Dettol

Het applaus is verstomd en de winkelende medemens is weer zijn eigen zich zelve geworden.

Klagen en zagen, kappen op het personeel en paniek als er niet vlug genoeg een proper winkelkarretje klaar staat.

Niet binnen mogen omdat de regels niet gerespecteerd worden, en dan beginnen schelden op de mens die werkt om zijnen boterham te verdienen en dat werk zo goed mogelijk probeert te doen.

De dierentuin is weer open, en de beesten gelost.

Stank voor dank, en ook al zijn onze handen dan tot bloedens toe gedesinfecteerd, onze mentaliteit blijkbaar nog altijd niet.

Geef hier die Dettol en drink ervan!

https://www.vrt.be/vrtnws/nl/2020/06/10/allergisch-voor-dettol-ik-krijg-een-dikke-tong-en-ik-kan-moeil/

 

Keuzes

Hebben we volgens de wetenschap nog het recht om “irrationele” keuzes te maken gedurende deze hele coronacrisis?

Blijkbaar niet, want wetenschappers blijven voortdurend op dezelfde nagel kloppen om dit virus te klein te krijgen, ondanks het feit dat ze mekaar toch voortdurend tegenspreken.

Maar de regeltjes waardoor wij en de mensen rondom ons zich zouden moeten veiliger voelen, die veranderen niet. En het middel bij uitstek is natuurlijk de angst vergroten en de vrijheid inperken.

Ik vind echter dat zogenaamde irrationele keuzes maken veel menselijker is, en wie in dit leven beseft dat ons welzijn en ons geluk ook afhangt van hoe we ons geestelijk voelen, zal het daar volmondig mee eens kunnen zijn.

Bovendien wie heeft hier in dit hele corona avontuur de waarheid in pacht? Geconfronteerd met het onbekende kan elk van ons zich immers vergissen. Zodus lijkt mij iedere keuze wel irrationeel. Wat maakt het dan uit? Dat ik mij vergis? Ja, dat kan, net zoals iedereen.

Een keuze maken is je eigen verantwoordelijkheid nemen, ook al vinden anderen die keuze onverantwoord.

Ik heb de afgelopen jaren geleerd dat je datgene moet doen wat je gemoedsrust niet verstoord, waardoor je met jezelf kan leven, stabiel en gezond blijft. Want uiteindelijk als je het met iets niet eens bent, waarom zou je het dan niet anders doen, zeker wanneer dat totaal geen verschil maakt voor de rest van de wereld? En wees ervan overtuigd dat heeft niets met eigenzinnig of dwarsliggen te maken, maar enkel met datgene wat velen uit de weg gaan, en hen verhindert om naar de waarheid over zichzelf te luisteren: verantwoordelijkheid.

De waarheid

Als de waarheid
Iemand kwetst,
Is dat niet
Om wat jij
Zegt,
Maar om wat zij
Niet durven
Zeggen.

Micheline Baetens – 06.06.2020

BOEK: De weg van de meeste weerstand

Waarom de lockdown een foute reactie is: ‘Voor de overheid is het heel prettig om samenkomen te verbieden’

LIONEL SHRIVER «Geen enkele stad kan functioneren met twee meter tussen de mensen. Premier Boris Johnson vertelde pas dat mensen weer naar hun werk kunnen gaan, maar niet met het openbaar vervoer: ronduit belachelijk.»

HUMO Want je zit de hele dag vast in het verkeer?

SHRIVER «Nou, hij adviseerde om met de fiets te gaan. De fiets! In Londen! Ik fiets al jaren overal naartoe en ik weet dat Londen een hél is. Deze stad is niet gebouwd om er te fietsen. Elke dag nemen vijf miljoen Londenaren de metro. Die hébben niet eens allemaal een fiets.»

HUMO U geldt in Engeland als één van de vooraanstaande critici van de lockdown. Wat is er volgens u mis mee?

SHRIVER «Een lockdown is geen verstandige reactie op een besmettelijke ziekte. Vanaf het begin was het vrij duidelijk voor welke mensen het virus een gevaar was. Het was volstrekt logisch geweest om ons optimaal in te spannen om oudere, kwetsbare mensen fatsoenlijk te beschermen. Dat is niet gebeurd. Nee, we sluiten iedereen op, inclusief alle jonge, gezonde mensen. Daar klopt iets niet.»

HUMO Bagatelliseert u het coronavirus nu niet?

SHRIVER «Het virus kan een behoorlijk vervelende ziekte veroorzaken. Als het eenmaal een bevolking bereikt, heeft dat onvermijdelijk de dood tot gevolg voor een aantal mensen. Naar het zich laat aanzien, is dit coronavirus wel erger dan enkele van de ergste griepvirussen, maar niet héél veel erger. Toch bereiden we ons nog altijd voor op het zwartste scenario.»

HUMO Vindt u een lockdown geen teken van zorgzaamheid?

SHRIVER «Het is juist zorgzaam om mensen gerust te stellen en controle over hun eigen leven te gunnen. Wie een lockdown in stand houdt, blijft angst verspreiden en dat heeft negatieve gevolgen.»

HUMO U bedoelt: dat leidt tot toenemend alcoholgebruik en depressiviteit?

SHRIVER «Ja, ook. Maar dat aspect krijgt al aandacht. Wat te veel onderbelicht blijft, is veel belangrijker: de verwoesting van de economie. Die maakt ons misschien niet zozeer ongezond of jaagt ons niet meteen de dood in, maar vernietigt wel ons leven. Bedrijven waar ondernemers hun ziel en zaligheid in hebben gelegd, gaan over de kop. Mensen die jarenlang met plezier naar hun werk gingen, verliezen hun baan: mensen die productief waren, die in hun werk een zinnige invulling van hun leven vonden, die gelukkig waren om met eerlijke arbeid zichzelf en hun gezin te onderhouden. En ineens wordt alles onderuitgehaald.»

HUMO Overheden gaven al aan dat ze bedrijven en mensen zullen compenseren voor de geleden verliezen.

SHRIVER «Zo’n beroep op de verzorgingsstaat hebben we nog nooit gedaan. In het Verenigd Koninkrijk wordt niet minder dan de hálve beroepsbevolking betaald door de overheid. En omdat de overheid zelf niets produceert, is er iets geks aan de hand: mensen die voor de overheid werken, betalen zichzelf. Dat kan niet eeuwig doorgaan. Een almaar uitdijende verzorgingsstaat met een steeds hogere werkloosheid leidt onvermijdelijk tot een verarmde samenleving.

»Ons leven draait niet alleen om overleven. Dat is niet waarvoor we een moderne beschaving hebben opgebouwd. De reden waarom we onze gezondheid willen waarborgen, is omdat we een zinvol en gelukkig leven willen leiden en omdat we onderdeel zijn van een groter geheel. Een mens is meer dan een wezen met een kloppend hart. Ik geef om mensen, niet zozeer in de hoop dat ze er morgen nog zijn, wel in de hoop dat ze mogen leven in vrijheid en voorspoed.»

HUMO Waar maakt u zich zorgen om?

SHRIVER «Het is niet de economie van één land die wordt stilgelegd, om te zien of die daarna terug tot leven kan worden gewekt met een hoop investeringen en leningen van de overheid. Nee, we doen het met álle landen tegelijk. Dit is het omvangrijkste én meest beangstigende experiment dat we ooit hebben meegemaakt.»

HUMO Maakt u zich zorgen om uw situatie en toekomst?

SHRIVER «Oók, ja. Ik ben 63. Ik heb nog pakweg achttien jaar te gaan. Ik wil niet dat het waardeloze jaren worden. Ik hoop dat mijn leven nog vol mogelijkheden en optimisme zal zijn, en ik wil meemaken dat er films van mijn boeken worden gemaakt.»

HUMO U hebt net een nieuwe roman uit.

SHRIVER «Tja, dat boek kan nu natuurlijk alle publiciteit gebruiken. Kijk, het gaat niet om mij, maar ik neem de coronacrisis persoonlijk en word er depressief van. De vooruitzichten worden er niet beter op, niet voor mij en niet voor veel anderen.»

HUMO Dus verkiest u de economie boven de gezondheid van ouderen en zwakkeren?

SHRIVER «Alsof onze economie en onze gezondheid losstaan van elkaar! Hoe zorgen we voor de ouderen? Dat doen we als samenleving, met een overheid die daar geld van alle belastingbetalers in steekt, met speciaal opgeleide mensen die hun talenten en tijd inzetten om anderen te verzorgen. Dat is toch óók economie? Helaas is ‘economie’ behoorlijk abstract. Mensen horen dat woord en denken aan rijke directeurs en beleggers. Ze denken niet aan hun werk of hun pensioen.

