Mijn lievelingsgedicht

In een relatie kies je voor eerlijkheid, want het is de hoogste vorm van intimiteit, en zonder intimiteit geen relatie.
Daarom zou elk koppel dit gedicht in vet gedrukte letters boven zijn bed moeten hangen, en elke avond voor het slapen gaan nog eens herlezen.


Het is mijn lievelingsgedicht.

Liedje.

Lieg alsjeblieft niet tegen me
niet over iets groots niet over iets anders.
Liever hoor ik het vernietigendste dan dat je liegt
want dat is nog vernietigender

Lieg niet over liefde
iets dat je voelt of iets dat je zou willen voelen.
Liever word ik bedroefd dan dat je liegt
want dat is nog bedroevender

Lieg niet tegen me over gevaar
want ik voel toch je angst
en wat ik gewaar word dat is waar
of ik ken je niet en dat is nog gevaarlijker

Lieg niet tegen me over ziekte
liever kijk ik die diepte in dan dat ik mij verlies
in één van jouw lieve verzinsels
want daarmee verlies ik mij dieper

Lieg niet tegen me over sterven
want zolang we er nog zijn
vind ik dat toegangsloze niet mededelen wat je denkt
erger en zo veel doder

Judith Herzberg


If you search for tenderness
It isn’t hard to find.
You can have the love you need to live.
But if you look for truthfulness
You might just as well be blind.
It always seems to be so hard to give.

Honesty is such a lonely word.
Everyone is so untrue.
Honesty is hardly ever heard.
And mostly what I need from you.

I can always find someone
To say they sympathize.
If I wear my heart out on my sleeve.
But I don’t want some pretty face
To tell me pretty lies.
All I want is someone to believe.

Honesty is such a lonely word.
Everyone is so untrue.
Honesty is hardly ever heard.
And mostly what I need from you.

I can find a lover.
I can find a friend.
I can have security until the bitter end.
Anyone can comfort me
With promises again.
I know, I know.

When I’m deep inside of me
Don’t be too concerned.
I won’t ask for nothin’ while I’m gone.
But when I want sincerity
Tell me where else can I turn.
Because you’re the one that I depend upon.

Honesty is such a lonely word.
Everyone is so untrue.
Honesty is hardly ever heard.
And mostly what I need from you.

Eerlijkheid is ons hoogste goed, en wie het koestert, zal zich nooit bedrogen voelen.

De naakte waarheid

Wat een mooie legende over de Waarheid en de Leugen!

According to a 19th century legend, the Truth and the Lie meet one day. The Lie says to the Truth: “It’s a marvellous day today”! The Truth looks up to the skies and sighs, for the day was really beautiful. They spend a lot of time together, ultimately arriving beside a well. The Lie tells the Truth: “The water is very nice, let’s take a bath together!” The Truth, once again suspicious, tests the water and discovers that it indeed is very nice. They undress and start bathing. Suddenly, the Lie comes out of the water, puts on the clothes of the Truth and runs away. The furious Truth comes out of the well and runs everywhere to find the Lie and to get her clothes back. The World, seeing the Truth naked, turns its gaze away, with contempt and rage.
The poor Truth returns to the well and disappears forever, hiding therein, its shame. Since then, the Lie travels around the world, dressed as the Truth, satisfying the needs of society, because, the World, in any case, harbours no wish at all to meet the naked Truth.

The world famous painting- “The Truth coming out of the well” Jean-Léon Gérôme,1896.

 

Nothing Else Matters

Nothing Else Matters

So close, no matter how far
Couldn’t be much more from the heart
Forever trusting who we are
And nothing else matters

Never opened myself this way
Life is ours, we live it our way
All these words I don’t just say
And nothing else matters

Trust I seek and I find in you
Every day for us something new
Open mind for a different view
And nothing else matters

Never cared for what they do
Never cared for what they know
But I know

So close, no matter how far
Couldn’t be much more from the heart
Forever trusting who we are
And nothing else matters

Never cared for what they do
Never cared for what they know
But I know

I never opened myself this way
Life is ours, we live it our way
All these words I don’t just say
And nothing else matters

Trust I seek and I find in you
Every day for us, something new
Open mind for a different view
And nothing else matters

Never cared for what they say
Never cared for games they play
Never cared for what they do
Never cared for what they know
And I know, yeah!

