Het grootste psychisch probleem van onze tijd

Is het vooral eenzaamheid die depressies veroorzaakt?
De Morgen – 19.09.2018 – Marnix Verplancke

Een kleine 1,2 miljoen landgenoten neemt net als minister Sven Gatz antidepressiva om de dag enigszins onbekommerd door te komen. Journalist-auteur en ervaringsdeskundige Johann Hari ziet de oorzaak van deze depressie-epidemie vervat liggen in ons verbroken contact met andere mensen. Ook psychiater Eric Kandel meent dat praten een wezenlijk onderdeel is van genezing.

Hij droomde van zonnen op goudgele Spaanse stranden, van baden in cultuur in het Louvre en van heerlijk tafelen in Italiaanse restaurants. Dat draaide wel even anders uit voor de Londense Johann Hari, toen hij op zijn achttiende dan eindelijk die grote Europa-reis maakte. Hij lag te huilen op het strand in Barcelona, stond te janken op de Matterhorn, barstte in tranen uit in een Venetiaanse gondel en stond te grienen als een klein kind in het Praagse huis van Kafka. Oké, besefte hij, hij had net zijn eerste blauwtje gelopen, maar was dat nu niet wat overdreven?

Net zoals het niet gewoon was dat hij nog voor de reis iedere dag wel een keer huilde. Dus ging hij naar de dokter, die zei dat hij aan een depressie leed en hem meteen antidepressiva voorschreef. Hari nam die netjes, merkte hoe hij steeds zwaardere doses kreeg en als gevolg daarvan steeds heviger ging zweten, maar zich echt beter voelen deed hij niet. Toch ging hij door met pillen slikken, dertien jaar lang, tot hij ervan overtuigd was dat ze in feite niet werkten.

Depressie is het grootste psychisch probleem van onze tijd. Een paar dagen geleden haalde de aandoening de krantenkoppen met het heuglijke nieuws dat het aantal landgenoten dat antidepressiva voorgeschreven krijgt vorig jaar voor het eerst sinds 2007 is gedaald, van 1.202.040 naar 1.199.586. Een te verwaarlozen daling dus, want nog steeds zit meer dan een tiende van de Belgen aan de antidepressiva, en daar horen dus ook ministers bij, zoals Vlaams minister van Cultuur Sven Gatz (Open Vld) vorige week in Gert Late Night verklapte. Erg, denk je dan, maar als je weet dat het aantal depressies dat tot zelfmoord leidt ontstellend hoog is, ga je pas echt de omvang van deze epidemie beseffen.

Traditioneel wordt gesteld dat depressie het gevolg is van een tekort aan serotonine in de hersenen, waardoor de bijnieren cortisol gaan produceren, het belangrijkste stresshormoon in ons lichaam. Dat hormoon zorgt ervoor dat er synaptische verbindingen vernietigd worden tussen neuronen in de hippocampus, het gebied dat belangrijk is voor het opslaan van herinneringen. Het gevolg daarvan is emotionele vervlakking en geheugen- en concentratieproblemen.

Biologisch zal dat wel kloppen, merkt Johann Hari op in Verbinding verbroken, maar een mens is meer dan biologie. Hij is ook een sociaal agerend wezen en dat sociale oefent een grote invloed uit op het biologische. Of om het anders uit te drukken: dat serotoninetekort zal er wel zijn, maar waardoor ontstaat het? Dus ging Hari op zoek naar mogelijke verklaringen en stuitte daarbij op een onderzoek, uitgevoerd door de sociale wetenschappers George Brown en Tirril Harris in de Zuid-Londense arbeiderswijk Camberwell.

Afstompende job

Zij volgden een tijd lang ongeveer vijfhonderd vrouwen uit die wijk, interviewden hen en waren vooral geïnteresseerd in grote stresserende gebeurtenissen uit het recente verleden. Wat ze vonden was verbluffend. Van de vrouwen die geen depressie ontwikkelden, had ongeveer een vijfde in het jaar ervoor een significante negatieve ervaring meegemaakt. Bij vrouwen met een depressie lag dat cijfer op 68 procent. En ook eenzaamheid bleek een bepalende factor. Bij proefpersonen zonder partner of geliefden steeg dat cijfer tot 75 procent. Brown en Harris ontdekten dat drie soorten factoren aan de basis liggen van depressie: biologische, psychologische en sociale, wat sindsdien het bio-psycho-sociale model wordt genoemd.

Depressie – en de stress die eraan ten grondslag ligt – had heel veel te maken met het verbreken van sociale verbindingen, onthield Johann Hari uit het onderzoek en hij ging op zoek naar welke verbindingen precies. Hij vond er negen, die stuk voor stuk typisch zijn voor onze manier van leven die veel stress en weinig voldoening oplevert. Uit een Gallup-opiniepeiling waar miljoenen mensen uit 142 landen aan meewerkten, blijkt bijvoorbeeld dat slechts 13 procent zich werkelijk betrokken voelt bij zijn of haar werk. Hoe afstompender en onbelangrijker je job, hoe meer kans je loopt in een depressie te belanden, zo blijkt.

Hari is niet alleen opgeleid in de sociale wetenschappen, hij is ook nog eens een steengoede journalist die door Amnesty International UK al twee keer tot journalist van het jaar is gekroond. Dat merk je. Verbinding verbroken is geen droog en saai vehikel dat je meeneemt in zware en moeilijk te begrijpen theorieën. Hari neemt je integendeel mee de straat op, naar een groepje internetverslaafden bijvoorbeeld, die in multi-player games het sociale contact terug proberen te vinden dat ze in het echt verloren zijn. Intens eenzaam zijn veroorzaakt een cortisolopstoot in de hersenen die even groot is als wanneer we zomaar door een onbekende geslagen zouden worden, blijkt uit wetenschappelijk onderzoek.

Dat we de verbinding met andere mensen verloren zijn, is dus significant voor de huidige depressie-epidemie, net zoals ons materialisme trouwens, dat stoelt op het najagen van uiterlijke junkwaarden. Veel bezitten maakt je niet gelukkig. Het levert stress op, omdat je buur altijd nog meer bezit dan jij.

Baviaan

Status is dus heel belangrijk in onze maatschappij. Hari haalt er de bekende baviaandeskundige Robert Sapolsky bij om aan te tonen hoe negatief dat statusbewustzijn wel werkt. Een troep bavianen wordt altijd gedomineerd door een alfamannetje. Hij kiest de mooiste en vruchtbaarste vrouwtjes eruit en geeft zijn rivalen een flink pak rammel wanneer zij in de buurt van die schoonheden durven te komen. Zolang geen van die mannetjes het in zijn hoofd haalt de versiertoer op te gaan, leidt zo’n alfadier een stressloos leven.

Alleen worden ook bavianenmannetjes ouder natuurlijk, dus op een gegeven moment maakt een jonge rivaal zijn opwachting. Van dan af zet de nimmer aflatende stress in. Niet alleen moet het alfamannetje op zijn hoede zijn voor een aanval, uiteindelijk delft hij het onderspit en nemen alle andere mannetjes die hij de voorbije jaren onder de knoet wist te houden wraak. De baviaan gaat ten onder aan de stress, wordt depressief en verlaat niet veel later de troep. Moraal van Sapolsky’s verhaal, en van heel wat wetenschappelijk onderzoek bij mensen ook: hoe ongelijker een samenleving, hoe meer de leden ervan geplaagd zullen worden door psychische aandoeningen, en dus ook door stress en depressie.

