Wij zijn
één en al chemie,
en als het laboratorium
ontploft,
krijgen we
een burn-out
of een depressie,
met soms
de dood
tot gevolg.
Micheline Baetens – 02.10.2018
‘Maakt geld gelukkig?’
HUMO – 2 oktober 2018
Geld maakt niet gelukkig, luidt het spreekwoord. Maar is dat ook zo? In zijn boek ‘Maakt geld gelukkig?’ heeft psycholoog Ap Dijksterhuis een paar verrassende antwoorden klaar: ‘Als je basisbehoeften – eten, kleren en een dak boven je hoofd – vervuld zijn, moet je je geld uitgeven aan drie dingen: aan tijd, aan ervaringen en aan het geluk van anderen.’
‘Koop een huis dichter bij je werk in plaats van een dure auto waarmee je in de file staat. Zo heb je meer tijd om dingen te doen die je wél leuk vindt’
Ap Dijksterhuis (49) heeft iets met geluk. In 2015 heeft hij de bestseller ‘Op naar geluk’ geschreven, en nu reist hij in Azië rond om te onderzoeken welke invloed vrijheid op geluk heeft. Maar bij zijn lezingen komt uit het publiek telkens één vraag terug: ‘Maakt geld gelukkig?’ ‘Daarom besloot ik dat te onderzoeken, en er kwam een ongemakkelijke waarheid aan het licht.’
HUMO Volgens u zijn we psychologisch geprogrammeerd om naar geld te verlangen. Maar onze psyche misleidt ons soms.
AP DIJKSTERHUIS «Klopt. We kunnen ons perfect voorstellen wat een miljardair met zijn geld doet. We zien hem in een jacuzzi op zijn jacht in Saint-Tropez champagne drinken tussen bikini-babes. Maar waar we niet aan denken, is dat hij in een vechtscheiding zit, zich zorgen maakt om zijn zoon die aan de drugs zit, en last heeft van zijn prostaat.
Weet je, geld heeft op zich geen waarde. Dat krijgt het pas als je er iets mee kunt kopen. En dat doen we graag: shoppen is de favoriete hobby van steeds meer pubers, en koopziekte of oniomanie is inmiddels een medisch erkende verslaving. De drang naar meer geld wordt ook steeds groter: dan kun je je favoriete wagen of je lievelingsjurk kopen. Maar de vraag blijft of dat jou gelukkig maakt.»
HUMO Als ik mijn vrouw zie nadat ze een nieuw paar schoenen heeft gekocht, twijfel ik daar niet aan.
Dijksterhuis «Dat is een grote misvatting. Toen je vrouw die schoenen in de winkel zag, ging er een stemmetje in haar hoofd praten: ‘Ho, ze zijn zo mooi. Ze passen bij je, je moet ze kopen!’ Dat je bij de aankoop gelukkig bent, komt omdat dat zeurende stemmetje eindelijk zwijgt. Maar het weekend erop begint de ellende opnieuw: ‘Je had ook die jurk moeten kopen, die staat zo mooi bij de schoenen!’ Spullen kopen maakt je alleen op korte termijn gelukkig, het heeft geen enkel effect op lange termijn. Dat komt omdat je onderbewustzijn alleen kortetermijneffecten registreert. Dat je geluk op lange termijn niet verandert door die schoenen, daar trekt je onderbewustzijn zich niets van aan. Je zult dus dezelfde fout blijven maken.
Het vervelende is dat er steeds meer nodig is om een intens geluksgevoel te krijgen. De VW Golf waar je vroeger van droomde, moet dan een Audi of een BMW worden. Iedereen herinnert zich nog in geuren en kleuren zijn eerste bezoek aan een sterrenrestaurant, maar als je elke week bij Sergio Herman gaat eten, zul je veel minder snel in extase raken.»
HUMO U beweert in uw boek nochtans dat we gelukkiger kunnen worden van meer geld.
Dijksterhuis «De kunst bestaat erin om dat extra geld aan niet-materialistische doelen te besteden. Als je basisbehoeften – eten, kleren en een dak boven je hoofd – vervuld zijn, moet je je geld uitgeven aan drie dingen: aan tijd, aan ervaringen en aan het geluk van anderen.»
HUMO Tijd kopen maakt gelukkiger?
Dijksterhuis «Ja. Dat bleek uit een onderzoek waarin naar het geluksgevoel van mensen werd gepeild. Elke dag moesten ze op gezette tijden via een app aangeven hoe gelukkig ze waren. Daaruit bleek dat ze het minst gelukkig zijn in het woon-werkverkeer. In plaats van je geld in een dikke Mercedes te steken waarmee je drie uur in de file staat, koop je beter een huis dichter bij je werk. Zo heb je meer tijd om dingen te doen die je wél leuk vindt. Ik raad ook iedereen aan zich een afwasmachine aan te schaffen. Je wint een uur per dag en het bespaart je gezeur over wie de vaat moet doen. Minder discussies en meer ontspanning betekent extra geluk.»
HUMO U adviseert de lezer ook om liever geld uit te geven aan een reis naar Tibet dan aan een dure Porsche.
Dijksterhuis «Geluk is van korte duur bij materiële zaken, maar van ervaringen kun je jaren later nóg genieten. Ik hoef maar naar een foto van de Mount Everest te kijken en alle mooie herinneringen van een trip naar de Himalaya borrelen opnieuw in me op. De napret is zelfs groter dan de ervaring, want de ellende tijdens die reis – ik was hoogteziek en had een voedselvergiftiging – zijn al lang van mijn harde schijf gewist. Je onthoudt alleen de prettige dingen.»
HUMO Misschien zijn er wel mensen die rijden met een Porsche meer een ervaring dan een materiële behoefte vinden?
Dijksterhuis «Klopt, en dat verandert je geluksgevoel. Men heeft ooit de geluksbeleving van twee groepen vrouwen in een wellnesscentrum onderzocht. Wie het als een uitje met vriendinnen beschouwde, was na afloop gelukkiger dan de deelnemers die het als een investering in hun uiterlijk zagen. Dat laatste is immers een materieel doel.
Hetzelfde gebeurt met mensen die reizen om hun imago of hun status op te krikken. Als je alleen maar naar Vietnam gaat om elk uur een foto op Facebook of Instagram te kunnen plaatsen, word je minder gelukkig dan wanneer je voor het avontuur gaat.»
HUMO Is het wetenschappelijk bewezen dat meer geld gelukkiger maakt?
Dijksterhuis «Een Brits onderzoek heeft aangetoond dat lottowinnaars echt gelukkiger worden, maar niet meteen na de winst, wel één tot twee jaar later. In het begin laten veel lottowinnaars zich nog vangen aan impulsaankopen zoals een Ferrari of een speedboot. Ze zijn zoveel geld niet gewend en iedereen moeit zich met hun rijkdom, dat zorgt voor onrust. Maar na een tijdje zijn ze in staat om rustig na te denken hoe dat geld extra geluk kan creëren: ze kunnen minder gaan werken en meer met de kinderen spelen, bijvoorbeeld. Ze beseffen ook pas later dat geld je een prettige zekerheid verschaft: je hoeft je geen zorgen te maken over een lekkende wasmachine, je koopt gewoon een nieuwe.»
Bron van ellende
HUMO ‘Geld moet je niet achternalopen, maar tegemoet gaan,’ zei de schatrijke Griekse reder Aristoteles Onassis.
Dijksterhuis «Inderdaad. Er is een groot verschil tussen geld krijgen en geld willen. Het is vooral het streven naar geld dat je onrustig en ongelukkig maakt. Het onvervulde verlangen is de bron van veel ellende, zoals de boeddhisten zeggen. Streven naar meer geld staat gelijk aan hebzucht, en dat is volgens de Griekse filosoof Diogenes de moeder van alle zonden. Een onderzoek van de universiteit van Tilburg lijkt hem gelijk te geven: hebzuchtige mensen zijn minder hartelijk, minder empathisch en gemener. Ze blijken ook minder eigenwaarde te hebben en ongelukkiger te zijn.»
HUMO Is daar een verklaring voor?
Dijksterhuis «Volgens een Amerikaanse studie heeft het te maken met de levensdoelen die mensen vooropstellen. Doelen die samenhangen met meer geluk, zijn persoonlijke groei, liefde, bijdragen aan de gemeenschap en een goede conditie. Doelen die geassocieerd worden met minder geluk, zijn rijkdom, roem, een goed imago en fysieke aantrekkelijkheid. Die laatste noemt men materialistische doelen.
In Groot-Brittannië hebben ze het geluk in twintig beroepsgroepen onderzocht. Bovenaan op de lijst stonden de bloemisten en de loodgieters – zij worden niet steenrijk, maar ze staan wel ten dienste van anderen. En ze hebben het voordeel dat ze de appreciatie van hun klanten meteen kunnen ervaren. Mensen zijn bijna in extase als je hartje winter een defecte verwarmingsketel komt repareren. Beroepscategorieën waar status en egocentrisme belangrijk zijn, zoals bankiers en managers, scoren laag op de geluksladder.»
