En na regen

De wiegende grashalmen
Liggen plat
Nu de regen
Met bakken
Uit de hemel
Valt.

Vanuit het venster
Van de deur
Ziet de tuinier
Dankbaar
En opgelucht
De tuin herleven
Door de langverwachte
Malse buien.

En na regen
Komt weer zonneschijn.

Micheline Baetens – 05.06.2020

Toch maar blijven ademen?

Op hetzelfde toontje, met hetzelfde middel – namelijk angst – betuttelde de kerk ons vroeger, en nu doet de wetenschap dat tijdens deze coronacrisis. En het wordt met de dag erger!

We mogen en kunnen niet meer leven zoals we willen, of we dreigen bestraft te worden. Dit keer niet met het vagevuur of de hel, maar met een boete, een sanctie, en vooral met de sterke afkeuring van ons gedrag door de rest van de maatschappij.

Anders denken, eigen keuzes maken, wordt ook nu weer fel afgekeurd en vervloekt.
We worden gemanipuleerd en men probeert ons schuldgevoelens aan te praten, en wie te luid zegt dat hij of zij wel zelf zal uitmaken wat gezond en redelijk is, is de vijand, de egoïst, de dommerik.

Ik begin mij dan ook stilaan af te vragen of wetenschappers eigenlijk wel evenwichtige mensen zijn, of geobsedeerde psychopaten. Vooral toen ik onderstaand krantenartikel las, over hoe we het best knuffelen met elkaar.

https://www.nieuwsblad.be/cnt/dmf20200604_04981371?articlehash=160D0BDA9B379CCA39A04880F679A6481E9ADFDF52A447AC522B4651EAE99562BB57B55248905C46BE9C3CF25EC8BD9388C9150C15A9B46CCA13C432DC5CAEB2

Stilaan zijn alles wat er in de media komt, alle maatregelen en alle raadgevingen van de experts, en alle politieke uitspraken er voor aan het zorgen, dat onze maatschappij die op een ongezonde manier al heel egoïstisch en narcistisch is, kwaadaardige reflexen krijgt.

Dit is de “vrolijkste passage uit het artikel:

Als twee personen van verschillende lengte knuffelen, is het risico groot dat de uitgeademde lucht van beiden zich gaat mengen en dat hij door beiden ingeademd wordt. Vandaar dat het wordt afgeraden om kinderen te veel te knuffelen. Wanneer beide knuffelaars in dezelfde richting kijken, is er ook een hoger risico omdat de uitgeademde lucht van elke persoon in de ademhalingszone van de andere persoon komt met een groter risico op besmetting. Logisch, natuurlijk.

Inderdaad heel logisch! En ik die dacht dat god dood was, moet nu vaststellen dat een even onzichtbaar fenomeen zijn plaats heeft ingenomen. Hallelujah!

Toch maar blijven ademen?

BOEK: Tuinieren voor de geest

Waarom tuinieren goed is voor de ziel

Met je blote handen in de tuin wroeten, doet verrassend goed. We worden er gezonder en blijer van. Het helpt ons ook nog eens op verrassende manieren enkele stapjes dichter naar een betere en mooiere wereld.

 Celine Poppe

 

Ik woon in een straat die Tuinwijk heet. Dat vind ik best een prettig klinkend adres. Het is een sociale woonwijk uit de jaren 60, rijhuizen met een voor- en achtertuin en voetpaadjes tussen de tuinen in, wellicht zo ontworpen vanuit het idee dat groen heilzaam is voor de leefkwaliteit. Maar de jongste jaren verdwijnen almaar meer voortuintjes onder grind of grijze beton­tegels. Omdat de eigenaars oudere mensen zijn die de zorg voor hun tuin niet meer aankunnen, of gewoon opzien tegen het onderhoud, of hun voortuin als parkeerplaats willen gebruiken. Dat is hun volste recht, maar de straat wordt er niet kleur­rijker op en doet haar naam steeds minder eer aan.

Bovendien hadden de architecten van tuinwijken zoals die waar ik woon gelijk: groen, tuinen en tuinieren zijn goed voor ons, niet alleen fysiek, maar ook mentaal. Daarover schreef de Britse psychiater en psychotherapeut Sue Stuart-Smith een bevlogen boek, Tuinieren voor de geest. Haar theorie komt, heel kort door de bocht, hierop neer: een tuin is een beschermde plek waar je je eigen gedachten kunt horen, en doordat je kunt opgaan in het werken met je handen, ontstaat de innerlijke ruimte om je emoties te ordenen. Dat verbetert je stemming en vermindert je stress.

Stuart-Smith raakte geïnteresseerd in therapeutisch tuinieren door haar opa, een zwaar getraumatiseerde veteraan uit de Eerste Wereldoorlog die zijn mentale evenwicht terugvond dankzij een opleiding tot hovenier. Zelfs aan het westelijk front waren er moes- en bloementuintjes. Soldaten hadden nood aan een stukje beschaving en gebruikten hun bajonet als tuingereedschap. Zaaien is bij uitstek een gebaar van hoop voor de toekomst, en hoop was broodnodig op een plek waar je leven elk moment voorbij kon zijn.

