Kind en Gezin screent…

Kind en Gezin screent vrouwen zes maanden na bevalling op mentale problemen

De Morgen – Sara Vandekerckhove – 29.08.2018

Vanaf volgend jaar wil Kind en Gezin alle vrouwen zes maanden na de bevalling screenen op mentale stoornissen. De nieuwe richtlijn werd in april aan alle medewerkers gecommuniceerd en sindsdien gebeurt het her en der al. ‘De verwachting is dat elke medewerker hier in januari volledig mee weg is’, klinkt het.

Jonge moeders zullen telkens vier vragen voorgeschoteld krijgen, waarin wordt gepeild naar depressieve gevoelens en angsten. Gaan er knipperlichten branden, dan is een verdere bevraging nodig, waarna de vrouw naar de juiste zorg verwezen wordt. Naast een bevraging op zes maanden, is het de bedoeling dat vroedvrouwen hetzelfde doen bij twintig weken zwangerschap en zes weken na de geboorte.

Een op de vijf vrouwen krijgt met de problematiek te maken, terwijl amper een op de tien de juiste hulp krijgt. De bevraging van Kind en Gezin maakt deel uit van de richtlijn ‘Screening en detectie van perinatale mentale stoornissen’ die er kwam op vraag van Vlaams minister van Volksgezondheid Jo Vandeurzen (CD&V). Het Gentse Netwerk voor Perinatale Mentale Gezondheid werkte het screeningsprotocol mee uit.

In de toekomst is het trouwens de bedoeling om ook de partners van de jonge moeders te screenen op mentale problemen. Ongeveer een op de tien partners ontwikkelt depressieve klachten.

https://www.standaard.be/cnt/dmf20190829_04581675

https://www.standaard.be/cnt/dmf20190829_04581392

Lieve jongen

Lieve jongen,
misschien kan je later
aardedokter worden
en onze planeet genezen
van de opwarming
en vervuiling,
en de prachtige natuur
van de verwoesting.

En als je dan
daarin geslaagd bent,
er hopelijk voor zorgen
dat de mensheid
niet  meer in de hemel
moet geloven,
omdat die voortaan
aan hun voeten ligt.

Micheline Baetens – 28.08.2019

Maffiamentaliteit

In sommige mensen zit een beetje een maffiamentaliteit.: “doe wat ik wil en hoe ik het wil, of ik laat je vallen”, en in het ergste geval, “ik maak je kapot.”

Geven we daaraan toe of niet?

Toegeven is gemakkelijker dan je hiertegen te verzetten, of tenminste zo lijkt het, want op termijn wreekt zich dat toch, omdat we nog amper toekomen aan wat we zelf willen. Onze assertiviteit en zelfverwerkelijking komt namelijk ernstig in het gedrang.

Maar wie kiest voor niet toegeven heeft het ook niet gemakkelijk. Je krijgt (onredelijke) schuldgevoelens, voelt je uitgestoten en genegeerd, soms zelfs gepest en gekwetst, want eigenlijk wil iedereen er ook graag bijhoren en geaccepteerd worden. De anderen zijn immers belangrijk voor ons.

Welke keuze is dan de beste, of tenminste de minst slechte?

Misschien overdrijf ik wel een beetje met het woordje “maffiamentaliteit”, maar toegeven aan schadelijke manipulatie en emotionele chantage zal uiteindelijke altijd nefaste problemen en frustraties veroorzaken en ons recht op geluk en voldoening in de weg staan.

Niemand krijgt vriendschap, waardering en betrokkenheid cadeau in het leven, maar niemand wilt ook de valse, de fake versie van dit alles.

Ga dus in de eerste plaats voor je ware zelf, want daar kom je waarschijnlijk het verst mee, en daar beleef je ook het meeste voldoening aan.

Iedereen heeft aangeboren persoonlijke voorkeuren. Ontdekken wat ons het beste ligt is het allerbelangrijkste wat we in ons leven voor onszelf voor elkaar moeten krijgen willen we een goed leven hebben. Daaraan verzaken om de ander ter wille te zijn en te plezieren is één van de ergste en ongezondste dingen die we onszelf kunnen aandoen.

Passie, creativiteit, speelsheid en plezier maken het leven de moeite waard. Het is belangrijk om je soms te kunnen laten gaan, om ruimte te geven aan plezier en uitgelatenheid. Als je assertiviteit en zelfverwerkelijking te weinig plaats geeft, voelt het leven zwaar en ga je je wanhopig voelen, want jouw behoeften en die van de mensen om je heen zijn uit balans geraakt.

