Idealen

Filosoof Kwame Appiah: idealen kunnen het goede in de weg zitten

Brainwash – 21.09.2019

Filosoof Kwame Anthony Appiah is niet makkelijk te plaatsen. ‘In São Paulo word ik voor een Braziliaan aangezien, in Kaapstad voor een ‘kleurling’, in Rome voor een Ethiopiër, en een Londense taxichauffeur weigerde ooit te geloven dat ik geen Hindi sprak’, schrijft hij in zijn boek Leugens die ons binden. Zodra hij begint te praten wordt het nog verwarrender, met zijn chique Britse accent.

Hoe zit dat? Zijn vader komt uit Ghana, zijn moeder uit Engeland en hij woont in New York. Maar zo stelt hij in zijn boek: die feiten zeggen nog steeds weinig over wie hij is. Want onze identiteiten zijn veel vloeibaarder dan we denken, en we hebben er een heleboel. Veel meer nog dan kleur, cultuur, klasse en gender alleen. Onzin dus om het publieke debat te laten verstarren in een stammenstrijd.

Wat hebben idealen met identiteit te maken?

‘Identiteiten schrijven idealen voor. Als ik mijn katholieke identiteit zou naleven, zou ik trouw zijn aan mijn echtgenoot, regelmatig biechten, proberen de grote zonden te vermijden en de kerk ondersteunen. Veel identiteiten houden ons het ideaal van een perfect mens voor.’

Hebben we idealen nodig?

‘Zonder idealen kunnen we niet, we hebben iets nodig om naar te streven. Idealen bieden ons modellen om naar te leven. Ik denk dat er te cynisch naar idealisten wordt gekeken, als mensen die zweven. Je kunt niet onmiddellijk of misschien zelfs nooit een ideaal bereiken, maar dat betekent niet dat het ideaal geen belangrijk onderdeel kan zijn voor het vormgeven van wat je doet.’

Wat is het nadeel van idealen?

‘Ze kunnen ook afleidend zijn. Als ik het idee heb van het ideale schilderij, vernietig ik alle schilderijen die ik maak tot ik een ideaal schilderij maak. Dan maakt het ideaal van het maken van een geweldig schilderij dat ik helemaal niets meer maak. Idealen kunnen nuttig zijn, maar ze kunnen ons ook in de weg zitten omdat het beste de vijand van het goede kan zijn. Moet je in de VS nu een democratische presidentskandidaat kiezen die het dichtst bij je idealen staat of kies je voor iemand die de oppositie kan verslaan? Als je je te veel concentreert op je idealen, eindig je misschien wel bij een Republikeinse kandidaat.’

Zou je jezelf een idealist noemen?

‘Ik noem mezelf liever een ‘meliorist’, iemand die zoekt naar manieren om de wereld te verbeteren. Je hebt niet altijd een ideaalbeeld nodig om te zien wat beter zou zijn. Ik weet eerlijk gezegd niet of het een betere wereld is als geslacht er helemaal niet meer toedoet, maar ik weet zeker dat de vormen van ongelijkheid op basis van geslacht op dit moment fout en slecht zijn. Als ik gevallen van genderonderdrukking zie, weet ik heel zeker: het zou beter zijn als dat niet zou gebeuren en hoe kunnen het voorkomen? Dus je hoeft geen duidelijk idee te hebben van wat de beste zou zijn om iets te willen verbeteren.’

Wanneer gaan idealen over in een ideologie?

‘Een ideologie is een pakket van opvattingen over hoe het zou moeten zijn. Mensen die deel uitmaken van een ideologie zien vaak niet dat de wereld niet precies zo is als de ideologie veronderstelt. Een liberale marktideologie ontkent bijvoorbeeld de vele manieren waarop markten imperfect zijn of misbruikt kunnen worden. En dus overdrijven ze de successen van de markt en zien ze overal een bevestiging dat zoveel mogelijk dingen in het sociale leven door markten moeten worden beslist. Alsof er maar één soort sociale oplossing is die voor elk geval werkt.’

Hoe komt dat?

‘Het is heel moeilijk om van ideologie te veranderen, omdat het veel makkelijker is om je aan je eigen ideaalbeeld vast te houden en tegenbewijzen als uitzondering te zien. Misschien kan ik een racist of een seksist overtuigen dat die ene vrouw uit het Caribisch gebied aardig is, maar als je een racist of een seksist bent, zet je haar in de doos met ‘speciale gevallen’ en blijf je negatief staan ​​tegenover alle andere zwarte vrouwen.’

Wat kunnen we doen om dat te voorkomen?

‘Het helpt om je bewust te zijn van deze neigingen in ons leven. Vraag jezelf af: is er een alternatief voor de manier waarop ik denk? Het zou kunnen dat die speciale gevallen die je ziet geen uitzonderingen zijn, maar juist laten zien dat je de verkeerde regel gebruikt om de wereld te begrijpen. Misschien is er wel een beter beeld?’

Heeft u dat ooit zelf ervaren?

‘Ja, ik was een zeer vrome christen en ben nu atheïst. Al heel jong had ik al wel vragen over het Christendom. Maar ik beschouwde die als moeilijke intellectuele problemen waar iemand wel de oplossing voor zou hebben. Tot ik bedacht dat ik ook mijn essentiële beeld kon veranderen, misschien was er wel helemaal geen god. Nog een voorbeeld: als tiener geloofde ik enorm in publiek eigendom. Ik was nog net geen communist, maar wel een echte socialist. Ik vind nog steeds dat dingen in publiek bezit moeten zijn, maar ik heb ook respect ontwikkeld voor goede dingen die markten kunnen doen. Ik ben nu een persoon met een gemengde visie op de markt en bedenkt per geval wat ik goed vind.’

“Idealen kunnen nuttig zijn, maar ze kunnen ons ook in de weg zitten omdat het beste de vijand van het goede kan zijn.”

Hoe kun je compromissen sluiten én je idealen volgen?

‘Idealen sturen je in de compromissen die je sluit. Als ik het voor het zeggen had, zouden we de hoeveelheid koolstof in de wereld vrij snel kunnen verminderen, omdat ik bereid ben grote offers te brengen om dat te bereiken. Maar de offers die andere mensen moeten brengen, zijn nog veel groter dan die van mij, omdat zij hun baan of hun industrie moeten opgeven. Dus ik moet bereid zijn mee te gaan met enkele compromissen. Al heeft natuurlijk niemand iets aan een compromis dat ons allemaal dood achterlaat…’

We zouden beter naar anderen moeten luisteren?

