Vijf levenslessen

De 5 levenslessen

Geike Arnaert

‘Hoe graag je het ook in je eentje klaart: je hebt anderen nodig’
Geike Arnaert geeft niet graag advies, want ze krijgt er zelf ook liever geen. En ze noemt zichzelf hardleers, al helemaal wat haar eigen levenslessen betreft. Daarom formuleert ze die het liefst voorzichtig. Ines Minten

1.
Aanvaard dat je samen iets groters kunt maken dan alleen

‘Ik ben zelf nogal hardleers, ook wat mijn eigen levenslessen betreft. Deze is daar een goed voorbeeld van. Van nature klaar ik de dingen graag in mijn eentje. Als ik songs schrijf, bijvoorbeeld, zal ik altijd vanuit mezelf vertrekken, omdat ik mezelf graag wil bewijzen. Maar het kan gebeuren dat je ergens vast komt te zitten, en als je het dan hardnekkig voor jezelf houdt, eindigt het in frustratie. Ik heb het daardoor ooit bijna opgegeven. Als iemand als Joost Zweegers je dan voorstelt om samen te werken, kun je het al wat sneller aan de kant schuiven en de samenwerking accepteren. En dan merk je hoe bevredigend het kan zijn om samen iets te maken waar je trots op kan zijn. Het resultaat wordt beter en groter dan je in je eentje had gekund. Je wordt er zelf ook beter van, want je neemt er altijd iets van mee. En uiteraard gaat dat verder dan werk. Uiteindelijk heb je op alle domeinen van het ­leven andere mensen nodig.’

2.
Neem het niet persoonlijk

‘Ik geef niet graag raad, omdat ik het zelf ook niet zo tof vind om raad te krijgen. Zeker op creatief vlak kan wat goede raad is voor de één, helemaal verkeerd uitdraaien voor een ander. Maar de dingen niet persoonlijk nemen, dat is toch wel iets… Iets wat je raakt of waar je je geviseerd door voelt, is zelden écht tegen jou als persoon gericht. Heel vaak speelt er nog iets anders. Evident is het niet, maar als je dat in je achterhoofd houdt, kan het je wat rust geven. Ik merk het elke keer: als je je door iemand gekwetst voelt en je kunt er vanop wat meer afstand op terugblikken, dan zie je altijd wel iets anders wat meespeelt. De ene heeft een persoonlijk probleem, de ander worstelt met wat anders. Het is iets wat echt begint op te vallen na een tijd. Ik zeg niet dat je alles zomaar moet ontwijken of dat je moet proberen om niets te voelen. De kwetsuur is er, maar afstand nemen en er zo naar kijken, helpt om ze een plaats te geven.’

3.
Zeg op tijd wat je te zeggen hebt

‘Ook dat is een les die ik zelf opnieuw en opnieuw te leren heb. Soms kom je in een situatie terecht die je wat doet twijfelen aan jezelf. Of je bent bang om iemand te kwetsen. Maar als je niet uitspreekt waar je mee zit, blijf je ermee lopen. Uiteindelijk raak je daar net mensen mee kwijt, want ooit is het te laat. Je loopt altijd het gevaar dat zulke onuitgesproken dingen de afstand tussen twee mensen te groot maakt. Maar zeker als het gaat om mensen van wie je houdt, móét je die afstand overbruggen. Het is te belangrijk. Op sommige momenten lukt het me beter dan op andere – het is iets wat ook afhangt van je persoonlijkheid. Maar het is altijd een voornemen en een heel groot werk. (lacht)’

4.
Geef wat je hebt en eis waar je recht op hebt

‘Een vriend van me zegt geregeld: “Al wat je niet gegeven hebt, gaat verloren.” Ik kan nogal gesloten zijn en afstand houden, ook en misschien vooral op werkvlak. Zo heb ik de neiging om heel lang op een idee te blijven zitten en er almaar aan te blijven sleutelen zonder het ooit aan iemand te laten horen. Maar het gaat almaar beter. Intussen vind ik het zelfs prettig om zo’n idee voor te leggen en het desnoods te laten afschieten, want het helpt me vooruit. En dat eisen waar je recht op hebt? Ook dat is een moeilijke, maar het helpt evenzeer om je eigen werk te waarderen.’

5.
Slaap

‘Ik merk dat slaap gewoon heel belangrijk is om optimaal te kunnen functioneren. Ik ken mensen die het kunnen trekken met vier uur slaap, maar bij mij lukt dat niet. En al zeker niet als je een paar nachten na elkaar niet voldoende hebt kunnen slapen. Je voelt je somberder, bent minder alert en het leven lijkt een stuk zwaarder. Ook je creativiteit gaat eronder leiden. Als je een volle nachtrust hebt gehad wordt alles lichter, vrolijker en makkelijker. Slapen is dus de max.’

Geike Arnaert werd bekend als zangeres van Hooverphonic. Nadat ze de band had verlaten, zocht ze een hele tijd naar haar eigen muzikale pad. Dat vond ze nu in een samenwerking met Joost Zweegers (Novastar). De eerste single, ‘Off shore’, werd goed onthaald. De volledige plaat komt na de zomer uit. Op 2 augustus komt Geike naar ­M-idzomer in Museum M, Leuven.
Meer info:

De Standaard – 01.08.2019

Zomerdepressie

Zomerdepressie
Zonnige dagen kunnen ook donker zijn: ‘Ik voel de nood om me terug te trekken’

De Morgen – Fernand Van Damme – 29.07.2019

‘Op extreem warme dagen lijkt de aarde een plek waar je groot geluk mag verwachten. Ik voel mij daar niet comfortabel bij’, zegt Klara-presentator Bart Stouten.

Ervaart u dezer dagen een somber, rusteloos gevoel? U bent niet de enige. Een op de duizend Vlamingen heeft last van een ‘zomerdepressie’. Ook Tele-Onthaal ziet het aantal eenzamen in deze periode licht stijgen.

“Op dit moment is de zomer zo hyperbolisch, zo overdreven zichzelf dat ik haast geneigd ben om naar het tegenovergestelde te verlangen”, zegt Klara-presentator Bart Stouten. Hij is niet gelukkig wanneer het weer “een valse belofte van geluk suggereert”. “Op extreem warme dagen lijkt de aarde een plek waar je groot geluk mag verwachten. Ik voel mij daar niet comfortabel bij. Op zulke dagen voel ik een nood om mij terug te trekken, te slapen, boeken te lezen en te schrijven.”

‘I got that summertime, summertime sadness’, zong de Amerikaanse popzangeres Lana Del Rey al in haar gelijknamige hit uit 2012. Zomerweemoed: zo heet het sombere, rusteloze gevoel dat u misschien ervaart terwijl u dezer dagen naar de hemelsblauwe lucht kijkt. Ook Tele-Onthaal merkt een dipje bij zijn bellers en chatters, zegt woordvoerder Jennifer Pots. “De zomer werkt ontwrichtend.”

‘Netwerk op vakantie’

In de afgelopen maand kreeg de anonieme telefoon- en chathulplijn niet meer oproepen dan anders, wel praatten Vlamingen vaker over eenzaamheid. Tussen 1 juli en 21 juli had gemiddeld 12,3 procent van de bellers het over eenzame gevoelens tegenover 11,9 procent tijdens de eerste zes maanden van 2019. Bij de chatters is de tendens nog sterker: 7,3 procent in juli tegenover 5,8 procent tijdens de rest van het jaar.

Pots: “Vrienden en familie trekken op reis, maar ook psychologen en huisartsen knijpen er even tussenuit. Dat valt sommigen zwaar. Hun netwerk, hun luisterend oor valt weg. Zo is het gemakkelijk om in een isolement te vervallen.”

