Als je iemand
nodig hebt,
gebaren
de meeste mensen
van krommenaas
en bestaan ze
eventjes niet.
Micheline Baetens – 13.06.2019
Zo was het toch nietwaar?! Nog meer bij onze ouders en grootouders dan voor ons, en hopelijk niet meer voor wie nu aan een gezin begint. Die goeie, ouwe tijd? Vergeet het!
Je trouwt snel als je twintig bent
En na een paar jaar krijg je het druk
Met drie, vier kinderen, ach dat went
Je hebt geen tijd meer voor geluk
Tussen de vloeren en de vaat
De vuile was en het fornuis
Sta je niet stil, ook al vergaat de wereld
Jij bent bezig thuis.
Is dit een grap?
Of om te huilen?
Is er iemand die haar benijdt?
Wie zou er met haar willen ruilen?
Dag in, dag uit
Waar blijft de tijd?
De koffie pruttelt op het vuur
De kinderen spelen, en je man
Zit achter een krant als achter een muur.
De dagen glijden door je hand
De kinderen zijn vandaag nog klein
Maar morgen groot, je denkt waarom
Kan ik alleen maar ouder zijn?
De foto van je jeugd trekt krom.
Is dit een grap?
Of om te huilen?
Is er iemand die haar benijdt?
Wie zou er met haar willen ruilen?
Dag in, dag uit
Waar blijft de tijd?
De zondag is niets dan een pak
Netjes gestreken ’s avonds laat
Wat bloemen in de vaas
Een tak in bloei, wat altijd aardig staat
En deze levenslange sleur
Duizenden passen ieder uur
Tussen de tafel en de deur
En van het kastje naar de muur.
Is dit een grap?
Of om te huilen?
Is er iemand die haar benijdt?
Wie zou er met haar willen ruilen?
Dag in, dag uit
Waar blijft de tijd?

“Met drie zelfdodingen per dag en tienmaal zoveel pogingen scoort Vlaanderen anderhalve keer zo hoog als het Europees gemiddelde en dubbel zo hoog als Nederland.” (DS)
Hoe komt dat? Is België een onmogelijk land om gelukkig in te zijn? Of ligt het aan onszelf?
Ik kijk nu al een paar avonden na elkaar naar de serie “In Treatment”, waarin mensen bij de psychiater komen om over hun levenservaringen en problemen te praten, en moet maar weer eens concluderen dat wij het sterkst zijn in zelfbedrog en dat van daaruit de meeste van onze problemen ontstaan.
Mensen willen bovendien de ene kick na de andere beleven, tot ze zo verslaafd zijn, dat ze er depressief van worden en moeten afkicken. Jammer dat ze dat pas inzien en doen wanneer ze volledig instorten. En dat noemen we dan een burn-out, opgebrand dus.
Ikzelf ben ook nog altijd zo onwijs om over mijn limiet aan prikkels te gaan, en heb zopas een weekje verplichte rust genomen. Geen tuinwerken meer en zo min mogelijk afspraken en nieuwe plannen maken. Het kopje leeg maken vooral, want lichamelijk raak ik zelden uitgeput, en dat is misschien een nadeel, want dan blijf je geestelijk maar doorgaan met uitvoeren wat in je hoofd opkomt. En dat is altijd heel veel, want ik doe het allemaal zo graag!
Gelukkig speelde het weer en de regen mijn spelletje mee, en konden we ook daarbij van een depressie spreken. Voor de natuur was dat ook een weldaad, want regen is hard nodig, zeker na een hele droge lente. Overdaad aan zon dus!
Eind goed al goed zeggen ze dan, en uiteindelijk moet elk van ons naar de juiste signalen luisteren of je rijdt jezelf te pletter! En vooral we moeten die slechte cijfers naar beneden krijgen. Toevallig is het momenteel ook examentijd, dus laat ons maar bestuderen hoe we dat het best kunnen doen. Door te schrappen, denk ik, door heel veel te schrappen…
Essay
Sid Lukkassen
Depressief-zijn blijft nog wel even taboe
‘Wees lief voor iedereen maar verpletter de concurrentie’.
