Vandaag de dag 12.06.2018

Zelfbedrog is de ergste vorm van bedrog, en de meeste bedriegers zijn er zich niet eens van bewust.
Ik daarentegen, ben er mij wel van bewust dat ik door dit blog, mijzelf open en bloot op straat gooi, en in zo’n klein en deftig dorp als Hoeilaart zal dat wel een hele uitzondering zijn, want hier wil men wel alles weten van de andere, maar van de eigen persoon blijft alles angstvallig binnenkamers, met de gordijnen goed dicht en de rolluiken naar beneden.
Het heeft wel een groot voordeel, als je alles zelf eerlijk naar buiten brengt. Roddelen kunnen ze immers niet meer, want de schandalige waarheid is al geweten, en speculeren moeten ze ook niet, want er valt niets meer te raden.

Buiten van een paar streekgenoten op Facebook, heb ik wel nog geen reacties gehad op mijn blog, maar dat had ik ook niet verwacht. Ze gaan trouwens ook nooit iets in mijn gezicht gezeggen, neen, dat zou immers niet op zijn Hoeilaarts zijn.
Goede mensen, hoor in Hoeilaart, daar niet van, maar gesloten als mosselen, en totaal geen gevoel voor humor, wat dus wil zeggen, vlug op de tenen getrapt, en geen relativeringsvermogen.
Maar dat gaat veranderen! De echte Hoeilanders zijn net als sommige andere diersoorten stilletjes aan het uitsterven, en zeker die Hoeilanders die te lang onder en in de kerktoren gezeten hebben.
Het belachelijke chauvinisme, van een dorp dat zich altijd het middelpunt van de wereld gevoeld heeft, dat gaan ze er geloof ik nooit uitkrijgen, daar zorgt de dorpspolitiek wel voor. Of het zou moeten zijn dat Hoeilaart bij Overijse gevoegd wordt, vermits  van hogerhand aangedrongen en aangestuurd wordt dat gemeenten gaan samensmelten.
Als dat kortelings zou gebeuren, wat ik als geboren Overijsenaar natuurlijk hoop, dan is hier het kot te klein en zijn er voorzeker enkele wanhoopsdaden te verwachten. Ik woon hier aan de spoorweg, die is daar zeer geschikt voor…
Maar tot zolang, berust ik in het feit dat ik als Overijsenaar, met een open geest, en nu dus ook al een tijdje, met een open blog, in Hoeilaart woon, een hechte gemeenschap, waar ik de hond in het kegelspel mag spelen.

Ik wist niet

Ik wist niet
dat ik zo beminnen kon,
zo verloren lopend
in een wereld
waarvan ik dacht
verzonken te zijn,
voorgoed weg
en helemaal
nooit beleefd,
tot jij
dat gesloten hart
terug open kreeg.

En hier ben ik dan,
als je mij wilt,
helemaal van jou.

Micheline Baetens – 11.06.2018

Vandaag de dag 11.06.2018 (2)

Vroeger zei men mij dat ik voor alles te jong was, nu zegt men mij dat ik voor alles te oud ben. Maar ik heb er mij vroeger niet aan gestoord en dat ga ik nu dus ook niet doen.
Vroeger was men te jong om de waarheid te weten, te jong voor de jongens, te jong om je goesting te doen, te jong om je eigen mening te hebben, en te jong voor alles wat plezant was.
Het enige waarvoor ik niet te jong was, was om te werken, en dat was al van mijn negende. Helpen in het huishouden, helpen in de tuin, zelfs werk dat mijn vader meebracht van de bazen waar hij werkte.
Terwijl de andere kinderen van de buurt aan het ravotten waren, konden wij een centje bij verdienen, en dan niet voor onze spaarpot, maar voor hetgeen kinderen kosten aan hun ouders.
https://www.youtube.com/watch?v=nFpGINFsnyU&feature=youtu.be
Wat wel niet lukte, was dat ik toch van mijn veertiende ging dansen, en dat ik toch met de jongens liep. Mijn ouders gingen wel mee naar het bal, maar veel last had ik er niet van, want op de dansvloer was het donker genoeg, en af en toe moest een mens toch ook eens naar “het toilet”, en dan kon je buiten onder de sterrenhemel wel even doen, wat onder het alziend oog van al wie zich volwassen noemde niet mocht.
Eigenlijk heb ik altijd goed mijn plan getrokken, als iets mij verboden werd. Heb wel veel slaag gekregen, maar uiteindelijk is het mij toch gelukt om hier en daar ferm mijn zin te doen, door wat wel mocht en wat niet mocht, aan elkaar te koppelen.
Zoals naar de avondles gaan, en dan moest ik twee kilometer te voet naar huis langs de Huldenbergse dreef, waar je ’s avonds geen kat meer tegenkwam, behalve dan de jongen waar ik mee afgesproken had, op zijn fiets, of met de motor.
Of ik moest op een woensdagnamiddag materiaal verzamelen voor de les natuurkunde, en dat klusje kon je dan ook koppelen aan een afspraakje met de liefde.
Vindingrijk dat een mens is, als men iets in zijn lijf en kop heeft, en tegen de aard van het beestje, is geen straf opgewassen!
En nu zou ik dus voor van alles en nog wat te oud zijn? Wel, als ik vroeger mijn manieren niet kon houden, toen ik daarvoor nog gestraft kon worden, zal ik het zeker ook nu niet kunnen, want daar is je goesting kunnen doen immers veel te plezant voor!

