Na vandaag geen “Vandaag de dag” meer. Ik heb namelijk het gevoel dat ik vandaag weer een hoofdstuk van mijn leven heb afgesloten, en dus komt er een nieuwe rubriek. Wat het wordt weet ik nog niet. Misschien zwijg ik wel een tijdje. Misschien ook niet. We zien wel…
Maandelijks archief: augustus 2018
Vandaag de dag 10.08.2018 (4)
Mensen denken dat je iemand zoekt die je gelukkig moet maken omdat je ongelukkig bent, maar zo is het helemaal niet. Je zoekt iemand omdat je gelukkig bent, en dus iemand anders gelukkig wilt en kan maken. En als je dan helemaal voor het geluk in de wieg gelegd bent, vind je iemand die gelukkig is en jou ook gelukkig wilt maken.
Daar draait het tenslotte allemaal om in de liefde, en je kiest dus niet iemand omdat je die nodig hebt en dus wilt krijgen, maar omdat je wilt geven.
Zo voel ik het tegenwoordig toch aan. Toen ik negentien was, was dat anders, dan moest je iemand hebben, dan zocht je een lief om niet meer alleen te zijn, en je ging net doen als iedereen: trouwen, nestje bouwen, kindjes kopen…
En was dat dan verkeerd? Misschien wel, en alvast veel te jong om wijzer te zijn dan dat.
En is iedereen op latere leeftijd dan wijzer dan dat? Waarschijnlijk niet, maar die hebben dan pech dat het leven hen dat niet geleerd heeft.
Ik heb het ooit gedaan, gezocht op een datingsite, maar dat is dus totaal verkeerd als je meer wilt dan een partner, want de schoonste liefde die laat zich niet vinden, maar die vindt jou. Die werpt zich in je schoot, die overvalt je, die overkomt je!
Nu gaan we zo stilaan beginnen zwijgen over de liefde, want dat heeft ze niet graag, dat iemand zegt hoe ze moet zijn. Ze blijft liever wat exclusief, mysterieus en intiem. Bovendien als je te zeer focust op iets analyseer je dat meestal kapot. Dus laat het los, en dan komt alles wel weer terug in orde!
Vandaag de dag 10.08.2018 (3)
Toen hij die dinsdag wegging gaf ik hem “De troost van de filosofie” mee, een boek van Alain de Botton, de filosoof.
Later besefte ik hoe triest dit eigenlijk allemaal was. “Een modern Romeo en Juliette verhaal”, zoals de dokter gisteren zei.
Triest, maar ook mooi, zoals in het liedje van Robert Long, want de warmte die blijft. En we gaan zeker niet beginnen verwijten en schelden. Het was wat het was, en het is nog altijd de moeite waard geweest. Mensen mogen mij er echt om benijden, in plaats van te beklagen of meewarig het hoofd te schudden over zoveel naïviteit.
De dokter was een aandachtig luisteraar. Hij heeft die dingen gezegd die ik nodig had te horen, en hij was al even enthousiast over het begrip “verliefdheid” als ik!
Nu op 30 augustus nog naar mijn psychiater van jaren. Niet omdat ik het “nodig” heb, maar omdat ik mezelf ook daar eens wil gaan toetsen en omdat het altijd deugd doet om voluit te kunnen praten over die dingen die er echt toe doen, en die je aan anderen niet kwijt kunt.
Bovendien is het verwerkingsproces nog niet helemaal afgerond, en zullen er waarschijnlijk nog moeilijke momenten komen. Zolang ik maar niet terug aan de pillen moet!
Wat ben ik dankbaar dat sommige mensen de moeite gedaan hebben om voor dokter te studeren.
O ja, en de dokter heeft ook gezegd dat ik een sterke vrouw ben, maar dat wisten we al!
Vandaag de dag 10.08.2018 (2)
Zomer
Ineens die drie maanden
met alleen maar droogte.
De cipressen met hun rosse borstels.
De witte schorpioen zonder venijn.
Een zomer van verbrand papier.
De natuur blijft snateren
terwijl ik rot.
Toen kwam jij
en sindsdien kom ik
handen en ogen tekort
met mijn mond vol tanden.
Hugo Claus
Zo was het inderdaad, deze hete zomer van 2018. En blijkbaar heeft Hugo Claus het ook ooit meegemaakt.
Toch bizar nietwaar dat men juist op die dingen valt, zoals dit gedicht nu, waar je volop mee bezig bent. Herkenning en troost, dat je niet de enige bent of was.
Een kinderspiegel
Als ik oud word neem ik blonde krullen
ik neem geen spataders, geen onderkin,
en als ik rimpels krijg omdat ik vijftig ben
dan neem ik vrolijke, niet van die lange om mijn mond
alleen wat kraaienpootjes om mijn ogen.
Ik ga nooit liegen of bedriegen, waarom zou ik
en niemand gaat ooit liegen tegen mij.