So close, no matter how far
Couldn’t be much more from the heart
Forever trusting who we are
No, nothing else matters

Songwriters: James Alan Hetfield / Lars Ulrich
Songteksten voor Nothing Else Matters © Universal Music Publishing Group

September

September 

De zomer is voorbij en het is niet erg.
Ik zag genoeg ganzen overvliegen,
de tuin stond vol bloemen,
er waren genoeg warme dagen
en er is genoeg gebeurd.
Ringen zijn aan vingers geschoven,
iemand viel van de trap, iemand brak
zijn ledematen, en er kwamen berichten
uit de wereld.
Deze zomer kan ik met
een gerust hart afsluiten naar de herfst,
regen en wind, vallende bladeren.
Een voorraad aan woorden, voornemens,
liggen naast nieuwe cd’s en boeken. Heerlijk,
de zomer duurde lang, was eeuwig, en is
voorbij en wij gaan vroeg naar bed zodat
nachten weer lang, ouderwets lang duren en zoet,
warmer dan de heetste zomerdag.
De ramen gaan dicht en muziek klinkt in mijn huis
en jij bent er. Jij bent er nu altijd.

Hannie Rouweler
Klopt bijna helemaal, toch wat de voorbije zomer betreft, en nu zaterdag worden ook nog ringen aan vingers geschoven.
Hoe de herfst zal worden, moeten we nog afwachten, maar zeker is dat de twee laatste zinnen van het gedicht, enkel een diepe wens zijn…

Het gendersterretje

Das Gender und das Ich

Yves Petry – Schrijver

Hoe het voelt als Duitse, Duitser of Duitserse te zijn geboren, zal ik wellicht nooit helemaal doorgronden, maar ik kan me wel iets voorstellen bij de controverse die momenteel bij onze oosterburen woedt over het zogenaamde gendersterretje (DS 5 juni). Sommigen willen dat via een officiële spellingcommissie laten erkennen als een teken dat het mogelijk zou moeten maken om bijvoorbeeld een woord als ‘Student*innen’ te fabriceren. Daarmee zouden dan in een klap niet alleen mannelijke en vrouwelijke studenten worden aangeduid, maar ook alle studerende personen die zich tot geen van beide geslachten willen bekennen, of tot allebei, of die zichzelf als een mengvorm van de twee beschouwen, in welke onderlinge verhouding dan ook. Kwestie van niemand buiten te sluiten uit de benoembare wereld.
https://www.taalbank.nl/2018/06/04/gendersterretje/
Een van de pro-argumenten in het bijzonder viel me op: het gebruik van het sterretje zou ons er bewust van maken ‘dat wij anderen altijd meteen door de lens van het geslacht man of vrouw waarnemen’. Dat trof me, omdat ik meende dat iedereen dat al lang wist. We doen dat per slot al vanaf de eerste dag van ons leven en het is een neiging die met de jaren zeker niet afneemt. Geen gendersterretje hoeft me daarvoor de ogen te openen.

Bovendien kunnen we naar mijn mening beter geen overdreven betekenis hechten, in positieve noch negatieve zin, aan die bijna reflexmatige categorisering van mensen naar hun geslacht. Die komt net als kleurenzien voort uit het lichaam en zorgt voor enige primaire oriëntatie. Maar uiteindelijk zegt het waarnemen van de kleur man of de kleur vrouw, hoe overrompelend dat soms ook kan zijn, weinig over het wezen van de ander.

In het diepst van onze zelfbeleving zijn we iets veel exotischer dan een man of een vrouw. Volgens Freud, bijvoorbeeld, een driftcentrale die geen tijd, taal of logica kent en zichzelf onsterfelijk waant. Volgens Plato het vermogen om de eeuwige waarheden te aanschouwen. Volgens Spinoza een deel van het kosmische geheel dat er met al zijn eindige krachten naar streeft net zo oneindig als het geheel te worden. Je kunt het zo gek niet bedenken of het is al eens gezegd.