Toegeven aan je eigen behoeften en neigingen, zonder daarbij anderen tekort te doen, is een mensenrecht!

Een paar uurtjes praten…

Een paar uurtjes praten over je binnenkamer zal je echt niet schaden

Saskia de Coster is schrijver van de roman ‘Nachtouders’. Haar column verschijnt tweewekelijks op woensdag.

De Morgen – 28.08.2019

Plots verdwijnen van het scherm, sterker dan ooit terugkomen en vertellen over het diepe dal waarin je zat. Hoed af voor Bart Schols (DM 24/8). Hij is niet de eerste BV die eerlijk vertelt over zijn mentale dip of dieper-dan-dip en hoe hij daar dankzij een psycholoog en psychiater uitgeraakt is. Het helpt allemaal om het taboe op geestelijke gezondheidszorg te doorbreken. “Het (was het) eindpunt van iets wat al langer aan de gang was”, zegt hij.

Gek dat de overheid niet meer aan preventie doet, voor zover dat gaat. Eén op de vier Vlamingen worstelt vroeg of laat met ernstige psychische problemen. In plaats van een Vlaamse culturele canon samen te stellen zou het misschien nog beter zijn om enkele hardnekkige Vlaamse gebruiken en tradities net actief uit te roeien, zoals bijvoorbeeld de Vlaamse omerta over je eigen kopzorgen.

“Een psycholoog? Ik heb dat niet nodig”, hoorde ik een kalende man in de supermarkt briesen die net een woedeaanval had gekregen omdat de buffelmozzarella uitverkocht was.

Vijf jaar geleden werd in West-Vlaanderen, de Vlaamse provincie met de hoogste zelfmoordcijfers, de eerste ‘Oe Ist’-campagne gelanceerd, om de West-Vlamingen uit hun schulp te doen kruipen, tegen die aloude traditie in van op je tanden te bijten tot het glazuur springt of erger. Begin dit jaar kwam minister van Gezondheidszorg De Block met een nieuw terugbetalingssysteem, bedoeld om “mensen met een ‘matige’ depressie, alcoholverslaving of angststoornis sneller en beter helpen, zodat hun problemen niet ontsporen.” Jammer dat het systeem organisatorisch langs alle kanten rammelt, maar het is een stap in de goede richting.

En goed kan altijd beter. Waarom geen aantal verplichte bezoeken aan de psycholoog, ook al voor kinderen, als onderdeel van een medisch onderzoek? Net zoals je je gebit regelmatig laat controleren, en niet alleen als het gaat instorten. Praten kan je leren: hoe jonger, hoe beter. Sommige mensen zijn blokken beton en gaan iedere confrontatie met zichzelf uit de weg omdat ze de tools of het geld ontbreken of er zelf niets bij te winnen hebben. Sommigen heten Donald Trump. Maar de meeste mensen bezorgen vooral zichzelf en hun omgeving last door hun muizenissen en gebrek aan zelfinzicht.
“Ik heb dat niet nodig”, fulmineerde de buffelmozzarellaman tegen vermoedelijk zijn dochter, “ik los mijn problemen wel zelf op”. In de heftigheid van het verzet zit vaak de noodkreet. Een paar uurtjes praten over je binnenkamer zal je echt niet schaden. Het zal ook niet meteen alles oplossen, als dat je angst zou zijn.

Ik las het prachtige Let me not be mad van neuropsycholoog A.K. Benjamin. Wanneer een patiënt plots niet meer op de vaste wekelijkse afspraak verschijnt, gebruikt Benjamin dat uur om te fantaseren over hoe het leven van die patiënt er nu zou uitzien. Ik zie meteen een Vlaamse versie van zo’n boek, met een Vlaamse politicus, stijf van de stress, geconstipeerd, die naar de praktijk komt en over onderhandelingen en de stand van het land vertelt. Dan wegblijft. Een instant klassieker, met zo’n bijzondere inkijk in een Vlaamse mastermind en de geschiedenis van Vlaanderen. Voor de canon.

Saskia De Coster

De weekendnachtegaal…

De weekendnachtegaal zingt een toontje lager

Hans Van Dyck wijst erop dat omgevingslawaai schadelijk is voor dieren. Het kost hen veel moeite om met elkaar te communiceren.

