Met romantiek
is het
zoals met geloof,
wensen
dat er ergens
een hemel is
die eeuwigdurend
zalig maakt.
Micheline Baetens – 16.08.2018
De boeken van Yuval Noah Harari
Ook deze zomer is in veel vakantiekoffers leergierig plaats ingeruimd voor ‘Sapiens’ en ‘Homo Deus’, de bestsellers van de Joodse historicus Yuval Noah Harari (42) over het verleden en de toekomst van de mensheid. De schrijver reist niet minder dan zijn werk de wereld rond: universiteiten, bedrijven en overheden hengelen massaal naar zijn inzichten in de gang der dingen. Tussen al dat kamerbreed duiden en wereldwijd voorspellen door hebben Harari en zijn superieure intelligentie de tijd gevonden voor nog een boek (‘Dit keer over onze tijd, het verschijnt aan het eind van de zomer’) én voor een zeldzaam interview.
‘Goh, 10 miljoen boeken in 50 talen. Of zo.’ Yuval Harari haalt de schouders op als ik informeer naar de tussenstand van de verkoop van ‘Sapiens’. Het wonderlijke succesboek, ontstaan uit aantekeningen voor colleges aan de Universiteit van Jeruzalem, balt tweehonderdduizend jaar menselijke geschiedenis samen op 400 lucide bladzijden. Het oogstte lof van Barack Obama, Bill Gates, Mark Zuckerberg, opvallend veel enthousiastelingen in Humo’s eindejaarsvraagjes, en u.
HUMO Hebt u zelf een verklaring voor dat immense succes?
Yuval Noah Harari «Ik weet wel zeker dat er veel geweldige boeken bestaan waar niemand ooit van gehoord heeft, ik heb dus geluk gehad. Daarnaast helpt het vast dat ik het boek zo toegankelijk mogelijk heb gehouden, zodat niet alleen universiteitsstudenten maar ook intelligente en nieuwsgierige 16-jarigen het kunnen lezen. En verder was er simpelweg nood aan een boek als ‘Sapiens’, omdat we in een geglobaliseerde wereld leven. Wie vandaag zijn leven wil begrijpen, heeft een globaal perspectief nodig. Daarin schieten de meeste geschiedenisleraars en geschiedschrijvers tekort, zij kiezen voor een veel enger perspectief.»
HUMO Er zijn wel meer boeken die als een satelliet boven de mensheid hangen, dus moet er nog een andere verklaring zijn. Misschien wel dat u in uw werk ook geluk bij de zaak betrekt. Verfrissend, want zeldzaam in geschiedschrijving.
Harari «Geschiedschrijving is begonnen als een politiek project en is lang niet meer geweest dan dat: eerst lieten koningen en heersers geschiedenisboeken schrijven om hun successen voor de eeuwigheid in de herinnering te houden, daarna werd de geschiedschrijving gekaapt door politieke bewegingen als het nationalisme en het communisme. En politiek draait nu eenmaal om macht, niet om geluk. Dus gaat het, van Herodotus en de bijbel tot de geschiedenisboeken van vandaag, aldoor over het veroveren en vergroten van macht: hoe kwam Julius Caesar aan de macht? Hoe wist Duitsland de macht zo lang te behouden? Hoe kon de macht van de kapitalisten zo uitbreiden? Dat zijn de hoofdvragen. Geluk werd vergeten, compleet onder het tapijt geveegd. Het wordt zelfs bijna als onwetenschappelijk beschouwd om het erover te hebben. Macht kunnen we immers in statistieken vatten en op kaarten tonen, maar hoe begin je zelfs maar te praten over geluk? Er is niet eens één sluitende definitie.»
HUMO U stelt vast: het geluk van de mens wordt niet beduidend groter in de loop van de geschiedenis.
Harari «Er gaapt een kloof tussen macht en geluk: de mens is door de eeuwen heen heel goed geworden in het verzamelen van macht, in het creëren van steeds krachtiger werktuigen om controle te krijgen over zijn omgeving, andere dieren en zijn buren. Maar de mens is nooit goed geworden in het omzetten van macht in geluk. En daarom zijn we in de loop der tijden wel duizend keer machtiger geworden, maar niet beduidend gelukkiger.
Het probleem ligt in onze aard. De basisreactie van de menselijke geest is: verlangen naar meer, altijd maar meer. Als je onze voorouders in de middeleeuwen zou vertellen hoe ons leven er vandaag uitziet, zouden ze zeggen dat wij in het paradijs leven en dat we wel van ’s morgens tot ’s avonds moeten lopen zingen en dansen: we hebben genoeg te eten, er is geen oorlog, we leven steeds langer – geweldig! Maar we zitten níét de hele dag op een roze wolk. We vinden het maar normaal dat we de koelkast opendoen en al dat geweldigs aantreffen. We vinden alles vanzelfsprekend en vervolgens breiden onze verwachtingen en verlangens alleen maar uit: we willen nog dit doen, dat zien, en dit en dat hebben.»
HUMO U wijst beschuldigend naar het liberale humanisme, zoals u de dominante ideologie van vandaag noemt. Hebben we nood aan verandering?
Harari «Als je de hele geschiedenis overschouwt, is het liberale humanisme zonder twijfel de beste ideologie die we ooit gehad hebben: nooit eerder zijn we erin geslaagd het menselijke lijden meer te reduceren. Maar het heeft natuurlijk ook veel lijken in de kast zitten.
Naarmate de 21ste eeuw vordert, zullen de nieuwe technologieën de omstandigheden veranderen waarin het liberale humanisme kon opbloeien. Om te overleven zal het zich moeten aanpassen. Democratie, vrije verkiezingen en vrije markt zijn ontwikkeld in harmonie met de omstandigheden van de moderne industriële maatschappij, met treinen en stoommachines, auto’s en tv. Maar die concepten zijn niet aangepast aan een wereld met geavanceerde biotechnologie en artificiële intelligentie. En de eerste glimpen van toekomstige problemen zijn vandaag al zichtbaar, bijvoorbeeld in het schandaal van Cambridge Analytica.
Wat gebeurt er met de liberale democratie als het mogelijk wordt genoeg data te verzamelen en genoeg gegevensverwerkende kracht in de strijd te gooien om mensen te hacken?»
HUMO Hacken? Als in illegaal inbreken en gegevens stelen?
Harari «Jazeker! Er wordt veel gesproken over het hacken van computers, smartphones en e-mailaccounts, maar ook mensen kunnen we nu echt kraken, omdat we begrijpen hoe menselijke gevoelens werken. Uiteindelijk is de liberale democratie gebaseerd op de autoriteit van gevoelens, niet van rationaliteit. Bij verkiezingen wordt mensen niet gevraagd wat ze denken, maar wat ze voelen. Dus als iemand effectief genoeg gevoelens kan manipuleren, kan die een emotionele poppenkast organiseren. Dat is in wezen heel simpel, door bestaande vooroordelen, haat en angsten te mobiliseren. Het is natuurlijk moeilijk om haat of angst uit het niets te creëren, dus leert men eerst met de hulp van instanties als Cambridge Analytica mensen en hun bestaande vooroordelen en angsten kennen, om die vervolgens als wapen in te zetten. Bij de laatste Amerikaanse presidentsverkiezingen hebben we gezien dat het werkt.
De vraag is hoe we de liberale democratie aanpassen aan een wereld waarin gevoelens gemanipuleerd kunnen worden op een schaal die twintig jaar geleden simpelweg onvoorstelbaar was. Als we geen antwoord op die vraag vinden, zal de liberale democratie in de 21ste eeuw zo verouderd zijn als het feodalisme dat was in de 19de eeuw. Niet eens omdat er iets verkeerd mee is, maar simpelweg omdat het niet aangepast is aan de nieuwe omstandigheden.»
HUMO Intussen is er wel degelijk iets verkeerd mee: de geldzucht is ontspoord en vreet het liberale systeem van binnenuit aan. Hebt u het daar niet over gehad toen u in Davos ging spreken?
Harari (knikt) «Het liberale humanisme is geëvolueerd in een bondgenootschap met het kapitalisme en het consumentisme. Veel van de lijken in de liberale kast zijn het gevolg van die alliantie. Of het nu gaat over hoe we ons gedragen hebben tegenover het ecologische systeem of tegenover andere dieren, of over wat westerse imperia over de hele wereld uitgespookt hebben in naam van de vooruitgang en de verspreiding van de vrije markt en de idealen van de verlichting. Een groot probleem, zeer zeker, maar zonder die alliantie met het kapitalisme zou het liberale humanisme nooit de dominante ideologie geworden zijn in zo’n groot stuk van de wereld.
Het gevaar bestaat dat in de loop van deze eeuw het kapitalisme en het liberalisme elk hun eigen weg gaan. Hun bondgenootschap is immers niet zozeer gebaseerd op een ethische overeenkomst als wel op het praktische idee dat mensen vrijheid geven goed is voor de economie. Dat een vrije markt beter werkt dan een dictatoriaal gecentraliseerd systeem zoals men dat in de Sovjet-Unie heeft geprobeerd. En dat verdraagzaamheid goed voor de zaken is, omdat zo het initiatief en de ideeën van verschillende mensen in de economie ingeschakeld worden.
