Niet Tupperware maar Upperdare!

“Ik had nog nooit een vibrator van nabij gezien”: 15 jaar homeparty’s met seksspeeltjes

De Morgen – 13-10-2018 – Cathy Galle

Stimulerende muntcrème, vibrators met orgasmegarantie en anale kralen. Ze worden allemaal verkocht op de zogenaamde Upperdare Party’s. Het bedrijf achter de thuisfeestjes met seksspeeltjes bestaat vijftien jaar. “Seks is zo meer bespreekbaar geworden.”

“Ik herinner me vooral de stimulerende muntcrème. Die lag in het lavabootje van het toilet, zodat we ze zelf konden uitproberen.” Nadine (41) heeft gemengde gevoelens bij de Upperdare Party bij haar nicht thuis, nu een jaar geleden. “Sommige producten waren gewoon stom, zoals tepelsieraden of de flessenopener die een geluid van een vrouwelijk orgasme laat horen. Wat moet een mens daarmee? Maar langs de andere kant: zo met een groepje vrouwen over seks praten, dat vond ik wel bevrijdend.”

De stimulerende muntcrème blijkt een klassieker te zijn op Upperdare Party’s. En ze zorgen meteen voor een bepaalde sfeer, meent Sofie, een jonge dertiger. “Bedoeling is wel dat je een beetje loskomt en ook iets durft”, legt ze uit. “Op zo’n party mag je ook artikelen aanraken, ruiken en zelfs proeven. De condooms met smaakjes kende ik al, maar er zijn ook likbare massageoliën en talkpoeders. Iedereen voelt zich hetzelfde, lichtjes opgewonden en ook wat onwennig. Dat zorgt voor een heel spannende en leuke sfeer.”

Mousse Magique

Upperdare ontstond vijftien jaar geleden toen een kunstenares haar man aanspoorde om in zijn seksshop in het Antwerpse schipperskwartier ook vrouwvriendelijke speeltjes te verkopen. Het werd een complete flop. De kunstenares nam de speeltjes mee en toonde die dan maar thuis, bij een hapje en een drankje, aan haar vriendinnen. Die kochten wél massaal, en Upperdare was een feit. Na een conflict met Tupperware, de fabrikant van vershoudpotjes die ook vooral via homeparty’s werkt, werd Upperdare omgedoopt tot Upper at Home.

Het concept is eenvoudig, legt Silvy uit Bavikhove uit. Ze werkt al jaren als upperlady, een consulente die de thuisfeestjes in goeie banen moet leiden. Bedoeling is om de producten te tonen en te verkopen, maar vooral ook tips te geven over hoe de gasten zichzelf en hun partner kunnen verwennen. “We tonen bijvoorbeeld hoe ze massagekaarsen over de rug van hun partner kunnen gieten. Of hoe ze de mousse magique kunnen gebruiken, een hydraterende schuim die je over de huid smeert waarbij je een geluid hoort dat doet denken aan een biefstuk in een hete pan. We hebben speelkaarten met kama sutra-afbeeldingen en eetbare bodypaint. Alles hangt wat af van waar de vrouwen in het gezelschap nieuwsgierig naar zijn.”

Volgens Upper at Home wordt de Fontaine de Jouvence, een vibrator met 99 procent orgasmegarantie, die werkt met een soort blaas- en zuigkracht, het vaakst gekocht. Op nummer 2 staat de Coeur d’Amour, een hartvormig massage-apparaatje met krachtige motor dat desgewenst ook meekan in bad. En op 3 de stimulerende muntcrème.

Denigrerend

De muntcrème is ook wat Nadine kocht. Voor haar was dat een revelatie. “Ik kom uit een vrij katholieke familie waar nooit over seks gepraat werd”, zegt ze. “Het woord alleen al uitspreken gaf bij mijn ouders al een heel ongemakkelijk gevoel. En seksspeeltjes, die waren vies en ook denigrerend voor de man. Want waarom zou zijn vrouw een of ander hulpmiddel nodig hebben? Ik had nog nooit een vibrator van nabij gezien. Laat staan dat ik wist wat anale kralen waren en wat je daar dan precies mee hoort te doen.”

Dat is net de verdienste van zulke initiatieven, meent seksuoloog Wim Slabbinck. “Upperdare stelt seksspeeltjes voor in een huiselijke context, wat de mensen een groot gevoel van veiligheid heeft. Daardoor wordt seks en seksueel plezier praten makkelijker. Op dat vlak speelt zo’n Upperdare Party en heel belangrijke rol.”

Maar is zoiets ondertussen niet al wat voorbijgestreefd? Hoewel het de eerste jaren nog iets was voor de durvers en er soms lacherig of stoer over werd gedaan, zijn seksspeeltjes ondertussen toch al lang ingeburgerd? Ondertussen zijn er ook al verregaandere initiatieven op de markt, zoals een ‘handjob masterclass’ waar je technieken leert om elkaar met handwerk te verwennen.

“Voor de jongere middenklassevrouw zijn seksspeeltjes inderdaad al lang geen ding meer”, vindt ook Slabbinck. “Maar dat is nog lang niet voor iedereen het geval. Ik denk dan aan mensen van allochtone origine, maar ook soms niet-stadsbewoners. Ik werk zowel in Gent als in Roeselare en je merkt een impact van de woonplaats op het praten over seks. In West-Vlaanderen is er toch minder openheid over dat soort zaken. Voor sommige groepen kan een beetje stimulatie om erover te praten dus nuttig zijn.”

Mannen, het sterke geslacht?

‘Traditionele’ man leeft minder lang

Te veel mannen in Europa sterven onnodig vroeg, en dat heeft meer te maken met slechte gewoontes en traditionele gendernormen dan met hun geslacht. Europa moet ingrijpen, vindt de Wereldgezondheids­organisatie.

De Standaard – 12.10.2018 – Peter Vantyghem

De Europese regio vaart aan twee snelheden, wat de gezondheid van zijn mannen betreft. De gezondste man, een Zwitser, mag erop rekenen dat hij 82 wordt. De ongezondste, uit Turkmenistan, moet het doen met een verwachting van 65 jaar. Dat is een verschil van 17 jaar: de West-Europese landen lopen vooraan, de Oost-Europese volgen op grote afstand.

Het nieuwe rapport van de ­Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) over de gezondheid en het welzijn van mannen in 53 landen van de Europese regio (inclusief alle vroegere Sovjetstaten) brengt veel cijfers en analyses samen. Het begint met goed nieuws: Europese mannen leven langer en gezonder dan ooit tevoren. De rest is zorgwekkend: mannen sterven te snel, en dat komt maar ten dele door hun biologische aard. Er wordt niet goed voor hen gezorgd, en ze zorgen ook niet goed voor zichzelf.

Mannelijkheid als constructie

De WHO geeft aan dat preventie en educatie tot dusver vooral op vrouwen gericht waren, en dat er te weinig rekening gehouden werd met mannelijkheid als sociale constructie. Ze stelt nu prioriteiten: het sterftecijfer bij jonge mannen naar beneden halen, de grote ongelijkheid binnen Europa aanpakken, van gendergelijkheid een hefboom maken om de Europese man te genezen.

Hart- en vaatziekten, kanker en diabetes zijn de voornaamste ­killers bij Europese mannen. In Oost-Europa sterft meer dan een derde eraan voor hun zestigste, in het Westen is dat ‘maar’ 13 procent. Een andere doodsoorzaak zijn verkeersongelukken en zelfdoding. In die categorie speelt leeftijd een grote rol: hij is de belangrijkste doodsoorzaak voor jongens tussen 5 en 19 jaar oud.

Veel heeft te maken met typisch mannelijke gewoontes. ­Europa heeft sowieso het hoogste alcoholverbruik van de wereld. Driekwart van die doden zijn mannen. In Oost-Europa is alcohol, een statussymbool, verantwoordelijk voor een kwart van de doden. Wat tabak betreft, is het verschil tussen de beste leerling (IJsland, 15 procent) en de slechtste (Rusland, 58 procent) enorm. Roken doodt jaarlijks een miljoen Europese mannen.

Algemeen gesteld eten mannen ook ongezonder, nemen ze meer drugs, bewegen ze minder, en krijgen ze daarom meer problemen met suiker, cholesterol en overgewicht.

Belgische mannen horen niet bij de gezondste groep. Qua levensverwachting staan we op een zestiende plaats, maar daarmee bengelen we onder aan de West-Europese groep. Wat betreft de verwachting op een gezond leven, doen alleen Duitsland, Portugal en Finland het slechter. In de lijst van zelfdoding staan we elfde. Daarmee staan we boven aan de West-Europese groep, voor IJsland en Finland. We bewegen te weinig (slechts tien landen doen slechter) en roken zit in de lift, vooral bij jongeren.

Geweld op school

Dat mannen ongezonder zijn dan vrouwen komt vooral omdat ze meer risico’s nemen, net omdat ze man zijn. Mannelijke stereo­typen en genderongelijkheid spelen een grote rol. Wie zijn mannelijkheid ‘traditioneel’ invult, heeft meer kans op een slechtere gezondheid en een lagere ­levensverwachting.

In het voorbije decennium is het inzicht gegroeid dat werk­omstandigheden en de sociale steun het gedrag – en dus de gezondheid – van mannen sterk beïnvloeden. Jongens zijn daarbij vooral de dupe van armoede en fysiek geweld op school, en studeren zoals bekend niet goed genoeg. Maar de man wordt vooral een probleem wanneer hij volwassen is: los van zijn slechte gewoontes op het vlak van voeding, alcohol en roken, klampt hij zich graag vast aan zijn rol als kostwinner, omdat dat mannelijke macht reproduceert. Dat leidt tot kwalen zoals slecht slapen, hartproblemen en stress. Dat de arbeidsmarkt nogal wat typische mannenjobs aan het ‘afschaffen’ is, verhoogt het probleem.

Daarbij komt dat in bijna heel Europa mannen minder snel hulp zoeken dan vrouwen. Mannen zijn het niet gewoon om gezondheidsdiensten te gebruiken, interpreteren ziektesymptomen minder goed en wachten dus af tot de pijn te erg wordt. Hoe hoger mannen opgeleid zijn, hoe minder snel ze professionele hulp zoeken.

Wat er lekker uitziet

De sleutel om het mannenprobleem aan te pakken ligt in gender, vindt de WHO. Na breed overleg tussen de overheden en de academische wereld werd onlangs in Rome een nieuwe, ‘transformatieve’ strategie voorgesteld om mannen gezonder te maken.
Een man-specifieke aanpak kan daarbij helpen: de ervaring leert bijvoorbeeld dat mannen sneller meegaan in programma’s die niet te veel tijd vergen en met humor geladen zijn. Wat voeding betreft, zijn ze gevoelig voor speciale promoties en voor wat er lekker uitziet.

Maar vooral gendergelijkheid moet de hefboom worden. Positieve mannelijke rolmodellen, zoals dat van de liefhebbende vader, moeten helpen om mannen een beter zelfbeeld te geven, hen minder krampachtig te laten werken, het risico op geweld weg te nemen en vooral wat langer en gezonder te laten leven.

What Happens When You Rebel Against the Herd

What Happens When You Rebel Against the Herd
By Sofo Archon on Monday February 20th, 2017

Are You Truly Living Your Life?

You live, but are you living the way you want to live, or the way others want you to live? You choose, but are your choices based on your own decisions or on the decisions imposed on you by society? You act, but are you acting out of your conditioning or out of your conscious will?

Almost everywhere I look, I see people who are immensely suppressed and experience tremendous suffering, mainly because they conform to those around them, just so that they can feel liked and accepted. They’re afraid that embracing and honestly expressing their individuality might lead them to social ostracism. Their life is a slow torture, and with every step they take, they feel the burden of conformity growing heavier and heavier on their shoulders. They sacrifice themselves just so they can please others, unaware that they are committing psychological suicide.

But what is the point of living this way? It’s meaningless and utterly stupid.
Life can be lived in a totally different way — a way that allows us to live up to our fullest potential, that helps us to find contentment and peace, that brings us freedom to be spontaneous and make the most out of our life’s journey. A way that turns existence into a celebration, filled with beautiful moments that make life truly worth living.

Rebellion is not what most people think. It is turning off the T.V. and thinking for yourself.

For this to happen, however, we need a big shift in our consciousness. A good first step to achieving this is to escape the herd mentality that surrounds us by rebelling against anything that is imprisoning our minds and filling our souls with toxic energy.
When you gather the courage to say a big NO to conformity and break free from the mental shackles that were imposed on you since the very day you were born, great things will start happening that may turn your life upside down. Below are some of those things.

When you rebel against the herd…

You Develop Your Critical Thinking

Once you turn your back to the crowd, your way of thinking slowly stops being influenced by it and you start using your reason more. This works wonders for increasing your intelligence.

Most people don’t think for themselves — instead, they let others do the thinking for them. They are easily persuaded by the herd mentality and never stop for a moment to question anything that they’ve been told. They are blinded by belief and follow without doubting what is considered to be a normal way of living. Desiring to be normal, they lose their individuality, and the intellectual consequences of this are enormous: they can barely use their critical thinking, and their willpower is almost nonexistent. Not surprisingly, when faced with any problems, their only hope is that someone else will help them to overcome them. By themselves, they feel totally helpless.

Nature makes everything unique, yet we strive to make everything the same.

When you step away from the confines of the herd and start your own quest for truth, you begin to hone the art of freethinking. You don’t believe anything without evidence, you don’t accept what doesn’t resonate with your own experiences, and you try to find out what’s true for yourself. In your efforts to achieve this, you mature, become wiser, and learn to make more conscious choices that contribute to your well-being.

You Drop Your Social Masks

Another thing that happens is that you become honest with yourself and others. You let go of the social masks that you had been wearing to pretend that you were someone you never were and reveal to the world who you truly are. You expose yourself, unafraid of whether others will judge you or not.

In the society we are living in, hypocrisy prevails. People constantly lie to one another just so that they can feel accepted by the mob, but at the same time, they experience emotional turbulence, because they never managed to accept themselves as they are. And when you don’t like yourself for who you are, what is the point of being liked by others for who you are not?