‘Ja, ik weet niet precies wat de situatie in Nederland is, maar in de Verenigde Staten is dit heel moeilijk. Onze politiek is extreem gepolariseerd. Als er een idee wordt voorgesteld door iemand van een andere partij, is dat een bewijs dat het fout is, zonder daadwerkelijk naar het argument te kijken. Het is zo belangrijk om voorbij je eigen stam te denken.’

 

Handleiding voor het stoppen met antidepressiva

Handleiding voor het stoppen met antidepressiva

Handleiding voor het stoppen met antidepressiva
Onttrekkingsverschijnselen
Hoe gebeurt het geleidelijk afbouwen?
1. Stoppen of verminderen van de dosis van het antidepressivum
2. Omschakelen tussen antidepressiva

Het Belgisch Centrum voor Farmacotherapeutische Informatie (BCFI) heeft een Handleiding voor het afbouwen van antidepressiva gepubliceerd. Het abrupt stoppen, onderbreken of plots omschakelen van een antidepressivum kan leiden tot onttrekkingsverschijnselen. Daarom moet het stopzetten of overschakelen op een ander antidepressivum geleidelijk gebeuren.

Indien je antidepressiva neemt en wil/moet stoppen of overschakelen op een ander geneesmiddel, bespreek dit dan altijd met jouw arts. Stop zeker niet op eigen houtje.

Onttrekkingsverschijnselen

Griepachtige verschijnselen: hoofdpijn, lethargie, zweten, rillingen, moeheid, eetlustvermindering, spierpijn
Slaapstoornissen: slecht inslapen; nachtmerries
Gastro-intestinale symptomen: misselijkheid, braken, diarree en anorexie
Evenwichtsproblemen: duizeligheid en coördinatiestoornissen
Sensorische symptomen: sensaties van elektrische schokken, paresthesieën en pallinopsie (dit is het lang visueel aanhouden van nabeelden van een object of een persoon nadat deze niet meer aanwezig is in het gezichtsveld)
Psychische klachten: angst, somberheid en prikkelbaarheid/irritatie of het optreden van (hypo-)manie (ontremming)
Extrapiramidale verschijnselen: bewegingsstoornissen en tremoren
Overige verschijnselen: cognitieve stoornissen en hartritmestoornissen.1,3,9
Deze symptomen treden vooral op met selectieve serotonine-heropnameremmers (SSRI’s) en serotonine-en-noradrenaline-heropnameremmers (SNRI’s), maar het kan ook met tricyclische antidepressiva (TCA’s) en andere voorkomen.

Onttrekkingsverschijnselen ontstaan meestal binnen een paar dagen na het stoppen of het verlagen van de dosis van een antidepressivum, en verdwijnen meestal volledig binnen de 1 à 3 dagen als het oorspronkelijke antidepressivum (of de vorige dosis) wordt hervat. Duren deze klachten toch nog langer dan 1 week, dan dient men eerder te denken aan een recidief van de depressie of angststoornis. Het onderscheid tussen een herval en onttrekkingsverschijnselen kan soms moeilijk zijn.

Risicofactoren voor het optreden van onttrekkingsverschijnselen zijn:
als de patiënt behandeld werd met hogere dosissen SSRI’s of SNRI’s om een therapeutisch effect te verkrijgen;
als deze al werden ervaren bij het onderbreken van de behandeling (bv. door therapie-ontrouw);
bij eerder mislukte stoppogingen.

Hoe gebeurt het geleidelijk afbouwen?

Het afbouwen van een antidepressivum kan nodig zijn, bijvoorbeeld op het einde van de behandeling van een depressieve periode. Afbouwen kan ook nodig zijn om het ene middel te vervangen door een ander als er ongewenste effecten zijn of onvoldoende effect is bij het gebruik van het eerste.
Een geleidelijke afbouw, gedurende minstens 2 à 4 weken, kan het optreden van ontrekkingsverschijnselen verminderen.
De afbouwmethode hangt af van of men het antidepressivum wil stoppen, de dosis verminderen of wil omschakelen.

1. Stoppen of verminderen van de dosis van het antidepressivum

Is volledig stoppen van het antidepressivum het doel, dan zijn de aanwezigheid van risicofactoren, het optreden en de ernst van onttrekkingsverschijnselen tijdens het afbouwproces de bepalende factoren.

Algemeen is het af te raden om als afbouwschema antidepressiva, in het bijzonder SSRI’s en SNRI’s, om de andere dag in te nemen (1 dag wel, 1 dag niet), omdat dit door hun korte halfwaardetijd overeenkomt met telkens abrupt stoppen, wat onttrekkingsverschijnselen kan veroorzaken. Fluoxetine met een lange halfwaardetijd vormt hierop een uitzondering.

Als er vooraf geen risicofactoren aanwezig zijn, zijn er meestal enkel lichte onttrekkingsverschijnselen te verwachten.

Men kan over een periode van 2 à 4 weken afbouwen door de dosis geleidelijk te verminderen. Dat gebeurt in eerste instantie door gedurende twee weken over te schakelen op de minimum aanbevolen dosis, en na twee weken die dosis te halveren. Deze halve dosis kan vervolgens na 4 weken gestopt worden.

Indien er toch te veel onttrekkingsverschijnselen zijn, kan de dosis teruggebracht worden naar de vorige dosis waarbij er geen klachten waren. Meestal verdwijnen deze dan binnen de 1 à 3 dagen, waarna men het antidepressivum trager afbouwt. Een uitzondering vormt fluoxetine dat een lange halfwaardetijd heeft, waardoor men van 20 mg naar 0 mg kan gaan zonder af te bouwen. Zit men boven de aanbevolen dagelijkse richtdosis, is het voor fluoxetine waarschijnlijk evenmin nodig om 2 tot 4 weken af te bouwen tot die dosis.

Als er vooraf wel risicofactoren aanwezig zijn, kan men sterkere onttrekkingsverschijnselen verwachten. Men bouwt dan altijd trager af. Ook hier dient men eerst over 2 tot 4 weken af te bouwen naar de dagelijks aanbevolen richtdosis van het antidepressivum. Nadien bouwt men per week geleidelijk verder af. Bij onttrekkingsverschijnselen kan men nog trager afbouwen.

Begeleiding door een arts en het ernstig nemen van de onttrekkingsverschijnselen zijn niet alleen belangrijk voor het slagen van de afbouw, maar ze verminderen ook de kans op herval. Bovendien draagt extra begeleiding met cognitieve of op mindfulness gebaseerde gedragstherapie hiertoe bij.