In een tweede deel van zijn boek gaat Hari dieper in op manieren om de verbroken verbindingen te herstellen. Hij geeft voorbeelden van zinvol werk, volgt Rutger Bregman in zijn pleidooi voor een basisinkomen en laat zich eindeloos gaan in een hoofdstuk over meditatie. Misschien dat ondergetekende daar iets te nuchter voor is, maar met heia howa Hare Krishna gaan we de wereld niet redden. Beetje teleurstellend dus, Hari’s alternatieven voor onze huidige deprimerende manier van leven. De man wil al te veel een brenger van goed nieuws zijn en iets te weinig de strikte sociale wetenschapper. Soms gaat hij daarbij ook weleens uit de bocht, zoals wanneer hij beweert dat de psychiatrie een zuiver biologische en dus farmaceutische kijk zou hebben op depressie.

Fabels en legendes

Om precies te weten te komen wat die psychiatrie denkt, namen we er De gestoorde geest bij, van Eric Kandel, een Amerikaanse winnaar van de Nobelprijs Geneeskunde. In dat boek geeft hij een overzicht van de verschillende psychische aandoeningen die er zijn, telkens met vermelding van oorzaken en behandelingsmogelijkheden, van autisme over schizofrenie en dementie tot verslaving.

Zoals van een psychiater verwacht mag worden, legt hij inderdaad de nadruk op wat er in de hersenen gebeurt, en beschrijft hij dit op een ongekend duidelijke en trefzekere manier, waarbij hij genadeloos afrekent met fabels en legendes.

Dat er een correlatie zou bestaan tussen geestesziekte en creativiteit wijst hij bijvoorbeeld rechtstreeks naar de prullenmand. Een romantisch verhaaltje zegt hij. Vincent van Gogh, Jack Kerouac en Brian Wilson waren inderdaad artistiek begaafd, maar dat was ondanks hun psychische toestand en niet dankzij. Creativiteit maakt gewoon een essentieel deel uit van de menselijke natuur en je wilt gewoon niet zien wat de meeste gekken op papier of doek zetten.

Kandel is een psychiater. Het is dus logisch dat hij zich op fysieke fenomenen concentreert en niet op de eventuele oorzaken ervan. Hersenen dus in plaats van verbroken sociale verbindingen. Maar aan Hari’s cliché dat hij alleen aan pillen zou denken, voldoet hij hoegenaamd niet. Wanneer hij het over depressie heeft, geeft hij bijvoorbeeld grif toe dat slechts een minderheid van de patiënten echt iets heeft aan medicijnen en dat de beste remedie een combinatie is van antidepressiva en gesprekstherapie.

Waarom dit precies zo is, kan de hersenwetenschap nog niet van naaldje tot draadje uitleggen, maar dat die gesprekstherapie wel degelijk iets verandert in de hersenen is duidelijk. Dat tonen ons beelden uit de scanner. Net zoals een Londense taxichauffeur zijn hersenen verandert door het hele stratenplan van die stad uit het hoofd te leren, praat een depressief iemand de kronkels uit zijn brein tijdens een sessie gesprekstherapie.

Volstrekte onzin

Kandels strikt fysiologische kijk op psychische stoornissen heeft een belangrijk sociaal gevolg, aldus de psychiater. Het gaat heel wat leed tegen omdat het moralistische benaderingen van ziekten uitsluit. Zo kwam psychoanalyticus Bruno Bettelheim midden twintigste eeuw met het idee dat autisme veroorzaakt werd door ‘koelkastmoeders’.

Hun afkeer van emotionele en fysieke toenadering zou van hun kinderen ijskoude autisten maken. Dat tienduizenden moeders van autistische kinderen het slachtoffer geworden zijn van deze theorie, hoeft wellicht geen betoog, want de psychologie had het nu ook echt aangetoond, wist de goegemeente, het was hun eigen schuld dat ze een autistisch kind hadden. Nee, zegt Kandel, dan is de neurologische kijk op psychische stoornissen, die in de hersenen kan aanduiden waardoor autisme ontstaat, een veel betere manier om naar de zaken te kijken.

Een dergelijke verfrissende kijk heeft Kandel ook op seksuele differentiatie in de hersenen en genderidentiteit. Menselijke en dierlijke hersenen zijn biseksueel. Zowel de anatomische als de genderidentiteit komen al in de foetus tot ontwikkeling en verschillen soms van elkaar. De bedradingen voor mannelijk en vrouwelijk gedrag zijn allebei aanwezig in ons brein en welke geactiveerd wordt, hangt voor een groot deel af van feromonen. Daardoor kunnen mannelijke dieren opeens ‘vrouwtjesgedrag’ vertonen, of omgekeerd. Mannetjesmuizen hebben bijvoorbeeld de gewoonte kleintjes dood te bijten, behalve wanneer hun vrouwtje kleintjes heeft, dan zijn ze opeens heel vaderlijk. Vrouwtjesmuizen bestijgen elkaar dan weer om hun dominantie te tonen.

Niets is dus zwart-wit. Ons brein is geen blok beton, maar een plastische grijze massa gericht op zijn eigen voortbestaan. De vaststelling dat genderidentiteit biologisch is, heeft trouwens ook sociale gevolgen, benadrukt Kandel. Wanneer transgenders zeggen dat ze als kind al wisten dat ze in het verkeerde lichaam zaten, iets wat ze trouwens allemaal zeggen, is dat dus geen illusie. Sociale omstandigheden oefenen daar geen enkele invloed op uit. Het in la Flandre profonde nog vaak gekoesterde maar misschien niet altijd even luidop geuite idee dat media-aandacht voor transgenders fout zou zijn omdat het jongeren ‘op het verkeerde spoor zou zetten’, is dus volstrekte onzin.

Schuld en boete

Over transgenders heeft Johann Hari het niet in zijn boek, maar hij heeft het wel over de biologische oorzaken van depressie. Natuurlijk zijn die er, schrijft hij. Depressie is bijvoorbeeld genetisch bepaald. Wanneer de ene helft van een eeneiige tweeling aanleg heeft voor depressie, is de kans 50 procent dat dit ook voor de andere helft geldt. De aanwezigheid van een bepaalde variant van het gen 5-HTT maakt dat we een veel groter risico lopen om depressief te worden. Maar dat is enkel de aanleg. Of iemand met die variant ook echt depressief wordt, hangt af van de omgeving. Al bij al, schat Hari, is slechts 1 procent van de depressies aan biologische factoren te wijten, de andere 99 aan psychologische en sociale.

En ook met de sociale gevolgen van Kandels objectief-wetenschappelijke kijk op depressie heeft hij het moeilijk. Door alles te reduceren tot neurologie legt de mens zich neer bij het bestaande, beweert hij. Wat zouden we ons inzetten om mensen betere leef- en werkomstandigheden te bezorgen? Depressief worden ze toch, bewijst de neurologie. De psychiatrie is een bijzonder conservatieve tak van de psychische zorgverstrekking die zich laat misbruiken door het neoliberale kapitalisme, schrijft Hari. Wanneer mensen ziek worden moeten ze zo snel mogelijk opgelapt worden om opnieuw efficiënt mee te draaien. Je moet vooral geen moeilijke sociale vragen stellen, want dan raakt alles uit balans.