De Standaard – 27.08.2019

Hans Van Dyck
Wie? Hoogleraar gedragsecologie (UCLouvain).
Wat? Om diverse beestige redenen moeten we vaker stilstaan bij lawaai in onze omgeving.

Hij passeert vaak tot onder het venster van mijn kantoor op de universiteit. Ik hoor hem al vanop ruime afstand naderen. Keer op keer vervloek ik hem. De bovenkamer tussen mijn oren biedt geen ruimte voor gewenning. Ik heb het over de bladblazer van de groendienst. Vorige week stond De Standaard stil bij lawaai in de reeks ‘Het land is luid’. Het fenomeen overstijgt de anekdote van een irritante bladblazer.

Onze gevoeligheden variëren, maar het maakt de impact van lawaai niet minder universeel. Effecten kunnen ook onbewust inwerken. Menselijke bedrijvigheid veroorzaakt veel geluid. Auto’s, vrachtwagens, vliegtuigen, schepen, tractoren, airco’s, bouwwerven, industriële installaties en seismische metingen dragen bij tot groeiende volumes achtergrondgeluid te land, ter zee en in de lucht. De Wereldgezondheidsorganisatie erkent geluidsoverlast al langer als een belangrijke kwestie.

Het is ook een biodiversiteitsprobleem. Het aantal studies met hilarische resultaten over de impact van lawaai groeit gestaag. In Berlijn zingen nachtegalen in de week luider dan in het weekend. Wij schreeuwen ook harder op een feest met luide dj-set. Voor vogels in de stad of langs drukke wegen lijkt het alle dagen ‘feest’. Het kost hen meer energie, waardoor ze minder efficiënt communiceren. Als er in het weekend minder luidruchtig verkeer is, draaien ze de volumeknop zachter. Koolmezen zingen in de stad niet luider dan in het bos, maar wel hoger. Het gemotoriseerde lawaai kent een lage geluidsfrequentie. Door hoger te zingen wordt hun zang minder gemaskeerd door het achtergrondgeluid. Een veldsprinkhaan tsjirpt langs een drukke weg met een hogere frequentie dan in een rustig grasland. Bij te veel lawaai stellen roodborsten hun gezang uit tot ’s nachts. En nabij vlieghavens houden zangvogels rekening met de vluchtschema’s. Toch blijkt de flexibiliteit niet altijd te werken. Dan loopt de communicatie bij vogels, vissen, kikkers en zelfs insecten mank.

Onzichtbare stoorzender

Nabij vlieghavens houden zangvogels rekening met de vluchtschema’s
Wat later, harder of hoger tsjilpen, jodelen of kirren? Het klinkt als een olijke bijdrage voor de fait divers in de krant. Maar we moeten de manier waarop onze menselijke bedrijvigheid chronisch en vaak onbedoeld de fysische eigenschappen van de omgeving verandert, ernstig nemen. Net als u en ik gebruiken andere levensvormen hun zintuigelijke en cognitieve vermogens om zich aan hun omgeving aan te passen.
Bij vogels die langs drukke, lawaaierige wegen broeden, wordt een aanhoudende verhoging van de stresshormonen gemeten. Dat weegt op hun immuunsysteem. Er treden ook veranderingen op in het gedrag. Meer lawaai leidt tot meer rondspeuren en minder eten. Voedsel zoeken in een decibelrijke omgeving gebeurt bovendien minder efficiënt. Het voortplantingssucces ligt vaak beduidend lager. Vleermuizen vermijden zones rond lawaaibronnen. Dat lijkt een oplossing, maar verschuift het probleem. Als lawaairijke zones niet meer meetellen, krimpt hun leefgebied aanzienlijk.

Geluidsvervuiling gaat gepaard met andere invloeden van menselijke signatuur. Een drukke weg leidt niet alleen tot decibels, maar ook tot uitlaatgassen. Hoe weten we of de bijdrage van lawaai wel betekenisvol is? Dat vraagt een experimentele aanpak.

Amerikaanse onderzoekers simuleerden de invloed van verkeerslawaai zonder de andere invloeden van een drukke weg. Met luidsprekers baanden ze een lawaairijke lijn door een natuurgebied. De fantoomweg liet er geen twijfel over bestaan. Bij lawaai zakte het aantal vogels met een derde. Vogels die niet de biezen pakten, hadden een beduidend slechtere lichaamsconditie. Lawaai blijkt een onzichtbare stoorzender.

