niet wat jullie gaan doen. Zo blijft het spannend en geef je de relatie kleine duwtjes in de beste richting.

Ook al is het lastig, praat toch over seks

De seksuologen spreken uit hun ervaring: “Over seksualiteit praten is niet voor elk koppel even makkelijk.” Maar er bestaan hulpmiddelen om het onderwerp een luchtige manier aan te pakken. “Je kan je seksuele voorkeuren ingeven in een app, zoals UnderCovers of Kindu. Die synchroniseert je wensen met die van je partner en geeft een overzicht van wat bespreekbaar is. Ook samen porno of porna bekijken, erotische verhalen lezen kan een conversatie op gang brengen”, zegt De Bie.
Seksleven in het slop? Volgens Slabbinck is het steeds een goed idee om terug te blikken naar het begin van jullie relatie. Hoe was het dan, toen julie nog geen seks hadden? Ga terug naar de basis (denk aan een hand op de schoot in de bioscoop,…) Bouw langzaam op, streel elkaar vaker,… Het is niet nodig dat er per se seks van komt, ook dat kan je afspreken. Het gaat erom om elkaar opnieuw te ontdekken en de essentiële verbinding te hernieuwen.