Have the courage to shed your mask and expose who you really are.

The moment you stop desiring others’ acceptance, you begin to express yourself. You don’t need anyone else’s permission. You don’t suppress yourself, and naturally, your stress levels drop, which makes you feel better than you’ve ever felt before. In addition, you are able to form genuine relationships with human beings who truly resonate with you and embrace you just the way you are.

You Learn to Take Responsibility into Your Own Hands

Responsibility and freedom always go hand in hand, so the more responsible one is, the more freedom one experiences.

People tend to throw responsibility away and hold others responsible for their lives. By doing so, however, they are also throwing away their freedom. Not only that, they also blame others whenever something is going wrong with their lives. That’s why you see people believe in saviors of all kinds and allow a few individuals — for example, politicians — to take control over their lives. But once they find out that those people don’t fulfill their expectations, they start blaming them for ruining their lives, not realizing that they themselves are at fault for handing over their power to them in the first place.

Now that I am no longer sleeping, I cannot pretend to fit where I no longer belong.

The herd always desires a good shepherd to take care of it. A rebel, however, doesn’t allow anyone the freedom to dictate to him how to live. On the contrary, he sees himself as the creator of his own destiny and takes full responsibility for his actions. And instead of blaming others when he happens to make mistakes, he fully accepts them and takes immediate action to correct them.

You Become the Master of Your Life

In essence, a rebel is one who is the master of his life.

A rebel doesn’t walk on a predetermined path — he creates his own path.
A rebel never lets others control their thought and behavior — he thinks for himself and his actions are the embodiment of his psyche.

A rebel lives to the fullest and squeezes the juice out of life. And although he might make many mistakes in his efforts to turn his dreams into reality, he is not filled with regrets, because, even if he ultimately fails at his attempts, he at least knows that he tried to the best of his ability.

Walk your own path.

If you conform to the herd, you might be under the impression that you are free, but in reality, you are nothing but a puppet being manipulated by outside forces. You might mistakenly feel strong with the crutches that were offered to you by weak people, but deep down you’ll know that you are powerless to stand on your own two feet. You might wear a fake smile and superficially feel secure, but you won’t be able to help continuously experiencing immense grief in your heart for the risks you never dared to take.

So what are you waiting for?

Think for yourself.
Tear off your masks.
Act responsibly.
Live your life.

Bron: https://upliftconnect.com/

 

De vragen van Proust

De vragen van Proust

De Morgen – 07-10-2018 – Ann Jooris en Fernand Van Damme

Schrijver Marcel Proust beantwoordde ze ooit in een vriendenboekje, nu geeft De Morgen er een eigenzinnige draai aan. Vijfentwintig directe vragen, evenzoveel openhartige antwoorden. Vandaag: filosofe Tinneke Beeckman (42). Wie is zij in het diepst van haar gedachten?

1. Hoe oud voelt u zich?

“Wel, een generatie ouder sinds ik mama geworden ben. Ik heb een dochter van negen maanden en dat maakt echt wel een ­verschil. (neemt laptop, toont foto van Alma) Bij Margarete Mitscherlich (ook wel de grande dame van de Duitse psycho­analyse genoemd, 1917-2012, red.) las ik dat vrouwen van over de 40 van veel afscheid moeten nemen: van hun schoonheid, van hun verleidelijkheid, van hun hechte band met de kinderen, van hun eigen ouders. In de tweede helft van je leven sijpelt er dus op allerlei manieren rouw in je bestaan binnen. Ik denk wel dat dat klopt, maar voorlopig heb ik er niet zoveel last van.

Wie is Tinneke Beeckman?
geboren in 1976, in Antwerpen
studeert moraal­wetenschappen (VUB) en wijsbegeerte (ULB)
promoveert aan de VUB, doceert en doet er enkele jaren onderzoek naar moderne politieke filosofie
stopt als academica, wil meer vrijheid en creativiteit
publiceert onder meer over Spinoza en de verlichting
geeft lezingen over politieke en praktische filosofie, maatschappijkritiek en levenskunst
columniste en commentator, levert bijdragen aan o.m. De Morgen en De Standaard

“Het wordt pas moeilijk, denk ik, wanneer je krampachtig ­vasthoudt aan het idee jong te moeten blijven. Als je dat loslaat en aanvaardt dat ouder worden gewoon bij het leven hoort, ontdek je andere prioriteiten.”

2. Wat vindt u een belangrijke eigenschap van uzelf?

“Euhm. Dat ik helder en lucide probeer te kijken en te schrijven. Ik hou van waarachtigheid. Ik ben allergisch voor poses en inauthenticiteit. Ik probeer de dingen te zien zoals ze zijn en er ook niet van weg te kijken. Liever een echte droefheid dan een valse vrolijkheid. Daarom heb ik een voorkeur voor realistische ­filosofen, zoals Spinoza of Machiavelli, die er fel op hameren: je moet proberen het leven te zien zoals het is, de dingen te ­begrijpen vanuit hun oorzaken, jezelf geen rad voor de ogen te draaien. Ook niet over jezelf. Zelfkritiek is belangrijk. Die ego ­temperende werking van hun filosofie zint me wel. De mens denkt zo ­makkelijk dat hij het centrum is van de schepping. Hoe vaak meet hij zichzelf geen grotere rol toe dan hij eigenlijk speelt? In mijn eigen leven heb ik het als een bevrijding ervaren om die verbeelding los te laten. Je moet kunnen loskomen van de vraag of wat je doet in de smaak valt. Pas als je je niet meer aantrekt wat de anderen van je denken, kun je trouw blijven aan jezelf.”

3. Wat is uw passie?

“Wel, zo’n beetje wat ik net zei. (lacht) Of zoals André Comte-Sponville (Frans filosoof, °1952, red.) het ooit formuleerde: ‘Vivre sa pensée et penser sa vie’. Je denken beleven en je leven ­bedenken. Pas toen ik na tien jaar een punt zette achter mijn ­academische carrière en de filosofie als een roeping ben gaan beschouwen, besefte ik wat mij inherent gelukkig maakt. Ik heb er lang mee geworsteld, maar heb uiteindelijk ingezien dat ik niet thuishoor in een competitieve omgeving, waarin sommigen alles op het spel zetten voor meer aanzien en prestige en zelfs recht tegen de filosofie ingaan die ze aanhangen. Op het einde had ik de indruk dat ik naar een circus keek.
“Of een roeping niet nogal zwaar op de hand klinkt? Tja, maar er staat iets op het spel voor mij, filosofie is niet vrijblijvend.”

4. Is het leven voor u een cadeau?

“Eigenlijk wel. ‘Vivre sa pensée et penser sa vie’ gaat over hóé je kunt leven en niet óf je moet leven. Existentiële angst heb ik niet, maar ik denk niet dat dat mijn verdienste is, je moet ook wat geluk hebben met wat je allemaal hebt meegemaakt. Ik ben dus geen nostalgisch, melancholisch of depressief iemand, dat is al een groot geschenk op zich. Denk nu niet dat mijn leven één ­lang­gerekte vrolijkheid is, maar fundamenteel existentiële twijfels heb ik niet. Tot Kierkegaard, Sartre of Camus ben ik dan ook niet aangetrokken. Ik apprecieer die filosofen wel, maar ze hebben het over ervaringen die ver van mij afstaan.

“Leven betekent voor mij al de kracht en alle mogelijkheden die je in jou hebt, proberen te verwezenlijken. In het volle besef van je eigen beperkingen en belemmeringen. Dus niet: ik kan alles wat ik maar wil, maar wel proberen te zijn wie je kunt zijn.”

5. Welke kleine, alledaagse gebeurtenis kan u blij maken?

“Wel, het eerste wat me ’s ochtends blij maakt, is Alma’s lachende gezichtje als ze wakker wordt. En met Alma gaan wandelen in het park vind ik altijd heel bijzonder. De schoonheid van een boom kan iets heel intens hebben. Het enige wat dan bestaat, is dat moment. Dat vind ik heel ontspannend.”

6. Wat is uw zwakte?

“Ik ben nogal moeilijk om te leren kennen, waardoor ik ook wel kansen mis om anderen te leren kennen. En ik ben niet erg ­vergevingsgezind. Als mensen me kwetsen of ontgoochelen, houden ze voor mij op te bestaan. Wraakzuchtig ben ik niet, maar ik voel wel dat er een afstand ontstaat die ik niet makkelijk kan overbruggen. Ik probeer daaraan te werken, want ik vind vergevings­gezindheid belangrijk, maar ervaar toch dat het ­moeilijk is om daar verandering in te brengen.”

7. Waar hebt u spijt van?

“Niet van veel. Spinoza zegt: berouw is een dubbele droefheid. Het betekent één: dat je je in het verleden vergist hebt, dat je iets gedaan hebt wat eigenlijk pijnlijk of verkeerd was, en twee: dat je er nog altijd ongelukkig om bent. Volgens hem ligt dat aan een gebrek aan zelfinzicht, omdat je je verbeeldt dat je iemand anders had kúnnen zijn dan de persoon die je was. Als je inziet dat je, gezien wie je toen was en wat je toen wist, niet anders kon dan doen wat je toen gedaan hebt, kun je dat idee van spijt loslaten. Eenvoudigweg omdat je toen omringd was door bepaalde ­mensen, of omdat er bepaalde beperkingen of omstandigheden waren, of gewoon omdat je de dingen toen nog niet helder zag. Dat is dan maar zo. Punt. In dat opzicht is spijt niet iets waar ik veel aandacht aan besteed.”

8. Wat is uw grootste angst?

“Privé: dat mijn dochter mij nodig zou hebben en dat ik er niet zou zijn.

“Maatschappelijk: dat mensen het contact met hun eigen ­menselijkheid verliezen. (zucht even) Wat ik beangstigend vind, is de nonchalante manier waarop mensen omgaan met de hele culturele erfenis. Terwijl ik Machiavelli las voor mijn nieuwe boek, bedacht ik: zonder kennis van het verleden is de toekomst alleen eenzaamheid. Ik denk dat vandaag velen zich eenzaam voelen omdat ze zich niet meer met de vorige generaties en met hun eigen cultuur verbonden voelen. Dat heeft te maken met het consumentisme – alles moet altijd leuk, snel en niet te moeilijk zijn –, met het winstbejag – alles moet renderen – en met de diversiteits­obsessie. Onlangs nog suggereerde Caroline Pauwels van de VUB de verlichting los te zien van het westerse verleden, omdat niet iedereen zich daar goed bij voelt. Eigenlijk is dat een soort onterving, want je kunt de verlichting niet begrijpen zonder de geschiedenis te kennen. Dan rest alleen nog een vaag concept dat niets meer betekent.

“Schoon schip willen maken is typerend voor deze tijdgeest. Denk aan het initiële motto van Facebook: ‘Move fast and break things’. Dat is de cultuur van de eeuwige pubers die dingen uitproberen, maar intussen de westerse democratie al enorme schade hebben toegebracht. Een democratie die tot stand is gebracht door eeuwenlange inspanningen van moedige mensen. Dat ­hyper­individualisme van vandaag, het individu dat vanuit zijn eigen creativiteit, zonder verantwoordelijkheid te nemen voor wat hij doet, ongebreideld te werk kan gaan, is gevaarlijk. Het idee dat de mens hier en nu alles op zichzelf kan uitvinden, getuigt van hoogmoed. Die roekeloosheid waarmee de rijkdom van het verleden gewoon opzij wordt geschoven, beangstigt mij, ja.”

9. Wanneer hebt u het laatst gehuild?

“Bij A Gentleman in Moscow van Amor Towles. Dat boek kan ik heel hard aanbevelen. Het gaat over een aristocraat die in 1923 voor het schrijven van een opruiend gedicht veroordeeld wordt tot levens­lang huis­arrest in hotel Metropol in Moskou. Het is een gevat, grappig maar ook tragisch verhaal. Op een bepaald moment komt er een hartverscheurende scène in voor tussen een moeder en haar dochter. Meer ga ik er niet over vertellen omdat ik de plot niet wil verpesten. Maar het gaat over wat zoveel ­miljoenen mensen in de geschiedenis hebben ­meegemaakt: om je kinderen te redden moet je ze soms laten gaan, met het risico hen nooit meer terug te zien.”

10. Wanneer bent u ooit door het lint gegaan?

“Ik kan heel kwaad worden. Maar minder dan vroeger sinds ik besef dat onder woede vaak andere ­gevoelens schuilgaan. Zoals verdriet. Als je je dan even afzondert en met je verdriet in contact komt, ebt die woede ook weer snel weg.”

11. Welk kunstwerk heeft u gevormd of heeft een blijvende indruk nagelaten?

“Dat zijn er zoveel, maar zeker dit (wijst naar de muur): een replica van de godin Athena die rouwt om de slachtoffers van de Peloponnesische Oorlog (vijfde eeuw v.C., red.). Ik heb die steen meegebracht toen ik met mijn ouders in Athene was. Als 16-jarige vond ik dat een heel mooi werk, en ik vind dat nog altijd. De droefheid die ze uitstraalt, terwijl ze op haar speer rust, blijft mij ontroeren.”

12. Hebt u ooit een religieuze ervaring gehad?

“Ik ben niet gelovig opgevoed en heb lang gedacht dat ik helemaal niets met het christendom te maken had, wat natuurlijk niet klopt. We zijn op zoveel manieren in de ­christelijke cultuur ingebed.

“Maar de enige echt religieuze ervaring die ik gehad heb, was tijdens het schrijven van mijn Spinoza-boek. Ik was aan het wandelen op de Kalmthoutse Heide en wist dat ik zou ­weggaan uit de academische wereld. Het was een warme dag in juli. Het licht, de lucht, de bomen, alles zinderde. Plots overviel mij een enorm gevoel van dankbaarheid, van vrijheid ook, waar een immense kracht van uitging. Dat was niet alleen maar een idee, ik voelde letterlijk, met heel mijn lichaam, dat ik opgenomen werd in iets wat mij volkomen oversteeg. Een soort genade overviel me. Maar even plots was het weer weg.” (lacht)

13. Hoe kijkt u naar uw lichaam?

“Na mijn zwangerschap helemaal anders. Als je zwanger bent, ontplooit je lichaam zich vanzelf, terwijl je daar niets over te zeggen hebt. Dat is echt wel wonderlijk. En daarna moet je al die kilo’s weer kwijt zien te raken.