Geen routine

In extreme vorm kunt u over een ‘zomerdepressie’ spreken, een seizoensgebonden depressie zoals de bekendere winterdepressie. Het is een aanhoudende neerslachtigheid die jaarlijks terugkomt, altijd in hetzelfde jaargetijde. Ongeveer 0,1 procent van de Vlamingen zou met de zomerse variant te kampen hebben, zo schatte Dominique Van Praag, diensthoofd klinische psychologie aan het UZ Antwerpen, recent in Humo.

Er is niet één oorzaak voor het ontstaan van een depressie. Die is vrijwel altijd het gevolg van een combinatie van factoren: erfelijkheid, persoonlijke eigenschappen en iemands levenspad.

Professor Filip Raes, klinisch psycholoog aan de KU Leuven: “Bij zomerdepressies speelt het veranderen van de seizoenen een rol, maar even goed het verdwijnen van routine. Het is vakantie, mensen moeten niet naar kantoor, de kinderen zijn thuis… Bij sommigen hebben dergelijke veranderingen in routines een negatieve weerslag op hun stemming.”

Melatonine

Ook de veranderende hoeveelheid licht heeft een impact. In de zomer is het ’s avonds langer en ’s morgens vroeger licht. Daardoor kan ons dag-nachtritme worden ontregeld en wordt er minder melatonine aangemaakt, een hormoon dat ’s nachts door onze hersenen wordt afgescheiden en ons slaperig maakt. Een tekort eraan heeft een invloed op onze slaap en stemming.

“Dat horen wij ook bij onze bellers en chatters”, zegt Jennifer Pots van Tele-Onthaal. “Mensen geven aan dat ze door slecht te slapen in hun piekergedachten worden versterkt.”

De Zuid-Afrikaanse psychiater Norman E. Rosenthal heeft het fenomeen van seizoensgebonden depressies voor het eerst beschreven in de jaren 1980. Hij wijst ook op de sociale druk die met zomers gepaard gaat en sommige mensen beïnvloedt. “Het gevoel leeft dat de zomer leuk hoort te zijn, en als mensen niet ongelooflijk veel plezier hebben, moet er wel iets mis zijn met hen”, zo zei hij eerder aan The New York Times.

Mislukt

Oud-politica Mieke Vogels gaat niet zo ver om zich ‘zomerdepressief’ te noemen, maar herkent wel die zomerse druk waarover Rosenthal spreekt. Het kan haar soms neerslachtig maken: “In een stad als Antwerpen is er nu ongelooflijk veel te doen. Je krijgt continu brochures in de brievenbus. Eerst denk ik altijd: ik wil daarheen en dat concertje wil ik meepikken, en amai, dat ziet er plezant uit. Maar dan bestel ik toch weer geen kaarten, het aanbod is gewoon te overweldigend. Dan zit ik weleens triest in de zetel. Verdorie, waarom ben ik nu niet op dat festival, kan ik dan denken.”

Ook sociale media spelen een rol in zomerweemoed. Naar vakantiekiekjes van anderen kijken kan ons beïnvloeden, zegt Rosenthal aan de Times. “In de zomer lijkt het alsof iedereen er op z’n best uitziet en in geweldig gezelschap vertoeft op de meest adembenemende plekken.” Als jij dan thuis in je eentje in de zetel zit, kan je je mislukt voelen. Al vinden andere wetenschappers die socialemedia-uitleg te gemakkelijk. Naar verluidt dateert de eerste wetenschappelijke vermelding van een man die aan een zomerdepressie leed van 1854 – meer dan 150 jaar voordat we selfies op het strand van Knokke-Heist bij zonsondergang begonnen te posten.

Klara-presentator Bart Stouten zal je dezer dagen alleszins niet in de zandbak van Knoks burgemeester Leopold Lippens aantreffen: “De zomer is door het dolle heen. Dat het maar snel herfst is.”

Wie nood heeft aan een gesprek, kan terecht bij Tele-Onthaal op het gratis nummer 106 en op de website www.tele-onthaal.be.

We zijn gelukkiger en tegelijk depressiever dan ooit

We zijn gelukkiger en tegelijk depressiever dan ooit

Brainwash – Damiaan Denys – 28.07.2019

We zijn gelukkiger dan ooit en tegelijk ook depressiever dan ooit. Nederland staat bovenaan de lijstjes van gelukkigste landen ter wereld, onze levenskwaliteit is beter dan ooit en we zijn nog nooit zo rijk geweest. Tegelijkertijd gaan jaarlijks een miljoen mensen in behandeling voor psychische klachten. Filosoof en psychiater Damiaan Denys over deze vreemde paradox.

Waar gaat het mis?

‘We zijn het vermogen verloren om het lijden te omarmen. Met onze rijkdom en technologie hebben we een maatschappij geschapen die op korte termijn heel aangenaam lijkt en ons van alle gemakken voorziet, maar ons mentaal ongezond maakt. Dat is iets dat we ons niet realiseren.’

We zijn gelukkiger en tegelijk ook ongelukkiger dan ooit?

‘De hemel is zo aantrekkelijk omdat hij niet bestaat. Mensen verlangen datgene wat eigenlijk niet goed voor hen is. Als je dát weet, dan wordt het veel makkelijker om te leven. Het verlangen zelf maakt het leven uit, en niet datgene wat je wilt bereiken. Al vanaf jonge leeftijd ontwikkel je allerlei verlangens: je wilt speelgoed en een puppy. Later wil je een huis, een baan en kinderen. Naarmate je ouder wordt, veranderen je verlangens. Maar het punt is dat je nooit datgene kan bereiken wat je verlangt. Er moet een tekort blijven om je als mens te drijven, want het bereiken van je verlangens is teleurstellend. Die mooie zeilboot is hooguit een paar dagen interessant, professor worden ben je na een week gewend, een fantastische partner is geweldig tijdens de huwelijksreis, maar bij thuiskomst kom je de eerste tekortkomingen al tegen. Het onbereikbare van geluk is de essentie ervan.’

Best wel tragisch.

‘Het vinden van geluk maakt gelukkig, het zoeken naar geluk ongelukkig. Zoeken naar geluk, zoals we het nu najagen, is tragisch, in de klassieke betekenis van een Griekse tragedie. De Griekse tragedie gaat niet zozeer om de dramatiek, maar om wat de hoofdrolspeler bewerkstelligt wat hij wil vermijden. Deze tragische essentie is het ultieme kenmerk van het Westerse denken. Het individu wil iets vermijden, uit hoofde van de maakbaarheid, en brengt daardoor juist tot stand wat hij niet wil. Willen we angst vermijden, dan juist worden we bang. Willen ongeluk vermijden en geluk omarmen, dan juist worden we ongelukkig.’

Zijn onze mentale klachten te danken aan de maatschappij waarin we leven?

‘Als je kijkt naar de mentale gezondheid in een land als Nigeria, een land dat veel minder welvarend is dan Nederland, dan zou je daar meer mentale klachten verwachten. Maar dat is niet het geval. In Nederland kampt 7,4 procent van de bevolking met een post-traumatische stressstoornis (PTSS). In Nigeria is dat minder dan 0,03 procent. Daarmee staat Nederland op de tweede hoogste plek in de wereld, Nigeria op de laatste plek.’

Dat is een opmerkelijk verschil.

‘Niet alleen op het gebied van PTSS doet Nigeria het beter. De prognose van schizofrenie is veel beter en toch neemt 84% geen medicijnen. Vier keer zoveel beter dan in Nederland. In de samenleving van Nigeria worden mensen nog geconfronteerd met de tekortkomingen van de werkelijkheid, en blijven mensen die psychisch lijden geïntegreerd in de dorpsgemeenschap. Zij kunnen blijven functioneren in de samenleving.’

