Voedingsmythes

Actieve bifidus toch niet zo actief: “We moeten dringend voedingsmythes beter counteren”
De Morgen – 10-09-18 – Barbara Debusschere

Probiotica of ‘goede bacteriën’ zoals in speciale drankjes, supplementen of yoghurt hebben geen effect en zijn soms zelfs schadelijk, zo blijkt. “We moeten dringend voedingsmythes beter counteren”, zeggen Vlaamse experts.

Probiotica in drankjes, supplementen of yoghurt zouden je organisme een boost geven en je interne ecosysteem herstellen na een antibioticakuur, en miljoenen mensen vertrouwen daarop.

Maar uit twee onderzoeken in vakblad Cell blijkt nu dat probiotica bij heel wat mensen gewoon weer uit het lichaam verdwijnen via de stoelgang en nul effect hebben. Ook blijkt dat probiotica potentieel schadelijk zijn wanneer je ze neemt na een antibioticakuur. De probiotica verhinderden sterk het herstel. Andere onderzoeken hebben al een verband aangetoond tussen een langdurig verstoord microbioom (geheel van microben) en zwaarlijvigheid, allergieën en ontstekingen.

Probiotica zijn een van de vele voedingshypes die op zeer weinig zijn gebaseerd, klinkt het. “De wetenschap zoekt al sinds de jaren 30 naar wat de positieve effecten zijn en we weten het nog altijd niet”, zegt voedingsdeskundige Patrick Mullie (VUB). “Het is dus vooral een commercieel concept.”Invloedrijke voedingsmythes

– Glutenvrij is beter voor je energiepeil, gewicht, gezondheid
– Ban suiker en eet meer vetten
– Doe regelmatig een vasten- of sappenkuur

Glutenvrij, suikervrij, ontzuren, detoxen, lactosevrij

Maar dat zoveel mensen daar blijven intrappen kan dus schadelijk zijn. Net daarom werken Mullie en andere experts aan een plan om vals voedingsnieuws te bestrijden. “Er verschijnen wekelijks 200 tot 250 nieuwe studies over voeding die door communicatiediensten en snelle media verspreid worden”, zegt professor endocrinologie Christophe Matthys (KU Leuven).

Daarnaast zijn er ook talloze kook- en dieetboeken, programma’s en uiteenlopende websites van overheden, voedingsgoeroes, zelfverklaarde experts en de industrie die ‘voedingswaarheden’ de wereld in sturen. Glutenvrij, suikervrij, ontzuren, detoxen, lactosevrij, alleen eten tussen bepaalde uren: er bestaat een mythe en een bijbehorend dieet over waar miljoenen thuis mee aan de slag gaan. Dat is niet altijd per se ‘gevaarlijk’ maar kan tot extremen, verwarring en obsessies leiden.

“Wij merken regelmatig dat cliënten met eet- en gewichtsproblemen met allerlei informatie komen om bepaalde voedingskeuzes mee te verantwoorden. Het is belangrijk dat die correct is ”, zegt An Vandeputte van Eetexpert.be, het kenniscentrum voor eet- en gewichtsproblemen.

Naar Nederlands voorbeeld

In de lente kwam de Koninklijke Academie voor Geneeskunde al tot die conclusie en ondertussen werkt de ploeg van Gezondheid en Wetenschap eraan. Gezondheid en Wetenschap is een onafhankelijke website van wetenschappers die in opdracht van de Vlaamse Gemeenschap is ontwikkeld door het Centrum voor Evidence-Based Medicine (Cebam). Je leest er artikels die nagaan of een voedingsclaim in de media of een nieuw boek echt klopt. Ongeveer driekwart van ons verwerft kennis over gezondheid via de media en steeds vaker komt er informatie van zelfverklaarde experts die in feite weinig kaas hebben gegeten van de voedingswetenschap.

Tegen eind dit jaar wil Gezondheid en Wetenschap met extra expertise tegen fake gezondheidsnieuws komen. “We voeren nu gesprekken met belangrijke experts”, zegt hoofdredacteur Marleen Finoulst. “Hoe het er dan exact zal uitzien is nog niet helder, maar we mikken op iets zoals het Voedingscentrum in Nederland.”

Dat is daar dé referentiebron. Is er een nieuw dieet dat aanraadt nooit tussen 12 en 17 uur te eten? Dan kunnen media en burgers er snel en helder zien of dat klopt. Om kort op de bal te spelen, is het centrum ook erg aanwezig op sociale media. Gezondheid en Wetenschap brengt wel al stukjes gebaseerd op nieuwsberichten zoals ‘Krijg je echt diabetes van aardappelen?’, maar er moet iets extra’s gebeuren.

De beste wetenschap voor u geïnterpreteerd

Matthys: “Er is vooral nood aan eenduidige informatie die niet alleen meer discussies beslecht, feiten checkt en fouten rechtzet maar die ook, zoals het Voedingscentrum, positieve en praktische informatie geeft en de wetenschap voor de leek interpreteert.”
Wie op de site van het Voedingscentrum bijvoorbeeld leeftijd en geslacht invult, krijgt meteen tientallen weekmenu’s verdeeld in thema’s zoals ‘oosters’ of ‘vegetarisch’ inclusief heldere informatie over porties. Je weet dat die zijn gebaseerd op de beste wetenschap, zonder dat je op eigen houtje je weg moet zoeken tussen de massa aan nieuwtjes over de vele nieuwe voedingsstudies. Binnenkort dus misschien ook bij ons.