HUMO U waarschuwt voor de gevolgen van materialisme, zoals eenzaamheid.
Dijksterhuis «Ja. Wie materialistische doelen nastreeft, raakt geïsoleerd. Een weekendje Ardennen is iets wat je meestal met anderen doet, maar het uitbreiden van je collectie modeltreintjes niet. Door die nieuwe game of die zeldzame postzegel te kopen voelen eenzame mensen zich kortstondig beter en vergeten ze even dat ze weinig of geen sociale contacten hebben. Maar het is een vicieuze cirkel: materialisme leidt tot eenzaamheid, wat zorgt voor meer materialisme, waardoor je nóg eenzamer wordt.»
HUMO Opslag maakt ons blij, maar van een salarisverlaging worden we dubbel zo ongelukkig, schrijft u.
Dijksterhuis «Ja, 500 euro netto erbij is leuk, maar 500 euro eraf ervaar je als twee keer zo erg. Aan een salarisverhoging wen je ook sneller, en het negatieve effect van een loonsverlaging duurt langer. Maar mensen vinden het vooral belangrijk om een hoger salaris te hebben dan een ander. Interessant is de proef waarbij mensen werd gevraagd of ze liever leven in een wereld waarin zij 50.000 euro per jaar verdienen en de anderen allemaal 25.000 euro, of een wereld waarin ze 100.000 euro verdienen, en alle anderen 200.000 euro opstrijken. De meerderheid koos voor het lagere salaris van 50.000 euro, zelfs al hadden ze in het andere geval dubbel zoveel koopkracht. Iedereen wil meer verdienen dan zijn buurman. Daarom raden experts ook af om salarissen bekend te maken op de werkvloer: dat veroorzaakt alleen maar onrust en ontevredenheid. Als je het meest verdient in het hele bedrijf, op één collega na, dan zul je nog jaloers naar die ene kijken.»
HUMO Is er een salarisplafond waarboven het geluk niet meer toeneemt?
Dijksterhuis «Een paar 100.000 euro per jaar volstaat, schat men, maar daar bestaan geen officiële cijfers over. Ik denk niet dat Mark Zuckerberg van Facebook ongelukkiger is dan Bill Gates, omdat hij máár 70 miljard dollar heeft en de grote baas van Microsoft 90 miljard dollar.»
Vermogenstaks
HUMO Heeft rijkdom dezelfde impact op geluk als armoede op ongeluk?
Dijksterhuis «Het verband tussen armoede en ongelukkig zijn is veel sterker. Armoede leidt tot onzekerheid en zorgt voor stress. Sommige mensen weten niet eens of ze die dag voldoende eten of drinken zullen hebben. Door hun financiële zorgen hebben armen minder energie over voor andere belangrijke zaken. Ze vergeten daardoor bijvoorbeeld hun medicijnen in te nemen of hun groenten te wassen. Inkomensongelijkheid veroorzaakt ook een gezondheidskloof.»
HUMO Dus mensen die in rijke landen wonen, zijn gelukkiger dan mensen in arme landen?
Dijksterhuis «In het arme Rwanda zijn de inwoners over het algemeen minder gelukkig dan in het rijke Noorwegen. Maar vaak bepalen andere zaken het geluksgevoel. Is er een goed uitgebouwde gezondheidszorg? Kan mijn kind naar school? Voel ik me veilig? Doet justitie haar werk naar behoren? Het bewijs: in Costa Rica zijn de mensen even gelukkig als in België, ook al ligt het bruto nationaal product per hoofd van de bevolking er véél lager. Het geluk van een natie is een raar beestje. Ik was onlangs in Turkmenistan en dacht dat de mensen er zwaar onder de dictatuur zouden lijden, maar ze trekken zich daar gewoon geen bal van aan.»
HUMO Zowel de VS als West-Europa kenden de voorbije decennia een flinke economische groei. De Europeanen zijn daar gelukkiger van geworden, maar de Amerikanen niet. Hoe komt dat?
Dijksterhuis «Omdat maar weinig Amerikanen van de economische groei hebben geprofiteerd. Als je wilt dat mensen gelukkiger worden, moet je hun dat geld wel geven. In de VS is een klein aantal steenrijke mensen de afgelopen halve eeuw nóg rijker geworden. Het vermogen van de familie Walton, de eigenaars van de grootwarenhuisketen Walmart, wordt geschat op 175 miljard dollar. Dat is evenveel als wat de armste 41,5 procent van de Amerikanen samen bezitten, en dan hebben we het over vijftig miljoen gezinnen. En het zal er niet beter op worden, want president Trump heeft een nieuwe belastingwet uitgevaardigd waardoor de grote bedrijven nog minder belastingen hoeven te betalen. Landen als Nederland, Denemarken en Noorwegen, waar de rijkste 1 procent van de mensen 6 tot 8 procent van het nationale inkomen verdient, zijn gelukkiger dan landen als de Verenigde Staten en Colombia, waar de rijkste 1 procent ongeveer 20 procent van het nationale inkomen op zak steekt. Hoe kleiner de ongelijkheid, hoe groter het geluk.»
HUMO De herverdeling van het geld in de wereld is wel uw stokpaardje, niet?
Dijksterhuis «De rijkste tachtig mensen hebben samen evenveel geld als de armste helft van de wereldbevolking. De drie rijkste mensen ter wereld – Jeff Bezos van Amazon, superbelegger Warren Buffett en Bill Gates – hebben samen een vermogen van 286 miljard dollar. Dat is evenveel als wat Pakistan, een land met 212 miljoen inwoners, jaarlijks produceert. Ik vind dat onthutsend. En het probleem is dat de ongelijkheid steeds groter wordt. Oxfam heeft becijferd dat de hele wereld in 2017 ongeveer 90 biljoen dollar rijker is geworden. Jammer genoeg ging 82 procent van dat bedrag linea recta naar de rijkste 1 procent van de wereld. Wat kreeg de armste 1 procent, denk je? Helemaal niets. Als je wilt dat er een einde komt aan de economische migratie uit Afrika, waar Europa mee te maken heeft, moet er een mentaliteitswijziging komen. De oplossing ligt voor de hand: de rijkdom herverdelen. Dan blijven die migranten in hun land.»
HUMO Bill Gates zal wel opperen dat hij de economie in zoveel landen doet draaien.
Dijksterhuis «Sommige superrijken, zoals Bill Gates, schenken enorm veel weg en ontduiken geen belastingen, in tegenstelling tot stervoetballers als Lionel Messi en Cristiano Ronaldo. Veel rijken gruwen van het idee dat ze een deel van hun rijkdom aan de maatschappij zouden kunnen afstaan. Dat ze die bakken geld niet kunnen opmaken en dat andere mensen dat geld beter kunnen gebruiken, komt niet in hen op. Het wordt dringend tijd voor een vermogensbelasting.»
HUMO Maar hoe zullen de armen daar beter van worden?
Dijksterhuis «In Aziatische landen zoals Bangladesh heeft men positieve ervaringen met het verlenen van microkredieten. Door geld aan lokale handelaars te lenen tegen een minimale rente, leer je hun een beter leven op te bouwen en verantwoord met geld om te gaan. Dat heeft vooral succes bij vrouwen, want mannen zien dat krediet soms als een zakcentje om te drinken.»
HUMO Uw conclusie: we worden pas echt gelukkig als we onze rijkdom delen.
Dijksterhuis «Inderdaad. Het is wel verrassend dat dat losstaat van het inkomen. Ook arme mensen zijn gelukkiger als ze het weinige dat ze bezitten, delen met anderen. Het geluk dat je ervaart als je bezit weggeeft, blijkt aangeboren. De befaamde psychologe Elizabeth Dunn heeft dat in een onderzoek met peuters aangetoond. De kinderen kregen twee soorten snoepjes: de blauwe mochten ze opeten, de rode niet. Op een bepaald moment werd hun gevraagd om de snoepjes weg te geven aan een speelgoedaap. Wat bleek: de peuters lachten méér toen ze de blauwe snoepjes, die ze zelf mochten opeten, aan de aap weggaven.»
BOEK: Ap Dijksterhuis, ‘Maakt geld gelukkig?’, Prometheus
‘Het enige wat helpt is erover praten, maar we slikken liever pillen’
HUMO – 1 oktober 2018 –
Wereldwijd sterven jaarlijks 800.000 mensen door zelfdoding: één om de 40 seconden. Waarom? In een poging het taboe te doorbreken en een uitweg te zoeken, praat Humo met mensen die ooit hebben overwogen een einde te maken aan hun leven. Deze week: muzikant Guy Swinnen en ex-topsporter Geert Blanchart. ‘Ik heb meer dan eens met een medaille rond mijn nek op bed zitten huilen.’