Dat deze louter neurologische visie op depressie steeds meer gecontesteerd wordt, mag ook blijken uit de officiële verklaring van de VN vorig jaar op Wereldgezondheidsdag. Daarin werd gesteld dat het heersende biomedische verhaal over depressie gebaseerd is op vooringenomenheid en selectief gebruik van onderzoeksresultaten. Hoewel medicatie een rol kan spelen in de behandeling van depressie, mag deze volgens de VN niet louter gebruikt worden om symptomen te behandelen die nauw verband houden met maatschappelijke problemen. We moeten de focus verleggen van een chemisch onevenwicht naar een machtsonevenwicht, en daar iets aan doen, aldus de VN.

Door depressie te zien als het gevolg van onze cultuur die een onevenwichtig leven oplegt, ga je iedere vorm van schuld en boete uit de weg, besluit Hari zijn boek. Het kan iedereen overkomen. “Depressie is niet iets vreemds”, schrijft hij, “het is een universele, menselijke bron van kwetsbaarheid.” En ook ministers blijken daar vatbaar voor.

BOEKENJohann Hari, Verbinding verbroken, De ware oorzaken van depressie en de onverwachte oplossingen, Nijgh & Van Ditmar, 398 p., 24,99 euro. Vertaald door Marga Blankestijn en Monique Eggermont. ★★★☆☆

Eric Kandel, De gestoorde geest, Wat ongewone hersenen ons vertellen over onszelf, Atlas Contact, 318 p., 24,99 euro. Vertaald door Frits van de Waa en Henny Corver. ★★★★☆

De kers op de taart

Nog nooit een orgasme gehad? Seksuologen vertellen waar het misloopt en hoe het wél moet.

Het Nieuwsblad – 18.09.2018 – Lien Lammens

Presentatrice Eva Daeleman schrijft erover in haar nieuwe boek ‘Omdat het kan.’ En wie herinnert zich nog Alizé Bouw die in 2013 in het Vijf-programma ‘Singl3s’ vertelde dat ze nog nooit een orgasme had? Het is niet zo uitzonderlijk dat een vrouw pas ver voorbij de puberteit voor het eerst klaarkomt. Hoe komt dat? Hoe kunnen vrouwen in die situatie toch tot een hoogtepunt komen? En moeten hun partners zich schuldig voelen?

Dat vrouwen hun eerste orgasme beleven (lang) na de puberteit is volgens klinisch seksuologe Chloé De Bie best logisch. “Dat heeft onder andere te maken met ons plasgedrag. Een man komt bij het plassen al vrij snel in contact met zijn penis. Hij neemt hem vast om te richten en ontdekt onbewust dat sommige aanrakingen fijn aanvoelen. Bij vrouwen ligt dat anders. Hun geslachtsdeel komt voornamelijk in aanraking met toiletpapier waardoor een vrouw wel de bewuste keuze moet maken om haar vagina aan te raken en verder te ontdekken. En zo komen vrouwen minder snel tot masturbatie en het ontdekken van het orgasme.”
http://www.standaard.be/cnt/dmf20180918_03756859?_section=60190892&utm_source=standaard&utm_medium=newsletter&utm_campaign=avondupdate&adh_i=dddb289286a3ccee862a43b152eba115&imai=&M_BT=37861881530
Daarnaast hebben we anno 2018 nog steeds af te rekenen met culturele dogma’s. “In bepaalde culturen wordt de seksuele ontplooiing van vrouwen afgeremd”, zegt seksuoloog Wim Slabbinck. “Om een voorbeeld te geven: de clitoris werd pas ontdekt na de maanwandeling in 1969. We hebben dus eerst iemand naar de maan gestuurd voordat we onderzoek verrichtten naar het vrouwelijk geslachtsorgaan. Inmiddels is de situatie verbeterd, door onder meer de emancipatie van de vrouw, maar we hebben nog een lange weg af te leggen alvorens de clitoris aanvaard wordt als een cultureel symbool.”

Hoe krijgen vrouwen dat orgasme?

Begin met te kijken. “De vagina is voor veel vrouwen nog onbekend terrein. Mannen zien hun penis gewoon hangen”, zegt De Bie. “Vrouwen hebben al een spiegel nodig om hun vagina te bekijken. Dat kan een drempel zijn, maar toch raad ik vrouwen aan om hun geslachtsdeel te bekijken en eraan te voelen. Alleen zo kan je ontdekken wat je lekker vindt en welke zones gevoeliger zijn dan andere.” Dan kan je nog een stapje verder gaan: neem wat glijmiddel of speeksel en laat een vinger naar binnenglijden en ga daar op verkenning.

Ook ervaringsdeskundige en eigenares van de Antwerpse eroticawinkel ‘ Erotische Verbeelding’ Ann Cuyvers is van mening dat vrouwen aan de slag moeten met zichzelf. “Je kan in de zetel blijven hopen op een mirakel, maar het zal niet helpen. Het begint allemaal bij de zin en de wil om een orgasme te bereiken.”

OMGYES

Daarnaast heb je als vrouw ook een portie lef nodig. “Sommige vrouwen durven het woord masturberen amper uitspreken of schamen zich bij het aanraken van hun geslachtsdelen. Je moet er gewoon voor durven gaan.” Slabbinck verwijst daarbij naar OMGYES, een educatieve website waarbij vrouwen hun seksuele ervaringen delen met andere vrouwen en dat met maar een doel: genieten. “Het is geen pornowebsite en het is ook niet bedoeld om lust op te wekken. Het geeft aan de hand van filmpjes een realistische kijk op seksueel genot van vrouwen en kan anderen vrouwen helpen in hun ontdekkingstocht.”

https://www.omgyes.com/

Kunnen seksspeeltjes helpen?

“Het gebruik van een dildo, vibrator of ander seksspeeltje kan bijdragen tot het vrouwelijk orgasme. Er zijn nu eenmaal plaatsen waar je vingers niet bij kunnen. Soms is enkel het kopen van een speeltje al een reden om opgewonden te zijn”, zegt Cuyvers. Maar je hoeft niet meteen aan de slag te gaan met je nieuwe plastic vriend.

“Je moet opwarmen. Je moet zin hebben en de drang voelen om te gaan experimenteren met je speeltje en met jezelf. Ga het niet snel even gebruiken omdat je het net kocht. Je kan het gerust even in de kast laten liggen tot je er helemaal klaar voor bent. En dan: actie!”

En als het misloopt net voor het orgasme?

Verwacht niet meteen mirakels. Het zogenaamde ‘plateau’, waarbij je het orgasme kan proeven maar net niet bereikt, kan verschillende oorzaken hebben. “Voorafgaand aan het orgasme is het nodig om los te laten. Daarom is de fase voor het orgasme bij uitstek een solofase. Wie met zijn gedachten te veel bij de partner zit, bij het to-dolijstje van de dag, of een druk voelt om te moeten klaarkomen, kan maar moeilijk in de zone van het zenit komen”, zegt Slabbinck.