 

Elk brein is anders

Hoeveel brein heb je eigenlijk echt nodig?
10-09-18 – Margreet Vermeulen – Bron: de Volkskrant

Artsen staan soms versteld als ze zien met hoe weinig hersenweefsel bepaalde mensen toe kunnen. Het roept de vraag op: hoeveel brein heb je echt nodig?
Een 44-jarige man komt bij de dokter. Hij heeft de laatste tijd weinig kracht in zijn linkerbeen. Op een MRI-scan zien de artsen een vrijwel lege hersenpan. Preciezer gezegd: in plaats van hersenen zien de artsen een schedel die voor 90 procent is gevuld met hersenvocht. Wat van de hersenen resteert, wordt door het vocht tegen het schedeldak geplet. De medici staan voor een raadsel: hoe kan iemand met zo weinig brein normaal functioneren? De 44-jarige Fransman heeft weliswaar geen hoog IQ (75), maar hij leidt een normaal leven als ambtenaar en ­vader van twee kinderen.

Dat een groot brein niet per definitie een slim brein is, daar is de wetenschap het wel over eens. Maar zo nu en dan staan artsen versteld als ze zien met hoe weinig hersenweefsel sommige mensen toe kunnen. In juli haalden de lotgevallen van een 13-jarig jongetje het wetenschappelijk tijdschrift Cell Press. De puber kan gewoon horen en (vrijwel) gewoon zien, terwijl hij de hersengebieden die dat regelen moet missen sinds een operatie. Op zijn zesde werd eenderde deel van zijn rechterhersenhelft weggehaald vanwege epilepsie. Niet alleen zijn zicht en gehoor hebben er (weinig) onder geleden, ook zijn intelligentie is normaal gebleven.

De voorbeelden beperken zich niet tot kinderen, bij wie het brein flexibeler is dan bij volwassenen. In maart van dit jaar keken artsen op de eerste hulp in Noord -Ierland raar op toen ze op een CT-scan een luchtbel zagen ter grootte van een tennisbal in de hersenen van een 84-jarige man. De man had weinig klachten, behalve dat hij zo nu en dan het evenwicht verloor.MRI-hersenscan van patiënt met vocht-of luchtbellen. © Case courtesy of Radswiki, Radiopaedia.org, rID: 11788

Al rond 1980 vroeg de Britse kinderarts John Lorber zich enigzins schertsend af: ‘Is ons brein wel echt nodig’? Lorber maakte scans van de hersenen van zeshonderd volwassenen die als kind al dan niet succesvol waren behandeld voor een waterhoofd. Bij een waterhoofd stokt de afvoer van hersenvocht, terwijl de aanvoer gewoon doorgaat. Om te voorkomen dat de hersenen daardoor in de verdrukking komen, wordt het vocht operatief afgevoerd met een drain, soms zelfs met een pompje of ventiel. Lorber concentreerde zich op de zestig extreme gevallen waarin het hersenvocht niet goed was afgevoerd of bij wie de drain verstopt was geraakt in de loop der jaren, met als gevolg dat de schedel voor 95 procent gevuld raakte met water.

De helft van deze mensen was, zoals je zou verwachten, zwaar gehandicapt. Maar wat Lorber versteld deed staan was dat de andere dertig mensen een normaal of zelfs bovengemiddeld IQ hadden en een gewoon leven leidden. Bij één geval (een wiskundestudent) was het hersenweefsel tussen de binnenkant van de schedel en de hersenkamers niet 4,5 cm dik is (zoals normaal is) maar slechts 1 millimeter.

De neurowetenschap nam de kinderarts niet erg serieus. En de opwinding die hij had veroorzaakt, ebde weg toen hij in 1996 overleed. Op YouTube is een documentaire te zien waarin Lorber wordt neergezet als een dappere buitenstaander die het vergeefs opneemt tegen de gevestigde neurowetenschap.

MRI-hersenscan van patiënt met vocht-of luchtbellen. © Case courtesy of Dr Paul Simkin, Radiopaedia.org, rID: 30453

Inmiddels is er, naar aanleiding van gevalsbeschrijvingen als hierboven in serieuze wetenschappelijke vakbladen, erkenning voor het feit dat mensen met een afwijkend brein toch, op alle fronten zelfs, normaal kunnen functioneren. En dat John Lorber dat als eerste aantoonde. ‘De relatief goede ontwikkeling van sommige kinderen met afwijkingen in het brein is in mysteriën gehuld’, schreven Duitse wetenschappers in 2007 in het Journal of Child Neurology onder de titel: ‘Hoeveel brein hebben we echt nodig?’

