De kers op de taart

Nog nooit een orgasme gehad? Seksuologen vertellen waar het misloopt en hoe het wél moet.

Het Nieuwsblad – 18.09.2018 – Lien Lammens

Presentatrice Eva Daeleman schrijft erover in haar nieuwe boek ‘Omdat het kan.’ En wie herinnert zich nog Alizé Bouw die in 2013 in het Vijf-programma ‘Singl3s’ vertelde dat ze nog nooit een orgasme had? Het is niet zo uitzonderlijk dat een vrouw pas ver voorbij de puberteit voor het eerst klaarkomt. Hoe komt dat? Hoe kunnen vrouwen in die situatie toch tot een hoogtepunt komen? En moeten hun partners zich schuldig voelen?

Dat vrouwen hun eerste orgasme beleven (lang) na de puberteit is volgens klinisch seksuologe Chloé De Bie best logisch. “Dat heeft onder andere te maken met ons plasgedrag. Een man komt bij het plassen al vrij snel in contact met zijn penis. Hij neemt hem vast om te richten en ontdekt onbewust dat sommige aanrakingen fijn aanvoelen. Bij vrouwen ligt dat anders. Hun geslachtsdeel komt voornamelijk in aanraking met toiletpapier waardoor een vrouw wel de bewuste keuze moet maken om haar vagina aan te raken en verder te ontdekken. En zo komen vrouwen minder snel tot masturbatie en het ontdekken van het orgasme.”
http://www.standaard.be/cnt/dmf20180918_03756859?_section=60190892&utm_source=standaard&utm_medium=newsletter&utm_campaign=avondupdate&adh_i=dddb289286a3ccee862a43b152eba115&imai=&M_BT=37861881530
Daarnaast hebben we anno 2018 nog steeds af te rekenen met culturele dogma’s. “In bepaalde culturen wordt de seksuele ontplooiing van vrouwen afgeremd”, zegt seksuoloog Wim Slabbinck. “Om een voorbeeld te geven: de clitoris werd pas ontdekt na de maanwandeling in 1969. We hebben dus eerst iemand naar de maan gestuurd voordat we onderzoek verrichtten naar het vrouwelijk geslachtsorgaan. Inmiddels is de situatie verbeterd, door onder meer de emancipatie van de vrouw, maar we hebben nog een lange weg af te leggen alvorens de clitoris aanvaard wordt als een cultureel symbool.”

Hoe krijgen vrouwen dat orgasme?

Begin met te kijken. “De vagina is voor veel vrouwen nog onbekend terrein. Mannen zien hun penis gewoon hangen”, zegt De Bie. “Vrouwen hebben al een spiegel nodig om hun vagina te bekijken. Dat kan een drempel zijn, maar toch raad ik vrouwen aan om hun geslachtsdeel te bekijken en eraan te voelen. Alleen zo kan je ontdekken wat je lekker vindt en welke zones gevoeliger zijn dan andere.” Dan kan je nog een stapje verder gaan: neem wat glijmiddel of speeksel en laat een vinger naar binnenglijden en ga daar op verkenning.

Ook ervaringsdeskundige en eigenares van de Antwerpse eroticawinkel ‘ Erotische Verbeelding’ Ann Cuyvers is van mening dat vrouwen aan de slag moeten met zichzelf. “Je kan in de zetel blijven hopen op een mirakel, maar het zal niet helpen. Het begint allemaal bij de zin en de wil om een orgasme te bereiken.”

OMGYES

Daarnaast heb je als vrouw ook een portie lef nodig. “Sommige vrouwen durven het woord masturberen amper uitspreken of schamen zich bij het aanraken van hun geslachtsdelen. Je moet er gewoon voor durven gaan.” Slabbinck verwijst daarbij naar OMGYES, een educatieve website waarbij vrouwen hun seksuele ervaringen delen met andere vrouwen en dat met maar een doel: genieten. “Het is geen pornowebsite en het is ook niet bedoeld om lust op te wekken. Het geeft aan de hand van filmpjes een realistische kijk op seksueel genot van vrouwen en kan anderen vrouwen helpen in hun ontdekkingstocht.”

https://www.omgyes.com/

Kunnen seksspeeltjes helpen?