Een andere verklaring is de angst om de controle te verliezen. “Films geven vaak een onrealistisch beeld weer als het gaat om seks”, zegt De Bie. Het lijkt wel dat een vrouw na een orgasme helemaal het noorden kwijt is. We moeten ervan bewust zijn dat een orgasme vaak maar drie seconden duurt en dat het eigenlijk niets meer is dan een fijn gevoel en enkele spieren die even samentrekken. Als we de irreële angst om de controle te verliezen loslaten en we beseffen dat een orgasme eigenlijk het gevolg is van wat lichamelijke opwinding, blokkeren we mogelijk wat minder snel.”

Wat als het echt niet lukt?

Laat dan vooral de moed niet zakken. “Hoe meer je het doet, hoe beter het op termijn zal gaan”, zegt Cuyvers. “Het is een soort van huiswerk dat je maar beter geen maand laat liggen. We moeten ook af van het idee dat we enkel mogen masturberen onder de douche of in de slaapkamer. Als je zin hebt of een drang voelt, dan moet je dat gewoon doen: of het nu drie uur in de namiddag is of niet. Op termijn zal je merken dat je jouw lichaam beter leert kennen waardoor het seksueel genot zal toenemen.”

Moet je partner zich schuldig voelen?

Nee. Je bent zelf verantwoordelijk voor je orgasme.

Maar dat betekent niet dat hij of zij geen belangrijke rol kan spelen in de opbouw. “Ontspan samen en probeer even alle zorgen te vergeten: als je hoofd niet leeg is, kan je toch niet genieten”, zegt Cuyvers. Daarnaast is communicatie erg belangrijk. “Laat je partner weten wat je leuk en lekker vindt – dat hoeft zelfs niet met woorden, maar kan ook door gebruik te maken van je zintuigen. Als hij of zij toch iets meer informatie nodig heeft, kan je altijd na de vrijpartij nog aangeven wat je de volgende keer graag wil stimuleren of voelen.”

Onthou ook dat niet alles draait om het bereiken van een orgasme. “We zien het orgasme als de kers op de taart, maar vergeet niet dat de taart zelf ook superlekker is”, zegt De Bie. “Als het bereiken van het orgasme het enige doel is van een vrijpartij, dan zal het genot sterk afnemen voor de vrouw. Probeer het idee van ‘ik moet een orgasme krijgen” te laten varen en geniet van elkaar.”

“Focus je niet op de bestemming maar op de weg die je aflegt”, zegt Slabbinck. “Je mag tijdens het masturberen of tijdens een vrijpartij geen druk voelen. Als de vrouw tijdens een vrijpartij met haar partner klaarkomt, zal de man hieraan een deel van zijn mannelijkheid ontlenen. Het toont als het ware dat hij een goede minnaar is. Maar niets is minder waar: niemand doet je klaarkomen. Je doet het zelf.”

Minder is meer

De idee dat ‘steeds meer’ het enige recept is om van het leven te genieten raakt stilaan aangevreten
De Morgen – 17-09-2018 – Barbara Debusschere

Economische groei laten we best los als heilig mantra, zo stellen 238 Europese academici in een pleidooi voor ‘post-groei’. “Want in naam van groei, die hier hoe dan ook steeds moeilijker wordt, maken we steeds meer schulden, versoepelen we de milieuwetgeving, verlengen we de werkweek en snoeien we in de sociale bescherming.”
Wat moeten we dan wel doen? Beperking van grondstoffengebruik; belastingen op vervuilende consumptie waarvan de opbrengst dan gaat naar het wegwerken van sociale ongelijkheid; een basis- en een maximuminkomen zodat het niet meer vooral draait om winsten van kapitaalhouders te verhogen. Minder ratrace en overconsumptie dus, en meer zinvol werk, levenskwaliteit, zorg voor onszelf en onze omgeving.

Gekken of revolutionairen

Die boodschap doet erg veel pijn aan de oren van de meeste economen en politici. Want, zoals Brits econoom Tim Jackson stelt: “Groei in vraag stellen zien we als iets voor gekken, idealisten en revolutionairen.”

Toch wordt dit pleidooi deze week luid verkondigd in Brussel. Niet op een manifestatie van een linkse ngo, maar in het Europees Parlement. Niet door gekken of revolutionairen, maar door een resem professoren van onder andere de universiteiten van Oxford en Columbia en de London School of Economics.Het is erg onwaarschijnlijk dat Europa een grote ideologische switch weg van groei kan of wil maken, alleen al omdat wij geen eiland zijn in de wereldeconomie. Maar dit pleidooi wegzetten als gezwets is ook onzin. Want op kleine schaal, hier en daar, tonen mensen en bedrijven al hoe het kan en hoe het voor hen klopt – bloeien door te minderen.

Plofkip

Een voorbeeld is het Antwerpse bedrijf REstore, dat erg goed boert door grote energieslokoppen te helpen om minder energie te consumeren, waardoor er in piekuren geen extra energiecentrales moeten draaien en zware kosten worden vermeden.

Natuurlijk kunnen we niet stoppen met leven en moeten we onze rekeningen kunnen betalen. Maar druppelsgewijs raakt de idee dat ‘steeds meer’ het enige recept is om van het leven te genieten aangevreten. Steeds meer mensen vereenvoudigen hun leven, zoeken weer connectie met niet-materiële zaken en de natuur. Steeds meer mensen zien dat ze niet gelukkiger worden van plofkip tegen knalprijzen, tien kilo ellende-T-shirtjes voor drie euro per stuk en de zoveelste smartphone. Ze willen af van de steeds dwingender druk om te voldoen aan allerlei perfecte plaatjes gebaseerd op ‘koop nu’.

Slimme ondernemers zien dat helemaal niet als een ideologisch welles-nietesspelletje, maar als inspiratie.

https://www.demorgen.be/economie/we-groeien-ons-kapot-238-academici-pleiten-in-open-brief-voor-rem-op-economie-b0c3330e/?utm_campaign=newsletter&utm_medium=email&utm_userid=&utm_source=demorgen&utm_content=ochtend&ctm_ctid=a57e40ae9feefc6f3d4cf29b9a49158e

Schrijven als therapie

Schrijven als therapie

Doorbraak – 14 september 2018 – Guido Lauwaert

Vorige week las ik het artikel Frankrijk stopt met het terugbetalen van pillen tegen alzheimer omdat ze niet of te weinig werkzaam zijn (DS maandag 3 september 2018). De kop bij de foto is een citaat uit een standpunt van Thierry Christiaens, professor klinische farmacologie (UGent): ‘Nut pillen tegen alzheimer zeer twijfelachtig.’

Vervelende akkefietjes

Als aanstormend ouderling heb ik heel wat vrienden met een verzwakking van hun kortetermijngeheugen. Om het euvel af te wenden nemen ze pillen, maar inderdaad, het helpt weinig tot niets. Ze klagen dat ze verplicht zijn van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat met de sleutel van hun huis om de nek te lopen en om de vijf voet zijn ze hun mobiel toestel vergeten. Dat soort vervelende akkefietjes leidt vaak tot huiselijk gekibbel. Tevens tot stoornissen in de vriendenkring. Afspraken worden slecht nageleefd, wegens een zoektocht naar de portefeuille of de plaats van afspraak.Verregaande hallucinaties

Persoonlijk heb ik er haast geen last van, alhoewel, al is de reden van mijn geheugenverzwakking vermoedelijk te wijten aan een narcosemiddel. Ik kreeg het toegediend bij de diverse hartoperaties en een zeer grote hoeveelheid bij mijn tweede harttransplantatie. De operatie op zich, zonder het voor- of naspel, duurde 11 uur. Het leidde tot verregaande hallucinaties maar tastte ook mijn geheugen aan. Het onthouden van namen van vrienden was het minste. Veel erger was dat een verleden zo goed als geheel was weggeveegd. Met het verminderen tot verdwijnen van de hallucinaties kwamen de herinneringen weer boven, echter gehavend.