»De economie is allesbehalve abstract. Het gaat over al die oneindige details en onbenulligheden, over allerlei ongeschreven regels en protocollen tussen eindeloos veel mensen uit alle windstreken, die het mogelijk maken dat we in welvarende, dichtbevolkte steden wonen, waar we kunnen eten wat ver weg is verbouwd zonder erover te hoeven nadenken. Het is dankzij een economie dat we elkaar niet afmaken, want zo basaal is het. Ik heb geen idee hoe ik zelf mijn voedsel zou moeten verbouwen. Als ik niet naar een supermarkt kan, zal ik verhongeren. En als ik lang genoeg honger heb, sla ik mijn buurman op zijn hoofd en beroof ik hem van zijn avondeten.»

HUMO Voor uw laatste roman, ‘De Mandibles’ uit 2016, moet u lang hebben nagedacht over waartoe een afbrokkelende economie kan leiden.

SHRIVER «Ja, ‘De Mandibles’ gaat over de ineenstorting van de Amerikaanse economie, verteld vanuit het perspectief van meerdere generaties van dezelfde familie. Ik heb daarvoor gekozen, net omdat economie een abstract begrip is. Ik wilde illustreren wat er in het leven van alledag kan gebeuren als de waarde van een munt daalt, je spaargeld verdampt, je je baan verliest, je niet meer in staat bent om jezelf en je gezin te onderhouden. Zoiets is gruwelijk. Het duurt even voor mijn verhaal op gang komt, want een economische ineenstorting heeft een lange aanloop. Tot een kool opeens 38 dollar kost.»

HUMO Met politie in elke rij in de supermarkt om de orde te bewaren.

SHRIVER «Ja, en een run op wc-papier, totdat je het nergens meer kunt krijgen…»

HUMO Wat hebt u toen geleerd van uw gedachte-experiment?

SHRIVER «Omdat ik zo heb nagedacht over de gevolgen van economisch verval, denk ik dat ik een beter inzicht heb in wat er op het spel staat. De meeste mensen besteden geen aandacht aan de betekenis van overheidsleningen – en dat begrijp ik goed – maar ik vertel je: ze kunnen je leven ruïneren. In de krant lees je terloops over de onafwendbare inflatie, maar daar is niets terloops aan! Als die een zekere grens overschrijdt, kan de situatie volledig uit de hand lopen. Maar we kunnen ze niet onder controle houden, omdat we de rente al jaren niet kunnen verhogen: de schulden zijn te hoog. We zijn in een hoek gedreven: niets of niemand kán de inflatie nog in bedwang houden. Dan heb je geen normaal functionerende samenleving meer. (Wrang lachje) Maar ja, dat hebben we nu natuurlijk ook niet, als iedereen thuis moet blijven…»

‘Sommigen zoeken de antwoorden in de wetenschap, maar ‘de wetenschap’ bestaat niet. Anderen hopen op ‘de politiek’, maar die mensen hebben geen idéé wat ze moeten doen, en willen vooral niet het verkeerde doen.’

GRIEZELIG HANDGEKLAP

Lionel Shriver geeft graag vorm aan haar leven met drastische, eigenzinnige beslissingen. Ze is geboren als Margaret Ann, maar voelde zich altijd jongensachtig en toen ze 15 jaar was, veranderde ze haar naam in Lionel. Als twintiger trok ze weg uit Amerika om op allerlei plekken in de wereld te gaan wonen: in Nairobi, Bangkok, Tel Aviv en Belfast, en nu al geruime tijd in Londen. Vrijwel elke zomer gaat ze terug naar New York, de enige plek in de Verenigde Staten waar ze gehecht aan is geraakt.

Daar was ze ook in 2001, toen twee vliegtuigen zich in de WTC-torens boorden. Mensen hielpen en steunden elkaar toen om een ongekende crisis te boven te komen. Nu het nieuwe coronavirus heeft toegeslagen, denkt ze er vaak aan terug.

HUMO Ziet u verschillen of vooral overeenkomsten?

SHRIVER «Het valt niet te vergelijken. Van 9/11 is me de samenhorigheid bijgebleven. Er was een gedeeld gevoel: we zaten allemaal in hetzelfde schuitje. Mensen die je normaal gesproken niet zou opmerken op straat, bestonden ineens. Ze waren niet langer passanten die je straal voorbijloopt: ze waren mens geworden. Er was een sterk bewustzijn dat we samen in een unieke tijd in een unieke stad leefden, dat we hetzelfde meemaakten en voelden.»

HUMO Je zou denken dat het coronavirus hetzelfde doet met een land.

SHRIVER «Precies, maar het tegendeel is het geval. Ik merk vijandigheid op straat. Het is bevreemdend om te zien hoe krampachtig mensen om elkaar heen lopen en zelfs oogcontact mijden. Iedereen eist zijn persoonlijke ruimte op en sommigen zijn er heel militant in. Ons wordt nu aangeleerd om andere mensen te zien als een bedreiging. Iedereen is nu potentieel een wandelend coronavirus.

»Het vooruitzicht dat deze social distancing nog maanden duurt, of zelfs jaren, vind ik ontzettend deprimerend. Het is letterlijk antisociaal en vernietigt elk gevoel van samenhorigheid: het is ieder voor zich. Je beschermt jezelf en je familie, alle anderen zijn vijanden… Ik vind dat afschuwelijk.»

HUMO Zo houden we wel het virus in bedwang.

SHRIVER «Nou, het is ondertussen bevestigd dat die social distancing amper een epidemiologisch effect heeft. Vooral mensen in ziekenhuizen en verzorgingstehuizen raken besmet, net als de mensen die er werken en hun huisgenoten. Die besmetting is voornamelijk het gevolg van voortdurend nauw contact met iemand die het virus draagt, en daar is geen sprake van als je boodschappen doet. Maar toch moeten we keurig in eindeloze rijen achter de lijn wachten aan de kassa, volgen we braaf de pijlen op de vloer, en word je aangekeken als landverrader als je iets te lang twijfelt over welke pot pastasaus je in je winkelmandje wilt stoppen. Het is een absurd theater.»

HUMO Ziet u niet ook een opleving van solidariteit: we doen boodschappen voor oudere buren en maken stoeptekeningen voor opa en oma?

SHRIVER «In Londen zie ik dat niet gebeuren, maar zoiets is natuurlijk mooi.»

HUMO En we spreken eindelijk waardering uit voor mensen die in de zorg werken.

SHRIVER «O, u hebt het over clap for care! Elke donderdagavond moeten we in het Verenigd Koninkrijk om 8 uur applaudisseren voor het zorgpersoneel. De eerste keer had het een gevoel van spontaniteit en oprechte betrokkenheid, maar nu? Nee, sorry, ik ben er geen fan van.»

HUMO Bent u het zorgpersoneel dan niet dankbaar?

SHRIVER «Ik ben niet ondankbaar, maar er is iets griezeligs aan. Het doet me denken aan Noord-Korea: al die mensen die op commando met een stralend gezicht overijverig klappen (zet grote, blije ogen op en klapt overdreven in haar handen). Het is een wekelijks corvee geworden, een gedwongen buiging naar de engelen van de gezondheidszorg.»

HUMO En wie niet meedoet?

SHRIVER «O wee! De kuddementaliteit is hier zo erg dat mensen je aangeven of publiekelijk beschimpen als je je niet aan de regels houdt. Dat is geen nationale eenheid meer, maar massaal conformisme. Elk tegengeluid wordt bespot en in de media grotendeels genegeerd. Journalisten zijn een spreekbuis van de overheid geworden, hier in Engeland toch. Het is eng om te zien hoezeer ze de dictaten van de overheid klakkeloos overnemen en doorgeven: krant en televisie brengen exact dezelfde propaganda.»

HUMO Misschien zijn journalisten huiverig om desinformatie te verspreiden.

SHRIVER «Juist als de wereld zo ingrijpend verandert als nu, moeten we elkaar scherp houden en zelfstandig nadenken. Als er zo duidelijk sprake is van conformisme, met maar weinig kritische vragen, dan word ik vanzelf wantrouwig. Zelfs als de andersdenkenden het verkeerd blijken te hebben, moet je ze alsnog aanhoren.»

‘Er is nu een precedent gecreëerd voor wat de overheid en de politie zich mogen veroorloven. Voor een overheid is het natuurlijk heel prettig om het recht op samenkomen af te nemen, want hoe kun je dan nog protesteren?’ 