Zeldzaam

In de 25 jaar dat de hoogleraar acute neurologie Ivo Roos van het Amsterdams Universitair Medisch Centrum in de neurologie werkt, heeft hij het twee keer gezien. Een patiënt die ­ondanks een onttakeld brein goed functioneerde. “Het is heel zeldzaam hoor. In één geval ging het om een meisje van 11 met een groot herseninfarct. Een flinke taartpunt van haar hersenen stierf af omdat dat deel geen bloed meer kreeg. Ze raakte halfzijdig verlamd, kreeg problemen met taal en haar totale functioneren was ernstig aangedaan. Driekwart jaar later ging ze weer op de fiets naar school. Voor mij was dat bijzonder, ik ben geen kinderneuroloog en zulk opmerkelijk herstel zie ik bij volwassenen vrijwel nooit. Bij iemand van 25 jaar is het al niet meer mogelijk of ­uiterst onwaarschijnlijk dat hersenen zich zo aanpassen en functies die ver­loren zijn gegaan onderbrengen bij ­andere hersengebieden – een geweldig fenomeen om dat te zien.”

MRI-hersenscan van patiënt met vocht-of luchtbellen. © Case courtesy of Radswiki, Radiopaedia.org, rID: 11788

Ook herinnert hij zich een secretaresse in het ziekenhuis die, tot haar ­eigen verrassing, een zeer fors waterhoofd bleek te hebben. Nooit ergens last van gehad, op wat hoofdpijnklachten na. Maar dat heeft toch iedereen, redeneerde zij. Ze kwam pas naar de poli neurologie omdat een van de artsen voor wie ze werkte vond dat er een CT-scan gemaakt moest worden vanwege die hoofdpijn. En toen kwam het waterhoofd – hydrocephalus – aan het licht. Ze kreeg een drain en functioneert weer als vanouds.

Zonder hoofdpijn.

“Als het brein beschadigd raakt, kan het zich reorganiseren”, zegt de Nijmeegse neuropsycholoog Luciano ­Fasotti. “We zien op hersenscans vaak dat het hersenweefsel in de buurt van het beschadigde gebied erg actief wordt en taken overneemt. Het brein is adaptief. Dus iemand die na een beroerte slecht spreekt, kan na pakweg een jaar soms weer heel aardig uit de voeten.”

Internet

Roos vergelijkt de hersenen met een soort internet. “Aan de buitenste schil, net onder de schedel, staan de computers opgesteld, zeg maar de denkstations. Als je bedenkt dat je iets wilt optillen, begint daar de hersenactiviteit. Om het voorwerp ook echt op te tillen, moet het denkstation verbinding maken met hersengebieden die dieper in het brein ­liggen en waar onder andere de motoriek wordt geregeld. Laten we die verbindingen even zien als telefoondraden die in een soort steunweefsel hangen. Die telefoondraden en het steunweefsel, ook wel de witte stof, zijn minder essen­tieel. Als alleen die beschadigd raken, en niet de denkstations, kan het allemaal meevallen en zal bijvoorbeeld vooral wat traagheid in denken optreden.”

Bovendien is er in veel gevallen niet direct sprake van minder hersenweefsel, als het brein door een vocht- of luchtbel tegen de hersenpan wordt gedrukt, maar is het hersenweefsel slechts ingedikt. Ook in ingedikte vorm kunnen neuronen blijkbaar hun werk goed doen.

Hersenomvang en intelligentie

Hoe grillig de relatie is tussen intelligentie en de omvang van de hersenen blijkt uit een studie van de Canadese hersenonderzoekster Sandra Witelson uit 2006. Witelson bepaalde het IQ van honderd terminale kankerpatiënten. Na hun dood bracht ze nauwgezet de omvang van hun hersenen in kaart. Wat bleek? Hoe groter het brein, hoe groter de verbale intelligentie bij vrouwen en rechtshandige mannen. Bij linkshandige mannen is dat verband er niet. In de studie is ook een schatting gemaakt voor welk deel de verbale intelligentie bij vrouwen en rechtshandige mannen is toe te schrijven aan de hersenomvang. Dat bleek 36 procent. De resterende 64 procent schrijven ze aan de omgeving toe: denk aan onder meer opleiding en kwaliteit van voeding.

Ook het ruimtelijk inzicht is bij vrouwen beter naarmate hun hersenen volumineuzer zijn. Bij mannen niet. Het mannenbrein is gemiddeld 10 procent groter dan een vrouwenbrein van dezelfde leeftijd. Maar dat grootteverschil leidt niet tot betere intelligentiescores, zegt Witelson. Zij vond dat rechtshandige mannen een groter hersenvolume nodig hadden dan rechtshandige vrouwen om dezelfde score voor verbale intelligentie te behalen.

Aan de hersenen kun je overigens niet zien of ze van een man of een vrouw zijn. Iedereen heeft volstrekt unieke hersenen. Zelfs eeneiige tweelingen komen ter wereld met een verschillend brein.

“Als zo’n vochtbel heel langzaam groeit en als dat op jonge leeftijd gebeurt – in de periode dat het brein zich nog ontwikkelt, maar de schedelnaden al wel dicht zitten – dan plooien de hersenen zich naar de bestaande, krappe ­situatie”, aldus Roos.
Blijft het probleem dat een grote bel water midden in het brein verhindert dat de denkstations rechtstreeks verbinding kunnen maken met andere hersengebieden. De witte stof daar, die voor de communicatie tussen de hersengebieden zorgt, is weg. Roos: “Dat klopt. De signalen moeten om dat water heen, een langere weg afleggen. Op die manier blijven de hersenfuncties ­intact, maar let op: als je hersenen zulke om­wegen moeten maken, kun je best aardig functioneren, maar nooit uitblinken. Alles kost meer inspanning en vooral meer tijd.”

