Schoonschrift: Einzelgänger

Einzelgänger waarom kijk je triest ik ben er
Er is niemand die dit ziet
En verder niemand die dit ooit zou horen
Einzelgänger je toont jezelf graag groots en sterker
Dan je eigenlijk bent en denkt er graag je onverslaanbaarheid bij
Kom kijk win aanbid en overleef
Maak tastbaar als het kan
En laat vooral de wind maar huilen

Einzelgänger
we zijn alvast met twee
Ik ken je nu al lang
En ik weet wanneer je bang bent
Nee voor mij heb je geen geheimen meer
En ik weet dat jij alleen wilt zijn
Gewoonweg voor de eenvoud
Gewoonweg omdat het dat is wat je kent
Maar alleen is soms verdomme zo alleen
En de vrijheid dan zeg je elke keer
Maar de vrijheid die jou parten speelt
Is vrijheid die niet echt is
En leeg
Als vrijheid jou zo dierbaar is dan laat je haar vandaag niet zomaar gaan
nee
Geef je over aan wat mooi is
Aanvaard de weg van eindigheid
Geen wapens zijn geen wapenschild
Geen trots geen angst geen ijdelheid
Als liefde jou zo dierbaar is
Dan laat je haar vandaag niet zomaar gaan
Dus kom kijk win aanbid en overleefd
Maak tastbaar als het kan
En laat vooral de wind maar huilen

Einzelgänger
Dus Einzelgänger waarom kijk je triest
Er is niemand die dit ziet
Alleen je eigen spiegel beeld

 

 

Onze roman

Dat ik rond mijn zeventigste nog mooie gedichten heb kunnen schrijven over de liefde en liefdesverdriet, heb ik te danken aan een heel kortstondige liefdesrelatie. Alleen daarvoor was het al de moeite waard!

De liefste

De liefste,
en het liefste,
maar vooral,
die allerliefste
liefste.

Micheline Baetens – 18.03.2018

Een kusje

Laat ons
er een
kusje op geven.

Op onze onbegrepen
gedachten,
Onze misbruikte
gevoelens,
Ons gemanipuleerd
vertrouwen,
Onze zere
tenen,
en onze gebroken
harten.

En als we
dan genezen zijn,
laat ons dan
ervoor zorgen
dat het
nooit meer gebeurt.

Micheline Baetens – 12.09.2018

Mijn liefste

Mijn liefste
leeft in een land
heel ver van hier,
waar hoge muren
staan,
en diepe sloten
vloeien,
waar dwang
en onvrijheid heerst.

Waar demonen
regeren
over dromen
en verlangens,
en waar liefde
verdwenen is.

Was er nu maar
de wind
die de wolken stuwt,
en de storm
die de lucht
zuivert,
om jou te bevrijden.

Micheline Baetens – 07.09.2018

Laat dit nooit overgaan

Jammer genoeg gaat het altijd over, of toch bijna altijd, en als het niet overgaat heb je werkelijk het groot lot gewonnen!

Zolang ik leef

Telkens jij niet belt
zal ik opnemen,
en elke brief
die jij niet schrijft
zal ik lezen.

Ieder woord
dat jij niet zegt
zal ik verstaan,
en elk gebaar
dat jij niet maakt
zal ik voelen.

En dat
zolang ik leef.

Micheline Baetens – 02.09.2018

Mag het wat ouder zijn?

Anne Davis: “Als je zeventig bent, moet je tegenwoordig op de motor naar India, in een pak maatje 36”

Libelle – 02.10.2019

Vroeger, toen ik 20 was en ongelukkig, dacht ik: ‘Als ik oud ben, mag ik lekker in een schortje op de bank, pralines eten.’ Ik zag dat schortje voor me: blauw met groen was het, met een vaag bloemetje, en de pralines waren echte Hollandse kersenbonbons. ‘Oud’ was voor mij toen een jaar of veertig, maar dat heb ik later bijgesteld naar zestig, of misschien wel zeventig. Mijn lichtend voorbeeld was een oma van me, die zo’n schortje had, en die ik wel niet zo vaak kersenbonbons zag eten, maar wel soep met vetogen, of een advocaatje met slagroom. Misschien was die oma niet eens heel oud, maar ze had het duidelijk wel gehad met jong zijn, en modieus, en een beetje bij blijven. Haar wereld bestond uit soep met vetogen, en de kleinkinderen op bezoek, en veel breien. Heerlijk leek me dat, zo rustig, zonder stress.