VERWOESTE ECONOMIE

Lionel Shriver had al een handvol romans op haar naam, zonder bijster veel succes, toen ze in 2003 doorbrak. ‘We Need to Talk About Kevin’ werd bekroond en verfilmd. Het relaas van een moeder wier zoon een bloedbad aanrichtte op school, sloot naadloos aan bij haar genre: beklemmende verhalen met hoofdpersonages voor wie de lezer met moeite sympathie kan opbrengen.

Shriver snijdt graag ongemakkelijke thema’s aan. In ‘Big Brother’ ging het over vetzucht, in ‘De wereld na zijn verjaardag’ over echtelijke ontrouw, en in haar nieuwste, ‘De weg van de meeste weerstand’, heeft ze het over de obsessie om fit te blijven. Een recensent schreef eens dat ze ‘messcherpe satire’ bedrijft en ‘de ironie van de tijdgeest’ weet te vangen. Steeds vaker roert ze zich in het publieke debat. Toen ze een column kreeg in The Spectator, een gerespecteerd conservatief weekblad waarvan Boris Johnson ooit hoofdredacteur was, werd ze geprezen om haar vrije, onafhankelijke geest en haar elegante stijl.

HUMO De experts waarop onze democratisch gekozen regeringen leunen, zeggen dat de lockdown een noodzakelijke maatregel is. U schrijft romans en columns. Op welke basis trekt u hun wetenschappelijk gefundeerde oordeel in twijfel?

SHRIVER «Om zelf tot een wetenschappelijk gefundeerd oordeel te komen lees ik over de ideeën en theorieën van epidemiologen die er meer van weten dan ik. En wat blijkt? Er bestaan in dat vakgebied uiteenlopende opvattingen. Een aanzienlijke groep gereputeerde epidemiologen meent dat de lockdown onnodig en destructief is. Een virus heeft een eigen leven, zo luidt een theorie, en trekt volgens een klassieke boog door een samenleving: daar valt weinig aan te doen. Voor zover we kunnen zien, lijkt dat het geval bij het nieuwe coronavirus.»

HUMO Dat u geen diploma in de epidemiologie hebt, ziet u niet als een bezwaar om een mening te formuleren?

SHRIVER «Uiteraard is dat geen bezwaar. Er is ontzettend veel informatie beschikbaar, maar je moet er wel naar zoeken.»

HUMO U bent sceptisch over de lockdown. Waarin bent u dan anders dan de mensen die sceptisch zijn over vaccinaties?

SHRIVER (verbaasd) «Ik zie geen enkel verband. Ik baseer mijn mening op de wetenschap.»

HUMO De mensen die vaccinaties afwijzen, zullen dat ook zeggen.

SHRIVER «Luister, dat is echt onzinnig. De wetenschap heeft aangetoond dat vaccinaties doeltreffend en veilig zijn, en de argumenten van de anti’s zijn al lang onderuitgehaald. Deze lockdown is daar niet mee te vergelijken. Nog nooit heeft de wereld op een besmettelijke ziekte gereageerd door zowat de hele economie stil te leggen. Dan kan er toch geen wetenschappelijk bewijs zijn dat zo’n lockdown werkt, of wel? We hébben geen ervaringen uit het verleden – met cijfers en statistieken – om te beweren dat deze reactie de juiste is. Niemand maakt mij wijs dat een lockdown een wetenschappelijk onderbouwde reactie op het virus is.»

HUMO Maar dit coronavirus is ongezien.

SHRIVER «Néé, niet het virus is ongezien, wel onze reactie erop. Er zijn meer dan genoeg vergelijkbare virussen geweest, inclusief SARS. Deze lockdown is werkelijk uniek.»

HUMO Denkt u dat onze politieke leiders maar wat doen?

SHRIVER «Ik vrees het. Iedereen lijkt te hunkeren naar een vaderfiguur, iemand die weet hoe het zit en wat er moet gebeuren. Sommigen zoeken de antwoorden in ‘de wetenschap’, maar ‘de wetenschap’ bestaat niet: het zijn gewoon een aantal geleerden die onderzoek doen en met verschillende inzichten komen aandraven. Anderen hopen op ‘de politiek’, maar daar zitten mensen die geen idéé hebben wat ze moeten doen, en die vooral niet het verkeerde willen doen. Dat is verontrustend, maar het is niet anders.»

HUMO Hoe komt u erbij dat politici geen idee hebben hoe ze met het virus moeten omgaan?

SHRIVER «Begin dit jaar deden de meesten het nog af als onbeduidend. Ze vonden het niet nodig om hun land of de gezondheidszorg erop voor te bereiden. Bijna van de ene op de andere dag sloeg dat om. Waarom? Overcompensatie. Omdat ze het eerst grandioos hadden onderschat. Er was géén planning, dus de beleidsmakers begonnen te flippen. Dat bleek erg besmettelijk: de ene regeringsleider na de andere gooide het land op slot, ogenschijnlijk zonder enig benul van de immense consequenties. Het is alsof ze een mug wilden doden met een kanon.»

HUMO Sommigen zeggen dat de staat macht naar zich toe wil trekken.

SHRIVER «Ja, er zullen vast regeringen zijn die er genoegen in scheppen om burgerrechten overboord te gooien, maar ik heb niet zulke paranoïde gedachten. Veruit de meeste ambtenaren en beleidsmakers zijn welwillende mensen die onbewust het belang van hun werk opkrikken door met de beste bedoelingen steeds nieuwe regels te bedenken. Ze willen graag íéts doen. En ze willen zeker niet verantwoordelijk worden gehouden voor de dood van burgers. Maar laten we wel wezen: ze lijden aan een vorm van bijziendheid, want ze zijn verantwoordelijk voor de totale verwoesting van de economie.»

HUMO En nu nemen ze fundamentele burgerrechten af, zonder dat ze al te veel weerwerk krijgen.

SHRIVER «Zo blijkt weer hoe makkelijk het is om een volk te intimideren en te manipuleren. In naam van de veiligheid zijn we bereid vrijheden op te offeren, zelfs het recht om je huis te verlaten of bezoek te ontvangen. Bangmakerij is een standaardtechniek: autoritaire leiders wijzen graag op dreigende gevaren van buitenaf. Nu, in West-Europa zijn de intenties ongetwijfeld redelijk onschuldig, maar als een staat structureel autoritairder is geworden – ook als dat zonder kwade bedoelingen is gebeurd – kan het ontsporen.»

HUMO Wat bedoelt u daarmee?

SHRIVER «De Britse politie heeft al boetes uitgedeeld aan mensen die in hun eentje midden in een groot grasveld aan het zonnebaden waren. In New York werd een vrouw tegen de vloer gewerkt door meerdere politieagenten tegelijk op een perron van de metro, omdat ze geen mondkapje droeg. Maken zulke mensen de samenleving werkelijk onveiliger? Ik dacht het niet. Het draait om de eis tot absolute gehoorzaamheid.»

HUMO Is dat dan het begin van tirannie?

SHRIVER «Een tirannie kan onbewust ontstaan. Je krijgt intimidatie, mensen worden bang, ze geven elkaar aan. Je kunt maar beter gehoorzamen en afstand houden, of anders… krijg je een boete, dan maken we de lockdown nog wat strikter. Er is nu een precedent gecreëerd voor wat de overheid en de politie zich mogen veroorloven in een ogenschijnlijk nog altijd moderne democratie. Dat is beangstigend, zowel voor de economie als voor onze burgerrechten en vrijheden.»

HUMO Als je vrijheden eenmaal weggeeft, is het moeilijk om ze terug te krijgen?

SHRIVER «Precies. Zelfs je recht om buiten over de stoep te lopen is nu voorwaardelijk, iets wat ze je elk moment kunnen afnemen. Dat geldt ook voor het recht op samenkomen met andere mensen. Voor een overheid is het natuurlijk heel prettig om dat af te nemen, want hoe kun je dan nog protesteren? Er was onlangs een demonstratie in Hyde Park in Londen en sommigen werden gearresteerd. Dat is toch niet zoals het hoort?»

               SORRY, FOUTJE!

Na ons gesprek stuurt Shriver een haast verontschuldigende e-mail: ‘Omdat ik zo geïsoleerd leef, heb ik bij contact met een real other person de neiging verbaal te exploderen.’ Maar er zal nog één en ander nasmeulen, zegt ze. Ze bereidt zich voor op een lange strijd. ‘Eén van de grote vergissingen die veel mensen maken, is te denken dat alles voorbij zal zijn als de lockdown wordt opgeheven. Volgens mij is de lockdown pas het begin. Het zal voor overheden belangrijk zijn dat die ook achteraf gerechtvaardigd zal zijn. Dus hebben ze alle belang bij een overdrijving van het gevaar.’