Vergilius, Horatius en Etienne Vermeersch

Ook mijn goede vriend, professor emeritus Etienne Vermeersch maakte hierover zijn beklag in een persoonlijk gesprek, voor de duidelijkheid, niet om de dokters de schuld van de waardevermindering van zijn geheugen te geven. ‘Voor de narcose,’ zei hij, ‘kon ik heelder gedichten van Vergilius, Horatius of Shakespeare foutloos voordragen, met de juiste klemtonen en het perfecte ritme, sinds mijn hartoperaties enkel een vers!’Hemelse vreugde

Medicatie tegen opkomend geheugenverlies en al wat men onder alzheimer verstaat wens ik niet te nemen. De stap wordt stroever, het denken ook, met het ouder worden. Maar ik wil er persoonlijk wel wat aan doen. Wil het toeval dat ik er wat op heb gevonden. En het helpt zeer goed, tot mijn hemelse vreugde. Het is een heel eenvoudig middel en kost zo goed als niets. Je moet er enkel de tijd voor nemen. Met het schrijven van je eigen belevenissen, van de oudste tot de jongste. De opmerking dat het geheugenverlies de herinneringen zwaar hebben aangetast is geen reden om niet te schrijven, integendeel. Schrijven werkt therapeutisch, is zelfbehandeling.

Activering geheugen

Ik spreek uit eigen ervaring, zoals eerder gezegd. Vorig jaar werd ik benaderd door de uitgeefster van Houtekiet met de vraag mijn memoires te schrijven. Aanvankelijk had ik er geen zin in. Ik had het eerder een paar maal geprobeerd, op aansturen van vrienden als Leen van Dijck, Karel De Boeck en Dorian van der Brempt, maar het pover resultaat wilde ik de boekenliefhebber besparen. Door het concrete aanbod van de uitgeefster ben ik er serieus voor gaan zitten, en kijk, in november verschijnt Alvorens alles vervaagt. Dat is goed nieuws, maar beter nieuws is – en daar mogen de wetenschappers ter zake wat meer aandacht aan besteden – dat door het schrijven het geheugen in die mate geactiveerd werd dat niet enkel verloren gebeurtenissen weergevonden worden, maar bovendien de details ervan. Extra cadeau is dat wat verloren was niet opnieuw verdwijnt, maar blijft. Het maakt dat de communicatie met vrienden verbeterd werd en het eigen leven een verse meerwaarde kreeg.Schrijven als therapie

Het zal niet voor iedereen gelden, maar als het mij hielp, zal het ook anderen helpen, want ik ben een mens onder de mensen. Dus waarom als behandeling niet de ‘slachtoffers’ van alzheimer papier en pen, of een tablet in de handen gestopt met het dringend, op een haar na dwingend, verzoek het eigen leven te schrijven. Daarom niet om openbaar gemaakt te worden, maar simpelweg als therapie. Daarenboven zal het de verwanten helpen in het verwerken en het reageren op wat als last ervaren wordt bij een alzheimerverwant. Gebeurt de voorgestelde therapie al in een vroeg stadium is het schrijven ook voor de verwanten een hulpmiddel, een medicijn.Tot slot: schrijven als therapie is zo goed als kosteloos. Al zullen er dokters en wetenschappers zijn die dat zullen betwisten. Maar dat zijn alchemisten die mordicus de nieuwe Paracelsus willen worden en goed bevriend zijn met de farmaceutische industrie.

Foute ideeën over seks

Twaalf mythes over seks ontkracht
Bron: Sensoa
De Standaard – 14.09.2018
https://www.seksualiteit.be/

Volgens het expertisecentrum voor seksuele gezondheid Sensoa kampen heel wat Vlamingen met misvattingen over seksualiteit. En die staan een positieve beleving van seksualiteit in de weg, meent Sensoa. Met een nieuwe campagne wil het centrum die mythes nu ontkrachten.

‘Met deze campagne willen we een aantal veelvoorkomende misvattingen over seks ontkrachten’, licht Sensoa toe. ‘We sporen de algemene bevolking aan een “reality check” inzake seks te doen, zich te informeren en te toetsen in welke mate hun verwachtingen realistisch zijn.’

‘Seksuele gezondheid is meer dan enkel de afwezigheid van ziekte en het voorkomen van risico’s: het houdt ook mentaal en seksueel welzijn in en behandelt dus ook de aangename kanten van seksualiteit’, aldus Sensoa. ‘Net die seksmythes kunnen een gezonde en aangename beleving van seksualiteit in de weg staan. Seksuologen geven aan dat steeds meer koppels zich zorgen maken over onrealistische verwachtingen en nood hebben aan “normaliserende” boodschappen.’

Foute ideeën
De seksmythes impliceren volgens Sensoa vaak nog andere foute ideeën. Zo zou de mythe dat enkel seks met penetratie écht volwaardige seks is, niet enkel een impliciete norm opleggen voor de eigen seksualiteitsbeleving, maar ook voorbijgaan aan de verschillende manieren waarop mensen seks kunnen hebben. ‘Door deze mythe te weerleggen, kunnen we bijvoorbeeld het belang van intimiteit en voorspel benadrukken’, klinkt het.

‘We duiden ook dat homoseksuele mannen niet enkel anale seks hebben en dat lesbiennes niet bij uitstek seks hebben met vibrators en dildo’s. Ook voor ouderen en mensen met een beperking neemt penetratie een minder dominante plaats in. Voor jongeren kan het een tegenwicht bieden voor de genderstereotypen die vaak in porno opduiken: de penetrerende man als actieve partner, de vrouw als passieve ontvanger. Ten slotte geven we aan dat een fijn seksleven ook mogelijk is zonder penetratie, als je bijvoorbeeld pijn ervaart bij penetratie.’

Concreet wil Sensoa komaf maken met volgende mythes:

Veel seks is een teken van een goede relatie
De beste seks is spontane seks
Voor een orgasme moet de penis altijd in de vagina
Jongeren hebben steeds vroeger seks
Seks is iets voor jonge mensen
Zwanger worden is gewoon een kwestie van goed plannen
Met hiv kan je geen seks meer hebben
Enkel seks met penetratie is echte seks
Aan pijn bij het vrijen is niets te doen
Jongens zijn de jagers, meisjes de prooi
Het belangrijkste bij seks is dat de man klaarkomt
Iedereen heeft het voor zijn 20ste al eens gedaan

De weerlegging van één mythe heeft dus impact op heel diverse denkbeelden bij verschillende groepen. Op de campagnewebsite kunnen geïnteresseerden meer toelichting vinden bij de verschillende seksmythes.