Sommige hedendaagse wetenschappers denken aan millennia van filosofische speculatiedrang een eind te kunnen maken met de bewering dat het ik maar een illusie is. Maar ook dat is niet meer dan filosofie – en zelfs van een tamelijk klungelige soort.
Over één ding zijn denkers en dichters aller tijden het eens: ons wezenlijke zelf gaat het woord te boven. Die ervaring hield tegelijk hun vuur en hun wanhoop gaande. Vandaar hun niet-aflatende worsteling om in de taal toch het stempel achter te laten van wat niet gezegd kan worden. Als het transgenders en andere grensgevallen tot troost kan zijn – we zijn allemaal in zekere mate buitengesloten uit het domein van het benoembare. Daar zal een spellingcommissie geen jota aan kunnen veranderen. Blijf jezelf een raadsel. Laat je niet vangen door een sterretje.

Bron: De Standaard – 5 juni 2018

Taal in de zorg

“Ik ben uw ‘engelke’ niet”: Maria (91) wil einde van betutteling in woonzorgcentra
Bron: Radio 1 – Het Nieuwsblad

Het is een bekende kwaal in de ouderenzorg en iets waar al in de opleidingen tot verzorgende voor gewaarschuwd wordt: de betutteling van mensen die een heel leven zelfstandig geleefd hebben, maar in een woonzorgcentrum plots weer worden aangesproken alsof ze kleutertjes zijn. De 91-jarige Maria stoort zich er soms echt aan, en dat kwam ze vanochtend vertellen bij Karolien Debecker op Radio 1.

Een pleidooi tegen betutteling, daarvoor kwam de 91-jarige Maria Verschueren vanochtend speciaal naar de studio van ‘Bij Debecker’. “Schatteke, lieveke, engelke”, het waren allemaal manieren waarop Maria aangesproken werd toen Maria pas in het woonzorgcentrum woonde. “Dan kwamen ze mij vastpakken en kusten ze mij, en dat was ik niet gewoon. Ik ben uit de Antwerpse Kempen, en van een oudere generatie. Daar wordt niet gekust.”

Ze maakte haar ongemak met de betuttelende houding van het verzorgende personeel duidelijk, waarna de reacties toch gemengd waren. “Maar nu noemen ze me Maria of Mariake, en daar neem ik genoegen mee.” Het stopt niet bij hoe ze haar aanspreken, ook de vaak gebezigde verkleinwoordjes storen Maria enorm, zo vertelt ze zelf. “Ik vind dat zo kinderachtig!”

Maria geeft meteen ook goede raad aan ouderen die zelf voelen dat ze betutteld worden: “Het heeft misschien wel wat met de ouderen zelf te maken. Maar ik ben nooit bang geweest om van me af te bijten.” Gewoon zeggen dus, als je je eraan stoort, dat is de boodschap. “De verzorgers weten dat ze mij niet moeten betuttelen en ze spreken mij dan ook niet meer aan met ‘zoeteke’ en dergelijke. En daar ben ik blij om.”

Ook praktijklector verpleegkunde An Uyttendaele kwam aan het woord in de studio. Zij vertelde dat het inderdaad een vaak voorkomend probleem is in de woonzorgcentra, maar ook dat eraan gewerkt wordt. “Er wordt nu heel veel aandacht besteed aan professionele communicatie tijdens de opleiding en we hebben ook een grote groep vrijwilligers die de studenten bijleren over communiceren met de mensen die ze verzorgen.”

De wijsheid van een hippie

De 7 levenswijsheden van Paulo Coelho: Diploma’s zijn de nieuwe adellijke titels: je hebt er hard voor gewerkt, maar uiteindelijk kun je er geen baan mee vinden
Maandag 10 september 2018 – Humo

Met ‘Hippie’ heeft de Braziliaanse schrijver Paulo Coelho (71) zijn meest autobiografische boek tot nog toe uit. De auteur wordt wereldwijd zowel geliefd als verguisd om zijn spirituele spreuken, en ook zijn nieuwe roman staat er vol mee. We selecteerden er zeven en legden die aan hem voor.

1. ‘Maak het simpel en je zult gelukkiger worden.’