HUMO Waar zal dat volgens u toe leiden?

SHRIVER «Er komt een moment dat we op deze periode zullen terugkijken en ons zullen afvragen of het werkelijk zo’n vreselijk virus was. We zullen het aantal coronadoden in een historische context plaatsen en het afwegen tegen andere doodsoorzaken. Dan zal het ons opvallen dat in 2018 anderhalf miljoen mensen stierven aan tuberculose: een getal waar we met corona zeker onder zullen blijven en waar niemand zich toen echt druk om maakte.»

HUMO Zonder een grootschalige lockdown was het aantal coronadoden misschien veel hoger geweest.

SHRIVER «Misschien. Maar als je kijkt naar de cijfers uit verschillende landen, volgt het verloop een vergelijkbaar patroon, ongeacht het beleid. Er is absoluut geen statistische correlatie tussen hoe strikt de lockdown was en de mate van besmettingen. Als we vervolgens die cijfers afwegen tegen de economische gevolgen van de maatregelen, zullen we zelf conclusies moeten trekken. De overheid zal dat niet voor ons doen. Geen enkele beleidsmaker zal zeggen: ‘Oeps, dat was waarschijnlijk een foute inschatting van ons. Sorry!’ De vernietiging zal zo immens zijn dat niemand bereid is daarvoor de verantwoordelijkheid te nemen. Het wordt dus heel moeilijk om de waarheid boven tafel te krijgen. Dat zullen wij, gewone burgers, moeten doen, want er is nog lang geen einde aan de propaganda in zicht.»

HUMO Als de reactie op het virus overtrokken was, zoals u stelt, wanneer krijgt u dan gelijk?

SHRIVER «Dat zal nog járen duren. Maar ik heb geduld. Het is frustrerend dat mijn mening geen enkel verschil maakt: dat hoort bij de frustraties van de journalistiek. Ik geloof niet dat mijn columns het overheidsbeleid zullen veranderen. Als commentator sta je langs de zijlijn.»

HUMO En als u ongelijk krijgt?

SHRIVER «Ik zou het heerlijk vinden! Het zou fantastisch zijn als achteraf blijkt dat hooguit een paar ongezonde bedrijfjes zijn gesneuveld en dat er snel een golf van nieuwe creativiteit en ondernemingszin kwam die mensen aan het werk zet, hun leven weer kleur geeft en de zon doet schijnen. Maar kijk om u heen. De halve winkelstraat is dicht, de werkloosheid schiet omhoog. Gelooft ú het?»

BOEK: ‘De weg van de meeste weerstand’ van Lionel Shriver verschijnt op 4 juni bij Atlas Contact.

De derde wereldoorlog

‘Het was oorlog. Maar we hadden geen kogels’

Terwijl iedereen naar de ziekenhuizen keek, reden de lijkwagens af en aan in de Vlaamse woonzorgcentra. Vier weken vochten ze daar om maskers, tests en aandacht. Een reconstructie.

De Standaard – Door Foto’s 

De overgebleven spullen van de overleden bewoners van woonzorgcentrum Westervier in Brugge worden in afwachting van ophaling opgeborgen in de ondergrondse parkeerruimte.

‘Ik heb alle begrafenisondernemers in de buurt leren kennen.’ Dirk Snauwaert zit op een bankje in de Brugse zon. Het is eind mei. De directeur van woonzorgcentrum Westervier herademt even na helse maanden. Op 1 april stierf zijn eerste bewoner. Op 15 april waren er al 25 overlijdens. Ondertussen staan er 36 kamers leeg. Bijna een derde van zijn 118 mensen sneuvelde aan covid-19. ‘Soms vertrokken hier drie lijkwagens op één dag’, vertelt Snauwaert. ‘We hebben bewoners gehad die ’s morgens nog in de leefzaal zaten te praten. Vervolgens werden ze kortademig. Daarna suf. En ’s avonds waren ze weg. Het ging razendsnel. Verschrikkelijk.’

Snauwaert is aangeslagen. Hij kampt, net als veel collega’s, met schuldgevoelens. Hij vraagt zich af wat er fout liep. Maar hij is ook boos. Snauwaert had het geluk dat hij via de groep waarvan zijn woonzorgcentrum deel uitmaakt – Curando – aan mondmaskers raakte. Voor het overige botste hij vooral op schaarste. Zijn vaste leverancier slaagde er niet langer in om zuurstof te bezorgen. Voor bleekwater moest hij naar een Brico-filiaal. En omdat er geen tests waren, moest hij zijn bewoners met dementie die covid-19-symptomen vertoonden op hun kamer isoleren. ‘Misschien was dát nog het moeilijkst’, zegt hij. ‘Die mensen hebben hun vrijheid nodig. Als je die afneemt, gaan ze heel snel achteruit.’

Snauwaert steekt niet weg dat ze zich in Westervier behoorlijk verlaten voelden. ‘Onze sector wordt al jaren stiefmoederlijk behandeld’, zegt hij. ‘Dat was deze keer niet anders. Het was oorlog. Ik moest mijn mensen naar het front sturen. Maar we hadden geen kogels. Iedereen focuste aanvankelijk op de ziekenhuizen. Men dacht: die woonzorgcentra, dat zijn toch al sterfhuizen, als ze daar iets vroeger gaan, dan is het maar zo.’

Gezocht: crisisplan

Op maandag 23 maart arriveren er eindelijk 4,5 miljoen mondmaskers op de luchthaven van Bierset. Om 6 uur 22. Wouter Beke weet het nog precies. Hij heeft die nacht niet geslapen

Bijna nergens sloeg het coronavirus zo hard toe als in Vlaanderen. Dat had alles te maken met het gigantische drama dat zich in de rusthuizen voltrok. Volgens de laatste cijfers van Sciensano stierven er in deze regio, vermoedelijk, iets meer dan 4.700 mensen aan covid-19. Ruim 2.600 van die slachtoffers – of ongeveer 55 procent – kwamen aan hun eind in een Vlaams rusthuis. Daarnaast raakte een belangrijk deel van de coronapatiënten die in een ziekenhuis overleden, besmet in een woonzorgcentrum. Zo stijgt het aantal ‘woonzorgslachtoffers’ al snel richting 3.000, of naar ongeveer 65 procent van het totaal.

De afgelopen weken sprak De Standaard met meer dan 40 betrokkenen. Ze werden allemaal compleet overrompeld. In de woonzorgcentra ging men de crisis in met een gebrek aan beschermend materiaal. Bij de Vlaamse overheid stelden de ambtenaren al snel vast dat een aantal cruciale diensten onderbemand was. En ook op Vlaams politiek niveau holde men achter de feiten aan. Toen België geen maskers en geen tests in voorraad bleek te hebben, zat men klem.

Achteraf is het makkelijk. Niemand zat in januari al in pandemiemodus. En toch is het verwonderlijk dat niet meteen alle alarmbellen afgingen, toen covid-19 vooral oudere mensen bleek te treffen. De sector van de woonzorgcentra is sterk uitgebouwd in Vlaanderen, er verblijven ongeveer 85.000 ouderen. Omdat er de laatste jaren zo op thuiszorg werd ingezet, is het een steeds kwetsbaardere populatie. Bovendien lag er geen crisisdraaiboek klaar. In 2009, ten tijde van de Mexicaanse griep, schreven de ziekenhuizen een 58 pagina’s tellend pandemieplan. Voor de woonzorgcentra ontbrak zo’n scenario.

Om de veiligheid van de bewoners in Westervier, Brugge, te garanderen is een veiligheids­perimeter voorzien.

Puntje 22, varia

In januari maakt Dirk Dewolf zich nog geen grote zorgen. Dewolf is een ervaren vijftiger, gestaald op christendemocratische kabinetten. Sinds 2014 leidt hij het Agentschap Zorg en Gezondheid, dat verantwoordelijk is voor de woonzorgcentra. Op 20 januari haalt corona een eerste keer de vergadering van zijn directieteam. Het virus duikt in het verslag op als puntje 22, bij de varia: ‘De voorzitter (Dewolf dus, red.) vraagt aan de afdeling Preventie om de evolutie van deze problematiek nauwlettend op te volgen.’ Een paar dagen later brieft hij Wouter Beke, zijn voogdijminister. Zijn boodschap: er is geen reden tot ongerustheid.