Geert Blanchart: ‘Knagende zielenpijn’
Met zijn talrijke overwinningen – meervoudig Europees kampioen, vicewereldkampioen, twee deelnames aan de Olympische Winterspelen – zette Geert Blanchart (51) België op de kaart in de shorttrack. Maar de druk waaronder hij als topsporter gebukt ging, gecombineerd met zware jeugdtrauma’s, leidde tot heel wat zelfmoordpogingen.
“Door de job van mijn vader heb ik de eerste zeven jaar van mijn leven in Zuid-Afrika doorgebracht. Dat was nog ten tijde van de apartheid. Als kind liep ik eens met mijn vader over straat en zag ik iemand met brandende banden rond zijn nek schreeuwend de straat oversteken: zoiets vergeet je nooit. Voor onze veiligheid zijn we naar België gevlucht. Plots kwam ik in een grijs land zonder bergen of dieren terecht. Hier was niks, behalve een boel zure mensen. Ik sprak de taal ook niet: ik moest nog Nederlands leren. Een moeilijke aanpassing.
Als tiener werd ik misbruikt. Ik zit nog steeds in een zelfhulpgroep. (Boos) Ik ben dat ooit bij de politie gaan melden, maar daar kreeg ik te horen: ‘Dat is al dertig jaar geleden, zegt u? Dan is het verjaard.’ Waarop ik: ‘Zulke dingen verjaren niet. Ik denk er nog elke dag aan.’ Mijn pedofiel loopt nog altijd vrij rond. Als je acht jaar lang elk weekend wordt verkracht, ga je er trouwens ook aan twijfelen of je nu hetero, homo of bi bent.
Ik kampte dus al met mentale problemen toen ik op mijn 15de voor het eerst Europees kampioen shorttrack werd. Zodra je op hoog niveau aan sport doet, komt daar nog eens een ongelofelijke druk bovenop. Je kunt enkel een topper worden als je tot het uiterste gaat.»
HUMO Met als gevolg dat je zowel je mentale als fysieke grenzen overschrijdt?
BLANCHART «Het probleem manifesteert zich pas daarna. Neem nu de Olympische Winterspelen, dat is een soort Disneyland voor topsporters: je wordt begeleid tijdens de aanloop ernaartoe, maar daarna val je in een zwart gat. In andere landen waren er psychologen die je ook ná de wedstrijd bijstonden, maar in België niet. Ik werd als een rebel gezien omdat ik opkwam voor de sport en voor mezelf, terwijl sommigen daar volgens mij puur voor het profijt zaten: Jacques Rogge en BOIC-voorzitter Adrien Vanden Eede bijvoorbeeld. Dat zorgde voor heel wat frustratie.
Je mag ook de eenzaamheid niet onderschatten. Je staat dan wel op een podium terwijl de Brabançonne weerklinkt, maar even daarna zit je toch weer alleen op je hotelkamer. Ik heb meer dan eens met een medaille rond mijn nek op bed zitten huilen.
»En dan zijn er nog die demotiverende blessures. Eind jaren 80 heb ik in iets meer dan een jaar tweemaal een open beenbreuk opgelopen. M’n voet lag bij wijze van spreken naast m’n knie, waardoor de dokters eerst aan een beenamputatie dachten. Dat ik puur op wilskracht toch wist te herstellen in een jaar tijd, was volgens hen een medisch wonder.
In 1992 werd ik 6de op de Olympische Winterspelen in Albertville, maar twee jaar later eindigde ik pas 31ste op de Spelen in Lillehammer. Plots had ik afgedaan bij het publiek. Dat is eigen aan de mens, die supportert alleen voor winnaars. Welke Vlaming was geen fan van Sven Nys? Maar dat komt hard aan. Ik zakte weg in een post-olympische depressie.
Al die dingen hebben er samen voor gezorgd dat ik van m’n 19de tot m’n 31ste met zwarte gedachten worstelde. Ik heb in die periode veertien zelfmoordpogingen ondernomen.»
HUMO Veertien?
BLANCHART «Aanvankelijk waren het noodkreten. Je slikt één doos pillen in plaats van twee, want je weet: als ik er twee neem, ben ik écht dood.
De eerste keer woonde ik nog thuis. M’n familie merkte dat er iets niet pluis was: als je zoveel pillen slikt, word je troebel in je hoofd en kun je niet goed meer praten. Toen ze de pillen zagen liggen, hebben ze meteen de hulpdiensten gebeld. Op de spoedafdeling kreeg ik onmiddellijk een maagspoeling.»
HUMO Gaf je familie gehoor aan die noodkreten?
BLANCHART «Ze reageerden vol ongeloof. ‘Zoiets kan niet gebeuren met ónze zoon.’ Mensen die aan zelfverminking doen of een eetstoornis hebben, maken hun problemen zichtbaar. Maar aan mij was niets te zien. Ik praatte er met niemand over. Het kwam als een schok voor hen. Anderen vinden je dan weer een aandachtstrekker.
De meeste pogingen volgden elkaar snel op. Ik heb me ook eens verhangen, om me na 20 seconden weer op te trekken. Geen idee waar ik die kracht nog vandaan heb gehaald. Voor m’n allerlaatste poging had ik pillen opgespaard en de beste fles whiskey gekocht: ‘Nu lukt het zeker.’ Dieter Troubleyn heeft mij toen gevonden en naar het ziekenhuis gebracht. Ik heb anderhalve dag in coma gelegen. Plots word je wakker in een ziekenhuisbed: ‘Shit, het is niet gelukt.’ De dokter van de spoedafdeling zei kwaad: ‘Meneer Blanchart, nu is het welletjes geweest!’ Terecht, misschien.»
HUMO Misschien?
BLANCHART «Als je op het punt staat zelfmoord te plegen, denk je: ‘Ík beslis, ík wil eruit.’ Wat iemand anders denkt, kan je op dat moment niet schelen.
Ontgoochelingen waren mijn drijfveer. Mijn gevoeligheid zorgt ervoor dat ik nog steeds niet graag leef. We zijn op de wereld gezet om geluk te ervaren. Maar als je elke dag miserie ziet – je hoeft alleen maar je tv aan te zetten – vraag je je af wat het nut van het leven is. Ik beschouw het leven als één lange zelfmoordpoging. Mensen snappen dat niet als ze mij zien: ‘Jij bent toch een mens van het goede leven?’ Ik maak levendige en kleurrijke schilderijen, ik lach en reis veel. Maar toch geniet ik niet van het leven.
Na m’n sportcarrière ben ik veel over het boeddhisme beginnen te lezen, op zoek naar de zin van het leven en de dood. Volgens het boeddhisme zijn de geboorte en de dood natuurlijke levensfases. Als westerlingen koppelen wij veel positieve emoties aan de geboorte, maar de dood bekijken we heel negatief. We associëren ze met pijn, verdriet en verlies. Terwijl je toch niet bang moet zijn voor een natuurlijk proces?
Over zelfdoding heb ik ook al veel gelezen. Ik ben ervan overtuigd dat het gewoon in mij zit, in mijn genen.»
HUMO Naast een mogelijke genetische aanleg heb je als kind helaas verschrikkelijke dingen meegemaakt.
BLANCHART «Veel mensen gaan gebukt onder emotionele pijn. Neem nu alcoholici of drugsverslaafden: dat is een vertraagde vorm van zelfmoord. Je leven en je gezin gaan eraan kapot.
Ik combineer al jaren medicatie en therapie — zowel bij een psycholoog als bij een psychiater. Maar een depressie heb je nooit volledig in de hand. Je kunt ze stabiliseren, maar ze kan plots de kop opsteken, zelfs mét medicatie. Dan kruip ik in een hoekje en begin ik te huilen als een kind. Door die knagende zielenpijn. Op school krijg je niet aangeleerd hoe je daarmee moet omgaan, en psychotherapie is hier nog altijd een taboe. We slikken liever pillen, terwijl erover praten het enige is wat helpt. En dat moet je zélf doen. Hoe langer je daarmee wacht, hoe erger het wordt. Maar ik zou meteen een hand afstaan, mocht daarmee mijn zielenpijn verdwijnen.
De extreme hoogtes en laagtes die je als topsporter ervaart, doen er wellicht ook geen goed aan. Topsport is een vorm van manie. Kijk naar Wito De Meulder: hij haalde een diploma biologie aan de KU Leuven, studeerde af als klassiek pianist aan het Lemmensinstituut én sprak tien talen. Een gewone triatlon volstond niet voor hem: hij deed aan ultratriatlons, over dubbele afstanden, en brak wereldrecords. Alles wat hij deed, deed hij vol overgave. En plots ging het fout. Vijf weken voor zijn 35ste verjaardag heeft hij zelfmoord gepleegd. Van de ene dag op de andere zaten we in de kerk, om hem te begraven.