De Dreef in Overijse nu, met veel minder bos en groen, en veel drukker. Jammer!

Vandaag de dag 11.06.2018

Naar “Tonio” gekeken, een film naar een waargebeurd verhaal en naar het boek van A.F.Th. van der Heijden dat hij schreef over de dood van zijn eenentwintigjarige zoon bij een verkeersongeval.

Op Eerste Pinksterdag 2010 fietst de 21-jarige Tonio vroeg in de ochtend richting huis na een avond uit met zijn vrienden. Hij wordt onderweg geschept door een auto en komt hierbij om het leven. Zijn ouders Adri en Mirjam worden geconfronteerd met het grootste verlies dat hun leven voorgoed zal veranderen. Terwijl Mirjam hard vecht om niet in een neerwaartse spiraal van verdriet terecht te komen, doet Adri het enige waar hij op dat moment toe in staat is: in zijn herinnering graven, aantekeningen maken, schrijven. Daarbij voortgedreven door twee dwingende vragen: wat gebeurde er met Tonio in de laatste uren en dagen voorafgaand aan de ramp, en hoe kon dit ongeluk plaatsvinden? Een zoektocht naar het wat en het hoe, die leidt langs verschillende ooggetuigen, vrienden, politieagenten en artsen. Adri reconstrueert het leven van zijn zoon tijdens een radeloze queeste naar zin en betekenis.

https://www.youtube.com/watch?v=I7YIEj64dK0

Een vijftal jaar geleden heeft David ook een zwaar auto-ongeval gehad. De auto over kop, op een morgen hier wat lager in de wijk.
De buren belden mij op om mij te verwittigen en brachten mij op de plaats waar het net gebeurd was. Ik zag die auto daar op zijn kop liggen, en ging door de knieën. David zag ik niet, want die lag al in de ziekenwagen, en ik verwachtte het ergste.
Ik geloof dat dat de heftigste emoties waren die een mens kan beleven, vrezen dat je je kind gaat verliezen, of dood is.
Gelukkig was David maar licht gekwetst, een paar gebroken  ribben en een snijwonde in het voorhoofd.
Maar toch, de uren dat je zoon dan opgenomen is in de spoed en jij alleen moet wachten op een bankje in de wachtzaal, zijn van de treurigste en angstigste die ik ooit in een ziekenhuis heb doorgebracht.
Voor de ouders van Tonio liep het slechter af, maar toch eindigt de film op een helende toon, want uiteindelijke komen dan de mooie herinneringen naar boven, en die moeten de ouders redden van dat dodelijkste verdriet, wat het verlies van een kind toch is.

 

 

Vandaag de dag 10.06.2018 (2)

Destijds was er hier in mijn straat een kunstenaarsatelier “Vrij Atelier Vosdelle”. Ik ben er ook lid van geweest.
Ik ging er leren schilderen, maar ik kon heel slecht tekenen, en heb het na een aantal jaren opgegeven. Ik was wel heel goed met kleur, maar het moest perfect zijn bij mij en een volwaardig werk, of het was niet in orde en uiteindelijk gaf ik het op. Ik heb hierdoor wel beter leren “kijken” naar schilderijen.
De in mijn ogen enige kunstenaar in dat atelier was mijn leermeester en vriend, Raymond De Gryse. Op zijn vraag, en omdat ze niemand anders vonden, ben ik ook nog een tijdje naaktmodel geweest voor al wie graag tekende.
Van Raymond kreeg ik altijd een paar schetsen, en die heb ik natuurlijk bewaard. Een tijdje na zijn dood heb ik ook een gedicht aan hem gewijd, en ik heb verleden week gezien dat het gedicht ook op de Facebookpagina “Raymond De Gryse” staat, samen met heel wat van zijn werken.
https://www.facebook.com/RDGryse/?hc_ref=ARR-4BV8sgUb7qMhwarTTE_p9RH8x_dBuYd1B_qBLbFEnFS69iVuRAG-vTqfPBvy_6g

