Anemoontjes

’s Avonds
Bij schemering
Sluiten de anemoontjes
Hun witte kapjes
En leggen zich samen
Met de bonte krokusjes
Te rusten
In een bedje
Van gevallen loof
Om bij het eerste
Haangekraai
Het bloemenknopje
Weer te heffen
Naar de nieuwe
Dageraad.

Micheline Baetens – 09.03.2020

De zwanenmoord van Hoeilaart

Vandaag kreeg ik enkele telefoons met vragen over de ‘zwanenmoord van Hoeilaart’, Geachte Lezers, Beste Vrienden. Het betrof voor de verandering eens niet jagers die op zwanen hadden geschoten, maar de ene zwaan die de andere afmaakte. Het dramatisch gebeuren schokte buurtbewoners, want zijn zwanen geen lieftallige dieren die hun leven lang in harmonie bij dezelfde partner blijven?

Nee, dat zijn zwanen niet, dat is een mythe die mensen op het zwanenleven hebben geënt. Mensen hebben van zwanen liefdevolle dieren gemaakt, die treuren en wegkwijnen als hun partner gestorven is. Die hun leven lang trouw blijven aan elkaar. Kortom, die het soort romantisch leven leiden waar veel mensen alleen maar van kunnen dromen, want er is natuurlijk altijd de ellende van het dagelijks bestaan.

In het ware zwanenleven gebeuren er vooral dingen die wij als mensen erg zouden vinden. Als een zwaan sterft, is de kans reëel dat de achtergebleven partner binnen de week een nieuw lief heeft. Als vooral zwanenvrouwen een kans zien om zich te verbeteren door van partner te wisselen, zullen ze die niet laten liggen. Dat zwanen agressief kunnen zijn, weet iedereen die eens dicht in de buurt van een vaderzwaan geweest is die nest of jongen moest verdedigen.

De zwanenmoord van Hoeilaart was daarenboven het gevolg van een speciale situatie. Een mannetjeszwaan zat al twee jaar lang alleen op een parkvijver. Buurtbewoners vonden dat erg en finaal zocht het gemeentebestuur een oplossing: een maand geleden werd er een vrouwtjeszwaan van een parkvijver in Brugge overgebracht naar de eenzame zwaan in Hoeilaart. Beide zwanen kregen een naam: Petoetje (de man) en Petatje (de vrouw).

Het leek daar allemaal rozengeur en maneschijn, tot gisteren (zondag), tevens Internationale Vrouwendag: Petoetje zag het blijkbaar niet zitten met Petatje en liquideerde haar in een combinatie van bruut geweld en verdrinking. Op een kwartiertje was Petatje dood, en dreef Petoetje weer moederziel alleen op zijn vijver. De buren spraken er schande van.

Veel te weinig mensen beseffen dat paarvorming ook in de vogelwereld geen kwestie is van gewoon een vent en een vrouw bij elkaar gooien. Vogels hebben ook hun voorkeuren. Als je zebravinken in een volière zelf een partner laat kiezen, brengen ze meer jongen groot dan wanneer ze door een mensenhand geforceerd met twee in een kooitje worden gestoken. De kans is dan groot dat ze niet matchen. Het kweekproject van monniksgieren in Planckendael kampte met de problematiek van gieren die elkaar straal negeerden, zodat er geen eieren bevrucht werden. Als de dieren een keuze konden maken uit een wat ruimer aanbod aan potentiële partners lukte het wel.

Vogels hebben hun persoonlijkheden. Veel mensen denken nog altijd dat dieren van een bepaalde soort gewoon een eindeloze reeks kopieën zijn die van dezelfde band rollen. Dat is niet het geval. Dat heeft de zwanentragedie van Hoeilaart nog eens duidelijk gemaakt.

De bevoegde Brugse schepen reageerde geschokt op het gebeuren. De Brugse zwanen blijven in het vervolg waar ze horen: op de Brugse vijvers. Als ze daar weg willen, zullen ze zelf wel andere oorden opzoeken.

De zwaan van Hoeilaart zoekt nu misschien ook best andere oorden op. Want hij dreigt het grote krediet dat hij in de omgeving had opgebouwd, op een kwartiertje te zijn kwijtgespeeld. Terwijl hij gewoon deed wat zijn zwanenbiologie hem deed doen: een ongewenste bezoeker liquideren.