Gedrag

Overigens past niet alleen het brein zich aan, de patiënt past ook zijn gedrag aan, is de ervaring van Fasotti. “Aan sommige patiënten met een beroerte, hersentumor of traumatisch hersenletsel zie ik aan de buitenkant weinig. Ze hebben geleerd te compenseren. Pas als je ze scherp observeert bij het uitoefenen van gerichte taken zie je dat ze toch echt trager zijn dan normaal.”

Dat een 84-jarige man hooguit wat onvast ter been is door een luchtbel in het brein, maar zich verder kiplekker voelt, verklaart de Amsterdamse neuroloog Roos als volgt: “Die luchtbel zit in dit geval achter het voorhoofd. Als het daar minder goed functioneert, heeft dat weerslag op je karakter, remmingen en impulsiviteit. Dat merk je niet zo snel als patiënt. De directe omgeving vaak wel en dan gaan de partners klagen.”

De luchtbel was ontstaan, zagen de artsen op een MRI-scan, door een goedaardige tumor die het bot tussen de neus en de hersenen had aangetast. Door het gat dat zo ontstond, stroomde geleidelijk aan steeds meer lucht de hersenen binnen. “Als het om een jonge man was gegaan, had hij allang bij de dokter gezeten. Met hoofdpijn. Want zo’n bel drukt op de hersenen en als dat lang duurt komt er druk op de hersenvliezen te staan, wat pijnlijk is. Maar bij iemand van 84 is de hersenpan veel leger. Onze hersenen krimpen. Naarmate we ouder worden zit er meer hersenvocht en minder hersenweefsel. Bij een man van 84 vervangt zo’n luchtbel een deel van het hersenvocht en vult het de ruimte op die ­natuurlijk afgestorven hersencellen achterlaten.”

Blijft de vraag hoeveel hersenweefsel we minimaal nodig hebben. Volgens Roos is daar geen antwoord op te geven. “De omvang en het gewicht van de hersenen zegt weinig over de kwaliteit van het brein of het aantal verbindingen in de hersenen. En dat laatste is veel ­belangrijker als het gaat om ­intelligentie.”

Daar is Fasotti het mee eens. “We hebben een tijd gedacht dat mensen met een zwaarder brein beter bestand waren tegen letsel, zoals alzheimer. Tegenwoordig denken we dat mensen met ‘cognitieve reserve’ beter bestand zijn tegen zulke neurologische ziekten.” Die ­reserve bouw je op door een stimulerende levensstijl. Denk aan fysiek actief zijn, levenslang leren en op allerlei ­manieren sociaal actief zijn. “De reserve die je daarmee opbouwt, biedt een ­zekere bescherming tegen neurologische ziekten, ongeacht de resterende hoeveelheid gezond hersenweefsel.”

Daarmee is de vraag hoeveel hersenweefsel we minimaal nodig hebben, nog steeds niet beantwoord. “Daar heeft de ­wetenschap nog geen antwoord op. Maar de ontwikkelingen gaan snel. Een paar jaar geleden konden we de witte stof in het brein nog niet in beeld brengen en nu maken we er prachtige plaatjes van”, aldus Fasotti. “Het antwoord komt hoe dan ook dichterbij.”

Werelddag rond zelfmoordpreventie

België heeft hoogste zelfmoordcijfer in West-Europa en oorzaak lijkt in onze Vlaamse aard te liggen
Het Laatste Nieuws – 10 september 2018
Bron: Radio 1
https://radio1.be/ik-stond-op-het-punt-om-al-mijn-medicatie-een-keer-te-nemenBelgië heeft het hoogste zelfmoordcijfer van West-Europa en volgens professor Gwendolyn Portzky van de Eenheid voor Zelfmoordonderzoek aan de universiteit van Gent zou de oorzaak te vinden zijn in onze Vlaamse aard. Dat heeft ze vanmorgen gezegd in Bij Debecker op Radio 1. “We lossen onze problemen niet op en we werken ons kapot”, klonk het. Aanleiding voor het interview was de Werelddag rond zelfmoordpreventie van vandaag. Volgens een kaartje met zelfmoordcijfers dat journalist Koen Fillet onlangs deelde, maakt ons land geen goede beurt als het op zelfdoding aankomt. We hebben het hoogste aantal zelfdodingen van heel West-Europa en staan globaal gezien op de 25ste plaats. Elke dag proberen 28 landgenoten uit het leven te stappen en bij 3 van hen is die poging ook succesvol.

Vrouwen zijn meest vertegenwoordigd in de groep die probeert om zelfmoord te plegen, mannen in de groep waar de zelfmoordpoging ook lukt. Volgens de meest recente cijfers van de Vlaamse overheid stierven in 2015 1.051 Vlamingen door zelfdoding. 72 procent waren mannen.

Professor Portzky doet onder meer onderzoek naar de oorzaak van de slechte cijfers in België en na een vergelijking met Nederland – waar ze maar half zo hoog zijn – kwam ze tot een opmerkelijke conclusie: ons Vlaams-zijn speelt ons parten.