Waarom doen wij het zoveel slechter?

‘Wij kunnen niet alleen het lijden, maar ook de abnormaliteit niet meer verdragen. Vandaar dat Nederland dat bizarre woord ‘verwarde personen’ heeft. Dat bestaat elders ter wereld niet, het is een uitvinding van de Nederlandse politie. Wij kijken op een vreemde manier naar dat wat niet strookt met ons maatschappelijk bestel. De onverdraagzaamheid van abnormaliteit – het anders zijn dan de norm – en van het lijden, dat zijn belangrijke ankerpunten die gepaard gaan met een hoogtechnologische, rijke en verwende samenleving die steeds meer doet waar ze zin in heeft.’

Is onze goede gezondheidszorg een verklaring voor het hoge aantal diagnoses, omdat het taboe minder groot is en mensen hier snel de weg vinden naar een psycholoog?

‘Nee. De beschikbaarheid van de geneeskundige zorg is al vijftig jaar hetzelfde in Nederland, toch zijn in de afgelopen twintig jaar psychische klachten toegenomen. Burn-out, stress en eenzaamheid zijn geen aspecten die te maken hebben met een betere toegankelijkheid in de geneeskundige zorg. Bovendien verklaart het niet waarom de effecten bij mensen die behandeld worden voor schizofrenie in Nigeria beter zijn. De crux ligt bij een andere manier van kijken naar mentale problemen. Wij stoppen medicijnen in mensen, nemen ze op, en vinden het lastig om hen te laten integreren in de samenleving. In Nigeria doen ze dat allemaal niet. Ze halen mensen niet eens uit de maatschappij, maar laten ze gewoon functioneren.’

Maakt de individualistische samenleving waarin we leven ons ziek?

‘Het is zeker zo dat wij in een samenleving leven waarin het individu de hoeksteen is, en waar we op onszelf zijn aangewezen. Het lijden, de angst of emoties die wij hebben kunnen niet meer gedeeld worden met de gemeenschap. Dat doen we alleen op een hysterische manier: kijk naar voetbalwedstrijden van Oranje, of de ramp met MH17. Dan zie je dat we ons cognitief individualisme compenseren met emotioneel collectivisme. Maar het individualisme bestaat al lange tijd in het Westen en de isolering van de mens is niet de enige verklaring. Een belangrijker concept is de maakbaarheid. De ambitie van de generatie millennials die denkt: ‘Ik kan alles worden wat ik wil, als ik maar hard werk.’ Dat heeft meer te maken met het idee dat alles maakbaar is, dat alles in mijn handen ligt als persoon. We eigenen onszelf een goddelijke status toe. Zo werkt het niet, de werkelijkheid is veel weerbarstiger.’

Hoe komt het dat de Nederlandse omgang met mentale problemen steeds meer kost en minder oplevert?

‘We stoppen meer en meer geld in de geestelijke gezondheidszorg, terwijl de problemen steeds groter worden: er zijn meer wachtlijsten, het personeel loopt weg, en psychiaters en patiënten zijn meer ontevreden. In vergelijking met twintig jaar geleden nemen de investeringen in zorg en personeel toe, maar alle parameters die zouden moeten verbeteren, worden slechter.’

‘Mijn analyse is dat de overvloed op den duur een tekort creëert. Zo worstelen we met een tekort van te veel investeringen in de gezondheidszorg, worstelen we met het feit dat we een tekort ervaren van te veel rijkdom, te veel pamperen, te veel luxe. Dat gaat ook over niet willen inzien dat het lijden bij het leven hoort, het niet kunnen aanvaarden van dat lijden. Het gaat ook over de psychiatrie als vak, waar we veel te hoge verwachtingen van hebben, en waarvan we willen dat ze ons pasklare oplossingen geeft. Er is geen pragmatische oplossing meer mogelijk, meer geld werkt niet meer. Er moet een verandering in attitude komen op drie dimensies, naar de organisatie van de gezondheidszorg, én naar onze verwachtingen naar de psychiatrie én onze omgang met het lijden.’

Mogen we bij de psychiater aankloppen voor hulp bij ons lijden en ons verlangen om gelukkig te worden?

‘Nee. Als we de psychiatrie willen redden, moet ze kleiner worden. De psychiatrie is een discipline van de geneeskunde die zich bezighoudt met de diagnose en behandeling van psychische stoornissen. We hebben daar veel te hoge verwachtingen van. We willen dat behandelaars ons helpen om gelukkig te worden, gezond te blijven en veerkrachtig te worden. Daar heeft een psychiater helemaal niet voor geleerd en dat kán hij ook helemaal niet. We komen naar een behandelaar en zeggen: ‘Help mij, los het op!’ Daar is de psychiatrie niet voor bedoeld, en dat is maar goed ook. Stel je voor dat het wel zo zou zijn, dan word je geboren en wordt er voor het leven een psychiater aan je gekoppeld. Sommige dingen in het leven kun je beter zelf doen.’

Binnenkort komt Het tekort van het teveel uit, waarin Damiaan Denys de paradox van de geestelijke gezondheidszorg ontrafelt. En hij spreekt op Brainwash Festival over de mythe van geluk. Damiaan Denys is filosoof en psychiater.

Kraambezoek

KRAAMBEZOEK

LibelleMama 17.07.2019

Ga je binnenkort op babybezoek of ben je zelf net bevallen en wil je je bezoekers wat richtlijnen geven? Dankzij onze regels voor kraambezoek komt het helemaal goed.
Natuurlijk willen de ouders pronken met hun baby, maar wanneer iemand net bevallen is, is het niet het moment om onaangekondigd langs te komen en om een tasje koffie te vragen. Je houdt je dus best aan de planning van de kersverse mama zodat het bezoek aangenaam verloopt.

Regels voor kraambezoek

1. Geef geen ongevraagd advies
Dit is ongetwijfeld de belangrijkste regel. Een jonge mama is nog erg onzeker, dus ongevraagd advies kan al snel in het verkeerde keelgat schieten. Als ze zelf vragen stelt, kun je natuurlijk wel vertellen over jouw eigen ervaring.

2. Laat je eigen kinderen thuis
Door je eigen kinderen thuis te laten, gaat je volledige aandacht naar de mama en de baby. Als dat niet lukt, vraag dan zeker op voorhand of het oké is dat jouw kroost meekomt. En zorg er bovendien ook voor dat je kinderen grenzen kennen. Jij vindt het misschien geweldig als je zesjarige de pasgeboren baby wil vasthouden, maar mama vindt dat misschien niet…

3. Dring niet aan om op bezoek te komen
Iedere mama is anders, maar de meesten hebben eerst wat quality time nodig met hun baby voor ze bezoek willen. Respecteer die keuze en dring niet aan om langs te komen. Vraag liever eerst of mama klaar is om bezoek te ontvangen, in plaats van meteen een datum en tijd voor te stellen. Wanneer ze er klaar voor is, zal ze graag tijd voor je vrijmaken.

4. Houd je aan haar planning
Jonge mama’s zijn overweldigd en uitgeput, dus houd je aan haar planning als ze je groen licht geeft om langs te komen. Kom op het afgesproken uur, niet te vroeg en niet te laat, aangezien er een goede reden zal zijn waarom ze dat specifieke uur heeft gegeven.

5. Blijf niet te lang
Zoals hierboven vermeld, zijn kersverse moeders vaak moe en willen ze het liefst op hun gemak zijn. Beperk je bezoek dus tot ongeveer een uurtje, tenzij mama zelf vraagt of je langer wil blijven.

6. Breng eten mee
Boodschappen doen en een deftige maaltijd bereiden zit er bij veel kersverse moeders niet in (en soms hebben ze de pech dat papa geen keukenprins is), dus ze zal je dankbaar zijn als jij vers eten meebrengt.