Ik kon daar naar uitkijken. Maar wat blijkt nu? In deze tijd kán dat helemaal niet, op de bank met een schortje. Want zeventig is intussen het nieuwe vijftig geworden, of misschien wel veertig, en een mens is zo oud als hij zich voelt, en niemand voelt zich blijkbaar zeventig en klaar voor de bank en de kersenbonbons. Als je zeventig bent, moet je tegenwoordig plannen maken voor een reis naar India, op de motor, liefst in een motorpak maatje 36. En ja, natuurlijk is dat spannender dan op de bank zitten, maar soms word ik er zo verschrikkelijk moe van. Waarom is oud worden zo’n taboe tegenwoordig?

Verplicht jong te blijven

Het is een feit: we leven langer, we blijven langer gezond en we kunnen dus veel langer dingen doen die we leuk vinden. Dat is alleen maar fijn. Maar wat ik moeilijk vind, is dat jong blijven, en vooral er jong blijven uitzien, zo’n plicht is geworden. We zien foto’s van Hollywoodactrices met hun dochters en je weet niet eens wie van de twee de oudste is. Wat me trouwens behoorlijk traumatisch lijkt voor de dochters, maar dat terzijde. We lezen verhalen op Facebook over een ballerina van dik in de zeventig, die nog moeiteloos pirouettes draait terwijl haar leeftijdgenoten in een vorige generatie blij zouden zijn geweest als ze hun eigen sokken behoorlijk hadden kunnen aandoen. En op televisie hoor je een koppel van negentig ongegeneerd vertellen dat ze nog elke ochtend spannende seks hebben. Ik wil me daar eigenlijk niets bij voorstellen. Maar al weet je natuurlijk niet wat de toekomst gaat brengen, ik heb toch zo’n vermoeden dat ik, als ik 90 ben en mijn man wil spannende seks, zal zeggen: ‘Och schat, maar dat is duur hoor, een callgirl’…

En dan heb je Helen Mirren, een actrice die er inderdaad alleen maar mooier op lijkt te worden nu ze ouder wordt, en die op haar 63ste in een knalrode bikini poseerde en er beter uitzag dan menig twintigjarige. Zelf zei ze bescheiden dat de foto uit een flatterende hoek was genomen, en dat ze gewoon haar buik ingetrokken had. Dat zal best, Helen, maar het feit dat je op je 63ste in bikini op de foto wil, zegt toch veel over je zelfbeeld – en over je denkbeeldige buik.

Zestiger met sixpack

Het probleem is dat het toch onwillekeurig een druk uitoefent op gewone mensen. Je ziet reclames voor antirimpelcrèmes, gepresenteerd door uiteraard rimpelloze dames, en je denkt ‘Ja, dat is dus mosterd na de maaltijd voor mij.’ Je ziet Helen in een bikini en je weet: ‘Als ik die aandoe, is er echt niet één hoek flatteus genoeg om er net als Helen uit te zien.’ Je ziet zestigplussers met een sixpack en je weet zéker dat een keer in de week een uurtje Pilates niet genoeg is om dat resultaat te bereiken. En je voelt dat je tekortschiet.

Uiteraard is het niet allemaal echt, dat weet ik ook wel. Rimpelloos op je zestigste, daar komt méér bij kijken dan een goede crème. Minstens een dosis botox en een paar goede fillers, en wie weet wel een discrete facelift. En een sixpack op de foto zou best wel eens het resultaat kunnen zijn van de nodige retouches. Maar toch.

Wat mij hindert, is dat gewoon oud worden bijna niet meer mág. Dat iemand als Brigitte Bardot, die een gezicht heeft alsof ze flink geleefd heeft, en rimpels omdat ze lekker lang in de zon heeft gezeten, verwijten over zich heen krijgt ‘omdat ze zich heeft laten gaan’. Terwijl Brigitte na vier echtgenoten en een flinke filmcarrière waarschijnlijk gedacht heeft: ‘Zo, nu ga ik me gewoon bezighouden met zeehonden en zielige dieren, en die kan het helemaal niet schelen of ik rimpels heb of niet.’ Ik vind Brigitte eigenlijk wel mooi, net zoals Jeanne Moreau mooi was toen ze oud werd, en Simone Signoret. En Judi Dench, die niet alleen prachtig is met rimpels en een wat groezelig gebit, maar die meteen ook een van de meest memorabele vrouwelijke rollen in de Bond-films heeft.