2. Omschakelen tussen antidepressiva

Er bestaan 4 methodes voor het omschakelen tussen antidepressiva:
De conservative switch bestaat uit het traag afbouwen (over 2 à 4 weken) van het te stoppen antidepressivum; hierna wacht men 5 keer de halfwaardetijd van dat middel (de wash-out periode genoemd) vooraleer men het nieuwe antidepressivum opstart. Dit kan minder efficiënt zijn, omdat het lang duurt en het nieuwe middel pas laat gestart kan worden.
Bij de moderate switch doet men het afbouwen sneller in ongeveer 2 dagen, waarna de wash-out periode en het opstarten van het nieuwe antidepressivum volgt.
Men kan het nieuwe middel ook reeds geleidelijk opstarten tijdens de geleidelijke afbouw van het eerste middel en zonder een wash-out periode (cross-taper switch)
Men kan abrupt omschakelen zonder af te bouwen of een wash-out periode te voorzien, mits er geen potentiële interacties zijn (direct switch).
De “cross-taper” en de “direct switch” worden beter opgevolgd door een psychiater, maar de “conservative” en “moderate switch” kunnen ook door de huisarts.

Drie zaken mag men niet vergeten:
Hoe sneller de omschakeling, hoe meer risico op onttrekkingsverschijnselen.
Elke omschakeling kan onttrekkingsverschijnselen geven.
Niet elk antidepressivum mag op hetzelfde moment gestart of afgebouwd worden, met andere woorden: cross-tapering is soms niet aangewezen.
Welke methode gevolgd wordt, is onder meer afhankelijk van het soort antidepressivum dat men neemt en welk antidepressivum men in de toekomst moet nemen. Het is altijd mogelijk dat het omschakelschema moet aangepast worden naar een tragere methode, afhankelijk van de patiënt, ziekte en/of ander medicatiegebruik op dat moment.

Elke omschakeling moet strikt opgevolgd worden door de huisarts en/of psychiater, en, indien mogelijk, samen met cognitieve of op mindfulness gebaseerde gedragstherapie.

Bron: www.gezondheid.be

Spelen

In het kinderdagverblijf hoort uw peuter sinds kort veel minder ‘pas op’ en ‘niet doen’.

‘Spel zonder enig risico is oersaai.’

Peuters mogen weer wilder spelen

De Standaard – Veerle Beel – 16.09.2019

Tot voor een paar jaar organiseerden ze in het kinderdagverblijf Het Elfenbankje in Gent elke vrijdag een ‘turnhalfuurtje’: van negen tot halftien ’s ochtends. ‘We creëerden dan een klimparcours, waarbij we zo opgesteld stonden dat we elk kind bij de hand konden nemen’, zegt kinderbegeleidster Elisabeth Vandevoorde. ‘Als een kind onder de tafel wilde kruipen, in plaats van erboven zoals wij hadden voorzien, zeiden we: nee, niet doen!’

‘Nu laten we de kinderen zelf kiezen hoe ze de stoelen bijeen willen schuiven, en hoe ze erover willen klauteren. Of springen, als ze dat durven. We blijven in de buurt, maar we nemen bijna nooit meer een kind bij de hand.’

Lange tijd stond in kinderdagverblijven de absolute veiligheid voorop. Elk risico moest worden uitgesloten, want kinderbegeleiders vonden het niet leuk om ’s avonds tegen een ouder te moeten zeggen dat hun peuter een bluts of een schram had. Bovendien kijkt Kind en Gezin mee over hun schouder, en die organisatie heeft de naam streng in de leer te zijn.

Durfals en bange hartjes

Nu waait er een nieuwe wind, die wordt aangestoken door de Arteveldehogeschool. Twee jaar lang werkte het RePLAY-onderzoeksteam van de hogeschool samen met tientallen kinderdagverblijven, om er risicovol spelen te introduceren.

‘Het gaat uiteraard om aanvaardbare risico’s’, beklemtoont docente Helena Sienaert. ‘We willen kinderen niet in gevaar brengen. Een spijker die uitsteekt aan een speeltuig, moet verwijderd worden. Die dient nergens toe en kan kinderen verwonden. Een muurtje in de tuin kan ook gevaarlijk zijn, maar biedt toch kansen om erop of erover te klimmen. Onder toezicht kan dat leuk en leerrijk zijn.’

‘Kinderen moeten in staat zijn om het risico in te schatten en te nemen. Ze moeten beseffen dat de kans bestaat dat ze zich even pijn zullen doen, maar dat het ook goed kan gaan. Er is vaak twijfel aan verbonden, en onzekerheid: kan ik dit wel? Het verhoogt hun competenties en hun zelfvertrouwen, en biedt spanning en spelplezier. Spel zonder enig risico is alleen maar oersaai.’

‘In de praktijk zien we dat kinderen heel goed voor zichzelf kunnen uitmaken hoe ver ze willen gaan. Het ene kind zoekt al meer risico op dan het andere. Je hebt nu eenmaal durfals en bange hartjes.’

‘Een peuter van tien maanden die nog niet kan stappen, was gisteren bij ons op de glijbaan geklommen. Vroeger zou ik meteen ingegrepen hebben’, zegt Kristien Lievens, kinderbegeleidster bij De Bubbels in Gent. ‘Nu heb ik gekeken hoe hij naar boven klom. Toen moest ik wel helpen, omdat hij niet wist hoe hij er weer af kon. Over een week of twee, als we hem nog een paar keer tonen hoe het lukt, zal hij het wel alleen kunnen.’
Lievens geeft toe: ‘In het begin waren we ons houvast kwijt. We lieten alle vroegere regels los. De kinderen voelden dat, en er ontstonden conflicten. We hebben geleerd dat je niet alles moet toelaten. Nu mogen ze niet meer op de eettafel klauteren. Dat mag alleen op de tafel in de speelhoek.’Groenten snijden

Voor ouders die zich nieuw aanmelden, is het verhaal van het risicovolle spelen wel even schrikken. ‘Op de wendag voor nieuwe ouders maken we altijd soep klaar. Peuters krijgen dan een mesje om groenten te snijden’. zegt coördinator Marijke Prieels. ‘Als je dan nog maar pas een baby hebt, kijk je daar wel even van op. Maar het welbevinden van onze kinderen is sinds de samenwerking met dit onderzoeksproject alleen verhoogd.’

Het onderzoeksproject RePLAY Toddler wordt afgerond met de publicatie van een toolbox en een draaikalender met 52 uitgewerkte tips voor risicovol spelen: handig om wekelijks een nieuwe manier van spelen te proberen. Het wordt voortgezet onder de noemer RePLAY 3-6 en mikt dan op de kleuterscholen.

Info: arteveldehogeschool.be/risicovolspelen

Steun van Kind en Gezin
Kind en Gezin steunt het pleidooi voor risicovol spelen in de kinderopvang, zegt Veerle De Vliegher, beleidsmedewerker voor alles wat met veiligheid te maken heeft.