7. Vraag of je de baby mag vasthouden
Mama heeft de baby negen maanden gedragen, dus is het logisch dat ze zich wat bezitterig voelt. Vraag daarom eerst of je de baby mag vasthouden en pak hem niet zomaar op. Ook wanneer je merkt dat mama vindt dat het genoeg is geweest, geef je de baby best terug aan haar.

8. Zeg haar dat ze een dutje kan doen of een douche kan nemen
Als je close bent met de moeder en ze jou 100 procent vertrouwt, kun je haar aanbieden om even een dutje te doen of een douche te gaan nemen. Dat kan enorm veel deugd doen. Als ze zegt dat het niet nodig is, dring dan zeker en vast niet aan.

9. Zeg “nee” als mama vraagt of je iets wil eten of drinken
Zij heeft al genoeg te doen, dus als ze je vraagt of je iets wil eten of drinken, zeg dan dat je het zelf wel zal nemen als het nodig is.

                          Ooievaarsbek

Je innerlijke criticus

Te dom, te lelijk of te oud? Zo sluit je vrede met je innerlijke criticus

Brainwash – John-Paul Flintoff – 04.07.2019

Ik heb altijd iemand bij me. Hij gaat overal met me mee. Mijn innerlijke criticus. Hij fluistert me aldoor vreselijke dingen in. Soms zegt ‘ie: ‘Dat heb je helemaal verknald.’ Of: ‘Niemand vindt je aardig.’ Of: ‘Wie zit daar nu op te wachten?’ Allemaal vreselijke dingen. Het is verleidelijk om te denken dat ik van hem af kan komen. Maar dat kan ik niet. Jij ook niet. We hebben allemaal zo’n innerlijke criticus. Je doet net of ‘ie niet bestaat, maar je kunt die eindeloze stroom negatieve gedachten niet intomen.

Zo noemen cognitieve therapeuten het. Negatieve gedachten die je overvallen als inbrekers, die een grote puinhoop achterlaten. We hebben allemaal onze persoonlijke vorm van negatieve gedachten. Een vriendin van me wijt alles aan zichzelf, zelfs het weer. Een andere vriendin verzeilt heel snel in doemdenken. Als haar dochter te laat thuiskomt, dan moet ze wel dood zijn. Er zijn veel verschillende vormen van negatief denken. Het is er altijd en altijd al geweest. Hoe je het ook ziet – als een uiting van sociale krachten of als ‘de duivel’, of je moeder – dat stemmetje is er altijd. En ik raad je aan om het juist dichtbij jezelf te houden. Om je er juist meer van bewust te zijn. Je moet het niet negeren. ‘Weg met dat vreselijke ding.’ Of: ‘Alles gaat prima.’ Dat werkt niet, want niet alles gaat altijd prima.

Hou dat stemmetje dichtbij je en onderzoek wat het zegt. Hopelijk leer je zo je innerlijke criticus goed kennen. Dan kun je hem goed leren opmerken als ‘ie weer om de hoek komt kijken. Je herkent hem, zoals iedereen instinctmatig weet dat roze en oranje vloeken. Of dat als een luguber muziekje begint te spelen in een horrorfilm, er iets ergs staat te gebeuren. Zo herken je je innerlijke criticus, net zoals we die klanken in de muziek herkennen. Je herkent hem ook aan je lichaamstaal. Soms ben ik opgetogen. Bijvoorbeeld als ik me voorneem om een boek te gaan schrijven. Maar dan krimp ik ineen en denk ik: ‘Daar zit niemand op te wachten.’ Als je jezelf klein maakt, kun je jezelf daarop betrappen. Waarom buig je je hoofd en schouders naar beneden? Je kunt je rug ook recht houden. Zo betrap je jezelf en ondervraag je je innerlijke criticus.
Misschien kun je er op een andere manier tegenaan kijken.

Ik zal een geheim verklappen. Iedereen denkt dat wat zijn innerlijke criticus zegt, echt waar is. Maar dat idee kun je ontgroeien. Iemand zei tegen me: ‘Ik heb korte benen.’ Maar met wie vergelijk je dat? Mannen, vrouwen, kinderen? Wat is er feitelijk van waar? Soms hangt het van het publiek af met wat voor zelfkritiek we komen. Als ik omringd ben door jonge mensen, zegt mijn stemmetje: ‘Je bent te oud.’ Als ik omringd word door vrouwen, ben ik bang dat ik niet aantrekkelijk voor hen ben. Daar begin ik dan over te malen. Bedenk dat het stemmetje ook maar een mening is, geen feit. Oud? Kijk eens naar Mick Jagger. Hij gaat nog als een speer.

Er is een gedachtexperiment dat je kunt doen om je innerlijke criticus te ondervragen. Dat doe je, door zoals ik in mijn Brainwash Talk een aantal mensen op een rij te zetten. Stel, je innerlijke criticus gaat over je uiterlijk tekeer. Het stemmetje zegt dat je onaantrekkelijk bent. Door de mensen van links naar rechts te vragen om de meest aardige tot de meest hatelijke dingen te zeggen die ze over jouw uiterlijk kunnen bedenken, kun je inzien dat kritiek niet zwart-wit is. Er zijn allerlei mogelijkheden, je kunt niet alleen maar oerlelijk of superknap zijn.

Daarom zet ik die mensen op een rij en vraag ze om op mijn uiterlijk te reageren. De eerste zegt het alleraardigste over mijn uiterlijk wat ze kan bedenken. ‘Ik zou je dolgraag als schoonzoon willen. Je bent zo’n aantrekkelijke man. Zo knap en gespierd’, zegt ze. De volgende maakt het me al wat moeilijker. ‘Je hebt mooie ogen.’ Van de vleiende dingen die ik te horen krijg, ga ik naar het midden, voor iets neutraals over m’n uiterlijk. Wat kan dat zijn? ‘Je kan ermee door.’ Dan ga ik naar de negatieve kant. Als ‘je kan ermee door’ het neutrale midden is, wat is dan net iets erger? ‘Je ene oor is lelijk, het andere gaat wel’, zegt hij. Daar ben ik niet zo blij mee. Dan kom ik bij de laatste. Wat is het alleronaardigste – ik vraag er zelf naar – dat je over me kan zeggen? ‘Je bent de lelijkste man aller tijden, blijf maar beter binnen.’

Het toont aan dat er een spectrum van meningen is. En niet alleen over uiterlijk, maar ook over de vraag of je wel genoeg verdient, niet te oud bent. Anders dan klakkeloos af te gaan op je innerlijke criticus, kun je zelf besluiten bij welke mening je je aansluit. Meestal kom je dan ergens halverwege uit. Ik zou nooit de allerergste of de allermooiste dingen geloven. Onze levens bevinden zich ergens in het midden. Soms iets meer aan de positieve kant, soms iets meer aan de negatieve kant. Dit lijkt een makkelijke oefening, maar het is juist gigantisch moeilijk als we verteerd worden door negatieve gevoelens. En die negatieve gevoelens ook gaan geloven. Dan moet je dus even pauzeren en beseffen dat het je innerlijke criticus is. Je herkent zijn of haar stemmetje.

Maak dan dus even een pas op de plaats en wees niet te hard voor jezelf. Je hoeft die gevoelens niet te ontkennen. Sta jezelf toe om te zeggen: ‘Ik voel me shit.’ Dan kom je tot rust en kun je het stemmetje in breder perspectief plaatsen. Er zijn niet maar een paar meningen, maar een oneindig aantal mogelijke standpunten over bijvoorbeeld ons uiterlijk. Het is goed om dat spectrum uit te tekenen en dan zelf te bedenken wat voor jou geldt. Hou je innerlijke criticus dus dichtbij je. Accepteer de ruis. Gun jezelf wat tijd en sta jezelf toe om een andere mening te vormen. Dan heb je daarna een veel leukere dag.