Geen beige mevrouw

Natuurlijk doe ik er net zo goed aan mee. Jaren geleden, toen mijn zoon nog klein was, zei hij tegen me: ‘Mama, je moet me beloven dat je nooit zo’n oude beige mevrouw gaat worden.’ Ik wist wat hij bedoelde: er zijn oude dames met wit haar die zich voornamelijk in pasteltinten hullen: een beige regenjas, een lichte pantalon, ongetwijfeld met elastiek in de taille, en een sjaaltje om de hals in lila of zacht turkoois. Ik beloofde mijn zoon dat ik niet zo worden zou, maar niet omdat er iets mis mee is, met een beige mevrouw zijn. Het is gewoon zo dat beige me niet staat, en als ik pastel draag, zie ik eruit alsof ik met kleren en al te vaak door de kookwas ben gehaald. Dus verf ik mijn haar en smeer ik mosterd-na-de-maaltijd-antirimpelcrèmes, en zorg ik dat ik een beetje aardig voor de dag kom in niet-beige tinten. En soms, als ik mensen zie met zo’n schitterend glad botox-voorhoofd, denk ik wel eens: ‘Zou ik?’ Maar ik durf niet. Dus verberg ik mijn rimpels onder een pony. Ik probeer vaker te wandelen dan de bus te nemen en meer gezond te eten dan niet, en mijn verslaving aan pindakoekjes binnen de perken te houden. Omdat ik nét zo ijdel ben als iedereen. Ik ga naar Pilates en zelfs naar de fitness, omdat er daar iemand is die me helpt om mijn rechterarm – de kant waar ik ooit mijn schouder brak – wat soepeler te houden. Ik doe dat voor mijn gezondheid, en ook wel een beetje omdat ik dan toch ongestraft meer chocolade kan eten dan zonder.

Bij mij in die fitness komen twee witharige dames, allebei in keurig zwart, die op twee roeitoestellen naast elkaar gaan zitten en dan uitgebreid lachen en kletsen. Roeien doen ze niet veel, maar wat geeft dat? Ze hebben enorme lol samen en ze zitten niemand in de weg. Natuurlijk is een fitnessabonnement een dure hobby, als je alleen maar op een roeitoestel gaat zitten kletsen. Maar taartjes eten is ook een dure hobby tegenwoordig. En ze lachen veel, en iedereen weet hoe gezond dat is, lachen, en hoe jong je erbij blijft.

Als ik erover nadenk, wil ik ook nog lang niet met een schortje op de bank. Ik hou niet eens zo erg van kersenbonbons. Maar wat ik wél wil, is me geen schuldgevoelens laten aanpraten. Wie weet, komt er een dag dat ik mijn grijs uit laat groeien en me door het leven wil bewegen in een joggingbroek. Dan is dat MIJN beslissing, en dan hoop ik me niks van anderen aan te trekken. Best een fijn vooruitzicht.

Anne Davis

BOEK: Kinderen zijn geen puppy’s

Wat hebben kinderen echt van ons nodig om uit te groeien tot zelfbewuste en zelfstandige volwassenen?

Dit is de centrale vraag die Jürgen Peeters stelt in zijn boek ‘Kinderen zijn geen puppy’s, De kracht van zelfsturing in opvoeding’. Hiermee probeert hij te ontdekken wat kinderen nu eigenlijk werkelijk nodig hebben, niet enkel om te kunnen (over)leven in onze maatschappij, maar ook om deze mee vorm te geven. Want hoe we onze kinderen opvoeden heeft vooral op lange termijn belangrijke effecten.

Geen puppy training

Waarom focussen we onze opvoeding dan zo vaak op korte termijn gedragscontrole? Wat proberen we nu eigenlijk te bereiken wanneer we onze kinderen ‘puppytraining’ geven: hen voortdurend straffen en belonen? Peeters gaat in zijn boek op zoek naar antwoorden deze vragen, maar vooral naar manieren waarop het anders kan.

