Leerstof

Ons beeld van de wereld wordt grotendeels en voornamelijk gevormd door de emoties die we ervaren hebben in de loop van ons bestaan.

“Het leven is een leerschool”, het is een cliché en een dooddoener, maar eigenlijk is het wel zo, en onze ervaringen zijn de leerstof, niet altijd de juiste of gemakkelijkste, maar wel de leerstof die we opslaan en ook vaak ons denken en doen bepalen.

Op tien jaar tijd kan er veel gebeuren, en kunnen we heel wat te verwerken krijgen aan leerstof: verdriet, bedrog, wanhoop, afscheid, verlies, ontgoocheling, vernedering, onrechtvaardigheid, …

En we moeten sterk blijven, want na de ene uitdaging die we moeten trachten te overwinnen, volgt de andere. En je moet het allemaal alleen en zelf doen, want anderen kunnen je enkel steunen, maar de oplossing en verlossing ligt altijd en alleen bij jezelf.

En je kan het aan, want veel tijd om na te denken en te verwerken is er niet. Tot die ene dag, dat er weer iets heel belangrijks gebeurt en je gevoelens krijgt die je niet meer kan plaatsen: schuldgevoelens, angst, verdriet, radeloosheid, onmacht, onzekerheid, onveiligheid, …

Tussen mijn zestigste en zeventigste is er heel wat gebeurt en niet zomaar iets van het minste, maar ik kon het allemaal aan, en de gevoelens die er kwamen bij kijken heb ik netjes verdrongen. Er was alleen kwaadheid, maar met kwaadheid verwerk je de dingen niet, je kropt ze alleen maar op en je vergroot ze uit. Tot die kwaadheid zich tegen jezelf gaat keren, en dat noemen ze dan een depressie. Want een depressie is tegen zichzelf gerichte agressie, waarbij je dringend hulp moet gaan zoeken.

Dat heb ik gedaan, en nu moeten we dus terug leren om onszelf en onze leerstof te aanvaarden. Gelukkig hebben we het boek, met de richtlijnen waaruit we dat kunnen leren, al op zak, zodat het wat makkelijker en vlugger lukt dan de vorige keren, toen die emmer weer eens te vol was om dragen, en die zwarte hond ook elke morgen aan mijn bed zat.

Samen of alleen?

Mijn eigenwijs nest

De Standaard – 05.08.2019 – Eva Berghmans

Geen gezanik over de dop van de tandpasta, alle ruimte om uit te gaan en te reizen: de vrijheid van de single kan verleidelijk zijn, en toch verlangen de meeste mensen ernaar om samen te wonen. Kun je ook het beste van twee werelden hebben?

‘Juist omdat mijn man en ik elkaar zo graag zien, zijn we opnieuw apart gaan wonen.’ Helen B., ontwerpster van vrolijke dingen allerhande, is geen vrouw van de conventionele oplossingen. Na de scheiding van de vader van haar dochter was ze vast van plan om nooit meer te gaan samenwonen. De routine, de verwachtingen, de discussies over de taakverdeling: ze had het ermee gehad. En meer nog: ze was perfect gelukkig in het tweevrouwshuishouden met haar dochter. Toch ging ze na een jaar van daten en grote verliefdheid samenwonen met haar huidige man – die net als zij gescheiden was en een jonge dochter had.

Toen het nieuw samengestelde gezin van het platteland naar centrum-Gent verhuisde, werd het kot letterlijk te klein. ‘Meer en meer kreeg ik het gevoel dat ik in een situatie zat waarin ik niet wilde zitten, zeker toen we weer kleiner gingen wonen om dichter bij mijn winkel te zijn. Ik moet me mentaal kunnen afsluiten om te ontwerpen. En mijn dochter vroeg ook wanneer we nog eens met zijn tweeën iets gingen doen, zoals vroeger – je hebt meer aandacht voor elkaar als je met zijn tweeën bent. Het heeft een paar jaar geduurd voor ik durfde toe te geven dat ik meer ruimte wilde. Veel mensen begrijpen het niet – dat je vrijwillig niet samenwoont met de man van je leven. Maar mensen die me goed genoeg kennen, zien het wel: dat het niet is omdat ik hem niet graag zie, maar omdat ik mezelf verlies als ik die ruimte niet heb. Het is net omdat ik de liefde tussen ons te mooi vind om ze te verkwanselen in dagelijksheid en wrevel, dat we opnieuw apart zijn gaan wonen. En ja, ik mis hem als hij er niet is. Maar ik ben ook telkens blij als ik hem zie.’

Balanceren tussen verbondenheid en afstand

‘Liefde is altijd een beetje lijden’, zegt relatietherapeute Rika Ponnet. ‘Het is een eeuwige zoektocht naar een goede balans tussen het verlangen om samen te zijn en je noden als individu. In elke relatie, of je nu samenwoont of niet, staat er spanning op de verhouding tussen verbondenheid en afstand.’