Dovemansoren

Het vakblad Science becijferde de geluidsbelasting in Amerikaanse natuur­reservaten. In 63 procent van die bolwerken voor biodiversiteit bleek het gemiddelde geluidsniveau verdubbeld door naburige menselijke bedrijvigheid. Voor 21 procent betrof het een vertienvoudiging of meer. De combinatie van een erg dicht wegennet, slechte ruimtelijke ordening en gemiddeld kleine natuurgebieden staat ook in Vlaanderen garant voor een chronisch lawaaibad voor mens en fauna. Het natuurbehoud heeft geen tekort aan prioriteiten, maar momenteel wordt lawaai zelden genoemd als een heikel punt.

Er zijn enkele gunstige perspectieven. Elektrische auto’s zijn veel stiller dan auto’s met een ontploffingsmotor. Maar het gaat voorlopig om een kleine minderheid en de lawaaierige lucht- en scheepvaart blijven mondiaal sterk groeien. De decibels volgen.

Hoeveel decibels kunnen we schrappen door betere geluidsisolatie rond motoren en andere geluidsbronnen? Het is een gebied waar ingenieurs en technici de levenskwaliteit voor mens en natuur sterk kunnen verbeteren. Nabij natuurgebieden is het zinvol om na te gaan of andere flankerende maatregelen versneld mogelijk zijn. Bij lagere snelheden grommen knalpotten minder. Minder lawaai komt bovendien onze natuurbeleving in reservaten, bosgebieden en parken ten goede.

Laat je niet misbruiken

Waarom verkopen mensen met talent en mooie idealen hun ziel zo vaak aan de verkeerde personen en doelen?

Misschien omdat ze denken dat iedereen is zoals zij, of misschien omdat ze makkelijk te manipuleren of naïef zijn, of omdat ze geloven in schoonheid en goedheid?

Het is steeds hetzelfde verhaal en ze trappen er altijd met hun twee voeten tegelijk in.

Zij hebben de beste bedoelingen en keer op keer worden die misbruikt door zij die maar één doel hebben en dat is zichzelf verrijken en meer macht krijgen, en wiens wereld enkel draait om zichzelf, een wereld waarin ze uiteindelijk zichzelf zullen verliezen.

Laat je niet misbruiken, mooi mens!

Kyra Gantois stapt uit kerngroep van Youth for climate

De Standaard – 26.08.2019

De 20-jarige klimaatactiviste Kyra Gantois stapt uit de kerngroep van Youth for climate, de klimaatbeweging die ze samen met Anuna De Wever oprichtte. Ze zal naar de klimaatmarsen blijven gaan en ook haar activisme behoudt ze.

Kyra Gantois, die dit voorjaar de klimaatprotesten mee leidde, stapt uit de kerngroep van klimaatbeweging Youth for climate. Het staat vast dat het al enige tijd niet meer boterde tussen boegbeeld Anuna De Wever en Kyra Gantois. ‘Doet het ertoe dat Anuna meer in de aandacht kwam?’, vraagt Gantois zich in een open brief op Twitter af. ‘Zeker niet,(…) maar wat niemand zag is dat ik bijna alles organiseerde achter de schermen en ik ook wel dingen te zeggen had en ik daar nooit de kans toe kreeg.’

De studente benadrukt dat de ‘band tussen Anuna en Kyra snel ‘slechter en slechter’ werd. Dat woog ook op de kerngroep van Youth for climate. ‘Het is altijd moeilijk voor jongeren als twee mensen in ruzie zitten’, schrijft ze.

De 20-jarige klimaatactiviste was al een tijdlang minder zichtbaar. Er ontstond door de ruzie steeds meer stress in de groep. Kyra bleef wel doorgaan, maar was naar eigen zeggen minder aanwezig op vergaderingen. Ze werd vervolgens ook minder op de hoogte gehouden. Eén van die voorbeelden is het evenement Clap for climate op Pukkelpop. Gantois werd pas op het laatste ogenblik op de hoogte gebracht.

Op Twitter uitte zich al eerder kritisch over het incident op Pukkelpop dat daarop volgde, en komt er ook in haar brief op terug. ‘Er kwam een artikel over het feit dat Anuna ’s nachts lastiggevallen en bedreigd is, maar ze zegt wel dat ze van niets weet en heel de nacht heeft doorgeslapen. Toch kon ze zeggen dat het “jongeren met een Vlaamse Vlag” waren. (…) Ik was het niet eens dat die (Vlaamse, red.) vlaggen werden weggehaald.’ Ook dat De Wever een klacht indiende leidde bij Gantois tot frustratie.