Zaaien is bij uitstek een gebaar van hoop voor de toekomst

Tuintherapie bewijst zijn nut bij mensen die lijden aan een depressie, of die te kampen hebben met een verslaving of posttraumatische stress, en het helpt ook gedetineerden een gevoel van eigenwaarde terug te vinden. Zorgen voor iets geeft positieve vibes, en het is ook handig dat een ­relatie opbouwen met een plant minder lastig is dan met een mens: ze zijn weinig van zeggen en spreken ook niet tegen. Als een plant dankzij jouw zorgen prachtig in bloei staat of een mooie oogst oplevert, is dat iets om trots op te zijn, het geeft een boost aan je zelfvertrouwen. Dat helpt om opnieuw de stap te kunnen zetten naar andere mensen. Stuart-Smith geeft daar tal­loze voorbeelden van.

Geestelijke energie

Liefde voor tuinen is oeroud en universeel. Ze voldoen aan onze behoefte aan veiligheid, geborgenheid en vrijheid. Dat is evolutionair bepaald: onze hersenen zijn ­geëvolueerd in de natuur, want we hebben 350.000 generaties lang in de nabijheid van de natuur geleefd. We wonen pas sinds pakweg zes generaties in steden en daar zijn onze hersenen eigenlijk slecht voor toegerust. Het lawaai, de drukte, steen, glas en beton vormen een zware belasting voor ons brein. In steden lijdt twintig procent meer mensen aan angsten en veertig procent meer aan depressies dan op het platteland. Nochtans hebben we niet heel veel tijd in de natuur nodig om nieuwe geestelijke energie op te doen en ons concentratievermogen op te krikken: na enkele minuten al dalen onze hartslag en bloeddruk, na twintig à dertig minuten daalt het stress­hormoon cortisol. Groene steden zijn ­betere steden, dat idee wint veld.

Voedselwoestijn

In sommige steden groeit dat idee van onderuit. In het oude Engelse industriestadje Todmorden, dat door de implosie van de textielindustrie geplaagd werd door werkloosheid, leegstand en verloedering, begonnen vrijwilligers op allerlei plekken kruiden, groenten en fruit te zaaien – vrij te plukken door iedereen. Een radicaal experiment dat verstrekkende gevolgen had: door samen te tuinieren groeide de verbondenheid in het stadje van 15.000 inwoners, er was minder eenzaamheid, asociaal gedrag en vandalisme, er ontstond een bloeiende markt en er kwamen meer cafés en restaurantjes.

Als een plant dankzij jouw zorgen prachtig in bloei staat of een mooie oogst oplevert, is dat iets om trots op te zijn, het geeft een boost aan je zelfvertrouwen

Incredible Edible, zoals het project heet, vindt internationaal navolging. Tuinieren kan dus een maatschappelijke beweging zijn. Kunstenaar en tuinactivist Ron Finley beschouwt zichzelf als een ‘gangsta gardener’. Hij woont in South Central Los Angeles, een zwarte achterstandswijk en een van de grootste voedselwoestijnen van de Verenigde Staten. Fastfood en drank zijn er overal te krijgen, vers voedsel is er amper te vinden. Er zijn straatbendes en schietpartijen, maar obesitas maakt de meeste slachtoffers volgens Finley. Hij raakte de toestand zo beu dat hij op een braakliggende strook land naast zijn huis groenten begon te verbouwen en de oogst deelde. Toen hij van de gemeente het bevel kreeg de grond te ontruimen, startte hij een petitie. Met succes. De LA Times schreef erover, de gemeente ging overstag. Finley leidt nu een project dat mensen helpt om op braakliggende gronden aan stadslandbouw te doen. Want je eigen verse groenten ver­bouwen is een recht.

Uurwerk

Wat tuintherapieën en stadslandbouwprojecten gemeen hebben, is dat ze duurzaam werken. Het is een manier om beschadigde mensen weer aansluiting te laten vinden bij de wereld, maar ook om ons verloren contact met de natuur te herstellen. Duurzaam tuinieren is een kwestie van respect, een samenspel van geven en nemen, je geeft zorg en aandacht en krijgt een geschenk terug van de natuur. Als dat respect er niet is en we enkel uit zijn op exploitatie, loopt het vroeg of laat mis.

‘Il faut cultiver notre jardin’, luidt de slotzin van Voltaires Candide. Voltaire, zelf een gepassioneerd tuinier, schreef dit boek na de aardbeving die Lissabon van de kaart veegde in 1755. De beving schudde een heel wereldbeeld door elkaar: het achttiende-eeuwse idee van het universum als een soepel lopend uurwerk. Candide was een satire op het blinde optimisme dat daaruit voortvloeide. Machines zitten in het hart van ons westerse denken. Vandaag beschouwen we onze hersenen ook vaak als een soort computer. De benarde toestand van onze planeet heeft met die verwarring tussen machines en de natuur te maken: we respecteren de natuur niet meer als levend systeem. Misschien is de tuin een veel betere metafoor voor het leven, stelt Stuart-Smith. Want de cellen waaruit de neurale netwerken in ons brein ontstaan, dendrieten, zijn boomachtige structuren, en bovendien beschikken we over een legertje andere cellen, de microglia, die snoeien en wieden om die netwerken gezond te houden. Het zijn de tuiniers van ons brein.