‘We hebben de naam dat we op alle slakken zout leggen: o wee als het gras te lang is of als je peuters laat knutselen met wc-rolletjes. Soms is dat een makkelijk excuus en zegt men: ‘‘Jamaar, dat mag niet van Kind en Gezin’’. We bestaan honderd jaar, maar zijn een organisatie die mee evolueert met de tijd. Dat willen we ook hier doen. We hebben uit dit project geleerd dat we niet moeten gaan voor zoveel mogelijk veiligheid. Wel voor zoveel veiligheid als nodig.’

De Vlieger belooft daarbij dat Kind en Gezin al zijn communicatie over veiligheid zal herzien: ‘We zullen alles navlooien en aanpassen, zodat risicovol spelen erin aangemoedigd wordt – en zeker niet afgeremd.’

Acht keer risicovol spelen

● op hoogte: op een stoel of tafel klimmen, of in een boom
● met snelheid: lopen, fietsen
● met een gevaarlijk voorwerp: een stok, schaar, mesje
● op een gevaarlijke plek: bv. die niet omheind is
● stoeispelen: worstelen en over elkaar heen klauteren
● met impact: met fietsje tegen muur botsen, spullen op de grond gooien
● uit het zicht: bv. verstopt onder tafel
● plaatsvervangend: kijken naar ouder kind dat risico neemt (en daar ook plezier aan beleven en misschien ook iets uit leren)

Zelfmoordgedachten

Omgaan met zelfmoordgedachten

Bron: gezondheid.be – 13 augustus 2019

Do’s

Let op voor signalen

Wanneer je aan zelfmoord denkt, heeft dit vaak ook een impact op je gedrag. Wees daarom alert voor veranderingen in je gedrag die kunnen wijzen op zelfmoordgedachten, zoals bijvoorbeeld slecht slapen, minder onder de mensen komen, niet kunnen concentreren op werk of school, veel piekeren ook over zelfmoord, meer alcohol drinken en/of roken of geen zin meer hebben in dingen die je anders leuk vindt.

Zoek afleiding

Soms kan het helpen om je gedachten proberen te verzetten en te vermijden dat je begint te piekeren. Bijvoorbeeld door elke avond een wandelingetje te maken met de hond, naar een film te kijken, een uitgebreid bad te nemen, te sporten of ontspanningsoefeningen te doen. Je kan ook met anderen dingen gaan doen zonder dat je hoeft te spreken over je gevoelens. Bijvoorbeeld met Jan tegen een balletje gaan trappen op het pleintje, met Mia een terrasje doen, met Jef naar de voetbalmatch of met mama op bezoek gaan bij oma.

Praat erover

Hoewel het erg moeilijk kan lijken om met iemand te praten over zelfmoordgedachten, kan dit wel het verschil maken. Je kan praten met iemand uit je omgeving, zoals een vriend, familielid, leerkracht, collega of je huisarts. Als je niet durft praten met een bekende, kan je ook contact opnemen met de anonieme hulplijn Zelfmoordlijn 1813.

1813 is het noodnummer dat je dag en nacht kunt bellen, 7 dagen op 7, om te praten over je zelfmoordgedachten. Je gesprek is volledig gratis en anoniem, of je nu met je gsm, vaste telefoon of vanuit een telefooncel belt. Het nummer verschijnt zelfs niet op je telefoonrekening.

Iedere avond kunt u ook online chatten van 19u tot 21u30.

Zoek hulp

Alleen met je zelfmoordgedachten blijven zitten is geen goed idee. Weet dat je altijd hulp kan inschakelen, zowel in je omgeving als bij professionele hulpverleners.

Zelfmoordlijn 1813
Jouw huisarts of huisarts van wacht: www.huisarts.be
Noodnummer: 112
Antigifcentrum: 070/245245

Maak een houvast-kaartje Soms lijkt een situatie zo uitzichtloos dat je niet weet wat je nog kan doen. Op zo’n moment kan een houvast-kaartje steun geven. Op dit kaartje kan je schrijven wat je tot rust kan brengen in een crisissituatie en wie je eventueel kan contacteren in geval van nood.

Don’ts

Vermijd alcohol en drugs

Stimulerende en verdovende middelen kunnen de drempel tot zelfmoord verlagen omdat ze je relativeringsvermogen aantasten en je impulsiever of agressiever kunnen maken.

Zoek geen gevaarlijke plaatsen op

Beperk zo veel mogelijk je toegang tot plaatsen waar je zelfmoord kan plegen. Zorg dat je zo weinig mogelijk alleen bent en zoek afleiding.

Sluit jezelf niet op

Zorg dat de nooddiensten of andere hulpverleners makkelijk bij jou kunnen geraken als het nodig is.

“Ik dacht aan zelfmoord. Ik belde jullie. Ik kreeg een vrouw aan de lijn. Dezelfde vrouw die mijn leven gered had een tijdje terug. Ik bedankte haar. Omdat ik nog leef. Op dat moment leek er niemand te zijn, en zij … was er. Ze luisterde. Ze moedigde me aan. En ik …. heb mijn leven in handen genomen en sta nu op een punt van een heleboel positieve veranderingen. Ik koos voor het leven.”

Partnergeweld

Waarom zoveel vrouwen vermoord worden door hun man
‘Een dominante partner verlaten is zeer gevaarlijk’

De Standaard – Kim Clemens – 11.09.2019

Waarom bekopen vrouwen een relatiebreuk met hun leven? Volgens experts gaan er altijd eerst alarmbellen af. Maar we moeten ze willen en leren zien.

Weer is een vrouw gedood door haar man. In Oekene deze keer, nadat deze zomer ook al in Maasmechelen, Sint-Niklaas en Kaprijke vrouwen door hun partner of hun ex vermoord zijn. Ellen D. (37) uit Oekene had haar partner gezegd dat ze hem zou verlaten. Ze moest het dit weekend met haar leven bekopen. Nadien probeerde haar partner zichzelf van het leven te beroven. (DS 9 september)

Dat een brave ziel zich plots ontpopt tot geweldenaar, is veeleer uitzonderlijk. Bijna altijd gaan er eerder al alarmbellen af, zeggen criminologen Anne Groenen (UCLL en KU Leuven) en Marijke Roosen (UCLL): ‘Aan bijna alle ­gevallen van dodelijk partner­geweld gaat een heel proces vooraf: stalking, fysiek of psychisch ­geweld. Tot het fatale ogenblik.’