In de laatste decennia zag je een golf van liberalisering over de wereld rollen – Zuid-Amerika, het Midden-Oosten, Rusland – en meestal waren de veranderingen in die veelal dictatoriale regimes niet geïnspireerd door een diep geloof in de liberale waarden, maar eerder door het idee dat de economie en de maatschappij moeten worden geliberaliseerd om economische groei te krijgen. En het werkte nog ook, in zekere mate. Maar in de 21ste eeuw zien we dat bondgenootschap misschien stranden, als liberalisering niet langer noodzakelijk is voor een efficiënte groei-economie. Dat wordt de echte crisis van het liberalisme: wat gebeurt er als die alliantie met het kapitalisme breekt? Zal het geloof in liberale waarden op zich genoeg zijn om de liberale maatschappij in stand te houden? Als dat niet zo is, rest alleen het stuurloos geworden geldgewin dat vandaag hier en daar al regeert.»
CHINOISERIE
HUMO Hoe kijkt u met uw satellietblik naar de wereld van vandaag?
Harari «We zijn nauwelijks bezig met de echt grote problemen die onze kant op komen, we zijn er ons niet eens van bewust. Volgens mij wordt de grootste revolutie van de 21ste eeuw de samensmelting van de informatietechnologie en de biotechnologie. Vandaag lijken dat twee verschillende revoluties te zijn: er vindt een enorme vooruitgang plaats in de informatica, met de opkomst van zelflerende systemen, big data, artificiële intelligentie en dergelijke. Tegelijk, schijnbaar parallel, zien we gigantische stappen voorwaarts in de genetica, de hersenwetenschap, het ontcijferen van het lichaam.
We zijn nu erg dicht bij het punt dat die twee parallelle revoluties zullen samenvloeien tot één revolutie. De immense gegevensverwerkende kracht die ontwikkeld is door de informatietechnologie zal gebruikt worden om mensen te hacken, hen beter te begrijpen dan zijzelf, te doorgronden hoe het leven werkt en uiteindelijk nieuw leven vorm te geven. Als dat er echt van komt, is dat het belangrijkste in de geschiedenis sinds het begin van de geschiedenis én het belangrijkste in de biologie sinds het begin van de biologie. Omdat die revolutie het einde betekent van de organische evolutie door natuurlijke selectie. We worden goden, die leven kunnen creëren, die zichzelf kunnen ontwerpen.»
HUMO En dat zal gebeuren, onvermijdelijk?
Harari «Onvermijdelijk is dat artificiële intelligentie en biotechnologie de wereld gaan veranderen, voorbij onze wildste dromen. Op welke manier precies, dat ligt niet onherroepelijk vast. We kunnen nog altijd impact hebben, daarom kunnen we ons maar beter bewust zijn van wat op ons afkomt. Het schandaal met Cambridge Analytica ging uitsluitend over elektronische data: mijn Facebook-account, wat ik koop, wie mijn vrienden zijn. Maar de echt cruciale data gaan niet over welke kattenfilmpjes ik op Facebook bekijk, wel over wat er in mijn lichaam en in mijn brein gebeurt. En als die biometrische data gehackt worden, krijg je een totaal ander verhaal. Dat kan dus binnen tien jaar. Het is dan ook verontrustend dat zulke kwesties ontsnappen aan het politieke debat, en zelfs aan het besef van de meeste regeringen.»
HUMO Laat me onze Peter Hinssen citeren: ‘De meeste mensen weten niet wat er op ons afkomt. Ik ben net terug uit China: daar voel je het wél.’ In Peking weten ze dus wel hoe het zit en in Washington niet?
Harari «Klopt. En dat is alarmerend, want uiteindelijk is de belangrijkste taak van de politiek om te voorzien in een toekomstvisie. Maar in plaats daarvan zijn politici in het grootste deel van de wereld vandaag bezig met nostalgische fantasieën over het verleden: Trump heeft het over ‘Amerika opnieuw groot maken’, in Rusland gaat het over een terugkeer naar het tsaristische imperium, in de Europese Unie is iedereen plots verrukt over de kleine natiestaten uit de 19de eeuw, en in het Midden-Oosten barst het van de fundamentalistische religieuze visies – van Israël, over Turkije en Iran, tot het hindoenationalisme in India toe. Ook dat heeft niet de toekomst: God is wel degelijk dood, het kost alleen wat tijd om Zijn lijk af te voeren. Het is dramatisch dat iedereen terugblikt in plaats van, zoals China, te proberen een toekomstvisie van betekenis te formuleren.»
HUMO Silicon Valley ligt niet in China. Is dat dan geen troef voor Amerika?
Harari «De overheid en de private ondernemers, dat zijn verschillende werelden. Washington heeft voor zover ik weet geen enkele visie op de wereld in 2050, Silicon Valley wél. Het is in theorie niet de taak van private ondernemingen om met een visie op de toekomst van de mensheid te komen, dat is de verantwoordelijkheid van het politieke systeem. Maar als dat daar niet in slaagt, dan komt het de ondernemingen toe. Het probleem is dan wel dat alléén zij dat doen. Want niemand heeft voor Mark Zuckerberg gestemd, hij vertegenwoordigt niemand.»
HUMO En hij denkt in de eerste plaats aan winst.
Harari «Zo werkt het nu eenmaal. Als Mark Zuckerberg of Elon Musk een toekomstvisie ontwikkelen, zal die ook inhouden dat hun bedrijf en zijzelf er rijker van worden. Als je dat niet fijn vindt, moet je hun toekomstvisie niet aanvallen, maar zelf met een alternatieve toekomstvisie komen en daar mensen van proberen te overtuigen.»
DENKEN IN VERHALEN
HUMO De rode draad in ‘Sapiens’ is het dubbele talent dat de mens van andere levende wezens onderscheidt: wij kunnen samenwerken en wij kunnen in verzinsels geloven.
Harari «Mijn overkoepelende stelling is dat de mens de heerschappij over de wereld gevestigd heeft dankzij zijn talent om samen te werken. En samenwerking is uiteindelijk gebaseerd op een gedeeld geloof in mythologieën, fictie, verzonnen constructies. Dat gaat dan niet alleen over de oude Grieken die in Zeus en co. geloofden, maar bijvoorbeeld ook over alle mensen die vandaag geloven in bedrijven en geld. Want zelfs de moderne economie is gebaseerd op gedeelde verhalen: die van het kapitalisme. De belangrijkste krachten van de wereld hebben altijd alleen in onze gedachten en onze verbeelding bestaan.»
HUMO U schakelt ideologieën en religies gelijk. Gedurfd, maar niet onlogisch.
Harari «Uiteindelijk zijn het allemaal variaties van hetzelfde. Cruciaal is dat die verhalen mensen verenigen en de krachten doen bundelen. Zo heeft elke natie haar eigen mythologie, net zo goed als bijvoorbeeld het communisme of het liberalisme.»
HUMO We willen die verhalen ook niet kwijt, zo leert ‘Sapiens’: mensen zijn door de geschiedenis heen altijd op zoek gegaan naar nieuwe verhalen om hun leven en de wereld structuur te geven.
Harari «Zo denken mensen nu eenmaal. Wij zijn dieren die verhalen vertellen, we denken in verhalen.
Bijna alles wat we doen, is gebaseerd op denkbeeldige verhalen. Ook de mensenrechten zijn een fictie: mensen hébben niet echt rechten, dat is geen deel van onze biologie of ons DNA. Het is gewoon een geweldig verhaal, dat iemand niet eens zo lang geleden bedacht heeft en dat immens veel goeds voor de wereld heeft betekend. Maar het is gezond om te blijven beseffen dat het uiteindelijk gaat om verhalen die wíj verzonnen hebben – zelfs bij de goede verhalen, zoals dat van de mensenrechten – om te vermijden in het verhaal gevangen te raken als de situatie verandert. Zo zal door al die technologische ontwikkelingen de vraag van de mensenrechten steeds ingewikkelder worden. Als we allerlei supermensen beginnen te creëren, hebben die dan dezelfde rechten als mensen? Of als mensen rechten hebben, hebben supermensen dan superrechten? En als mensen het recht op leven hebben, betekent dat dan dat we elk technologisch middel moeten aanwenden om de dood tegen te gaan en het leven te rekken? Als je het op het meest eenvoudige niveau bekijkt, concludeer je: het recht op leven is een basisrecht, de dood is de meest heftige inbreuk op dat basisrecht, en dus moeten we mikken op onsterfelijkheid. Om verstandig met dat soort vragen om te gaan, is het heilzaam in het achterhoofd te houden dat het gaat om verhalen die mensen gecreëerd hebben, en dat we ze dus niet zomaar letterlijk als de ultieme waarheid mogen nemen. Wat goed werkte in de 20ste eeuw, kan in de 21ste eeuw een herijking nodig hebben.»
HUMO Ik vind uw nadruk op verhalen prettig, in een tijd die door de dorre cijfers van de wetenschap gedomineerd wordt.
Harari «Ik ben zelf wetenschapper en mag dit dus zeggen: het probleem met veel wetenschappers is dat ze denken de publieke opinie met feiten te kunnen overtuigen. Maar mensen denken in verhalen. Een goed voorbeeld is de opwarming van de aarde. Sommige wetenschappers gaan ervan uit dat iedereen het wel zal begrijpen als ze gewoon netjes de feiten op een rij zetten. Dat werkt dus niet. Je kunt alle feiten die je maar wilt voorleggen aan één of andere Republikein die meent dat de opwarming van de aarde een Chinese hoax is. De feiten op zich gaan die man niet van gedachte doen veranderen.
