Woorden in de nacht

Woorden in de nacht

Voel je hoe ik naar je toe kom?
Je bent naakt in den nacht.

Wacht ik doe eerst een doek om.
Nog niet, nog niet.

Liefkoos mij, zacht.
Zeg dat je mij mooi vindt
En alleen door te strelen
In ’t donker, mij ziet.

Zullen wij spelen,
Dat wie ’t eerste lacht,
Moet ondergaan
Wat de ander bedacht?

O, laat het doorgaan,
Totdat wij doodgaan.
Alles wat hierna komt
Is niets dan Dood, vermomd
in schijn van Leven.

Neem mij weer, wacht nog even.

Jan Jacob Slauerhoff

J. Slauerhoff Biografie

De arts Jan Slauerhoff is één van de belangrijkste dichters van het Interbellum. Zijn verzen worden gekenmerkt door Weltschmerz en eeuwig verlangen. Zijn verhalen en romans spelen zich af in exotische oorden, die hij als scheepsarts bezoekt. In zijn korte leven heeft Slauerhoff de nodige literaire contacten en publiceert hij veel. Slauerhoff, die vanaf zijn geboorte ziekelijk is, sterft jong aan tuberculose.

Jeugd

Jan Jacob Slauerhoff wordt in een zich snel opwerkend middenstandsgezin geboren als vijfde van zes kinderen. Zijn vader is behanger en stoffeerder. Al vroeg heeft Slauerhoff last van astmatische aanvallen. De zomers brengt hij niet in zijn geboorteplaats Leeuwarden door, maar op het eiland Vlieland, waar zijn moeder Cornelia Pronker geboren is. Hij volgt in Leeuwarden de HBS en gaat daarna in Amsterdam medicijnen studeren. Zijn eerste gedichten verschijnen in Propria Cures. Hij laaft zich aan het werk en de levensstijl van Franse symbolistische dichters als Baudelaire en Verlaine. Hij is een tijdlang verloofd met Truus de Ruyter, een studente Nederlands, in 1923 wordt de verloving verbroken. Vanaf 1921 werkt hij mee aan Het Getij en De Vrije Bladen. Hij raakt bevriend met de Groningse dichter Hendrik de Vries en H. Marsman. In 1923 verschijnt zijn debuut: de dichtbundel Archipel. In datzelfde jaar studeert hij af. In het Friese Jorwerd komt hij in die tijd veel over de vloer bij de familie Hille Ris Lambers. Hij vat een sterke affectie op voor hun dochter Heleen. Zijn hele leven blijft Slauerhoff licht ontvlambaar voor vrouwelijk schoon.

Scheepsarts

Slauerhoff is geen gemakkelijk man: hij zoekt bescherming, maar zet zich daar ook weer tegen af. Tijdens zijn studie heeft hij veel vijanden gemaakt in de medische wereld. Zijn ouders zien hem het liefst als gevestigd huisarts in een stadje in de buurt, maar hij wordt scheepsarts bij een rederij die op Nederlands-Indië vaart. Zijn zwakke gezondheid speelt hem meteen parten: hij krijgt een maagbloeding en heeft veel last van zijn astma. Terug in Nederland werkt hij een tijd als waarnemer in een aantal praktijken. Daarna monstert hij aan bij de Java – China – Japanlijn en maakt reizen naar China, Hongkong en Japan. Voor de Koninklijke Hollandsche Lloyd gaat hij naar Zuid-Amerika. Met zijn gezondheid gaat het iets beter. Slauerhoff is enorm productief en publiceert een aantal dichtbundels op rij: Clair-obscur (1926), Oost-Azië (1928, onder het pseudoniem John Ravenswood), Eldorado (1928), Saturnus (1930), Yoeng Poe Tsjoe (1930) en Serenade (1930). Belangrijk is zijn vriendschap met Eddy du Perron, die hem helpt met het sorteren en bundelen van zijn grote productie.

Huwelijk

Terug aan de wal is Slauerhoff enige tijd werkzaam in de dermatologische kliniek van de Universiteit van Utrecht. In 1930 trouwt hij met de danseres en balletschoolhoudster Darja Collin. Soms woont hij bij haar in Den Haag, dan weer maakt hij korte reizen, intussen werkend aan zijn verhalen, gebundeld in Het lente-eiland (1930) Schuim en asch (1930), of de klassiek geworden romans Het verboden rijk (1932) of Leven op aarde (1934). Zijn gezondheid dwingt hem telkens weer het kalmer aan te doen. In 1932 gaat hij kuren in het Italiaanse Merano, gevolgd door zijn zwangere vrouw. Darja bevalt van een dode zoon, beide ouders zijn vervuld van verdriet en Slauerhoff raakt in een diepe depressie. In de jaren daarna verslechtert de relatie, ook door de hoge financiële druk van Darja’s school, waar Slauerhoff weinig aan kan doen. In 1935 wordt de scheiding uitgesproken.