Het boek is gebaseerd op Peeters zijn eigen ervaringen als vader, leraar en psychotherapeut en ontmoetingen met talloze ouders, opvoeders en uiteraard kinderen. De belangrijkste reden voor het schrijven van dit boek, was dat de auteur zijn ideeën over opvoeding graag tot het bredere publiek wilde brengen. Hij wilde niet enkel inspireren, maar ook doen nadenken en aanzetten tot verandering.

Eigen opvoedingsmethodes

En dit is gelukt. De belangrijkste boodschap die Kinderen zijn geen puppy’s overbrengt is dat “als we straks een nieuwere wereld willen zien, er geen betere plek is om te starten dan de opvoeding van onze kinderen.” Het boek doet dan ook nadenken over de eigen opvoedingsmethodes, maar niet op een verwijtende manier. Peeters wijst dus niet met de vinger en zegt “ik weet alles beter.” Er bestaat dan ook niet één grote waarheid over opvoeden volgens hem.

Daarnaast trekt hij ook meteen in twijfel of je een kind wel perfect kan opvoeden, daar is opvoeden veel te moeilijk voor schrijft de auteur. Hiermee verlicht hij de druk die op de schouders van de ouders rust om het ‘perfect te willen doen’.

Hij maakt zo ook meer ruimte voor de ouder in het opvoedingsproces en diens innerlijke kompas.

Het boek combineert vlot geschreven theoretische hoofdstukken met praktijkvoorbeelden. Deze voorbeelden zijn niet enkel herkenbaar, maar geven het boek ook een realistische en oprechte toon. Ze vormen dus één van de sterktes en dienen als het ware als ‘handvaten’ waar mensen zich aan kunnen vastgrijpen, in combinatie met de theorie.

Een aanrader voor iedere vader en moeder die zich afvraagt hoe opvoeden nu eigenlijk moet.

Bron: acco

Avec le temps…

Als ik ’s avonds
de katten binnen roep
en de doorgedraaide wereld
aan de gesloten deur
achterlaat,
lopen mijn gedachten
de nacht in
op zoek naar
de gemoedsrust
die mij overdag
ontstolen werd
door dadendrang
en prestatiedruk,
harteloze domheid
leugens en bedrog
en de uiterlijke schijn
van het eigenbelang.

Door het kamerraam
zie ik de lichten
van het spoor
en als de katten
dicht tegen mij aan spinnen,
sterft langzaam
die wereld
een zachte dood.

Micheline Baetens – 28.09.2019

Drammen over het klimaat

Drammen over het klimaat: irritant misschien, maar keihard nodig

Ruben Jacobs
Cultuursocioloog

Brainwash – 28.09.2019

Soms denk ik wel eens: zouden mensen mij irritant vinden? Altijd dat fanatieke gepraat en geschrijf over het klimaat en milieu. ‘Heb je hem weer met zijn klimaatgedram’, hoor ik mijn vrienden, familie, kennissen en online netwerk al in mijn hoofd zeggen. Vaak probeer ik me dan ook in te houden. Dat lukt maar zelden. Meestal overheerst de drang om mensen wakker te schudden, te motiveren om in beweging te komen. Het gesprek aan te gaan.

Ik doe dit alles eerlijk gezegd niet omdat ik nu zo ontzettend veel geef om smeltende gletsjers, wegkwijnende koraalriffen, bedreigde of uitstervende diersoorten (begrijp mij niet verkeerd: ik hou van de natuur). Nee, mijn primaire motivator is puur eigen belang. Dat wil zeggen: mijn eigen toekomst, die van mijn zoon, zijn moeder, familie, maatjes, lieve buren en collega’s, enzovoort. Kortom: alle mensen waar ik om geef, ook diegene die ik niet ken maar waar ik mij wel solidair mee voel. Noem het antropocentrisch, maar mijn grootste zwakte is nog steeds de (mede)mens.

‘I would never go to jail to protect animals or plants or wilderness. For me, it’s about the people’, zei de beroemde Amerikaanse milieuactivist Tim DeChristopher ooit als antwoord op de vraag wat hem motiveerde om 22.000 hectare inheems land te redden uit de klauwen van de olie-industrie. Tijdens een ‘openbare’ veiling wist hij de boel flink te verstieren door alles op te kopen zonder een cent op zak. Hij ging er twee jaar de cel voor in. Noem het moedig, noem het gek. Maar zijn statement is mij altijd bijgebleven. Niet alleen omdat ik het sentiment erken, maar vooral omdat het zo indruist tegen het clichébeeld van de misantropische milieuactivist die de barricade opgaat voor moeder natuur, en weinig oog heeft voor zijn soortgenoot. Want dat is een valse tegenstelling; wie strijd voor behoud van een gezond milieu en klimaat, strijd tegelijkertijd ook voor de mens.