“Het gebruik van een dildo, vibrator of ander seksspeeltje kan bijdragen tot het vrouwelijk orgasme. Er zijn nu eenmaal plaatsen waar je vingers niet bij kunnen. Soms is enkel het kopen van een speeltje al een reden om opgewonden te zijn”, zegt Cuyvers. Maar je hoeft niet meteen aan de slag te gaan met je nieuwe plastic vriend.

“Je moet opwarmen. Je moet zin hebben en de drang voelen om te gaan experimenteren met je speeltje en met jezelf. Ga het niet snel even gebruiken omdat je het net kocht. Je kan het gerust even in de kast laten liggen tot je er helemaal klaar voor bent. En dan: actie!”

En als het misloopt net voor het orgasme?

Verwacht niet meteen mirakels. Het zogenaamde ‘plateau’, waarbij je het orgasme kan proeven maar net niet bereikt, kan verschillende oorzaken hebben. “Voorafgaand aan het orgasme is het nodig om los te laten. Daarom is de fase voor het orgasme bij uitstek een solofase. Wie met zijn gedachten te veel bij de partner zit, bij het to-dolijstje van de dag, of een druk voelt om te moeten klaarkomen, kan maar moeilijk in de zone van het zenit komen”, zegt Slabbinck.

Een andere verklaring is de angst om de controle te verliezen. “Films geven vaak een onrealistisch beeld weer als het gaat om seks”, zegt De Bie. Het lijkt wel dat een vrouw na een orgasme helemaal het noorden kwijt is. We moeten ervan bewust zijn dat een orgasme vaak maar drie seconden duurt en dat het eigenlijk niets meer is dan een fijn gevoel en enkele spieren die even samentrekken. Als we de irreële angst om de controle te verliezen loslaten en we beseffen dat een orgasme eigenlijk het gevolg is van wat lichamelijke opwinding, blokkeren we mogelijk wat minder snel.”

Wat als het echt niet lukt?

Laat dan vooral de moed niet zakken. “Hoe meer je het doet, hoe beter het op termijn zal gaan”, zegt Cuyvers. “Het is een soort van huiswerk dat je maar beter geen maand laat liggen. We moeten ook af van het idee dat we enkel mogen masturberen onder de douche of in de slaapkamer. Als je zin hebt of een drang voelt, dan moet je dat gewoon doen: of het nu drie uur in de namiddag is of niet. Op termijn zal je merken dat je jouw lichaam beter leert kennen waardoor het seksueel genot zal toenemen.”

Moet je partner zich schuldig voelen?

Nee. Je bent zelf verantwoordelijk voor je orgasme.

Maar dat betekent niet dat hij of zij geen belangrijke rol kan spelen in de opbouw. “Ontspan samen en probeer even alle zorgen te vergeten: als je hoofd niet leeg is, kan je toch niet genieten”, zegt Cuyvers. Daarnaast is communicatie erg belangrijk. “Laat je partner weten wat je leuk en lekker vindt – dat hoeft zelfs niet met woorden, maar kan ook door gebruik te maken van je zintuigen. Als hij of zij toch iets meer informatie nodig heeft, kan je altijd na de vrijpartij nog aangeven wat je de volgende keer graag wil stimuleren of voelen.”

Onthou ook dat niet alles draait om het bereiken van een orgasme. “We zien het orgasme als de kers op de taart, maar vergeet niet dat de taart zelf ook superlekker is”, zegt De Bie. “Als het bereiken van het orgasme het enige doel is van een vrijpartij, dan zal het genot sterk afnemen voor de vrouw. Probeer het idee van ‘ik moet een orgasme krijgen” te laten varen en geniet van elkaar.”