Dat gevoel blijft nog een hele tijd hangen. Op 27 februari, twee weken voor de woonzorgcentra in lockdown gaan, stuurt Dewolfs Agentschap voor het eerst een nieuwsbrief over het virus uit. Die is niet alarmistisch. De richtlijnen voor woonzorgcentra zijn slechts zeven zinnen lang. Er wordt nergens gevraagd om uitbraakplannen op te maken. ‘Momenteel doen de meeste besmettingen zich voor in het buitenland’, schrijft het Agentschap. ‘Bewoners van woonzorgcentra lopen op dit moment bijgevolg een bijzonder klein risico op besmetting.’ En: ‘Het volstaat om met extra aandacht de adviezen toe te passen die ook andere virale infecties (bv. griep) helpen voorkomen.’ Vandaag tellen de richtlijnen meer dan veertig pagina’s.

De sfeer verandert pas echt aan het eind van de krokusvakantie. De berichten uit Italië zijn steeds onrustwekkender. Vanaf zondag 1 maart ziet Dewolf ook iets anders gebeuren, vanop de eerste lijn. Dat de terugkerende skiërs het virus ook in de Vlaamse samenleving injecteren. Zijn team Infectieziekten is bevoegd voor de contacttracing van wie positief test in Vlaanderen. Naarmate de week vordert, schiet het aantal besmettingen de hoogte in. Ze werken elke dag keihard, tot ’s avonds 10 uur. Maar ze staan voor een hopeloze opdracht. Op donderdag 5 maart moeten ze al achter 70 nieuwe gevallen aan. Terwijl er slechts een 15-tal mensen zit te bellen.

‘Waarom werden mondmaskers afgeraden in woonzorgcentra die een voorraad hadden? Zo vielen er meer doden’

Dominique RoodhoofdtCeo van Zorg-Saam

‘Mijn mensen zijn radeloos en overwerkt’, schrijft Dewolf die avond in zijn corona-notities. Hij beseft stilaan dat de containment-strategie onhoudbaar is en dat er een grotere crisis zit aan te komen. Al is het hem dan nog niet duidelijk dat die in zijn eigen achtertuin zal toeslaan. De berichten die uit Italië doorsijpelen, gaan vooral over de ziekenhuizen. Die kunnen de toevloed aan patiënten niet meer aan. Over de Italiaanse rusthuizen is er dan nauwelijks nieuws. Het vertroebelt de blik van de beleidsmakers. De woonzorgcentra lopen een achterstand op die niet meer goed te maken is.

Belgische crisismachine

Ondertussen gaat het federale niveau in krijgsmodus. Op maandag 2 maart schiet Pedro Facon in actie. De directeur-generaal van de FOD Volksgezondheid maakt zich grote zorgen. Hij belt onder meer naar Margot Cloet, gedelegeerd bestuurder van Zorgnet-Icuro: ‘Kijk naar Italië, Margot, het komt niet goed.’ Cloet heeft in haar koepel alle Vlaamse ziekenhuizen zitten. Facon wil die voorbereiden op een grote crisis. De dag nadien wordt er al een eerste keer vergaderd, samen met de experten Erika Vlieghe en Marc Van Ranst.

Kamer van een aan covid-19 overleden bewoner in woonzorgcentrum Atrium in Kraainem.

Cloet is onder de indruk van Facons aanpak. Er wordt dagelijks samengezeten, telkens op hetzelfde uur, met een strakke agenda. Het mondt op vrijdag 13 maart uit in de beslissing om alle Belgische ziekenhuizen om te bouwen tot coronaziekenhuizen. In een mum van tijd wordt het aantal intensive care-bedden opgetrokken. Van bij het begin is er ook flankerende steun. De eerste ‘prioriteitenlijstjes’ worden opgesteld. Daarin staan de ziekenhuizen steevast bovenaan.

‘Op 27 maart kwamen de ambulanciers binnen, keken de kamer in en zeiden: “Da’s covid”. Waarna ze weer weg waren’

Kathy Huybrechts

Directrice woonzorgcentrum Atrium

Maar Cloet begint zich ook zorgen te maken. Ze vraagt zich af hoe de woonzorgcentra, die sinds 2014 een bevoegdheid van de Vlaamse regering zijn, worden voorbereid. Ze kent de sector goed. Cloet heeft in haar koepel ook meer dan 300 rusthuizen. Ze was tot twee jaar geleden de kabinetschef van Jo Vandeurzen, de voorganger van Beke op het departement Welzijn. Cloet weet dat de woonzorgcentra kwetsbare organisaties zijn, met veel risicobewoners en met een managementcapaciteit die veel kleiner is dan die van de ziekenhuizen.

Haar punt is niet dat er niet vergaderd wordt in Vlaanderen. Op woensdag 4 maart roept ook Beke de troepen samen op zijn kabinet. Maar die Vlaamse vergaderingen missen focus en urgentie. Die woensdag aanhoort Cloet een vrijblijvende inleiding tot het coronavirus. Er worden, behalve de afgelasting van de Dag van de Zorg, geen knopen doorgehakt.

Slapeloze nacht

Wouter Beke onthoudt iets anders van die bijeenkomst. Hij hoort dat de koepels, ook die van Cloet, hun huiswerk niet hebben gemaakt. Ze blijken met een tekort aan mondmaskers te kampen. Dirk Dewolf noemt dat ‘het begin van mijn eerste nachtmerrie’. Het probleem blijkt immers niet eenvoudig op te lossen. Een paar dagen later laat de federale regering weten dat Vlaanderen geen beroep kan doen op de federale noodstock. Die is volledig vernietigd, tussen 2015 en 2018, een fatale beslissing van federaal minister Maggie De Block. Daardoor zit ook Vlaanderen in slechte papieren. Beke wijst naar de werkgevers en de koepels, die te weinig aan een eigen stock hebben gewerkt, en naar de federale overheid, die in tijden van pandemieën bevoegd is voor crisisbeheer. Even goed stelt zich de vraag of een deelstaat die ruim 800 rusthuizen bestiert niet over een eigen voorraad had moeten beschikken.

‘Mensen zeggen: zoveel doden! Het maakt je onzeker. Ben ik verantwoorde­lijk voor de dood van al die mensen?’

Leen Smits

Arts woonzorgcentrum Akapella

Daarover nadenken, daar is begin maart geen tijd voor. Vlaanderen begint aan een calvarietocht. Eerst besluit het zich aan te sluiten bij een mondmaskerbestelling van de federale regering. Dat loopt mis. Op zaterdag 14 maart wordt het Beke duidelijk dat de firma Mossa zijn belofte niet kan waarmaken. Vervolgens beslist Vlaanderen solo te gaan. Het gaat scheep met de firma Life. Ook dat wordt een thriller. Eerst is gemeld dat een vliegtuig met 4,5 miljoen maskers op vrijdag 20 maart zal arriveren. Vervolgens wordt het zaterdag. Beke wordt ongerust: vanuit de woonzorgcentra vangt hij signalen op dat ze ‘nog twee of drie dagen’ toekomen. Uiteindelijk landt het vliegtuig op maandag 23 maart. Om 6 uur 22. Beke en Dewolf weten het nog heel precies, ze sliepen die nacht niet. Hun zucht van verlichting was tot in Bierset te horen.

Zwaaien naar bewoners in Westervier, Brugge, die positief testten.

Dat wil niet zeggen dat die schaarste geen grote gevolgen heeft. Ze sijpelt volop door in de eerste richtlijnen die naar de woonzorgcentra worden gestuurd. Een algemene verplichting om mondmaskers te dragen binnen de muren van het rusthuis is wekenlang geen optie. Op 6 maart hamert het Agentschap, in een eerste mondmaskeradvies, al meteen op ‘rationeel’ gebruik: ‘Vermijd verspilling’. Later worden de richtlijnen geregeld aangescherpt. Op 11 maart, net voor de sluiting van de woonzorgcentra, schrijft het Agentschap: ‘Er moet verboden worden dat medewerkers die niet betrokken zijn bij de verzorging van bewoners routinematig mondmaskers dragen.’

‘Dat heeft verstrekkende gevolgen gehad’, zegt Dominique Roodhooft. Ze is de ceo van Zorg-Saam, een groep van 15 woonzorgcentra in Oost-Vlaanderen. Twee van die centra kregen al heel vroeg met een uitbraak te kampen. ‘Telkens was een medewerker besmet teruggekeerd van een skivakantie. Het enige wat toen had kunnen helpen, waren mondmaskers. Wij begrijpen dat ze de sector geen verplichting wilden opleggen. Er waren er niet genoeg. Maar waarom ook het gebruik ervan afraden in woonzorgcentra die wel maskers in voorraad hadden? Dat hebben we nooit begrepen. Zo raakten meer bewoners besmet. Zo vielen er meer doden.’