Ben ik té radicaal geworden? Of leven we in radicale tijden? Ik dram in ieder geval niet omdat ik wil dat mensen worden zoals ik. Ik dram omdat ik met ze wil samenwerken, wil weten wat ze drijft en waarvoor ze bereid zijn te vechten. Ik dram ook voor mijn vaderland. Dit kikkerlandje dat zo ongelooflijk kwetsbaar is door de toenemende zeespiegelstijging, dat het hoogste aantal kinderen heeft met astma door uitlaatgassen, waar we onderaan alle lijstjes van het behoud van biodiversiteit bungelen, en waarvan de huidige regering nog steeds BV Nederland boven BV Leven plaatst. Ik dram voor de toekomst van mijn land (en daarmee ook van de wereld).

En, ik kan je vertellen: wie begint met drammen ontmoet snel veel mede-drammers. Afgelopen jaren heb ik allerlei inspirerende mensen ontmoet die allemaal op hun eigen manier drammers zijn. Ik heb boeren ontmoet die zich zorgen maken over hun gewassen en zich daarover stevig uitspreken, kunstenaars die hun mede-kunstenaars oproepen om hun artistieke talent in te zetten, goedgeluimde burgers die dorpsgenoten overhalen om ook klimaatneutraal te worden, vaders en moeders die bereid zijn een nachtje de cel in te gaan om daarmee aandacht te vragen voor de dreigende klimaatcatastrofe en bezorgde grootouders die slecht ter been zijn, maar vanachter hun computer geweldig werk doen. En ga zo door. Dat zijn de mensen die mij inspireren, en waar wij als Nederlanders trots op zouden moeten zijn.

‘De wereld heeft nog nooit een bedreiging voor de mensenrechten van deze omvang gezien’, verkondigde VN-commissaris Michelle Bachelet afgelopen week toen ze over de klimaatcrisis sprak. Het benadrukt nog maar eens wat er op het spel staat.

Wat we nu nodig hebben is geen hoop, maar moed. Moed om lawaai te maken, moeilijke gesprekken aan te gaan, prioriteiten te stellen, en ja, inderdaad: te drammen. Want, om in Dylan Thomas’ catharsische woorden te spreken:

‘Do not go gentle into that good night.
Rage, rage against the dying of the light.’

Ruben Jacobs

Greta Thunberg

Mocht ik de moeder of grootmoeder van Greta Thunberg zijn, ik zou me zeer veel zorgen maken

De Morgen – Tessa Vermeiren – 25.09.2019
Tessa Vermeiren is journalist met rust.

Is ze een kind? Is ze een opgroeiende vrouw? Greta Thunberg is klein, ze ziet er erg fragiel uit. Greta’s boze stem en haar boodschap lijken echter vanuit een bron buiten haarzelf te komen. Haar betoog overstijgt het kind dat ze nog lijkt. Ze weet zich beladen met een ‘missie’: de wereld redden. Ze is ervan overtuigd dat we zonder haar kruistocht ten onder gaan.

Als ze kon, zou ze met haar blik Trump neersabelen als hij haar passeert in de wandelgangen van het gebouw van de Verenigde Naties, ze kapittelt de verzamelde wereldleiders met schelle stem in New York. Daartoe geïnviteerd door de secretaris van de Verenigde Naties, die haar verontwaardiging nuttig vindt om een dringende agenda nog meer urgentie te geven.

Onmiskenbaar is Greta Thunberg een mediafenomeen, een symbool dat door velen ook gretig wordt gebruikt in de strijd om bewustwording over de alarmerende fase waarin we ons bevinden in de evolutie van onze planeet. Die strijd is echter veel groter dan zij zelf kan zijn met haar 16, bijna 17 jaar.

Jonge vrouwen met een dwingende missie zijn er meer geweest in de geschiedenis. Ze groeiden uit tot symbolen en werden als dusdanig vereerd. Maar ze zijn ook aan hun missie ten onder gegaan.