Ik neem niet van die vieze vette
grijze pieken en ik ga zeker ook niet
stinken uit mijn mond.
Ik neem een hond drie poezen en een geit
die binnen mag, dat is gezellig,
de keutels kunnen mij niet schelen.
De poezen mogen in mijn bed
de hond gaat op het kleedje.
Ik neem ook hele leuke planten met veel bloemen
niet van die saaie sprieten en geen luis, of zoiets raars.
Ik neem een hele lieve man die tamelijk beroemd is
de hele dag en ook de hele nacht
blijven wij alsmaar bij elkaar.
Judith Herzberg
En Judith weet het ook mooi te verwoorden, vastberaden en vol vertrouwen.
Vijftig zijn we wel al lang voorbij! Toch gaan we ons best doen om dit nog allemaal voor elkaar de krijgen, ondanks of misschien zelfs dank zij het feit dat we als maar ouder worden…
Vandaag de dag 10.08.2018
Het is waarschijnlijk toeval dat ik van de muziek van Gustav Mahler hou, want ik ken niets van klassieke muziek, maar ik heb al meermaals ondervonden dat telkens ik zijn muziek tegenkom, ik geraakt word.
Vandaag dus maar eens geprobeerd om wat meer te weten te komen van de man, en dan vooral over zijn liefdesleven.
In 1902 huwde Mahler met Alma Schindler, die twintig jaar jonger was dan hij. Ze kregen twee dochters, Maria Anna (1902-1907) en Anna (1904-1988), die later beeldhouwer zou worden. Mahler heeft Sigmund Freud bezocht om over de oorzaken van het slechte huwelijk te praten. Tijdens hun wandeling door de Breestraat in Leiden op 10 augustus 1910 zou Freud hem gezegd hebben dat hij in elke vrouw zijn moeder zocht. Op 24 augustus daaropvolgend zou hij met Sigmund Freud een lange wandeling naar Leiden gemaakt hebben vanaf het strand bij Huis ter Duin in Noordwijk aan Zee. (Wikipedia)
https://nl.wikipedia.org/wiki/Sigmund_Freud
Blijkbaar had de man dus een slecht huwelijk, en ook toen gingen mensen dus naar de psychiater om wat goede raad te krijgen. En ja, als je dan ook nog Sigmund Freud in eigen persoon kan raadplegen, heb je wel vreselijk veel kans dat de oorzaak vlug gevonden is.
Nu heb ik altijd al wel horen zeggen dat iedere man in elke vrouw zijn moeder zoekt, en ieder vrouw in elke man haar vader. Mijnheer Freud maakt er zichzelf dus wel heel gemakkelijk vanaf!
Was het maar zo simpel! Relatieproblemen zijn dat echter nooit. Maar Gustav kon tenminste romantische muziek componeren voor zijn Alma. Toch hielp ook dat blijkbaar niet.
Het enige wat volgens mij helpt, en dan wel met zekerheid, is praten, praten, praten en nog eens praten. Zelfs het kleinste misverstand, de minste frustratie uitpraten en openstaan voor elkaar. En pas op, dit is geen gemakkelijks oplossing, want vraagt constante inzet en doorzet.
Niets zo bedreigend voor een relatie als een gebrek aan communicatie! Als er niet meer gepraat wordt, stopt de relatie.
Hoeveel intieme gesprekken zouden er immers nog gevoerd worden eens de verliefdheid over is?! Ja wel over de kinderen, het werk, de rekeningen, de zorgen van elk dag, maar wanneer over “jij en ik”???
Dus Gustav heeft wel heel mooie muziek geschreven, maar misschien niet genoeg gepraat met zijn Alma…
“Wie ich dich liebe, Du meine Sonne,
ich kann mit Worten Dir’s nicht sagen.
Nur meine Sehnsucht kann ich Dir klagen und meine Liebe.”
De mooiste liefde
Een groot kunstenaar (knipooggedicht)
Zolang
Vandaag de dag 09.08.2018
Zijn we niet bezig van alles wat vroeger een kwalijke, ongewone of vervelende karaktertrek genoemd werd, een ziekte te maken?
Ik was als kind een echte wildebras, heel energiek, kwam voortdurend met geschaafde knieien en gescheurde kleren naar huis, en op school noemde men mij de bezige bij. Nu heet dat een kind met ADHD. Een egocentrisch en a-sociaal persoon noemde men vroeger een egoist, nu blijkt dat autisme te heten, één op de zestig personen zou eraan lijden. Wie meelevend en empatisch is krijgt nu het etiket hoog sensitief of HSP opgeplakt.
Toevallig vond ik gisteren dit artikel op Facebook. Het komt uit een de Nederlandse krant “Trouw”.