“Focus je niet op de bestemming maar op de weg die je aflegt”, zegt Slabbinck. “Je mag tijdens het masturberen of tijdens een vrijpartij geen druk voelen. Als de vrouw tijdens een vrijpartij met haar partner klaarkomt, zal de man hieraan een deel van zijn mannelijkheid ontlenen. Het toont als het ware dat hij een goede minnaar is. Maar niets is minder waar: niemand doet je klaarkomen. Je doet het zelf.”

Opnieuw alleen, natuurlijk…

In a little while from now
If I’m not feeling any less sour
I promise myself to treat myself
And visit a nearby tower
And climbing to the top
Will throw myself off
In an effort to
Make it clear to whoever
Wants to know what it’s like When you’re shattered

Left standing in the lurch at a church
Were people saying, My God, that’s tough
She stood him up
No point in us remaining
We may as well go home
As I did on my own
Alone again, naturally
To think that only yesterday

I was cheerful, bright and gay
Looking forward to who wouldn’t do
The role I was about to play
But as if to knock me down
Reality came around
And without so much as a mere touch
Cut me into little pieces
Leaving me to doubt
Talk about, God in His mercy

Oh, if he really does exist
Why did he desert me
In my hour of need
I truly am indeed
Alone again, naturally
It seems to me that
There are more hearts broken in the world
That can’t be mended

Left unattended
What do we do
What do we do
Alone again, naturally
Looking back over the years
And whatever else that appears
I remember I cried when my father died
Never wishing to hide the tears

And at sixty-five years old
My mother, God rest her soul
Couldn’t understand why the only man
She had ever loved had been taken
Leaving her to start
With a heart so badly broken
Despite encouragement from me

No words were ever
And when she passed away
I cried and cried all day
Alone again, naturally
Alone again, naturally

Wie alleen kan zijn, heeft veel geleerd in het leven.

 

Het leven is een leerschool

Het leven is een leerschool,
en dit is geen cliché,
maar daadwerkelijk zo,
en met vallen en opstaan,
ondervonden.

Leren lopen,
leren praten,
leren leven…

Maar in tegenstelling
tot andere scholen
ben jij je eigen onderwijzer,
en de enige
die je fouten
kan ontdekken
en verbeteren.

Je zal gepest worden
door het leven,
en dan kan je
ofwel je afkeren
van iederenen en alles,
of je verweren
en je laten gelden.

Niet door wraak te nemen
of verbitterd te geraken,
maar door te aanvaarden
en mild te zijn.

Want dan pas
zal je kunnen merken
dat er meer is
tussen hemel en aarde
dan jouw nietige ego,
en vooral veel
wat niet verklaard
kan worden.

Zo zal je blijven leren
en naar betekenis zoeken,
en misschien op een dag
durven beseffen
en herkennen
dat het leven
een hele grote uitdaging is,
die je ondanks
je moed en volharding,
nooit helemaal beheerst.

Micheline Baetens – 18.09.2018

De eerste kus

Niemand gaat dit geloven, ik geloofde het bijna zelf niet, maar dit is een foto van de plek waar ik mijn eerste echte kus gekregen heb.

Ik ben de foto toevallig tegengekomen op Google, toen ik op zoek was naar afbeeldingen van vroeger. Dit is nog een vrij recente foto, en ik wist niet dat de weg nog bestond en ben ook verbaast dat die brug er nog altijd is.

De weg is een holleweg, zoals er vroeger zoveel waren, en de brug verbindt de twee delen van het Bisdombos. Dit is de benedenkant van de weg die uitkomt op de Huldenbergse dreef, nu gewoon Dreef genoemd, en de weg loopt nog een dikke kilometer verderop om uit te komen op de Bisdom zoals dat daar vroeger heette, en waarschijnlijk nu nog.