In haar praktijk komt Ponnet ze geregeld tegen: de mensen die ervan overtuigd zijn dat ze beter af zijn in hun eentje. ‘Dat is heel logisch als mensen een trauma opliepen, zoals door zwaar bedrog of mishandeling. Dan heb je een paar jaar rust nodig om te herstellen. Maar het beeld van de happy single, met al die witte wijn en citytrips, klopt niet met de realiteit. Single zijn is zelden een lifestylekeuze. De mens kan wel alleen zijn, maar we voelen ons het best als we in verbondenheid met een levend wezen samenleven. Dat hoeft niet per se een geliefde te zijn. Het kunnen ook je kinderen zijn, een huisgenoot die je niet zo goed kent, zelfs een hond maakt al een verschil voor je stressniveau. We zijn een sociale soort, we hebben de groep nodig om moeilijkheden mee te delen. Singles rapporteren in onderzoek de laagste levenskwaliteit. Je bent beter af met een middelmatig huwelijk dan zonder, tenzij het héél slecht is. De meeste mensen die op zoek zijn naar een partner, zijn vooral op zoek naar een warm nest, waarin ze tot op hoge leeftijd veilig zullen zijn. De meeste mensen op de datingmarkt zouden die hele fase van daten, verliefdheid en onzekerheid het liefst overslaan.’

Koppelvorming als overlevingsinstinct: is het dat wat mensen ertoe aanzet om met een nieuwe geliefde onder één dak te nestelen, en desnoods elkaars kinderen te omarmen?

‘Geliefden die niet toegeven aan het verlangen om hun leven te delen, laten zich vaak tegenhouden door hun angst’, zegt Anja Pairoux, plusouderconsulent en erkend bemiddelaar. ‘Mensen die scheiden, voelen zich schuldig, en willen voor hun kinderen alles zo rustig mogelijk houden. Op lange termijn is dat niet zo slim. Als je je eigen verlangens ondergeschikt maakt aan het belang van je kinderen, geef je hen de boodschap dat je niet voor je eigen geluk mag kiezen. Je verliefdheid opzijzetten, is dus niet in het belang van het kind. Het is wel in zijn belang dat ouders hun issues oplossen – met elkaar, en met zichzelf.’

Makkelijk is het niet altijd, het leven als nieuw samengesteld gezin, bevestigt Pairoux. De balans tussen verbondenheid en afstand is vaak nog moeilijker te vinden dan in een relatie tussen twee geliefden zonder al te veel voorgeschiedenis. ‘Je moet vooral niet proberen om het klassieke kerngezin te imiteren, je moet een andere manier van samenleven vinden’, zegt Pairoux. ‘Vaak helpt het als je net minder doet. Als je partner moeilijk grenzen kan stellen aan zijn of haar kinderen, hoef je dat vooral niet in zijn of haar plaats te doen. Als je partner ruzie heeft met zijn ex, moet je daar niet in willen tussenkomen. Niet reageren is vaak productiever. Je hoeft niet mee te stappen in negativiteit. Je moet elkaar meer afstand laten, en over verschillen en ongemakken moet je praten. Dat is lastig, maar eigenlijk is een nieuw samengesteld gezin een cadeautje vol leerkansen.’

Een mozaïek van mensen

‘Als ik op mezelf woon, zit ik in mijn eigen wereld. Daar is alles perfect, maar ik voel dat er patronen in mijn denken sluipen. Mijn denken is uit zichzelf weinig mobiel. Als je op jezelf woont, beperk je je al snel tot je eigen leefwereld.’ Sinta Wibowo, consulente in de artistieke sector, heeft zo haar eigen manier gevonden om haar leermomenten te creëren, zonder dat ze permanent samenwoont met haar vriendin uit Phnom Penh, die ze in Jakarta leerde kennen. Haar huis, in de schaduw van het Atomium, is een open huis. Het is er een komen en gaan van vrienden, kennissen, artiesten op doorreis, via via aangewaaide toeristen, nieuwkomers in Brussel en mensen die tijdelijk een plek zoeken omdat hun leven op zijn kop staat. Sommige passanten blijven een paar dagen, andere een paar maanden. Dat klinkt altruïstisch, maar zo is het niet bedoeld. ‘Ik wil zo goed mogelijk leren hoe ik met anderen moet samenleven. Ik zoek niet per se mensen die hetzelfde levensritme of dezelfde interesses hebben. Mensen mogen best ver van mijn manier van leven af staan. Iedereen heeft zijn eigen rituelen en gewoontes, zijn manieren om met mensen en moeilijkheden om te gaan. Ik zie mensen als wandelende bibliotheken van gedachten, gevoelens en gedragingen. Als ik vast zit in mijn eigen patroon, kan ik ook eens andere manieren van reageren uitproberen. Ik hoef bijvoorbeeldt niet altijd meteen te reageren als iemand iets zegt of doet, ik mag ook afwachten, zwijgen, observeren. Een andere stijl van reageren creëert een andere situatie – niet per se beter of slechter, maar anders dan gewoonlijk. De anderen halen me uit mijn hoofd, dat altijd productief wil zijn. Zo verword ik tot een eclectische mozaïek van stukjes en beetjes van alle mensen, situaties en omgevingen die voorbijkomen, waartussen ik slechts als lijm fungeer.’

helenb.be
duetrelatiebemiddeling.be
www.plusouderconsulenten.be

 

Wanen

Psychiater Jim van Os: iedereen heeft last van psychotische wanen

BRAINWASH – Jim van Os – 02.08.2019
deel tweet link

In Brainwash Zomerradio van Human interviewt presentator Floortje Smit denkers aan de hand van muziek. Hierboven terug te luisteren. Welke nummers zijn vormend geweest voor hun identiteit en denken? Deze lessen kunnen we leren van psychiater Jim van Os.