Paulo Coelho «Ik draag de ideeën van de hippiecultuur in mijn hart. Maak je leven simpel, trek de natuur in, probeer gezond te eten en luister naar goede muziek. Het is geen rocket science. Maar de wereld gaat de andere kant op, daarom wilde ik dit boek schrijven. Iedereen weet wat er mis is en we moeten het kwaad bestrijden. Niet door een community op te richten, of iets te posten tegen het één of ander, want kwaad bestrijd je door een voorbeeld te stellen.

Kijk naar mijn geboorteland, Brazilië: daar is het heel ingewikkeld. De president is afgezet, met idiote argumenten, en nu is het een puinhoop. Dat leidt tot extremisme en zo komen er steeds meer rechtse politici. Toen ik daarover nadacht, wilde ik vertellen over hippies. Die volgden misschien niet de regels, maar ze hadden wel ethiek. Ik was er zelf ook één. We werden gehaat door de regering, maar dat kon ons niks schelen. Toentertijd wisten mensen niks over hippies. Ze dachten dat we alleen maar stoned waren, de liefde bedreven en naar vreselijke muziek luisterden, maar het was de beste periode van mijn leven.»

2. ‘Wie magie wil leren, dient te beginnen met om zich heen te kijken.’

Coelho «Tegenwoordig hechten mensen veel waarde aan diploma’s halen, maar diploma’s betekenen niets. Vroeger had je adellijke titels, was je de graaf van X of de hertog van Y. Diploma’s zijn de nieuwe adellijke titels; je hebt er hard voor gewerkt, maar aan het eind van het verhaal kun je geen baan vinden. Je kunt dus beter doen wat je graag wilt, want op een universiteit ga je niks leren. Je leert door te proberen, met vallen en opstaan. Levenservaring is veel belangrijker dan een diploma.»3. ‘Op reis leer je alles wat je voor de rest van je leven nodig hebt.’

Coelho «Als je reist, leer je dat je geen angst hoeft te hebben als je buiten je comfortzone komt. Je leert dat je erop kunt rekenen dat mensen je helpen. Je ouders zeggen misschien dat je niet met vreemden moet praten, maar vreemden hebben juist veel interessants te vertellen. Geniet van de reis en de ontmoetingen, denk niet na over het doel. Dat zijn voor mij de regels van een gezond leven.

Mijn reis naar Santiago de Compostela in 1986 was een keerpunt. Toen heb ik besloten dat als ik een schrijver wilde zijn, ik een boek moest schrijven. Terug in Brazilië heb ik een tijdschrift opgericht om over mijn reis te vertellen en zo is het begonnen.

‘Hippie’ speelt zich deels af in Amsterdam, waar ik in de jaren 70 een tijdje woonde. Ik hoor van vrienden dat de stad nu overvol is door alle toeristen. Ze vinden het vreselijk, ze zeggen dat er geen doorkomen meer aan is. Het liefst ga ik nooit terug naar plaatsen waaraan ik mooie herinneringen heb. Parijs, Machu Picchu, Amsterdam. Ik bewaar ze liever als schatten in mijn hart. Maar na de publicatie van ‘Veronika besluit te sterven’, in 1998, moest ik in Amsterdam zijn voor een televisie-interview. Ik vermeed de plekken die ik kende van vroeger, maar daar wilde die opnameploeg juist naartoe. We gingen naar het pand waar ik ooit een kamer huurde, maar dat was nu een chic hotel. Het was een ramp voor mij.

Ik ben klaar met reizen. Ik heb het heel mijn leven gedaan. Tegenwoordig ga ik naar het bos hier om de hoek en doe wat binnen een uur vanaf Genève te bereizen is. Ooit zal ik misschien weer reizen, maar nu niet. In Brazilië kom ik niet meer; ik heb er veertig jaar van mijn leven gewoond, dat is genoeg.»4. ‘Het enige doel van het leven is ons te bevrijden van wat we niet nodig hebben.’