Het gedicht:

Nooit (voor R. De Gryse, kunstenaar en vriend)

Weg van deze wereld,
Voorgoed.

Zijn stap met rechte rug,
De beeldende handen
In de zakken,
Gebald tot vuisten.

Er komt geen tweede,
Nooit.

Micheline Baetens

Raymond was een man van weinig woorden, en zeker zonder dikke nek en zonder kapsones, en heel erg tekort gedaan hier in Hoeilaart door de politiek. Destijds door de CVP gebruikt en misbruikt.
Hij heeft mij hierover veel verteld, want zijn frustraties waren groot. Ik was heel vaak alleen met hem in het atelier en dan werd er meer gepraat dan gewerkt.
Prachtige werken heeft die man gemaakt, heel gevoelige werken, zowel zijn beeldhouwwerk als zijn schilderijen.
Er lopen er hier in Hoeilaart veel rond “kunstenaars”, maar dat is een titel die ze zich ten onrechte geven, want het zijn allemaal maar slechte amateurs in vergelijking met Raymond De Gryse.

Vandaag de dag 10.06.2018

Ik hoorde ooit iemand zeggen dat hij troost vindt bij de sombere schilderijen van Munch. En ik begrijp dat, want je vindt geen troost bij iemand die je wilt opvrolijken of afleiden van je verdriet, maar bij iemand die je begrijpt en met je meehuilt.
Hetzelfde kan je hebben als je een gedicht of een boek leest waarin precies beschreven wordt hoe jij je voelt of hoe jij denkt. Het bevestigt je en je denkt niet langer dat je gevoelens abnormaal of overdreven zijn. Hetzelfde haal je uit muziek.
https://www.youtube.com/watch?v=UTdkDwyteYA
Empathie en troost, iedereen heeft er behoefte aan in deze onverschillige maatschappij. Het is echter een menselijk talent dat niet genoeg gecultiveerd wordt en dreigt verloren te gaan.
Maar je kan het ook moeilijk leren, je hebt het of je hebt het niet, zoals dat gaat met alle kunsten. En sommige mensen hebben er teveel van, dat lijken wel antennes die signalen opvangen bij de vleet. Is niet makkelijk leven hoor, als je zo meevoelt dat het is alsof je een spons bent, die alle leed en frustraties van de wereld lijkt op te zuigen.
Ik heb er mij moeten tegen afschermen, want ik ging er soms te hevig in mee. Op een keer heeft mij zelfs iemand gezegd toen hij hier de deur uit ging, dat hij tevreden was “omdat hij weer eens zijn therapie had gehad”.
Ik zelf heb buiten de psychiater niet veel mensen gekend die ik betrouwbaar genoeg vond om over mezelf te vertellen. Ze geloven je toch maar half. Als ik met iets zat waar ik David niet mee wilde belasten belde ik naar de 106, en ik ben door die vrijwilligers een paar keer heel goed geholpen geweest.
En nu lijkt het of ik eindelijk mijn soulmaatje gevonden heb, iemand aan wie ik alles kwijt kan.
Ik las vandaag in de krant De Standaard een brief van iemand die iets gelijkaardigs heeft meegemaakt, maar dan niet via Facebook, maar door een advertentie in de krant.

https://www.youtube.com/watch?v=jivqe2tr20I

Hier komt hij:

Veerle Duflou (58) vond de man van haar leven via een contactadvertentie

‘Ik las zijn reactie en ik wist: dit is hem’
In 1960 plaatste Veerle Duflou (toen 30) een zoekertje in de kant. De reactie van Valère sprong eruit. Het werd een liefde voor het leven.