Laatste jaren

In 1932 wordt Slauerhoff scheepsarts van de Holland-West-Afrikalijn, hij reist vijf keer op en neer naar de Afrikaanse Goudkust, hij blijft kwakkelen met zijn gezondheid. In 1934 vestigt hij zich voor een half jaar als arts in het nu Marokkaanse Tanger, waar het klimaat gunstig is en hij goed kan werken. Voor zijn dichtbundel Soleares (1933) krijgt hij in 1934 de Van der Hoogtprijs. Tijdens zijn laatste reis wordt hij heel ernstig ziek: hij krijgt malaria en heeft tuberculose opgelopen. Kuren in Merano baat niet meer, hij keert terug naar Nederland waar hij in Hilversum op 5 oktober sterft, kort na zijn 38e verjaardag en de publicatie van zijn laatste dichtbundel Een eerlijk zeemansgraf. Hij is gecremeerd en bijgezet op Driehuis-Westerveld.

Werk

In dertien jaar publiceert Slauerhoff een oeuvre van dichtbundels, verhalen en romans. Hij is bij uitstek een romantisch dichter, zijn gedichten getuigen van rusteloosheid, onvrede met het bestaan, heimwee naar het onbereikbare en een sterke vereenzelviging met outcasts, met mensen die niet met de maatschappelijke stroom meezwemmen. Ook zijn romans en verhalen zijn sterk geïnspireerd door de diverse werelddelen die Slauerhoff als scheepsarts tijdens ontschepingen heeft bezocht. Slauerhoff is, zeker als dichter, altijd populair gebleven, ook onder de jeugd. Tijdens zijn leven wordt hij door generatiegenoten als Du Perron, Vestdijk en Roland Holst bewonderd, maar er zijn ook critici die minder met zijn werk ophebben. Zijn gedichten zijn verzameld uitgegeven in 1947, zijn proza in 1961. Een aantal romans en verhalen is vertaald, in het Duitse taalgebied bevatten deze uitgaven een nawoord van Cees Nooteboom, een auteur die zich als een geestverwant van de dichter/ schrijver Slauerhoff beschouwt. Voor Slauerhoff. Een biografie (1995) heeft biograaf Wim Hazeu hij zich onder meer kunnen verlaten op herinneringen van Slauerhoffs jongste zus, die kort voor de verschijning overlijdt.

Op muziek

De Portugese fadozangeres Cristina Branco heeft een cd uitgebracht met vertalingen van Slauerhoffs gedichten. Zij wordt nagevolgd door de Friese fadozangeres Nynke Laverman die een cd maakt met Friese versies van de poëzie.

Bron: Bibliotheek.nl

 

 

 

Uiteindelijk

Is ieder boek dat je schrijft, en ieder gedicht, autobiografisch? Uiteindelijk wel, en nog straffer alles wat je doet doe je uiteindelijk voor jezelf.
En wat met de dingen die je overkomen? Inderdaad daar kies je niet voor, maar je kan er wel voor kiezen wat je er uiteindelijk mee doet.
Behalve natuurlijk als je chemisch brein het van je overneemt, dan ben je overgeleverd aan willekeur. Dan heb je het niet meer in de hand
Vandaar ook dat psychische gezondheid zo belangrijk is, en mij hoef je daarvan niet te overtuigen.