“Het viel me toen op ­hoeveel vrouwen er in de media worden geportretteerd die er na de bevalling miraculeus weer uitzien als 21-jarige meisjes. Denk aan Kate Middleton, die al een paar uur na de geboorte van haar kind naar de menigte stond te zwaaien. Dat zegt toch ook wel veel over onze cultuur, omdat het zo onrealistisch is. (lacht) Of Amal Clooney, op zich een fantastisch mooie vrouw. Ze was pas bevallen van een tweeling en zag er na twee maanden weer uit als een 25-jarige die nooit zwanger was geweest. Dat klinkt bewonderenswaardig, maar het is dramatisch. Vergankelijkheid en het verglijden van de tijd hebben geen plaats in onze cultuur. Je moet altijd tot de jongste generatie blijven behoren, zelfs al is er pas iets gebeurd waaruit blijkt dat je een generatie ­opgeschoven bent. Dat idee moet je als vrouw loslaten, want voordat je het weet, bepaalt het je zelfbeeld.”

14. Wat vindt u erotisch?

“Euhm. Een man met een mooie houding in een mooi pak. Leonard Cohen had dat heel goed begrepen, vind ik. Die wist wat stijl was. Nu, ik val niet op oudere mannen. Begrijp me niet ­verkeerd. (lacht) En alleen het pak is niet voldoende. (lacht) Want dat zou betekenen dat de mannen van The City het toppunt van erotiek zijn en dat is niet het geval.”

15. Wat is uw goorste fantasie?

“Bewust lelijkheid opzoeken is mij echt vreemd. Toen ik onlangs in een oud interview met Romy Schneider las dat ze haar man met zijn hoofd tegen de muur wilde kwakken toen hij wilde scheiden, snap ik dat wel. Ik veroordeel dat ook helemaal niet, maar ik denk gewoon dat ik op een andere manier met gevoelens omga. Als ik woede voel opkomen, zonder ik mij af en ga ik na wat er echt speelt.”

16. Welk dier zou u willen zijn?

“Ah, een ekster. Die leven in koppel, wat ik schattig vind. En iedereen laat die dieren met rust. Als je te mooi bent, word je opgejaagd.”

17. Hoe was de relatie met uw ouders?

“Ik denk dat ik heel veel geluk heb gehad met mijn beide ouders. Op hun manier hebben ze heel erg hun best gedaan. Nu ik zelf een dochter heb, besef ik dat des te meer. Toen Alma een paar weken oud was, stonden mijn man en ik naast haar bedje. Terwijl ze ons zo aan het aankijken was met haar grote ogen, zei ik tegen haar: ‘Kijk, hier ga je het mee moeten doen, met die twee zotten’. Dat was wel een fel moment. Want je kent je kind niet, maar je kind kent jou ook niet. En je bent wel tot elkaar veroordeeld.

“Mijn ouders zijn allebei overleden. Ze hebben ons heel veel liefde en affiniteit meegegeven voor literatuur en muziek, voor andere culturen, voor politiek ook. Ze hadden het niet echt breed. En toch namen ze ons van kleins af aan mee op reis: naar Athene, Rusland, Egypte, Marokko, India… Je kinderen andere beschavingen leren kennen was voor mijn vader een humanistisch ideaal. Ik heb daar een enorm gevoel van verbondenheid aan overgehouden.

“Mijn ouders kookten ook heel graag en maakten vaak uitheemse gerechten. Dan gingen we thuis op reis. Mijn vader zorgde voor vlaggetjes van het land en zette lokale muziek op. Zo hadden we Zaïrese avonden en aten we moambe, Indiase avonden en aten we curry’s, Libanese avonden en zetten we Fairuz op (een van de bekendste zangeressen van het Midden-Oosten, red.). Dat was altijd heel avontuurlijk.

“Maar het idee dat kinderen altijd alles leuk moesten vinden, bestond bij mij thuis niet. Evengoed zette mijn vader een ­documentaire op over de Holocaust of over Stalingrad en ­moesten we stilletjes luisteren. Hij vond dat we voeling moesten hebben met de geschiedenis. En ik denk dat ik daardoor thuis veel meer geleerd heb dan op school.”

18. Hoe definieert u liefde?

“Voor mij is er een gedicht van William Blake dat het helemaal zegt. Beter kan ik het niet formuleren. Het heet ‘How to know love from deceit’ en gaat als volgt: ‘Love to faults is always blind/ always is to joy inclined/ lawless winged and unconfined/ and breaks all chains from every mind’. En dat is het dus. Liefde is altijd een blijdschap en kent geen wetten en geen grenzen, en vooral: liefde bevrijdt je geest. Je aanvaardt mensen zoals ze zijn.”

How to know love from deceit

Love to faults is always blind
always is to joy inclined
lawless winged and unconfined
and breaks all chains from every mind.

William Blake

19. Bent u een goede vriend?

“Virginia Woolf schreef in The Waves: ‘Ik heb vrienden verloren. Sommigen through death, omdat ze overleden zijn, maar soms ook door the sheer inability to cross the street’ en dat heb ik ook, zo’n inability to cross the street. Een soort innerlijke burcht die toch niet zo makkelijk inneembaar is, ja voilà. Ik stel me moeilijk open voor anderen, maar heb gelukkig wel een paar heel goede vrienden.”

20. Hoe zou u willen sterven?

“Omringd door de mensen die ik graag zie en ook in het ­vertrouwen dat zij gelukkig kunnen zijn.

“Niet snel en pijnloos, zoals zo velen zouden willen. Ik vind dat zo’n oppervlakkig antwoord. Eigenlijk houdt dat in: ik leef al voortdurend alsof de dood niet bestaat en als ik dan sterf, wil ik er ook niet bij zijn. Dat doet me denken aan Woody Allen, die ergens zegt: ‘Sterven vind ik niet erg, ik wil er alleen niet bij zijn als het gebeurt.’ Dat is natuurlijk een grap, in al z’n absurditeit. Je moet dat dus niet letterlijk nemen. (lacht) Alsof dat trouwens een optie zou zijn.

“Ik denk dat dood en vergankelijkheid deel uitmaken van het leven. Jammer genoeg leven we in een cultuur die dat totaal ontkent.”

21. Wat is voor u de hel op aarde?

“Moeten leven in een samenleving waar autoritaire of religieuze leiders de plak zwaaien. En dan zeker als vrouw te moeten gehoorzamen aan mannen die denken dat ze van nature superieur zijn, terwijl ze geen generositeit of wijsheid in zich dragen.”

22. Laat u racistische of seksistische opmerkingen passeren?

“Ik laat ze helaas vaak passeren, omdat ik soms zo verbouwereerd ben dat ik te traag ben om te reageren. Maar ik zal er achteraf wel proberen op terug te komen, op een indirecte manier.

“Ik vind wel dat anti­racisme en anti­seksisme vaak gepolitiseerd worden. Achter aanklachten schuilt vaak een verborgen agenda. Neem nu Julian Assange, de man van WikiLeaks, die beschuldigd wordt van verkrachting en in de Ecuadoraanse ambassade in Londen verblijft. De bekommernis van de Britten om hem te willen uitleveren aan Zweden, waar verkrachting ruimer geïnterpreteerd en bestraft wordt, is alleen maar politiek geïnspireerd.

“Het probleem van seksueel geweld tegen vrouwen wordt ­helemaal niet aangepakt! Was het maar zo dat men alle moeite van de wereld zou doen om verkrachters daadwerkelijk te ­arresteren! Maar dat is niet het geval, helaas voor heel wat ­vrouwen. Dat is zo pijnlijk. Wat een klucht!”

23. Wat betekent geld voor u?

“Geld is tijd. Geld is ook de mogelijkheid om de dingen te doen die je wil doen, om de mensen te ontmoeten die je wil ­ontmoeten en je van de rest niets aan te trekken. Ik zou graag zeggen dat geld maar een middel is, maar dat is gewoon niet waar. Geld is in onze samenleving zoveel meer. Bovenal: status. Het lijkt wel alsof geld­bezit je meer bestaans­recht geeft.”

24. Wat is uw vreselijkste vakantie­herinnering?

“Ik was samen met een vriend naar een gemeenschappelijke vriendin in Amerika gereisd. Op een dag maakten mijn vriend en ik een uitstap. Terwijl we samen in een winkel stonden, zag ik hem stiekem iets stelen. Eerst ontkende hij, maar achteraf gaf hij toe dat hij al op tal van plaatsen gestolen had. Hij bleek een kleptomaan. Dat voorval heeft mijn blik op hem volledig ­veranderd, halverwege de reis. We moesten nog een paar weken samen bij die vriendin doorbrengen, wat heel ­onaangenaam was, want onze vriendschap was voorbij.”

25. Wie zou u hier eens uw mening willen zeggen?

“Mijn buurman. Dat is een sympathieke mens, maar hij zet zijn muziek zo luid. En dan nog van die smartlappen. André Hazes, maar dan op z’n Grieks. Het lijkt wel alsof hij heimwee heeft naar zijn vakantie. Heel het jaar door. Nee, hij is geen Griek, hij is een Israëli en leest geen Nederlands. Maar hij is heel lief, ook ­tegenover Alma. Hoe kan ik nu kwaad worden op zo iemand? Maar soms ben ik het zo beu, dat ik gewoon wil schreeuwen. Vooral in de winter. Je wil Kerstmis vieren, en dan die luide Griekse muziek! Jullie horen het: ik ben het écht beu.” (lacht)

Een zelfgekozen einde

Hoe zelfmoordgedachten ontstaan en waarom ze zo moeilijk te onderdrukken zijn. ‘Nee een depressief persoon zal niet zelf hulp zoeken’

HUMO – 8 oktober 2018

Zelfdoding is de belangrijkste doodsoorzaak bij Vlamingen tussen de 15 en de 49 jaar. De voorbije weken kregen we via heftige getuigenissen inzicht in de redenen voor die verschroeiende levensmoeheid. Deze week leggen we de mechanismen bloot die ervoor zorgen dat mensen er helaas zo vaak aan toegeven. In zijn boek ‘Een zelfgekozen einde’ toont de Amerikaanse psycholoog Jesse Bering (43) aan hoe onze geest ons bedot op de momenten dat we een makkelijke emotionele prooi zijn. ‘Het gevoel te willen verdwijnen, gaat vanzelf weer weg. Maar het is moeilijk om jezelf daarvan te overtuigen.’

‘Een zelfgekozen einde’ van Jesse Bering verschijnt op 16 oktober bij Nieuw Amsterdam.

HUMO Uw boek is opgedragen aan ‘de suïcidale mens in ons allen’. Kan iedereen suïcidaal worden?

JESSE BERING «Sommige aspecten van suïcidaal denken zijn eigen aan de mens. Niet iedereen wordt daarom suïcidaal, maar de gedachte om je leven te willen beëindigen, is niet ongewoon. Ik bedoel het vooral als reactie op de medicalisering van zelfmoordgedachten. Levensmoeheid is een fundamenteel onderdeel van de mens, en daar moeten we mee leren omgaan.

Onderzoek toont aan dat 90 procent van de zelfdodingen samenhangt met mentale aandoeningen zoals depressie en angststoornissen, of met psychiatrische aandoeningen zoals bipolariteit en schizofrenie – waarbij je sowieso grip verliest op de realiteit. Dat cijfer is wel ietwat misleidend, want het is gebaseerd op psychologische autopsies (waarbij men de geestestoestand van iemand die zelfmoord heeft gepleegd, nagaat aan de hand van gesprekken met naasten en schrijfsels van de overledene, red.). Die dossiers worden beoordeeld door pathologen, psychiaters of lijkschouwers die weten dat ze met een zelfdoding te maken hebben, en dus door die specifieke bril kijken. Als je hen dezelfde dossiers zou laten bestuderen zonder te zeggen dat het om zelfmoord gaat, zouden ze minder snel een mentale aandoening vaststellen. Bovendien is niet iedereen met een depressie suïcidaal, ongeveer 5 procent van die mensen gaat tot zelfdoding over. En ook niet iedereen die zelfmoord pleegt, is depressief – zo’n 0,5 procent van de mensen die uit het leven stappen, was niet depressief. Het is dus niet altijd zo duidelijk. Feit blijft dat jaarlijks 800.000 mensen uit het leven stappen, en dat zijn er enorm veel.

Mijn boek is er in de eerste plaats voor mensen die kampen met een depressie of die plots geconfronteerd worden met overdonderende situaties en niet weten hoe ze daarmee moeten omgaan.»

HUMO U wordt sinds uw tienerjaren zelf geplaagd door zelfmoordgedachten.

BERING «Ja, maar de oorzaak van die gedachten is doorheen de jaren wel geëvolueerd. Ik ben opgegroeid in een kleingeestig stadje in het Amerikaanse Midwesten: niet meteen de ideale plek om als homoseksuele tiener uit de kast te komen. Zeker niet in de jaren 80. Ondertussen ligt mijn outing al meer dan 20 jaar achter me en ben ik al 10 jaar samen met mijn vriend Juan: de angst omtrent mijn geaardheid is dus al gaan liggen. Maar nog niet zo lang geleden maakte mijn plotse werkloosheid me radeloos.