Zo blijken Vlaamse jongeren in tegenstelling tot Nederlandse niet zo probleemoplossend te denken. “Ze gaan liever uit feesten dan te zoeken naar oplossingen”, aldus Portzky. “Een andere factor is ook de schaamte en de taboesfeer die in ons land nog rond het probleem hangt. De Vlaming schaamt zich om hulp te zoeken vanuit een – verkeerd – idee dat het een teken van zwakte is. Nederlanders zijn veel meer geneigd om de confrontatie aan te gaan en het uit te praten. In het geval van de jongeren zullen Nederlanders ook veel sneller hulp zoeken bij ouders en hulpverleners. Als Vlaamse jongeren tóch over hun problemen praten, wenden ze zich eerder tot vrienden.”

En Portzky heeft nog een opmerkelijke hypothese. “Als ik met Nederlandse collega’s spreek, typeren zij ons vaak als hardwerkende Vlamingen, die willen presteren en allemaal een groot huis en een mooie wagen willen hebben. In Nederland bestaat die drive veel minder. Dat speelt ook mee.”

Risicopatiënten

Of er oplossingen zijn om iets aan de hoge cijfers te doen? Volgens Portzky wordt er al veel gedaan: er worden vormingen gegeven rond zelfmoordpreventie en er wordt onder meer via huisartsen en specialisten op zoek gegaan naar risicopatiënten. Er wordt ook flink geïnvesteerd in de begeleiding van mensen die al aangaven dat ze zelfmoordgedachten hadden of al een poging tot zelfdoding ondernamen. Maar ze geeft tegelijk aan dat er nog veel werk op de plank ligt.

Wie vragen heeft over zelfdoding kan terecht bij de Zelfmoordlijn, op het telefoonnummer 1813 of online via www.zelfmoord1813.be

https://metluidestem.wordpress.com/

https://www.demorgen.be/binnenland/waarom-stappen-vooral-mensen-van-middelbare-leeftijd-uit-het-leven-b4bf3feb/?utm_campaign=newsletter&utm_medium=email&utm_userid=&utm_source=demorgen

 

Mediavervuiling

Komt het nu door de naderende verkiezingen, of komt het door iets anders, of ligt het enkel aan mijn, maar ik heb het gevoel dat we de laatste weken sterk opgefokt worden door de media.
Het ene schandaal na het andere, drama’s, overroepen gebeurtenissen…, lijken te willen aantonen dat de zomer voorgoed voorbij is, en het tijd is om de harde en vaak smerige realiteit op ons los te laten.
Na minder consumeren, zou men nu moeten oproepen tot minder media, en vooral voor minder vervuilende media.


Ik pluis elke dag een viertal kranten uit, op zoek naar interessante artikels voor mijn blog, en die vind ik ook wel, maar dan botst je ondertussen ook wel op allerlei leesvoer waar je maag van keert, zeker nu, een maand voor de verkiezingen.
Het gesproken journaal op tv, volg ik al een viertal maanden niet meer en op zondag naar De Zevende dag kijken, is er ook niet meer bij.
Ik word er nog wel mee geconfronteerd op Facebook, waar dan ook alle persoonlijke commentaren van zowel politici als van burgers (al dan niet met kennis van zaken!) te vinden en te lezen zijn.

Voor mij is het duidelijk, we worden overgemediaseerd, en dat is niet gezond voor ons brein, net zo min als voortdurend te rijkelijk eten goed is voor ons lichaam.

Lees meer poëzie, ga buiten spelen, zoek naar zin, blijf zelf nadenken. Ga in je zetel zitten en kijk door het raam naar de bomen en de vogels, in plaats van naar die heksenketel op je televisiescherm. Of zoek naar een goeie film, die nog wat blijft nazinderen en je in vervoering kan brengen, of muziek die je ontroert…

Alles met mate, en zeker niet alles toelaten wat van buitenaf op je toekomt, want ook dat kan giftig zijn voor mens en milieu.

Een laatste foto…

Vandaag alvast de verjaardag gevierd van Audrey. Ze verjaart wel op 14 september, een dag voor den trouw, en dus zal er dan geen tijd zijn om er veel aandacht aan te besteden.

Die dag gaat ze namelijk, geholpen door haar vriendinnen, de zaal van Den Tram In Overijse klaar zetten voor de grote dag.

Voor de rest heb ik hen aangeraden van deze week het rustig aan te doen, op tijd te gaan slapen en gezond te eten en te drinken, zodat ze in topvorm zijn voor het weekend.

Ik heb ook nog vlug een laatste foto genomen als ongehuwd paar, en we hebben samen een gezellige avond doorgebracht.

Zwanger?

‘Wil je zwanger worden? Leef dan gezond’

De Standaard – 09.09.2018 – Veerle Beel

Als zwanger worden niet vanzelf gaat, denken veel koppels dat alleen ivf nog kan helpen. Klopt niet, zegt kinderwensconsulente Greetje Van den Eede. ‘We zijn veel vruchtbaarder dan we denken.’ Professor Petra De Sutter (UGent), fertiliteitsexperte, gaat akkoord: ‘Levensstijl en gezonde voeding spelen een grote rol.’