Wie mensen écht van idee wil doen veranderen, heeft een goed verhaal nodig. Eigenlijk zouden meer wetenschappers sciencefiction moeten schrijven, naast hun wetenschappelijke werk. Misschien moeten wetenschappers met artistiek talent daar twintig procent van hun tijd aan besteden. Een goeie sciencefictionfilm is politiek en maatschappelijk gesproken immers veel belangrijker dan de publicatie van een artikel in ‘Science’ of ‘Nature’.»
HUMO ‘Homo Deus’ is non-fictie, maar leest bijwijlen als dystopische fictie à la ‘1984’.
Harari «‘1984’ is kinderspel in vergelijking met de kant die het vandaag opgaat.»
SPIRITUELE QUEESTE
HUMO Qua huiver nog dit: u suggereert in ‘Homo Deus’ dat het evolutionair humanisme, dat het fascisme gecreëerd heeft, aan betekenis zal winnen in de 21ste eeuw.
Harari «Zodra we de macht hebben om leven te ontwerpen, steekt de visie van het evolutionair humanisme onvermijdelijk opnieuw de kop op. De meest extreme en beruchte vertegenwoordigers daarvan waren de nazi’s, die hun Übermensch probeerden te creëren met de zeer brute technologie van de 20ste eeuw, in de eerste plaats door wat zij als de Untermensch beschouwden uit te moorden. Met de revolutie in de biotechnologie openen zich nieuwe perspectieven voor dat soort denken, simpelweg omdat de technologie ons de mogelijkheid biedt om de natuurlijke selectie terzijde te schuiven. Zo komt het basisidee om bewust de mensheid te verbeteren vanzelf terug in de mode. Je hoofd in het zand steken en het allemaal niet willen weten, zal niet helpen. Het zál gebeuren: we krijgen te maken met supermensen, cyborgs of in een computer opgeladen menselijke geesten.»
HUMO Het is angstaanjagend dat we geen vrije wil hebben, dat we gehackt kunnen worden, dat we algoritmes zijn. Maar volgens wiskundige Cathy O’Neil hebben we wel degelijk nog een stem in het kapittel.
Harari «Dat denk ik ook. Een goeie strategie is jezelf beter te kennen dan de bedrijven en regeringen die je proberen te hacken. Hoe minder je jezelf echt kent, hoe kwetsbaarder je bent voor hun manipulaties. We hebben bij de Amerikaanse presidentsverkiezingen gezien hoe makkelijk het is om de emotionele knop van mensen in te drukken, zelfs zonder dat ze dat beseffen. Als je je niet bewust bent van je eigen vooroordelen en angsten, kunnen die makkelijk als een wapen gebruikt worden om de discussie te polariseren en de maatschappij van binnenuit te verdelen. Maar hoe beter je jezelf begrijpt, en hoe minder je de illusie koestert dat je een rationeel wezen met een vrije wil bent, hoe moeilijker het wordt je te manipuleren.
Het besef dat de vrije wil een illusie is, is cruciaal. Als je jezelf ten gronde kent, begrijp je hoe weinig keus je echt hebt. Iedereen weet intussen wel dat de wereld buiten ons niet te controleren valt, maar tegelijk denken we nog wel onszelf volledig in de hand te hebben. Maar ga eens echt naar jezelf kijken. Dan besef je dat je je lichaam niet beheerst: jij beslist niet wat er in je lichaam omgaat. En vervolgens besef je dat je evenmin controle hebt over het meeste wat er in je brein omgaat. Onze basisverlangens hebben jij en ik niet zelf gekozen, die zíjn er simpelweg. En zelfs je reacties op je verlangens vallen niet onder je controle. Zo ook de volgende gedachte die tijdens dit gesprek bij jou en bij mij opkomt: wij hebben niet gekozen om uitgerekend die gedachte te denken.
Dat proces van zelfontdekking is cruciaal: het is erg goed om de megalomane fantasie te doorprikken dat je het bevel voert over jezelf. Die illusie werkt allerlei vreselijkheden in de hand. Omdat mensen denken dat hun verlangens het allerbelangrijkste ter wereld zijn, beginnen ze oorlogen, verwoesten ze ecosystemen – op jacht op het ritme van hun grillen. Maar als je je realiseert dat je niet gekozen hebt voor die verlangens, kan dat die gevaarlijke situatie ontmijnen.»
HUMO Nu raken we denk ik aan de kern van wat uw werk zo bijzonder maakt: u sloopt zekerheden, wijst op onze miezerige vergankelijkheid, en dat is heel verfrissend voor de lezer.
Harari «Ik vind het de taak van historici om mensen van het verleden te bevrijden, zodat ze een alternatieve toekomst kunnen zien. Ik wil niet zomaar een beeld van de wereldgeschiedenis presenteren, maar dat op zo’n manier doen dat de lezer met knagende vragen over zichzelf en de wereld achterblijft: alles waarvan je zeker was op het moment dat je begon te lezen, is aan het eind van je lectuur niet meer zo zeker (lachje).»
HUMO Zo zuiveren uw boeken de geest. Mag ik een link zien met uw meditatiepraktijk?
Harari «Ik zou mijn boeken niet hebben kunnen schrijven zonder mijn beoefening van vipassana-meditatie. Dat doe ik nu twintig jaar, ik heb het geleerd van leraar Satya Narayan Goenka. Elke dag mediteer ik twee uur, elk jaar doe ik gedurende een lange periode van 30 tot 60 dagen aan stiltemeditatie: geen computers, geen telefoons, geen gesprekken. Ik ben dan louter bezig met de observatie van de werkelijkheid: wat gebeurt er binnen in mij, in mijn geest en in mijn lichaam? Dat is niet altijd prettig, ’t is niet bepaald een Disneyfilm als je je ware zelf te zien krijgt. Maar zonder de helderheid en de focus die ik uit deze oefening puur, zou ik mijn boeken nooit hebben kunnen schrijven.»
HUMO De schrijver zit royaal in de boeken: dat u veganist, homo en Jood met een zwak voor boeddhisme bent, heeft uw discours getekend.
Harari «Wie ik ben, heeft me geholpen om niks als vanzelfsprekend te zien, zelfs niet wat iedereen voor waar en juist aanneemt. Natuurlijk moet een wetenschapper naar objectiviteit streven, maar deel daarvan is je heel bewust te zijn van wie je bent en wat je vooroordelen zijn.»
HUMO Het resultaat is een tweeluik dat een groots vertoog met een wereldvisie presenteert. Zou het kunnen uitgroeien tot een verhaal, een ideologie, een religie zoals u die in ‘Sapiens’ door de geschiedenis heen ontwaart?
Harari «Ik hoop dat het geen religie wordt (lacht). Ik denk dat we spiritualiteit en religie van elkaar moeten scheiden. Spiritualiteit gaat over vragen, religie over antwoorden. Iets wordt een religie als mensen stoppen met vragen stellen: dit is het verhaal dat je moet aanvaarden, en that’s it. Ik achtervolg een grote vraag als ‘Wie ben ik?’ of ‘Wat is vrijheid?’ of ‘Wat is het goede leven?’ tot waar ze me ook brengt, zonder het antwoord van tevoren te weten. Dat is een spirituele queeste: ik volg eerder de vraag dan mijn antwoord. Zo ondernemen mijn lezers hopelijk ook een soort queeste. Ik hoop dat mensen na de lectuur van mijn boeken gaan nadenken over de grote vragen die ik ter sprake breng en ermee bezig blijven. Of ze mijn antwoorden aanvaarden of niet, is veel minder belangrijk.»
HUMO U schrijft zelf ook aan het eind van ‘Homo Deus’: misschien ben ik verkeerd.
Harari «Ik weet niet hoe de wereld er over vijftig jaar zal uitzien. In het boek verken ik verschillende mogelijkheden, die niet allemaal werkelijkheid kunnen worden omdat ze elkaar tegenspreken.»
HUMO Tot slot: heeft uw derde boek exact te bieden wat de titel ‘21 lessen voor de 21ste eeuw’ belooft?
Harari «Het gaat over het nu. Het eerste boek ging over het verleden, het tweede over de toekomst, het derde over vandaag. Het gaat in op onze onmiddellijke besognes, het gaat over wat er in de volgende vijf à tien jaar zal gebeuren. Ik probeer met de inzichten uit mijn twee vorige boeken mijn voordeel te doen in de discussies van vandaag – over nepnieuws, de immigratiecrisis in Europa, het terrorisme.»
HUMO Wordt het een optimistisch of opnieuw een angstaanjagend boek?
Harari «Maar ik bén helemaal niet pessimistisch! Het is niet omdat we artificiële intelligentie hebben uitgevonden, dat het onvermijdelijk is dat de robots ons zullen vermoorden of tot slaaf maken. Nee, er is zoveel dat je kunt doen met artificiële intelligentie. Het hangt er simpelweg van af waarvoor mensen zullen kiezen. Voor de immigratiecrisis geldt hetzelfde: het is níét onvermijdelijk dat de EU zal instorten, dat honderden miljoenen Afrikanen Europa zullen overspoelen en de Europese beschaving zullen vernielen. Niets staat vast.