Ik heb altijd veel aanzien genoten in de academische wereld: ik heb een onderzoekscentrum geleid, gaf lezingen over de hele wereld en mijn artikels verschenen in gezaghebbende wetenschappelijke tijdschriften — en dat allemaal vóór mijn 35ste. Ik had in mijn job alles bereikt waar ik ooit van gedroomd had, en dacht: ‘Wat nu?’ Ik besloot me toe te leggen op boeken en populairwetenschappelijke artikels over de gewaagdste onderwerpen: waarom sommige mensen opgewonden raken door geamputeerden, bijvoorbeeld. Goed voor veel online-pageviews en enkele passages in tv-shows, maar niet goed voor mijn academische geloofwaardigheid. Bovendien betaalden die freelanceopdrachten niet goed. Plots vond ik mezelf een loser. Ik had geen duidelijk doel meer en besefte dat ik mijn vroegere succes als vanzelfsprekend had beschouwd. Ik voelde me ellendig, slikte Prozac en begon hevig naar de dood te verlangen. Voor de buitenwereld hield ik verborgen dat ik diep in de put zat. Mijn zelfmoordgedachten leken bovendien niet gerechtvaardigd: wat stelde mijn ellende voor, vergeleken met wat pakweg Syrische vluchtelingen te verduren krijgen? Daardoor voelde ik me nog schuldiger en waardelozer.

Ik heb het geluk gehad dat er toen een geweldige kans uit de lucht kwam gevallen: ik kreeg een job aangeboden aan de universiteit van Otago in Nieuw-Zeeland. Dat aanbod heb ik met beide handen gegrepen, en nu mag ik op één van de mooiste plekken ter wereld wonen en werken.»

HUMO In uw boek gebruikt u uzelf als voorbeeld voor de stelling dat mensen die altijd veel geluk of succes gehad hebben, vatbaarder zijn voor suïcidale gedachten.

BERING «Dat is een stelling van sociaal psycholoog Roy Baumeister, die ik onderschrijf. Wie het geluk een tijdlang in de schoot geworpen krijgt, begint onredelijke normen aan dat geluk te stellen. Als je dan toch eens een tegenslag kent, kost het extra veel moeite om daarmee om te gaan. Hoe hoger je klimt, hoe dieper je valt.

Als wetenschapper verloor ik plots aanzien door mijn ommekeer in onderzoeksonderwerpen. Dat bracht me aan het wankelen: plots zag ik mezelf als een doorsneemens zonder speciale eigenschappen. Als ik nog geen succes had gekend, zou die overgang niet zo traumatiserend geweest zijn. Ik raakte erg begaan met wat anderen van me dachten. Dat is één van de belangrijkste punten uit mijn boek, en dat maakt zelfmoord ook tot een uniek menselijk probleem: dieren houden zich niet bezig met hoe andere dieren hen zien. Dat wij daar wel over kunnen nadenken, kan veel goeds, maar ook veel slechts opleveren. Schaamte, bijvoorbeeld: beschouwen anderen mij als een succes of als een mislukking?»

HUMO Het is dus zaak om je eigenwaarde niet van je job te laten afhangen?

BERING «Het is een gok om heel veel te investeren in je carrière, of om al te trots te zijn op de statussymbolen die je vergaarde. Dat kan plots allemaal wegvallen, en als je dan geen emotioneel vangnet hebt, zul je klappen moeten incasseren. Dat betekent niet dat we niet ambitieus mogen zijn, maar we mogen niet uit het oog verliezen hoe belangrijk vriendschappen zijn, en hoe belangrijk het is om gewaardeerd te worden omdat je simpelweg een goed mens bent.»

HUMO Speelt maatschappelijke druk geen rol? Wie het niet zelf weet te maken, wordt al snel als een loser beschouwd.

BERING «Dat onze maatschappij steeds individualistischer wordt, zal niet helpen, maar ik denk ook niet dat het daarom slechter wordt. We zijn afhankelijk van wat anderen over ons denken, omdat we nu eenmaal sociale wezens zijn. We hebben behoefte aan anderen die vinden dat we ertoe doen. Daar kunnen we wel beter mee leren omgaan. Veel mensen toeteren: ‘Ik trek mij niets aan van wat anderen over mij denken!’ Het is makkelijk om dat te zéggen, maar ik hoor zulke statements altijd met enige achterdocht aan.

Eén van mijn favoriete onderzoeken is een experiment van sociaal psycholoog Tom Gilovich, die zijn eerstejaarsstudenten een opzichtig T-shirt liet aantrekken met een foto van Barry Manilow, een zanger die in de jaren 70 grote hits scoorde met ‘Mandy’ en ‘Copacabana’. In het jaar 2000, toen het experiment werd afgenomen, vonden jongeren hem héél uncool (lacht). Gilovich stuurde zijn studenten een drukke ruimte in en vroeg hun daarna om in te schatten hoeveel procent van de mensen het T-shirt had opgemerkt. Ze waren ervan overtuigd dat minstens de helft hun modeblunder had gezien, terwijl slechts een kleine minderheid er écht oog voor had. Die neiging om te denken dat wij het middelpunt vormen van andermans aandacht, noemt Gilovich het spotlight effect. Vooral tieners hebben er last van, waardoor de puberteit een bijzonder pijnlijke periode kan worden. Maar eigenlijk is het dus net geruststellend om te weten dat anderen heus niet zo hard met ons bezig zijn als we zelf misschien denken.

Wat ook meespeelt, is dat veel mensen perfectionistisch zijn, waardoor ze onrealistisch hoge eisen aan zichzelf gaan stellen. Halen ze die niet, dan voelen ze zich mislukt en gaan ze ervan uit dat anderen hen ook als een mislukkeling zien. Daardoor gaan ze zichzelf dan beschouwen als een last voor hun familie en dichte vrienden.»

erfelijke component

HUMO Dat is een terugkerend element in de getuigenissen in Humo: de mensen die we spraken, waren er ooit van overtuigd dat hun omgeving ‘beter af zou zijn’ zonder hen.

BERING «Die opvatting is natuurlijk een onbewuste denkfout, maar ze valt vanuit evolutionair standpunt wel te verklaren. Stel dat je je job en je partner verliest. Onderzoek toont aan dat wie geen vooruitzichten meer heeft om (nog) kinderen te krijgen, en wiens voortbestaan de toekomst van zijn nauwste genetische verwanten in het gedrang brengt – kortweg: wie meer kost dan hij bijdraagt – de meeste kans heeft om te overlijden door zelfdoding. Het klinkt cru, maar puur wetenschappelijk gezien heeft zelfmoord in zo’n geval geen invloed op het voortbestaan van je genen. Al zou je familie in werkelijkheid natuurlijk veel slechter af zijn zonder jou: liefde houdt geen rekening met wetenschap.

Het werkt ook in de omgekeerde richting. Uit onderzoek blijkt dat maar weinig mensen op date willen met iemand die een zelfmoordpoging achter de rug heeft. Ook dat valt evolutionair te verklaren: je wilt je genetisch materiaal liever niet investeren in iemand die een hoger risico loopt om zelfmoord te plegen, en die jouw kinderen misschien moeder- of vaderloos achterlaat.»

HUMO Het stigma dat aan zelfdoding kleeft, kent dus een evolutionaire oorsprong?

BERING «De vooroordelen omtrent zelfdoding vallen alleszins niet rationeel te verklaren. Waarom willen mensen bijvoorbeeld liever geen huis kopen waarin een zelfdoding heeft plaatsgevonden? Zelfs wie niet gelovig is, – volgens veel religies wordt je ziel onrein als je zelfmoord hebt gepleegd en ga je daardoor niet naar het hiernamaals – kan niet precies uitleggen waarom: ‘Het voelt gewoon niet goed.’ En blijkbaar voelt iemand die zelfmoord wil plegen dat ook aan: zelfdodingen gebeuren regelmatig buitenshuis, om te voorkomen dat de eigen woning ‘psychologisch beladen’ raakt.

Ik heb onderzoek gedaan naar die irrationele oordelen. De casus ging zo: je hebt een orgaantransplantatie nodig, en er zijn drie mogelijke donoren. Ze zijn allemaal even geschikt, maar de ene is verongelukt, de andere werd vermoord, en de derde pleegde zelfmoord. Welke donor kies je? Veel deelnemers zeiden dat de doodsoorzaak niet belangrijk was, als het donor-orgaan hun leven kon redden, maar toch zetten ze vrijwel allemaal de zelfmoordenaar op de laatste plaats. Wat ze vertelden, strookte niet met hoe ze zich daarbij voelden.»

HUMO Eén van onze getuigen is ervan overtuigd dat de aanleg voor zelfdoding in zijn genen zit. Bestaat er een ‘zelfmoordgen’?

BERING «Zo ver zou ik niet gaan. Studies bij tweelingen hebben wel aangetoond dat de kans groter is dat identieke tweelingen allebei overlijden door zelfdoding dan niet-identieke tweelingen. En dat ligt niet aan de opvoeding, want bij geadopteerde mensen die een zelfmoordpoging ondernomen hebben, is de kans zes keer groter dat hun biologische verwanten die in een ander gezin opgegroeid zijn, dat ook gedaan hebben. Daaruit kunnen we afleiden dat zelfmoordneigingen een genetische basis hebben.
»Maar dat wil níét zeggen dat zelfmoord bepaald wordt door je genen, of dat je voorbestemd bent om zelfmoord te plegen omdat je identieke tweelingbroer uit het leven gestapt is. Het betekent wél dat die aanleg in combinatie met risicofactoren – verwaarlozing, seksueel misbruik, lichamelijk geweld, alcoholisme en andere traumatische ervaringen – makkelijker tot suïcidale gedachten zal leiden. Iemand die als kind misbruikt werd en een aanleg heeft voor zelfdoding, zal dat veel harder voelen dan iemand die ook die aanleg heeft, maar niet misbruikt werd.

Er schuilt een erg complex mechanisme achter de reden waarom iemand tot zelfdoding overgaat. Het is niet enkel nurture of nature: het is een interactie tussen de twee, en dat maakt de ene mens kwetsbaarder dan de andere. De ene vindt bijvoorbeeld zijn job verliezen catastrofaal, terwijl de andere daar beter mee kan omgaan.»

Korte brieven

HUMO Soms lijkt een zelfdoding uit het niets te komen. Moeten we aandachtiger zijn voor onze naasten?

BERING «Zelfs psychiaters die getraind zijn om te zoeken naar symptomen van zelfmoordgedachten, zijn daar notoir slecht in. Dan kun je moeilijk van de doorsneemens verwachten dat hij daar oog voor heeft. Veel mensen camoufleren hun intenties, doen alsof er niets aan de hand is, of wíllen niet noodzakelijk hulp. En veel mensen weten van zichzelf niet dat ze suïcidaal zijn, tot het te laat is. De verantwoordelijkheid ligt dus bij de suïcidale persoon zelf. Natuurlijk moeten we proberen om gedragsveranderingen op te merken, maar we kunnen geen gedachten lezen. De beste voorspeller dat iemand zelfmoord zou gaan plegen, is helaas een eerdere zelfmoordpoging.

Het beste wat je kunt doen voor iemand die zwaar depressief is, is in zijn plaats een afspraak maken bij een therapeut en hem daar zelf gaan afzetten. Als je depressief bent, ben je emotioneel zo uitgeput dat je niet eens uit je bed of sofa raakt, laat staan dat je de moed zou hebben om naar een therapeut te gaan. Het is onrealistisch om van een depressieve persoon te verwachten dat hij hulp zoekt: zijn omgeving moet handelen.»

HUMO Een constante in de getuigenissen: zodra er een nieuwe liefde in het spel is, verdwijnt een groot deel van de zwaarmoedigheid.

BERING «Dat zie je voortdurend. Mijn zus maakt nu hetzelfde mee: na een slecht huwelijk is ze onlangs een nieuwe relatie begonnen, en ze loopt er stukken vrolijker bij.»

HUMO Maar als je je geluk laat afhangen van een relatie, wordt het toch sowieso moeilijk om het in je eentje te redden?

BERING «Zeker. Maar ook hier spelen je gewoontes mee. Je loopt geen groot risico op zelfdoding als je een groot deel van je leven als single hebt doorgebracht. Als je het daarentegen altijd gewend geweest bent om in een relatie te zitten en plots valt die weg, kan dat traumatiserend zijn. Je stabiele basis verdwijnt en je wordt onzeker over de toekomst: ‘Zal ik ooit nog iemand vinden?’ Dat kan leiden tot suïcidaal denken.»

HUMO Helpt het depressieve mensen om een liefhebbende partner te hebben?

BERING «Het kan uiteraard geen kwaad, maar ik denk niet dat het zo’n gunstig effect heeft als vermoed wordt. Op een vreemde manier zie je de dingen heel helder tijdens een depressie: je weet beter wat je sterktes en vooral wat je zwaktes zijn, en dat is op zich al deprimerend. Als je partner dan tegen je gevoel ingaat en je probeert op te peppen, ga je ervan uit dat hij dat enkel doet omdat dat nu eenmaal hoort als je met iemand samenwoont. Daarom heb ik het vaak over het positieve effect dat onbekenden kunnen hebben. Iemand die jou helemaal niet kent en toch iets positiefs over je weet te zeggen: dat doet veel meer voor je eigenwaarde dan wanneer een vriend of een partner dat zegt. Die onbekende is immers objectief.»

HUMO Dat blijkt ook uit het pijnlijke afscheidsbriefje van een man: ‘Ik loop nu naar de brug. Als er onderweg iemand naar me glimlacht, spring ik niet.’

BERING «En hij is helaas gesprongen. Dat briefje heb ik in mijn boek opgenomen om lezers eraan te herinneren dat iedereen die ze op straat passeren, een heel universum in zijn hoofd heeft. Je bent heus niet de enige met diepzinnige gedachten, trauma’s of angsten. Dat durven we weleens te vergeten.»

HUMO Niemand van onze getuigen die een poging tot zelfdoding had ondernomen, had een brief achtergelaten.

BERING «Slechts 30 procent van de mensen die voor zelfdoding kiezen, laat een brief achter. Dat zegt genoeg over hoe volledig afgesneden ze zich voelen van hun omgeving.

Afscheidsbrieven zijn vaak kort en krachtig: gemiddeld tellen ze 150 woorden. Het overvloedige gebruik van woorden als ‘ik’ en ‘mij’ is treffend, wat duidt op een verhoogd zelfbewustzijn. Hebben ze het toch over anderen, dan komt vaak naar voren dat ze het contact verloren zijn of zich onbegrepen voelen. De brieven zijn doorgaans ook heel concreet. Geen overpeinzingen als: ‘Je zult nooit weten hoe graag ik je heb gezien.’ Wel alledaagse beslommeringen als: ‘Vergeet de rekeningen niet te betalen.’ Of: ‘Vergeet de hond geen eten te geven.’»