Het onderzoeksteam van Groenen en Roosen analyseerde een paar honderd gerechtelijke dossiers, keek naar buitenlandse studies en werkte samen met politie en justitie om uit te zoeken wanneer iemand overgaat tot partnergeweld. ‘Drie elementen spelen mee: de persoonlijkheid van de dader en het slachtoffer, de dynamiek van hun relatie en de concrete situatie vlak voor de feiten.’

Zowel de persoonlijkheid van de dader als die van het slachtoffer – meestal een vrouw – speelt een rol. ‘We gaan ook na of ze vroeger al met geweld in aanraking kwamen, in deze relatie of in een vorige. Het gaat dan om zowel psychisch als fysiek geweld. Is er alcohol of drugs in het spel? Soms hebben mensen een duidelijke psychiatrische stoornis. Een afhankelijkheidsstoornis, of een narcistische persoonlijkheid die in combinatie met de risicofactoren de kans op escalatie sterk verhoogt. Voor alle duidelijkheid: er zijn ook vrouwelijke plegers, maar meestal zijn het mannen.’

Cirkel van geweld

Even cruciaal is de relatie tussen de partners. Groenen: ‘Een machtsonevenwicht is vaak heel subtiel en van buitenaf niet altijd even zichtbaar. Het bouwt zich op door de jaren heen.’

‘Vaak zien we een cirkel van ­geweld. Het begint met wrevel. De man is boos omdat de aardappelen koud zijn, of omdat hij niet blij is met wat de pot schaft. De vrouw doet extra haar best, de man gaat overdreven compenseren, met ­excuses of bloemen. Tot er weer een uitbarsting komt. De vrouw wordt onderdaniger, tot ze beslist dat het gedaan moet zijn. Hij verliest zijn macht, waarop de stoppen doorslaan.’

‘Daarom is een relatiebreuk zo’n gevaarlijk moment, net als de periode die meteen daarop volgt. Na een breuk is er altijd een vorm van psychisch geweld. Als dat na verloop van tijd niet neutraliseert, en er zijn nog andere risicofactoren, dan is dat een zeer ernstig signaal dat het verkeerd kan aflopen.’

Checklist

Groenen wijst op het belang van blijvende sensibilisering en opleiding van hulpverleners, omdat ingrijpen erg complex is. Dat zegt ook Liesbet Stevens van het Instituut voor de Gelijkheid van Vrouwen en Mannen (IGVM). ‘Uit cijfers van politie en parket blijkt dat elk jaar zo’n 150 gevallen van familiaal geweld fataal aflopen of fataal hadden kunnen aflopen. Dat is waarschijnlijk nog een ­onderschatting.’

Nu wordt er vaak ingegrepen als het te laat is. ‘Mensen kijken altijd naar het slachtoffer: waarom is ze toch bij hem gebleven? Omdat weggaan van een dominante partner zeer gevaarlijk is. De samenleving helpt die vrouwen dikwijls ook niet om aan het geweld te ontsnappen.’

Het onderzoeksteam van Anne Groenen en Marije Roosen ontwikkelde een tool die bij incidenten in een relatie moet helpen ­in te schatten hoe groot het risico is dat ze zich zullen herhalen. De laatste drie jaar is de tool uitvoerig getest in de praktijk. ‘De resultaten zijn goed. Vooral de politie heeft baat bij een snelle screening aan de hand van de checklist.’

Zwanger worden

‘Toekomstige moeder én vader moeten levensstijl drie maanden voor de zwangerschap aanpassen’

De Morgen – Pieter Dumon- 09.09.2019

Koppels met een kinderwens moeten op tijd hun levensstijl aanpassen, zegt Lode Godderis, hoogleraar aan het Centrum Omgeving en Gezondheid van de KU Leuven. ‘Zowel de toekomstige moeder als de toekomstige vader kan drie maanden voor de zwangerschap maar beter niet meer roken, geen alcohol meer drinken en contact met bepaalde toxische stoffen vermijden.’

Waarom wilt u het verbod op alcohol, sigaretten en andere schadelijke stoffen graag uitgebreid zien?

“Dat roken en alcohol drinken tijdens een zwangerschap geen goed idee is, weet ondertussen iedereen. Alleen merken veel vrouwen pas na vijf à zes weken dat ze zwanger zijn. Terwijl net in de eerste paar weken van zo’n zwangerschap de aanzet wordt gegeven voor de vorming van de meeste organen. Een cruciale periode dus, waarin er vaak toch nog contact is met schadelijke stoffen allerhande. Met alle gevolgen van dien. Contact met sigarettenrook, bijvoorbeeld, leidt niet alleen tot een lager geboortegewicht, het kan bij het kind ook astma of zelfs kanker veroorzaken.”

Waarom is het ook voor de aanstaande vader een goed idee om zijn levensstijl aan te passen?

“De aanmaak van spermatozoïden duurt ongeveer drie maanden. Als je als man in die periode in contact komt met schadelijke stoffen, heeft dat niet alleen een nefast effect op de kwaliteit van je sperma, maar ook op het genetisch materiaal dat je doorgeeft. Wat op zijn beurt dan weer tot gezondheidsproblemen bij de baby kan leiden.”

Moet die vader ook tijdens de zwangerschap op zijn levensstijl blijven letten?

“Dat kan natuurlijk nooit kwaad, maar in principe is op dat moment zijn bijdrage al geleverd. De levensstijl van de toekomstige vader heeft dan geen impact meer op de baby. Met roken als enige uitzondering natuurlijk, want ook passief roken is uitermate schadelijk voor moeder en kind.”

Behalve alcohol en sigaretten zijn ook zogenaamde reprotoxische stoffen te vermijden, zegt u. Over wat voor stoffen hebben we het dan?

“Een aantal pesticiden valt daaronder. Ook zware metalen behoren daarbij, en een aantal oplosmiddelen. Het zijn zaken waarmee vooral mensen die in de land- en tuinbouw werken in contact komen, maar bijvoorbeeld ook werknemers in de chemische sector en de metaalindustrie en bepaalde verpleegkundigen en apothekers.”

Moeten die mensen dan stoppen met werken zodra ze aan gezinsuitbreiding denken?

“Dat is praktisch erg moeilijk, vrees ik. Het kan soms lang duren voor die plannen effectief tot een zwangerschap leiden. Het kan niet de bedoeling zijn dat mensen jarenlang thuiszitten.”

Wat moeten ze dan wel doen?

“We kunnen hen alleen aanraden zoveel mogelijk voorzorgsmaatregelen te nemen. Probeer je goed te beschermen. Draag bijvoorbeeld de juiste handschoenen als je met dat soort stoffen werkt, en probeer de blootstelling eraan tot een minimum te beperken.”