Ik sloeg deze weg vaak in toen ik van school kwam, want heel in het begin is een smal wegeltje dat parallel loopt met de Dreef, maar waar dus geen verkeer is, en op die manier kon ik dus ook door het bos naar huis wandelen, zo’n twee kilometer verderop, tot waar wij destijds woonden en wat de Veeweide noemde en noemt.

David gaat trouwens nu langs daar vaak joggen. Ik geloof dat het die kleine weg de Asselenberg noemt…

Bisdombos kwam dus boven op de Bisdom uit, waar een grote boerderij stond en nog staat, en waar ook een mooi groot huis stond waar rijke mensen in woonden. Mijn grootmoeder zou er trouwens nog bij gediend hebben, heeft men mij ooit verteld, en ze woonde er ook in want mijn grootmoeder was jong wees.

Haar moeder is overleden in het kraambed toen haar zusje geboren werd, en mijn grootvader heeft zich van wanhoop verhangen, omdat hij er alleen voorstond met twee kleine kinderen.

Maar nu nog vertellen over die eerste kus.

Ik was dertien en wandelde samen met zijn zus naar huis, toen er onderweg een drietal fietsende jongens bij ons halt hielden. Ze vertelden dat ze van Brussel waren, en vermits wij van plan waren om langs het boswegje naar huis te wandelen, gingen ze met ons mee.

In die tijd kon dat blijkbaar zonder dat je bang hoefde te zijn dat er iets ergs ging gebeuren met jou. Ik was in elk geval niet bang, en één van die jongens vond ik zelfs heel lief, en die heeft mij dan ook mijn eerste tongzoen mogen geven.

Daarna zijn ze terug op hun fiets gesprongen met de belofte dat ze de volgende dag zouden terugkomen.

Mijn zus, die al wat was doorgelopen, moet redelijk gechoqueerd geweest zijn door mijn gedrag, want ze noemde mij een paar dagen daarna een hoer. Ik weet niet of ze wist wat dat precies was “een hoer”, maar ik heb er mij toen toch niets van aangetrokken.

De volgende dag hebben we wel niemand van die jongens teruggezien, ze zijn niet komen opdagen. Maar dat was eigenlijk wel een beetje te verwachten…

Mijn ouders hebben hier nooit iets van geweten, en mijn zus heeft gelukkig kunnen zwijgen. Maar ik ben die eerste echte zoen mij blijven herinneren, en ik hoor één van die jongens, die toch al wel een stuk ouder waren dan wij, nog altijd zeggen tegen zijn vriend dat hij voorzichtig moest zijn, want dat ik nog jong en onervaren leek.

Mooi toch en lief, net zoals een eerste zoen moet zijn!

Mijn lievelingsgedicht

In een relatie kies je voor eerlijkheid, want het is de hoogste vorm van intimiteit, en zonder intimiteit geen relatie.
Daarom zou elk koppel dit gedicht in vet gedrukte letters boven zijn bed moeten hangen, en elke avond voor het slapen gaan nog eens herlezen.


Het is mijn lievelingsgedicht.

Liedje.

Lieg alsjeblieft niet tegen me
niet over iets groots niet over iets anders.
Liever hoor ik het vernietigendste dan dat je liegt
want dat is nog vernietigender

Lieg niet over liefde
iets dat je voelt of iets dat je zou willen voelen.
Liever word ik bedroefd dan dat je liegt
want dat is nog bedroevender

Lieg niet tegen me over gevaar
want ik voel toch je angst
en wat ik gewaar word dat is waar
of ik ken je niet en dat is nog gevaarlijker

Lieg niet tegen me over ziekte
liever kijk ik die diepte in dan dat ik mij verlies
in één van jouw lieve verzinsels
want daarmee verlies ik mij dieper

Lieg niet tegen me over sterven
want zolang we er nog zijn
vind ik dat toegangsloze niet mededelen wat je denkt
erger en zo veel doder

Judith Herzberg


If you search for tenderness
It isn’t hard to find.
You can have the love you need to live.
But if you look for truthfulness
You might just as well be blind.
It always seems to be so hard to give.