Het kan iedereen overkomen

‘Ook als postbode zou ik last gehad hebben van depressie’

De Standaard – 13.09.2019 – Simon Grymonprez

De scepsis over antidepressiva komt niet uit de lucht vallen. Minister Sven Gatz (Open VLD) maakte het mee. ‘Ik voelde weerstand tot het moment dat ik dacht: “Haal me hier uit!”’

Bart Kaëll ging hem voor, en ook partijgenoot Guy Vanhengel deed het: in Gert Late Night sprak minister van Cultuur en Jeugd Sven Gatz (Open VLD) openlijk over de oorzaken en behandeling van zijn depressie, die rond zijn dertigste levensjaar de kop opstak.

‘Het lucht op’, zegt Gatz aan De Standaard. ‘Ik vind het niet meer zwaar om erover te praten. In het verleden heb ik er hier en daar over verteld, maar ik vond het belangrijk mijn verhaal uit de doeken te doen in zo’n breed programma als Gert Late Night. Zo wilde ik aangeven dat het niet om een politiek, maar om een persoonlijk probleem gaat.’ De reacties zijn overweldigend, geeft de minister aan. ‘Veel commentaren zijn positief. Maar sommigen willen niet geregeerd worden door een minister met een depressie.’ (lacht)

‘Heel goed en noodzakelijk’, vindt Koen Demyttenaere, hoofd van de onderzoeksgroep Pyschiatrie aan de KU Leuven. ‘Zo’n openbare getuigenis van een publiek figuur heeft een ongelooflijk positief effect op mensen die met dergelijke problemen kampen. Dat effect is goed in de literatuur beschreven: het destigmatiseert.’ En ja, vindt Demyttenaere, ‘hoewel verminderd over de jaren heen, bestaat het stigma nog steeds. Er zijn nog altijd mensen die een depressie beschouwen als een gebrek aan karakter.’

Terug aan het stuur

In Gert Late Night vertelde Gatz ook over zijn weerstand tegen antidepressiva. ‘De eerste keer dat ze antidepressiva voorstelden, vond ik dat niet nodig’, zegt Gatz aan De Standaard. ‘Het zat tussen mijn oren.’ Demyttenaere herkent de weerstand tegen antidepressiva. ‘De meerderheid van de mensen wijst pillen eerst af. Bij mensen met een depressie staat ook maar een kleine minderheid van 20 tot 30 procent daarvoor open. Maar het wantrouwen bestaat ook tegenover psychotherapeutische behandelingen.’

Er bestaat een aantal hardnekkige vooroordelen tegenover pillen, die Demyttenaere grotendeels mythes noemt. ‘Blijf je wel in controle als je antidepressiva neemt? Word je niet door een substantie geleid die ook aspecten van je persoonlijkheid verandert? Werkt het niet verslavend? Word ik er afhankelijk van? Dat antidepressiva de problemen niet oplossen, hoor ik ook vaak. Daarin geef ik de mensen voor een stuk gelijk: ze lossen niet alles op. Depressie is altijd een mengeling van oorzaken: een biologische predispositie, persoonlijkheidskenmerken, ervaringen in je leven, enzovoort.

Geneesmiddelen lossen dat niet op, maar maken wel dat je “Terug aan het stuur” kunt zitten. Een depressie kruipt in je lichaam en beïnvloedt alle lichamelijke processen. Pillen stellen je in staat het heft terug in handen te nemen.’

Boeken lezen

Bij Sven Gatz duurde die weerstand meer dan tien jaar. ‘Op de duur voelde ik me zo slecht, was ik zo hard op zoek naar houvast dat ik pillen wou. Ik was radeloos. “Haal mij uit mijn depressie!’”, dacht ik. Gatz had pas bij de derde poging de juiste medicijnen te pakken. ‘Bij de eerste werd ik onrustig. Ik weet niet of dat door het medicijn of door de depressie kwam. De tweede maakte gewoon geen verschil. Bij de derde zat het goed. Niet elk medicijn is een wondermiddel.’

Volgens Demyttenaere zijn zes patiënten op de tien geholpen met het eerste voorgeschreven antidepressivum. Voor wie het niet werkt, zal de helft baat hebben bij het tweede voorgeschreven medicijn. Dat gaat zo door, maar de kans op een passend medicijn neemt wel met elke poging af. ‘Per slot van rekening valt dit te vergelijken met pillen voor een te hoge bloeddruk. Daar is het soms ook wat experimenteren.’

Demyttenaere zegt dat slechts een klein deel van de mensen niet met pillen kan worden geholpen. ‘Dat neemt niet weg dat antidepressiva – net als psychotherapie – wel vaak werkt.’

Pyschotherapie was uiteindelijk niets voor Gatz. Boeken lezen over het onderwerp wel. Dat de minister uiteindelijk toch voor antidepressiva koos, had te maken met het besef dat de depressie zich ook buiten de politiek zou hebben gemanifesteerd. ‘Politiek kan een trigger zijn door het publieke karakter van de stiel. Dat is dubbel, want we houden het ook in stand door zo actief te zijn op sociale media.

Maar het besef dat ik er ook last van zou hebben gehad als postbode of bakker, bood wel een nuchtere en rationele kijk.’

Een boek vol levenslessen

100% leven
Levenslessen van honderdplussers

Meer dan twintig honderdplussers, met ieder ruim een eeuw aan levenservaring, delen in dit boek hun levenslessen: “Nooit klagen, maar doorzetten en bezig blijven”, “Mensen accepteren zoals ze zijn” en “Als je teleurstellingen meemaakt, stop ze in een zakdoek en gooi ze weg.” Met liefde en respect zijn zij geïnterviewd door Yvonne Witter en geportretteerd door Claudia Kamergorodski.

“De samenstellers van dit boek hebben een goudader van levenswijsheid aangeboord. De verhalen, die afwisselend amuseren, ontroeren en inspireren, verdienen dan ook een brede lezerskring. Iedereen die zich bezighoudt met gezondheid, preventie, leefstijl en ouder worden kan deze levenslessen ter harte nemen.”
Jan van Oudheusden, zoon van een van de geïnterviewden

“Zanger Jules de Corte vroeg het zich al af: ‘Als je overmorgen oud bent …?’ We weten niet hoe het voor ons zal zijn, maar we krijgen een indruk van de diversiteit aan mogelijkheden in deze authentieke verhalen van honderdjarigen. Deze getuigenissen over betekenisvol oud worden geven troost en hoop zodat we blij kunnen zijn dat we steeds ouder worden.”
Joris Slaets, directeur Leyden Academy on Vitality and Ageing en hoogleraar ouderengeneeskunde RUG

Over de auteur
Als sociaal-gerontoloog richt auteur Yvonne Witter haar aandacht op de ouder wordende mens. Wonen, welzijn en zorg voor ouderen lopen als rode draad door haar carrière. Zij is adviseur bij Aedes-Actiz Kenniscentrum Wonen-Zorg en houdt zich op dit moment bezig met thema’s als dementie, eenzaamheid, burgerinitiatieven en innovaties in wonen.Door: Yvonne Witter
ISBN: 9789088508578
72 pagina’s | € 14,90
Hardcover | Full colour

 

Welkom bij de club!