Maar er was meer: volgens Kyra was de groep het erover eens dat ze niet meer in de media mocht komen omdat ze gezegd had voor Vlaams Belang te zijn. ‘Voor de duidelijkheid: ik heb gezegd dat ik begrijp waarom mensen voor Vlaams Belang stemmen’, schrijft ze. Ook in de mailbox merkte ze dat ze buiten spel werd gezet en dat haar contactgegevens – ook als die gevraagd werden – niet werden doorgegeven. ‘Toen ik dit argument aanhaalde werd gewoon het wachtwoord veranderd zodat ik er niet meer op kon’.

Nu is Gantois het beu: ‘Ik hoopte dit verhaal nooit te moeten doen, maar er is een punt waarop genoeg genoeg is. (…) Ik ben het beu om behandeld te worden als een stuk vuil. Velen zullen dit zien als jaloezie ten opzichte van Anuna, maar dit is allesbehalve dat. (…) Ga ik terug naar de kerngroep? Ik denk het niet. Mensen met een eigen mening horen daar niet’, schrijft ze. ‘En of ik nu in die groep zit of niet, ik ga verder om mijn doelen te bereiken binnen de klimaatkwestie en je zal me nog steeds zien verschijnen op de marsen.’

https://www.standaard.be/cnt/dmf20190826_04575649
https://doorbraak.be/exit-kyra/

Moeder zijn…

Moeder zijn is vast ontzettend zwaar, maar een lachertje in vergelijking met kattenmoeder zijn

Katrin Swartenbroux luistert gesprekken af op een Belgisch terras. Deze week: Caffenation PAKT, Antwerpen.

“Amai, ik voel mij zo brak.”

“Wacht maar tot je kinderen hebt.”

Het is de reden waarom we naar goede koffiebars gaan in plaats van thuis een snelle doorloper met een laag cafeïnegehalte achter de huig te gieten: vermoeidheid. Een universele plaag, te zien aan de hoeveelheid mensen die zich nog snel voor het werk op het terras van hun favoriete zaak nestelen terwijl de barista bonen weegt en met de zijkant van zijn hand de temperatuur voelt.

De twee vrouwen, van wie eentje niet écht brak kan zijn want ze is kinderloos, hebben hun koffie al gekregen en vouwen beiden hun handen in komvorm rond het kopje alsof ze zich willen warmen aan het porselein, ook al belooft het kwik vandaag ook weer boven de 25 graden te stijgen. Misschien wapenen ze zich tegen de ijzige stilte die valt na de kinderen-opmerking. Want wat kan je daar eigenlijk tegenin brengen als ‘PZK’ (persoon zonder kinderen – geen enge ziekte, althans niet volgens iedereen)?

‘Inderdaad, ik heb nooit kinderen op de wereld gezet om die vervolgens in leven te proberen te houden, dus al mijn angst, vermoeidheid en pijn valt in het niets bij jouw ervaring.’ Zoiets?

Meewarig
Het zal waarschijnlijk wel kloppen, dat kersverse vaders met weemoed terugdenken aan de ochtenden waarbij ze zichzelf na een veel te korte nacht uit bed pelden en enkel zichzelf moesten voeden en aankleden. Dat jonge moeders naar het toilet spurten om te proesten wanneer hun kinderloze collega klaagt over de krampen die haar maandstonden aankondigen. Dat koppels meewarig het hoofd schudden wanneer andere paartjes hun bezorgdheid over hun zieke ouders uitspreken.

Het is de reden waarom we naar goede koffiebars gaan in plaats van thuis een snelle doorloper met een laag cafeïnegehalte achter de huig te gieten: vermoeidheid. Een universele plaag.

Toch voelt het een beetje wrang aan als mensen klagen over een situatie waar ze zelf voor gekozen hebben. En vooral: dat ze daarmee anderen het recht ontnemen om over diezelfde symptomen te klagen. Het is een kwestie van perceptie. Ik zou ook nooit meer zeuren om een papercut als ik iets ter grootte van een fikse meloen uit mijn lichaam had moeten duwen. Maar een vrouw die als ooit gedwongen besneden werd, rolt allicht eens met de ogen als vriendinnen vertellen over hun veilige bevalling met medische professionals naast het bed.