Honesty is such a lonely word.
Everyone is so untrue.
Honesty is hardly ever heard.
And mostly what I need from you.

I can always find someone
To say they sympathize.
If I wear my heart out on my sleeve.
But I don’t want some pretty face
To tell me pretty lies.
All I want is someone to believe.

Honesty is such a lonely word.
Everyone is so untrue.
Honesty is hardly ever heard.
And mostly what I need from you.

I can find a lover.
I can find a friend.
I can have security until the bitter end.
Anyone can comfort me
With promises again.
I know, I know.

When I’m deep inside of me
Don’t be too concerned.
I won’t ask for nothin’ while I’m gone.
But when I want sincerity
Tell me where else can I turn.
Because you’re the one that I depend upon.

Honesty is such a lonely word.
Everyone is so untrue.
Honesty is hardly ever heard.
And mostly what I need from you.

Eerlijkheid is ons hoogste goed, en wie het koestert, zal zich nooit bedrogen voelen.

Honderdentien jaar geleden…

Op 19 december 2018 zouden mijn man en ik 50 jaar getrouwd zijn geweest, en zo’n honderdentien jaar geleden trouwden in hetzelfde gemeentehuis van Overijse ook de ouders van mijn moeder en dus mijn grootmoeder met mijn grootvader.
David en Audrey kregen tergelegenheid van hun huwelijk dit kaartje toegestuurd, vanwege een neef van mij.

Inderdaad mijn grootmoeder zei niet veel, maar vloeken kon ze als de beste, en dat talent gaf ze ook aan mij door. David is wat rustiger daarin, maar wat niet is kan nog komen, en weet wie wat zijn kinderen gaan doen, want als het in de genen zit…
Ik zelf ben ook heel blij met het kaartje, vooral omdat ik niet meer precies wist wanneer zowel mijn grootvader “Tiske” Caron als mijn grootmoeder Maria De Leers overleden waren.

Ook de namen van de ouders van mijn grootouders kende ik niet, en nu weet ik dus ook wanneer mijn peter en meter getrouwd zijn: 27 juni 1908.

Ik lees ook op het kaartje dat hun toenmalige huisdokter Poot hun getuige was. Dat was de vader van dokter Poot die later onze huisdokter werd en mij destijds het heugelijke nieuws kon meedelen dat ik zwanger was.

Bedankt Marc en Marylene voor dit kaartje!

Minder is meer

De idee dat ‘steeds meer’ het enige recept is om van het leven te genieten raakt stilaan aangevreten
De Morgen – 17-09-2018 – Barbara Debusschere

Economische groei laten we best los als heilig mantra, zo stellen 238 Europese academici in een pleidooi voor ‘post-groei’. “Want in naam van groei, die hier hoe dan ook steeds moeilijker wordt, maken we steeds meer schulden, versoepelen we de milieuwetgeving, verlengen we de werkweek en snoeien we in de sociale bescherming.”
Wat moeten we dan wel doen? Beperking van grondstoffengebruik; belastingen op vervuilende consumptie waarvan de opbrengst dan gaat naar het wegwerken van sociale ongelijkheid; een basis- en een maximuminkomen zodat het niet meer vooral draait om winsten van kapitaalhouders te verhogen. Minder ratrace en overconsumptie dus, en meer zinvol werk, levenskwaliteit, zorg voor onszelf en onze omgeving.

Gekken of revolutionairen

Die boodschap doet erg veel pijn aan de oren van de meeste economen en politici. Want, zoals Brits econoom Tim Jackson stelt: “Groei in vraag stellen zien we als iets voor gekken, idealisten en revolutionairen.”