John-Paul Flintoff – Schrijver

Zelfzorgtips

Bijna 50% slaapt slecht door stress: deze zelfzorgtips helpen

Libelle – Door Isabelle Ignoul

We razen met z’n allen door het leven. ‘Druk, druk, druk’ lijkt wel standaard te zijn. Nee, we staan zelden eens stil, zelfs niet op de rem. Met alle stress en gezondheidsgevolgen van dien. Volgens experts is een gebrek aan zelfzorg de grote boosdoener. Maar daar kun je gelukkig iets aan doen. Lees maar mee.

Te weinig zelfzorg= stress

Uit onderzoek blijkt dat bijna 45% van de bevolking ’s nachts meer dan eens naar het plafond ligt te staren. De oorzaak? Stress! En die stress halen we ons op de hals door te weinig zelfzorg. En nee, dat heeft niets met egoïsme te maken. Maar wat is zelfzorg dan wel?

Wat is zelfzorg?

Zelfzorg is elke (kleine) handeling die een fundamentele invloed heeft op ons fysieke, emotionele, relationele en soms ook professionele welzijn.

Zelfzorg wordt onterecht weleens bestempeld als egoïsme, maar dat is het alleszins niet. Integendeel, het is een vorm van zelfrespect. Bovendien: wanneer je voor jezelf zorgt, heb je ook meer energie om voor anderen te zorgen.

Waarom is zelfzorg zo belangrijk?

Wanneer je geen of te weinig zorg draagt voor jezelf, krijg je meer last van:
algemene vermoeidheid allerlei lichamelijke en mentale klachten, zoals stressgerelateerde hoofdpijn, geheugenproblemen, concentratieproblemen, versnelde hartslag,…

Op die manier is het pad snel geëffend voor ernstigere klachten, zoals een burn-out of depressie.

Zelfzorg: hoe begin je eraan?

Je hoeft niet meteen een vakantie te boeken of jezelf een duur wellnessarrangement cadeau te doen (dat mag, natuurlijk!), maar ook met kleine zaken kun je al een wereld van verschil maken:

Maak een happy list
Schrijf elke avond, bijvoorbeeld voor het slapengaan, minstens één ding op wat je gelukkig heeft gemaakt die dag. Dat kunnen hele kleine zaken zijn, van een onverwacht telefoontje van een vriendin, tot de hemel die opklaart na een regenbui of een nieuw, gezellig koffiezaakje dat je ontdekte. Op die manier focus je meer op het positieve dan op het negatieve.

Ga voor koud water
Ja, je leest het goed. Koud water geeft je energiepeil een boost. Studies tonen zelfs aan dat het helpt om endorfines aan te maken. En die hebben een antidepressieve werking. Voor je enthousiast gaat ijsberen: het is al voldoende om je doucheritueel af te sluiten met 30 seconden koud water.

Geef je ogen een pauze
Laptops, computers, tablets, smartphones… onze arme ogen krijgen dagelijks heel wat te verduren, met droge ogen, hoofdpijn, wazig zicht, … als gevolg. De oplossing? Hanteer de ’20-regel’: voor elke 20 minuten die je op een scherm zit te turen, kijk je gedurende 20 seconden even voor je uit in de verte.

Adem zoals een yogi
Onderzoeken tonen aan dat 20 minuten yoga je humeur en energiepeil een boost kunnen geven. Je hoeft nu niet meteen naar een yogales te spurten, met wat eenvoudige yoga ademhalingstechnieken geraak je thuis ook al een heel eind. Probeer deze eens:
Maak een L met je rechter duim en -wijsvinger.
Adem diep in.
Druk je rechter neusvleugel dicht met je duim, laat je wijsvinger rusten op je voorhoofd en adem uit.
Adem nadien weer in via je linker neusgat.
Met je linkerhand herhaal je dezelfde beweging: adem diep in, druk nu je linker neusvleugel dicht met je duim, adem uit en adem weer in via je rechter neusgat.
Herhaal minstens 10 keer.

Getty Images
Geef je huid eens een echte verwenbeurt. Laat dat bad meer eens vollopen, doe er een heerlijk geurende olie in en leg een maskertje op je gezicht. Nadien smeer je je lichaam in met lichaamsolie of bodylotion. Zalig genieten!

Haal dagelijks een frisse neus
We komen te weinig buiten, dat is een feit. Start je dag eens met een kleine wandeling of een fietstochtje, amper 15 minuten volstaan al. Je zult met een beter gevoel je dag kunnen starten. ’s Ochtends geen tijd? Maak dan van je middagpauze gebruik om even de benen te strekken.

Lach (samen met een vriendin)!
Lachen is gezond. Een cliché, maar o zo waar! Spreek eens met je vriendin af, ga samen naar een grappige film of haal oude (jeugd)herinneringen op. Wedden dat je in een deuk ligt? Lachen is zo heerlijk! Bovendien komen er op die manier endorfines (het zogenaamde gelukshormoon) vrij én het is ook nog eens erg goed voor jullie vriendschapsrelatie. Zeker doen dus!

Plan een uitje
Ook al heb je niet (meteen) de intentie om te vertrekken. Informatie opzoeken en fantaseren over nieuwe plekjes is de perfecte vlucht uit de realiteit. Zalig! En wie weet, boek je uiteindelijk toch dat ene tripje? Fijne vooruitzichten geven je een instant geluksgevoel.

Koop verse bloemen
Zomaar, voor jezelf. Omdat het kan! Bloemen brengen letterlijk geur en kleur in je leven. Dus waarom wachten op die ene speciale gelegenheid?

Neem foto’s
Photos are a return ticket to a moment otherwise gone. Daar zijn we het helemaal mee eens! Neem foto’s van mensen, dingen of momenten die je gelukkig maken. En bekijk ze later opnieuw en opnieuw en opnieuw. Instant feelgood.

Ontbijt eerst
Het gebeurt maar al te vaak: zodra je wakker wordt, check je je telefoon. Onze raad? Laat die telefoon het eerste uur van de ochtend achterwege. Ontbijt eerst, drink je koffie en laat nadien de wereld maar komen.

JOMO in plaats van FOMO
Het fear of missing out-syndroom (FOMO) kunnen we ondertussen allemaal: je bent bijna 24/7 online en je gaat in op elke uitnodiging, opdat je maar niets zou missen. Leuk, misschien. Vermoeiend vooral. Daarom is JOMO (joy of missing out) een beter idee. Gun jezelf af en toe een break van alle sociale ‘verplichtingen’ en social media. Even deconnecteren van de wereld, echt een goed idee!

Bestel dessert
Twijfel je of je na die uitgebreide lunch nog wel een dessert zou nemen? Niet doen, gewoon bestellen. En genieten!

Doe eens helemaal niets
Last but not least: er niets mis met eens een keertje helemaal nietsdoen. Drink een (decadente) koffie op een zonnig terras, slenter wat doelloos door de stad, doe een dutje overdag,… Omdat het kan én mag!

 

Depressief-zijn blijft een taboe

Essay
Sid Lukkassen

Depressief-zijn blijft nog wel even taboe

‘Wees lief voor iedereen maar verpletter de concurrentie’.

DOORBRAAK – 11 juni 2019

Geestelijke gezondheid is een prangend onderwerp. In de psychiatrie is depressie een hersenaandoening die optreedt wanneer iemand met enige aanleg (biologische kwetsbaarheid) wordt blootgesteld aan stress. De Correspondent – het vlaggenschip van progressief, hoogopgeleid en kosmopolitisch Nederland – wijdde er een artikel aan. De hoofdvraag is: waarom wordt er steeds meer over depressies gepubliceerd, maar is het nog steeds taboe om openlijk te spreken over het persoonlijke leed van een depressie?