HUMO Hoe komt dat?

BERING «Als je zo diep zit, probeert je brein zich met concrete dingen bezig te houden, om een stortvloed aan emoties te vermijden. Ik merkte dat ook bij mezelf: ik stortte me op saai en routineus werk, om in een soort van ‘emotionele doodsheid’ terecht te komen.

In zijn zes stappenmodel beschrijft sociaal psycholoog Roy Baumeister de stadia die iemand met zelfmoordgedachten doorloopt, en waarbij elk volgend stadium meer gevaar met zich meebrengt. In de eerste fase voelt iemand dat hij tekortschiet – die plotse daling in levensstandaard waar we het al over hadden. Voor wie onrealistische criteria hanteert voor zijn succes kan zo’n daling onleefbaar worden: hij voelt zich gevangen tussen een gelukkig verleden en een – naar eigen oordeel – hopeloze toekomst.

Wie zichzelf de schuld geeft van wat er misloopt, komt in het volgende stadium van zelfsabotage terecht. Je voelt je door iedereen beoordeeld en veroordeeld, en dat brengt gevoelens mee van schaamte, schuld, vernedering, afwijzing en waardeloosheid. Je ontwikkelt een intense zelfhaat.

Door die zelfvernietigende houding ben je erg op jezelf gericht: je denkt continu aan hoe alles zou móéten zijn. Je wilt aan jezelf ontsnappen. Dat is de fase van het verhoogde zelfbewustzijn, die tot uiting komt in het veelvuldige gebruik van woorden als ‘ik’ en ‘mij’.
»In de vierde fase treedt een grote psychische pijn op, die gepaard gaat met een al even grote angst. Zelfdoding begint aantrekkelijk te lijken, omdat het een einde maakt aan je zelfbewustzijn en de pijn die daarbij hoort. Sommigen zoeken hun toevlucht tot zelfverminking: door de fysieke pijn voelen ze even hun emotionele pijn niet meer.

De voorlaatste fase is die van de cognitieve deconstructie. Uit angst of afkeer voor het verleden en de toekomst, begin je je emotieloos op het heden te focussen. Het is een verdedigingsmechanisme, dat tot op zekere hoogte helpt: het tempert je negatieve emoties, je wordt eerder apathisch. Daarom gaan er meestal geen woede-uitbarstingen aan een zelfdoding vooraf. Het verleden speelt geen rol meer, en je hoeft je geen zorgen te maken over de toekomst, want je hebt besloten dat die er niet is. Je bent je, kortom, aan het voorbereiden op je dood.

In de laatste fase wordt de fatale beslissing genomen. Totale emotionele uitputting zorgt voor vastberadenheid, en rationeel denken maakt plaats voor zwart-witdenken: alles of niets, leven of dood.»

Ellende en verdriet

HUMO Dan kan het plots snel gaan?

BERING «Ja, zeker. We worden duidelijk beïnvloed door onze eigen geest. Wie van zichzelf weet dat hij vatbaar is voor suïcidale gedachten, moet zichzelf dus te slim af zijn. Als je wéét hoe het proces verloopt, kun je een stap terugzetten. Je kunt kijken in welke fase je zit en proberen te begrijpen wat er met je aan het gebeuren is. Acute aanvallen van zelfmoordgedachten duren zelden langer dan 24 uur: het gevoel om te willen verdwijnen, zal dus weer weggaan. Natuurlijk is het moeilijk om jezelf daarvan te overtuigen als je er middenin zit, maar probeer het toch maar. Rationeel over je zelfmoordgedachten nadenken werkt therapeutisch, het laat je afstand nemen van je emoties.

Het proces verloopt ook niet altijd lineair, je kunt heen en weer geslingerd worden tussen de verschillende fases. En impulsieve zelfdodingen – die vaker voorkomen bij tieners en jongvolwassenen – passen niet in het model: daarbij word je heel plots overspoeld door hevige emoties, waardoor de pijn ondraaglijk wordt en je beslist uit het leven te stappen.»

HUMO Kijk jij, omdat je naast psycholoog ook ervaringsdeskundige bent, anders naar zelfmoord? Snap je dat sommige mensen besluiten: ‘Voor mij hoeft het niet meer’?

BERING «Mijn eerste impuls is proberen om iemand die dit doormaakt te helpen. Maar bekeken vanuit een kille logica vind ik zelfdoding niet onbegrijpelijk. Er is nu eenmaal niet altijd een pasklaar antwoord voor elk levensprobleem. Neem nu de zedendelinquent over wie ik het in mijn boek heb. Na zeven jaar brommen kwam hij vrij, waarop hij 13 jaar in afzondering heeft geleefd in een schuur. Toen zijn huisbaas overleed, durfde hij de buitenwereld niet meer onder ogen te komen: ‘Iedereen zal me voor de rest van mijn leven blijven associëren met mijn misdaad.’ Zelfdoding leek hem de enige optie. (Blaast) Wat zeg je als psycholoog tegen zo iemand? Want eigenlijk is hij heel realistisch: veel levenskwaliteit zal hij niet meer kennen. Hoewel ik natuurlijk niet wil dat hij zelfmoord pleegt, snap ik tegelijk wel dat hij eraan denkt. Zeggen dat hij therapie moet volgen en antidepressiva moet nemen, zal zijn probleem wellicht niet oplossen.»

HUMO Is er een reden waarom mannen vaker zelfmoord plegen dan vrouwen? In Vlaanderen wordt 75 procent van de zelfdodingen door mannen gepleegd.

BERING «Dat blijft één van de grote vragen. De gangbare verklaring is dat mannen meer dodelijke methodes kiezen: ze gebruiken wapens of verhangen zichzelf, terwijl vrouwen vaker een overdosis pillen nemen of hun polsen doorsnijden. Die vaststelling leidt dan weer tot de vraag waaróm mannen vaker voor die methodes kiezen. Een controversiële theorie stelt dat vrouwen methodes kiezen waarmee ze zichzelf minder verminken, omdat ze zich zelfs op dat moment nog zorgen zouden maken over hun uiterlijk – wat een seksistische veronderstelling is. Maar het is ook mogelijk dat vrouwen rekening houden met wie hun lichaam zal vinden: het is traumatiserender om iemand aan te treffen die zich door het hoofd heeft geschoten, dan iemand die is gestorven aan een overdosis. En dan is er nog het traditionele argument dat mannen vaker hun gevoelens opkroppen in plaats van ze te uiten of hulp te zoeken. Mannen zijn in het algemeen ook impulsiever dan vrouwen. Maar er is geen pasklaar antwoord.»

HUMO Je schrijft dat je het moeilijk vindt om iemand te vertrouwen die nog nooit aan zelfdoding gedacht heeft. Waarom?

BERING «Het is misschien wat ongelukkig uitgedrukt, maar voor mij duiden die gedachten op een zekere karakterdiepte. Als je zo diep gezeten hebt, kun je makkelijker begrip en empathie opbrengen voor de ellende en het verdriet van een ander. Het biedt inzicht in de condition humaine.»

hoop voor iedereen

HUMO Was het niet zwaar en beangstigend om een boek over zelfdoding te schrijven, aangezien het onderwerp zo dicht bij jou staat?

BERING «Bij momenten was het… a lot. Maar ik wilde het absoluut schrijven, omdat ik jaren geleden een column voor Scientific American had geschreven over Baumeisters stappenmodel, en daarna bedolven werd onder de reacties van lezers. Uit veel reacties bleek dat mensen niet eens beseften dat ze ooit suïcidaal waren geweest. Dat ik nu alles nog uitgebreider heb beschreven, heeft mij ook geholpen om de dingen helderder te zien. Ik zal mijn boek zelf nog vaak vastnemen als ik door een moeilijke periode ga, om te kijken in welke fase ik zit. Het is mijn levensverzekering voor een emotioneel verstoorde toekomst (lacht). Verder vond ik het belangrijk mijn eigen ervaringen te delen, om lezers duidelijk te maken dat ik begrip heb voor hun situatie. Als je diep zit, is begrip broodnodig.

Aan de recensies te zien, denk ik dat mensen niet goed weten wat ze ervan moeten maken. Op basis van de titel denken mensen al snel dat het een klassiek werk over zelfmoordpreventie is – wat het dus totaal niet is. Ik heb zelfdoding op een wetenschappelijke manier ontleed en kritisch geëvalueerd. Mensen zeggen vaak: ‘Zelfdoding is slecht en verkeerd.’ Maar het is veel genuanceerder dan dat. Ik lever geen pasklare antwoorden, maar dat is net het probleem met zelfdoding: er bestaat geen eenduidige oplossing voor.»

HUMO Tot slot: welke raad zou je een suïcidale lezer geven?

BERING «Als je overspoeld wordt door emoties, probeer dan je gedachten te verzetten: ga slapen, kijk naar een film, eender wat. De kans is groot dat je er morgen alweer anders over denkt. Bedenk ook dat dit het enige leven is dat je hebt, en dat je hier sowieso maar voor een beperkte tijd rondloopt: dan kun je net zo goed proberen om het uit te zingen tot het einde. Weet dat de tijd vliegt, ook al lijkt dat nu niet zo te zijn. Probeer je vriendenkring uit te breiden met gelijkgestemde zielen. Onthoud dat angstige tijden altijd afgewisseld worden met betere tijden, en probeer het als een troost te zien dat iederéén vroeg of laat zijn portie ellende te verwerken krijgt. Wie het leven als een experiment beschouwt, kan niet falen: dan kun je enkel ervaringen opdoen. En dan draait het enkel nog om de psychologische interpretatie van die ervaringen. Kunnen we daarmee leven, dan is er hoop voor iedereen.»

Wie vragen heeft rond zelfdoding, kan terecht op de Zelfmoordlijn via het gratis nummer 1813 of op zelfmoord1813.be

 

In iedereen schuilt een potentiële Boeddha

Reportage Natuurlijk heeft het 2.500 jaar oude boeddhisme geen officiële Belgische erkenning nodig om betekenis te hebben (DS 4 oktober). Vier boeddhisten vertellen hoe ze hun ‘leer’ in het dagelijkse leven in de praktijk brengen.

De Standaard – 07.10.2018 – Peter Vantyghem

In iedereen schuilt een potentiële Boeddha

‘Boeddha’ in Chinese kalligrafie.

VEERLE

Boeddhisme mag dan (nog) geen erkende religie zijn in België, in Hasselt wordt deze ‘niet-confessionele zedenleer’ wel degelijk onderwezen. Elke donderdag tussen halftwee en halfvier krijgt Nanouk (10) in de lokale Daltonschool yoga, geschiedenis en meditatie. De ‘lerares’ is haar moeder, Veerle Tokarek. Omdat het allemaal binnen het officiële lesrooster gebeurt, en in het school­gebouw aan het Vrijwilligersplein, is zij dus de enige leerkracht boeddhisme in Vlaanderen. Een beetje toch.

‘We hebben vorig jaar vrijstelling van levensbeschouwing gevraagd voor Nanouk’, legt Tokarek uit. ‘Zelf ben ik Grieks-katholiek opgevoed, maar we staan thuis open voor alles. Nanouk, die veel belang hecht aan tot rust komen, wilde graag boeddhistisch onderricht krijgen, maar dat bleek niet mogelijk. Het staat niet op de lijst van het Vlaamse onderwijs, en er zijn geen leerkrachten voor. Maar als ouder mag ik die vrijstelling zelf invullen met een ‘religie’ die thuis leeft, en dat doe ik dus. Nu het tweede jaar, binnen haar lesrooster.’

Het wekt wel nieuwsgierigheid op, weet ze. ‘Ouders komen me vragen of hun kinderen niet kunnen aansluiten. Maar dat kan niet, vanwege de verzekeringen en zo. Ik ben ook niet bezoldigd en kan dus alleen mijn eigen dochter onderwijzen.’

‘Nee, ik ben niet theoretisch vertrouwd met de theorie achter het boeddhisme. Thuis filosoferen we veel, proberen we de natuur te respecteren en zelf voedsel te oogsten, en helpen we altijd wie om hulp vraagt. Mijn kinderen beseffen dat achter boosheid en frustratie iets veel diepers zit en gaan ervan uit dat tegenslagen voorbijgaan. Ik heb meditatiecursussen gevolgd, ik lees boeken en pas de ideeën van het boeddhisme vooral praktisch toe in het dagelijkse leven.’

‘Ik zou het boeddhisme zeker verwelkomen in het onderwijs, maar nog liever een niet aan religie gebonden soort zedenleer voor alle leerlingen. We hebben van dat vak een opvulbak gemaakt, terwijl het gewoon vanuit een andere visie moet vertrekken: waar liggen de noden van het kind, waarin is het geïnteresseerd? Nanouk vertelde me onlangs dat ze iets graag deed en dat ze zich daar sterk in voelde, maar niet wist wat ze ermee kon doen. Daarom is meditatie zo goed voor leerlingen: ze leren hoe om te gaan met gevoelens. Het werkt schitterend voor haar.’

PETER

Op een appartement aan de Louis Schmidtlaan in Brussel reciteert Peter Koberwein de ‘zestiende kar­mapa-meditatie’ voor tien gasten. Twee keer per week vindt hier, gratis, een meditatiesessie plaats. De moederorganisatie The Diamond Way heeft zevenhonderd centra in de wereld. Hun grondidee is dat iedereen in zich een Boeddha heeft. ‘Alleen hebben de meesten zich dat niet gerealiseerd.’

In het boeddhisme zijn drie ‘doelgroepen’ met eigen instructies. Wie het lijden wil vermijden, kan de ‘kleine weg’ (theravada) volgen. Wie anderen wil helpen, zal de ‘grote weg’ (mahayana) nemen. Wie naar de bevrijding van zijn Boeddha-natuur zoekt, slaat de ‘diamantweg’ (vajrayana) in. Hier op de mat in Brussel wordt dat laatste beoogd. Drie keer wordt energie opgeroepen om lichaam, spraak en geest te verlichten.