Toch wordt dit pleidooi deze week luid verkondigd in Brussel. Niet op een manifestatie van een linkse ngo, maar in het Europees Parlement. Niet door gekken of revolutionairen, maar door een resem professoren van onder andere de universiteiten van Oxford en Columbia en de London School of Economics.Het is erg onwaarschijnlijk dat Europa een grote ideologische switch weg van groei kan of wil maken, alleen al omdat wij geen eiland zijn in de wereldeconomie. Maar dit pleidooi wegzetten als gezwets is ook onzin. Want op kleine schaal, hier en daar, tonen mensen en bedrijven al hoe het kan en hoe het voor hen klopt – bloeien door te minderen.

Plofkip

Een voorbeeld is het Antwerpse bedrijf REstore, dat erg goed boert door grote energieslokoppen te helpen om minder energie te consumeren, waardoor er in piekuren geen extra energiecentrales moeten draaien en zware kosten worden vermeden.

Natuurlijk kunnen we niet stoppen met leven en moeten we onze rekeningen kunnen betalen. Maar druppelsgewijs raakt de idee dat ‘steeds meer’ het enige recept is om van het leven te genieten aangevreten. Steeds meer mensen vereenvoudigen hun leven, zoeken weer connectie met niet-materiële zaken en de natuur. Steeds meer mensen zien dat ze niet gelukkiger worden van plofkip tegen knalprijzen, tien kilo ellende-T-shirtjes voor drie euro per stuk en de zoveelste smartphone. Ze willen af van de steeds dwingender druk om te voldoen aan allerlei perfecte plaatjes gebaseerd op ‘koop nu’.

Slimme ondernemers zien dat helemaal niet als een ideologisch welles-nietesspelletje, maar als inspiratie.

https://www.demorgen.be/economie/we-groeien-ons-kapot-238-academici-pleiten-in-open-brief-voor-rem-op-economie-b0c3330e/?utm_campaign=newsletter&utm_medium=email&utm_userid=&utm_source=demorgen&utm_content=ochtend&ctm_ctid=a57e40ae9feefc6f3d4cf29b9a49158e

Lokale verkiezingen (Overijse)

‘Bestuur onder dé mensen’
Hebben lokale verkiezingen nog zin?
Doorbraak – 17 september 2018 – Johan SanctorumAfgelopen vrijdag had ik een gesprek met een insider van de lokale politiek in mijn gemeente Overijse. Een man die veel wist, af en toe met de ogen knippert, zich dichterbij buigt als het echt spannend wordt, en mits de nodige biertjes een verslaggever een schat aan grote en kleine verhalen toevertrouwt. Mijn verwachtingen zijn ruimschoots ingelost. Meer nog: ik ben er van overtuigd geraakt dat gemeenteraadsverkiezingen nergens toe dienen, en langzamerhand elke relevantie verliezen.

Rupjes

De theorie is nochtans anders: het zou om ‘politiek dicht bij de burger’ gaan, basisdemocratie, betrokkenheid, subsidiariteit in het jargon (zoveel mogelijk delegeren van hoger naar lager), en blabla. Het spookbeeld van de kafkaiaanse superstructuur, het bureaucratische doolhof met de EU als beste voorbeeld, heeft ons met het idee opgezadeld dat de ‘kleinschalige’ lokale democratie daar een tegengif voor zou zijn. Helaas: de kerktorenpolitiek reflecteert Kafka in alle aspecten.

De bebouwing van het (op Vlaams niveau nochtans als ‘waardevol agrarisch gebied’ ingekleurd) Terlanenveld is begonnen.