 «We verzamelen allemaal spullen. Ik heb vrienden die heel veel auto’s hebben. Ze kunnen niet in al die auto’s tegelijk rijden, maar toch kopen ze telkens een nieuwe. We stoppen zoveel spullen in ons huis, maar er zit een grens aan. Bovendien kun je niets meenemen naar het volgende leven. Die ophoping geldt ook voor kennis. We denken dat als we maar veel kennis verzamelen en veel leren, we een enorm ontwikkeld persoon zullen zijn, maar dat is niet zo. Denk je dat je door lezen iets leert? Nee. En van leren word je ook niet wijzer. Wat heb je bijvoorbeeld aan een cursus vechtsport, als je op het moment dat het erop aankomt je instinct moet gebruiken, een deel van je brein dat niet over kennis gaat?

Ik slaag er redelijk in mezelf te bevrijden van wat ik niet nodig heb. Ik probeer niet te veel dingen te kopen. Ik draag altijd zwarte kleren, zodat ik niet hoef te kiezen. Ik heb een e-reader om boeken te lezen. Een grote boekenkast in huis dient alleen om op te scheppen. Als ik ze weleens zie bij mensen thuis denk ik: mijn god, wat proberen die mensen te bewijzen? Ze hebben toch geen tijd die boeken een tweede keer te lezen. Het is alleen maar om indruk te maken op het bezoek.»

5. ‘Voor mensen die drempels willen nemen, zijn deuren altijd open.’

«Het was mijn droom om schrijver te worden en zo de wereld te veranderen. Een megalomaan idee, dat niet gelukt is, natuurlijk. Als je jong bent, denk je dat je de wereld kunt veranderen. Het is me wel gelukt om mezelf te veranderen. Ik was heel lang een schrijver zonder boek. Ik besloot: ik kan mijn droom opgeven, of ik kan hem gaan waarmaken. Toen ik ‘De pelgrimstocht naar Santiago’ schreef, dacht ik dat niemand geïnteresseerd zou zijn in mijn reis. Het is onvoorstelbaar dat ik honderden miljoenen boeken heb verkocht.

Iedereen kan zijn leven veranderen. De meeste mensen vinden het eng en ze blijven liever veilig in hun comfortzone. Het is moeilijk om te luisteren naar wat je ziel je vertelt. Ik ben ook weleens bang, maar ik verstijf nooit van angst en ik ga door. Ik ben bijvoorbeeld altijd bang als ik een nieuw boek schrijf, omdat ik niet weet of het gaat lukken om goed onder woorden te brengen wat ik voel. Elke keer als ik een boek schrijf, ontdek ik een nieuwe Paulo.»

6. ‘Praat, maar probeer niemand te overtuigen.’

«Sociale media zijn een ramp geworden. Voor mij zijn ze een manier om contact te houden met mijn lezers, meer niet. Mensen worden fundamentalisten op sociale media. Ze gaan niet naar Facebook om iets nieuws te ontdekken, maar om gelijkgestemden te vinden. Ze lezen nooit de andere kant van het verhaal.

Ik zie hoe kinderen van vrienden op vakantie in het hotel blijven om online te kunnen zijn. Misschien hebben zij er plezier van, maar het is niks voor mij. Je zult van mij nooit een post zien waarin ik in een auto zit, of opschep over mijn appartement.»

7. ‘Ware liefde is een vraag zonder antwoord.’

Coelho «Wat moet ik daarover zeggen? Waarom hou ik van mijn vrouw? Ik weet het niet. En zij weet niet waarom ze van mij houdt. We moeten dat mysterie respecteren.» Paulo Coelho, ‘Hippie’, De Arbeiderspers

 

Liedjes en melodietjes

Als de seks on fire is heb je goud in handen
De Morgen – 08-09-18 – Stijn Van de Voorde

Ik heb in mijn hele leven nog nooit een volwaardig lied geschreven en ik zie het ook niet onmiddellijk gebeuren. Talent en geduld zijn twee essentiële eigenschappen voor ieder succesvol muzikant en ik bezit geen van beide. Een nummer componeren lijkt me veel gedoe, zeker bij bands waarin iedereen een gefundeerde, afwijkende mening heeft.