Je kunt technologie gebruiken voor zeer verschillende doeleinden. We zagen dat al in de 20ste eeuw: dezelfde technologie – treinen en elektriciteit en zo – werd aangewend voor een communistische dictatuur, een fascistoïde regime en een liberale democratie. Het zal niet anders zijn in de 21ste eeuw. Kijk naar het evolutionair humanisme en het verlangen om supermensen te creëren: sommige verbeteringen aan het menselijk lichaam zijn simpelweg góéd. Als we bijvoorbeeld van kanker kunnen afraken, waarom niet?»
HUMO Ik moest het u even vragen van Steven Pinker, die in ‘Enlightenment Now’ stelt dat we te pessimistisch zijn.
Harari «Pinker voert een nuttige correctie op foute aannames door, ik heb zijn boek graag gelezen. Het is goed om de verbazingwekkende successen van de mensheid in gedachte te houden, maar het is óók goed om de gevaren van toekomstige evoluties te beklemtonen.
Pinker doet alsof iedereen pessimistisch is over de toekomst, maar in zijn focus op mensen van de departementen literatuur, geschiedenis en genderstudies ziet hij over het hoofd dat ten minste één zeer belangrijk deel van de wereld principieel optimistisch is: de beurs is optimistisch over de economie, de grote bedrijven in Silicon Valley zijn optimistisch over artificiële intelligentie, de olie- en gasbedrijven zijn zeer optimistisch over hoe het moet met de klimaatverandering. Er is een hele industrie die de beloftes van de nieuwe technologie bejubelt. Als je een start-up in Silicon Valley bezit, ga je je investeerders niet wegjagen door de gevaren van artificiële intelligentie in de verf te zetten. Omdat de private sector de positieve mogelijkheden benadrukt, wordt het de taak van sociale wetenschappers, filosofen en historici om de balans in evenwicht te brengen, en ons te herinneren aan de problemen en gevaren die inherent zijn aan de nieuwste ontwikkelingen.
Daarom doe ik wat ik doe, maar dat wil nog niet zeggen dat ik een pessimist ben. Nog één voorbeeld: het zou toch fantastisch zijn als we door mensen bestuurde voertuigen echt kunnen vervangen door zelfrijdende auto’s? Vandaag sterven elk jaar 1,25 miljoen mensen in het verkeer, dubbel zoveel als er jaarlijks om het leven komen door misdaad, oorlog en terreur samen. En ruim 90 procent van die verkeersdoden is het gevolg van menselijke fouten. In een wereld met zelfrijdende voertuigen zouden dus elk jaar een miljoen levens gespaard worden. Dat is zonder meer fantastisch, toch?»
Boeken: ‘Sapiens: een kleine geschiedenis van de mensheid’ en ‘Homo Deus: een kleine geschiedenis van de toekomst’ zijn uit bij Thomas Rap.
Bron: HUMO
32 jaar later: Adriaan van Dis voor de tweede keer bij de dalai lama
HUMO – Maandag 13 augustus 2018
Driedelige docureeks op Nederland 2
Adriaan van Dis sprak de dalai lama een tweede keer, 32 jaar na de eerste ontmoeting. Het resultaat is te zien in de driedelige docuserie ‘Van Dis en de dalai lama’. ‘Ik ben geen boeddhist geworden. Maar ik breng al jaren dingen in praktijk die leentjebuur spelen bij het boeddhisme. En ik heb een paar heel goeie apps op mijn telefoon.’
Interview
– U bent net terug uit India.
Adriaan van dis «We zijn aan het monteren. Daar word ik zenuwachtig van. ’s Nachts in mijn slaap is het materiaal meesterlijk en zijn de mogelijkheden oneindig. Maar voor tv gelden andere regels dan voor bijvoorbeeld een essay. Bij een geschreven stuk kun je de diepte in, nu moet ik kiezen tussen diepgang en vrolijkheid. Het zal een serie met een vrolijke diepgang worden, denk ik.»
– Het is een gesprek met de dalai lama?
van dis «Onder andere. In de serie verkennen we de opkomst van het boeddhisme in het Westen. Dertig, veertig jaar terug ging het om een klein groepje mensen die wijsheid in het Oosten zochten, nu is het iets heel breeds. En dan heb ik het nog niet over praktische toepassingen van het boeddhisme, zoals het beoefenen van mindfulness, want dan kom je al snel aan honderdduizenden geïnteresseerden. In de serie praat ik met geleerden, beoefenaars en monniken. Op die manier vergaar ik kennis om de dalai lama te gaan interviewen.»
– Bent u zelf geïnteresseerd in spiritualiteit?
van dis «Mijn moeder was theosofisch geïnspireerd, zoals ik het noem, en ik ben daardoor altijd tamelijk allergisch geweest voor alles wat met zweverigheid te maken heeft. Maar een jaar of vier geleden was ik somber. Er sloeg, zoals dat tegenwoordig heet, een golf van depressiviteit over mij heen. Toen ik me liet behandelen, kwamen er methodes ter sprake om dwanggedachten te leren beheersen en kwam ik in aanraking met mindfulness. Ik heb toen een achtweekse training gevolgd en ik moet zeggen dat die mij enorm heeft geholpen. Het zijn eigenlijk ademhalingsoefeningen: je concentreert je op het ademen, waardoor je rustig wordt en je de dingen op een andere manier bekijkt. We hebben allemaal een monkey mind, zoals dat heet. Je gedachten springen van hot naar her. Door naar de ademhaling terug te gaan komt er ruimte om de pijn of de narigheid onder ogen te komen, en kun je je perspectief veranderen. Vroeger had je een rozenkrans, een pastoor en zelfs een psychiater, maar mindfulness werkt misschien wel even goed. In de psychiatrie maakt die steeds meer opgang. En ze heeft dus een boeddhistische achtergrond.»
– Boeddhisten streven onder meer naar gelijkmoedigheid. Is dat ook niet een soort zoethouder?
van dis «Dat is één van de vragen die ik aan de dalai lama heb gesteld. Je moet in het hier en nu leven, en alleen dit moment telt, terwijl het volgens mij tijd is voor een revolutie. De kloof tussen arm en rijk, tussen opgeleid en niet-opgeleid, is zo groot, dat ik soms denk: adem in, adem uit? Sla erop!»
– Wat antwoordde hij?
van dis «Hij maakt zich ook af en toe boos. Maar hij zegt dat we een grote fout maken door ons ik onder een vergrootglas te leggen. Dat is een verwaand standpunt, als je denkt dat jij dingen kunt oplossen. Je moet je perspectief veranderen.»
– Is creativiteit gebaat bij mindfulness?
van dis «Dat heb ik me ook vaak afgevraagd. Ik sprak voor de serie met Ruby Wax, die nog niet zo lang geleden is afgestudeerd in de psychologie met mindfulness als specialisme. Mindfulness heeft haar geest helderder en geconcentreerder gemaakt, zegt ze, en ze maakt betere grappen dan ooit. Zelf ben ik zeven jaar lang in analyse geweest. Toen ik daaraan begon, was ik heel bang dat mijn creativiteit zou verdwijnen. Maar het tegendeel bleek waar. Ik heb als het ware de boomstammen uit de rivier gehaald, zodat het water beter ging stromen.
Er wordt veel wetenschappelijk onderzoek gedaan naar de werking van mindfulness. Dan worden bijvoorbeeld de hersenen gescand van mensen die de achtweekse cursus hebben gevolgd, en zien ze dat er echt iets is veranderd in de hersengolven. Nu, dat schijn je ook te kunnen zien bij iemand die klassieke psychoanalyse heeft gevolgd. Mindfulness is nu in de plaats van de analyse gekomen. Ik vroeg een psychiater eens: ‘Wie verkiest u, Boeddha of Freud? Ze koos voor de 2.600 jaar oude wijsheid van Boeddha. Het goede is dat je als patiënt geen boeddhist hoeft te zijn om iets aan zijn leer te hebben.»
– Het is wel zo dat je moet blijven mediteren.
van dis «O, ja. Het is net als lijnen. De breinspier moet je blijven trainen. Ik merkte dat ik die de laatste tijd had verwaarloosd, maar nu sta ik onder druk en ben ik zenuwachtig, dus ben ik weer begonnen.
Ik ben erg gevoelig voor wat ze technical related anger noemen, zie je. Ik kan in razernij uitbarsten als mijn internetaansluiting niet werkt, of als mijn computer nee zegt. Als ik die razernij nu voel opkomen, adem ik in en uit, en dan gaat het een stuk beter. Ik heb een paar apps op mijn telefoon en die leiden mij erdoorheen. Ik ben vooral fan van de app waarbij je je moet verbeelden dat je een berg bent. Maar ik behoor nog niet tot de mensen die mindful hun tanden poetsen. Of een bakje muesli eten. Of een half uur naar een walnoot staren.
Wist je trouwens dat de monniken in Azië amper mediteren? Hooguit 5 procent zit weleens op een kussen. Maar in het Westen is mediteren immens populair. Dubbelzinnig is natuurlijk dat veel van die apps uit Silicon Valley komen. Eerst hebben ze daar apparaten ontwikkeld waardoor we afgeleid worden en onze concentratieboog steeds korter wordt, en vervolgens slijten ze apps waar we rustiger van worden. Een heel populaire app, vooral bij jonge ondernemers, is Headspace. Die kost meer dan 90 euro en is miljoenen keren gedownload. Je snapt dan wel waarom sommige monniken zo glimlachen. Het is ook business.»