Ik blijf even onder die kerktoren: het monsterkartel van CD&V en N-VA, Overijse 2002 genoemd, zwaait al achttien jaar de plak, met een (nu ex-)burgemeester Brankaer waarvan iedereen weet dat hij nauwe banden heeft met de vastgoedsector. Zoon Bram baat het belangrijkste immokantoor van Overijse uit. Elke grasspriet, elke morzel grond, elke baksteen passeert via de Brankaer-clan, dat is een openbaar geheim. De peetvader heeft de pensioengerechtigde leeftijd bereikt, maar zijn clan is springlevend, en een zekere Inge Lenseclaes fungeert als marionet om de traditie voort te zetten, met de zeer originele slogan ‘Bestuur onder dé mensen’ (noteer dat bizar extra accent op die dé).Jaarlijks passeert hier de Gordel, onder het motto dat de Rand groen en Vlaams moet blijven. Aan Overijse 2002 zal het niet liggen. Onder dit bestuur begon de aantasting via rupjes (Ruimtelijke UitvoeringsPlannen) van o.m. het Terlanenveld, door de Vlaamse overheid nochtans als waardevol agrarisch gebied ingekleurd. Ook tal van zogenaamde trage wegen (historische landwegen voor wandelaars en fietsers, die de gemeente wettelijk moet openstellen) blijven afgesloten, onder meer omdat een rijke industrieel zijn been stijfhoudt. Verschillende actievoerders en -comités hebben er hun tanden al op stuk gebeten. Bestuur onder dé mensen dus.

Stammenoorlog

Doch hola, er zijn kapers op de kust om dit machtsblok te breken. Open Vld (nu nog deel uitmakend van de meerderheid) en Groen komen namelijk samen op, om een alternatieve coalitie op te zetten. De partij van de middenstand dus en die van de bloempjes en de bijtjes, verenigd als appelblauwzeegroene falanx. Ideologisch onmogelijk, maar dat doet er ook helemaal niet toe: het gaat louter om persoonlijke tackles en ander beter voetenwerk. Dit kartel wil namelijk de nieuwe burgemeester leveren met wie het zonder twijfel allemaal anders wordt. Een blauwe welteverstaan, die ook baksteen en beton niet ongenegen is.

Dan is er nog de echte politieke folklore: de lijst Leefbaar Overijse, een onderzeebootje van het Vlaams Belang onder meer bemand door Philip Claeys, en Bewust Overijse (ja echt), de comeback van een dood gewaande lokale oligarch en burgemeester uit de vorige eeuw, genaamd Eric Schamp. Om het rijtje compleet te maken komt de CD&V moederziel alleen op, na het Overijse 2002-avontuur wanhopig op zoek naar zichzelf. Ergens dobberen dan nog een paar Franstalige brokstukken (MR, Défi), die onder de naam Plus de francofone stemmen aantrekken. Dat zijn dus de inwoners die principieel de taal van Molière willen spreken bij de bakker of in de supermarkt, en luidop dromen van een officieel tweetalig Overijse.

Allen, maar werkelijk allen, gaan ze voor vernieuwing, een bruisende gemeente met veel groen, minder leegstand in de enige winkelstraat die Overijse telt, meer verkeersveiligheid, de burger centraal, jeugd en senioren moeten aan hun trekking komen, en meer van die clichés. Terwijl Overijse na de verkiezingen altijd zichzelf blijft, namelijk een Vlaamse randgemeente, met veel expats die geen woord Nederlands spreken. Een dorp waarvan de inwoners na een paar nachtjes federaal onderhandelen ooit op een ochtend zullen vaststellen dat ze aan de andere kant van de taalgrens wonen. Idem trouwens voor Hoeilaart, het buurdorp waarmee Overijse al sinds de oertijd in een stammenoorlog verwikkeld is.

Tegen dan zijn hoger vernoemde open ruimtes bouwrijp en kan de verbrusseling beginnen. Bestuur onder dé mensen dus. Overijse is een schoolvoorbeeld van hoe kerktorendemocratie ontspoort. Misschien zou de Vlaamse regering de Rand beter onder curatele plaatsen, om te beletten dat het echt misloopt.