Een liedjes­tekst schrijven zie ik wel nog als een plezante uitdaging. In tegenstelling tot wat Bob Dylan-fans beweren, ligt de moeilijkheidsgraad bij deze activiteit heel wat lager dan bij het muzikale gedeelte. De meeste muziekliefhebbers luisteren nauwelijks naar wat er precies wordt gezongen. Maak vooral het refreintje voldoende catchy. De strofes spelen nauwelijks een rol. Die wetenschap haalt toch wat druk van de ketel bij de tekst­schrijvers. Geef me de keuze tussen een ongeïnspireerde gitaar­solo of een doldwaze tekst en ik kies resoluut voor het tweede.

Perfecte melodie

Blijkbaar ben ik niet de enige. De perfecte melodie (of vibe) van bepaalde klassiekers doet ons de banaliteit van de tekst vergeten. ‘Smells Like Teen Spirit’ van Nirvana (‘A mulatto, an albino, a mosquito, my libido, Yeah!’), ‘Roses’ van Outkast (‘Yeah, roses really smell like poo-poo-oo’) en dat ene Oasis-nummer (‘And after all, you’re my wonderwall’) zijn slechts enkele van de vele voorbeelden.

Afgelopen week vierde een relatief recent school­voorbeeld zijn tiende verjaardag: ‘Sex on Fire’ van Kings of Leon. Nathan Followill vertelde ooit in een interview dat het oorspronkelijk nooit de bedoeling was om de werktitel te behouden. Het stukje ‘Your sex is on fire, Consumed, With what’s to transpire’ werd tijdens repetities gezongen als een soort van dummy­tekst, in afwachting van sterker materiaal. Dat gebeurde duidelijk niet.

Volgens de legende schreef zanger Caleb Followill het grootste deel van de teksten voor het album Only by the Night onder invloed van pijnstillers die hij op dokters­voorschrift consumeerde na een schouder­operatie. ’s Ochtends werd hij wakker naast een blad papier met mysterieuze liedjes­teksten, waarvan hij zich niet meer herinnerde dat hij ze zelf had geschreven. De band besefte dat de woord­combinaties geen steek hielden, maar uit gemakzucht besloot men de wartaal te behouden. Met historische gevolgen! Tijdens concerten zien de bandleden van Kings of Leon de fans elke avond op de eerste rij bepaald bedenkelijke refreintjes met tranen in de ogen meebrullen. De gedrogeerde onzin neemt – dankzij de muziek die erachter schuilt – plots mythische vormen aan. Dat zegt niet alles over het belang van liedjes­teksten, maar wel heel veel.

Mysterieuze marge

Een goede tekst gaat voor 30 procent over iets en voor 40 procent over niets. De resterende 30 procent vul je aan met poëtische woorden die op het eerste gezicht diepgang creëren, maar in werkelijkheid eerder per toeval in het eindresultaat sukkelden. Dat noem ik de mysterieuze marge. Die heb je nodig om luisteraars niet het gevoel te geven dat ze hun kostbare tijd verspillen aan melodieuze banaliteiten. Op dat gebied verschilt een songtekst van een puur gedicht. De verhoudingen liggen anders. Bij poëzie schrijf je voor 90 procent over niets, maar achteraf hou je vol dat de woorden­soep een alles­omvattende gelaagdheid bevat. Laat de mensen die er (terecht) niets van begrijpen maar geloven dat het aan hen ligt.

Toen John Lennon hoorde dat een leraar Beatles-teksten liet analyseren door zijn leerlingen, schreef hij voor de sport een lied vol wartaal en nonsens­. Toch blijft ‘I Am the Walrus’ een cool nummer. Ik kan me moeilijk identificeren met het hoofd­thema, maar dat maakt in dit concrete geval niet zoveel uit.

In theorie kunnen tekst­schrijvers wel beter rekening houden met inhoudelijke herkenbaarheid. Woorden als ‘knol­selder’ of ‘strijk­ijzer’ doen het traditie­getrouw minder goed dan brede, universele thema’s als ‘liefde’, ‘bedrog’ en ‘seks’.

Laat die seks ook nog eens on fire zijn en je hebt goud in handen. Of toch op zijn minst een anthem dat dronken mensen op zatte avonden graag meebrullen.

We mogen de lat hoog leggen, maar we moeten er altijd voor zorgen dat we er zelf nog aan kunnen.

Het leven is al ingewikkeld genoeg.