Niet iedereen die uit de pas loopt heeft een psychiatrische stoornis
Opinie: Laura Batstra – 8 augustus 2018 – Trouw.nl
Psychiaters zien psychische stoornissen als een ziekte. In het ggz-akkoord ligt de nadruk op sociale aspecten. “Hoopvol”, vindt Laura Batstra, hoofddocent gedrags- en maatschappijwetenschappen aan de RuG. Want lang bleef de impact van factoren als armoede, sociale uitsluiting en slechte behuizing onderbelicht.
In Trouw woedt een debat over het terugdringen van de wachtlijsten in de ggz (geestelijke gezondheidszorg). Rien Vermeulen stelt dat psychiaters aan de poort de oplossing zijn. Aart Franken vindt dat er meer psychologen ingezet moeten worden.
Dat debat vindt zijn bron in het akkoord dat staatssecretaris Paul Blokhuis en twaalf belanghebbende partijen in de geestelijke gezondheidszorg sloten in juli. Voorzitter Damiaan Denys van de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie liet weten niet blij te zijn met de voorgenomen inzet van wat hij ‘goedkopere krachten’ noemt: psychologen en ervaringsdeskundigen. Het kabinet zou het medische aspect van psychische stoornissen uit het oog verliezen door de nadruk op het sociale aspect van psychische klachten te leggen. “Maar nog altijd is een psychische stoornis een geneeskundige aandoening, een ziekte.”
Als belangrijke vertegenwoordiger van psychiaters laat hij zich neerbuigend uit over andere professionals en doet bovendien onhoudbare beweringen. Mijn vermoeden is dat de meeste psychiaters zich hier niet in kunnen vinden. In tegenstelling tot wat Denys suggereert, is er voor geen enkele psychiatrische stoornis een medische basis, een lichamelijk defect, vastgesteld. Er zijn geen bloedtesten of hersenscans die kunnen helpen bij de diagnostiek: op lichamelijk niveau valt er domweg niets te zien.
Bovendien, wat een stoornis moet heten, hangt niet af van wat een scan kan laten zien, maar van normen en beslissingen in een maatschappelijke context. De tijd- en cultuurgebondenheid van ‘stoornissen’ blijkt onder meer uit het feit dat tot 1973 homoseksualiteit als psychiatrische stoornis vermeld stond in de DSM, het wereldwijd gebruikte psychiatrische handboek.
Homokwabje
Gelukkig zijn we van die visie genezen. Zelfs al zouden we nu een homokwabje in het brein vinden dat alle homoseksuelen hebben en alle heteroseksuelen niet, dan zou homoseksualiteit niet opeens toch een stoornis zijn. En mochten we een competitiegroef in het brein ontdekken, dan betekent dat niet automatisch dat we al te ambitieuze types opeens gaan diagnosticeren als psychiatrisch ziek. Dit illustreert de onzinnigheid van Denys’ bewering dat psychische problemen medische aandoeningen zijn. Stoornissen betreffen eigenschappen die gewoon slecht matchen met de normen en eisen van onze huidige maatschappij. We vinden tegenwoordig dat mensen vrolijk, sociaal, ondernemend en taakgericht moeten zijn. Wie niet aan die normen voldoet riskeert een label depressie, autisme, angststoornis of ADHD.
Wat opvalt is dat bepaalde psychiaters steeds meer menselijke moeilijkheden als psychiatrische ziekte framen. Met iedere nieuwe editie van het psychiatrisch handboek komen er stoornissen bij. We kunnen nu al op zo’n vierhonderd manieren gestoord zijn. Het is dan ook niet verbazingwekkend dat volgens deze definities een op de twee Nederlanders ooit in zijn of haar leven psychiatrisch ziek wordt.
De psychiatrie heeft altijd invloedrijke en gedreven bepleiters van haar discipline en het medische model gehad, maar in het ggz-akkoord ligt de nadruk op het sociale aspect van psychische klachten. Psychiaters van het type Denys vinden dat zorgelijk; ik vind het hoopvol. De enorme impact van factoren als armoede, sociale ongelijkheid, werkeloosheid, slechte behuizing, uitsluiting, intolerantie en prestatienormen zijn door de dominantie van het medische model en de focus op individuele pathologie lange tijd onderbelicht gebleven. De koerswijziging van staatssecretaris Blokhuis kon wel eens een mooie stap zijn richting een vriendelijkere en meer tolerante samenleving die mensen die anders zijn niet te snel ziek verklaart.
Deze bijdrage is gebaseerd op Batstra’s hoofdstuk in het in oktober uit te komen boek ‘Écht doen wat nodig is. Pleidooi voor kleinschalige effectieve jeugdhulp’ (uitgeverij Stichting Beroepseer).
Men denke ervan wat men wil, maar ikzelf denk dat mevrouw Batstra gelijk heeft. We zijn toch zo goed in etiketjes plakken, en het is toch zeker veel gemakkelijker en simpeler voor onze gemoedsrust om ons “slecht” karakter toe te schrijven aan een ziekte, dan er ook daadwerkelijk iets aan te doen en onszelf wat bij te sturen!