Sven Gatz: ‘Mijn dokter zei: je hebt een depressie’

De Standaard – 13.09.2018

Vlaams minister van Cultuur, Jeugd, Media en Brussel Sven Gatz (Open VLD) praatte openhartig over zijn jarenlange gevecht tegen depressie in Gert Late Night. ‘Mijn stressmeter is kapot, maar met medicatie heb ik het onder controle’, aldus Gatz.

https://www.vier.be/video/gert-late-night/sven-gatz-praat-voor-het-eerst-over-zijn-depressie

Rond zijn dertigste kreeg Gatz plots te kampen met depressie. ‘Ik was net verkozen als parlementslid en nam alsmaar meer verantwoordelijkheden op mij’, zegt hij. Plots werd hij moe, en verloor hij interesse in dingen die hem na aan het hart lagen. ‘Je identiteit wordt ingekrompen, je bent maar half de persoon die je voorheen was. Mijn dokter zei me dan dat ik een depressie had. Hij spoorde me aan om medicatie te nemen.’
Eerst stond de minister weigerachtig tegenover pillen. ‘Ik ben toch niet zot, dacht ik. Maar na veel zoeken heb ik de juiste soort antidepressiva gevonden.’
Gatz legt uit dat zijn stressmeter kapot is. ‘Ik heb ermee leren leven. Ik neem een pilletje en mijn stressniveau blijft beter geregeld.’

Taboe

Dertig procent van de mensen krijgt te maken met depressie, maar volgens de minister heerst er nog steeds een groot taboe omtrent het onderwerp. Zelf heeft hij ook lang tegen zijn diagnose gevochten. ‘Ik wou het zonder medicatie kunnen. Maar rond mijn 44e heb ik mij bij mijn conditie neergelegd’, zegt Gatz.

Het is volgens Gatz beter om erover te praten. ‘Het onderwerp is nog taboe, mensen denken dat je een zwakkeling bent. Maar we kennen allemaal iemand die een depressie heeft gehad, of één zal krijgen’, aldus de minister.

 

Vechtscheidingen

Hoe echtscheidingen kunnen ontsporen: “Hij had een klauwhamer vast. Of je geeft me nog een kans, of ik sla”

Het Nieuwsblad – Thierry Goeman – 12.09.2018

Het drama in Keerbergen, waar een jonge vader omkwam in de vlammen die hij zelf aanstak in het huis van zijn ex, is een zoveelste tragedie in de categorie ‘vechtscheidingen’. Die komen vaker voor dan we denken, zeggen experts. Voornaamste inzet: geld en de kinderen. Meestal blijft het bij pesterijen en verbaal geweld, maar af en toe escaleert het zoals bij Diana (37). “Hij had een klauwhamer vast en had gedronken. Of je geeft me nog een kans, brieste hij, of ik sla.”
Scheiden doet lijden, dat kan ook niet anders. Al slagen veel koppels erin om als volwassenen uit elkaar te gaan en alles netjes te regelen. Maar 1 keer op de 10 draait het uit op een vechtscheiding.“Meestal wanneer één van de twee beslist om de relatie stop te zetten. Omdat er iemand anders in het spel is bijvoorbeeld, en de andere partij op wraak zint. Miserie verzekerd”, klinkt het bij een Limburgs advocatenkantoor dat zo’n 200 echtscheidingen per jaar afhandelt.

“Zelfs al hebben ze elkaar graag gezien, en zelfs al hebben ze samen kinderen, dan nog kunnen mensen elkaar behoorlijk het bloed van onder de nagels pesten. Of erger”, klinkt het.

Diana (37) weet ervan mee te spreken. Zij was de driftbuien van haar man beu en leerde iemand anders kennen. “Toen ik mijn ex verteld had dat ik bij hem wegging, dreigde hij me enkele dagen later de kop in te slaan. Gelukkig kwam mijn zoontje binnen en is hij vertrokken. Maar het heeft echt niet veel gescheeld. Maandenlang heb ik met de daver op het lijf gelopen. Hij negeerde zelfs het verbod dat de rechter hem oplegde om in mijn straat of de omgeving van mijn werk te komen. Hij moest en hij zou me krijgen. De politie heeft hier vaak gestaan. Dat heeft geduurd tot hij een nieuwe vriendin had.”

Pesterijen tot fysiek geweld

“De perfecte scheiding bestaat niet. Anders zouden mensen niet uit elkaar gaan”, zegt een echtscheidingsrechter aan de Brusselse balie. “Sommigen mensen handelen alles als volwassenen af, met wederzijds respect voor elkaar. Soms verschijnen hier koppels van wie je denkt: waarom gaan die nu uit elkaar. Helaas zijn er ook andere gevallen. Met pesterijen, maar ook zwaar fysiek geweld.”

Het drama in Keerbergen, dinsdag, was al het zoveelste dit jaar in het kader van een echtscheiding. In maart stak een 67-jarige man zijn ex dood, op de stoep van de rechtbank in Veurne. De echtscheidingspapieren waren net ondertekend. Vorige week nog doodde een man uit Lanaken zijn 55-jarige partner. De marktkraamster wilde scheiden en had al iets gehuurd. Dat deed bij haar partner de stoppen doorslaan.
“Als ik ze niet kan krijgen, dan niemand”, is vaak de achterliggende oorzaak van dergelijk blind geweld, zeggen advocaten.

“Gelukkig blijven zulke zware feiten de uitzondering”, zegt Dimitri Mortelmans. Hij is hoogleraar aan de Faculteit Politieke en Sociale Wetenschappen van de Universiteit Antwerpen en deed onderzoek naar echtscheidingen.

Doosje Kleenex op bureau

“In België scheiden jaarlijks 24.000 tot 25.000 koppels. Tien procent daarvan zijn vechtscheidingen. Pesterijen, eindeloze discussies, stalking, en noem maar op. Soms ook geweld. Maar partners die elkaar ombrengen, dat blijft gelukkig uitzonderlijk”, zegt de Leuvense prof.

Een Antwerpse echtscheidingsadvocaat die net als zijn collega’s enkel anoniem wenst te getuigen maakte al van alles mee en weet dat mensen die sterke emoties voelen, erg verschillend kunnen reageren.

“Ik heb op mijn bureau altijd een doosje Kleenex staan. Ja, hier vloeien vaak tranen. En een zeer zeldzame keer ook bloed. Ooit zat hier een koppel voor mij zo hard te ruziën en elkaar te verwijten dat hij plots uithaalde naar zijn vrouw. Zij wilde alleen komen, hij stond erop om mee te komen, want ‘ze vertelde toch alleen maar leugens’. Het gesprek begon vrij normaal over het bezoekrecht voor de kinderen. Maar toen we over geld begonnen, sloeg de sfeer om en begon hij wit weg te trekken van woede. Zij was van rijke komaf en verbaal sterk, hij was een beetje een sukkelaar. Toen hij besefte dat hij het financieel met een pak minder zou moeten doen – gezien de hoge alimentatie die zij eiste – sloegen de stoppen compleet door en gebruikte hij zijn vuisten. Pas nadien besefte hij dat die gekloven lip hem duur zou komen te staan.”

Hoe zorg je ervoor dat een echtscheiding geen vechtscheiding wordt

Geen enkele echtscheiding is vergelijkbaar met een andere. Maar hoe zorg je er nu voor dat een scheiding geen open oorlog wordt? En waar kan je terecht als je er met je partner alleen niet uitgeraakt?