Poetry

Poetry

Marianne Moore, 1887 – 1972

I too, dislike it: there are things that are important beyond
all this fiddle.
Reading it, however, with a perfect contempt for it, one
discovers that there is in
it after all, a place for the genuine.
Hands that can grasp, eyes
that can dilate, hair that can rise
if it must, these things are important not because a

high-sounding interpretation can be put upon them but because
they are
useful; when they become so derivative as to become
unintelligible, the
same thing may be said for all of us—that we
do not admire what
we cannot understand. The bat,
holding on upside down or in quest of something to

eat, elephants pushing, a wild horse taking a roll, a tireless
wolf under
a tree, the immovable critic twinkling his skin like a horse
that feels a flea, the base-
ball fan, the statistician—case after case
could be cited did
one wish it; nor is it valid
to discriminate against “business documents and

school-books”; all these phenomena are important. One must
make a distinction
however: when dragged into prominence by half poets,
the result is not poetry,
nor till the autocrats among us can be
“literalists of
the imagination”—above
insolence and triviality and can present

for inspection, imaginary gardens with real toads in them,
shall we have
it. In the meantime, if you demand on the one hand, in defiance of their opinion—
the raw material of poetry in
all its rawness, and
that which is on the other hand,
genuine, then you are interested in poetry.

Marianne Moore groeide op in Missouri en Pennsylvania. Haar vader, een ingenieur, werd opgenomen in een psychiatrisch ziekenhuis, waarna ze op een meisjesinternaat werd geplaatst. In 1905 ging ze biologie studeren aan het Bryn Mawr College, waar ze onder andere Ezra Pound leerde kennen. Vervolgens ging ze naar New York. Moores eerste gedichten verschenen in 1915 in Engeland, in The Egoist, het tijdschrift van de imaginisten, met haar vriend Pound als grote bezieler. In 1921 verscheen buiten haar medeweten een selectie uit dit werk onder de titel Poems.

Moores werk is moeilijk onder een enkele noemer te vangen. Haar gedichten worden wel ‘syllabisch’ genoemd, duidend op het belang dat ze hecht aan klanken, met een subtiel gevoel voor satire, maar over het algemeen zijn ze heel gevarieerd van aard en van een grote scherpzinnigheid. Haar vroege gedichten zijn vaak karakterschetsen waarin ze zich keert tegen hypocrisie en conventies. In die vroege periode schreef ze ook veel essays en kritieken, waarin ze fel van leer trok tegen alles wat ze als slordig, ‘onaf’ en gemaakt beschouwde in de poëzie. In haar latere werk zoekt Moore steeds vaker haar inspiratie in de natuur, schrijft ze in een meer elegische stijl, en toont ze zich toleranter. Moore had zeer eigen opvattingen over de vorm van haar gedichten. Zo beschouwde ze niet de regel maar de strofe als basiseenheid van het gedicht, zonder een plan vooraf. Bij het schrijven, zo beweerde ze, voegden de woorden zich als ‘chromosomen’ samen tot een vorm die haar als geschikt voorkwam als eerste strofe. Alle volgende strofen baseerde zij dan op die eerste strofe. Haar versregels zijn van zeer ongelijke lengte maar kennen wel een duidelijke regelmaat. Rijm wordt op onorthodoxe wijze gebruikt. Ook toont ze zich bijzonder vindingrijk in het bedenken van metaforen.
Moore wordt wel beschouwd als de belangrijkste Amerikaanse dichteres van het modernisme uit de eerste helft van de twintigste eeuw. In 1952 ontving ze de Pulitzerprijs. Ze overleed in 1972, op 84-jarige leeftijd in New York.

Kus een droevige mond

Prachtige tekst. Moesten we morgen allemaal mee beginnen, een droevige mond kussen voor de dag begint. En vermits het morgen zondag is, hebben we ook de tijd om al de rest te doen wat ons aangeraden wordt.

Toch nog eventjes een gedicht aan toevoegen voor wie het nodig heeft.

Als het licht (voor de radelozen)

Als het licht
Vandaag niet komt
Zal het misschien
Morgen komen
In de holte
Van je hand
En het zal je
De weg tonen
Die nodig is
Om te verstaan

Micheline Baetens – 24.12.2017