Ik heb zin om op te staan, mijn zonnebril van mijn neus te halen en de twee te trakteren op de donkere kringen onder mijn ogen. Want moeder zijn is ongetwijfeld onzettend zwaar, maar een ­lachertje in vergelijking met kattenmoeder zijn. Ziet u, de reflux van uw baby is na twee jaar hopelijk een vervelende herinnering, mijn kat kotst na veertien jaar nog altijd op ieder nieuw paar schoenen dat mijn huis binnenkomt.

Wortelpuree
De balorigheid van uw peuter bezorgt u misschien wat spetters wortelpuree op uw favoriete T-shirt, mijn kat pist in bad wanneer iets haar niet aanstaat. En uw kind dat om half zeven om Bumba zeurt, wordt ooit een tiener die tot de noen blijft liggen, terwijl mijn kat vanaf de seconde dat het licht is (ook in de zomer, voorál in de zomer) naast mijn bed staat te zeuren om haar brokjes. Op een toonhoogte die nooit wordt getemperd door de puberteit.

Vermoeid? Wacht maar tot uw kinderen het huis uit zijn en u in uw eenzaamheid denkt: misschien moet ik een kat nemen.

Katrin Swartenbroux
De Morgen – 25.08.2019

Psychische problemen mogen geen taboe zijn

Psycholoog Filip Raes na het interview met Bart Schols: ‘Psychische problemen mogen geen taboe zijn’

De Morgen – Joël De Ceulaer – 25.08.2019

Zaterdag vertelde Bart Schols, presentator van De afspraak, in onze weekendbijlage ‘Zeno’ over zijn depressie en hoe hij hulp zocht om daaruit te geraken. Zelden waren de reacties op een interview zo talrijk en zo positief.

“Beeld u in dat kanker nog altijd een enorm taboe zou zijn”, zegt Filip Raes, hoogleraar psychologie aan de KU Leuven. “En dat twee op de drie kankerpatiënten geen hulp zouden zoeken, omdat ze er niet over durven praten, niet weten dat er een behandeling bestaat, of omdat de behandeling te veel kost. Dat zouden we onaanvaardbaar vinden. Welnu, zo is de situatie nog altijd voor mensen met psychische problemen. Daarom vond ik dat interview met Bart Schols ook erg mooi en belangrijk.”

Er werd massaal op gereageerd, dit weekend: het gesprek met Schols waarin de Canvas-presentator vertelt over zijn laatste depressie en hoe hij daaruit is geraakt met de hulp van medicatie en psychotherapie. Voor wie met vergelijkbare problemen kampt, voegde hij eraan toe: “Als je zit waar ik gezeten heb, zoek dan hulp.”

“Lieven Scheire heeft ook eens zo’n getuigenis afgelegd”, herinnert Raes zich. “Hij heeft lang geworsteld met een angststoornis en heeft zich ook door een psychotherapeut laten helpen. Zulke getuigenissen van bekende personen kunnen voor anderen de drempel naar psychotherapie verlagen. Te veel mensen weten nog altijd niet dat je behandeld kunt worden als je een depressie of een angststoornis hebt.”

Hoe komt dat?

Filip Raes: “Lichamelijke en geestelijke gezondheid worden niet op een gelijkwaardige manier bekeken. Wie zijn been breekt, gaat naar het ziekenhuis. Wie met psychische problemen te maken krijgt, loopt vaak verloren. De overheid geeft ook het verkeerde signaal: de behandeling van uw lijf wordt goed en vlot terugbetaald, de behandeling van uw geest nog altijd niet. Er is een begin gemaakt met terugbetaling van psychotherapie, maar voor veel mensen ligt ook de financiële drempel nog veel te hoog.”

Zowel Lieven Scheire als Bart Schols verwijst naar de zogeheten cognitieve gedragstherapie, die hen geholpen heeft. Dat is uw specialisatie. Wat doet zo’n therapie precies?

“Soms zijn het niet de dingen die gebeuren die ons in de problemen brengen, maar wat we daarbij denken. Een cognitieve gedragstherapeut probeert die overtuigingen op een nieuwsgierige manier te onderzoeken, en de patiënt dan te helpen bij het verkennen en uittesten van andere denkpatronen. Je helpt mensen om af te komen van hun negatieve gedachten. Bij een depressie kunnen ook andere vormen van therapie helpen. Maar bij een angststoornis is cognitieve gedragstherapie duidelijk de beste optie.”