DOORBRAAK – 11 juni 2019
Geestelijke gezondheid is een prangend onderwerp. In de psychiatrie is depressie een hersenaandoening die optreedt wanneer iemand met enige aanleg (biologische kwetsbaarheid) wordt blootgesteld aan stress. De Correspondent – het vlaggenschip van progressief, hoogopgeleid en kosmopolitisch Nederland – wijdde er een artikel aan. De hoofdvraag is: waarom wordt er steeds meer over depressies gepubliceerd, maar is het nog steeds taboe om openlijk te spreken over het persoonlijke leed van een depressie?
Structurele schizofrenie
De Correspondent zoekt het antwoord in maatschappelijke analyses, in het bijzonder van de psycholoog-filosoof Bert van den Bergh. Diens waardevolle inzichten lijken opmerkelijk veel op analyses van ondergetekende in Avondland en Identiteit (2015).
Voordat we daarop ingaan, is het belangrijk te benoemen wat een probleem zou moeten zijn voor de psychologie en psychiatrie an sich. Dit probleem doet namelijk de fundering van deze disciplines wankelen. Ik bedoel dat het in deze tijd van digitalisering, globalisering en onthechting – ook wel ‘sociale anomie’ genoemd: het wegvallen van bezielende verbanden – steeds moeilijker blijkt om een scheidslijn te trekken tussen klachten die worden veroorzaakt door een herstelbaar defect bij de patiënt en klachten veroorzaakt door een uiteenvallen van de samenleving.
Van den Bergh geeft de volgende verklaring: ‘Je ziet het goed terug in de alomtegenwoordigheid van talentenshows, die ook bij de jongste kinderen heel populair zijn. Wat is de boodschap die kijkers aan talentenshows ontlenen? “Schitter en geniet, ook van je medekandidaten, maar zorg dat ze verdwijnen.” Kortom: Wees succesvol, wees alleen en wees een winnaar.’
Donald Trump troont in het hart van onze ultra-liberale cultuur: hij werd bekend door zijn talentenshow The Apprentice. We worden tegenwoordig allemaal aangesproken als aspiranten en worden geacht ontvankelijk te zijn voor die boodschap. In de Westerse beschaving herkennen we twee culturele polen. Een zachte, utopische, Alle Menschen werden Brüder en een meer heidens uitgangspunt dat we onder meer terugvinden bij de filosoof Niccolò Machiavelli. Vanuit die tweede pool wordt de soevereiniteit met harde hand verdedigd. Het is duidelijk dat Donald Trump beter bij die tweede aansluit. Net waar deze twee culturele polen zich in iemands geestesleven vastzetten en onverenigbaar blijken, treedt stress op en slaan depressies toe.
In Avondland en Identiteit formuleerde ik het als volgt: ‘We stimuleren onze kinderen om de hoogste cijfers van de klas te halen – we moedigen hen aan de sterspelers te worden van de sportteams. Onze dochters geven we op voor schoonheidswedstrijden. Zo toont zich de realiteit van de bikkelharde kapitalistische competitie: de ene hond eet de andere volgens de wet van de jungle. The weak are meat, the strong do eat. En vervolgens bedekken we deze realiteit met lieve gebaren, met een deken van egalitarisme. Er zijn zelfs prijzen voor wie als laatste eindigt en beloningen voor het louter meedoen.’ (Avondland en Identiteit, blz. 49)
Wees lief voor elkaar & eet elkaar op
Wat er ontbreekt in de beschouwing door Van den Bergh, is een diepere cultureel-sociologische verklaring. Mijn analyse is dat dit schisma herleidbaar is tot een zielsdiep conflict binnen de Westerse beschaving. Enerzijds koester men het christelijk-socialistische credo van vergeving, verzoening en een grote convergentie die wacht aan het einde van de geschiedenis. Dit alles staat echter haaks op het heidens-kapitalistische fundament van concurrentie en selectie, waar een winner’s drive zich doet gelden als het recht van de sterkste.