Ik heb door mijn sportcarrière een paar keer de wereld kunnen rondreizen: Sydney, Seoul, Peking, Moskou, New York. Je zit op een rollercoaster en pas als je uitstapt, besef je: dit is gewoon een circus.»
HUMO Kon je bij je vrienden terecht?
BLANCHART «Weinigen kunnen of willen erover spreken. Nu, eigenlijk kán je omgeving je ook niet helpen. Scheen de zon, dan trok ik de gordijnen gewoon dicht.
»Een relatie kan helpen om de zucht naar zelfdoding in te tomen. En ik heb ook veel steun gehad aan lotgenoten. Wie een zelfmoordpoging onderneemt, wordt in het crisisinterventiecentrum opgenomen. Daarna gaan ze dieper in op je problemen, in therapieën en praatgroepen. Je hoort er nogal wat: ‘Ik ben 33, terminaal en heb nog twee maanden te leven.’ Of verhalen van mensen die hun kinderen hebben verloren in een brand. Dan ben je beschaamd en denk je: wat kom ík hier eigenlijk doen?»
HUMO Kom je dan met frisse moed weer buiten?
BLANCHART «Je voelt je gesterkt. Je krijgt nieuwe ideeën en energie: ‘Dit en dat wil ik nog doen.’ Maar die ommekeer lukt enkel door een combinatie van medicatie en heel veel praten.
Ik ben al heel wat vrienden verloren aan zelfdoding. Yasmine (artiestennaam van wijlen Hilde Rens, red.) kende ik goed. (Begint te zingen) ‘Vraag me niet waarom…’ Ze had me destijds gevraagd of ik één van haar achtergronddansers wilde worden. ‘Voor u doe ik dat, schat!’ Ik heb tien keer op het podium van ‘Tien om te zien’ gestaan. Ik zei: ‘Hilde, nu moet ik stoppen, want ik moet volgend jaar naar de Spelen.’ (lacht) Hilde had alles: geld, succes, goeie nummers. Maar toen zij en Marianne Dupon (haar toenmalige partner, red.) een kind kregen, vond ze het moeilijk dat de liefde voor dat kind primeerde. Zij wilde óók nog liefde krijgen. Achteraf heb ik gehoord dat ze haar eerste poging al had ondernomen op haar 13de, maar ze heeft daar nooit met een woord over gerept.
(Zucht) Na een zelfmoord hoor je vaak: ‘Ik snap het niet!’ Maar je kúnt het ook niet snappen. Ik ken een moeder met drie kinderen die een mislukte poging achter de rug heeft. Ze zei: ‘Het was sterker dan mijn moedergevoel.’ Waarom kunnen mensen dat niet aanvaarden?
Een rouwproces na een zelfmoord is zwaar, omdat je geen afscheid hebt kunnen nemen. Maar wie een kind heeft verloren aan zelfdoding, helpt zichzelf echt niet door de rest van zijn leven de vraag te blijven stellen wat hij fout heeft gedaan.»
HUMO Voor we je tot slot een knuffel geven, Geert: denk je dat je ooit nog een poging zal ondernemen?
BLANCHART «Ik heb geen behoefte meer aan de dood. Als ik morgen zou komen te gaan, dan kan men zeggen: ‘Geert heeft een rijkgevuld leven gehad.’ Na m’n sportcarrière heb ik bij Studio Brussel gewerkt, heb ik een theateropleiding gevolgd in Amsterdam en ben ik naar de kunstacademie gegaan. Momenteel kom ik aan de bak als kunstenaar en als securityguard op festivals en concerten. Ik heb de wereld rondgereisd, heb alles kunnen doen wat ik wil. Ik heb die zelfmoordpogingen een plaats kunnen geven, maar ik wil wel nog altijd zelf bepalen wanneer het genoeg is geweest: ik wil geen 90 worden en in een karretje rondrijden. Het is dus goed mogelijk dat ik op mijn 75ste zeg: ‘Dank u vriendelijk en kus allemaal mijn kloten, ik geef een vat of drie!’ Wie weet is de euthanasiepil tegen dan in vrije omloop?
Ik hoop dat artikels als dit het begrip voor zelfdoding zullen vergroten, en dat ze het leed van lotgenoten zullen weten te verzachten. En alsjeblief: laat oud zeer niet onderhuids sluimeren, maar praat erover met een professional.»
Guy Swinnen ‘Huilen op een stoel’
Na de split van The Scabs in 1996 zonk frontman Guy Swinnen (58) weg in een zes jaar durende depressie die gepaard ging met suïcidale gedachten. Hij weet hoe belangrijk het is om openlijk over psychische problemen te praten en hoefde dus niet lang na te denken toen hij acht jaar geleden het peterschap van Te Gek!? kreeg aangeboden.
GUY SWINNEN «Hoewel we zelf hadden beslist om The Scabs te ontbinden – we stonden niet meer als groep op het podium, maar als vier individuen – voelde het toch alsof de grond onder m’n voeten wegzakte. We hadden ook niet verwacht dat de split zo’n impact zou hebben. Het werd een item in ‘Het journaal’ en ‘Het nieuws’, en plots hingen er huilende volwassen mannen aan de lijn.
Ik viel in een zwart gat. Als je gaat optreden, ben je elke week onderweg met een tiental kameraden. Je gaat lekker eten, krijgt applaus voor je nummers en daarna ga je samen nog wat pinten pakken. Plots zat ik ’s zaterdags alleen voor de tv. Ik heb toen meteen een soloalbum (‘Hazy’, red.) gemaakt, maar dat werd lauw onthaald. Daardoor begon ik aan mezelf te twijfelen. ‘Kan ik geen goeie songs meer schrijven? Wat is er aan de hand? Ik doe toch krek hetzelfde als vroeger?’
Ik ging te rade bij mijn vrouw, maar toen is er bij haar een oud zeer bovengekomen. Ik had haar tien jaar daarvoor bedrogen, wat ik destijds had toegegeven (en waar het nummer ‘Hard Times’ over gaat, red.). Maar we hadden het nooit uitgepraat, omdat zij er zo weinig mogelijk over wilde weten. Toen is die etterbuil opengebarsten: ‘Jij hebt indertijd dit en dat gedaan, nu moet je niet bij mij komen met je problemen!’ We zijn in relatietherapie gegaan, maar na verloop van tijd zag mijn vrouw het niet meer zitten. Wat ik ook snap: samenleven met iemand die depressief is, valt niet te onderschatten. We zijn uit elkaar gegaan, en ik ben alleen gaan wonen in het Prinsenbos in Assent. Een prachtige locatie, maar ik deed het vooral om zo weinig mogelijk mensen in de buurt te hebben.»
HUMO Was er niemand bij wie je terechtkon?
SWINNEN «Mijn vroegere manager, Lou Berghmans, is me trouw gebleven: hij waakte over mijn soloproject. Maar voor een buitenstaander is het heel moeilijk om te begrijpen wat je doormaakt. Ik had geen energie meer. Optreden was een grote opgave. Telkens als ik met hangende schouders naar huis vertrok, was Lou de wanhoop nabij: ‘Ik steek hier zoveel energie in!’ Hij had de beste bedoelingen, maar zo zit het helaas niet in elkaar.
De eerste keer dat je tegen je omgeving zegt: ‘Ik voel me niet goed,’ luisteren ze naar je. Maar na verloop van tijd lopen mensen in een boog om je heen: ‘Daar is hij weer met z’n gezaag.’ Als je diep zit, praat je enkel over negatieve dingen. Dan ben je geen aangename mens, hè. Dat is het gevaarlijke: zo zak je weg in een isolement dat steeds dieper wordt. En dán steken suïcidale gedachten de kop op: ik moet hier weg, niemand heeft mij nog graag. Het was een periode van totale leegte. Ik zat helemaal alleen met mijn gedachten in mijn huisje in de bossen. Ik dronk veel en liep de godganse dag stoned rond. Ik begon plannen te smeden: ‘Hoe ga ik het aanpakken zodat mijn vrouw, mijn kinderen en de buitenwereld niet weten dat het zelfmoord is?’ Om mijn kinderen te sparen. En om de verzekering in de zak te zetten, zodat mijn vrouw toch nog geld zou krijgen (lacht).
Had ik geen kinderen gehad, dan was ik ermee doorgegaan. Ik heb er dagen over lopen tobben. Tot ik besefte: shit, die gasten zijn nog zo klein! Die kinderen zijn er door mij, en nu zou ik plots zeggen: ‘Foert, trek jullie plan’? Dat vond ik laf.»
HUMO Afgezien van je kinderen was er niemand om je op andere gedachten te brengen?