Hoe kom je van zulke angsten af?

“Het probleem bij een angststoornis is het vermijdingsgedrag, wat heel normaal is: wie bang is voor iets, gaat dat uit de weg. Maar te veel vermijdingsgedrag maakt de angst alleen maar groter. Een therapeut kan de patiënt leren dat het toch kan meevallen, door hem aan het voorwerp van zijn angst bloot te stellen. Soms is dat relatief eenvoudig.”

Zijn elke patiënt en elke stoornis niet uniek?

“Dat is een vaak gehoorde opmerking. Mensen zijn uniek, maar heus niet zo uniek dat we elke keer het warm water moeten uitvinden. Soms is een eenvoudige behandeling echt wel beschikbaar. Vergelijk het opnieuw met kanker: het is niet omdat sommige kankers zeer complex en moeilijk te behandelen zijn, dat een paar specifieke vormen van kanker niet relatief eenvoudig te behandelen kunnen zijn.”

Politicoloog Cas Mudde, ervaringsdeskundige inzake depressie, reageerde ook op het interview met Schols. Volgens Mudde moet je aanvaarden dat zo’n depressie een ‘permanente conditie’ is, een ‘deel van jezelf’. Klopt dat?

“Dat vind ik te sterk uitgedrukt. Dan lijkt het alsof het echt iets is dat in je aard, in je karakter zit. Terwijl je een depressie beter kunt bekijken als een ziekte. Je kunt er een grotere gevoeligheid voor hebben, maar je kunt de ziekte wel degelijk aanpakken. Het is niet wie je bent, dus ik zou nooit zeggen dat het ‘een deel van jezelf’ is.”

Er was vorige week ook veel te doen over een interview met psychiater Damiaan Denys in Knack. Dat volgens hem Van Gogh zijn meesterwerken nooit geschilderd zou hebben als hij niet zoveel had geleden, vonden collega Katrin Swartenbroux en gastcolumniste Tinneke Beeckman een onverstandige uitspraak.

“Er zijn aanwijzingen dat zaken zoals depressie meer aanwezig zijn bij creatieve mensen dan bij minder creatieve mensen. Maar zo’n verband is nog geen oorzakelijk verband, laat staan dat we zouden weten wat dan de oorzaak zou zijn van wat. Uw collega Katrin Swartenbroux schreef dat zulke uitspraken mensen weghouden bij hulpverlening, en ze heeft gelijk: een recente review uit de Verenigde Staten toont dat aan.”

Omdat mensen denken dat ze niet meer zo creatief zullen zijn als ze iets aan hun psychische problemen doen?

“Precies. Dat is de romantisering van psychisch leed, en dat mogen we niet doen.”

Van Gogh zou misschien een veel machtiger oeuvre hebben geschilderd als hij goed in zijn vel had gezeten.

“Wie weet. Dat is evengoed mogelijk. Denys zegt trouwens wel meer rare dingen. Dat therapeuten zich moeten bezighouden met het extreme lijden, bijvoorbeeld, en dat de andere mensen maar moeten leren omgaan met stress.”

Hij lijkt een beetje op psychiater Dirk De Wachter, die ook zegt dat we moeten leren een beetje ongelukkig te zijn.

“En ik ga dat niet tegenspreken. Maar een aantal mensen moet daarbij geholpen worden, bij de aanvaarding dat tegenslagen en ongeluk bij het leven horen. Nog te veel mensen zitten met serieuze problemen en worden niet geholpen. Daar zou ik wat meer de aandacht op vestigen.”

Hoe maak je het onderscheid? Wanneer ben je als het ware gewoon een beetje ‘aanvaardbaar ongelukkig’ en wanneer moet je toch echt hulp zoeken?

“Als je niet meer goed kunt functioneren, moet je hulp zoeken. Als je niet meer voor de kinderen kunt zorgen, of als je job of je relatie eronder lijden. Iedereen heeft weleens te maken met stress en tegenslag, maar sommigen komen daardoor echt in de problemen. Dat lijkt mij toch nog altijd de belangrijkste boodschap: dat psychische problemen geen taboe mogen zijn. Je kunt geholpen worden.”

Wat kunnen we doen als een vriend in de problemen zit?