‘Zelfs onze vriendelijkheid is deel van deze sociale rivaliteit. Want hoewel kapitalistische, liberale en libertaire visies op het leven breed gedragen worden, proberen we te vermijden dat we publiekelijk betrapt worden op een ‘zelfzuchtige’ daad. Het credo van ons tijdperk kan worden opgesomd als: “Wees lief voor iedereen maar verpletter de concurrentie”.’ (Avondland en Identiteit, 2015, blz. 49)
Spinoza zegt: ‘grote vissen eten kleine vissen en het recht van de dingen strekt zich even ver uit als hun macht.’ Wie dit doorziet, kan zich nog maar moeilijk tevredenstellen met de troostprijzen; met slogans als: ‘meedoen is belangrijker dan winnen’, iets dat vooral de niet-winnaars op de mouw gespeld krijgen. Het leidt tot mentale botsingen met alle ‘inclusieve’ fabeltjes zoals de zalvende boodschap: ‘alleen het innerlijk telt’. Dat wordt vooral gezegd door mensen die zelf niet oogverblindend zijn. De harde realiteit is: waarom nader kennis maken als het uiterlijk al afschrikt?
Onder werd boven en boven onder
Deze schizofrene cultuur maakt depressief. Een sluitende conclusie, maar niet vergaand genoeg. Bert van den Bergh voegt er nog een interessante observatie aan toe: ‘Het is de erfenis van de jaren zestig en zeventig, en van de jaren tachtig en negentig. De zelfbevrijding van die eerste epoche en de marktbevrijding van het tweede klikten soepel in elkaar. En hier zijn we: legioenen die massaal last hebben van depressie.’
Ook hier is het opmerkelijk om te zien hoezeer die constatering – opgevoerd door de ultralinkse Correspondent – gelijkloopt met de mijne: ‘Het huidige narcisme staat met twee benen in de twintigste eeuw. Enerzijds was er de GroenLinks-ideologie, het streven om mensen mondig te maken. Zodat ze goedgebekt waren en hun meningen konden ventileren. Anderzijds was er het Amerikaanse neoliberalisme met haar fixatie op imagocultivatie – dat van de vlotte dame of de frisse lefgozer die klaar staat om de top te bestormen. Kortom: het anti-autoritaire van de jaren ‘60 gecombineerd met het commercialisme van de jaren ’90.’ (Avondland en Identiteit, 2015, blz. 204)
Emotionele marktwetten
Hier moeten we opmerken dat ‘links’ er inderdaad langdurig naar streefde om mensen mondig te maken. Maar nu ze mondig geworden zijn, heet dit plots ‘populisme’. Deze politieke pirouette – boven werd onder werd en onder boven – heeft de bevolking enorm verward. Het doet afbreuk aan het geestelijke welbevinden. Gelukkig raadplegen en steunen steeds meer mensen mijn analyses – hier vindt u er enige, om een innerlijke balans te (her)vinden. Het kernpunt dat depressies tot taboe-onderwerp maakt, ligt wellicht in die ‘liberale’ pool: het punt van de marktwaarde. Dit vat ik maar even samen als fake it until you make it, wat ook samenhangt met het cliché over mannenemoties: ruwe bolster, blanke pit.
‘Marktwaarde’ moeten we hier breder zien: niet alleen economisch, maar ook het sociale kapitaal dat samenhangt met romantische en erotische perceptie; het geheel van hoe jij als individu al dan niet floreert binnen het sociaal-maatschappelijke weefsel. Wie zegt: ‘Ik lig niet prettig in het sociale weefsel en voel me geïsoleerd’, die zegt indirect: ‘Ik ben een risico, investeer niet in mij.’ Hoe dan ook blijkt geestelijke gezondheid op de relatiemarkt erg complex, wat het taboe rond depressies verder versterkt. Enerzijds vinden vrouwen het vaak leuk om een man op te vrolijken en hem te verzorgen. Anderzijds vallen vrouwen ook op ‘sterke’ mannen die in staat zijn hen te onderhouden. Dit is een diepe oerreflex en dialogen over mentale weerbaarheid en kwetsbaarheid maken deze biologische codering niet wezenlijk anders.
Fake it until you make it wil dus zeggen dat als jij aangeeft: ‘ik voel me eenzaam, vrouwen kijken niet naar me om, ik vind het moeilijk om nieuwe vriendschappen te sluiten’. Als je zulks laat doorschemeren dan daalt je marktwaarde onmiddellijk. Je moet immers laten zien dat je ‘in goede staat verkeert’. Dan pas zullen mensen je interessant vinden en geneigd zijn in je te investeren.
Vandaag zat er een eekhoorntje in de tuin, en het was een mooie, hoor, een inheemse, en je moest hem zien zwieren met zijn staart, een echte acrobaat.