En wat met verliefdheid dan? Heeft je hart en hebben je gevoelens (uiteindelijk vanuit je brein!) het dan niet van je overgenomen? Voorzeker, maar wel met jouw toestemming. Je hebt je er voor open gesteld, en ik ben maar wat blij dat ik daartoe in staat ben, want het is een feest!
Verliefd zijn maakt je sterk, veerkrachtig, positief, zelfzeker, en natuurlijk zielsgelukkig. Opeens ben je geen grijze mus meer, maar een paradijsvogel die onbevangen de vleugels durft uitslaan en hoge toppen gaat scheren, want je wordt onoverwinnelijk en ongenaakbaar.
Overmoedig? Toch niet, maar wel vollediger, scherper en feller. Alles is nu zoveel duidelijker!
Is dat dan ook liefde? Ja natuurlijk, liefde voor jezelf, liefde voor de ander, maar uiteindelijk vooral voor jezelf, want jij hebt hiervoor gekozen jij hebt hieraan toegegeven, jij wou dit. Je hebt het enkel en alleen aan jezelf te danken, en dankbaar mag je er voor zijn, want het overkomt je niet elke dag, en zelfs niet iedereen.
En wat als het over is? Verliefdheid gaat niet over! Misschien denk je dat, omdat het lijkt of het bij de ander over is gegaan. Maar wellicht komt dat, omdat het noch verliefdheid, noch liefde was, maar enkel lust en zelfbevrediging, zonder rekening te houden met de ander.
En wat met liefdesverdriet? Wel ja, dat zal je er moeten bijnemen. En dat gaat dus wel over, uiteindelijk…
Maar verliefdheid, neen nooit, in nog geen duizend jaar! Want wie verliefd is, is dat uiteindelijk op de liefde en het leven, zoals dat uiteindelijk zou moeten zijn.

Windorgel

Haal het strandgevoel in huis met een zomers windorgel!


Zalig gezomerd aan zee? Top! Jammer genoeg is de vakantie altijd veel te snel voorbij. Hou dat strandgevoel vast met dit knutselproject.
Laat je kids een handje toesteken bij deze DIY! Geef ze de opdracht om mooie schelpjes te verzamelen op het strand. Daarna mogen ze meehelpen.

Wat heb je nodig?
Verschillende soorten schelpen
Een tak
Henneptouw
Een schaar
Afplaktape
Een boormachine met een boor van 0,5 mm
Een kom
Water met afwasmiddel
Een handdoek

Zo maak je het:
Was het zand van de schelpen af. Doe ze in een kom met warm water en afwasmiddel.
Droog de schelpen af met een handdoek.
Knip 4 stukjes (van 60 cm) van het henneptouw en bevestig ze aan de tak.
Doe afplaktape op de schelpen en boor er een gaatje in.
Rijg een schelp aan het touw en leg er een knoopje in.
Herhaal dit 4 keer en doe dan hetzelfde bij de andere touwtjes.
Knip nog 2 stukjes van het henneptouw van 1 meter en bevestig ze aan de uiteinden van de tak.
Knip de restjes van de touwtjes af.
Hang je windorgel op en klaar!
(Dit kan natuurlijk ook met ander materiaal, al dan niet uit de natuur.)

 

 

 

Kunst

Met handen kun je alles: een sigaret
opsteken, haren strelen,
een borst aanraken, een borst niet aanraken –
dit allemaal opschrijven.

Men moest maar eens ophouden,
tenminste in de vakantie,
met daar zo’n, waardeonderscheid tussen te maken.

Herman de Coninck

Is waar, we kunnen allemaal wel iets met onze handen, en het ene is niet meer waard dan het andere, laat staan dat we dan ook het ene verheffen tot kunst, en het andere niet.
De middelen die we ter beschikking hebben kunnen wel een groot verschil maken, maar dan ligt het niet meer aan onze handen, maar aan ons verstand, aan talent, aan geld, aan toeval of zelfs aan al dan niet geluk hebben.
Dus wie zichzelf ooit kunstenaar wilt noemen, moet maar eerst eens bedenken, hoeveel anderen dat ook zijn, maar om de één of andere reden uit de boot gevallen zijn.
Er is dus nog veel kunst te ontdekken, ook in onszelf!

Jung en jong

Jung: ‘Als we iets in het kind willen veranderen, moeten we het eerst onderzoeken en kijken of het niet iets is wat beter in onszelf kan worden veranderd.’

Carl Gustav Jung zelf was als kind vrij eenzaam en introvert – een uitdrukking die hij zelf zou toevoegen aan de psychologie. Al vroeg was hij ervan overtuigd dat hij over twee persoonlijkheden beschikte – enerzijds een moderne Zwitserse, op de buitenwereld gerichte persoonlijkheid nr.1, zoals hij het uitdrukte, en anderzijds persoonlijkheid nr.2, een op het innerlijk gerichte figuur, in wie zich het verleden van eeuwen representeerde.