Eén op de zes koppels met een kinderwens heeft het moeilijk om zwanger te raken. Kan de gezondere levensstijl waar u op aandringt dat verhelpen?

“Dat valt moeilijk te zeggen. De fertiliteitsproblemen waar we nu massaal mee worstelen hangen vooral samen met de steeds latere leeftijd waarop met kinderen wordt begonnen. Leeftijd heeft gewoon een heel negatieve impact op fertiliteit. Maar een gezondere levensstijl voor en tijdens de zwangerschap levert sowieso wel gezondere baby’s op.”

Vrijwilligers gezocht!

Zelfmoordlijn kan niet elke oproep beantwoorden

De Standaard – Jef Poppelmonde – 08.09.2019

Heel wat oproepen van mensen met zelfmoordgedachten worden doorgeschakeld naar de diensten van Tele-Onthaal, omdat bij de Zelfmoordlijn geen vrijwilliger beschikbaar is. Dat schrijft De Zondag.

Vlaanderen heeft het hoogste zelfmoordcijfer van West-Europa. Elke dag overlijden hier drie mensen door zelfdoding, meer dan 25 Vlamingen ondernemen een poging. Zij kunnen op dat kritieke moment terecht bij de Zelfmoordlijn, op zoek naar ondersteuning bij hun suïcidale gedachten. Maar ondanks een recente wervingscampagne, heeft die Zelfmoordlijn niet genoeg vrijwilligers in dienst om elke overgaande telefoon te beantwoorden.

‘Vijf jaar geleden is ons aantal vrijwilligers verdubbeld tot 161. Toch hebben we meer mensen nodig’, zegt Kirsten Pauwels, directeur van het Centrum ter Preventie van Zelfdoding, vandaag in De Zondag. ‘Vooral tussen 18 en 2 uur ’s nachts wordt er veel gebeld. En dat het hele jaar door. We zoeken niet alleen extra vrijwilligers, we hebben ook extra financiële middelen nodig om die vrijwilligers professioneel te omkaderen en op te leiden’, zegt Pauwels.

‘Heel wat levens gered’

De Zelfmoordlijn beantwoordde vorig jaar meer dan 15.000 oproepen: dat zijn gemiddeld 39 Vlamingen per dag die met zelfmoordgedachten kampen.
Een vrijwilliger getuigt in De Zondag over zijn ervaringen: ‘Zelfmoord is anno 2019 nog altijd een taboe. Wie met zulke gedachten zit, kan daar vaak niet bij familie of vrienden mee terecht. Wij zijn er om een luisterend oor te bieden. In de meeste gevallen willen die mensen geen zelfmoord plegen, ze willen vooral weg uit een voor hen radeloze situatie. Door te praten, slagen we er meestal in om de persoon weer wat hoop te geven. Ik durf te zeggen dat ik de voorbije vijf jaar al heel wat levens heb gered.’

Wie met vragen zit rond zelfdoding, kan terecht bij deZelfmoordlijn via het gratis nummer 1813 of op www.zelfmoord1813.be.

 

Narcisme

Psychologen: ‘Trump lijdt aan kwaadaardig narcisme’
Maar wat betekent dat in een professionele omgeving?

Doorbraak – 3 september 2019 – Jan Van Peteghem

Narcisme is een middelzware psychische aandoening die minstens gedeeltelijk een erfelijke basis heeft, maar ook wordt beïnvloed door de opvoeding die de symptomen kan afzwakken doch ook in een belangrijke mate kan versterken.

Kenmerken van narcisten[1]

Mensen met een narcistische persoonlijkheidsstoornis zijn charismatisch bij de eerste kennismaking. Ze stralen zelfvertrouwen en bekwaamheid uit, zijn charmant en geïnteresseerd. Ze geven je het gevoel dat je speciaal bent en hebben een vlotte babbel. Wel zijn ze niet goed in staat zijn tot binding en intimiteit, laat staan empathie; ze haken dan ook af wanneer iemand iets emotioneels meemaakt of een verhaal brengt dat om een zekere inleving vraagt. Dit laatste maakt mede dat ze zelf doorgaans erg gespannen in het leven staan, ook al merk je daar uitwendig meestal niets van.

Deze personen scoren goed bij de andere sekse: ze zijn op hun gemak, ongeremd, extravert en losjes. Ze zijn aantrekkelijk — mede doordat ze meer aandacht aan hun uiterlijk besteden dan gemiddeld. Ze worden vaak gezien als uitnodigend voor een relatie (minder voor een vriendschap, wegens een gebrek aan een oprechte belangstelling voor de andere). Ze hebben relatief veel seksuele partners gehad. Ook tijdens een relatie kijken ze vaak al om zich heen of ze een leuker iemand ontdekken en door die geringe betrokkenheid zijn ze ook vaker ontrouw. Ze zien liefde als een spel: ze spelen met de gevoelens van de ander, bijvoorbeeld door ze aan te trekken en af te stoten of door ze in het ongewisse te laten. Zien hun partner als ‘aanhang’ die hun eigen status en bijzonderheid onderstreept (denk aan de zogenaamde ‘trophy wife’).

Narcisten zijn overtuigd van hun eigen superioriteit, en geven dus anderen weinig waardering. En als de ander ergens goed in is, gaan ze de strijd aan, want ze willen altijd béter zijn en kunnen extreem boos worden als ze kritiek krijgen of onvoldoende erkenning. Dat mondt uit in narcistic rage: vijandig en boos gedrag waarbij je bijvoorbeeld wordt doodgezwegen of uit de groep wordt gestoten. Ook professioneel hebben narcisten op een dwangmatige manier behoefte aan aandacht, bewondering en erkenning.
Narcisten liegen, draaien en komen hun beloften niet na. Ze geven anderen de schuld en wijzen op hun gebreken terwijl ze zichzelf zien als een slachtoffer: het ligt altijd aan de ander, de narcist doet nóóit iets verkeerd. Ze hebben behoefte aan macht en controle en zijn mede daardoor snel jaloers. Door die narcistische krenking liggen ze ook vaak in conflict met anderen. Ze hebben geen berouw en doen niet aan reflectie over wat verkeerd liep, waardoor hun zelfinzicht ondermaats is. Dit laatste is één van de redenen waarom narcisme een moeilijk aan te pakken psychische aandoening is.