SWINNEN «Er was toen een soort Florence Nightingale in mijn leven (lacht). Ik had een vriendin die tot een gat in de nacht samen met mij joints rookte en naar films keek. Ze was niet alleen mijn partner in crime in dat escapisme, maar ook een gesprekspartner. Het was een heel intense, passionele relatie. Zij begreep mijn eenzaamheid en ik kon mezelf zijn. Dat heeft me enorm geholpen.
Een depressie verandert je. Op den duur herkende ik mezelf niet meer. Voordien was ik joviaal en open, maar tijdens mijn depressie begon ik me zorgen te maken over wat anderen over mij dachten – terwijl ik me daar vroeger níéts van aantrok. En ik vond de moed niet om ook maar íéts te doen. Op de schoolvoorstellingen die ik geef voor Te Gek!? vergelijk ik dat altijd met letterlijk in een diepe put zitten. Er staat een ladder klaar die je helemaal tot boven wilt beklimmen, maar het kost je enorm veel moeite om je voet op de onderste sport te zetten. Neem nu iets simpels als het gras afrijden. Als gezonde mens denk je achteraf tevreden: ‘Voilà, het is toch maar weer gebeurd.’ Tijdens mijn depressie zat ik gewoon naar het gras te kijken: ‘Wat voor zin heeft het? Binnen veertien dagen kan ik herbeginnen.’ Alles lijkt nutteloos. Ik heb toen in Humo een interview gelezen met iemand die vertelde dat hij het zelfs de moeite niet vond om de veters van zijn schoenen te knopen. Ik begreep dat: een verlammend gevoel.
Ik heb vaak komedie gespeeld. Ik zette de kinderen af aan school, maar zodra ik thuiskwam, ging ik op een stoel zitten en begon ik te huilen. Ik heb het pas vijf jaar later aan mijn zonen verteld. Dat heeft hun een aantal dingen duidelijk gemaakt: ‘Ah, dáárom bleef je vroeger altijd zo lang wakker!’
Na een tijd realiseer je je dat er iets moet gebeuren. Eigenlijk is een depressie een heel lange zelfmoordpoging. Je begint je roekeloos te gedragen. Ik ben indertijd weleens dronken in de auto gestapt, om toen ik thuiskwam te denken: shit, hoe ben ik hier geraakt? Iedereen heeft zijn eigen manier om met een depressie om te gaan: de ene vlucht in drank of drugs, de andere eet zich ziek, maar het zijn allemaal manieren om de pijn te verdoven. Je hebt geen respect meer voor jezelf. Dat moet je zien te counteren.»
HUMO Hoe heb jij dat gedaan?
SWINNEN «Hoewel het me veel energie kostte om onder de mensen te komen, voelde ik dat m’n batterijen weer opgeladen waren als ik tegen alle verwachtingen in een leuke avond had beleefd. Daaraan voel je dat een depressie niet alleen je geest, maar ook je lichaam beïnvloedt: ze haalt je hele hormonenhuishouding overhoop. In het begin nam ik antidepressiva en ging ik naar een therapeut, maar die medicatie werkte storend voor mij als muzikant. Ze neemt niet alleen de laagtes, maar ook de hoogtes weg. Ik werd er heel onverschillig van. Toen ik me begon af te vragen of het nog wel de moeite was om muziek te blijven maken, ben ik gestopt met die medicatie. Het is sowieso een misverstand dat antidepressiva geneesmiddelen zijn. Ze zijn een hulpmiddel, maar je moet nog altijd zélf uit je depressie zien te raken. Als je je demonen niet aanpakt, dan mag je nog twintig jaar antidepressiva nemen, je depressie zal er niet door verdwijnen. Dat lukt enkel door erover te praten. Wie daarentegen de hele nacht doorfeest, duwt zijn problemen voor zich uit. Ik heb vier jaar lang met een therapeut gepraat over mijn overspel, over mijn drank- en druggebruik, en over The Scabs. Elke keer werd er een beetje in de wonde gepeuterd. Daar kwamen soms heftige emoties bij los, maar achteraf voelde ik me opgelucht: ‘Fieuw, ’t is eruit. Ik heb weer iets uit mijn rugzak kunnen gooien.’
Ik moest mezelf ook terugvinden. Als jonge gast was ik heel sociaal en erg anti-drugs. Toen ik op een bepaald moment elke dag zat te blowen in dat bos, besefte ik: dit ben ík niet. Ik heb toen alle kleine en grote verslavingen uit m’n leven gebannen en heb geprobeerd regelmaat in m’n dag te steken. Zo ben ik er langzaamaan uitgeraakt. En het fantastische was: eenmaal ik voelde dat het beter begon te gaan, kon ik me al niet meer inbeelden dat ik ooit zó diep had gezeten.»
HUMO Ken je mensen die er nooit uitgeraakt zijn?
SWINNEN (knikt) «Ik heb al vaak zulke begrafenissen bijgewoond. Eén van de zwaarste was die van een jong meisje, ik kende haar als een vrolijke vrouw. Typisch: ze deed zich anders voor dan ze zich voelde, eigenlijk zat ze al maandenlang niet goed in haar vel. Verschrikkelijk. Ze was nog maar eind de 20. De kerk zat vol, iedereen was aan het huilen. Had ze dat kunnen zien, dan zou ze het volgens mij niet over haar hart gekregen hebben om de stap te zetten. Dan had ze geweten: die mensen zien mij graag. Al de rest is van geen belang.»
HUMO Zelf heb je met het Scabs-nummer ‘Nothing on My Radio’ het leven van een fan gered.
SWINNEN (knikt) «Die gast is mij komen zeggen: ‘Ik heb er honderd keer na elkaar naar geluisterd. Daarna heb ik beslist geen zelfmoord te plegen.’ Het is een nummer over iemand die ’s nachts aan zelfdoding zit te denken: ‘Life, death, what is best / If this is life I’m not impressed.’ Uit de lyrics blijkt niet of hij er uiteindelijk ook mee doorgaat, ik heb ze bewust dubbelzinnig gehouden. Het is geschreven naar aanleiding van de depressie van onze drummer. Ik was toen zelf nog niet depressief (lacht).
Nu begrijp ik die fan, trouwens. Tijdens mijn depressie heb ik de prachtige demoversie van Bob Dylans ‘Born in Time’ op repeat gezet. Tekstueel gezien heeft dat nummer niets met zelfmoord te maken, maar de sfeer is zwaar en traag. Voor mij werkte dat therapeutisch.»
HUMO Waarom zijn veel muzikanten getormenteerde zielen zijn die hun toevlucht nemen tot zelfdoding?
SWINNEN «Omdat we met gevoelens werken. Vóór The Scabs werkte ik in een drukkerij, maar toen ik muziek begon te maken, kwam mijn gevoelige kant meer naar boven.
Door mijn depressie heb ik geleerd niet alles zo persoonlijk te nemen. Na The Scabs heb ik op m’n eentje akoestische sets in cafés gespeeld – een ontnuchtering als je grote zalen gewend bent. Als er dan ook nog eens iemand beschonken roept: ‘Allee, Guy’ke, speel ‘Matchbox Car’, komaan!’ dan is het moeilijk om vrolijk te blijven. Ondertussen weet ik dat dat niets met de kwaliteit van je muziek te maken heeft: mensen gaan nu eenmaal op café om zich te amuseren. De ijdele streber uit The Scabs zit dus niet meer in mij. Ik maak nog graag muziek en vind het fijn dat sommigen er iets aan hebben, maar ik koester niet langer de illusie dat ik er de wereld mee ga redden.»
HUMO Het gaat dus goed met je?
SWINNEN «Momenteel ga ik door een zware periode. Mijn ma is begin dit jaar overleden. Ze was vorig jaar beginnen te dementeren na een hartaanval. Die aftakeling… dat was verschrikkelijk om te zien. Naar het einde toe besefte ze amper dat ze nog leefde. Niet lang daarna is m’n hond gestorven, die m’n trouwe compagnon was tijdens m’n depressie. En onlangs heeft een goeie vriend me verteld dat hij slecht nieuws heeft gekregen van de dokter (zucht). Ik moet ervoor zorgen dat ik m’n gedachten kan verzetten. Heb ik een vrije dag, dan plan ik een saunabezoek in. En met het hondje van m’n vader maak ik lange boswandelingen. Dat is voor mij het equivalent van vijf koppen koffie.
Een depressie valt te vergelijken met een verfrommeld blad papier dat je weer glad probeert te strijken: de vouwen zullen er altijd in blijven zitten. Het gaat nooit helemáál weg. Maar ondertussen herken ik de signalen en weet ik wat de oplossingen zijn. Ik ben er zeker van dat ik nooit meer zelfmoordplannen zal smeden. Dat is gepasseerd, en ik wil het niet nog eens meemaken (lacht).»
”HUMO Heb jij een idee waarom het zelfmoordcijfer in België — drie per dag — zo hoog ligt?