– 32 jaar geleden, in 1986, was de dalai lama te gast in uw boekenprogramma ‘Hier is… Adriaan van Dis’. Wist hij dat nog?
van dis «Hij deed alsof hij het zich nog herinnerde, maar toen we een fragment bekeken, vroeg hij: ‘Wie is die man met al dat haar?’ Dat was ik.»
– Wat herinnert u zich van dat gesprek destijds?
van dis «Dat hij heel slecht Engels sprak en dat de zaal vol zat met volgelingen die devoot zaten te kijken en lachten om alles wat hij zei. Dat irriteerde me. Het deed me denken aan het gedicht van Gerard Reve over de kardinaal die een wind laat, waarna zijn volgelingen zeggen: ‘Sjonge jonge, wat ruikt het hier lekker, net of iemand lever met uien staat te bakken.’ In de zaal zaten mensen die alleen maar de geur van lotusbloemen roken.»
– Hoe ging het deze keer, met alles wat u nu weet en de baat die u zelf hebt bij meditatie?
van dis «Ik ben geen boeddhist geworden. Ik heb wel een paar dingen geleerd, niet per se in het gesprek met de dalai lama – al moet ik toegeven dat het me niet onberoerd liet dat hij 45 minuten lang mijn hand vasthield. Maar ik sprak in het Franse boeddhistische klooster Plum Village met een Nederlandse non die daar al 36 jaar zit, en ik vertelde haar dat ik best een driftige jongen ben. Ze zei: ‘We hebben allemaal zaadjes in ons geplant: een zaadje boosheid, een zaadje geduld, een zaadje genegenheid en liefde. U geeft het zaadje boosheid veel te veel water, dat is een heel grote plant geworden. Probeer weg te gaan van die plant en voed in plaats daarvan het zaadje geduld.’ Ik doe dat nu een tijd en het helpt!
Het rare is dat ik onbewust al dingen in praktijk bracht die leentjebuur spelen bij het boeddhisme. Bij ‘De wereld draait door’ hield ik een keer een pleidooi voor wat ik ‘aanvallende beleefdheid’ noem. Wat moet je doen als iemand tergend vervelend is? IJzig vriendelijk zijn, omdat het vaak geen zin heeft om boos te worden. Dus wat zeg je tegen een medewerker van de spoorwegen die niet weet waarom er op perron 1 net een lege trein is vertrokken, terwijl we allemaal naar perron 4 zijn gestuurd? Dan zeg je: ‘Wat ontzettend vriendelijk dat u mij dat hebt meegedeeld.’»
– Dat noem ik passief-agressiviteit. Is dat afkomstig uit het boeddhisme?
van dis «Ach, nu lijkt het alsof ik de hele dag driftig ben. We zijn toch allemaal weleens boos? Ik probeer gewoon mijn eigen drift te temmen.»
– Gebruikt u een meditatiekussentje?
van dis «Nee, ik zit wel op de grond, maar niet op zo’n klein kussentje. Gewoon een stevig kussen. Ik heb ook geen Boeddhabeeld in huis. In Deventer heeft een handelaar voor een fortuin aan beelden staan en die zijn echt prachtig, maar ik verbied mezelf er één te kopen. Een klankschaal helpt wel. Die heb ik nog niet, maar wie weet komt die toch in huis.»
– En u gebruikt apps die u door een meditatie leiden?
van dis «Ja. (Pakt zijn telefoon erbij) Ik heb de apps doorgenomen met mijn psychiater. Dit is een goede, van mijn zorgverzekeraar. En deze mevrouw (opent een andere app) vind ik heel goed. Ze geeft bergmeditatie. Ze praat vreselijk, maar ik ben toch van haar gaan houden. Ik heb wel een half jaar nodig gehad om haar stem te dulden. En deze jongen, Andy, is ook heel goed. Maar o jee, nu lijkt het alsof die Van Dis helemaal into mindfulness is. Ik hou distantie. Kritische distantie.»
Je wordt niet als lafaard en klootzak geboren, maar het leven kan je zodanig kraken en kneden dat je het wordt. Of zie ik dat verkeerd, en heb je altijd en overal de verantwoordelijk over en voor je eigen gedrag?
Ik heb de neiging om mededogen te voelen, want het leven kan rare toeren met je uithalen, en door je eigen onwetendheid en gebrek aan levenservaring, of gewoon door niet beter te weten, je een serieuze loer lappen.
Maar de dag dat je tot dat inzicht komt, moet je wel je verantwoordelijkheid nemen, en tot actie overgaan, om de koers te wijzigen. Doe je dat niet dan ben je inderdaad een klootzak en een lafaard.
Er is moed voor nodig, ik weet het, en veel moed, haast heldenmoed, maar wat is het alternatief? Niet kunnen leven met jezelf, en dus ook niet met de anderen? Je leven weggeven en opdragen aan iets wat niet goed voor je is, je zelfs kwaad berokkent en ziek maakt?
Wie helpt die slechte invloeden, schade en misvormingen te herstellen en wat als het niet lukt? Wie en wat helpt?
Ik heb de neiging om mededogen te hebben met ieder mens dat beschadigd werd, dus ook met een lafaard en een klootzak. En dat is altijd al zo geweest.
Tijdens mijn vrijwilligerswerk ben ik veel kwetsbare mensen tegen gekomen, ook personen waarvan ik vond, dat ze hun miserie aan zichzelf te danken hadden. Tot mijn spijt en frustratie heb ik dan ook wel moeten toegeven en inzien dat ik zelf er dus weinig aan verhelpen kon. Ze moeten het zelf willen en zelf doen! Anderen kunnen enkel wegwijzers zijn en aanmoedigers.
Blijf wel mededogen hebben met al wie je tegenkomt, want elk mens vecht zijn eigen strijd: die met zichzelf. En ik verzeker je, die stopt nooit, want het leven maakt vaak een heel slechte beurt, en blijft je loeren draaien, tot die laatste superloer waarbij je de strijd voorgoed verliest. Heb dus ook mededogen met jezelf!
Snel leven
Wie snel loopt, loopt aan alles voorbij.
Wie snel leeft, leeft helemaal niet.
Hij verslindt het leven,
maar het leven verrijkt hem niet.
Elk mensenleven is een reis,
en reizen is een kunst.
Men moet de dingen de tijd gunnen
zich aan ons voor te stellen,
en dingen zijn nooit gehaast.
Wie veel wil zien op korte tijd,
ziet niets meer:
alle dingen die te vlug bekeken worden,
beginnen op elkaar te gelijken.
Ze smelten in elkaar weg,
zoals de struiken langs een sneltrein
versmelten tot de eentonigheid
van een groene streep.
Wie zich de tijd gunt
voor aandachtige beschouwing
ontdekt tot zijn verwondering
hoe het geringste “alles” bevatten kan,
een wereld op zich.
Libert Vander Kerken
Behoeft geen uitleg, want wie dit ter harte neemt herkent dit, en wie het niet ter harte neemt, zal dit gedicht waarschijnlijk ook niet lezen, en zeker ook niet begrijpen.
Halfoogst vandaag, en dan denk ik altijd eens extra aan mijn grootmoeder, de belangrijkste vrouw in mijn leven, want zij legde mijn fundament. Ze heette Maria en ze stierf op haar feestdag, en als er iemand verdiende van in de hemel opgenomen te worden, is zij het wel, al kon ze vloeken als een ketellapper.
Foto: Op de binnenkoer bij mijn grootmoeder.
De foto is getrokken door mijn nonkel Robert, het veertiende kind van mijn grootmoeder, en het enige kind dat nog in leven is. Zes kinderen zijn volwassen geworden, de anderen zijn gestorven toen het nog baby’s waren.
Mijn grootmoeder was in tegenstelling tot mijn grootvader, een vrouw van weinig woorden, maar vloeken kon ze als de beste. Ze geraakte wees toen ze nog klein was, haar moeder stierf in het kraambed, en haar vader die achterbleef met twee kleine kindjes, maakte een einde aan zijn leven.
Ze klaagde of zaagde nooit, maar dat laatste kind dat ze kreeg op haar vijfenveertigste, was er teveel aan en werd grotendeels opgevoed door zijn oudste zus.
Mij nam ze er dan wel weer bij tot mijn zes jaar, tot mijn grootvader stierf, en de familie vond dat ik terug naar mijn ouders moest. Ik ben haar eeuwig dankbaar voor haar onvoorwaardelijke liefde en aanvaarding.
Ik was er niet bij toen ze stierf en ook niet op haar begrafenis, want ik logeerde bij een correspondentievriend in Duitsland. We hadden elkaar leren kennen via een ballonwedstrijd georganiseerd door de school, in het vijfde leerjaar. Mijn ballon was geland in Neuss, en via de school waren we met elkaar in contact gekomen.
Voor ik vertrok naar Duitsland had mijn moeder gezegd: “Ga je grootmoeder nog eens bezoeken, ze is oud en wie weet, het kan de laatste keer zijn”.