‘In mijn dagelijkse leven focus ik na het opstaan allereerst op het doel’, zegt Koberwein. ‘Dan overloop ik een tekst over de verlichte natuur, zodat ik de hele dag goed kan kijken: ik zoek in iedereen een poten­tiële Boeddha. Dat vergt mededogen, geduld. Ik probeer niet te reageren op wat me stoort, omdat ik daarmee alleen de cirkel voed. En emoties zijn alleen een resultaat van onze onwetendheid. Ik probeer boosheid te vermijden en mijn opponent geluk te wensen.’

Wanneer een lange mantra wordt ingezet, een alsmaar herhaalde klank met helende eigenschappen, doet iedereen in de kamer dat naar eigen zin en ervaring. Het boeddhisme heeft veel van die technieken, die hier sinds de 19de eeuw zijn doorgesijpeld via kunst, politiek, geneeskunde, entertainment en wetenschappen. In het Westen beoefenen we boeddhisme veeleer als een praktische filosofie.

Dat is een grote vraag: is het boeddhisme een religie, een filosofie of een psychologie? Koberwein wil eerst duidelijk stellen dat volgens hem aspecten van alle drie aanwezig zijn, maar bekent zich toch tot een veeleer filosofische invulling, ‘die tegelijk mijn levensstijl inspireert’. Is een erkenning nodig? Daar wil hij niet veel over kwijt, behalve dat ‘in Oostenrijk het boeddhisme al sinds 1983 erkend is als staatsreligie, en dat het op vele scholen door leraars onderwezen wordt’.

HUBERT

In Kathmandu, hoofdstad van Nepal en een van de zetels van het Tibetaans boeddhisme, piekert Hubert Decleer over mijn gemailde vraag of het boeddhisme op (Vlaamse) scholen onderwezen moet worden. ­Decleer, die er neerstreek in 1980, roept spontaan zijn oude vriend Adriaan Peel in herinnering. Peel, in 1954 oprichter van het Centrum voor Boeddhistische studies in Antwerpen en in 2009 overleden, was ‘een soort boeddhistische aalmoezenier die gevangenissen bezocht, terwijl hij tegelijkertijd professor was aan de universiteiten van Antwerpen en Luik’.

‘De grote kwestie zou natuurlijk liggen in de bevoegdheid’, denkt hij. ‘Ik ben in staat academische ­essays te schrijven in verband met het boeddhisme, maar ik zou mezelf nooit als professioneel boeddhistisch leraar durven aanstellen.’

Decleer ziet in het boeddhisme een onderzoeks­methode, een ‘filosofie met argumentaties over de waarheid op verschillende niveaus’. Met een aantal proefondervindelijke methodes, om die argumentaties daadwerkelijk te leren inzien via meditatie­technieken. ‘Het is onmogelijk hierin op eigen houtje te improviseren. Voor de Tibetanen is het daarom prioritair om die technieken van leraar tot leerling door te geven.’

‘We zoeken naar een hoger niveau van energie en waakzaamheid, zegt hij. ‘Het grootste gevaar is dat men het boeddhisme in het Westen gelijkstelt met mindfulness, yoga en aromatherapie. Ik zeg niet dat dat oppervlakkig is, maar het gaat voorbij aan het ideaal om anderen te helpen.’

En hij voegt er een filosofische gedachte aan toe: ‘Ik kan voor een beeld van de Boeddha een bloem neerleggen, uit bewondering voor wat hij heeft onderwezen, maar met het bewustzijn dat degene die deze offerande brengt, de offerande zelf, en degene aan wie deze offerande gericht is niet echt bestaan. Op die manier draagt deze toepassing van de relatieve waarheid bij tot de groei in het beleven van de absolute waarheid.’

ERIK

Ook traumapsycholoog Erik De Soir vreest dat modieuze toepassingen van het boeddhisme – mindfulness in acht weken – tot een soort ‘boeddhisme zero’ leidt: ‘De oosterse geest- en lichaamsbeleving staan vaak haaks op de leefwijze van mensen in onze ratrace. Mindfulness wordt herleid tot een techniek waarbij het centrale element, de compassie voor jezelf en de andere, wegvalt.’

Hij begon zich vijftien jaar geleden te verdiepen in wat hij een ‘levenshouding’ noemt, omdat hij in zijn werk als militair psycholoog botste op veel rivaliteit en naijver enerzijds, en het aangrijpende lijden van slachtoffers anderzijds. Daarom ziet hij het boeddhisme niet als religie. ‘Daarin onderwerpen we ons aan een god en gaan medemensen in diens naam over tot vernedering, misbruik, marteling en moord.’

‘In de groet “namasté” zit de gedachte dat het stuk ‘god in jou’ het stuk ‘god in de andere’ groet. Dat stuk ‘god’ is het verlichte, onthechte deel in je, dat je wakker moet houden door oefening en meditatie. Ik ben veel bezig met meditatie en de beoefening van dana, vrijwillig geven. Geven als boeddhist is niet weggeven wat je kan missen, maar wat je liever zelf gehouden had.’

‘Boeddhisme heeft me als mens zachter, rustiger, geduldiger gemaakt. Ik kan de inzichten uitstekend gebruiken in de begeleiding van mensen, zeker waar het trauma en rouw betreft. Ik ben minder bezig met de ‘waarom’-vraag. Het zou niet gemakkelijk zijn om, zoals vroeger, militair in een gevechtseenheid en boeddhist te zijn. Gelukkig zit ik al een paar jaren op een academische post, waarbij het boeddhisme me helpt in mijn onderzoek naar de impact van oorlogstrauma en de oorzaken van normoverschrijdend gedrag in operaties.’

‘Erkenning voor boeddhisme? Geloof is een persoonlijke zaak. Als geen enkele overheid zich daarmee zou bemoeien, zou de wereld er veel beter uitzien en zou er misschien minder verkracht en gemoord worden in naam van een zogenaamde hogere macht.

Het geluk van de prutser.

Dit is een artikel dat iedereen zou moeten lezen en toepassen in zijn of haar leven.
Ik heb het toegepast en pas het nog altijd toe. Zo om de tien jaar verander ik mijn hobby’s – zoals dat soort dingen verkeerdelijk genoemd worden – en telkens gaat er een hele nieuwe wereld aan ontdekkingen en vaardigheden voor mij open. Ik kan van alles en nog wat, improviseer en pruts en het is nooit helemaal af of perfect, maar het geeft meer voldoening dan alles wat volmaakt en efficiënt is.
Ik kan het iedereen van harte aanbevelen!

KLEINE LUXE – Ik doe het liever zelf
Het geluk van de prutser

Natuurlijk kun je alle werk door professionals uit handen laten nemen: die kunnen dat beter, die doen dat sneller. Maar waarom zou je dat eigenlijk willen? De vrijheid om zomaar wat aan te modderen is misschien wel de grootste luxe van deze tijd. Vier redenen om je plan te trekken.

Ik sta gebogen over een kom met honderd lemon drop-pepertjes. Ik heb ze in januari gezaaid, ze daarna de beste plek op het terras gegeven en nu hak ik ze in stukken en meng ik ze met zout, zodat ze kunnen fermenteren. Na een maand of drie zal ik ze zeven en op smaak brengen met azijn. Ik zal dan zowat een jaar hebben gewerkt aan een flesje gele tabascosaus.

Ja, ik weet dat je tabasco kunt kopen. Ik kan zo’n flesje zelfs aan huis laten leveren, of ik kan meteen een maaltijdbox met een receptenboekje bestellen. Misschien kan ik er een bloemenabonnement bij nemen. Het zou er fantastisch uitzien, beter alleszins dan de knoeiboel hier, nu er pepertjes tegen de muren kleven. Maar dat is het punt niet.
Ik doe dit omdat ik het nodig heb. Na een dag op een kantoorstoel wil ik kunnen prutsen. Wat woelen in de grond, wat plukken en knutselen. Zelf mezenbollen maken, zelf nestkastjes in elkaar steken. Het maakt me niet uit dat het kneuterig is, morsig en tijdrovend, en dat je dat allemaal aan professionals kunt uitbesteden. Nee. Ik ben een kleuter: ik wil het zelf doen. Geen Bloomon en geen HelloFresh aan mijn deur. Ik wil geen systeem dat voor mij beslist hoeveel bloemen er in mijn boeket gaan en hoeveel pijnboompitten in de pesto. Ik wil zelfs geen schilder en geen poetsvrouw, geen tuinman en geen personeel om de hond uit te laten. Omdat ik me vrijer voel als ik dat allemaal zelf doe. Het is tegengif voor de stress, het perfectionisme en het gepieker daarbuiten. Het is voor mij pure luxe, om vier redenen.

1. De speeltuin is van iedereen.

‘Het was nooit de bedoeling dat we maar één job zouden hebben. We zijn geen radertjes van een machine. Wij zijn door de natuur voorbestemd om diverse dingen te doen, om meerdere vaardigheden te ontwikkelen.’ Dat schrijft John Seymour in The self-sufficient life and how to live it, dat al sinds 1976 geregeld in herdruk gaat. Seymour was een pionier van het zelfvoorzienende leven en hij leert je hoe je het land bewerkt, bier brouwt, schapen scheert en desgewenst een waterrad bouwt, zodat je in je eigen onderhoud kunt voorzien. Zijn boek krijgt in mijn kast gezelschap van, onder meer, Overleven op je eigen km2 van Dick & James Strawbridge (vader en zoon maken alles zelf), How-to-wisdom from the Elliott homestead van Shaye Elliott (jong gezin leert koeien melken en bijen houden) en, mijn favoriet, Animal, vegetable, miracle van Barbara Kingsolver (schrijfster gaat zelfvoorzienend leven).

Ik ben verslaafd aan dat soort boeken. Niet omdat ik hoop op een dag wol van eigen schaap te kleuren met sap van zelfgekweekte bieten, maar omdat ze allemaal dezelfde boodschap hebben: je mag alles proberen, ook als het misschien nergens op zal lijken. Je mag op zaterdag een klomp deeg kneden, in het volle besef dat daar nooit een perfect zuurdesembrood van zal komen. Je mag een muur verven waarop je later elke bocht en elke koffiepauze kunt aflezen. Je mag een konijnenhok in elkaar timmeren en zien hoe de konijnen binnen het uur ontsnappen. Been there, done that. En nee, het was nooit erg.

We hebben ons laten vertellen dat we een paar van de leukste dingen in het leven (muziek maken, schilderen, timmeren, verhalen bedenken, tuinieren en zelfs koken) moeten overlaten aan anderen, die daar de juiste expertise voor hebben. En het is onzin: we hebben onszelf uit de speeltuin laten zetten, uit pure angst om de mist in te gaan. Dit weekend nog sprak ik met een twintiger die bij zijn verbouwing zelf een muurtje had gemetseld. Het stond iets te ver over zijn perceel en hij moest het weer afbreken, maar hij weigerde dat als tijdverlies te zien. ‘Och ja’, zei hij. ‘Het was mijn eerste muurtje, ik weet nu hoe het moet.’ Ik denk dat hij zijn ervaring met het muurtje als een soort luxe zag.

2. Tijdverlies is misschien niet het echte probleem.

Op een dag vertelde een oudere vrouw John Seymour over alle taken die ze als kind samen met haar moeder deed: wassen, naar de markt gaan, eten maken. ‘Dat klinkt als een heleboel werk’, zei hij. Waarop ze de schouders ophaalde. ‘Niemand vertelde ons dat’, zei ze. ‘Wat?’ ‘Dat er een probleem zou zijn met werken.’

Ik moest eraan denken toen ik de resultaten zag van een onderzoek van de University of British Columbia en de Harvard Business School. Ze hadden bij zesduizend volwassenen onderzocht welke impact het had als ze huishoudelijke taken uitbesteedden, zoals het gazon maaien en boodschappen doen. Het resultaat was weinig verrassend. Mensen leven constant onder tijdsdruk en wie meer onaangename taken uitbesteedt, voelt zich meer tevreden. Het advies van de onderzoekers was dan ook: koop meer tijd.

Het is stilaan een mantra geworden: we moeten tijd maken. We stellen niet de tijdsdruk in vraag, of de stress op het werk, we stemmen er gewoon onze vrije momenten op af. Vrije tijd dient om te genezen van het werk en dus moeten we zo veel mogelijk aan anderen overlaten. Comfortdiensten pakken het liefst uit met slogans als: ‘Makkelijk en snel!’ ‘Weer een zorg minder!’ ‘Na een lange dag werken is het laatste waar je zin in hebt door de supermarkt struinen, op zoek naar de juiste ingrediënten voor het avondeten’, zo klinkt dat op de website van Marley Spoon, leverancier van maaltijdboxen. ‘Laat staan met schreeuwende kinderen door de winkel dwalen. Bespaar jezelf dat ritje boodschappen doen, laat ons het denkwerk voor je doen en krijg alle benodigde ingrediënten plus het recept bij je thuis bezorgd.’

Het is slimme copywriting, maar wat een horrorbeeld van ons leven. De dagen zijn zo lang dat er aan het eind echt niks meer bij kan. De kinderen staan op de rand van een zenuwinzinking. Die roepen maar en roepen maar. En dus moeten we alles nog efficiënter regelen. Straks hangen er thuis spreadsheets en big rocks aan de muur. Nochtans zijn de beste dingen in het leven vaak de traagste en hebben we daar misschien wel meer dan ooit nood aan: kijken hoe iets groeit, uitzoeken hoe het werkt, een kastje opschuren en aan niks anders denken en ja, met twee kinderen aan de hand ingrediënten uitzoeken. Wat is er met ons gebeurd dat we dat soort momenten een overbodige luxe vinden? ‘Zeggen dat je ergens tijd mee bespaart, lijkt altijd de grootste verdienste voor een uitvinding,’ schreef Seymour, ‘maar het lijkt nooit meer in ons op te komen dat je ergens plezier uit kunt halen.’