Tuinieren brengt ons in contact met de aarde, met het ontstaan van leven en hoe dat floreert, maar ook met de broosheid en vluchtigheid ervan. Wat als we elk dorp en elke stad als één grote tuinwijk zouden zien?

Tuinieren kan de wereld niet redden, maar het helpt ons op verrassende manieren een paar stapjes dichter naar een betere en mooiere omgeving, en we worden er gezonder en gelukkiger van. Het advies van Voltaire is dus zo gek nog niet: cultivons ­notre jardin.

BOEK: ‘Tuinieren voor de geest’ is verschenen bij De Bezige Bij.

Monet

Crème brûlée anders

De coronacrisis doet ons massaal in de keuken duiken. Van taarten en brownies bakken tot zomerse zoetigheden in elkaar flansen: wij proberen elke week populaire recepten uit met een minimum aan basic ingrediënten.

Deze week wagen we ons aan een echte klassieker: crème brûlée. Je weet wel de vanillepudding met het krokante suikerlaagje dat moet kraken als je er met je lepel ingaat. Wel, op sociale media doet er een recept de ronde waarbij je slechts drie ingrediënten nodig hebt om een crème brûlée met een krokant laagje te maken, bovendien zonder dat je een brander nodig hebt. Zo deelde Shef Shaquille op TikTok een dergelijk recept dat al meer dan 1,5 miljoen keer werd bekeken. Wij probeerden het uit.

Ingrediënten
(voor vier halve potjes of drie goedgevulde)
– 500 ml vanille-ijs
– 4 eierdooiers
– 4 eetlepels kristalsuiker

Bereidingswijze:
Smelt het ijs op het vuur of in de microgolfoven. Voeg de eierdooiers toe. Meng een voor een de dooiers onder het ijs en vul de potjes.
Warm de oven voor op 160 graden. Neem een ovenschotel en vul voor de helft met warm water. Zet er de potjes in en laat zo’n vijftig minuten in de oven staan.
Haal de potjes uit de oven en laat op kamertemperatuur komen. Zet vervolgens in de koelkast en laat zeker een uur staan.
Smelt de kristalsuiker in een pan en giet vervolgens snel over de crème. Let wel op dat de suiker niet al te bruin wordt en karameliseert. Draai de potjes rond zodat de suiker over de volledige oppervlakte wordt verspreid. Laat afkoelen tot het suikerlaagje hard is.Verdict :
Op zich is het natuurlijk gek dat je deze crème brûlée maakt met vanille-ijs, maar helemaal onlogisch is het nu ook weer niet, want beide desserts bevatten ongeveer dezelfde ingrediënten. Maar één ding is zeker: de fameuze krak als je door het laagje suiker gaat, is er.
Qua structuur is deze crème brûlée wat vaster en klonteriger dan de meer puddingachtige brij die je anders hebt, maar de smaak is zeker niet verkeerd. Als een gewone, lekkere crème brûlée een dessert is waar je anders tien op tien voor geeft, dan verdient deze zeker een flinke zeven.

Het nest

Was ik
In een ander nest
Geboren,
Dan was ik
Nu misschien
Een expert
Of een beroemd
Dichter,
Dan had ik aanzien
En respect,
En was
Wat ik schreef
Wellicht
Van enige waarde.

Maar omdat ik,
Zoals een koekoeksjong,
In het verkeerde nest
Gedropt werd,
Zal ik wel nooit
Een hoogvlieger worden.

Misschien
Na mijn dood
Als die dramatisch
Genoeg is…

Micheline Baetens – 01.06.2020

De elastiek

De eerste
veertig jaar
van mijn leven
is de elastiek
zodanig
uitgerokken geweest
en uiteindelijk
stukgesprongen,
waardoor ik
twintig jaar
nodig heb gehad
om de schade
te herstellen,
om daarna,
enigszins verslapt,
het rustiger aan
te moeten doen,
met af en toe
toch weer
een nieuwe knal
en een zoveelste
knoop.

Micheline Baetens – 01.06.2020

CONFITUUR: aardbeien-abrikoos-rabarber

Confituur met rabarber van eigen kweek, en met aardbeien en abrikozen. Ik heb er ook een klein beetje gember aan toegevoegd, want die had ik toevallig in huis, en gember is heel gezond. Echt proeven doe je het niet, dus volgende keer misschien wat meer…

De eerste confituur van het seizoen en ik heb meteen al een serieuze voorraad om de winter mee door te komen.

En wat vinden jullie van mijn strooien hoedje?! Een echte tuinierster nietwaar!