1. We hebben allemaal last van psychotische wanen

In een psychose verlies je de grip op de werkelijkheid. We hebben allemaal in meer of mindere mate last van psychotische wanen. Als je een enge griezelfilm hebt gezien en je gaat daarna in een bos lopen, ben je zeer vreesachtig. Je ziet achter elke boom een verschijning, omdat je bang bent. De emoties die je in de greep hebben, hebben een belangrijke rol op wat je ziet. Je kunt bijvoorbeeld een collega op de gang tegenkomen, die je straal voorbijloopt, en jij denkt dan dat die persoon een appeltje met je te schillen heeft. Als dat een paar keer voorkomt, kun je daar zo mee bezig zijn dat je je gedrag gaat veranderen en je hem tot de orde roept, waarna blijkt dat hij zijn bril niet bij zich had.

De manier waarop wij signalen uit de wereld opnemen kan bepaald worden door emoties. In een psychose bekijk je de wereld sterker door de bril van je emoties. Dat kan een eigen leven gaan leiden, vooral als je al veel hebt meegemaakt. Het basale gevoel van onveiligheid dat je hebt, kan gaan bepalen hoe je de wereld bekijkt. Je kunt sneller tot de conclusie komen dat mensen het kwaad met je voorhebben. Dat kan ertoe leiden dat je te angstig wordt om het huis te verlaten, of dat je het idee krijgt dat je bedreigd wordt en dat het beter is jezelf te gaan beschermen. Dan heb je hulp nodig, dat is heel eenvoudig.

Schizofrenie is een woord dat gebruikt wordt voor mensen die in de greep zijn van een psychose. Maar als je het gedrag van die mensen bekijkt vanuit het hele spectrum aan menselijke emoties, is het eigenlijk niet zo gek anders dan wat je doet als je een horrorfilm hebt gekeken. De verschillen die er zijn, zijn kwantitatief van aard, niet kwalitatief. We denken te weinig in gradaties als we het hebben over psychose. Een zestienjarige jongen vertelde me laatst dat hij stemmen hoorde, maar bang was om naar de GGZ te gaan, omdat hij dan de diagnose schizofrenie zou krijgen. Het is fijn voor mensen om te weten dat het om menselijke ervaringen gaat. Je kunt dingen horen, je kunt dingen zien, of ongewone gedachten hebben. Als je begint bij het idee dat het onderdeel is van het menselijk repertoire, dan schrikt het niet zo af. Bij een psychose geef je eigenlijk te veel betekenis aan dat wat neutraal is. Je kijkt er met andere ogen naar.

De Franse psychiater Clérambault beschreef het syndroom van psychotische verliefdheid. De-Phazz maakte er het nummer Chez Clérambault over: ‘psychotic rendez-vous, obsession avenue’, zingt de zangeres over de obsessie met de ander die optreedt bij deze waanstoornis. Maar ook ‘gewone’ verliefdheid is een soort psychotische ervaring. Je kunt in je angst om afgewezen te worden tot een wanhopige overtuiging komen dat de ander jou liefheeft, en daar zo van overtuigd raken dat je niet meer van het tegendeel overtuigd kunt worden. Iedereen weet hoe verliefdheid je waarneming van de werkelijkheid verandert: niet alleen hoe je de kleuren waarneemt of geluiden hoort, maar ook de waarneming van de ander. Het is voorstelbaarder dat je daar zo in door kunt schieten dat er een zorgbehoefte onstaat. Zo komt psychose dicht in de buurt van wat we allemaal herkennen.

2. Je genen bepalen niet of je psychisch ziek wordt

Psychiater René Kahn zei: ‘Schizofrenie kan je zien.’ Dat is de droom van elke wetenschapper: die ingewikkelde ziekte, die kan ik hier in het brein zien. Toch is dat niet zo. Als je honderd mensen met de diagnose schizofrenie in een hersenscan legt, zie je gemiddelde, hele kleine verschillen in hersenvolume. Daarvan weten we niet precies of dat door gevoeligheid voor schizofrenie komt, of veroorzaakt wordt door een jeugdtrauma, of anders eten en slapen of uitgesloten worden. Al die zaken hebben effect op het brein. Dus ja, je ziet iets, maar je weet niet of dat aangeboren is, of door de omgeving komt.

Er wordt veel onderzoek gedaan naar de genetische factoren voor psychisch lijden. De mate en manier waarop je reageert op je omgeving is genetisch bepaald. Maar deze bepaaldheid gaat alleen over de gevoeligheid van het individu voor een bepaalde gemoedstoestand. De een reageert bijvoorbeeld heftiger op stress dan een ander. Bij de een gaat die reactie vaker gepaard met angst, bij een ander met somberheid of paranoia. Maar of dat zich ooit tot ziekte ontwikkelt, en of je daar ooit hulp voor nodig hebt, is nog altijd een kwestie van waarschijnlijkheden, niet van zekerheid. Dat maakt het zo ingewikkeld.

Het is dus niet zo dat je genetisch voorbestemd bent voor de diagnose schizofrenie. We hebben allemaal duizenden risicovarianten, die in bepaalde omstandigheden aanleiding kunnen geven tot een psychose. Die varianten zijn ook nuttig, omdat ze je helpen om betekenis te geven aan de wereld om je heen, en daar gevoelens bij te genereren. Dat hebben we allemaal nodig. Om veilig op te groeien moéten we angstig of met een beetje wantrouwen naar de omgeving kunnen reageren, anders ontkom je niet op tijd aan gevaar. Een psychose is in feite niets anders dan een overdrijving van een manier van reageren op de omgeving, die ons in staat stelt om te overleven via betekenisgeving.