Dirk Draulans – Facebook – 09.03.2020
——————————————————————————————————————–
Mensen vergeten dat de natuur haar eigen wetten heeft

Petatje is trouwens niet het eerste slachtoffer dat te betreuren valt in Hoeilaart. Hopelijk wel het laatste!

https://www.natuurhulpcentrum.be/brusselse-zwaan-/?fbclid=IwAR05zEhsctWzq9ztXNhnmbYqn5x8DoWu99hhC9uUpZIuvPlOEr3sHWO3NYE#.XmZ0RXdFyUl

https://www.hoeilander.be/content/zwanenzang-op-de-parkvijver-fotoalbum
https://www.hoeilander.be/content/zwaan-heeft-niet-gewacht
https://www.hoeilander.be/content/zwanenmysterie-opgelosthttps://www.hoeilander.be/nieuws/zwaan-verdronken-op-de-parkvijver

https://www.nieuwsblad.be/cnt/blmva_02397057

https://m.hln.be/in-de-buurt/hoeilaart/passioneel-drama-op-gemeentevijver-mannetjeszwaan-krijgt-na-twee-jaar-gezelschap-maar-doodt-vrouwtje-bij-ruzie~a0920e59/?fbclid=IwAR0Wh1ZDtaq9nD1Q4N2lv8MqxKLANTFYpQrCD02kE4oXSFYWiK2UlZkcW8

De zwanen in Hoeilaart waren gekortwiekt. Volgens mijn weten is dat verboden sinds 2015. Is dit zo, of is deze verminking nog altijd toegelaten? Wegvliegen zat er voor Petatje dus niet in!

Leewieken of kortwieken?

Leewieken is niet hetzelfde als kortwieken. Bij leewieken wordt bij een zeer jong dier een stuk van de vleugel verwijderd. Leewieken moet daardoor eigenlijk altijd door een dierenarts gebeuren.
Leewieken is een verminkende ingreep die wettelijk alleen is toegestaan als de mogelijkheid tot vliegen moet worden ingeperkt om te voorkomen dat een dier meer lijdt. Het mag alleen gebeuren door middel van een chirurgische methode of een thermocauterisatie. Bij eenden, ganzen en zwanen moet het gebeuren voor de leeftijd van 10 dagen en bij andere soorten voor de leeftijd van 72 uren (Wet van 14 augustus 1986 betreffende de bescherming en het welzijn der dieren; Koninklijk besluit van 17 mei 2001 betreffende de toegestane ingrepen bij gewervelde dieren, met het oog op het nutsgebruik van de dieren of op de beperking van de voortplanting van de diersoort).

Huisdierinfo. be

Blijkbaar is de wet interpreteerbaar en manipuleerbaar, en politici zijn daar straf in!

Petoetje

Bovendien zitten de zwanen op een park- visvijver die gelegen is aan het gevaarlijkste kruispunt van Hoeilaart, en dit is geen natuurlijke en veilige biotoop.

Overijse – DE IJSBROEKEN

Een natuurlijke biotoop, veilig en zonder menselijke inmenging!

Een baby is geen onbeschreven blad

Wie komt op voor het gevoelsleven van de allerkleinsten?

‘Een baby is geen onbeschreven blad’

Kinderpsychiater Binu Singh roept de samenleving op om beter te zorgen voor baby’s en hun ouders. ‘Als je aan de volksgezondheid wil werken, moet je vroeg beginnen. Liefst voor de conceptie.’ Een sessie over knellende kinderschoenen, depressieve baby’s en wanhopige ouders die ‘uit het raam hangen’.

De Standaard – Ann-Sofie Dekeyser – 08.03.2020

Baby’s kunnen niet spijbelen om marsen door Brussel te lopen. Ze kunnen niet met spandoeken en megafoons het recht op psychische zorg opeisen. En hun ouders evenmin, want die komen niet buiten, omdat ze uitgeput zijn door het werk en de zorg voor het gezin. Dus werpt kinderpsychiater Binu Singh zich op voor die stille doelgroep.

Ze is de bezielster van Kleine K, de babypsychiatrie in het UZ Leuven, en voorzitster van WAIMH-Vlaanderen (World Association for Infant Mental Health), een organisatie die zich inzet voor de geestelijke gezondheid van de allerkleinsten. De allerallerkleinsten. ‘Ik voel me al betrokken van voor de conceptie’, zegt Singh. In Groot-Brittannië hebben politici, over partijgrenzen heen, het manifest ‘1001 critical days’ onderschreven en een parlementaire groep opgericht die focust op pre-, peri- en postnatale psychologie. Singh pleit ook voor de invoer van dat manifest bij ons.