3. We zijn meer dan een hoofd in propere kleren.

Een West-Vlaamse boerin die weleens klassen uit de lagere school op bezoek krijgt, vertelde me hoe haar man aardappelen aan het poten was, toen een jongetje verbaasd uitriep: ‘Maar waarom is uw man die aardappelen aan het verstoppen? En moeten jullie ze dan later weer gaan zoeken?’ Barbara Kingsolver beschrijft een gelijkaardig verhaal in Animal, vegetable, miracle. Op een dag was haar man wortelen aan het oogsten, terwijl een jongen uit de buurt stond toe te kijken. ‘Wow, hoe heb je dié ooit in de grond gekregen?’ vroeg hij.

Bij alles wat wij niet meer leren en alles wat we nooit meer doen, gaat een stuk kennis verloren. Zo vergeten we stilaan hoe voedsel groeit en hoe landbouw werkt, maar ook hoe simpele klussen gedaan worden. De website Airtasker, waar je alle denkbare taken kunt uitbesteden, stelde onlangs in een rondvraag vast dat de meeste 18-tot-24-jarigen geen idee hebben hoe ze moeten beginnen aan doodgewone dingen: 84 procent kan geen lamp vervangen, 82 procent weet niet hoe ze de auto moeten wassen, 75 procent ziet niet hoe je een diepvriezer kunt ontdooien, 65 procent weet niet hoe je aan een bechamelsaus begint. Ze zouden dat ook allemaal graag uitbesteden, want ze hebben werk te doen. ‘Millennials hebben de toekomst opnieuw uitgevonden,’ zo klonk het, ‘en terwijl oudere generaties tevreden waren met de traditionele routine van werk, huis, huwelijk, kinderen, heeft de jongere generatie andere plannen.’

Het is niet erg. Laat ze de toekomst maar uitvinden, en daarbij: bechamelsaus is zo overroepen. Maar we dreigen onszelf stilaan wél te reduceren tot wandelende hoofden, in nette kantoorkleren, altijd met de vingers op een klavier. Het snijdt ons niet alleen af van kennis, maar vooral ook van zintuigelijke ervaringen. De geur van een roux, om maar iets te zeggen, de smaak van vers basilicum in de pesto, het gevoel als er een kip tegen je been schuurt, desnoods het geluid van een dweil die in een emmer pletst of van een peertje dat wordt vastgeschroefd. Als burn-outs epidemische vormen aannemen, dan misschien toch ook daarom: wij laten ons lichaam hooguit nog aan bod komen in afgebakende uurtjes op yoga, of in de fitness, terwijl wij verder gewoon voortsnellende hersenen zijn.

4. Overvloed is het begin van alle vriendschap.

Als ik de moestuin in loop, een kleine zeventig vierkante meter geluk, dan weet ik nooit vooraf of er veel of weinig zal zijn. Soms is de sla plots doorgeschoten, of heeft een woelrat haar tanden gezet in de biet die ik wilde oogsten. Soms ontdek ik een groepje weidechampignons op het gras. Misschien staan er bloemen die mee naar binnen kunnen. Misschien is er na het oogsten nog tijd om het huis op te ruimen. Waarschijnlijk niet. Dat is de ultieme luxe van de prutser: dat je ‘foert’ en ‘misschien’ aan je woordenboek hebt toegevoegd.

Ik hou van die onvoorspelbaarheid en vooral van de overvloed op sommige dagen. Maaltijdboxen garanderen ons dat we zeker geen overschotten zullen hebben. Dat alles exact berekend is. Maar ik ben net dol op overschotten. Soms staat hier een potje honing bij de deur die de imker uit de buurt op overschot had. Soms komt de cake van de buren onze kant uit: hun dochter heeft een bakkerij, hoeveel geluk kun je eigenlijk hebben? Soms leuren we zelf met courgettes, pepertjes en druiven. In het dorp is een Facebookgroep waarop mensen dingen posten als: ‘De peren zijn rijp’, of ‘Kom maar kersen plukken!’ En vanmorgen hing er een zak aan de brievenbus, met een leeg eierdoosje en een schattig kaartje. ‘Nogmaals dank voor de lekkere eieren. Postbode Tilly.’ Je geeft iets en vroeg of laat komt er weer iets anders je kant op: dat idee. Je ontdekt dan iets waar je moeilijk de vinger op kunt leggen, maar ik denk dat het verbondenheid is.

Toen Seymour overleed, in 2004, noemde de krant The Guardian hem een ‘eenmansrebellenbeweging tegen het modernisme.’ Dat klopt niet helemaal. Seymour was nergens tegen, hij wilde mensen vooral laten zien hoe ze een stukje van hun leven konden terug claimen – hoe onvolmaakt dat misschien ook was. Prutsers mochten van Seymour altijd meespelen, omdat het ook echt contact mogelijk maakte. ‘In het echte leven en in echte menselijke contacten zoeken we geen plastic perfectie’, schreef hij. ‘Integendeel, het gaat om eerlijkheid en toewijding.’

Door Kaat Schaubroeck
De Standaard – 07.10.2018

Alleen met jou

Waarom de romanticus in ieder van ons meer aandacht verdient: “We zijn allemaal wél competent in de liefde”

De Morgen – 05-10-2018 – Barbara Debusschere

Nooit waren er zo veel opties om de liefde te vinden en tips om ze te houden, en toch waren nooit meer mensen alleen en ontgoocheld in Cupido. Met haar nieuwe boek Alleen met jou, een even stevig onderbouwd als vurig beargumenteerd pleidooi voor de romantische liefde, hoopt liefdesexpert Rika Ponnet het tij te keren. “Onze kijk op liefde is veel te negatief.”

“Je moet toch geen vijf tips naast het interview zetten, hé?”, vraagt ze. We zitten in Ponnets kantoor in Gent. Er staat een doos Kleenex op het bureau. Hier komen dan ook al ruim twintig jaar singles een stuk van hun ziel blootleggen. Want, zoals Ponnet in haar boek helder aantoont, dat is onvermijdelijk als je de liefde wil tegenkomen.
De intonatie in haar vraag laat verzet voelen. Weerstand tegen de zoveelste mogelijke vraag om in puntjes op te sommen hoe je de ware vindt en houdt. Doorheen het beklijvende en vernieuwende Alleen met jou voel je het ook. Vlaanderens bekendste relatietherapeute is het kotsbeu, de huidige blik op liefde.

“Wat heb ik het volledig gehad”, schrijft ze, “met de inperkende en flagrant foute kijk op de romantische liefde. Met onze partner kiezen door eisenlijstjes af te vinken en wildvreemden of algoritmes in te zetten. Zo negeren we onze diepste, niet ingevulde verlangens.”

U bent kwaad?

“Ja. Het relatie- en datingklimaat, hoe we kijken naar de liefde, is zo negatief. Het zou te ingewikkeld zijn. Iets waar we beter niet te veel op rekenen. Iets waarvoor we experts nodig hebben. Een probleem waarvoor pasklare, zogezegd wetenschappelijke oplossingen zouden zijn. Het is de romantische liefde, een van de weinige dingen die er echt toe doen, reduceren tot een fractie van wat ze kan zijn.”

De romantische liefde? Is dat niet iets voor Hollywood?

“In dat eenzijdige beeld sluiten we haar gemakshalve op. Maar als we eerlijk zijn, kunnen we er niet om heen dat de romantische liefde onze ultieme drijfveer is. Graag zien en graag gezien worden. Dat kan wollig klinken, maar de romantische liefde is de meest volledige liefde. Ze leert je jezelf kennen en is zeker niet alleen rozig, want je gaat soms op je bek. Maar ze veronderstelt een overgave die groter is dan de angst voor die pijn.”

Wat tips voor de zoektocht schaden toch niet?

“Het lijkt onschuldig, maar ik merk in mijn praktijk hoe het mensen het gevoel geeft dat ze het zelf niet kunnen, dat ze slecht bezig zijn. Dat voedt angst. Faalangst. Angst om gekwetst te worden. Dus duwen we onze emoties weg en gaan we liefde nog meer rationaliseren, proberen te vatten in een tienpuntenplan. Als we maar verstandig kiezen, dan komt het goed. Niet dus. Ik zie velen zich verschuilen achter die erg hoge eisen. Ze houden liever vast aan het idee dat ze ‘de perfecte’ nog niet hebben gevonden, dan te gaan voor een imperfecte eerste ontmoeting.”

U koppelt als relatiebemiddelaar toch ook mensen op basis van checklists?

“Ik laat iedereen vooraf een checklist invullen, maar wat mij interesseert is hoe ze die invullen. Met talloze niet onderhandelbare voorwaarden of relativerend? En wat ik nu veel meer dan vroeger moet doen, is angstige singles helpen om van achter hun muur te komen en hun erg kritische blik naar de andere te lossen. Als strenge boekhouders stellen ze onhaalbare eisen voor een potentiële geliefde. Ze zijn eenzaam, maar door zich zo op te stellen, lopen ze veel kansen op liefde mis.”

Weten wat je wil helpt toch als er zo veel keuze is?

“Ja, maar dat zou moeten gaan over welk verlangen je hebt, wat je wil dat de ander met je doet, niet over smaak in meubels. Onderzoek toont dat met wie we uiteindelijk in zee gaan vaak helemaal niet voldoet aan die checklists. En dat we, door zo rationeel te daten, steeds minder in staat zijn de ander vanuit ons gevoel, onze buik te benaderen. Maar dat is wel de voorwaarde om verliefd te worden. De klik ontstaat op een veel dieper, fysiek en emotioneel niveau dan dat van de lievelingsgerechten en het hebben van dezelfde hobby’s of achtergrond.”

Hoezo? We horen altijd dat je op een aantal basispunten best overeenkomt?

“Ik weet het. In Blind getrouwd worden dan twee mensen gekoppeld omdat ze allebei een links politiek profiel hebben. Maar zelfs sociologen die dit onderzoeken, zeggen dat ze hun kinderen nooit zou aanraden op die basis een lief te kiezen. Want wat is de kip en wat het ei? Vertonen redelijk wat geliefden sociologische gelijkenissen omdat een relatie zo het best werkt, of omdat mensen het makkelijkst iemand leren kennen in hun eigen omgeving en netwerk?

“Allebei universitair zijn en van Beethoven houden zal wel wat helpen, maar het zal nooit de essentie zijn. Talloze mensen die op papier de gedroomde match lijken maar nooit verliefd worden, tonen dat. Talloze geliefden met andere achtergronden, opleidingsniveaus en interesses ook. Die kunnen perfect harmonieus en emotioneel verbonden samen een boek lezen. Hij Aspe, zij Murakami. Dáár gaat het om. Dat hij of zij op je moet lijken is een bedrieglijk houvast dat eveneens onze amoureuze kansen verkleint.”

Is die angstige, veeleisende houding niet begrijpelijk nu we niet meer met ons eerste lief moeten trouwen?

“Absoluut. Er is een zee aan mogelijkheden, we zijn totaal vrij. Dat is een zegen. Maar de keerzijde is meer breuken en leed. Natuurlijk krijg je dan angst, controledrift en honger naar liefdesformules. Maar je vastklampen aan die methodes en zogenaamde zekerheden duwt je wel net weg van de liefde. Het is geen toeval dat er nog nooit zo veel singles zijn geweest, maar tegelijk dat velen nog nooit zozeer het gevoel hadden dat de liefde vinden zowat onmogelijk is.”

U wijst daarbij populaire tv-programma’s, liefdestips en datingapps, maar ook bekende denkers met de vinger.

“(lacht) Ja. Het eerste schept de illusie dat je de perfecte partner kunt vinden en houden, die denkers adviseren omgekeerd dat we beter geen diep liefdesgeluk verlangen. Dat is er allebei naast. Liefde gaat over verlangen en verbinding. Zeker, er ontstaan fijne relaties dankzij Tinder en co. Alleen zie ik dat de collateral damage van dat ‘Primark-daten’ groter is. Want op die apps is niet verbinden, maar verwerpen de hoofdbezigheid. De ander is een Primark-trui die je snel weer kunt weggooien. Je bent zelf ook zo’n goedkope trui. Dat dóét iets met mensen en hun kijk op liefde en de andere.

“De impact van de ‘gewonigheidsfilosofen’ zoals Alain de Botton en Dirk De Wachter vind ik even triest. Zeker, mensen vinden troost in hun boodschap als het allemaal niet meezit, maar het is zonde om hun ‘Wees blij met wat je hebt, ook al is het minnetjes’ als leidraad in ons liefdesleven te nemen. Want ook die zesjescultuur zet een rem op de enige weg naar de liefde: de gevoelskeuze, het verlangen. Laten we vooral wél ambitieuzer zijn in de liefde.”

Ambitieuzer? Dat klinkt net als kritisch en veeleisend?

“Ja. Maar ik bedoel ambitie als het gaat over de emotionele logica van de liefde. Die zien én voelen. De moeite doen om je af te stemmen op de ander. Raakt die mij en hoe? Waar verlang ik écht naar en wat heeft de ander nodig? Kan ik bieden wat ik zelf verlang? Heb je vooral nood aan verbondenheid en geborgenheid of aan autonomie? Ben je eerder bang de ander te verliezen of dat de ander je zou verstikken?

“Bij een eerste ontmoeting hebben we direct en onbewust een klik met wie ons daarin het sterkst aanspreekt. Daar zijn wij zeer goed in, want zodra we geboren zijn, zetten we met onze ouders de zoektocht in naar balans tussen voldoende autonomie en afhankelijkheid. Iedereen heeft daarin een eigen blauwdruk en iedere liefdesrelatie is een unieke variatie op dat thema.

“Vaak raken we verstrikt in wat we aan de oppervlakte zien. Zoals de ander die plots kil of woedend is naar aanleiding van iets heel banaals. Ik geef in het boek voorbeelden van hoe koppels daarin vastlopen, maar hoe ze elkaar ook terugvinden door op dat niveau van de hechtingsbehoeftes naar hun relatie te kijken. De ander is niet kil of woedend om jou te kwetsen, maar omdat de dynamiek tussen jullie soms al te zeer ingaat tegen die primaire behoeftes.”