3. Mensen kunnen veranderen (en een meta-perspectief helpt daarbij)

De gevoeligheid die we voor invloeden van buitenaf hebben is bij iedereen anders afgestemd, en we ontwikkelen onze eigen manieren om daarmee om te gaan. Je kunt bijvoorbeeld gevoelig zijn voor de psychotrope effecten van bedwelmende middelen, zoals alcohol. Sommige mensen verlangen er niet naar, die kan je een glas voorschotelen zonder dat ze ernaar omkijken, en anderen zijn zeer gevoelig voor het ontwikkelen van zuchtigheid: na het ene glas hebben ze alweer dorst naar het andere.

Zij zijn gevoelig voor het belonende effect van alcohol. Het gevaar is dat je – in stressvolle situaties waarin je jezelf wilt ‘helpen’ – je je beloningssystemen gaat kortsluiten met chemie. Bij de een is dat alcohol, bij de ander cocaïne of heroïne.

De vraag of je dat kan veranderen is cruciaal. Dat is dan ook dé vraag waar de psychiatrie om draait: hoe veranderen mensen? Hoe ze dat doen is best wel raadselachtig. De psychiatrie probeert mensen te initiëren tot verandering. Het is opvallend hoe vaak dat mogelijk wordt gemaakt door een metaperspectief, waarbij je uitzoomt van je eigen situatie en jezelf van een afstandje gaat bekijken. Dan heb je de eerste stap te pakken voor verandering als je verslaafd bent, of tegen probleemdrinken aan zit. Mensen beschrijven turning points die ze hebben meegemaakt in hun proces van verandering. Dat zie je ook vaak bij mensen die leren leven met ernstig psychisch lijden, die zichzelf snijden en in het psychiatrisch ziekenhuis leven. Zij vertellen vaak: ‘Ik kwam iemand tegen, en die zei dit of dat tegen me.’ En zij zeggen dat wat hen door die ander verteld werd over henzelf, hun leven veranderde. Toen ik in mijn studententijd een moeilijk te lessen dorst naar alcohol had, waarschuwden mensen mij dat ik tegen probleemdrinken aan zat. Dat heeft mij toen wel de ogen geopend. Mensen met een verslaving die in therapie zijn geweest vertellen soortgelijke verhalen. Je kunt dan zeggen dat dit een interpretatie achteraf is en het eigenlijk de behandeling was die het verschil maakte, maar we komen er steeds meer achter dat het aannemen van zo’n meta-perspectief heel belangrijk is bij verandering.

Jim van Os
Hoogleraar Psychiatrie

 

To be on Facebook or not to be on Facebook?

Een week zonder Facebook en het lijkt alsof je van de aardbol verdwenen bent, tenminste voor de meeste mensen toch, terwijl je een adres hebt, een telefoon, email en in mijn geval ook een blog dat toen ik nog op Facebook zat, druk gelezen werd.

De mensheid is lui, het lijkt wel alsof tegenwoordig alles voor ons moet geregeld worden door anderen, omdat we dat zelf niet meer kunnen. Luiheid, gemakzucht, onverschilligheid, kuddegedrag, of gewoon allemaal op vakantie?

Zal ik dan maar toegeven en mezelf terug op Facebook zetten, want daar schijnt het allemaal te gebeuren, en alleen en enkel daar? In elk geval die Zuckerberg heeft ons goed liggen met zijn “sociale media”! We zijn er stukken minder sociaal door geworden en ook stukken minder authentiek en oprecht.

Ik heb nu ondertussen al wel ondervonden dat het leven meer is, véél meer, dan Facebook alleen. Er komt in elk geval een zee van tijd vrij, veel minder frustraties en onzin, en na tien jaar mocht het dan wel ook eens wat anders zijn, we leven tenslotte maar één keer en zijn creatief genoeg om dat leven ook zonder die Suikerberg in de kijker te zetten. En ik heb hem nog geen minuut gemist!

Facebook is uiteindelijk vooral voor dummies, en voor mensen met een leuk karakter, en zoals iemand terecht opmerkte, toen ik vermelde dat ik eventjes zou verdwijnen, is mijn karakter vreselijk!

“Jammer, echt jammer. Ik zal je spitse commentaren missen want je hebt zoals ik een goed hart maar een vreselijk karakter😂. Hou je goed en hopelijk kom je weer boven na de zomer.”

In elk geval mijn account is opgezegd, en dan moet je een maand wachten om een nieuwe aan te maken. Of ik dat ga doen en hoe en wanneer weet ik nog niet. Misschien enkel en alleen om mijn blog te promoten. Wie schrijft wil immers gelezen worden, zo ijdel zijn we dan wel!

Vijf levenslessen

De 5 levenslessen

Geike Arnaert

‘Hoe graag je het ook in je eentje klaart: je hebt anderen nodig’
Geike Arnaert geeft niet graag advies, want ze krijgt er zelf ook liever geen. En ze noemt zichzelf hardleers, al helemaal wat haar eigen levenslessen betreft. Daarom formuleert ze die het liefst voorzichtig. Ines Minten

1.
Aanvaard dat je samen iets groters kunt maken dan alleen

‘Ik ben zelf nogal hardleers, ook wat mijn eigen levenslessen betreft. Deze is daar een goed voorbeeld van. Van nature klaar ik de dingen graag in mijn eentje. Als ik songs schrijf, bijvoorbeeld, zal ik altijd vanuit mezelf vertrekken, omdat ik mezelf graag wil bewijzen. Maar het kan gebeuren dat je ergens vast komt te zitten, en als je het dan hardnekkig voor jezelf houdt, eindigt het in frustratie. Ik heb het daardoor ooit bijna opgegeven. Als iemand als Joost Zweegers je dan voorstelt om samen te werken, kun je het al wat sneller aan de kant schuiven en de samenwerking accepteren. En dan merk je hoe bevredigend het kan zijn om samen iets te maken waar je trots op kan zijn. Het resultaat wordt beter en groter dan je in je eentje had gekund. Je wordt er zelf ook beter van, want je neemt er altijd iets van mee. En uiteraard gaat dat verder dan werk. Uiteindelijk heb je op alle domeinen van het ­leven andere mensen nodig.’