“Niet te snel gewoon ‘Kop op!’ zeggen. Gewoon eens luisteren is een begin. We moeten niet alleen leren praten over zulke problemen, we moeten er ook naar leren luisteren.”

Filip Raes
Geboren in 1977
Hoogleraar psychologie (KU Leuven)
Cognitieve gedragstherapeut

Extreme aanpassing

Charlie, een Aboriginal van de Yolngu-stam, leeft in het noorden van Australië. De culturele tradities van zijn gemeenschap worden echter alsmaar meer aan banden geegd door de regering.

Extreme aanpassing kan tot zelfvernietiging leiden. Net zoals dat met bepaalde bevolkingsgroepen gebeurd is, denk maar aan de Indianen in Amerika en de Aboriginals in Australië…

Vervang gemeenschap door kind, cultuur door persoonlijkheid en regering door je ouders, en hetzelfde kan gebeuren met jou.

Ik ben beginnen lezen in het boek “Leven in je leven. Leer de valkuilen in je leven herkennen”, en ik denk dat ik mijn grootste en voornaamste valkuil ontdekt heb, die zoals de meeste valkuilen gevormd werd in mijn jeugd en waar ik, ondanks mijn leeftijd, nog regelmatig intrap: extreme aanpassing.

Ik had niet verwacht dat extreme aanpassing mijn voornaamste valkuil zou zijn, omdat ik mij zo vaak als een rebel en dwarsligger gedraag. Maar juist dat is het teken aan de wand!

“Ik zal me nooit gewonnen geven”: de rebel

Extreme aanpassers voelen zich over het algemeen goed thuis in hun passieve rol. Sommige mensen met deze valkuil gaan echter in de tegenaanval. In plaats van zich te onderwerpen nemen ze de tegenovergestelde rol. Ze worden agressief en dominant. Door te rebelleren compenseren ze hun extreme aanpassing.

Op hen is eigenlijk dat grapje van toepassing: “Waarom hebben die pubers de weg overgestoken?” “Omdat iemand ze het had verboden.”

De eeuwige puber dus! Maar dat betekent meteen ook dat ik nu weet, dat ik mij niet al te zeer moet aanpassen aan de verlangens van anderen, en zelf wat meer aan mijn trekken moet trachten te komen, want dan word ik meteen ook een aangenamer mens, zowel voor mezelf als voor de rest van de wereld.

Bronnen van de valkuil van de extreme aanpassing

Je ouders probeerden je op ieder gebied onder de duim te houden.
Je ouders bestraften, dreigden je of ze werden kwaad als je dingen niet op hun manier deed.
Je ouders trokken zich emotioneel terug of keerden zich van je af als je het niet met ze eens was.
Je ouders stonden je als kind niet toe je eigen keuzen te maken.
Omdat je moeder/vader er niet genoeg was of daar niet toe in staat was, heb jij voor het gezin moeten zorgen.
Je ouders praatten met je over hun persoonlijke problemen, zodat je altijd in de rol  zat van degene die luistert.
Je ouders waren net martelaren of heiligen, ze zorgden onbaatzuchtig voor anderen en ze ontkenden hun eigen behoeften.
Je had niet het gevoel dat je rechten, behoeften of meningen als kind werden gerespecteerd.
Je moest voorzichtig zijn in wat je wel en niet zei als kind, omdat je bang was dat je moeder of vader anders depressief of bezorgd zou worden.
Je voelde je vaak kwaad op je ouders, omdat je niet die vrijheid kreeg die anderen kregen.

Ik denk dat veel kinderen van mijn generatie zich hierin zullen herkennen. Sommige valkuilen in je leven zijn maar kleine putjes, andere echte kraters. Dat hangt voornamelijk af van de jeugd die je gehad hebt, en met welke mensen je in aanraking bent gekomen.

Gelukkig heeft iedereen ook heel wat positieve ontmoetingen gehad, wat er voor gezorgd heeft dat we niet alleen valkuilen hebben, maar ook hefbomen om ons er terug uit te trekken. Voor mezelf denk ik hierbij aan mijn grootouders en aan de leerkrachten op school. Ik ben hen eeuwig dankbaar!

O ja, en nog dit: iedere ouder zal zijn kind wel valkuilen bezorgen, ook ik dus. Ik hoop alleen dat ze niet te diep zijn…

We shall not cease from exploration
And the end of all our exploring
Will be to arrive where we started
And know the place for the first time.

Een citaat van T.S. Eliot, Little Gidding