Met een week verschil publiceren ze allebei een boek over zwanger worden. Ze hebben elkaar niet eerder ontmoet. Greetje Van den Eede (57) heeft een praktijk als complementair gezondheidsbegeleidster, waarin ze vrouwen ontvangt die door de medische wereld ‘onverklaarbaar onvruchtbaar’ zijn benoemd. Ze werkte vijf jaar aan het boek Vruchtbaarder dan je denkt, dat ze in eigen beheer heeft uitgegeven. Ze noemt het ‘een gids voor iedereen die zwanger wil worden’.

Petra De Sutter (55) is in binnen- en buitenland gereputeerd als fertiliteitsexperte en is hoofd van de afdeling Reproductieve Geneeskunde aan het UZ Gent. Ze is ook senator voor Groen. Haar boek Zwanger worden verschijnt volgende week bij Lannoo. Eerder sprak ze zich al uit voor meer geduld bij een onvervulde kinderwens: ‘Natuurlijk zwanger worden kan zeker een jaar duren.’

Langer zelfs, weet Van den Eede uit eigen ervaring: ‘Wij hebben anderhalf jaar op ons eerste kind moeten wachten. Ik was 23, dus dat was uitzonderlijk. Ik heb ook elke maand die ontgoocheling gevoeld, maar wij namen onze tijd. Vandaag hebben mensen niet zoveel geduld meer.’

De Sutter haalt er de cijfers bij: ‘85 procent van de jonge vrouwen is na een jaar proberen zwanger. Na nog eens een jaar proberen is de helft van de anderen ook zwanger. Als we in dat tweede jaar ivf aanbieden, en al die onderzoeken doen en technieken inzetten, zouden we dus eigenlijk beter moeten doen dan 50 procent. Daar slagen we niet in.’

Wat is het slaagcijfer voor ivf wel?

De Sutter: ‘Ik kan u de cijfers geven voor onze universiteit. Als we een goed embryo hebben, zal dat bij 53 procent van de vrouwen onder de 35 jaar tot innesteling leiden. Een deel ervan zal uitmonden in een miskraam. Zo komen we uit op 40 procent geboortes.’

Van den Eede: ‘Een misleidend cijfer, want dat is niet gerekend vanaf de aanmelding voor ivf.’

De Sutter: ‘Klopt. Er zijn koppels bij wie we ondanks een fertiliteitsbehandeling niet tot een embryo zullen komen. Of tot een minder kwaliteitsvol embryo, met minder kans op innesteling.’

Van den Eede: ‘Naar mijn aanvoelen wordt dit te weinig verteld. Het ivf-verhaal wordt te veel gepresenteerd als fantastisch. Daardoor schat men de kansen op succes hoger in dan ze zijn.’

De Sutter: ‘Ik kan dat alleen maar bevestigen. Vanmorgen nog zat er een vrouw van 43 jaar bij mij die veel hoop koesterde. Ze kwam uit Nederland, waar ze uitbehandeld is. Ik krijg al jaren veel Nederlandse stellen over de vloer, omdat ze daar geen millimeter afwijken van hun strenge protocol. Na maximale stimulatie heeft deze vrouw telkens maar een of hooguit twee eicellen. Ik heb haar dus gezegd dat ik haar kans op succes op amper 2 à 3 procent schat.’

Gaat u er dan toch mee door?

De Sutter: ‘Veel van mijn werk bestaat erin vrouwen en koppels aan te moedigen om los te laten. Ik wijs hen erop dat het niet zinvol is om 5.000 euro te betalen voor een kans van amper 2 of 3 procent. Ivf is echt niet dé oplossing voor oudere vrouwen, want met oudere eicellen heeft de techniek veel minder succes. Een deel van mijn patiënten komt hier om dat uit mijn mond te horen. Ik ben het eindstation. Ze willen alles geprobeerd hebben.’

Van den Eede: ‘Terwijl ook vrouwen die door artsen uitbehandeld worden verklaard, nog een kans hebben om spontaan zwanger te geraken. Wij hebben in onze praktijk een vrouw van 40 behandeld. Een fertiliteitsarts van het UZ Brussel had haar eerlijk verteld dat haar kans op een natuurlijke zwangerschap op haar leeftijd groter was dan met ivf. En inderdaad, ze is nu 43 en moeder van een peuter van anderhalf.’

De Sutter: ‘Dat lukt niet altijd. Soms is men onvruchtbaar vanwege een medisch probleem. Maar het klopt dat heel wat vrouwen onverklaarbaar onvruchtbaar zijn. Vandaar dat sommige spontaan zwanger raken tussen twee ivf-pogingen in. Onvruchtbaar is een slechte term. De kans op een kind is haast nooit nul.’

Denkt u dat het klopt, dat alternatieve behandelingen de vruchtbaarheid kunnen verhogen?

De Sutter: ‘Dat hangt ervan af wat Greetje bedoelt. Ik heb haar boek nog niet gelezen. Maar ik heb in mijn praktijk al rare dingen gezien waar ik geen verklaring voor heb. Ik denk nu aan vrouwen die bij een eerste consult maar een beperkte voorraad eicellen bleken te hebben, en enkele maanden later een heel ander beeld lieten optekenen – en omgekeerd. Levensstijl heeft een niet te onderschatten invloed.’