2.
Neem het niet persoonlijk

‘Ik geef niet graag raad, omdat ik het zelf ook niet zo tof vind om raad te krijgen. Zeker op creatief vlak kan wat goede raad is voor de één, helemaal verkeerd uitdraaien voor een ander. Maar de dingen niet persoonlijk nemen, dat is toch wel iets… Iets wat je raakt of waar je je geviseerd door voelt, is zelden écht tegen jou als persoon gericht. Heel vaak speelt er nog iets anders. Evident is het niet, maar als je dat in je achterhoofd houdt, kan het je wat rust geven. Ik merk het elke keer: als je je door iemand gekwetst voelt en je kunt er vanop wat meer afstand op terugblikken, dan zie je altijd wel iets anders wat meespeelt. De ene heeft een persoonlijk probleem, de ander worstelt met wat anders. Het is iets wat echt begint op te vallen na een tijd. Ik zeg niet dat je alles zomaar moet ontwijken of dat je moet proberen om niets te voelen. De kwetsuur is er, maar afstand nemen en er zo naar kijken, helpt om ze een plaats te geven.’

3.
Zeg op tijd wat je te zeggen hebt

‘Ook dat is een les die ik zelf opnieuw en opnieuw te leren heb. Soms kom je in een situatie terecht die je wat doet twijfelen aan jezelf. Of je bent bang om iemand te kwetsen. Maar als je niet uitspreekt waar je mee zit, blijf je ermee lopen. Uiteindelijk raak je daar net mensen mee kwijt, want ooit is het te laat. Je loopt altijd het gevaar dat zulke onuitgesproken dingen de afstand tussen twee mensen te groot maakt. Maar zeker als het gaat om mensen van wie je houdt, móét je die afstand overbruggen. Het is te belangrijk. Op sommige momenten lukt het me beter dan op andere – het is iets wat ook afhangt van je persoonlijkheid. Maar het is altijd een voornemen en een heel groot werk. (lacht)’

4.
Geef wat je hebt en eis waar je recht op hebt

‘Een vriend van me zegt geregeld: “Al wat je niet gegeven hebt, gaat verloren.” Ik kan nogal gesloten zijn en afstand houden, ook en misschien vooral op werkvlak. Zo heb ik de neiging om heel lang op een idee te blijven zitten en er almaar aan te blijven sleutelen zonder het ooit aan iemand te laten horen. Maar het gaat almaar beter. Intussen vind ik het zelfs prettig om zo’n idee voor te leggen en het desnoods te laten afschieten, want het helpt me vooruit. En dat eisen waar je recht op hebt? Ook dat is een moeilijke, maar het helpt evenzeer om je eigen werk te waarderen.’

5.
Slaap

‘Ik merk dat slaap gewoon heel belangrijk is om optimaal te kunnen functioneren. Ik ken mensen die het kunnen trekken met vier uur slaap, maar bij mij lukt dat niet. En al zeker niet als je een paar nachten na elkaar niet voldoende hebt kunnen slapen. Je voelt je somberder, bent minder alert en het leven lijkt een stuk zwaarder. Ook je creativiteit gaat eronder leiden. Als je een volle nachtrust hebt gehad wordt alles lichter, vrolijker en makkelijker. Slapen is dus de max.’

Geike Arnaert werd bekend als zangeres van Hooverphonic. Nadat ze de band had verlaten, zocht ze een hele tijd naar haar eigen muzikale pad. Dat vond ze nu in een samenwerking met Joost Zweegers (Novastar). De eerste single, ‘Off shore’, werd goed onthaald. De volledige plaat komt na de zomer uit. Op 2 augustus komt Geike naar ­M-idzomer in Museum M, Leuven.
Meer info:

De Standaard – 01.08.2019

Zomerdepressie

Zomerdepressie
Zonnige dagen kunnen ook donker zijn: ‘Ik voel de nood om me terug te trekken’

De Morgen – Fernand Van Damme – 29.07.2019

‘Op extreem warme dagen lijkt de aarde een plek waar je groot geluk mag verwachten. Ik voel mij daar niet comfortabel bij’, zegt Klara-presentator Bart Stouten.

Ervaart u dezer dagen een somber, rusteloos gevoel? U bent niet de enige. Een op de duizend Vlamingen heeft last van een ‘zomerdepressie’. Ook Tele-Onthaal ziet het aantal eenzamen in deze periode licht stijgen.

“Op dit moment is de zomer zo hyperbolisch, zo overdreven zichzelf dat ik haast geneigd ben om naar het tegenovergestelde te verlangen”, zegt Klara-presentator Bart Stouten. Hij is niet gelukkig wanneer het weer “een valse belofte van geluk suggereert”. “Op extreem warme dagen lijkt de aarde een plek waar je groot geluk mag verwachten. Ik voel mij daar niet comfortabel bij. Op zulke dagen voel ik een nood om mij terug te trekken, te slapen, boeken te lezen en te schrijven.”