Structurele schizofrenie

De Correspondent zoekt het antwoord in maatschappelijke analyses, in het bijzonder van de psycholoog-filosoof Bert van den Bergh. Diens waardevolle inzichten lijken opmerkelijk veel op analyses van ondergetekende in Avondland en Identiteit (2015).

Voordat we daarop ingaan, is het belangrijk te benoemen wat een probleem zou moeten zijn voor de psychologie en psychiatrie an sich. Dit probleem doet namelijk de fundering van deze disciplines wankelen. Ik bedoel dat het in deze tijd van digitalisering, globalisering en onthechting – ook wel ‘sociale anomie’ genoemd: het wegvallen van bezielende verbanden – steeds moeilijker blijkt om een scheidslijn te trekken tussen klachten die worden veroorzaakt door een herstelbaar defect bij de patiënt en klachten veroorzaakt door een uiteenvallen van de samenleving.

Van den Bergh geeft de volgende verklaring: ‘Je ziet het goed terug in de alomtegenwoordigheid van talentenshows, die ook bij de jongste kinderen heel populair zijn. Wat is de boodschap die kijkers aan talentenshows ontlenen? “Schitter en geniet, ook van je medekandidaten, maar zorg dat ze verdwijnen.” Kortom: Wees succesvol, wees alleen en wees een winnaar.’

Donald Trump troont in het hart van onze ultra-liberale cultuur: hij werd bekend door zijn talentenshow The Apprentice. We worden tegenwoordig allemaal aangesproken als aspiranten en worden geacht ontvankelijk te zijn voor die boodschap. In de Westerse beschaving herkennen we twee culturele polen. Een zachte, utopische, Alle Menschen werden Brüder en een meer heidens uitgangspunt dat we onder meer terugvinden bij de filosoof Niccolò Machiavelli. Vanuit die tweede pool wordt de soevereiniteit met harde hand verdedigd. Het is duidelijk dat Donald Trump beter bij die tweede aansluit. Net waar deze twee culturele polen zich in iemands geestesleven vastzetten en onverenigbaar blijken, treedt stress op en slaan depressies toe.

In Avondland en Identiteit formuleerde ik het als volgt: ‘We stimuleren onze kinderen om de hoogste cijfers van de klas te halen – we moedigen hen aan de sterspelers te worden van de sportteams. Onze dochters geven we op voor schoonheidswedstrijden. Zo toont zich de realiteit van de bikkelharde kapitalistische competitie: de ene hond eet de andere volgens de wet van de jungle. The weak are meat, the strong do eat. En vervolgens bedekken we deze realiteit met lieve gebaren, met een deken van egalitarisme. Er zijn zelfs prijzen voor wie als laatste eindigt en beloningen voor het louter meedoen.’ (Avondland en Identiteit, blz. 49)

Wees lief voor elkaar & eet elkaar op

Wat er ontbreekt in de beschouwing door Van den Bergh, is een diepere cultureel-sociologische verklaring. Mijn analyse is dat dit schisma herleidbaar is tot een zielsdiep conflict binnen de Westerse beschaving. Enerzijds koester men het christelijk-socialistische credo van vergeving, verzoening en een grote convergentie die wacht aan het einde van de geschiedenis. Dit alles staat echter haaks op het heidens-kapitalistische fundament van concurrentie en selectie, waar een winner’s drive zich doet gelden als het recht van de sterkste.

‘Zelfs onze vriendelijkheid is deel van deze sociale rivaliteit. Want hoewel kapitalistische, liberale en libertaire visies op het leven breed gedragen worden, proberen we te vermijden dat we publiekelijk betrapt worden op een ‘zelfzuchtige’ daad. Het credo van ons tijdperk kan worden opgesomd als: “Wees lief voor iedereen maar verpletter de concurrentie”.’ (Avondland en Identiteit, 2015, blz. 49)

Spinoza zegt: ‘grote vissen eten kleine vissen en het recht van de dingen strekt zich even ver uit als hun macht.’ Wie dit doorziet, kan zich nog maar moeilijk tevredenstellen met de troostprijzen; met slogans als: ‘meedoen is belangrijker dan winnen’, iets dat vooral de niet-winnaars op de mouw gespeld krijgen. Het leidt tot mentale botsingen met alle ‘inclusieve’ fabeltjes zoals de zalvende boodschap: ‘alleen het innerlijk telt’. Dat wordt vooral gezegd door mensen die zelf niet oogverblindend zijn. De harde realiteit is: waarom nader kennis maken als het uiterlijk al afschrikt?

Onder werd boven en boven onder

Deze schizofrene cultuur maakt depressief. Een sluitende conclusie, maar niet vergaand genoeg. Bert van den Bergh voegt er nog een interessante observatie aan toe: ‘Het is de erfenis van de jaren zestig en zeventig, en van de jaren tachtig en negentig. De zelfbevrijding van die eerste epoche en de marktbevrijding van het tweede klikten soepel in elkaar. En hier zijn we: legioenen die massaal last hebben van depressie.’

Ook hier is het opmerkelijk om te zien hoezeer die constatering – opgevoerd door de ultralinkse Correspondent – gelijkloopt met de mijne: ‘Het huidige narcisme staat met twee benen in de twintigste eeuw. Enerzijds was er de GroenLinks-ideologie, het streven om mensen mondig te maken. Zodat ze goedgebekt waren en hun meningen konden ventileren. Anderzijds was er het Amerikaanse neoliberalisme met haar fixatie op imagocultivatie – dat van de vlotte dame of de frisse lefgozer die klaar staat om de top te bestormen. Kortom: het anti-autoritaire van de jaren ‘60 gecombineerd met het commercialisme van de jaren ’90.’ (Avondland en Identiteit, 2015, blz. 204)

Emotionele marktwetten

Hier moeten we opmerken dat ‘links’ er inderdaad langdurig naar streefde om mensen mondig te maken. Maar nu ze mondig geworden zijn, heet dit plots ‘populisme’. Deze politieke pirouette – boven werd onder werd en onder boven – heeft de bevolking enorm verward. Het doet afbreuk aan het geestelijke welbevinden. Gelukkig raadplegen en steunen steeds meer mensen mijn analyses – hier vindt u er enige, om een innerlijke balans te (her)vinden. Het kernpunt dat depressies tot taboe-onderwerp maakt, ligt wellicht in die ‘liberale’ pool: het punt van de marktwaarde. Dit vat ik maar even samen als fake it until you make it, wat ook samenhangt met het cliché over mannenemoties: ruwe bolster, blanke pit.

‘Marktwaarde’ moeten we hier breder zien: niet alleen economisch, maar ook het sociale kapitaal dat samenhangt met romantische en erotische perceptie; het geheel van hoe jij als individu al dan niet floreert binnen het sociaal-maatschappelijke weefsel. Wie zegt: ‘Ik lig niet prettig in het sociale weefsel en voel me geïsoleerd’, die zegt indirect: ‘Ik ben een risico, investeer niet in mij.’ Hoe dan ook blijkt geestelijke gezondheid op de relatiemarkt erg complex, wat het taboe rond depressies verder versterkt. Enerzijds vinden vrouwen het vaak leuk om een man op te vrolijken en hem te verzorgen. Anderzijds vallen vrouwen ook op ‘sterke’ mannen die in staat zijn hen te onderhouden. Dit is een diepe oerreflex en dialogen over mentale weerbaarheid en kwetsbaarheid maken deze biologische codering niet wezenlijk anders.