‘Zijn brief arriveerde een pak later dan de rest. Hij had net staan schilderen in een appartement, toen zijn oog op mijn contactadvertentie viel. Die advertentie begon met een stelling: “Alle interessante mannen boven de dertig hebben al een vrouw of verkiezen mannen. Vrouw (30) zoekt intelligente en in cultuur geïnteresseerde man om deze stelling te weerleggen.’
‘49 reacties heb ik gekregen, die om de paar dagen in een dikke enveloppe van De Standaard werden afgeleverd. Ik ordende ze in drie categorieën. Er was de categorie met standaardbrieven en met spelfouten, die kregen van mij een standaardantwoord terug. Dan was er de categorie van mannen die moeite gedaan hadden, maar van wie ik meteen wist dat het niets zou worden.’

‘De brief van Valère bestond uit zes kantjes, handgeschreven, en begon met ‘Lieve onbekende’ – je wist niet wie je schreef als je op zo’n advertentie reageerde, je had alleen een nummer. “Dit is te mooi om waar te zijn”, dacht ik. Hij schreef dat hij kunst had gestudeerd, maar dat hij geen carrière had gemaakt. Hij besefte dat hij in de ogen van de buitenwereld mislukt was. Maar hij zag het anders, hij zag het als een moment waarop heel veel mogelijk was. Dat liep heel erg gelijk met de manier waarop ik toen in het leven stond. Ik had piano gestudeerd, werkte deeltijds als begeleidster aan het conservatorium en studeerde voor tolk, omdat mijn job aan het conservatorium begon te vreten aan mijn liefde voor de muziek. We waren allebei zoekende, stonden aan het begin van een nieuwe levensfase.’

‘De eerste paar maanden hebben we gecorrespondeerd. Dat was heel romantisch, uit al onze brieven sprak het verlangen om elkaar te leren kennen. Ik was al verliefd aan het worden voor ik hem gezien had. Toen we de eerste keer belden en ik zijn stem hoorde, was ik verkocht. Bij onze eerste ontmoeting schrok ik wel even. Hij had me wel geschreven dat hij een zuiders type was, maar niet dat hij een snor had. Nog nooit in mijn leven had ik zelfs maar naar een man met een snor omgekeken.’

‘Ik hield buikpijn over aan onze eerste date. En ik kon voor mezelf niet uitmaken of dat kwam door de halfgare groenteschotel die we gegeten hadden (omdat hij nog niet goed wist hoe de oven in zijn nieuwe appartement werkte) of dat het van de emoties was. Ik was heel diep onder de indruk van zijn persoonlijkheid, zijn openhartigheid, zijn fijnzinnigheid. Zijn empathisch vermogen was heel sterk ontwikkeld. Van bij het begin had hij vaak aan één blik genoeg. Tijdens die eerste date voelde hij mijn ongemak toen hij de deur op slot draaide. Spontaan legde hij uit dat het niet anders kon, omdat zijn deur anders niet dichtbleef, en hij stelde voor om niet tussen mij en de deur te gaan zitten.’

‘In die twintig jaar hebben we één moment van twijfel gehad. We waren anderhalf jaar ver, het punt waarop je moet beslissen of het echt serieus wordt. Ik was halsoverkop verliefd geworden op een vrouw, hij had gekust met een jeugdvriendin. Hij zag waar het echt om ging: dat we bang waren om afscheid te nemen van onze jeugd. We hebben beslist en later nooit meer getwijfeld, er zijn zelfs geen andere verliefdheden meer geweest.’

‘We waren altijd heel eerlijk tegen elkaar. Dat kwam ons goed van pas in de laatste jaren van zijn leven – hij is ruim vier jaar geleden gestorven aan pancreaskanker. Wij konden heel open praten over doodgaan. Hij wist ook dat ik nooit informatie zou achterhouden, dat ik het niet mooier zou voorstellen dan het was. We hebben alles besproken wat er te bespreken was. Een paar maanden voor hij terminaal was, vroeg hij me of ik samen met hem uit het leven wou stappen. Ik voelde meteen dat ik dat niet wou, maar aarzelde even om het hem te zeggen, omdat ik hem niet wilde teleurstellen. Ik heb hem naar waarheid gezegd dat ik mijn leven nog niet als af beschouwde, dat ik het als een daad van liefde beschouwde om zijn overlevende te zijn. Hij was niet teleurgesteld, maar opgelucht. Hij had de vraag vooral gesteld omdat hij bang was om me achter te laten, omdat hij van zichzelf dacht dat hij dat niet zou aankunnen. Tot aan zijn dood heeft hij zijn leven geleid op zijn openhartige, genereuze manier. En doordat hij er een zaak van had gemaakt om alles mooi af te ronden, kon ik verder met mijn leven na zijn dood. Hij heeft me door mijn rouw geholpen.’