‘I got that summertime, summertime sadness’, zong de Amerikaanse popzangeres Lana Del Rey al in haar gelijknamige hit uit 2012. Zomerweemoed: zo heet het sombere, rusteloze gevoel dat u misschien ervaart terwijl u dezer dagen naar de hemelsblauwe lucht kijkt. Ook Tele-Onthaal merkt een dipje bij zijn bellers en chatters, zegt woordvoerder Jennifer Pots. “De zomer werkt ontwrichtend.”

‘Netwerk op vakantie’

In de afgelopen maand kreeg de anonieme telefoon- en chathulplijn niet meer oproepen dan anders, wel praatten Vlamingen vaker over eenzaamheid. Tussen 1 juli en 21 juli had gemiddeld 12,3 procent van de bellers het over eenzame gevoelens tegenover 11,9 procent tijdens de eerste zes maanden van 2019. Bij de chatters is de tendens nog sterker: 7,3 procent in juli tegenover 5,8 procent tijdens de rest van het jaar.

Pots: “Vrienden en familie trekken op reis, maar ook psychologen en huisartsen knijpen er even tussenuit. Dat valt sommigen zwaar. Hun netwerk, hun luisterend oor valt weg. Zo is het gemakkelijk om in een isolement te vervallen.”

Geen routine

In extreme vorm kunt u over een ‘zomerdepressie’ spreken, een seizoensgebonden depressie zoals de bekendere winterdepressie. Het is een aanhoudende neerslachtigheid die jaarlijks terugkomt, altijd in hetzelfde jaargetijde. Ongeveer 0,1 procent van de Vlamingen zou met de zomerse variant te kampen hebben, zo schatte Dominique Van Praag, diensthoofd klinische psychologie aan het UZ Antwerpen, recent in Humo.

Er is niet één oorzaak voor het ontstaan van een depressie. Die is vrijwel altijd het gevolg van een combinatie van factoren: erfelijkheid, persoonlijke eigenschappen en iemands levenspad.

Professor Filip Raes, klinisch psycholoog aan de KU Leuven: “Bij zomerdepressies speelt het veranderen van de seizoenen een rol, maar even goed het verdwijnen van routine. Het is vakantie, mensen moeten niet naar kantoor, de kinderen zijn thuis… Bij sommigen hebben dergelijke veranderingen in routines een negatieve weerslag op hun stemming.”

Melatonine

Ook de veranderende hoeveelheid licht heeft een impact. In de zomer is het ’s avonds langer en ’s morgens vroeger licht. Daardoor kan ons dag-nachtritme worden ontregeld en wordt er minder melatonine aangemaakt, een hormoon dat ’s nachts door onze hersenen wordt afgescheiden en ons slaperig maakt. Een tekort eraan heeft een invloed op onze slaap en stemming.

“Dat horen wij ook bij onze bellers en chatters”, zegt Jennifer Pots van Tele-Onthaal. “Mensen geven aan dat ze door slecht te slapen in hun piekergedachten worden versterkt.”

De Zuid-Afrikaanse psychiater Norman E. Rosenthal heeft het fenomeen van seizoensgebonden depressies voor het eerst beschreven in de jaren 1980. Hij wijst ook op de sociale druk die met zomers gepaard gaat en sommige mensen beïnvloedt. “Het gevoel leeft dat de zomer leuk hoort te zijn, en als mensen niet ongelooflijk veel plezier hebben, moet er wel iets mis zijn met hen”, zo zei hij eerder aan The New York Times.

Mislukt

Oud-politica Mieke Vogels gaat niet zo ver om zich ‘zomerdepressief’ te noemen, maar herkent wel die zomerse druk waarover Rosenthal spreekt. Het kan haar soms neerslachtig maken: “In een stad als Antwerpen is er nu ongelooflijk veel te doen. Je krijgt continu brochures in de brievenbus. Eerst denk ik altijd: ik wil daarheen en dat concertje wil ik meepikken, en amai, dat ziet er plezant uit. Maar dan bestel ik toch weer geen kaarten, het aanbod is gewoon te overweldigend. Dan zit ik weleens triest in de zetel. Verdorie, waarom ben ik nu niet op dat festival, kan ik dan denken.”

Ook sociale media spelen een rol in zomerweemoed. Naar vakantiekiekjes van anderen kijken kan ons beïnvloeden, zegt Rosenthal aan de Times. “In de zomer lijkt het alsof iedereen er op z’n best uitziet en in geweldig gezelschap vertoeft op de meest adembenemende plekken.” Als jij dan thuis in je eentje in de zetel zit, kan je je mislukt voelen. Al vinden andere wetenschappers die socialemedia-uitleg te gemakkelijk. Naar verluidt dateert de eerste wetenschappelijke vermelding van een man die aan een zomerdepressie leed van 1854 – meer dan 150 jaar voordat we selfies op het strand van Knokke-Heist bij zonsondergang begonnen te posten.

Klara-presentator Bart Stouten zal je dezer dagen alleszins niet in de zandbak van Knoks burgemeester Leopold Lippens aantreffen: “De zomer is door het dolle heen. Dat het maar snel herfst is.”

Wie nood heeft aan een gesprek, kan terecht bij Tele-Onthaal op het gratis nummer 106 en op de website www.tele-onthaal.be.

Koninkijke trossen

David zijn druiven beginnen te rijpen in zijn serre op Solheide te Overijse. De hittegolf heeft het proces versneld, maar jammer genoeg ook de kleinere ranken wat doen lijden, maar de Royal trossen, zo heet de soort, blijven zich koninklijk gedragen.