Van den Eede: ‘Wij hebben recentelijk een vrouw geholpen die geen cyclus meer had vanwege een medisch probleem. We geven voedingsadvies, werken aan de hormonale balans. We sturen haar naar een dokter voor een bloedanalyse, om na te gaan of er voedingstekorten zijn. Ik doe voetreflexologie en ga ondertussen met de vrouw in gesprek. Ik voelde dat er van alles vast zat en heb haar ook naar een acupuncturiste gestuurd. Drie maanden later had ze opnieuw een cyclus.’

De Sutter: ‘Ik zeg u eerlijk: ik begrijp dat niet.’

Van den Eede: ‘Haar gynaecologe begrijpt het ook niet. Ze heeft ons gebeld en gevraagd of we eens willen gaan uitleggen wat we precies gedaan hebben. Ik vind dat fantastisch.’

De Sutter: ‘Kijk, er zijn allerlei complementaire behandelingen mogelijk – ik gebruik liever het woord complementair dan alternatief – maar als wetenschapper aan het UZ Gent ga ik die niet actief promoten. Ik kan dat niet doen. Voor mij moet alles zoveel mogelijk evidence-based zijn, en dat is met complementaire geneeskunde vaak een probleem.’

‘Ik ga mijn patiënten ook niet adviseren om allerlei supplementen te slikken. Dat moet alleen als er aanwijsbare tekorten zijn, bijvoorbeeld een tekort aan vitamine B12 of vitamine D, waarvan we weten dat het de vruchtbaarheid kan beïnvloeden. In alle andere gevallen is het alsof je met een paraplu rondloopt terwijl de zon schijnt: je wordt er niet droger van dan zonder paraplu. Evenwichtig en gezond eten is het belangrijkste.’

Ziedaar een overeenkomst: u bent het eens over het belang van gezonde voeding.

Van den Eede: ‘Van biologische groenten en fruit! Zwangere vrouwen en vrouwen die zwanger willen worden, moeten absoluut pesticiden vermijden.’

De Sutter: ‘Helemaal mee eens! Ik ben daar al 20 jaar mee bezig. Het is ook de reden waarom ik in de politiek ben gegaan. Rachel Carson schreef in de jaren zestig in haar boek Silent spring al dat we onze planeet aan het vergiftigen waren. Toen was dat nog vrij onbekend terrein. Nu zijn er in de fertiliteitswetenschap al 1.200 studies die het effect van bisfenol A, een plasticverharder, op de vruchtbaarheid aantonen. Mijd dus plastic en kant-en-klare voeding die in folie verpakt is.’

‘Ik zeg ook aan mijn patiënten: begin met biogroenten en -fruit te kopen. Op een gewone tomaat uit de supermarkt zitten 12 soorten pesticiden! Maar die is wel goedkoper. We leven in een omgekeerde wereld. Ik vind dat de overheid biovoeding net goedkoper zou moeten maken.’

Van den Eede: ‘En niet smeren met cosmetica en crèmes waarin hormoonverstoorders zitten! Ook niet met zonnecrèmes.’

De Sutter: ‘Het is een paradox, want we moeten in de zon, om voldoende vitamine D te hebben, en we moeten we ons tegen de zon beschermen. Er zijn ook producenten die hun best doen om betere producten op de markt te brengen.’

Zouden vrouwen met een kinderwens eerst op preconceptie-consult moeten, om dit allemaal te leren?

De Sutter: ‘Wij hebben nog zo’n consult gehad aan het UZ Gent, maar dat werkte niet goed. Er moet meer sensibilisering zijn aan de basis, voor iedereen. Daarom heb ik dit boek geschreven: ik merkte aan mijn patiëntes dat er te weinig aandacht gaat naar gewoon zwanger worden.’

‘Ik zal u een sterk voorbeeld geven: een vrouw van 38 wilde ivf. Toen ik vroeg wat ze al had geprobeerd, zei ze dat ze nog aan de pil zat. Zowel zijzelf als haar man reisden voor hun werk zo vaak naar het buitenland dat het toch nooit zou lukken om op het juiste moment seks te hebben. Bovendien zouden ze over een halfjaar naar de VS emigreren, en ze wilde nog snel twee – terugbetaalde – cycli voor ze vertrok. Ivf is in de ogen van sommigen een commodity geworden. Als je geen kinderen wil, neem je de pil, en als je er wel wil, ga je voor ivf. Ze willen geen jaar wachten. Ze willen het nu.’

Van den Eede: ‘Daarom betreur ik dat men nu aanraadt om na een jaar al een fertiliteitscentrum op te zoeken. Vroeger luidde het advies pas na twee jaar. De “deadline” van een jaar brengt meer stress teweeg, en ook dat heeft een negatieve impact.’

De Sutter: ‘Ik pleit ervoor om eindelijk eens criteria vast te leggen voor wie aan ivf mag beginnen. Onder welke voorwaarden: je zou toch op zijn minst eerst onderzocht moeten zijn, en toegegeven, als er niets gevonden wordt, kunnen jonge stellen beter nog even geduld oefenen en hun levensstijl aanpassen.’