Waarom, Margot?

Het is duidelijk dat de woonzorgcentra niet in perfecte omstandigheden op hun lockdown afstevenen. De schaarste aan mondmaskers leidt tot waanzinnige toestanden. Iedereen probeert een lading op de kop te tikken, maar dat lukt de ene al beter dan de andere. Inge Vervotte, die vijf woonzorgcentra heeft in haar Emmaüs-groep, kan haar aankoopdienst activeren. Andere directies, vaak van kleinere instellingen, zitten met de handen in het haar. Bij de Belgische Federatie van Zorgkundigen lopen berichten binnen over personeel dat onbeschermd naar het front wordt gestuurd.

Het is exemplarisch voor de chaotische manier waarop de lockdown van de woonzorgcentra wordt doorgeduwd. Op woensdag 11 maart zegt Beke ’s ochtends op de radio nog dat er geen sluiting komt. Dat staat ook in de mail die het Agentschap Zorg en Gezondheid rond 8 uur naar alle directies stuurt. Even later laat Margot Cloet weten dat haar instellingen wél op slot gaan. Beke belt Cloet boos op: ‘Waarom zeg je dat, Margot?’ Hij werpt op dat hij niet tegen een sluiting is, maar dat hij ze eerst concreter wil plannen, om onrust te vermijden. Wat is Cloet bijvoorbeeld van plan met de mantelzorgers? Er komt geen antwoord. Maar Beke ziet zich een paar uur later wel gedwongen om Cloet te volgen. Het zet het beeld van een minister die moet achtervolgen.

Het leidt niet tot rust. De praktische richtlijnen waarin de ruim 800 woonzorgcentra wordt uitgelegd hoe ze vanaf 12 maart ’s ochtends dicht moeten, gaan pas om 11 maart na  10 uur ’s avonds de deur uit. In Kraainem, in woonzorgcentrum Atrium, hebben de 44 bewoners een paar uur voordien al afscheid genomen van hun familie. Directrice Kathy Huybrechts herinnert zich nog goed hoe innige omhelzingen die namiddag niet te vermijden waren.

‘De dag nadien viel onze hoofdverpleegster uit’, vertelt Huybrechts. ‘Op vrijdag bleek de kine ziek. Op zaterdag sneuvelde iemand van de onderhoudsploeg. En op zondag was er een zorgkundige met symptomen. Uiteindelijk bleken 14 van mijn 32 personeelsleden besmet. Ik heb toen een matras in mijn bureau gelegd om hier te blijven slapen. Anders kregen we het niet rond.’

Geconfisqueerde schorten

De woonzorgcentra hebben geen enkel overschot op personeelsvlak. Als er iets misloopt, zitten ze op hun tandvlees. Het is niet dat er de afgelopen jaren niet geïnvesteerd werd. Alleen gingen de extra middelen vooral naar nieuwe gebouwen. Zo werden de lange wachtlijsten weggewerkt. Voor menselijke omkadering bleef er minder geld over, terwijl de zorgprofielen steeds zwaarder werden. Bijkomend probleem: in woonzorgcentra werken veel minder verpleegkundigen dan in ziekenhuizen. Het merendeel van de personeelsleden is zorgkundige. Ze werken keihard, tegen een karig loon, maar zijn minder vertrouwd met handhygiëne of het gebruik van mondmaskers.

‘Bij ons in Kraainem vielen zes van de acht verpleegkundigen uit’, vertelt Kathy Huybrechts. ‘Op 20 maart overleed onze eerste bewoner. Er zijn 14 van onze 44 mensen gestorven. We voelden ons aan ons lot overgelaten. De huisartsen zagen we plots niet meer. Toen er drie mensen in één dag stierven, trok ik aan de alarmbel bij het Agentschap. Ze hebben toen iemand gestuurd. Die man is hier rondgewandeld en zei: “Jullie doen alles zoals het hoort”. Hij kon niet helpen. Bij zijn vertrek las ik in zijn ogen: je gaat er nog moeten afgeven. Het probleem was dat wij een van de eerste centra met een uitbraak waren. Het crisismanagement stond nog niet op punt. Er zat niets anders op dan te improviseren. En ja, we hebben dingen gedaan die niet toegelaten waren. We zijn wegwerpschorten beginnen te wassen. Anders hadden we er geen.’

Kraainem is niet het enige woonzorgcentrum waar het al snel fout gaat. Vanaf 20 maart komen er ook andere onheilsberichten. In Sint-Gillis-Waas is er een stevige uitbraak. In Sint-Truiden is het nog vroeger prijs. Tegelijk gaat het in de media alleen maar over de ziekenhuizen. Elke dag wordt meegegeven hoeveel mensen er op intensive care liggen. Tijdens haar beleidstoespraak in de Kamer, op dinsdag 17 maart, noemt premier Sophie Wilmès de ziekenhuizen de ‘eerste prioriteit’. Over de woonzorgcentra heeft ze het niet. Over de woonzorgcentra heeft ook Vlaams minister-president Jan Jambon, totaal afwezig in deze crisis, het niet. Over de woonzorgcentra heeft niemand het.

‘Op een dag kregen we orders van de wasserij’, vertelt Dominique Roodhooft van Zorg-Saam. ‘We moesten alle wasbare schorten inleveren. Ze werden geconfisqueerd, omdat de ziekenhuizen er heel veel nodig hadden.’ Het is niet de enige keer dat Roodhooft zich zal storen aan die hegemonie. Ze leest voor uit een mail van een naburig ziekenhuis. Daarin wordt benadrukt dat bewoners met een hoge frailty-score niet meer welkom zijn. ‘Letterlijk: bij gebrek aan zuurstof verwijzen we naar alternatieven, zoals morfine. Dat betekent dus dat je die mensen platspuit. Dat heeft er bij ons stevig ingehakt.’

‘Dit is fout’

Adviesraden stellen in die dagen richtlijnen op waarmee ze de indruk versterken dat de woonzorgcentra er alleen voor staan. Het ethisch comité van het UZ Leuven zegt op 18 maart dat er, in geval van hoge nood, eventueel op leeftijd getrieerd kan worden bij de intensive care-afdelingen. Een paar dagen later komt de Belgische Vereniging voor Geriatrie en Gerontologie met een advies. Ze wijst erop dat het niet zinvol is om elke oudere nog naar een ziekenhuis over te brengen. Soms is het beter mensen waardig te laten sterven in een woonzorgcentrum.

Het is een erg genuanceerde tekst, maar Beke vloekt als hij hem op 24 maart leest. ‘Dit is fout’, denkt de minister. Hij verstuurt een persbericht. Hij wil de indruk wegnemen dat woonzorgcentra geen mensen meer mogen doorsturen. Op het terrein komen de richtlijnen van zijn eigen Agentschap echter dubbelzinnig over. Daarin staat dat een opname in het ziekenhuis ‘aangewezen’ kan zijn. Maar de passus wordt, naarmate de crisis vordert, almaar langer en strenger. In die laatste week van maart wordt toegevoegd dat een overdracht ‘niet mogelijk’ is als er niet voorafgaand overlegd is met de behandelende arts van het ziekenhuis.

De ziekenhuizen zijn nooit gestopt met patiënten uit woonzorgcentra op te nemen. Dat bewijzen de cijfers van Sciensano. Maar heel wat mensen, zoals Margot Cloet, zijn ervan overtuigd dat adviezen zoals die van de geriaters op sommige plekken een rol hebben gespeeld. Ook het Agentschap lijkt op 31 maart iets te willen rechtzetten. ‘Het gebruik van een flowchart mag niet misbruikt worden door ziekenhuizen om geen bewoners van woonzorgcentra meer op te nemen’, klinkt het plots. Misschien heeft dat te maken met een incident in Kraainem?

‘We hebben twee keer een probleem gehad’, vertelt Kathy Huybrechts, de directrice van woonzorgcentrum Atrium. ‘Op 27 en 28 maart. De ambulanciers kwamen binnen, keken de kamer in en zeiden: “Da’s covid”. Waarna ze weer weg waren. Een andere keer werd een bewoner pas meegenomen na een pijnlijke discussie. Wie het niet heeft meegemaakt, kan niet bevatten wat er in de woonzorgcentra is gebeurd. Hoe wij moesten ploeteren! Hoelang we op tests moesten wachten!’