Hoewel Jung zich met zijn beide ouders verbonden voelde, was hij in zijn vader teleurgesteld door diens rationele benadering van het geloof. Enkele gebeurtenissen in zijn jeugd zouden Jung zijn leven lang bijblijven. Als jongen sneed hij een klein popje uit het eind van een houten liniaal en plaatste het in een kistje. Hij legde daar een steen bij die hij in twee helften had beschilderd, en verstopte het kistje op zolder. Af en toe ging hij terug naar het popje om het kleine papiertjes met een boodschap in zijn eigen geheime taal te brengen. Dit ritueel bracht hem, zo zei hij als volwassene, een gevoel van innerlijke rust en veiligheid. Later ontdekte hij overeenkomsten tussen deze herinneringen en de totems van inboorlingen zoals de verzameling ‘zielstenen’ in de buurt van Arlesheim en de tjurunga’s (of churinga’s) van Australië. Hij concludeerde daaruit dat het om een onbewust ritueel ging dat hij indertijd niet begreep, maar dat opvallende overeenkomsten vertoonde met praktijken in verafgelegen locaties die hij in zijn jeugd nooit bezocht had. Zijn ontdekking van de psychologische archetypen en het collectief onbewuste waren gedeeltelijk op deze ervaringen geïnspireerd.

Kort voor het einde van zijn eerste jaar aan het Humanistisches Gymnasium in Bazel, op 12-jarige leeftijd, werd hij door een andere jongen zo hardhandig geduwd dat hij op de grond viel en even het bewustzijn verloor. Het was toen dat hem de gedachte overviel: “Nu hoef je niet meer naar school!” Sindsdien verloor hij elke keer het bewustzijn als hij naar school ging of aan huiswerk moest beginnen. De volgende zes maanden bleef hij thuis, tot hij hoorde hoe zijn vader zich tegenover een bezoeker bezorgd uitliet over de toekomst van zijn zoon en vermoedde dat de jongen aan epilepsie leed. Met een schok realiseerde Carl zich dat hij zich vanwege de zwakke financiële situatie van het gezin op een succesvolle academische carrière moest richten. Hij ging onmiddellijk naar het bureau van zijn vader en stortte zich op de studie van Latijnse grammatica. Hij verloor drie keer het bewustzijn, maar geleidelijk overwon hij deze drang en viel niet meer flauw. “Hieruit heb ik geleerd wat een neurose is,” zei Jung later.

Bron: Wikipedia

Zo zie je maar, kinderen moeten niet altijd verbeterd worden, en volwassenen moeten zich daar veel vaker van bewust zijn. Al die straf en rammel die ik gekregen heb, kwam enkel voort uit onwetendheid en gebrek aan inzicht van zij die dachten mij te moeten opvoeden. Ik wist toen al, dat ik mij hiertegen moest verzetten.

Te goed

Mijn moeder heeft eens tegen mijn vader gezegd, toen mijn man zware gezondheidsproblemen begon te krijgen: “Ge moet ons Micheline gerust laten, die heeft al miserie genoeg.” Hij kwam altijd klagen bij mij over mijn zus, over de kleinkinderen, over mijn moeder…
Ooit zei mijn psychiater dat ik wat egoïstischer moest worden. Mijn zoon heeft ook al vaak gezegd dat ik te goed ben, en vandaag schreef een vriendin het nog op Facebook.
Ben ik echt te goed? Of zijn het niet eerder de anderen die niet goed genoeg zijn? En is het dan niet zo dat wie goed doet, goed ontmoet?
Er zal wel iets van zijn, dat ik soms te goedgelovig ben, of misschien teveel vertrouwen heb in hoe anderen zijn. “Gij denkt dat iedereen is zoals gij”, zegt David dan.
Maar wat moet je dan anders? Steeds op je hoede zijn, en negatief denken? Of nog erger, wraak nemen, rancuneus zijn, omdat iemand je slecht behandelde of pijn heeft gedaan. Daar kom je geen stap verder mee! Dan rijd je jezelf verder de vernieling in. Dat vreet je op en ontneemt je alle plezier en schoonheid.
“Te goed is goed zot”, luidt de uitdrukking. Wel dan is dat maar zo, dan zijn we maar zot. Betekent dat dan ook dat ik altijd dezelfde fouten ga maken? Is te goed zijn, dan echt fout?
Ik zie het tenminste niet als fout, en ben best content met mezelf. Ik geef tenslotte enkel om wat ik waardevol vind, en moet ik dat dan verloochenen? En mezelf verliezen? Neen, dan liever aanvaarden dat het kan mislopen en dat ik weer eens bedrogen of verraden word door de eerste de beste, dan mezelf te bedriegen en te verraden.
De hel dat zijn tenslotte de anderen, zoals Sartre zei, en we mogen er zeker niet zelf voor zorgen, dat we onze eigen hel worden.
Laat mij dus maar mijn eigen gang gaan, er is toch geen luisteren aan!