Zonder Donald Trump zelf ooit ontmoet te hebben: is die geen schoolvoorbeeld van het bovenstaande? Een narcist weggelopen uit het boekje…

En hoe ga je daarmee om? Als je in een relatie zit met een narcist (privé of op het werk), is de kans op verandering minimaal. Je kan het alleen maar uitzitten. Hoopgevend: een aantal mensen slagen daarin. Vuistregels zijn de volgende[2]:

Smeer ze stroop om de mond. Moet je iets van een narcist gedaan krijgen? Slijmen helpt. Bij het bedelven onder lof en bewondering kan je onmogelijk overdrijven: een narcist krijgt daar nooit genoeg van en doorziet niet dat je komedie speelt. Alleszins ga je bij elke confrontatie blijk moeten geven van een onderdanigheid en een aan- en afhankelijkheid. Maar maak je geen illusies: ooit loopt de relatie spaak.

Lever nooit openlijk kritiek. Ga nooit in gezelschap tegen een narcist in — dat zal hij/zij je nooit vergeven.

Blijf op je hoede. Overtroeven lukt niet, maar met een beetje handigheid kun je wel terugmanipuleren. Het is de enige lange-termijn-strategie voor een medewerker van een narcistische leidinggevende.

Let op je gevoelens. Vaak duurt het even voor je doorhebt dat je met een narcist te maken hebt, terwijl hij/zij ondertussen ongemerkt je zelfbeeld ondergraaft. Laat negatieve commentaren op je persoonlijkheid en gedrag vanwege een narcist van je aflopen, genre ‘water en eend’.

Neem ze zoals ze zijn. Wat je ook doet, geef de hoop op dat je een narcist kunt veranderen. Acceptatie is een betere strategie.

Hoe pak je dat aan in een werkkring?

Net zoals bij een psychopaat geldt de regel: probeer te vermijden dat je met dergelijke personen te maken krijgt in je leven — en dat geldt in de eerste plaats in je beroepsrelaties, waarin je toch een bepaalde keuzevrijheid hebt.

Indien je toch met een narcist opgescheept zit in een professionele omgeving, weet dat bovenstaande richtlijnen onverkort blijven gelden. Vooral wanneer je onmiddellijke chef een doorgewinterde narcist is, is het noodzakelijk om de vijf standaardgedragsregels minutieus in acht te nemen, op straffe van beknotte loopbaanmogelijkheden of een blijvende grafstilte tussen jou en je narcistische verantwoordelijke. In een dergelijk geval is er maar één vuistregel: beperk het contact met je leidinggevende zoveel mogelijk, blijf uit de buurt.

En als dit echt niet mogelijk is, bestaat de enige oplossing erin je werkkring te verlaten: verander van afdeling of neem ontslag en zoek een andere opportuniteit. Want narcisten zijn louter uit op hun eigen voordeel en denken ook recht te hebben op bepaalde privileges vanwege hun vermeende bijzondere kwaliteiten. Ondertussen laten ze anderen geloven in hun goede bedoelingen. Ze hebben een talent om overal een draai aan te geven waardoor de ánder onredelijk of dom lijkt, en als dat lukt via leugenachtig gedrag zullen ze daarvoor niet terugschrikken[3].

Maar sommige medewerkers kunnen zich kennelijk wel degelijk schikken in bovenstaande richtlijnen, zelfs gedurende een langere periode. Dat geldt doorgaans in werkrelaties waarbij een mannelijke narcist de plak zwaait over damespersoneel. Narcistische gedragingen zijn immers infantiele manieren van doen (Freud-adepten houden doorgaans voor dat elk kind kortstondig narcistisch gedrag vertoont, doch deze fase normaliter zelf wel te boven komt). Vrouwelijke werknemers hebben voor zo’n narcistische eindverantwoordelijke blijkbaar meer begrip, en hebben er allicht ook meer ervaring mee wanneer ze zelf kinderen hebben gehad (in de hypothese dat Freud op dit vlak gelijk heeft). En dus slagen zij er soms in om de infantiele gedragingen van hun superieur zonder al te veel problemen en gedurende lange tijd te doorstaan, doorgaans vanuit een onbestemd gevoel van medelijden.

Maar let toch maar op…

Zelfs dan nog is het voor hen belangrijk om steeds een slag om de arm te houden: narcistische verantwoordelijken houden zich zelden aan afspraken en beloften, en denken er geen twee keer over na je te ontslaan als ze bij jou niet aan hun trekken komen. En je moet ermee leren leven dat narcisten professioneel vooral imago-doelen koesteren (wat vindt de ander van mij?) in plaats van aandacht te schenken aan de medewerkers (hoe maak ik het aangenaam voor de ander?). Ze zetten immers hun medewerkers en collega’s in voor hun eigen plannen zonder zich daarbij af te vragen wat die ander eigenlijk wil.

Mannelijke werknemers accepteren een dergelijk gedragspatroon evenwel minder gemakkelijk van hun leidinggevende. Zij zijn, terecht overigens, van mening dat een manager een volwassen manier van communiceren moet hanteren en krijgen na verloop van tijd de buik vol van dergelijke aandacht- en energie-opslorpende gedragingen; bovendien zij ze vaak mondiger in een arbeidsrelatie en blijven het niet accepteren dat hun baas de enige is voor wie de zon mag schijnen. Vooral wanneer een vrouwelijke narciste de plak voert over mannen is de kans reëel dat de verhoudingen dan compleet spaak lopen[4]. Stuklopende professionele relaties leiden bij de narcistische hiërarchisch verantwoordelijke evenwel zelden tot zelfinzicht en een aanpassing van de leiderschapsstijl.

Onderneming draagt de tol

Maar de onderneming draagt wel de tol van een dergelijk narcistisch gedrag, en die vertaalt zich in werknemers die psychisch afhaken en snel ontslag nemen. En zelfs wanneer het niet zo’n vaart loopt zullen personeelsleden uit afdelingen waar een narcistische bedrijfscultuur heerst klagen over gebrek aan sociale steun, rolonduidelijkheid en algemeen onwelbevinden.

Een narcistisch persoon aanwerven, laat staan hem/haar benoemen in een leidinggevende functie, is daarom een ernstige vergissing: maar omdat het vaak een hele tijd vooraleer dit gedragspatroon wordt geduid door de omgeving, komen deze personen vaak terecht in een hogere functie ‘omdat ze zo vlot met iedereen om kunnen’. De oplossing bestaat er dan om, waar mogelijk, narcisten in te zetten in commerciële functies die veel kortdurende contacten inhouden met de buitenwereld en waarbij het gedrag weinig impact heeft op de eigen organisatie.

Kortom, het is verstandig om Donald Trump terug te sturen naar waar hij vandaan komt: als verkoper.