Eigenaardig momentje

Zeg dat eind maart niet tegen federaal minister Philippe De Backer. De liberaal is een week voordien op het coronatapijt verschenen. Hij moet de testcapaciteit optrekken. Dat is niet alleen belangrijk om de lockdown van het land te lossen. Het is ook cruciaal voor de woonzorgcentra die met een uitbraak kampen. Zij moeten hun bewoners die met covid-19 besmet zijn, kunnen isoleren van de gezonde bewoners. Om te kunnen ‘cohorteren’ moeten ze natuurlijk wel eerst weten wie tot welke groep behoort. Helaas sukkelt ons land ook met een acuut tekort aan reagentia en wissers. Daarom heeft de Risk Management Group, het orgaan dat de volksgezondheid moet beschermen in crisistijd, op 12 maart beslist dat enkel mensen met ernstige symptomen nog getest kunnen worden.

In de laatste dagen van maart maakt De Backer zich echter sterk dat hij breder kan beginnen te testen in de woonzorgcentra. Daarvoor heeft hij de volle steun van Wouter Beke. Het is een van de weinige onderwerpen waarover de twee excellenties het in deze crisis eens zijn. Maar de Risk Management Group staat op de rem. Dat is te wijten aan de houding van Sciensano, voorheen het Wetenschappelijk Instituut voor Volksgezondheid, maar ook aan die van de huisartsen. Die vrezen dat de capaciteit nog altijd niet voldoende groot is.

Het verhit de gemoederen. Uiteindelijk beslissen de politici op 1 april, tijdens een Interministeriële Conferentie, om het oordeel van het crisisorgaan gewoon te negeren. Dat gebeurt niet op tactvolle wijze. De Backer vraagt de inloggegevens van de Zoom-meeting van de RMG die aan de gang is. Hij verschijnt in beeld en zegt: ‘Jullie kunnen stoppen met discussiëren over die tests in de woonzorgcentra, we hebben dat al beslist, we gaan dat doen.’ ‘Een eigenaardig momentje’, geeft een lid van de RMG toe.

Door die hele discussie gaan er opnieuw enkele cruciale dagen verloren. Dat ergert ook Dirk Dewolf, de topman van het Agentschap. Hij ziet de crisis elke dag groter worden. Dewolf heeft al weken geen rust meer genomen. Een paar dagen voordien, op zondag 29 maart, is hij voor het eerst nog eens gaan wandelen met zijn vrouw. Even ontspannen. Tot Wouter Beke belt: ‘Het gaat de slechte kant uit in Sint-Truiden, Dirk, de begrafenisondernemers kunnen niet meer volgen.’ De twee heren zien de beelden van Bergamo op hun netvlies passeren. Ze zijn een paar dagen later dus héél erg opgelucht dat er eindelijk getest kan worden in een aantal van hun instellingen.

Voor vroeg getroffen centra, zoals woonzorgcentrum Akapella in Kapelle-op-den-Bos, komt de beslissing niets te vroeg. Daar zijn de eerste besmette bewoners opgedoken rond 20 maart. Op 28 maart overleed er een eerste bejaarde. Maar testen en vervolgens cohorteren, dát zat er niet in. ‘Op 9 april waren er al 12 mensen gestorven’, vertelt directeur Yves Peleman. ‘Maar de tests arriveerden pas op 10 april, om kwart voor 11 ’s avonds. Vervolgens duurde het nog dagen voor ze weer werden opgehaald. Zo ging het met alles. We schreeuwden om hulp, maar moesten wachten, wachten, wachten.’

Bom

In het weekend van 4 en 5 april barst de bom pas echt, toch bij het grote publiek. In Humbeek loopt het helemaal mis in woonzorgcentrum Den Bogaet. Daar zwaait Bernard Deryckere de plak, hij heeft een vijftal rusthuizen in zijn portefeuille. Het rusthuis heeft al een hele tijd een ‘reputatie’. Toch zijn enkele huisartsen uit de buurt die er gaan bijspringen in shock. Ze treffen er uitwerpselen aan op de gang. Bewoners krijgen te weinig drank, uit vieze, plastieken bekertjes. Mismanagement en personeelsuitval hebben van Den Bogaet een slagveld gemaakt.

Dat haalt ook de nationale tv-journaals. Het katapulteert de woonzorgcentra naar het middelpunt van de aandacht. Ook Margot Cloet, de gedelegeerd bestuurder van Zorgnet-Icuro, is aangedaan, ook is al Den Bogaet geen lid van haar koepel. Ze woont in de buurt, haar huisarts is er gaan helpen. Cloet contacteert Beke: ‘Het loopt compleet mis, Wouter.’ Ze heeft het gehad. Twee dagen later gooit ze, als gast in Het journaal van 19 uur op de VRT, ook een mediatiek bommetje. Haar boodschap, kort samengevat: ‘Het is genoeg geweest.’ Ze vindt dat er eenheid van commando nodig is in Vlaanderen, naar Belgisch voorbeeld.

Wouter Beke vloekt, alweer. Hij heeft Cloet vooraf gebrieft over het tienpuntenplan waaraan hij aan het sleutelen is. Hij vindt de vergelijking met de federale aanpak onrechtvaardig. Als Vlaanderen geen mondmaskers heeft en niet kan testen, dan vooral omdat België het zo heeft laten afweten. Hij ergert zich, algemener, aan al het communicatiegeweld om zich heen, van Cloet maar ook van Philippe De Backer. Hij zegt dat hij niet moet opkomen voor een sector, zoals Cloet, maar oplossingen moet zien te vinden. Véél moeilijker.

Beke is niet de enige die een wrang gevoel overhoudt aan de klokkenluidersrol van de topvrouw van Zorgnet-Icuro. Er zijn nog wel wat mensen die erop wijzen dat Cloet, als ex-kabinetschef van Vandeurzen, mee verantwoordelijk is voor een beleid dat de afgelopen maanden stevige gebreken bleek te vertonen. Dan wordt er gewezen op het tekort aan personeel. Op de normen voor leidinggevenden die niet streng genoeg werden gemaakt. Op de controlerende en raadgevende artsen die een beter statuut hadden moeten krijgen. Op de schaalvergroting en de privatisering. ‘Waar was Cloet toen?’

Het belet niet dat minister Beke een probleem heeft. In de kranten begint het kritische stukken te regenen. De sector schreeuwt om hulp. Maar Beke krijgt de crisis niet onder controle. Zijn ploeg mist ervaring. Zijn kabinetschef is pas sinds nieuwjaar aan de slag. Het is tijd voor een hulplijn, beseft de minister. Hij weet dat er twaalf verdiepingen lager iemand kantoor houdt die net verkozen is tot ‘Overheidsmanager van het Jaar’. Hij neemt zijn telefoon. Het is dinsdag 7 april. Hij vraagt Karine Moykens om even in de lift te stappen.

Moykens’ move

Moykens is de secretaris-generaal van het departement Welzijn, Gezondheid en Gezin. Tot nu toe heeft ze de coronacrisis vanop afstand gevolgd. Ze heeft Dirk Dewolf bijvoorbeeld geholpen toen zijn Agentschap in personeelsnood terechtkwam. Maar nu vraagt Beke haar om midden in het gewoel te gaan staan, als voorzitster van een nog op te richten taskforce. Moykens formuleert slechts één voorwaarde: ze wil dat die taskforce zich niet alleen met de woonzorgcentra maar met álle voorzieningen in de zorg bezighoudt. Beke vindt dat geen probleem: ‘Ik leg mijn lot in jouw handen, Karine.’

Zoals veel andere hoofdrolspelers in dit verhaal heeft Moykens een verleden op christendemocratische kabinetten. Als ex-kabinetschef van Vandeurzen kent ze de zorgsector als haar broekzak. Ze activeert haar hele netwerk. En ze beslist om dagelijks te vergaderen, telkens op hetzelfde uur, behalve op zondag. Ze resumeert aan het eind van elke vergadering wat beslist is. Er komt structuur, rust, vooruitgang.

Al botst ook Moykens op de twee structurele problemen waarvan deze woonzorgcrisis doordrongen is: schaarste en institutionele wirwar. Neem nu die mondmaskers. Op 15 april blijkt uit een analyse van de testresultaten in de woonzorgcentra dat ook heel wat personeelsleden zónder covid-19-symptomen besmet zijn. De taskforce vindt dat belangrijke info. Ze wil alle personeel, ook de onderhoudsmensen, aanraden om een mondmasker te dragen. Het lijkt de logica zelve. Eind maart berichtte De Standaard al over een studie van professor Gabriel Leung. Daarin stond dat patiënten het virus al dagen voor ze symptomen hebben kunnen verspreiden.