Domocratie

Ondertussen wordt er tussen die dorpsnarren, sorry voor de term, maar raak geschoten met natte proppen en worden de pakken in de brievenbus gewurmde folders steeds dikker, om meestal rechtstreeks in de papiermand te belanden. Iemand zou eens een brievenbus moeten uitvinden met rechtstreekse aansluiting op een papiercontainer.

Het gebrek aan echte politieke boodschappen, het teveel aan persoonlijke kindertuintoestanden, de corruptie en de belangenvermenging, sterken me in de overtuiging dat dit soort kerktorendemocratie uit de tijd is. Het is meer een farce, goedkoop volkstheater maar met een duur prijskaartje. Ik ben ze beu, die lachende gezichten van boeren in kostuum, KVLV-vrouwen met iets te veel make-up, een burgemeester die zich als een kleine Poetin het gejuich van Chiromeisjes laat welgevallen. Het woord domocratie loopt zomaar uit mijn klavier en inspireert verder tot reflecties rond blanco stemmen en heel het circus negeren.

Dat kan natuurlijk ook gezegd worden van het Vlaamse en federale niveau – om van het provinciale nog maar te zwijgen. Ook een flauwe charade van schoolmeesters die ’s morgens in de spiegel kijken en ontdekken dat ze volksvertegenwoordiger of minister zijn. Maar die lokale verkiezingen suggereren dat mensen kunnen beslissen over wat er in hun achtertuin gebeurt, terwijl op het einde van de rit de man of vrouw die het meeste bier kan verzetten, op de troon wordt gehesen en de carrousel voor de zitjes in het schepencollege kan beginnen.

Er klopt dus iets niet met die lokale democratie, ondanks alle lachende gezichten op de affiches. Antwerpen en Gent worden tenminste nog gevolgd en becommentarieerd door de nationale pers. In gemeenten als Overijse is er geen lokale pers, behalve de reclamebladen die enkel hoera-communiqués van de meerderheid brengen. Dat is een ander aspect van het democratisch deficit op lokaal niveau.Wie zou die kleine potentaten een strobreed in de weg leggen? Ze doen maar. Het resultaat laat zich raden: de burger haakt af.

Glans

Politicologen zoals Herman Matthijs (VUB, UGent), Herwig Reynaert (UGent), Johan Ackaert (UHasselt) en Filip De Rynck (UGent), zijn unaniem: de gemeenteraadsverkiezingen hebben veel van hun glans verloren. Vele partijen, zelfs gevestigde, krijgen hun lijsten niet eens meer gevuld. Ook de kiezer zelf houdt het voor bekeken. Terwijl het absenteïsme tot 2006 traditioneel altijd tussen de 5 en 6 procent lag, verdubbelde dat in 2012 eensklaps tot 11,7 procent. Tel daar de 3,5 procent blanco en ongeldige stemmen bij, en men komt uit op zowat 15 procent Vlamingen die bij de vorige gemeenteraadsverkiezingen geen stem uitbrachten. Op Belgisch niveau is dat één miljoen. Een trend die zich vermoedelijk zal doorzetten.

Het is dus niet zo onredelijk om eens na te denken over de zin en onzin van die lokale verkiezingen. Misschien is het allemaal wel wat té dicht bij de burger gekomen, te veel handjes schudden, te veel pensenkermissen, te veel knullige slogans, te weinig visie op lange termijn. Afschaffen die handel? Mogelijk werkt een systeem van autonome wijkcomités beter, die in een regionaal netwerk functioneren, en die de zesjaarlijkse afficheslag niet nodig hebben om te tonen wat democratie is. Maar dat is verre toekomstmuziek.

Soit, nu in Overijse ook de verkiezing van de druivenprinses is afgeschaft, om plaats te maken voor een politiek correcte ambassadeur, hebben de afwezigen nog meer gelijk. Nu ja, ambassadeur bekt ook beter in een tweetalige gemeente. Besturen is vooruitzien, toch?