[1] Op basis van https://www.psychologiemagazine.nl/artikel/21-dingen-waaraan-je-een-narcist-herkent/
[2] Op basis van https://www.psychologiemagazine.nl/artikel/vijf-gouden-regels-voor-omgaan-met-narcisten/
[3] https://www.psychologiemagazine.nl/artikel/21-dingen-waaraan-je-een-narcist-herkent/
[4] Is een eerder zeldzame situatie omdat minder dames een lijnverantwoordelijkheid bekleden, en bovendien komt narcisme bij mannen veel meer voor dan bij vrouwen (zie http://narcismeinrelaties.nl/kunnen-vrouwen-narcisten/)

Jan Van Peteghem

Tips voor grootouders

Tips voor grootouders

Heel wat grootouders nemen een deel van de zorg op voor hun kleinkind(eren), met plezier! Maar af en toe kan dat ook wat spanning of onenigheid met zich meebrengen. Soms hebben ouders het gevoel dat grootouders zich te veel moeien met de opvoeding. Of zijn ze bezorgd dat grootouders hun kind te veel verwennen. Goed communiceren en respect hebben voor elkaars waarden in de opvoeding is dan belangrijk.

Regels en afspraken

Vaak mogen kinderen bij hun grootouders net ietsje meer dan thuis. Dat hoeft geen probleem te zijn: kinderen moeten met deze verschillen leren omgaan, zo leren ze dat niet elke situatie hetzelfde is. In de klas, de crèche of de sportclub zullen er soms ook andere afspraken gelden dan thuis.

Wel is het zo dat het voor jonge kinderen verwarrend kan zijn als ze tegenstrijdige boodschappen krijgen. Als ouders het bijvoorbeeld belangrijk vinden dat hun kind fruit eet, dan is het voor het kind ingewikkeld als grootouders zouden zeggen dat fruit eten onnodig is. Dat betekent niet dat grootouders hun kleinkind niet eens mogen verwennen met een extra snoepje of dessert. Als grootouder kan je daarbij aan je kleinkind zeggen dat fruit eten belangrijk is voor de gezondheid, maar dat het vandaag bij oma/opa iets extra mag. Het maakt dus niet zo uit of je even streng, strenger of minder streng bent dan de ouders. Het is wel belangrijk dat je inhoudelijke dezelfde boodschap meegeeft.

Ouders en grootouders maken daarom best duidelijke afspraken over welke regels ze hanteren. Als ouder kan je de grootouders inlichten over de belangrijkste regels die thuis gelden, en vice versa. Door op de hoogte te zijn van wat bij elkaar wel en niet mag, kan je je (klein)kind beter begrijpen en begeleiden.

Bij oudere kinderen kan je wat flexibeler zijn. Zij snappen al veel beter dat er bij verschillende mensen verschillende regels gelden. Ze begrijpen perfect dat ze bij oma en opa bijvoorbeeld wat langer mogen opblijven of dat ze wat meer mogen snoepen.

Grootmoeders raad

Als grootouder ken je het ouderschap als geen ander: je hebt zelf je kind(eren) opgevoed en hebt daar wellicht een schat aan waardevolle adviezen en ervaringen door. Maar als je zonder rem tips geeft, zal dat eerder als bemoeierig dan als helpend ervaren worden. Je geeft best enkel advies als erom gevraagd wordt. Door een advies in vraagzin te formuleren, komt het bovendien veel minder aanvallend over. Bijvoorbeeld: “Misschien kan het helpen om je kindje de volgende keer vroeger in bed te leggen? Wat denk jij?”. Elke ouder heeft zijn eigen aanpak

Als grootouder moet je de opvoedregels van de ouders respecteren en duidelijk zijn over je eigen huisregels. Onthoud dat jij de grootouder bent, en niet de ouder.

Bekritiseer je kind niet om zijn/haar opvoedkundige keuzes, zeker niet waar de kleinkinderen bij zijn. Weet dat ouderschap voortdurend groeien, uitproberen en ontdekken is. Elke ouder heeft zijn eigen aanpak, en zijn eigen waarden en normen die hij belangrijk vindt om mee te geven in de opvoeding. Geef je kind(eren) het gevoel dat ze altijd bij je terecht kunnen voor raad of tips in hun ouder-zijn, maar dring je eigen visie niet op.

Een speciale band

Voor ouders is het vaak een grote hulp als grootouders mee inspringen om af en toe op het kind te passen. Maar als je als grootouder zelf nog aan het werk bent of andere projecten lopende hebt, is het niet evident om een deel van de zorg voor je kleinkind(eren) op te nemen. Denk goed na over wat je wel en niet ziet zitten en communiceer dit duidelijk naar de ouders toe. Als je het niet ziet zitten om bijvoorbeeld wekelijks een dag opvang te bieden, beloof dit dan niet en durf ‘nee’ zeggen. Bespreek samen wat voor iedereen haalbaar en aangenaam is. Het belangrijkste is niet hoeveel zorgtaken je opneemt, maar wel dat je als grootouder een erg unieke band kan opbouwen met je kleinkind.

Bron: Gezondheid.be

Kind en Gezin screent…

Kind en Gezin screent vrouwen zes maanden na bevalling op mentale problemen

De Morgen – Sara Vandekerckhove – 29.08.2018

Vanaf volgend jaar wil Kind en Gezin alle vrouwen zes maanden na de bevalling screenen op mentale stoornissen. De nieuwe richtlijn werd in april aan alle medewerkers gecommuniceerd en sindsdien gebeurt het her en der al. ‘De verwachting is dat elke medewerker hier in januari volledig mee weg is’, klinkt het.

Jonge moeders zullen telkens vier vragen voorgeschoteld krijgen, waarin wordt gepeild naar depressieve gevoelens en angsten. Gaan er knipperlichten branden, dan is een verdere bevraging nodig, waarna de vrouw naar de juiste zorg verwezen wordt. Naast een bevraging op zes maanden, is het de bedoeling dat vroedvrouwen hetzelfde doen bij twintig weken zwangerschap en zes weken na de geboorte.

Een op de vijf vrouwen krijgt met de problematiek te maken, terwijl amper een op de tien de juiste hulp krijgt. De bevraging van Kind en Gezin maakt deel uit van de richtlijn ‘Screening en detectie van perinatale mentale stoornissen’ die er kwam op vraag van Vlaams minister van Volksgezondheid Jo Vandeurzen (CD&V). Het Gentse Netwerk voor Perinatale Mentale Gezondheid werkte het screeningsprotocol mee uit.

In de toekomst is het trouwens de bedoeling om ook de partners van de jonge moeders te screenen op mentale problemen. Ongeveer een op de tien partners ontwikkelt depressieve klachten.

https://www.standaard.be/cnt/dmf20190829_04581675

https://www.standaard.be/cnt/dmf20190829_04581392