Alleen staat in de richtlijnen van het Agentschap Zorg en Gezondheid op 10 april nog steeds dat zorgverleners zonder luchtwegklachten en zonder koorts alleen persoonlijke beschermingsmiddelen mogen dragen tijdens risicovolle contacten. Dat krijgt Moykens bijzonder moeilijk aangepast. Alweer gaat de Risk Management Group niet zomaar overstag. Alweer vreest een aantal mensen daar dat er tekorten zullen ontstaan. En zo duurt het uiteindelijk nog tot… 28 april voor het Agentschap kan melden dat iedereen zijn gezicht moet beschermen.

Nooit meer!

Moykens brengt vanaf 8 april rust in Brussel, maar op het terrein is daar aanvankelijk niets van te merken. Integendeel, de tweede week van april is de meest dodelijke week van de crisis. Elke dag vallen er honderden slachtoffers. De Vlaamse regering heeft beslist dat er op plekken waar het echt uit de hand loopt, zoals Humbeek, crisismanagers worden ingeschakeld. Een van hen is Patrick Laisnez. Hij werkt bij Probis, een consultancybedrijf dat door het Agentschap Zorg en Gezondheid is ingehuurd. Met zijn team stapt hij uiteindelijk op twaalf plekken af.

‘Ik zie één rode draad’, zegt Laisnez. ‘Er was véél te weinig aandacht voor hygiëne. We hebben de gekste dingen gezien: mensen die twee paar handschoenen over mekaar aan trokken of overschoenen droegen. Maar daarmee gingen ze dan wel van de ene naar de andere kamer. Zo strooiden ze het virus rond. We zagen lange gangen zonder één handpomp met alcoholgel.’ Laisnez verwijt het niemand. Hij is onder de indruk van het zorgpersoneel. ‘Maar in opleidingen moet daar veel meer aandacht naartoe.’

Laisnez draait al lang mee, maar verbergt niet dat de afgelopen maanden er stevig inhakten. Hij kwam in rusthuizen waar 45 procent van de bewoners het niet haalde. Waar oudjes lagen die zowel hun linker- als hun rechterbuurman waren verloren. ‘Ik had het zelf ontzettend moeilijk als ik nóg een zak met persoonlijke spullen naar de kelder van zo’n woonzorgcentrum moest dragen’, vertelt hij. ‘Voor het personeel was het natuurlijk nog veel emotioneler. Zij kenden die mensen persoonlijk. Ik verzeker u: dat gaat nog veel posttraumatische stress geven.’

Het is ook iets dat Johan Matthijs opmerkt, nog zo’n ervaren krijger. Matthijs werkt als coördinerend en raadgevend arts (CRA) in woonzorgcentrum Ter Venne in Sint-Martens-Latem. Daar was er, kort na Pasen, een uitbraak op de afdeling voor personen met dementie. Er zat niets anders op dan de mensen van elkaar te scheiden.

‘Verschrikkelijk’, herinnert Matthijs zich. ‘Ik zal de angst in hun ogen nooit vergeten toen ik in zo’n astronautenpak de kamer binnenwandelde. En dan die pijnlijke manier van afscheid nemen. Ik moest tegen een vrouw die haar man net had zien sterven na een paar minuten zeggen dat het afscheid erop zat. Dat schreven de regels voor. Ik heb mensen met dementie moeten testen, met zo’n neusswap. Ze begonnen me te krabben en te slaan, omdat ze niet begrepen waarmee ik bezig was. Die nacht heb ik niet geslapen. Dat wil ik nooit meer moeten doen.’

Stille autorit

Ook voor Beke volgt er nog een slapeloze nacht. Op 15 april beslist de Nationale Veiligheidsraad, in aanwezigheid van Jan Jambon, plotsklaps dat de woonzorgcentra één bezoeker mogen ontvangen. Zijn telefoon ontploft. De hele sector staat op stelten. Cloet gaat nog eens vol op het orgel, deze keer in De afspraak. En Beke blaast de operatie, waarvan hij niet op de hoogte was, meteen af. Hij stelt de bezoekregeling uit. Waarna er een telefoontje binnenloopt op zijn kabinet. Een vrouw is razend op de minister. Ze laat weten dat ze haar gehandicapt kind absoluut wil bezoeken. Als dat niet mag, pleegt ze zelfmoord. Het onheil kan worden afgewend, maar het is die avond heel stil in de dienstwagen van de minister.

Voor Beke zit er geen goede kant aan deze crisis. Hij speelde met slechte kaarten, kaarten die vaak door anderen waren uitgedeeld. Maar hij slaagde er ook niet in om de zaken in handen te nemen. Bovendien is er geen eenvoudige zondebok te vinden. Een aantal commerciële spelers kreeg zware klappen, zeker. In Halle overleed ongeveer een derde van de bewoners van een rusthuis van de Senior Living Group. Burgemeester Marc Snoeck ergerde zich geweldig aan de lethargie van de grote Franse groep. In Geel was de dodentol dan weer bijzonder hoog bij een instelling van Armonea, ook een groot Frans bedrijf.

De cijferaars in de administratie kunnen voorlopig geen groot patroon vinden. De commerciëlen, die ondertussen ongeveer een kwart van de sector controleren, werken vaak met minder personeel dan de openbare of de vzw-rusthuizen. Ze zijn oververtegenwoordigd op de lijst van voorzieningen die onder verhoogd toezicht van de Zorginspectie staan. Maar het valt niet te bewijzen dat het coronavirus bij hen harder heeft toegeslagen.

Wat valt dan wel op? Dat rusthuizen die intens samenwerkten met een ziekenhuis, wellicht beter gewapend zijn tegen onheil. En dat sterk management een troef is. Het zijn minder spectaculaire conclusies. Sowieso wordt het voor Beke niet evident om de sector een kwalitatieve stap voorwaarts te laten zetten met het half miljardje extra dat hij tijdens deze legislatuur kan besteden.

Rechtkrabbelen

Op haar terras in Leest probeert Leen Smits weer overeind te krabbelen. Ze heeft, als controlerend en raadgevend arts in woonzorgcentrum Akapella, waanzinnige weken achter de rug. Een aantal huisartsen van bewoners liet weten liever niet meer te komen. Daarop nam Smits de zorg in Kapelle-op-den-Bos volledig over. Er stierven uiteindelijk 23 van de 119 bewoners. Ze vertelt over de stress, de verscheurende beslissingen, de oververmoeidheid, de twijfels, het verdriet. Hoe ze begon te vermageren. Hoe ze op de duur aan niets anders meer kon denken. Hoe ze haar hoofd leeg probeerde te maken, even de radio aanzette en dan weer slechts één ding hoorde. Corona. Corona. Corona.

En dan dat knagende schuldgevoel. ‘Mensen stappen je praktijk binnen en zeggen: Akapella, zoveel doden! Dan weet je niet meer wat te zeggen. Het maakt je onzeker. Ben ik daar dan mee verantwoordelijk voor? Ben ik verantwoordelijk voor de dood van al die mensen? Tegelijk weet ik: zoveel slachtoffers waren al erg kwetsbaar, ze wilden niet meer naar het ziekenhuis. We hebben alles gedaan om zo goed mogelijk gevolg te geven aan hun wensen.’

Ze zucht. ‘Cijfers vertellen niets over de kwaliteit van het leven. Ze vertellen niets over de bewoner met gevorderde dementie die covid overleefd heeft, en van wie de dochter bijna niet hardop durft te zeggen: jammer. Maar we hebben die bewoner wél gered.’


Toen ik na een maand coronacrisis op Facebook schreef dat men van rusthuizen sterfhuizen had gemaakt, was menigeen verontwaardigd, maar ik wist toen al dat mijn gevoel juist zat.
Het is ook vanaf dan dat ik aan elke maatregel ben beginnen twijfelen en besloten heb om mijn eigen keuzes te maken. Mijn argwaan is nooit meer weggegaan.

De derde wereldoorlog

De derde wereldoorlog
is voorbij,
en onze vijanden
worden terug
onze familie
en vrienden.

Het verzet is opgerukt,
en de geallieerden
die vrede en welzijn
brengen,
strooien hoop en inzicht
om zich heen.

Werp dus
jullie maskers weg
en adem weer
volop vrij,
want de derde wereldoorlog
is voorgoed voorbij!

Micheline Baetens – 28.05.2020
(Met dank aan corona voor de inspiratie)