Hoogleraar Dimitri Mortelmans van de Universiteit Antwerpen deed onderzoek naar echtscheidingen en schat dat tien procent van alle scheidingen echte vechtscheidingen zijn. Daarnaast zijn er nog een pak koppels die het elkaar niet gemakkelijk maken door elkaar op allerlei manieren te pesten. En dan zijn er de scheidingen die totaal uit de hand lopen, zoals die in Keerbergen. “Gelukkig komen die maar zelden voor”, zegt Mortelmans.

Waar kunnen mensen die gaan scheiden terecht wanneer ze er zelf niet uitgeraken?
Meer en meer mensen vinden de weg naar echtscheidingsbemiddelaars die koppels begeleiden doorheen het vaak moeilijke en emotionele traject. Onder meer de Centra voor Algemeen Welzijn (CAW) beschikken over een lijst met bemiddelaars waar je terechtkan. Meestal als koppel.

Wat doet een bemiddelaar?

“We bekijken eerst of de relatie nog te redden valt. Is dat niet zo, begeleiden we hen om alles zo correct en sereen mogelijk af te handelen”, zegt echtscheidingsbemiddelaar Isabelle Philips-Decramer uit het West-Vlaamse Damme. “We helpen bij praktische regelingen en bemiddelen bij de regeling voor de kinderen. Vooral moeders hebben het vaak moeilijk met het idee dat ze hun kinderen niet altijd meer bij zich zullen hebben. We kijken met hen hoe zij toch – of wat zij nodig hebben om – de vader de kans kunnen geven zijn vaderrol op te nemen. We gaan ook na of beide partijen voldoende omringd zijn, ondersteuning hebben, bij iemand terechtkunnen. Want dat is heel belangrijk in zo’n scheidingsproces. En we proberen vooral te vermijden dat alles escaleert tot een vechtscheiding.”

Wat als het toch niet lukt om de scheiding op een serene wijze af te handelen?

Dan kan de rechter tussenkomen en tijdelijke maatregelen nemen, voor de kinderen bijvoorbeeld. In afwachting van een definitieve regeling.

En wat als je partner je begint lastig te vallen en te stalken?

“Dan raden wij aan om een klacht in te dienen bij de lokale politie. Als uw partner u bijvoorbeeld stalkt, kan de rechter hem verbieden om nog in een bepaalde straal rond uw woning en/of werkplaats te komen. Doet hij dat toch, kan hij worden opgepakt”, klinkt het bij de politie van Gent.

Kan één van de partners een echtscheiding weigeren?

“Vroeger wel, maar die tijd is voorbij. In België kan je een echtscheiding eenzijdig aanvragen. Je partner zal na een tijdje wel moeten aanvaarden dat het voorbij is. Hij of zij zal zichzelf niet kunnen blijven wijsmaken dat het misschien nog goed komt”, zegt professor Mortelmans.

Zijn mannen vaker de oorzaak van een vechtscheiding dan vrouwen?

“Vrouwen nemen vaker het initiatief om te scheiden. Wanneer ze er hun man dan mee confronteren hebben ze zelf in hun hoofd doorgaans al afscheid genomen. Voor mannen komt dat vaak plots. En dat zorgt wel eens voor heftige emoties”, zegt Mortelmans.

Waar gaan de meeste discussies over bij een scheiding?

“Geld en kinderen. Hoeveel moet de ene betalen aan de andere? En wie krijgt wanneer de kinderen? Iedereen probeert het onderste uit de kan te halen en gebruikt daar alle middelen voor. Vooral het onrechtvaardigheidsgevoel maakt mensen boos. Als ze het gevoel hebben dat hen onrecht wordt aangedaan. Als de rechter daar, op basis van de elementen waarover hij beschikt, in meegaat, kan dat mensen op het randje brengen en kan het potje weleens overkoken”, zegt de Antwerps prof.

Liefde niet, verliefdheid wel

Liefde op het eerste gezicht zoals in ‘Boer zkt. Vrouw’, bestaat dat eigenlijk wel echt?

Het Nieuwsblad – 12.09.2018

Boer Jeroen uit Duitsland heeft na twee afleveringen in het nieuwe seizoen van ‘Boer zkt. Vrouw’ een serieuze boon voor kandidate Severien. Vanaf het eerste moment dat hij de vrouw zag, is hij helemaal ondersteboven van haar. Tijdens de speeddate was hij zelfs even sprakeloos. En hij is niet alleen: ook zij glundert in zijn gezelschap. Maar bestaat liefde op het eerste gezicht eigenlijk wel? En hoe ga je om met die befaamde coup de foudre?

Wie denkt dat liefde op het eerste gezicht kan, moeten we teleurstellen. Uit onderzoek aan de universiteit van Groningen is reeds gebleken dat het fenomeen niet bestaat. Mensen verwarren een sterke aantrekkingskracht verkeerdelijk met liefde.

Maar verliefdheid op het eerste gezicht bestaat wél, dat bevestigt ook relatiedeskundige Rika Ponnet. “Wees blij dat het je overkomt, want het gebeurt niet bij iedereen. Je hoeft er niet naar een negatieve manier naar te kijken of van weg te lopen. Geniet ervan en verken het gevoel. Het is een heel leerrijk moment waarbij je ook meer over jezelf te weten komt.”

Verwar de het intense moment ook niet zomaar met lust, want het is meer dan dat. “Overvallen worden door een gevoel van verliefdheid heeft niet alleen met iemands uiterlijke kenmerken te maken. Als we iemand voor het eerst zien, zijn we in staat om de ander te lezen. Dat gebeurt op een heel onbewust niveau. Je voelt de ander beter aan dan je denkt, onder meer dankzij lichaamstaal, en detecteert snel dat de persoon in kwestie een aanvulling kan zijn in je leven. Dat draagt bij aan die totaalervaring.”Een zeldzaam gevoel

Volgens de experte heeft een coup de foudre veel te maken met de manier waarop je zelf emotioneel functioneert als je verlangt naar een partner. “Er zijn mensen die zich overgeven aan nieuwe contacten. De poort staat bij wijze van spreken helemaal open. Als ze iemand tegenkomen die volledig beantwoord aan hun noden, laten ze die persoon helemaal toe. Dat brengt het gevoel van verliefdheid op het eerste gezicht met zich mee. Wie vanuit emotioneel standpunt de kat uit de boom kijkt en iemand op een rustige manier beter wil leren kennen, zal minder snel een coup de foudre ervaren.”

De ene benadering is niet beter of slechter dan de andere. “Plotse verliefdheid kan een even goede start zijn van een relatie als het geleidelijk opbouwen van een band. En een amoureuze overrompeling kan net als bij elke relatie waarin verliefdheid vervaagt verduidelijken dat er naast die verliefde gevoelens eigenlijk geen diepere connectie is. De boodschap is na een eventuele tegenslag, te blijven openstaan voor verliefde gevoelens. Er is niemand die vandaag vanuit een puur rationeel standpunt aan een relatie begint.”

Rikka Ponnet heeft een eigen relatiebureau, Duet, in Gent. Meer info: duetrelatiebemiddeling.be