Maar ik was een overmoedige tiener en dacht niet aan sterven. Wist ik toen veel dat het leven, net als een ballonnetje, aan een zijden draadje hangt…
Op sommige plaatsen, vooral in Antwerpen vieren ze vandaag ook Moederdag. Aan hen draag ik dit gedicht op, van boer en dichter Hubert van Herreweghen, om al die tranen die moeders wenen, opdat wij zouden kunnen opgroeien tot schone mensen.
Tranen
De tranen die de moeders schreien
als noodlots onweer loeit,
daarvan groenen de weien
waarop hun nakroost stoeit.
Op dat gras, met zout gedrenkt,
grazen de beste schapen.
Meisjes en knapen,
gedenkt.
Hubert van Herreweghen
David en Audrey vieren vandaag hun kartonnen jubileum van vijf jaar samen zijn, en exact binnen een maand is dan het huwelijk om hun relatie nog hechter te maken.
Een paar foto’s van de vorige verjaardagen.
Eén jaar samen
Drie jaar samen.
Altijd samen!
Zot van elkaar, en op naar 15 september!!!
De levenslessen van ‘liefdesfilosoof’ Jan Drost: ‘Samensmelten klinkt mooier dan het is’
Trouw
Suzanne Rethans – 5 november 2017
Sinds zijn eerste boek ‘Het romantisch misverstand’ wordt Jan Drost (42) beschouwd als liefdesfilosoof. Zijn eigen relatie wist hij er niet mee heel te houden. Over dat liefdesverdriet schreef hij ‘Als de liefde voorbij is’, dat onlangs verscheen.
Les 1: Duik onder in je liefdesverdriet
“Toen mijn vriendin onze relatie na tien jaar plotseling verbrak en ik daar behoorlijk ondersteboven van was – je neemt niet alleen afscheid van elkaar, maar ook van een gedeeld verleden, een gedeelde toekomst, toekomstige kinderen – merkte ik weinig ruimte en erkenning voor mijn liefdesverdriet. Er heerste, ook bij mijzelf, een strengheid: er is toch niemand dood, dat een puber van slag is à la, maar als je volwassen bent moet je niet zeuren. Terwijl: je bent verdrietig, en dat wordt zwaarder door te vinden dat het niet mag.
Het is een rouwproces, misschien ingewikkelder nog dan na een sterfgeval, want de dood is in elk geval duidelijk. Nu rouw je om iemand die nog leeft en die je kunt tegenkomen. Rouw verloopt in een aantal fases: ontkenning, woede, onderhandelen, depressie en acceptatie. Niet per se in die volgorde, je hebt ook weleens een terugval of voelt er een aantal tegelijk, maar je moet ze allemaal door en je kunt er geen een overslaan. De meeste mensen vinden dat ze niet boos mogen zijn, maar dat gênante telefoontje hoort erbij. In die zin is het ook altijd goed je te realiseren in welke fase je ex zit.”
Les 2: Woede hoort erbij
“In onze cultuur leren we niet met woede omgaan. We zijn er trots op als we niet boos worden, je moeder is ook ‘niet boos, maar teleurgesteld’. Maar woede heeft ook iets aandoenlijks: het is een verzet tegen machteloosheid. Eigenlijk roep en schreeuw je met je hele lichaam: ik wil dit niet. Het is destructief, je loopt het risico dat je iets stukmaakt, maar er zit ook schoonheid in.”
Les 3: Romantische beelden kloppen niet
“Ik vind filosofie het mooist op gebieden waar zij traditioneel niet thuishoort. Als je kijkt naar de momenten in het leven waar je veel hoopt en verwacht van je denkvermogen, dan is dat tijdens eenzaamheid, verdriet en ziekte. Ik probeer juist het ‘irrationele’ te doordenken.
Zo ben ik erachter gekomen dat je geen ruk hebt aan romantische beelden, zoals de ander die jou compleet maakt en met wie je versmelt. Dat heeft niks te maken met wat het betekent om met iemand samen te zijn. Integendeel. Je probeert de andersheid van de ander weg te poetsen en de ander in te lijven. Het lijkt alsof je op zoek bent naar die ander, maar je bent op zoek naar jouw droom. Romantiek is hermetisch. Samensmelten klinkt heel mooi, maar is pure eenzaamheid. Want wiens eenheid wordt het? Als twee romantische zielen willen versmelten, krijg je twee intolerante idealisten die in hun verlangen naar eenheid het eigen ideaal van de liefde aan de ander opleggen. De minst sterke zal zichzelf moeten uitwissen. Dat kan toch niet de bedoeling zijn van liefde?”
Les 4: De ander blijft de ander
“In intieme relaties is de valkuil dat je dusdanig met elkaar vergroeit dat je vergeet dat de ander een ander is en altijd een ander blijft. En dat veel botsingen en conflicten voortkomen uit het feit dat jouw ideaal en de ander niet overeenkomen. Nietzsche zegt dat heel mooi: ‘Wat heb ik lief in de ander? Mijn verwachtingen.’ Als je je bewust wordt van je eigen verwachtingen zie je de ander daarvan loskomen. Dat vind ik het ultieme samenzijn. Het is niet per se makkelijker, maar honderd keer echter en mooier dan versmelting.”
Les 5: De romantische cultuur laat ons in de steek
“Romantische films zijn een grote boosdoener in het romantisch misverstand. Het gaat vooral over wat er gebeurt voordat twee mensen elkaar vinden. Je hebt de zoektocht, er zijn obstakels, er is wat gedoe met een andere liefde, het wordt even spannend en dan krijgen ze elkaar. En daar stopt de film. Daarmee wordt de verwachting gecreëerd dat als je maar eenmaal de juiste persoon ontmoet, je daarna klaar bent. Het suggereert ook dat het welslagen van de relatie alleen afhangt van de juiste combinatie. Dat leidt tot rare ideeën over wat liefde hoort te zijn. Dat als je ruzie hebt, of het gevoel even weg is, je meteen een probleem hebt.
Terwijl je ook naar jezelf kunt kijken. Kun jij bijvoorbeeld wel luisteren? Misschien moet je constateren dat je totaal niet geïnteresseerd bent in anderen. Dan kun je wel doorzoeken tot je iemand vindt die beter lijkt te passen, maar die persoon zal ook een keer huilend thuiskomen en dan moet je toch luisteren. Of ga je dan weg omdat ze niet sterk is? Liefde is juist heel sociaal. Veel complexer dan de zoektocht en een happy end. Wat overigens een deprimerende woordencombinatie is. Hoe gaat het verder? Daarin laat de romantische cultuur je in de steek. Het blijkt overigens dat kinderen uit gebroken gezinnen vatbaarder zijn voor romantische idealen dan kinderen uit een liefdevol gezin.”
Les 6: Iedereen verdient een nieuwe kans op liefde
“Mijn ouders gingen uit elkaar toen ik zes was. Destijds vond ik het verschrikkelijk, ik was de enige jongen en had vier zussen boven me. Ik ben er redelijk goed uit gekomen omdat mijn vader zijn best deed ons te zien. Op mijn zeventiende had ik een mooi gesprek met mijn vader. Ik was naar hem toegegaan, een stoere puber die rookt. Ondanks zijn afkeer van roken zette hij een asbak voor me neer, omdat hij doorhad: het gesprek is aangebroken. We hebben tot diep in de nacht gepraat.
Er is een zinnetje van Nietzsche dat ik aanhaal in mijn eerste boek: ‘Waar je niet meer kunt liefhebben, moet je weggaan.’ Elke keer als ik daaraan denk, denk ik aan mijn vader en valt alles op z’n plek. Het was echt beter, je kunt niet met iedereen een relatie hebben.
Ik ben opgegroeid in het streng gereformeerde Spakenburg en daar was je na een scheiding afgeschreven, damaged good. Zo hard. Je krijgt één kans in de liefde en als je het verprutst is het afgelopen. We zijn niet lang daarna verhuisd. Hoewel je niet in een mislukking moet blijven hangen, vind ik ook dat er soms te snel wordt opgegeven. Niet omdat ik calvinistisch ben, maar als er nog liefde mogelijk is en je gaat samen de problemen aan, kan er iets moois openbreken. Maar als het echt niet lukt, moet je weggaan, en dan niet denken: mijn leven is afgelopen. Iedereen verdient een nieuwe kans op liefde.”
Les 7: Stimuleer je leerlingen
“Twee docenten zijn bepalend geweest voor mijn ontwikkeling. De eerste was mijn leraar Nederlands die na het lezen van mijn puberale essay zei: ‘Ik heb zo’n idee dat we van meneer Drost nog wel gaan horen.’ De tweede was de professor die bij mijn afstuderen zei: ‘Wil je me beloven dat je blijft schrijven?’ Dit is een tip voor alle onderwijzers: Zeg dat soort dingen. Want het beklijft, het stuurt en stimuleert. Er wordt een bronnetje mee aangeboord.
Wij zijn zulke sociale wezens dat we erachter komen wie we graag willen zijn door de spiegeling van een ander. In die zin is onderwijs ook een vorm van liefde. Ik geef twee dagen per week les op een hbo-opleiding. De context is: je gelooft in ze, anders zou je daar niet staan en met ze filosoferen. Af en toe voel ik me in het klaslokaal zo’n klein Gallisch dorpje dat de neoliberale Romeinen dist.”
Les 8: (Her)waardeer je vriendschappen
“Ik heb mijn vrienden nog nooit zoveel gezien als toen mijn relatie voorbij was. Misschien was ik toch te gemakzuchtig geworden, iets te comfortabel in mijn liefdesrelatie. Ik probeer mijn vriendschappen nu beter te onderhouden.