Fake it until you make it wil dus zeggen dat als jij aangeeft: ‘ik voel me eenzaam, vrouwen kijken niet naar me om, ik vind het moeilijk om nieuwe vriendschappen te sluiten’. Als je zulks laat doorschemeren dan daalt je marktwaarde onmiddellijk. Je moet immers laten zien dat je ‘in goede staat verkeert’. Dan pas zullen mensen je interessant vinden en geneigd zijn in je te investeren.

Sid Lukkassen

Een goed gesprek

Opvoeden is veel meer dan straffen en belonen

Brainwash – Daan Roovers

In Brainwash Talks van Human delen invloedrijke denkers, schrijvers, kunstenaars en wetenschappers verrassende ideeën voor persoonlijke en maatschappelijke problemen. Deze keer filosoof en Denker des Vaderlands Daan Roovers, over de opvoeding van kinderen.

Elke woensdagmiddag sta ik bepakt en bezakt op het schoolplein te wachten tot mijn twee kinderen naar buiten komen rennen. En dan begint het. Dan stappen we op de fiets en dan de hele woensdagmiddag lang van hot naar her. We maken een tocht door heel Amsterdam, naar het voetbalveld, naar de vioolles. We zijn pas weer thuis als het etenstijd is. En ik ben niet de enige die dat doet op de woensdagmiddag.

Tijdens al die fietskilometers die wij dan maken denk ik vaak aan Amy Chua, de Chinees-Amerikaanse tijgermoeder die een paar jaar geleden onze westerse manier van opvoeden hekelde in een boek over de spartaanse opvoeding van haar twee eigen dochters. Zij vindt dat wij dat gemakzuchtig doen, opvoeden. We zijn te weinig ambitieus met onze kinderen. We stellen daar te weinig eisen aan.

Dat vond ik een opvallende conclusie. Dat idee krijg ik totaal niet als ik naar het schoolplein kijk. Maar even los van de vraag wat het belangrijkste is in de opvoeding – sport, muziek of toch toneel – en ook de mate waarin je daarin als ouder ambitieus moet zijn, wil ik het nu even hebben over de vraag: Wat is eigenlijk het doel van de opvoeding? Waar zijn die twee en een half miljoen mensen in Nederland die dagelijks voor hun gezin zorgen, nou eigenlijk mee bezig? Wat willen we onze kinderen bijbrengen?

En mijn antwoord daarop komt van Immanuel Kant. Opvoeden betekent menswording. Volgens Immanuel Kant is een mens pas mens door zijn opvoeding. Dat is pas ambitieus. Kant leefde in een andere tijd dan de onze. Dat moet ik er wel bij zeggen. Het is eind 18e eeuw. Kant was destijds gevraagd door de net opgerichte faculteit pedagogiek in Koningsbergen om lezingen over opvoeding te geven en om goed na te denken over het doel en de methode van de opvoeding.

Want, zo was de gedachte: als we een wetenschap van de opvoeding maken, zou dat niet een enorme stap voorwaarts betekenen? Als we al die individuele kennis nou eens samenbrengen tot één geweldige wetenschap. Bovendien: opvoeden is zo belangrijk, dat moet je niet aan ouders overlaten. Die hebben daar helemaal niet speciaal verstand van en ze zitten er emotioneel veel te dicht bovenop. En dat is dus in de tijd van de Verlichting van het vertrouwen in de wetenschap, optimisme en het belang en de nadruk op autonomie.

Dat wetenschappelijk enthousiasme zijn we een beetje kwijtgeraakt de afgelopen eeuw, maar die nadruk op autonomie is alleen maar sterker geworden. Kant ontwikkelt in zijn lezingen vier fases in de opvoeding. De eerste fase is disciplinering. Dat is het temmen van de driften. Zindelijkheidstraining, maar ook het leren beheersen van je humeur. De tweede fase, dat is cultivering. Dat is leren lezen en schrijven, musiceren, sport en spel. De derde fase is civilisering. Dat is een burger worden. Dus daarin moet je leren omgangsvormen te ontwikkelen, fatsoen, eten met mes en vork, je in de cultuur kunnen gedragen. En de vierde fase, de belangrijkste fase, dat is de moralisering, de ontwikkeling van je geweten.

Nu is het met deze fases zo, zoals met zoveel dingen in de opvoeding, dat ze niet van de ene fase keurig overgaan in de andere. Het gaat wat rommelig. Daar moet je geen punt van maken. Maar belangrijk is dat je aansluit bij de natuurlijke ontwikkeling van het kind. Dat wordt wel vaak benadrukt. Kant geeft daar hele praktische voorbeelden van. Hij is bijvoorbeeld sterk tegen het gebruik van helmpjes, om je hoofd te beschermen. Kant zegt: kinderen moeten leren lopen en fietsen en ook leren vallen. En je leert te vallen door je natuurlijke valbeschermers – dat zijn je handen – goed te gebruiken. Als je vertrouwt op externe factoren, dan zou dat zomaar een oneigenlijk gevoel van veiligheid kunnen geven. En daarom kun je beter je natuurlijke vermogens versterken, dan onnatuurlijke vermogens aanbrengen. Ik moet wel zeggen dat het verkeer in Kaliningrad of Koningsbergen twee eeuwen geleden er iets anders uitzag dan in Amsterdam in de 21e eeuw. Er kwamen op een dag hooguit twee postkoetsen voorbij. Maar het gaat om de argumentatie: sluit aan bij de natuurlijke ontwikkeling en versterk die.

Die vier fases kun je vandaag de dag nog heel goed herkennen in de ontwikkeling van kinderen. Disciplinering. Nou, daar hebben we tegenwoordig zelfs tv-programma’s over. Supernanny, heet dat. Dat is een deskundige vrouw die komt als het thuis heel erg uit de hand gelopen is. Veel ouders kijken daarnaar met een licht ramptoeristische belangstelling, omdat je zeker weet: zo erg is het bij mij thuis niet. Kinderen die met eten smijten, elkaar afrossen: volkomen wangedrag.

De oplossing van het probleem is altijd dat er een deskundige wordt ingevlogen, de supernanny. En die komt met een soort recept van rust, reinheid en regelmaat en met de introductie van ’the naughty spot’. Dat is een plek waar je heen verhuisd wordt als je stout bent geweest. Na een paar weken is de rust dan weer enigszins wedergekeerd. Dat is opvoeden als disciplineren, temmen. Moet soms even gebeuren.

De tweede fase, die cultivering, daar had ik het in het begin over. Daar hebben wij het zo druk mee in de 21e eeuw. Daarvoor fietsen wij ons buiten adem van het ene naar het andere clubje. Dat hele circus dat zich op die woensdagmiddagen ontrolt. Dat is onze belangrijkste ambitie, lijkt het nu wel. De derde fase, civilisering, die kennen we ook heel goed. Daar maken we graag ruzie over, wie er nou verantwoordelijk is. De straatcoach, de voetbaltrainer, de school of de ouders. Maar iemand moet kinderen fatsoensnormen bijbrengen. Wie precies, daar kunnen we over steggelen, maar dat het belangrijk is, daar twijfelt niemand aan.

Maar die vierde fase, de ontwikkeling van het geweten daar hoor je heel zelden iemand over. Klinkt misschien ook wel een beetje moralistisch of aanmatigend, ‘gewetensvorming’, maar Kant bedoelde daarmee niet meer en niet minder dan de ontwikkeling van je autonomie. Dat is zelf leren denken, zelf beslissingen nemen en je daarvoor verantwoordelijk weten. Dat is in deze tijd zeker niet minder belangrijk dan toen. Maar hoe doe je dat, gewetensvorming? Hoe ontwikkel je een geweten? Het aller-, allerbelangrijkste is daarin dat je kinderen leert het goede te doen, vanwege het goede zelf. Het goede doen vanwege het goede zelf. Dus niet omdat ze je gehoorzamen, maar omdat kinderen weten wat het goede is, dat herkennen en dat ook het goede vinden.