In welke zin is het romantisch om elkaars hechtingsstijlen in kaart te brengen?

“(lacht) Het lijkt technisch, maar zo werkt liefde. We zoeken altijd weer iemand die enerzijds veilig en vertrouwd voelt, bijvoorbeeld iemand die nogal dominant is omdat een ouder dat was, en die anderzijds biedt wat we als kind als grootste emotionele tekort hebben ervaren, bijvoorbeeld meer ademruimte om jezelf te zijn. Net daarom kan liefde zo helend zijn. Mijn boodschap is niet: ‘Leer dat uit het hoofd.’ Er valt ook niets uit het hoofd te leren, want er zit geen vast patroon in die hechtingsdynamieken. Er is geen formule. Het is altijd weer een andere dans die geliefden met elkaar dansen.

“Wel pleit ik ervoor te beseffen dat het op dat diepste emotionele niveau is dat de liefde speelt. Als we dan toch houvast zoeken, vertrouw daar dan op. De romantische liefde is niet maakbaar, maar de omstandigheden waarin ze ontstaat wel. Luister naar je diepste verlangens en angsten, stel je open voor de ander en ervaar wat dat met je doet. Weet dat dat de enige route is.”

Hoe kunnen we op iets vertrouwen waarvan we ons niet eens bewust zijn?

“Omdat het altijd weer gaat over onze primaire hechtingsbehoeftes zijn er geen verkeerde keuzes en maakt verliefdheid nooit blind, integendeel. Op wie je verliefd wordt vertelt je alles over je emotionele behoeftes. Vanuit de overgave die verliefdheid vergt, verbinden we ons altijd met iemand die een mogelijk antwoord kan bieden op onze verlangens. We zijn dan ook allemaal wél competent in de liefde. Dat wil ik heel erg benadrukken.

“Ik denk aan een vrouw die al vijf jaar de minnares is van een getrouwde man die niet weggaat bij zijn vrouw. Ze worstelt. ‘Kap ermee’, zeggen vrienden. ‘Je hebt bindingsangst.’ Maar door te durven voelen wat zij verlangt en nodig heeft, ziet ze dat ze een te grote liefde voelt voor hem en dat deze deelrelatie best bij haar blauwdruk past. De moraal en oordelen van anderen brengen ons niet verder, onze emotionele logica wel. We willen allemaal alleen maar graag zien en graag gezien worden, en geven daar op onze specifieke manier vorm aan.”

Er zijn toch meer breuken? Wijst dat niet op onkunde?

“(heftig) Helemaal niet. Natuurlijk gaan we meer uit elkaar. We zitten minder dan ooit uit noodzaak in een relatie. We stappen nu in een relatie omdat we emotionele, psychologische en seksuele vervulling zoeken en we stappen eruit wanneer we die niet meer vinden. En de meesten scheiden niet te snel, maar na vele pogingen om die verbinding terug te vinden. Wie ben ik dan om zwaaiend met mijn vingertje te zeggen: ‘Je moet leren leven met de gewonigheid en het uitzitten voor de kinderen.’ Of: ‘Tongzoen wat meer?’ Soms raak je elkaar onherroepelijk kwijt. Waarom verdient iemand die veertig jaar getrouwd is een feest? Een korte relatie kan je evenveel leren en geven als een lange. Uit elkaar gaan is geen falen, net zomin als lang samen blijven een succes is.”

Moeten we niet vooral eerst aan onszelf werken?

“Nee. Wie emotioneel zwaar worstelt, heeft soms iets aan therapie. Maar een intieme relatie is ook therapie. Ik zie singles in een dal die elkaar vinden en dankzij de liefde totaal andere, vervulde mensen worden. Het is trouwens een illusie dat we onze emotionele blauwdruk fundamenteel kunnen veranderen, hoeveel therapie je daar ook op loslaat. En dat is oké. Mocht liefde alleen voor mensen zijn die perfect veilig gehecht zijn, dan waren we bijna allemaal alleen. Het belangrijkste is emotionele zelfkennis en zien dat we dankzij onze intieme relaties evolueren. Iemand met bindingsangst die in een volgende relatie de ander al dichter laat komen, bijvoorbeeld.”

Wat is het grootste misverstand?

“Dat liefde gelukkig maakt. Als we verliefd zijn, ervaren we onze diepste verlangens en hoe de ander daarop een krachtig antwoord kan zijn. Maar die andere kan dat nooit volledig invullen. We zijn dus tegelijkertijd ook verplicht om los te komen van de absoluutheid van onze verlangens. Het is altijd ook een oefening in zelftroost, gemis.

“Vandaag willen we die confronterende, pijnlijke kanten vermijden en eisen we te vaak dat de ander onze verwachtingen volledig invult, zelfs ten koste van zichzelf. Dat is geen liefde. Filosoof Maarten Boudry verwoordde het prachtig in jullie krant. De vraag hoe hij graag bemind wil worden, noemde hij aanmatigend, arrogant en egoïstisch. We vragen ons inderdaad beter wat meer af wat de ander echt nodig heeft en of we dat ook bieden. Ook dat is ambitie in de romantische liefde.”

U bent tegen al die tips, maar u komt toch ook met advies?

“Ik geef geen tips. Ik leg uit hoe liefde werkt en bepleit om weer connectie te maken met onze emoties en de romantische liefde in haar volledigheid te omarmen. Op eigen benen staan én sterk én behoeftig zijn én dat alles kunnen tonen. Verantwoordelijkheid nemen voor wat we doen, maar die ook laten liggen bij de ander als ze daar hoort. Alleen kunnen zijn. Je angsten vrezen en je verlangen volgen. Garantieloos. Want wie niet liefheeft, leeft niet. Ook als je na een breuk in je bed ligt te wenen, leef je veel meer, ben je meer een mens dan wie emotioneel versteend van achter zijn schermpje een zoveelste foto wegswipet.”

Boek
Alleen met jou: de terugkeer van de romantische liefde, Uitgeverij Lannoo, €19,99

Wie is Rika Ponnet?
– Geboren in 1968.
– Studie Germaanse filologie (UGent) en familiale en seksuologische wetenschappen (KU Leuven).
– Richtte samen met haar man in 1993 het relatiebemiddelingskantoor Duet op.
– Is auteur van columns en boeken, waaronder de bestseller Blijf bij mij: hoe we in relaties strijden voor macht en intimiteit, en nu Alleen met jou: de terugkeer van de romantische liefde.

Jeugdzorg

Een rode neus is niets waard zonder echte psychologische hulp
De Morgen – 02-10-2018 – Matthias Somers

Matthias Somers is filosoof en wetenschappelijk medewerker van de progressieve denktank Minerva. Zijn column verschijnt wekelijks.

Dat jonge jongens en meisjes het afgelopen jaar meer dan vijftig nachten in een Antwerpse politiecel moesten overnachten omdat er nergens anders plek voor hen was, nergens een bed om in te slapen, is alleen nog goed voor een klein berichtje ergens op de binnenpagina’s van de krant: wie ligt er nog wakker van? We laten kwetsbare kinderen in de steek, maar zo gaat het al jaren; op meer dan schouderophalen wordt het nieuws niet meer onthaald. Zo ging het altijd, zo zal het altijd gaan.

Een minister zet een rode neus op om ‘aandacht te vragen voor psychologische problemen bij jongeren’ – ondertussen kunnen steeds minder kinderen terecht bij de Centra voor Geestelijke Gezondheidszorg, moeten die kinderen steeds langer wachten op hulp, en blijft Vlaanderen kampen met schrikbarend hoge zelfdodingscijfers. Het is makkelijker een rode neus op te zetten – lekker ludiek – dan effectieve hulp bereikbaar te maken.

Collateral damage

Eind 2017 kregen bijna 5.300 kinderen met een zware zorgnood niet de intensieve zorg en ondersteuning waar zij nood aan hebben. Die vele duizenden kinderen stonden op dat moment gemiddeld al langer dan een jaar geparkeerd op een wachtlijst voor hulp. De wachtlijsten groeien aan, en ondertussen kan voor steeds minder kinderen met de nodige ondersteuning gestart worden: de jeugdhulp is volledig dichtgeslibd. Maar fondsen vrijmaken om die duizenden kinderen wél zorg te bieden, blijkt onmogelijk: zij zijn niet belangrijk genoeg, hun stem klinkt niet luid genoeg.

De tientallen jongeren die noodgedwongen de nacht doorbrengen in een politiecel, de duizenden kinderen met een beperking en een zware zorgnood die op een maanden- en zelfs jarenlange wachtlijst voor hulp worden geparkeerd: collateral damage van het gebrekkige Vlaamse welzijnsbeleid.

Vandaag wordt in het Vlaams Parlement het Jaarverslag Jeugdhulp besproken. Wat de vorige jaren al gezegd werd, kan nog eens uit de archieven opgediept worden: stof de tekst wat af en hij kan zo weer dienen; au fond verandert er toch niks. Te veel kinderen kregen geen hulp, krijgen nog steeds geen hulp, en als we blijven verder doen zoals vandaag zullen ze ook morgen geen hulp krijgen.

We zouden nooit aanvaarden dat een kind met een longontsteking zonder zorg naar huis wordt gestuurd omdat alle ziekenhuizen volzet zijn. Voor kinderen met een fysieke of een verstandelijke beperking is dat de realiteit van elke dag.

Van crisis naar crisis

Zonder een grondige discussie over het financieringsmodel van de jeugdhulp komen we er niet. Zolang het budget dat vrijgemaakt wordt voor jeugdhulp meer uitstaans heeft met wat er toevallig nog achter de zetel gevonden wordt bij begrotingsbesprekingen dan met de reële noden en behoeften, blijft het jeugdhulpbeleid louter het beheren van wachtlijsten, beredderen en behelpen, schaarse middelen heen en weer schuiven van crisis naar crisis, en de goden afsmeken dat er toch in hemelsnaam geen al te grote drama’s gebeuren.

Het is koken met ingrediënten voor tien man terwijl een veelvoud aan hongerigen op eten wacht, en hopen dat met een iets andere tafelschikking iedereen wel voldoende aan zijn trekken zal komen. Het kan zo niet verder.

Stress op het werk

Samen met de provincie Limburg onder­zoekt de UHasselt hoe activiteiten in de natuur stress op het werk en het aantal burn-outs kunnen verlagen.

Op kruidenwandeling tijdens de werkuren

De Standaard – 03.10.2018 – Marthe Saelens

‘Ik kom net van een vergadering op het werk en straks vlieg ik er opnieuw in. Een heuse switch’, zegt Hilde Vanderlinden. Ze is een van de deelneemsters aan het onderzoeksproject over de impact van natuur op werkgerelateerde stress en burn-outs. Samen met drie andere vrijwilligers volgt ze een workshop ‘voederhuisjes maken’ bij een medewerker van Natuurpunt, op het domein Kiewit in Hasselt. Wat verderop begint een andere onderzoeksgroep aan een kruidenwandeling, ook al met een gids van de Vlaamse natuurvereniging.

Beide workshops kaderen in het wetenschappelijk onderzoeksproject van de Universiteit Hasselt en de provincie Limburg. Een vijftigtal deelnemers – bijna allemaal werknemers van de provincie Limburg – werd onderverdeeld in twee groepen: een controlegroep en een groep die tijdens de werkuren de natuur intrekt om er deel te nemen aan ontspannende workshops of wandelingen.

Na drie weken wordt het stressniveau van beide groepen vergeleken en het effect van de natuur op hun stressniveau gemeten. Verwacht wordt dat de vrijwilligers die tweemaal per week de natuur intrekken minder meetbare stress zullen hebben.

Goed voor productiviteit?

‘De cijfers liegen er niet om. In 2013 toonde een onderzoek van Securex aan dat tien procent van de werknemers kan wegvallen met een burn-out. Uit recente studies blijkt dat dit percentage nog stijgt’, zegt professor Michelle Plusquin van de UHasselt. ‘Dat de natuur gunstig is om te ontspannen, is geweten. Als de resultaten van dit wetenschappelijk onderzoek positief zijn, kunnen we dergelijke programma’s aanbieden aan bedrijven en overheidsinstanties’, zegt Plusquin.

Het onderzoek moet bovendien als ijkpunt dienen voor andere projecten. ‘Iemand die thuiszit door een burn-out, kost volgens Securex op jaarbasis gemiddeld 25.000 euro. ‘We willen berekenen hoeveel procent van de werknemers aan het werk kunnen blijven door zich geregeld te ontspannen in de natuur. Vervolgens berekenen we hoeveel kosten er bespaard kunnen worden door een werknemer die niet wordt geveld door een burn-out’, zegt Silvie Daniels, een van de initiatiefnemers van de UHasselt. ‘Verder zal de studie ook de economische gevolgen onderzoeken. Zijn werknemers ook productiever na deelname aan deze activiteiten?’

In aanloop naar de workshops in de natuur zitten de vrijwilligers samen met een psychologe. Tijdens die sessie krijgen ze tips en oefeningen die ze op de werkvloer kunnen toepassen om stress te verlagen. Onderwerpen als timemanagement, assertiviteit en de valkuilen van stress komen aan bod. ‘Na het groepsgesprek trekken we naar buiten om daar te ontspannen en te leren hoe de natuur kan bijdragen aan het verminderen van stress’, zegt een deelneemster aan de wandeling.

Landart en fietstochten

De UHasselt en de provincie Limburg werken samen met Natuurpunt om de buitenactiviteiten te organiseren. Zo zijn er kruiden- en zintuigwandelingen, gaan ze fietsen in de Wijers of doen ze mee aan een workshop landart, waarin de vrijwilligers kunst moeten maken met natuurlijke materialen.

Vervolgens wordt het stresshormoon ‘cortisol’ actief gemeten met drie speekselafnames per dag. Ook door concentratietesten en vragenlijsten willen de onderzoekers het stressniveau van de deelnemers zo objectief mogelijk te meten en te analyseren. De resultaten van het onderzoek worden eind dit jaar bekendgemaakt.