In het Zoniënwoud zitten tegenwoordig ook veel Siberische grondeekhoorntjes, die ooit als huisdier gehouden werden, maar wanneer het diertje niet gezellig meer werd gevonden, werd het in de vrije natuur losgelaten, waar het zich vermenigvuldigde aan een serieus tempo.
https://nl.wikipedia.org/wiki/Siberische_grondeekhoorn
Maar mijn eekhoorn is een Europese, een échte dus! Naar het schijnt zijn er in Europa elf verschillende soorten eekhoorns.
https://www.natuurpunt.be/pagina/eekhoorn
Ik zal dan nu ook maar een eekhoornhuisje in mijn tuin hangen, in de hoop dat Kraakje blijft komen om zijn buikje te vullen.
Ik hoorde iemand zeggen dat hij troost vindt bij de sombere schilderijen van Munch. En ik begrijp dat, want je vindt geen troost bij iemand die je per se wilt opvrolijken of afleiden van je verdriet, maar bij iemand die je begrijpt en met je meehuilt.
Hetzelfde kan je hebben als je een gedicht of een boek leest waarin precies beschreven wordt hoe jij je voelt of hoe jij denkt. Het bevestigt je en je denkt niet langer dat je gevoelens abnormaal of overdreven zijn. Hetzelfde haal je uit muziek.
Empathie en troost, iedereen heeft er behoefte aan in deze onverschillige en oppervlakkige tijden. Het is een menselijk talent dat niet genoeg gecultiveerd wordt en dreigt verloren te gaan.
Maar je kan het ook moeilijk leren, je hebt het of je hebt het niet, zoals dat gaat met alle kunsten.
Iemand schreef mij vandaag “het was een tamelijk emotionele dag vandaag”. En ik vroeg hem “zijn er andere?”. Inderdaad is niet elke dag een emotionele dag? Divers, altijd anders, maar altijd emotioneel, met een grote variatie aan gevoelens? Voor mij in elk geval wel, en ik steek ze zelden weg. Waarom zou je dat trouwens ook doen? We zijn wie we zijn en we voelen wat we voelen, daar kan je niet omheen.
Geloven in jezelf en je gevoelens durven tonen kan trouwens je leven redden en als je dan ook nog eens begrepen wordt, al is het dan “maar” door een schilderij van Munch, ben je al helemaal gezegend.
Van de meeste mensen weet ik trouwens niet wat ze voelen, want die spreken daar nooit over. Het blijven illustere onbekenden, en ik zou hen wel eens graag leren kennen…
Sssssttt… Hier rijpt iets mooi, en het zijn niet enkel royal druiven. Het is een “royal” baby, een jongen uitgerekend voor 3 oktober. Hij heeft al een naam, maar die verklappen we lekker nog niet.
Zijn opa Jean-Pierre, mijn papa, zal hij helaas nooit ontmoeten. Via mij zal hij van zijn grootvader wel de liefde voor tuinieren en beweging, alsook de moed tijdens ziekte en tegenslag meekrijgen.
Ik persoonlijk zal mijn zoontje proberen de liefde voor (liefst gezond) smakelijk eten mee te geven. Het nut van een goed boek, maar evengoed van een stevige serie of film. Wijzen op het belang van af en toe je batterijen eens op te laden in de natuur en te praten met de eendjes. Wijzen op het belang van je tijd te nemen, zo vanzelfsprekend maar zo vaak over het hoofd gezien. Van op tijd te realiseren dat een job maar een middel is, geen doel. Dat het geschreven woord ook doeltreffend kan zijn.
Geen al te grote levenslessen, enkel dat geluk in een klein hoekje kan schuilen. De rest moet hij maar zelf uitpluizen en ontdekken. Niet te veel zeuren over de vele kleine en grote gevaren in het leven, enkel het gevaar voor te veel prikkels en de aandachteconomie. Ik laat hem verder via trial and error leren, en welke rol mededogen hierin kan hebben. Dan komt het wel goed. En voor de rest: heel veel zot doen samen met de papa!
David Joly
Mooie foto, mooie tekst, mooie mama en een trotse papa, die zo te lezen ook een heel goede vader zal zijn. Laat de druiven nu maar rijpen!