Neem liegen. Als een kind liegt, dan moet je het nooit straffen, zegt Kant. Als een kind liegt, moet je uitleggen dat als het kind liegt, er op den duur mensen zullen zijn die het kind niet meer geloven. En je moet dat blijven herhalen en blijven uitleggen. Want als je je kind straft als het liegt of beloont als het de waarheid spreekt, dan gaat het op den duur denken dat het in de wereld zo werkt dat goed gedrag beloond wordt en slecht gedrag bestraft. Dat is dresseren.

Als het kind dan ouder wordt en erachter komt dat in de wereld goed gedrag niet altijd beloond wordt en dat slecht gedrag ook heus niet altijd bestraft wordt, dan verliest het de hele motivatie voor het goede handelen. En daar zijn natuurlijk veel meer voorbeelden van. Waarom zou je je aan je beloften houden? Waarom zou je andere kinderen niet pesten? Waarom zou je eerlijk delen? Cruciaal is dat bij de ontwikkeling van moraal het systeem van straffen en belonen volkomen misplaatst is. Daar creëer je op z’n best gedresseerde apen mee. Het lijkt misschien wel triviaal, maar die ‘naughty spot’, waar we het net over hadden die is hier toch wel heel erg ver weg. Autonomie ontwikkel je door het goede inzicht, inzicht in het goede, en de juiste motivatie. En dat leer je niet op babygym, niet op ponykamp, niet op vioolles, niet op voetbaltraining. En al helemaal niet op die ‘naughty spot’ waar je naartoe verbannen bent.

Maar hoe zou je dat dan aan kunnen pakken? Eigenlijk is er maar een ding wat enigszins daarbij in de buurt komt, en dat is een goed gesprek. Dat vergt een beetje tijd en een beetje reflectie, maar het belangrijkste is eigenlijk dat je eindeloos moet ouwehoeren. Misschien dat dat een klein beetje de prestatiedruk van de moderne 21e-eeuwse ouders zou kunnen verlichten. Kant zegt: opvoeden is een kunst. En dat is dus de kunst van het goede gesprek. Dat kan je niet leren op een clubje, dat kun je ook niet uitbesteden aan een professional. Ik denk dat ik volgende week woensdag voor één keer de sportspullen en de viool ga vergeten. En dat ik hele middag met de kinderen op een kleedje in het park ga zitten ouwehoeren.

Seksueel geweld

Waarom vooral mannen seksuele geweldenaars zijn

De Morgen – 10.05.2019

Griet Vandermassen is filosofe en auteur van Dames voor Darwin. Over feminisme en evolutietheorie

Seksueel geweld treft veel vrouwen en heeft een vernietigende impact. Feministische verklaringen ervan schieten helaas vaak tekort. Als we willen inzetten op preventie, is inzicht in de oorzaken nochtans cruciaal.

Is seksueel geweld een product van “machtsstructuren en maatschappelijke ordening”, zoals Bieke Purnelle en anderen in deze krant suggereren? Heeft verkrachting niets te maken met seksuele drang en spelen leeftijd en uiterlijk geen rol in het risico op verkrachting, zoals gesteld op www.seksueelgeweld.be, een initiatief van onder meer het Instituut voor de gelijkheid van vrouwen en mannen? Deze verhalen gaan al lang mee in feministische kringen, maar ze worden weerlegd door de feiten. Zo zijn de slachtoffers overwegend jonge vrouwen, tussen de vijftien en vijfentwintig jaar. Ook de grootste groep daders is jong. De meesten staken dit gedrag na de jongvolwassenheid, ondanks de “machtsstructuren” waarbinnen ze zijn gesocialiseerd. Inzetten op preventie moet meer behelzen dan “met jonge mensen in gesprek gaan over seks, macht en gender”, want meestal gaat het niet om macht. Het gaat in eerste instantie om seks.

Een goede theorie over seksueel geweld moet kunnen verklaren waarom seksuele agressie ook in het dierenrijk wijdverspreid is, waarom ook daar mannetjes de agressors zijn, waarom daders en slachtoffers overwegend jong zijn en waarom sommige mannen verkrachten, maar de meesten niet. Evolutionair bekeken is mannelijke seksuele agressie het product van de verschillende seksuele psychologie van beide seksen. Net als in veel andere soorten zijn de vrouwen van onze soort seksueel kieskeuriger dan mannen, een gevolg van hun grotere investering in voortplanting. Mannen hebben gemiddeld een lagere drempel voor seks en meer interesse in losse seks, met een focus op jonge (en dus vruchtbare) vrouwen. Dat kan botsen. Sommige mannen grijpen naar geweld om de seks te krijgen die ze willen. Dat is, in de kern, waarom mannen verkrachten.

Antisocialiteit

Welke mannen zijn dat? Onderzoek toont dat de meeste daders hoog scoren op antisocialiteit. Ze houden weinig rekening met anderen en vertonen daardoor vaak ook ander delinquent gedrag. Zo gaat verkrachting binnen een relatie vaak gepaard met niet-seksueel geweld. Veel daders zijn bovendien erg promiscue ingesteld. Omdat ze weinig empathie hebben en veel meer seks verlangen dan ze krijgen, zien ze vrouwen vooral als een te overwinnen obstakel. Over alle tijden en culturen heen scoren jonge mannen het hoogst op antisocialiteit, wat meteen verklaart waarom de meeste daders jonge mannen zijn. Meestal is dat een voorbijgaande fase, maar sommigen blijven levenslang delinquent. Zij waren als kind al antisociaal en blijven dat, door genetische kwetsbaarheid, ontwikkelingsstoornissen en een traumatische jeugd. Daarnaast heb je de kleine maar erg gevaarlijke groep van psychopaten. Zij kiezen vaker een onbekende als slachtoffer en gebruiken vaker extreem geweld. Steve Bakelmans (moordenaar van Julie Van Espen, red.) behoort duidelijk tot een van die twee laatste groepen.

https://www.demorgen.be/nieuws/het-predicaat-van-psychopaat-waarom-voorzichtigheid-bij-diagnose-steve-bakelmans-geboden-is~b25786f4/

Als antisocialiteit een belangrijke voedingsbodem is voor seksuele agressie, moeten we inzetten op de preventie of reductie ervan. Hoe zorgen we ervoor dat het risicogedrag en de zoektocht naar seks die de mannelijke jongvolwassenheid kenmerkt zich niet vertaalt in seksueel geweld? Educatie is hier belangrijk, maar dan niet over macht, wel over de verschillende seksuele psychologie van beide seksen, zodat jongens leren zich in meisjes te verplaatsen. Ze moeten ook leren over het recht op fysieke integriteit. Mannelijke rolmodellen zijn belangrijk, die jongens tonen hoe een prosociale mannelijkheid eruitziet, en mannelijke mentoren, die jongens leren hun agressieve impulsen op een constructieve manier te kanaliseren. Kansarmoede moet op alle mogelijke manieren worden bestreden. Wie weinig perspectieven heeft in het leven, zet immers sneller in op een delinquente levensstijl. Veroordeelde daders moeten een aangepaste behandeling krijgen. Niemand wordt beter van alleen maar een verblijf in de gevangenis. Zelfs psychopathie blijkt, anders dan lang gedacht, in bepaalde mate behandelbaar. Er zijn veel manieren waarop we antisociale neigingen, en daarmee ook seksuele agressie, kunnen indijken. Een bredere kijk op seksueel geweld brengt ons verder dan de klassiek-feministische verklaring in termen van macht. Voor zover macht een rol speelt, is dat meestal als middel tot seks, niet als doel.