Jeanne d’Arc

In de Franse middeleeuwen was Jeanne d’Arc (1412-1431) zo’n symbool. Vorsten kregen wel vaker ‘goddelijke boodschappen’ via volksmensen. In dit geval kwamen Jeanne en haar boodschap de Dauphin goed uit. Dappere Jeanne, was heel waarschijnlijk niet de stratege die men van haar gemaakt heeft, maar eerder een soort vertrouwen wekkende goddelijke banier, ze stelde de troepen gerust en vuurde hen aan in gevechten.

Voltaire noemde haar een paar eeuwen later ongenadig een ‘idiote’. Desalniettemin werd Jeanne eeuwen nadien een Frans nationalistische symbool.

Van hetzelfde kaliber was Catharina van Siena (1347-1380), een mystica die het als haar opdracht zag de Paus weer van Avignon naar Rome te jagen. Ze kon heel kwaad worden en met haar ‘Voglio’, ik wil het, iedereen doen buigen.

Als zevenjarige was ze al geobsedeerd door het lijden van Christus. Van haar dertiende tot haar negentiende leefde ze als kluizenaar in een bezemkast. Ze correspondeerde met kerkelijke en wereldlijke gezaghebbers over haar visie op de wereld. In 1376 reisde ze naar Avignon, waar ze Paus Gregorius XI door haar donderpreken zo ver kreeg dat hij naar Rome trok.

De grens tussen vermeende heiligheid (mystiek) en hysterie is zeer dun. Lara Fritzsche, een Duitse psychologe en journaliste, die rond dit thema uitvoerig onderzoek deed noemde Jeanne en Catharina ‘Hungerkünstlerinnen’. Met hun hongeren wilden ze bewijzen dat ze niets met de vreselijke echte wereld te maken wilden hebben, dat ze die alleen zouden aanvaarden als ze hem konden veranderen. Ze hadden allebei een ‘dwingende’ missie van hun god gekregen en wilden die te allen prijs verwezenlijken. Ze stierven beiden jong, de ene op de brandstapel, de andere verzwakt door haar hongerkuren en haar ‘mystieke’ ervaringen.

Dat de vergelijking met Jeanne en Catharina niet helemaal opgaat mag ik hopen, we leven niet in de duistere middeleeuwen. Maar het ‘redden’ van een land, een paus, het klimaat, het blijven veel te zware taken om op je schouders te nemen als je zo jong bent. De dreiging er zelf onder te bezwijken, terwijl de omstanders je toejuichen, is bijzonder groot.

Het verbijstert mij hoe de adulatie voor zo’n jong meisje als Greta Thunberg de wereld in haar greep heeft. Dat velen in haar voetspoor meelopen om alarm te slaan voor de teloorgang van het klimaat is begrijpelijk en overgaan tot actie is noodzakelijk.
Maar het is verbazingwekkend dat de aanbidding zo ver gaat, dat kritische bijgedachten niet meer getolereerd worden, niet meer geopperd mogen worden.

Zelfkastijding

De geur van heiligheid die rond dit meisje hangt. De zelfkastijding van dit kind dat een jaar niet meer naar school gaat, de wereld afreist op een niet comfortabele manier. De woede, maar ook de angst en pijn in haar ogen wanneer ze met vertrokken gelaat iedereen kastijdt. De onechtheid ook van al dat daverende applaus in de cenakels van de macht waar ze wordt uitgenodigd. Dat alles stemt tot nadenken.

Wat doet dat allemaal met de persoon Greta Thunberg? Ik ben er nogal zeker van dat ze niet ‘geniet’ van de roem maar dat ze er onder lijdt, evenveel en misschien zelfs nog meer dan onder haar scherpe bewustzijn van wat er misloopt met de wereld.

Zij heeft het op zich genomen om voor de wereld te zorgen, maar wie zorgt voor Greta Thunberg? Behalve wanneer ze omringd wordt door leeftijdsgenoten, valt me altijd haar fysieke eenzaamheid op, alsof ze rondwandelt in een onzichtbare glazen kooi.

Zoals iemand op FB al schreef ‘mocht ik haar moeder of haar grootmoeder zijn, ik zou mij zeer veel zorgen maken’.

Tessa Vermeiren

En ook:
https://sanctorumblog.wordpress.com/2019/09/27/gretas-grote-visionaire-pukkelpreek/?fbclid=IwAR0e457IOpvLplkaep1664jOdhdo4PumBm3wRgvi8_nfJoy3TM8DE8WKHRc