SWINNEN «Misschien heeft het te maken met de stugheid van de Vlaming: ‘Zaag niet!’ Daardoor plooien mensen zich sneller op zichzelf terug: ‘Ik moet mijn eigen problemen oplossen.’ En daarnaast moet je niet alleen je depressie, maar ook het stigma dat errond hangt overwinnen. Na een voorstelling van Te Gek!? komen mensen mij met enige schroom aanspreken: (op fluistertoon) ‘Ik heb ook een depressie gehad.’ Daaruit blijkt hoe moeilijk het is om dat taboe te doorbreken.
Tegelijk hebben we al een lange weg afgelegd. Onze documentaire over jongdementerenden met wie we naar Frankrijk zijn getrokken, werd uitgezonden op Eén, hoewel het zware kost was. En steeds meer bekende mensen durven ervoor uit te komen dat ze een depressie of een burn-out hebben gehad. Dat was vijf jaar geleden wel anders. Toen ik gevraagd werd voor Te Gek!? zei m’n management: ‘Zou je dat wel doen? Straks draag je voor altijd het stempel van ‘die met zijn depressie’!’ So what? Het is belachelijk én gevaarlijk om er níét over te praten. Lou Reed heeft een muziekcarrière ooit omschreven als ‘growing up in public with your pants down’. (lacht) Als ik mijn privacy moet opgeven om dat taboe te doorbreken: graag.
Dit jaar staat de Werelddag voor Geestelijke Gezondheid (10 oktober, red.) in het teken van jongeren. Wel, onze schoolvoorstellingen richten zich op de laatstejaars van het secundair onderwijs. Na zo’n voorstelling ben ik eens op aanraden van een meisje met haar vriendin gaan praten, en uit wat zij me vertelde, kon ik direct afleiden: ze is iets van plan en ’t zal niet lang meer duren. Ik heb dat meteen aan de directie en het lerarenkorps gemeld. Die zeiden: ‘We weten dat ze problemen heeft, maar we zullen nog eens met haar praten.’ Een maand later heeft ze effectief een poging ondernomen. Ik ben met haar beginnen te mailen, en kreeg haar trieste verhaal te horen: ze was al verschillende keren opgenomen. Ondertussen is ze aan de beterhand, en dat doet me plezier. Ze is onlangs naar een optreden komen kijken, maar durfde geen dag te komen zeggen (lachje) .
Maar je ziet ook dingen ten goede veranderen in het onderwijs. In het Prizma Campus College in Izegem is er een lokaal waar leerlingen naartoe kunnen met om het even welk probleem – ouders, drugs, depressie, noem maar op. Daardoor wordt er ingespeeld op een duidelijke nood: verhalen over anorexia en zelfverminking zijn helaas schering en inslag op scholen. Wat voor zorgeloze jeugd heb ik gehad in vergelijking met de jeugd van tegenwoordig! Ze moeten er goed uitzien, want ze worden constant bekeken. Ze krijgen een overvloed aan informatie te verwerken en moeten presteren in een wereld die geen zekerheid biedt. Begin er maar eens aan!»
HUMO Ter afsluiting nog goede raad, Guy?
SWINNEN «Práát over je problemen, maar weet dat je omgeving enkel een luisterend oor kan bieden. Ga dus ook naar de huisdokter: die kan je doorverwijzen naar een psycholoog of psychiater. En ken je iemand die het moeilijk heeft, oordeel dan niet en geef zeker geen ‘makkelijke’ goeie raad. Wie in een depressie zit, weet dat boutades als: ‘Kop op, alles komt goed!’ uit de mond komen van iemand die zich er snel van af wil maken. Laat liever merken dat je hem of haar graag ziet. Je hebt er geen idee van hoe belangrijk dat is.»
Scheiden is en blijft lijden
De Standaard – 02.10.2018 – Kaat Schaubroeck
Nee, scheiden is niet zoiets als fietsen. Het is niet omdat we het vaker doen, dat we het in de benen krijgen. Een scheiding is voor veel koppels nog altijd een bron van conflicten, en het zou helpen als we een paar dooddoeners konden schrappen.
Misschien eet Gwyneth Paltrow roze wolken bij het ontbijt en brengt ze de kinderen vervolgens op een kudde eenhoorns naar school. Of misschien zit ze elke ochtend ritmisch met haar hiel te tikken tegen een gammele keukenstoel terwijl ze snorren en hoorns tekent op de foto’s van haar ex-man, Chris Martin. We kennen haar privéleven alleen van Instagram, maar wat ze op Instagram deelt, is dit: een gezin in perfecte harmonie, en een scheiding die met roze hartjes is omkranst. Ze noemt haar ex ‘broer’, deelt publiekelijk lieve verjaardagwensen, en postte vorig najaar een foto van een brunch met Martin en haar vriend Brad Falchuk – met wie ze dit weekend overigens is getrouwd.
Als zo’n foto viraal gaat, zegt dat iets over een droom die we blijkbaar koesteren: dat we als maatschappij intussen geleerd hebben om pijnloos te scheiden, dat we na een breuk helemaal niet razend zijn, en ook niet kapot van verdriet. Dat uit elkaar gaan zoiets is als fietsen: als je maar genoeg oefent, krijg je het wel in de benen. Alleen, de cijfers vertellen iets anders. Nog altijd loopt ongeveer 15 tot 20 procent van de koppels die uit elkaar gaan vast in een conflict dat jaren blijft duren, een vechtscheiding dus. Daarnaast zijn er al de anderen, die nu ook niet bepaald een pistolet gaan eten met hun ex en hun nieuwe lief.
Ik vroeg me af: wat zit er tussen de gedroomde brunch van Gwyneth Paltrow en de werkelijkheid van veel koppels? Daar kwam een boek van, Gelukkig gescheiden, waarin ik uitzocht hoe conflicten in een scheiding ontstaan en hoe je daarmee kunt omgaan. Als ik daaruit één conclusie mag trekken: scheiden zal waarschijnlijk nooit wennen, en het idee dat het harmonieus, rationeel en zonder een woord te hoog of te laag moet verlopen, is net zo goed een keurslijf als dat oude taboe dat scheiden niet mag. Sterker: net onze ijver om ons van oude taboes te bevrijden, heeft ons vastgezet in een reeks nieuwe clichés, die nauwelijks nog ruimte laten voor colère en pijn. Dit zijn bijvoorbeeld een paar zinnen die ik het liefst nooit meer wil horen.
1. ‘Je komt er sterker uit’
In de mooie documentaire Verlaten laat Hetty Nietsch mannen en vrouwen vertellen hoe het voor hen voelde toen ze te horen kregen dat hun partner bij hen weg wilde. Opvallend is hoe vaak woorden vallen als: verdoofd, in shock, verbijsterd. ‘Mijn hart werd verbrijzeld’, zei een vrouw. ‘De zon was gedoofd’, zei iemand. En ook: ‘Het is rouwen om iemand die er nog is.’ Hoe zou je daar eigenlijk sterker uit moeten komen?
Een scheiding raast door je veilige nest en gooit het leven dat je kende overhoop. Je wordt overmand door pijn, twijfel, woede, schuldgevoelens en duizend angsten. Er is dat immense verdriet dat je bij momenten kan vloeren. Voor veel mensen voelt het ook alsof ze verdwijnen, ze voelen zich klein en onzeker omdat ze niet meer door hun geliefde worden gezien. Renate Rubinstein beschreef dat mooi in Niets te verliezen en toch bang: ‘Ik was weggesmolten. Hooguit vijf centimeter was ik nog maar.’ Daar kom je vroeg of laat doorheen, maar therapeuten gaan ervan uit dat het rouwproces na een scheiding gemiddeld twee à drie jaar duurt. Zo kun je meteen ook een ander cliché van tafel vegen: dat koppels tegenwoordig voor een bagatel uiteen zouden gaan.
Seksuologe Rika Ponnet noemt het in Gelukkig gescheiden een trauma dat littekens nalaat. ‘We horen zo vaak dat mensen lichtzinnig scheiden. Dat geloof ik niet. En bijna niemand wil dit een tweede keer meemaken.’
2. ‘Je moet het loslaten’
Een variant op de mythe dat je sterker wordt van alles waar je niet aan doodgaat. Voor dat ‘loslaten’ bestaan zelfs technologische snufjes, zoals Mend, een app die je helpt afkicken van je ex, met dagelijkse audiotrainingen en tips. Er zijn ex-kaarsjes die je kunt branden en ex-hoofdkussens met een compartiment voor zakdoekjes. In Amerika coachen break-upexperts je door je verdriet, en zoeken ze mee naar een nieuwe woning.
Alleen is er natuurlijk nergens een gom waarmee je iemand kunt wissen. Hoogleraar sociale psychologie Roos Vonk heeft het in Liefde, lust en andere ellende over het wittebereneffect. Toen deelnemers in een onderzoek gevraagd werd niet aan witte beren te denken, slaagden ze daar ook in – om na het onderzoek vast te stellen dat ze er des te meer aan dachten.