Het is belangrijk een paar goede vrienden te hebben, het helpt je om niet alles van de ander te verwachten. Wie je bent, hangt zo nauw samen met de relaties die je hebt. Daarom is vriendschap ook belangrijk. Als alle mensen om je heen wegvallen, dan sterf je zelf ook. Iemand moet jou zien. Ik kan soms zoveel vriendschap voor iemand voelen dat het liefde lijkt. Dan is het liefde. Met sommige vrienden was het vriendschap op het eerste gezicht. Als mensen bij de relatietherapeut zeggen: ‘Het gaat niet goed, want we zijn alleen nog maar beste vrienden’ dan denk ik: hoeveel treden lager is dat dan in jouw beleving?”
Les 9: Ontroer me en ik ben je man
“Zoals de filosoof Levinas liefde en verantwoordelijkheid synoniem acht, hangen voor mij ook liefde en ontroering nauw samen. Ontroering zit altijd in iets onverwachts, waardoor je plotseling de ander ziet. Ik ben nu met iemand die me vaak ontroert. Het kan er soms fel aan toegaan en dan opeens heb ik door: ze is zo boos omdat ze zoveel om onze relatie geeft. Wat lief!
Dat vermogen kun je cultiveren door op zoek te gaan naar boeken en films die ontroeren. Die niet romantisch zijn, maar liefdevol. Een boek als ‘Revolutionary Road’ beschrijft een romantisch slagveld. Aan het eind zit een scène bij de buren waarbij de buurman ’s ochtends zijn vrouw ziet zitten, verfomfaaid, met een jus d’orange-vlek op haar duster, ze weten inmiddels welk drama zich in het huis ernaast heeft afgespeeld, en opeens beseft hij: maar ze is er wel. Bij mij. En dan moet hij heel erg huilen.”
Les 10: Fietsen is liefde
“Ik stond een keer achter een scooter te wachten bij een stoplicht en ik dacht: jemig, wat een stank! Ik ben gaan uitzoeken wat er allemaal in die uitstoot zit en het blijkt gelijk te staan aan meer dan honderd dieselbusjes. Het overschrijdt talloze keren de Europese norm van toegestane kankerverwekkende stoffen. Dat komt doordat het cheap ass-verbrandingsmotoren zijn, en dan is een groot deel ook nog opgevoerd. Officieel zijn ze dus verboden, want je maakt je medemens er letterlijk doodziek mee.
Het is een missie geworden: de scooter uit Amsterdam weren. Het is een bepaald type mens dat scooter rijdt, de neoliberale mens in optima forma. De complete onthechtheid: ik wil dit en wat er achter mij gebeurt, boeit me niets. In dat opzicht is een scooter een passend cadeau bij het lidmaatschap van de VVD.
Het heeft in de kern te maken met jouw opvatting van vrijheid. De negatieve opvatting is populair: ik heb niks met de ander te maken. Terwijl positieve vrijheid is: rekening houden met elkaar. Weten waar jij ophoudt en de ander begint.Fietsen is liefde, als je het cultuurfilosofisch bekijkt. Een fietser weet dat hij een knooppunt van relaties is. Met fietsen geef je antwoord aan je omgeving en breng je geen schade toe. Fietsers in Amsterdam zijn net een zwerm spreeuwen: het gaat bijna altijd goed. Toeristen kijken er vaak naar met een verbijsterde blik van: hoe wist-ie nou dat die naar rechts ging? Dat is samenleven, een dans, ballet. Relaties zitten in alles.”
Jan Drost
Filosoof Jan Drost (1975) groeide op in Spakenburg en Harderwijk. Hij studeerde filosofie en Nederlands in Amsterdam en uit zijn afstudeerscriptie kwam zijn boek ‘Het romantisch misverstand’ (2015) voort. Zijn tweede boek ‘Denken helpt, over geluk, liefde en de zin van het leven’ verscheen in datzelfde jaar, eveneens bij De Bezige Bij. Onlangs kwam zijn nieuwste uit: ‘Als de liefde voorbij is’. Drost heeft inmiddels een nieuwe relatie.
“Liefdesverdriet voelt hetzelfde als rouw”
Filosoof Jan Drost wás al gefascineerd door de liefde, toen hij liefdesverdriet kreeg. En niet zo’n beetje ook.
Rinskje Koelewijn
13 oktober 2017
www.nrc.nl
Wat is erger, verlaten of verlaten worden? De vraag is van Jan Drost (42), filosoof, schrijver en spreker gespecialiseerd in het fenomeen liefde. Wat is erger?, vraag ik me af. De verlaten filosoof zijn? Of de filosoof verlaten? Na tien jaar samenzijn verbrak Jan Drosts vriendin hun relatie. En hij schreef daar vervolgens een boek over. Als de liefde voorbij is is een (zelf)onderzoek naar liefdesverdriet. Van de breuk, de rouw, de verwerking ervan, tot de liefde na de liefde.
Wie verlaten is, wil nog wel eens wrokkig omkijken. Dat doet Jan Drost niet. „De relatie is voorbij, maar de liefde niet.” Openhartig beschrijft hij hoe hij dacht in een uitstekende relatie te zitten, tot zij hem onverwacht verbrak. Maar het is natuurlijk wel zijn kant van het verhaal. „Het zijn mijn beelden van haar en onze liefdesgeschiedenis.” Een buitenkansje wil hij het niet noemen, dat hij die altijd de liefde bestudeerde, nu ook het verlies ervan aan den lijve ondervond. „Ik voelde wel een zekere urgentie om te begrijpen wat me overkwam.” Liefdesverdriet, zegt hij, wordt in onze cultuur afgedaan als onvolwassen zwakte. „Met een avondje Ben&Jerry’s op de bank moet je er wel overheen zijn. En dan swipe je jezelf weer een nieuwe liefde.”
We spreken af bij een filmhuis annex café in Amsterdam-Oost. Hij woont daar om de hoek, voorheen samen met Lisa, zoals hij haar noemt in zijn boek. We eten bruine boterhammen met pompoenspread. Hij is vegetariër sinds hij op z’n achttiende uit Harderwijk naar een studentenkamer in Amsterdam verhuisde. In het begin uit gemakzucht. Pas later is hij zich gaan realiseren welke „massaslachting en klimaat-ellende” er schuilgaan achter vleesconsumptie.
Net als hij in zijn boek, begin ik bij de breuk zelf. De scheidingsmelding, zoals hij het noemt. Op donderdagavond 20 februari 2014. Lisa zat op de groene bank, naast haar moeder. Waarom die erbij moest zijn, weet hij nog steeds niet en ook niet meer wat er precies is gezegd. Duidelijk was dit: zij wilde een „relatiepauze”, om na te denken.
En wat deed Jan Drost toen? Niets. Hij schrijft: „Ze bleef nog wel slapen.” Maar hoe ze die nacht in hetzelfde bed hebben doorgebracht, dat weet hij niet meer. „Wat had ik dan moeten doen?”, vraagt hij. „Had ik moeten zeggen: rot op? Had ik zelf weg moeten gaan?” Hij had zoveel kunnen doen, zeg ik. De boel bij mekaar brullen, smeken, passievolle seks. Iets! Hij knikt. In panieksituaties, zegt hij, heb je aan mij een goeie. „Ik blijf rustig en relaxed. De schrik komt altijd later.” Waarom deed ik niks, vraagt hij nu aan zichzelf. „Ik dacht vooral: ze is er nog. We zijn nog even samen.”
Hij vergelijkt de doffe verdoving die hij voelde na haar aanzegging met een elleboogbreuk die hij ooit opliep. Pas een uur na de val werd hij de pijn gewaar. Een jaar na de relatiebreuk hield hij bij filosofiecentrum The School of Life een lezing over liefdesverdriet. „Na afloop zakte ik door mijn hoeven.” Zo erg greep het onderwerp hem nog aan. In de zaal zaten verlatenen die zich schaamden voor hun smart. „Onze tijd en cultuur duwt mensen met een gebroken hart dieper de eenzaamheid en ellende in.” Wie te lang om een verloren liefde grient, geeft blijk van een „ziekelijke afhankelijkheid” van de ander. „Een mens hoort autonoom te zijn. Zelfstandig. Mensen die daten, zeggen: ik zoek iemand die me wil, niet iemand die me nodig heeft. Afhankelijkheid wordt gezien als iets slechts.”
Maar daar was Jan Drost het al mee oneens ver voor hij verlaten werd. In zijn boek Het romantisch misverstand uit 2011 stelt hij dat liefde geen solistische bezigheid is. Geen romantisch ideaal van „samensmelten tot één geheel”. Liefde is een relatie, zegt hij. De Een kan niet zonder de Ander.
Hij vindt het niet overdreven om de pijn van liefdesverdriet te vergelijking met rouw. Of de geliefde dood is of opgestapt, de verwerking van het verlies verloopt volgens dezelfde fases: ontkenning, woede, onderhandelen, depressie en acceptatie. Twee jaar na de breuk is hij gaan opschrijven hoe zijn rouwproces verliep.
‘Medine’?