Ze zullen extra zoet zijn dit jaar, de druiven van de Druivenstreek!

We zijn gelukkiger en tegelijk depressiever dan ooit

We zijn gelukkiger en tegelijk depressiever dan ooit

Brainwash – Damiaan Denys – 28.07.2019

We zijn gelukkiger dan ooit en tegelijk ook depressiever dan ooit. Nederland staat bovenaan de lijstjes van gelukkigste landen ter wereld, onze levenskwaliteit is beter dan ooit en we zijn nog nooit zo rijk geweest. Tegelijkertijd gaan jaarlijks een miljoen mensen in behandeling voor psychische klachten. Filosoof en psychiater Damiaan Denys over deze vreemde paradox.

Waar gaat het mis?

‘We zijn het vermogen verloren om het lijden te omarmen. Met onze rijkdom en technologie hebben we een maatschappij geschapen die op korte termijn heel aangenaam lijkt en ons van alle gemakken voorziet, maar ons mentaal ongezond maakt. Dat is iets dat we ons niet realiseren.’

We zijn gelukkiger en tegelijk ook ongelukkiger dan ooit?

‘De hemel is zo aantrekkelijk omdat hij niet bestaat. Mensen verlangen datgene wat eigenlijk niet goed voor hen is. Als je dát weet, dan wordt het veel makkelijker om te leven. Het verlangen zelf maakt het leven uit, en niet datgene wat je wilt bereiken. Al vanaf jonge leeftijd ontwikkel je allerlei verlangens: je wilt speelgoed en een puppy. Later wil je een huis, een baan en kinderen. Naarmate je ouder wordt, veranderen je verlangens. Maar het punt is dat je nooit datgene kan bereiken wat je verlangt. Er moet een tekort blijven om je als mens te drijven, want het bereiken van je verlangens is teleurstellend. Die mooie zeilboot is hooguit een paar dagen interessant, professor worden ben je na een week gewend, een fantastische partner is geweldig tijdens de huwelijksreis, maar bij thuiskomst kom je de eerste tekortkomingen al tegen. Het onbereikbare van geluk is de essentie ervan.’

Best wel tragisch.

‘Het vinden van geluk maakt gelukkig, het zoeken naar geluk ongelukkig. Zoeken naar geluk, zoals we het nu najagen, is tragisch, in de klassieke betekenis van een Griekse tragedie. De Griekse tragedie gaat niet zozeer om de dramatiek, maar om wat de hoofdrolspeler bewerkstelligt wat hij wil vermijden. Deze tragische essentie is het ultieme kenmerk van het Westerse denken. Het individu wil iets vermijden, uit hoofde van de maakbaarheid, en brengt daardoor juist tot stand wat hij niet wil. Willen we angst vermijden, dan juist worden we bang. Willen ongeluk vermijden en geluk omarmen, dan juist worden we ongelukkig.’

Zijn onze mentale klachten te danken aan de maatschappij waarin we leven?

‘Als je kijkt naar de mentale gezondheid in een land als Nigeria, een land dat veel minder welvarend is dan Nederland, dan zou je daar meer mentale klachten verwachten. Maar dat is niet het geval. In Nederland kampt 7,4 procent van de bevolking met een post-traumatische stressstoornis (PTSS). In Nigeria is dat minder dan 0,03 procent. Daarmee staat Nederland op de tweede hoogste plek in de wereld, Nigeria op de laatste plek.’

Dat is een opmerkelijk verschil.

‘Niet alleen op het gebied van PTSS doet Nigeria het beter. De prognose van schizofrenie is veel beter en toch neemt 84% geen medicijnen. Vier keer zoveel beter dan in Nederland. In de samenleving van Nigeria worden mensen nog geconfronteerd met de tekortkomingen van de werkelijkheid, en blijven mensen die psychisch lijden geïntegreerd in de dorpsgemeenschap. Zij kunnen blijven functioneren in de samenleving.’

Waarom doen wij het zoveel slechter?

‘Wij kunnen niet alleen het lijden, maar ook de abnormaliteit niet meer verdragen. Vandaar dat Nederland dat bizarre woord ‘verwarde personen’ heeft. Dat bestaat elders ter wereld niet, het is een uitvinding van de Nederlandse politie. Wij kijken op een vreemde manier naar dat wat niet strookt met ons maatschappelijk bestel. De onverdraagzaamheid van abnormaliteit – het anders zijn dan de norm – en van het lijden, dat zijn belangrijke ankerpunten die gepaard gaan met een hoogtechnologische, rijke en verwende samenleving die steeds meer doet waar ze zin in heeft.’

Is onze goede gezondheidszorg een verklaring voor het hoge aantal diagnoses, omdat het taboe minder groot is en mensen hier snel de weg vinden naar een psycholoog?

‘Nee. De beschikbaarheid van de geneeskundige zorg is al vijftig jaar hetzelfde in Nederland, toch zijn in de afgelopen twintig jaar psychische klachten toegenomen. Burn-out, stress en eenzaamheid zijn geen aspecten die te maken hebben met een betere toegankelijkheid in de geneeskundige zorg. Bovendien verklaart het niet waarom de effecten bij mensen die behandeld worden voor schizofrenie in Nigeria beter zijn. De crux ligt bij een andere manier van kijken naar mentale problemen. Wij stoppen medicijnen in mensen, nemen ze op, en vinden het lastig om hen te laten integreren in de samenleving. In Nigeria doen ze dat allemaal niet. Ze halen mensen niet eens uit de maatschappij, maar laten ze gewoon functioneren.’