Loslaten is eigenlijk ook nooit de bedoeling, vindt Ponnet. Een relatie die zo belangrijk is geweest, veeg je niet zomaar weg. ‘Als je iemand verliest, voelt het alsof je die totaal kwijt bent’, zegt ze. ‘Maar naarmate de tijd vordert, merk je dat de band die er was, die gehechtheid, nog in je zit. Ik zie het bij mensen die al langere tijd gescheiden zijn. Er blijft iets hangen van dat verdriet, maar ze zijn in staat te zien dat er ook goeie momenten waren – ook al heeft de scheiding verschrikkelijk veel pijn gedaan. Dat kan een troostende gedachte zijn.’
3. ‘Ik heb gewoon mijn hart gevolgd’
‘Moeder Teresa trouwt niet met Hitler’ is een boutade van rechter Kenneth Black, van het LA Superior Court Family Law Department, en ze vat mooi samen hoe het in een scheiding niet gaat om de goeden tegen de slechten. Dankzij de schuldloze echtscheiding hoeft er juridisch gelukkig ook geen schuldige meer aangewezen te worden. Tegelijk hebben we soms de neiging om nu in zo’n brede boog om dat begrip ‘schuld’ heen te lopen, dat we in het andere uiterste vervallen: niemand kon er iets aan doen en de scheiding is het gevolg van een of andere natuurwet. We zeggen dan dingen als: ‘ik heb gewoon mijn hart gevolgd’ en ‘de kinderen zijn beter af als mama en papa ook gelukkig zijn’. Of nog erger: ‘Het is toch normaal dat ik bij je wegga, kijk hoe je erbij loopt.’
‘Niemand hoeft zich schuldig te voelen over een scheiding,’ zegt Ponnet, ‘maar we verliezen zo snel de nuance. Mensen die diep gekwetst zijn, hebben er echt behoefte aan dat hun pijn wordt gezien: dat hun ex dus ook erkent hoe zij hieronder lijden. Ik pleit vooral voor moedig gedrag. Durf te kijken naar hoe je relatie is geëvolueerd en wat jouw aandeel was. Minimaliseer het niet als je ontrouw bent geweest. En geef kinderen op zijn minst de ruimte om te zeggen dat ze het helemaal niet leuk vinden om week na week hun koffers te moeten pakken.’
4. ‘Maak nooit ruzie waar de kinderen bij zijn’
Ouders die uit elkaar gaan, missen vooral één grote luxe: afstand. Omdat ze ouders zijn, moeten ze elkaar blijven zien, waardoor sluimerende woede en verdriet voortdurend worden gevoed. Tegelijk moeten ze zich net in die periode als ouder heruitvinden. Ze moeten zich reorganiseren als gezin, afscheid nemen van hun ex als partner, terwijl ze die toch als ouder van hun kind moeten blijven zien. Dat ze te midden van al dat tumult weleens ruzie maken, ook in het bijzijn van de kinderen, is bijna onvermijdelijk. Voor kinderen is het weliswaar ontwrichtend als hun ouders als straatvechters tekeergaan, maar we moeten van een goede ruzie ook geen nieuw taboe willen maken. Ook ouders die nog samen zijn, liggen soms in de clinch en vragen niet noodzakelijk een babysit om dat op verplaatsing te kunnen doen.
‘We verwachten zoveel van gescheiden ouders’, zegt pedagoge Claire Wiewauters in Gelukkig gescheiden. ‘Dat ze er helemaal zijn voor de kinderen en dat ze zonder conflicten omgaan met hun ex-partners. Maar scheiden is conflict. Voor kinderen is dat lastig, maar niet onoverkomelijk, zolang ze maar niet in dat conflict worden meegesleurd en niet het gevoel hebben dat ze moeten kiezen tussen hun ouders.’
5. ‘Het belangrijkste is dat je altijd blijft praten’
In een ideale wereld overleggen ex-partners bij een glas wijn, terwijl de kinderen verderop door het gras buitelen. In het gewone leven is dat soort perfecte harmonie vaak ver te zoeken, en het is een hardnekkig misverstand dat het áltijd beter is voor de kinderen als ouders veel contact hebben met elkaar. Als het conflict blijft escaleren, kan het beter zijn om de gesprekken (tijdelijk) stop te zetten, omdat die alleen maar leiden tot meer geruzie. Je focust als ouders dan elk apart op jullie band met de kinderen en beperkt de gesprekken met elkaar tot een absoluut minimum: er staat als het ware een muur tussen jullie.
Wiewauters: ‘We moeten erkennen dat het goed genoeg is als ouders na een scheiding niet elke week overleggen, zolang kinderen maar de kans krijgen om een goede band te hebben met elk van hen apart. Kinderen kunnen daarin prima gedijen, ook op langere termijn. De kernvraag is: hoe laat je de kinderen toe om met die andere ouder een goede relatie te hebben? Zoiets is veel moeilijker dan we denken.’
Dat is het wellicht: zoals er een goed genoeg ouderschap bestaat, zo moet er ook een scheiding mogelijk zijn die gewoon goed genoeg is. Zonder feestslingers, zonder glutenvrije toast met kersencompote (of wat Paltrow die dag ook had bij haar brunch) en met ruimte voor de pijn en de razernij. Omdat scheidingen moeten kunnen, moeten we het verdriet nog niet afschaffen.
Een geschiedenisles
Micheline Baetens – 02.10.2013

Op 11 februari 1949 gaf mijn grootvader mij de voornaam ‘Micheline’. Mijn grootvader was spoorwegarbeider en geïnspireerd door de Minerva-trein Michelin of Micheline, vond hij blijkbaar dat dit de naam was die bij mij paste. De Minerva-trein, een trein die zowel op straat als op een spoorweg kon rijden, heeft geen lang leven gekend, maar ik overleefde het en groeide verder op als oogappel van mijn grootvader.
Of die naam bepalend geweest is voor mijn leven, of dat het toeval dit zo wou, weet ik niet, maar ik woon wel al 36 jaar naast de spoorweg en aan het spoorwegstation Hoeilaart, op lijn 161 Brussel-Ottignies, waar sinds een aantal jaren de infrastructuurwerken aan de gang zijn voor het gewestelijk expressnet (GEN) rond Brussel.
Na de GEN-vergadering met de buurtbewoners, TucRail, Infrabel en het gemeentebestuur op 26 september jongstleden ben ik nog eens in mijn persoonlijke archieven gedoken over dit NMBS-project dat ons nu al jaren in de ban houdt.
Voor ons gezin begon het verhaal van het derde en vierde spoor in het jaar 2000. Toen kregen wij begin april van uit het gemeentebestuur een brief gericht aan de aanpalende eigenaars en geïnteresseerden met betrekking tot de werken aan spoorlijn 161, en de uitbreiding van de spoorinfrastructuur met een derde en vierde spoor. Daarin werd ons medegedeeld dat het college een hoorzitting organiseerde en ons de mogelijkheid geboden werd om de plannen van de NMBS in te kijken.
Op die hoorzitting werd ons ondermeer het volgende verteld:
“Voor de aanleg van een derde spoor werden reeds in 1982 in Hoeilaart verschillende onteigeningen uitgevoerd, voor het vierde spoor zal de NMBS trachten het aantal onteigeningen te beperken tot een minimum, door het bouwen van steunmuren. De aanpalende eigenaars worden enkel uitbetaald voor onteigende woningen en terreinen. Wie waardeverlies lijdt omdat zijn eigendom te dicht bij de spoorweg ligt, krijgt geen vergoeding. De NMBS zou anderzijds wel eventueel bereid kunnen zijn om bepaalde eigendommen te verwerven. De eigenlijke werken zullen aanvangen in 2004, en vanaf 2010 zal het treinverkeer tussen Brussel en Ottignies over vier sporen kunnen verlopen.”
Voor ons persoonlijk zou dat betekenen dat een deel van onze tuin onteigend wordt en voor ons huis, op enkele meters afstand ervan, een steunmuur (en geluidsmuur) komt te staan van minstens acht meter hoog.
Die muur is er gelukkig niet gekomen, maar werd vervangen door een viaduct boven op de spoorwegtaluds. Onze tuin werd nodeloos vernield, want eigenlijk hebben ze dat stukje terrein nog voor niets nodig gehad.
Ook de onteigeningen van 1982 bleken achteraf niet nodig te zijn geweest, omdat de plannen gewijzigd werden.
Het toenmalige gemeentebestuur probeerde ons in Don Quichottestijl te doen geloven dat dat vierde spoor er nooit zou komen!
Een paar maanden bleef het stil tot wij geheel toevallig in Hier Hoeilaart van juni 2000 lazen, dat wij voor nadere toelichtingen allerhande contact moesten opnemen met de NMBS, wat we dan ook gedaan hebben.