.Wacht even. Op internet zag ik een filmpje van de presentatie van een ander boek van hem uit 2015. Naast hem zit, stralend, een meisje met een witte bloem in donkere krullen. Blader nu naar het dankwoord van zijn liefdesverdriet-boek, waarin hij ene Medine bedankt voor haar liefde. Is zij toevallig hetzelfde meisje aan wie hij de lezer in het laatste hoofdstuk voorstelt? Jazz-zangeres. Ontmoet op een kerstfeestje van de uitgeverij. Ja? Even snel rekenen … In februari 2014 ging het uit met Lisa. December, Kerst … Dus hij had … Hij knikt. Hij is alweer 2,5 jaar samen met zijn nieuwe liefde. Een tikje teleurgesteld stel ik vast dat hij tijdens het schrijven van zijn liefdesverdriet-boek dus helemaal niet zo eenzaam en ellendig was als ik dacht.
Niet eenzaam misschien, bevestigt hij. Maar ellendig wel, bij vlagen. „Het is een misverstand dat geluk niet samengaat met verdriet.” Maar rouwen om een ex, is dat niet heel pijnlijk voor de nieuwe liefde? „Je hoort in een nieuwe relatie niet al te veel te praten over je ex.” Eigenlijk is de verwachting dat je je vorige liefde zwart maakt, de negatieve kanten belicht. „Alsof je alleen zo kunt bewijzen dat deze relatie véél beter is.” Hij vindt dat stom. „Er bestaat geen wrokverplichting.” Een liefdesrelatie, zegt hij, is zo intens. „Je verklaart iemand tot die Ene.” Beetje lastig als daarvoor andere Enen waren. Hij heeft daar een alternatief voor bedacht, als tegenhanger van het tabula rasa-idee. Een nieuwe liefde begint niet op een schone lei, maar komt als het ware over alle vorigen te liggen. Zoals bij een palimpsest: een vel perkament waarvan de bovenste handschriftlaag voorzichtig wordt afgeschraapt, om opnieuw te worden beschreven. „Waarom zou je elkaars verleden wissen, zoals in de film Eternal sunshine of the spotless mind ieders geheugen wordt gewist. Iedereen met wie je een deel van je leven deelt, is onderdeel van je identiteit. Als je geacht wordt je vorige liefdesrelaties te verloochenen, verloochen je een deel van jezelf.”
Hij schrijft over de keer dat hij met Lisa afsprak om nog eens van haar te horen waarom ze hun relatie verbrak. Terloops noteert hij dat ze weer is gaan roken, en weer vlees eet. Afknapper? „Het vergrootte het gevoel van vervreemding.” En weet hij nu waarom ze het had uitgemaakt? „Ze zei wel dat ze het lastig vond om voor mij springplank én luchtkussen te zijn. Ze voelde zich te verantwoordelijk voor mijn geluk.”
Hij is gaan inzien dat de manier waarop hij is opgegroeid, als jongste met vier zussen, invloed heeft op zijn latere relaties. „Ik was zes toen mijn ouders scheidden.” Zijn vader ging weg. „Mijn moeder lag maanden overmand door verdriet op een stretcher in de zitkamer. Zij verliet ons ook.” Wat had hij graag eerder geweten van de hechtingstheorie van de Britse psychiater Bowlby. „Dan had ik beter begrepen dat een onveilig gehecht kind als volwassene een vermijdende of angstige hechtingsstijl heeft.”
En wat doet hij anders nu hij dat weet? „Van huis uit ben ik gewend sores in m’n uppie op te lossen. Ik beschouwde het als relationele hygiëne om de ander daarmee niet lastig te vallen. Daar ben ik van teruggekomen. Kleine verwijten kunnen gaan etteren en voor je het weet worden breukjes relatiekwetsuren.” Hij heeft zich na Lisa niet „als een eekhoorn in z’n holletje teruggetrokken”. Hij zocht troost bij vrienden en familie.
Hij drinkt gemberthee, om in de sfeer van zijn boek te blijven. De combinatie gemberthee, een schaaltje M&M’s, en de serie Lost werd een vast ritueel na de breuk. „Maandenlang leed ik onder een enorme hoest, zo erg dat ik mijn ribben kneusde.” Dat waren de maanden dat hij elk nieuw paar schoenen dat hij aanschafte zag als metafoor voor „op eigen benen staan”, bij elk paar nieuwe maandlenzen vaststelde dat hij door deze Lisa niet meer zou zien, en bij elke maaltijd heel voorzichtig kauwde, uit angst zich te verslikken, met niemand in de buurt om te voorkomen dat hij zou stikken.
Niet echt geuit
Dat, gecombineerd met de vele uren die hij in eenzaamheid heeft zitten schrijven, wekt niet echt de indruk dat hij zijn liefdesverdriet heeft geuit. „Mijn vriendin zegt dat ik door te schrijven het leven beter begrijp. Zo is het. Door woorden te geven aan mijn gevoel, werd de pijn minder erg.” Dat klinkt toch rationeel? „Over denken bestaat een misvatting. Denken is geen tegenpool van voelen. „Kant beweert dat. Echt zo’n filosoof die met z’n knokige hand een schroef in je hersenen draait.” Zelf is hij van de school van Nietzsche, Levinas, Aristoteles. De filosofen die „met bloed schreven” en „dachten met gevoel”. Hij zegt: „Ik heb een rijk gevoelsleven, dus moet ik veel denken.”
Net toen hij dacht dat het liefdesverdriet voorbij was, een jaar geleden, ging hij „onderuit”. „Ik had alle rouwfases doorlopen, dacht ik. Sommige woede wel vijf keer. Maar depressie had ik blijkbaar overgeslagen.” Hoe wist hij dat de liefdesbreuk uit 2014 de oorzaak was, en niet de wintertijd? „Pas toen ik over Lisa sprak, gingen de sluizen open.”
Jan Drost in het kort:
Geboren Vroomshoop, 12 september 1975
Burgerlijke staat ongehuwd
Woont in Amsterdam
Opleiding wijsbegeerte aan de Universiteit van Amsterdam
Eerste baan boekverkoper
Vervoermiddel fiets („Fietsen is liefde!”)
Sport hardlopen
Boek Stilte in oktober, van Jens Christian Grøndahl
Film Her, De Rouille et d’Os
Muziek Mozart, Bach, Ron Sexsmith, Sufjan Stevens
Onmisbaar de aarde, welwillendheid
Eerste hulp bij liefdesverdriet: ‘Maak van je pijn een onderdeel van het geluk’
Dinsdag 7 november 2017
HUMO
In zijn eerste boek ‘Het romantisch misverstand’ ontmaskerde Jan Drost met behulp van Plato, Schopenhauer en Nietzsche romantische idealen die ware liefde in de weg staan. In ‘Als de liefde voorbij is’ staat Drost nu stil bij wat er gebeurt wanneer de liefde ophoudt. Zoals hem zelf overkwam, toen zijn relatie na tien jaar onverwacht eindigde.
JAN DROST “Ik dacht toen niet meteen: ‘Jippie, ik kan hier een boek over schrijven.’ (lacht) Maar in zekere zin is het de pijnlijke consequentie van een stelling in mijn eerste boek. Liefde is een soort afhankelijkheidsverklaring: je begint een relatie met iemand die los van jou staat. En de uiterste consequentie is dat die ander ook weg kan gaan.”
Als je verliefd bent, heb je de neiging om de ander de hemel in te prijzen. Op de één of andere rare manier doe je dat ook wanneer die bij je weggaat. Plots ben je weer doordrongen van het allesomvattende belang van hem of haar en ga je opnieuw idealiseren, alsof je geest alleen maar de mooie dingen heeft onthouden. Romantiek in de achteruitkijkspiegel is een vorm van zelfbedrog.»
HUMO Sommige psychologen vinden dat liefdesverdriet in psychiatrische handboeken hoort, net als rouwen.
DROST «Ik weet niet of het überhaupt in een boek met stoornissen moet, maar de vraag stellen is ook een manier om het serieus te nemen, want het is even ingrijpend als rouwen.»
HUMO Het kan in het ergste geval ook depressies veroorzaken.
DROST «Zo’n depressie is een noodzakelijke fase in het verwerkingsproces. Maar mijn interpretatie is anders dan de puur biologische visie. Bijna alle vormen van verdriet en depressie hebben te maken met een relatie. De wetenschap lijkt dat wel te vergeten.»
HUMO U schrijft ook dat de samenleving weinig mild is voor liefdesverdriet.
DROST «Er was een moment dat ik mezelf ook zwak vond, maar gelukkig ga je als cultuurfilosoof snel denken: het is de maatschappij die me dat aanpraat (lacht).
»De tendens is dat je wel even liefdesverdriet mag hebben, maar dat je niet mag vergeten dat je volwassen bent. Het wordt niet aanvaard dat je totaal gevloerd bent en even niets meer kunt.»
HUMO U overdenkt ook een aantal strategieën waarmee we liefdesverdriet kunnen temperen.
DROST «Ik pleit niet voor alcohol op doktersvoorschrift, maar het is wel een goed idee om je door een vriend op sleeptouw te laten nemen naar de kroeg. Wat voor mij hielp, was het besef dat je geen strikt onderscheid moet maken tussen verdriet en geluk. Ik heb geprobeerd om een manier van denken te ontwikkelen waarin verdriet een onderdeel van de schoonheid wordt. Op den duur wordt verdriet dan een onderdeel van het geluk.»