Maakt de individualistische samenleving waarin we leven ons ziek?

‘Het is zeker zo dat wij in een samenleving leven waarin het individu de hoeksteen is, en waar we op onszelf zijn aangewezen. Het lijden, de angst of emoties die wij hebben kunnen niet meer gedeeld worden met de gemeenschap. Dat doen we alleen op een hysterische manier: kijk naar voetbalwedstrijden van Oranje, of de ramp met MH17. Dan zie je dat we ons cognitief individualisme compenseren met emotioneel collectivisme. Maar het individualisme bestaat al lange tijd in het Westen en de isolering van de mens is niet de enige verklaring. Een belangrijker concept is de maakbaarheid. De ambitie van de generatie millennials die denkt: ‘Ik kan alles worden wat ik wil, als ik maar hard werk.’ Dat heeft meer te maken met het idee dat alles maakbaar is, dat alles in mijn handen ligt als persoon. We eigenen onszelf een goddelijke status toe. Zo werkt het niet, de werkelijkheid is veel weerbarstiger.’

Hoe komt het dat de Nederlandse omgang met mentale problemen steeds meer kost en minder oplevert?

‘We stoppen meer en meer geld in de geestelijke gezondheidszorg, terwijl de problemen steeds groter worden: er zijn meer wachtlijsten, het personeel loopt weg, en psychiaters en patiënten zijn meer ontevreden. In vergelijking met twintig jaar geleden nemen de investeringen in zorg en personeel toe, maar alle parameters die zouden moeten verbeteren, worden slechter.’

‘Mijn analyse is dat de overvloed op den duur een tekort creëert. Zo worstelen we met een tekort van te veel investeringen in de gezondheidszorg, worstelen we met het feit dat we een tekort ervaren van te veel rijkdom, te veel pamperen, te veel luxe. Dat gaat ook over niet willen inzien dat het lijden bij het leven hoort, het niet kunnen aanvaarden van dat lijden. Het gaat ook over de psychiatrie als vak, waar we veel te hoge verwachtingen van hebben, en waarvan we willen dat ze ons pasklare oplossingen geeft. Er is geen pragmatische oplossing meer mogelijk, meer geld werkt niet meer. Er moet een verandering in attitude komen op drie dimensies, naar de organisatie van de gezondheidszorg, én naar onze verwachtingen naar de psychiatrie én onze omgang met het lijden.’

Mogen we bij de psychiater aankloppen voor hulp bij ons lijden en ons verlangen om gelukkig te worden?

‘Nee. Als we de psychiatrie willen redden, moet ze kleiner worden. De psychiatrie is een discipline van de geneeskunde die zich bezighoudt met de diagnose en behandeling van psychische stoornissen. We hebben daar veel te hoge verwachtingen van. We willen dat behandelaars ons helpen om gelukkig te worden, gezond te blijven en veerkrachtig te worden. Daar heeft een psychiater helemaal niet voor geleerd en dat kán hij ook helemaal niet. We komen naar een behandelaar en zeggen: ‘Help mij, los het op!’ Daar is de psychiatrie niet voor bedoeld, en dat is maar goed ook. Stel je voor dat het wel zo zou zijn, dan word je geboren en wordt er voor het leven een psychiater aan je gekoppeld. Sommige dingen in het leven kun je beter zelf doen.’

Binnenkort komt Het tekort van het teveel uit, waarin Damiaan Denys de paradox van de geestelijke gezondheidszorg ontrafelt. En hij spreekt op Brainwash Festival over de mythe van geluk. Damiaan Denys is filosoof en psychiater.

De rugzak

Elk kind dat geboren wordt en niet onvoorwaardelijk bemint wordt door zijn of haar ouders heeft een serieuze handicap voor de rest van het leven. En dat is de afgelopen maanden en weken weer eens gebleken. Wat de aanleiding was voor de zoveelste moeilijke periode doet er niet toe, wat er wel toe doet is hoe je door die handicap reageert op de gebeurtenissen, en die reactie zal voor iedereen anders zijn en hangt af van wat je in je rugzak aan ervaringen  meedraagt.

Gedurende je leven raakt die rugzak steeds maar voller, en wat erin steekt krijg je er nooit meer uit. Toch niet helemaal. Maar gelukkig heb je in de loop der jaren ook wat levenswijsheid meegekregen en ben je ook wat sterker geworden, zodat wat zwaar weegt wat lichter wordt. En je hebt ook wat beter leren omgaan met je handicap, weliswaar met hulpstukken en aanpassingen, maar het is en blijft een handicap die je af en toe blijft parten spelen.

Toen ik destijds vertelnamiddagen verzorgde in het rusthuis, merkte ik, ook al word je honderd, die heel zware en nare ervaringen, die mensen toen ze bijvoorbeeld nog tieners en kind waren meemaakten, steeds weer moesten kunnen verteld worden. En steeds weer kwamen die emoties die ze toen moesten gevoeld hebben weer boven. Het was tegelijk ontroerend en pijnlijk, maar gelukkig was er dan wél iemand om er naar te luisteren, terwijl dat vroeger misschien niet zo was, waardoor het verdriet en gemis nooit verwerkt werd.

Hoe mensen reageren op gebeurtenissen, oordeel niet te snel, maar luister naar hun verhaal en beleef het mee met je hart én het besef dat het waarschijnlijk uit een veel te zware rugzak komt, en jij wellicht door te luisteren, dat rugzakje een stukje lichter kan maken.