Op de vraag naar een waardeverlies vergoeding, antwoordde de NMBS-verantwoordelijke dat die alleen wordt toegekend indien er onteigend wordt.
Verwerving van bepaalde eigendommen die niet noodzakelijk zijn voor de aanleg van het vierde spoor, daar beslist alleen de NMBS over. De bewoner kan enkel zijn voorkeur kenbaar maken.
Of er nog een volgend openbaar onderzoek ingesteld wordt ? Waarschijnlijk niet, wegens hoogdringendheid, en het zal voor de betrokken eigenaars ook niet veel meer uithalen. De meeste beslissingen zijn door de NMBS al genomen en kunnen door de bewoners niet meer beïnvloed worden.
Komt er een sociaal begeleidingsplan voor de omwonenden, die gedurende lange tijd (10 jaar?) geconfronteerd kunnen en zullen worden met allerhande problemen, die ingrijpende openbare werken met zich meebrengen ? Neen !
Dat was dus het jaar 2000. Daarna werden we twee jaar in het ongewisse gelaten.
De NMBS, bij monde van de heer Denayer, ons ondertussen welbekend (!) want hij was ook nu weer aanwezig op de informatievergadering van 26 september 2013, gaf ons gemeentebestuur nog een goede raad mee.
De heer Denayer, general-manager van de Instandhouding van de Infrastructuur, suggereerde de betrokken gemeenten, zélf een openbaar onderzoek te organiseren en te peilen naar de wensen en verzuchtingen van de betrokken bewoners: wensen zij gedeeltelijk of volledig onteigend te worden, welke vragen hebben zij omtrent de uitbreidingswerken, welke planaanpassingen zien zij graag doorgevoerd, enzovoorts… Daaruit kunnen ideeën voortkomen die aan de NMBS kunnen overgemaakt worden.
Wij hebben toen in 2002 gevraagd aan het gemeentebestuur om de parking voor 40 wagens in de wijk Terdelle te laten schrappen.
Eind 2002 werd het Milieueffectenrapport (MER) opgemaakt, waarvan achteraf, en zeker nu na drie jaar intensieve werken, gebleken is dat niemand daar uiteindelijk rekening mee houdt. Zo werd ondermeer beloofd dat de aanvoer van de materialen voor de werken grotendeels langs het spoor zou gebeuren. Ook zou er rekening gehouden worden met geluidshinder en trillingen.
Het MER is nochtans niet zomaar een rapport. Het hoort bij een vergunningsaanvraag en bekleedt een volwaardige plaats in de besluitvorming.
Bij een MER voor grote infrastructuurwerken moet op passende wijze een beschrijving en een beoordeling gegeven worden van de directe en de indirecte gevolgen van deze werken op:
– mens, dier en plant,
– bodem, water, lucht, klimaat en landschap,
– de wisselwerking tussen dit alles,
– de materiële goederen en het culturele erfgoed.
Daarom worden er deskundigen aangesteld die gespecialiseerd zijn in elk van deze domeinen en ook inzake geluid en trillingen of betreffende warmte en stralingen.
Het MER moet eventuele alternatieven voor het project vermelden en er de haalbaarheid van aanstippen.
Wij hadden toen graag gezien dat er naast en Milieueffectenrapport ook een Menseneffectenrapport werd opgesteld!
Op 1 juni 2004 heeft de NMBS dan bij het Vlaams Gewest een aanvraag ingediend om een bouwvergunning te bekomen voor het aanleggen van een derde en vierde spoor op het grondgebied van de gemeenten Hoeilaart en Overijse (spoorlijn 161 Brussel-Ottignies).
Van dan af ging de bal aan het rollen, de kogel was door de kerk, de trein was niet meer te stoppen…
En wij deden ondertussen was moest gedaan worden. In 2010 renoveerden we ons huis in functie van de handicap van mijn man, die jammer genoeg begin 2011 overleed.
Een paar maanden later starten de spoorwegwerken en sindsdien zijn we niet meer gerust geweest. Tot tweemaal toe zijn de garage en kelders ondergelopen omdat bepaalde zaken niet of slecht afgewerkt werden. Al drie zomers moeten we deuren en vensters dichthouden voor stof, stank en lawaai, ook ’s nachts.

En het is nog niet gedaan, dat is ons meteen duidelijk geworden op de vergadering van verleden week. Het einde van de werken is voorzien voor juni 2014, maar wij wachten af, ook hoe de situatie daarna zal zijn qua overlast en leefbaarheid.
En toch woon ik hier graag aan de spoorweg. Van de treinen heb ik geen hinder, ook ’s nachts niet. Af en toe loopt hier ook nog een vos door de Vosdelle en dat geeft mij hoop, dat hier ooit het groen, de rust en de leefbaarheid zal terugkeren.



Geschreven op 2 oktober 2013 en ondertussen rijdt de trein hier nog altijd niet over vier sporen, want die liggen er nog niet, en het eindresultaat van dit luxe project is nu voorzien voor 2027. Zal ik het nog meemaken?
Geniet van de beelden, dit zijn er maar een paar van de honderden die we hebben kunnen nemen gedurende die vier helse jaren.
Ik heb vannacht
de vos gehoord,
en ik wist,
er is hier nog iets aanwezig
wat niet stuk te krijgen is,
en dat gaf mij een veilig gevoel.
Micheline Baetens – 31 maart 2014
Een mens kan aan om het even wat verslaafd geraken: eten, drank, pillen, drugs, geld, macht, aandacht, seks…
Ik heb nog maar eens naar de film Nymphomaniac van Lars von Trier gekeken, over een vrouw die seksverslaafd is. Het is een vijf uur durende film, maar echt de moeite waard om een tweede keer helemaal uit te kijken.
Elk verslavingsproces verloopt op de dezelfde manier, of het nu drank of seks is, zoals in de film. Je gaat steeds verder in je verslaving en zoekt voortdurend naar nieuw en groter genot, tot uiteindelijk niets meer bevredigend werkt, en je het net zoals Rammstein uitschreeuwt: “Ik voel niets meer!”. Bovendien verkeert de verslaafde in de grootste eenzaamheid, uitgesloten en verteerd door zelfhaat.
Zoals ik al zei, een mens kan aan om het even wat verslaafd geraken en hierdoor zijn vrijheid verliezen. Het leven moet dus een uitdaging blijven met ups en downs, en nooit de perfectie nastreven, want het eindresultaat is dat je niets meer voelt, geen blijheid, geen verdriet, en vooral ook geen liefde meer, niet voor jezelf en niet voor de ander.
Junkieverdriet
Mijn eeuwenoud, mijn levenslang junkieverdriet
Van geboortepijn tot nu mijn eenzaamheid
Die ik deel met duizenden nu ik weet wat ik weet:
Dat de mens een naald is zoekend naar een ader
Zoekend naar de kiespijn van zijn ver verleden.
Junkieverdriet, bass-toon van deze tijd
Waar de verschopte verschaalt in een dode hoek
Van het denkperspectief, in de paranoia
Van de kleine penis en de schizofrenie van schaamte.
In deze wereld mijn waansisteem werd liefde
Een misdrijf in het duister en reizen kruipen
Uit de schaduw der ouders naar de schaduw van de dood.
Verdrinken tijdens de armslag naar meer.
Licht van alle licht, licht
Dat niet dooft met de dagen en mijn geheugen
Voortdurend doorschijnt, licht licht
Dat niet zinkt in de stof het woord
Dat muis is knagend binnen klein bestek,
Licht dat bomen doorruist en water, licht
Dat leeft op de vloedlijn bij springtij,
Tussen afkick en hit, wit licht, witte hitte.
Jotie T’ Hooft
Jotie T’Hooft, de dichter die verslaafd was en zelfmoord pleegde, en zijn genialiteit heeft hem er niet kunnen van weerhouden. Wat ben je er dan mee?
“De mensen die ideale werelden wilden creëren, bleken meestal tirannen. Ik streef naar een wereld die met kleine stapjes een klein beetje begint te wegen naar de goede kant. Die weet dat hij nooit perfect zal zijn. Alles is beter met een hoek af. Of zoals Leonard Cohen zingt: “There is a crack in everything, that’s how the light gets in”. Een van de mooiste zinnen ooit. Geef mij maar een hoekige wereld, met gebrekkige mensen die nooit perfect zullen zijn en daar gewoon tevreden mee zijn.”
Dixit: Dirk De Wachter – psychiater
Eén van de mooiste liedjesteksten ooit, en nog waar ook. Niets zo steriel als perfectionisme en niets zo creatief als imperfectie, en de degene die er mee kan omgaan. En er is moed voor nodig om die imperfectie toe te geven en te durven tonen, maar wie het kan is zoveel meer waard.
“Vrijheid is loslaten van het uiterlijke en de schijn.” Dixit: Ron Sterck – dorpsfilosoof