https://www.youtube.com/watch?v=8Yi1q5KR7o8

Ze bestaan dus echt, de mooie en ongewone liefdesverhalen. Dit is er eentje van het begin tot het einde. Ik begin er pas aan, maar net als Veerle moet ik bekennen dat ik al verliefd ben nog voor ik hem gezien heb. Maar vermist schoonheid van binnen zit, zoals algemeen gezegd wordt, is al de rest maar bijzaak, en dat hij een snor heeft, dat weet ik al!

 

Vandaag de dag 09.06.2018

Onvervreemdbaar

Dit wordt ons niet ontnomen: lezen
en ademloos het blad omslaan,
ver van de dagelijksheid vandaan.
Die lezen mogen eenzaam wezen.

Zij waren het van kind af aan.

Hen wenkt een wereld waar de groten,
de tijdelozen, voortbestaan.
Tot wie wij kleinen mogen gaan;
de enigen die ons nooit verstoten.

Ida Gerhardt

“De troost van de filosofie”, van Alain de Botton, dat is het boek dat mij het laatst veel deugd heeft gedaan en mij uit mijn eenzaamheid van niet begrepen te worden, heeft gehaald.
Maar er zijn er veel geweest, boeken, die mij de dagelijksheid deden vergeten van kindsbeen af.
In het zesde leerjaar van de lagere school had de klas een eigen bibliotheek, voor het ganse schooljaar. In januari had ik alle boeken al uitgelezen!
Zelfs de Russen heb ik gelezen. Ik begreep er maar de helft van, maar ook dat vond ik juist zo spannend, het mocht wat moeilijk zijn, dan had ik het gevoel dat ik wat meer kon dan de rest, en flink intellectueel bezig was, ondanks niet verder mogen studeren.
Als zestienjarige kreeg ik vanaf de dag dat ik ging werken, honderd frank zondag, en daarmee spaarde ik om boeken te kopen, want een serieuze bibliotheek was er toen nog niet in Overijse.
Een boekenwinkel trouwens ook niet, al heeft mijn moeder me wel ooit één boek gekocht in de Stationsstraat in Overijse en ik weet de titel nog: “De avonturen van Nolleke Flink, de boskabouter”. Het enige boek dat ik ooit van mijn ouders gekregen heb.
Boeken werden besteld bij ECI, en toen ik na een jaar werken als winkeljuffrouw in Overijse, een plaats kreeg aangeboden als hulpboekhouder bij Mariën in Hoeilaart, kocht ik mijn boeken ook bij “Calloens”, een winkel naast de zagerij. Het ene deel van de winkel was boekenwinkel en het andere deel waren interieursnuisterijen, waar ook wel mooie zaken tussen zaten, maar ik ging uitsluitend bij Josepha mijn boeken kopen en wij werden fervente leesmaatjes.
De laatste jaren was het vooral filosofie en psychologie, want dat had ik toen nodig om de dingen die mij overkwamen beter te kunnen begrijpen en verwerken.
Nu lees ik nog enkel de krant, en poëzie natuurlijk, zoals het gedicht hierboven dat over de troost van het lezen gaat.
En gisteren kreeg ik dit hele mooie liefdesgedicht, het houdt een belofte in, geloof ik…

Morgen rijd ik met bedwelmende bloemen naar je toe.
Ik wil niet langer wachten, eindelijk weten hoe
Je bent; de bloemen zullen je verraden.
Als je liefdeloos bent, zullen ze kwijnen en treuren;
Als je kwijnt van verlangen, heviger geuren;
Als je brandt van verlangen, hun knoppen scheuren
En jij in een groot gebaar al je gewaden.

J. Slauerhoff (1898 – 1936)

Liefde is

Liefde is
wat ik voor je voel,
lust ook,
maar vooral liefde,
voor wie je bent,
en nog kan worden,
voor wie je was,
en nooit meer zal zijn.

Niemand
zal je ooit nog raken
zolang ik twee armen heb
als een schild
om je te beschermen,
en zolang jouw hart klopt,
zal het mijne
niet stilvallen voor jou.

Micheline Baetens – 08.06.2018