Van den Eede: ‘De mannen niet vergeten! Levensstijl en voeding hebben ook invloed op hun vruchtbaarheid.’

De Sutter: ‘En geen smartphone in de broekzak stoppen. Dat zeg ik elk jaar aan mijn studenten, maar ze luisteren niet.’

Liedjes en melodietjes

Als de seks on fire is heb je goud in handen
De Morgen – 08-09-18 – Stijn Van de Voorde

Ik heb in mijn hele leven nog nooit een volwaardig lied geschreven en ik zie het ook niet onmiddellijk gebeuren. Talent en geduld zijn twee essentiële eigenschappen voor ieder succesvol muzikant en ik bezit geen van beide. Een nummer componeren lijkt me veel gedoe, zeker bij bands waarin iedereen een gefundeerde, afwijkende mening heeft.

Een liedjes­tekst schrijven zie ik wel nog als een plezante uitdaging. In tegenstelling tot wat Bob Dylan-fans beweren, ligt de moeilijkheidsgraad bij deze activiteit heel wat lager dan bij het muzikale gedeelte. De meeste muziekliefhebbers luisteren nauwelijks naar wat er precies wordt gezongen. Maak vooral het refreintje voldoende catchy. De strofes spelen nauwelijks een rol. Die wetenschap haalt toch wat druk van de ketel bij de tekst­schrijvers. Geef me de keuze tussen een ongeïnspireerde gitaar­solo of een doldwaze tekst en ik kies resoluut voor het tweede.

Perfecte melodie

Blijkbaar ben ik niet de enige. De perfecte melodie (of vibe) van bepaalde klassiekers doet ons de banaliteit van de tekst vergeten. ‘Smells Like Teen Spirit’ van Nirvana (‘A mulatto, an albino, a mosquito, my libido, Yeah!’), ‘Roses’ van Outkast (‘Yeah, roses really smell like poo-poo-oo’) en dat ene Oasis-nummer (‘And after all, you’re my wonderwall’) zijn slechts enkele van de vele voorbeelden.

Afgelopen week vierde een relatief recent school­voorbeeld zijn tiende verjaardag: ‘Sex on Fire’ van Kings of Leon. Nathan Followill vertelde ooit in een interview dat het oorspronkelijk nooit de bedoeling was om de werktitel te behouden. Het stukje ‘Your sex is on fire, Consumed, With what’s to transpire’ werd tijdens repetities gezongen als een soort van dummy­tekst, in afwachting van sterker materiaal. Dat gebeurde duidelijk niet.

Volgens de legende schreef zanger Caleb Followill het grootste deel van de teksten voor het album Only by the Night onder invloed van pijnstillers die hij op dokters­voorschrift consumeerde na een schouder­operatie. ’s Ochtends werd hij wakker naast een blad papier met mysterieuze liedjes­teksten, waarvan hij zich niet meer herinnerde dat hij ze zelf had geschreven. De band besefte dat de woord­combinaties geen steek hielden, maar uit gemakzucht besloot men de wartaal te behouden. Met historische gevolgen! Tijdens concerten zien de bandleden van Kings of Leon de fans elke avond op de eerste rij bepaald bedenkelijke refreintjes met tranen in de ogen meebrullen. De gedrogeerde onzin neemt – dankzij de muziek die erachter schuilt – plots mythische vormen aan. Dat zegt niet alles over het belang van liedjes­teksten, maar wel heel veel.

Mysterieuze marge

Een goede tekst gaat voor 30 procent over iets en voor 40 procent over niets. De resterende 30 procent vul je aan met poëtische woorden die op het eerste gezicht diepgang creëren, maar in werkelijkheid eerder per toeval in het eindresultaat sukkelden. Dat noem ik de mysterieuze marge. Die heb je nodig om luisteraars niet het gevoel te geven dat ze hun kostbare tijd verspillen aan melodieuze banaliteiten. Op dat gebied verschilt een songtekst van een puur gedicht. De verhoudingen liggen anders. Bij poëzie schrijf je voor 90 procent over niets, maar achteraf hou je vol dat de woorden­soep een alles­omvattende gelaagdheid bevat. Laat de mensen die er (terecht) niets van begrijpen maar geloven dat het aan hen ligt.

Toen John Lennon hoorde dat een leraar Beatles-teksten liet analyseren door zijn leerlingen, schreef hij voor de sport een lied vol wartaal en nonsens­. Toch blijft ‘I Am the Walrus’ een cool nummer. Ik kan me moeilijk identificeren met het hoofd­thema, maar dat maakt in dit concrete geval niet zoveel uit.

In theorie kunnen tekst­schrijvers wel beter rekening houden met inhoudelijke herkenbaarheid. Woorden als ‘knol­selder’ of ‘strijk­ijzer’ doen het traditie­getrouw minder goed dan brede, universele thema’s als ‘liefde’, ‘bedrog’ en ‘seks’.

Laat die seks ook nog eens on fire zijn en je hebt goud in handen. Of toch op zijn minst een anthem dat dronken mensen op zatte avonden graag meebrullen.

We mogen de lat hoog leggen, maar we moeten er altijd voor zorgen dat we er zelf nog aan kunnen.

Het leven is al ingewikkeld genoeg.