We houden geen concrete herinneringen over aan onze eerste levensjaren en onderschatten misschien daarom de emotionele impact ervan. ‘Maar die eerste 1.001 dagen in een kinderleven, van conceptie tot de leeftijd van twee jaar, zijn cruciaal voor de rest van het leven’, zegt Singh. ‘Wat in die periode gebeurt, legt in grote mate vast hoe we later functioneren. Zowel op psychologisch, sociaal als biologisch vlak. Er is een verband tussen die vroege invloeden en ziektes die je later ontwikkelt.’

‘Ik heb baby’s van 8 à 9 maanden met een depressie gediagnosticeerd. Een baby die te lang toxische stress ervaart, kan het opgeven, wanhopig worden en in passiviteit verzanden’

‘Als we onze sociale zekerheid betaalbaar willen houden, moeten we meer geld investeren in kinderen van nul tot drie. Dat is veel kosten-batenefficiënter dan hen achteraf oplappen, wat we nu proberen. Helaas zijn de meeste hulpverleners, laat staan de rest van de maatschappij, niet op de hoogte van de mogelijke psychosociale problemen die achter reflux, huilbaby’s en moeilijke slapers schuilgaan.’

Gaan we zo slecht met onze baby’s om?

‘Het is gangbaar gedachtegoed dat een kind als een onbeschreven blad wordt geboren. Dat klopt niet. Baby’s hebben al een eigen temperament en een geschiedenis aan ervaringen in de baarmoeder. Mensen denken dat jonge baby’s niet zoveel van hun omgeving oppikken, dat ze het allemaal niet merken. Tot in de jaren 80 hebben we ­baby’s geopereerd zonder anesthesie, omdat we dachten dat ze pijn anders ervaarden. Nu vinden we dat horror. Maar op psychologisch vlak maken we nog steeds dezelfde fout. We denken dat we over hun hoofden heen van alles met ze kunnen doen, dat het allemaal geen kwaad kan. We moeten eindelijk erkennen dat baby’s mensen zijn, met evenveel rechten als volwassenen.’

‘Een baby is geen ding dat gewoon gezond moet worden geboren. Het is een mens met een heel eigen beleving. En daar steken we als struisvogels onze kop voor in het zand. Er is veel onwetendheid over hoe het innerlijke leven van een baby eruitziet en welke noden die heeft.’

‘Ik had een grote aha-erlebnis bij een ­foto van gynaecoloog Frédérick Leboyer. Je ziet een moeder, een vader en een gynaecoloog. De pasgeboren baby wordt aan zijn voeten ondersteboven gehouden. Elk van de volwassenen straalt van blijdschap. Als je naar de baby kijkt, zie je angst en verdriet. In alle eenzaamheid. Niemand die het opmerkt. Vandaag houden we onze baby’s niet meer ondersteboven, maar ons perspectief is niet veranderd. Niemand bekijkt de situatie vanuit het standpunt van het kind. Zowat alle ouders hebben de beste intenties met hun kinderen, ze willen het heel goed doen. Maar ze gaan niet in de kinderschoenen staan, daar knelt het.’

‘Dat die eerste 1.001 dagen zo belangrijk zijn, zit in onze natuur ingebakken. Een kind past zich aan de omgeving aan waarin het terecht zal komen. Want hoe beter je je aanpast, hoe beter je kunt overleven. Dat is Darwin. Dat betekent dat heel dat biologische systeem dat volop in groei is, bezig is met alle informatie van buitenaf te capteren. Stel dat de moeder in oorlogsgebied leeft. Dan zal zij voortdurend hoge stress ervaren, dat baby’tje krijgt het stresshormoon cortisol via de placenta binnen. Zo’n kindje zal als het geboren wordt alerter en wakkerder zijn. Nuttig, je kunt maar beter niet diep liggen slapen als je moeder wegloopt voor de bommen, want dan vergeet ze je misschien. Zo’n baby zal snel huilen om zijn mama bij zich te houden, zo garandeert hij zijn eigen veiligheid.’

‘Maar stel dat die mama dezelfde hoge cortisollevels heeft, omdat ze stress ervaart door werkdruk of armoede. Dan reageert het biologische systeem hetzelfde. Het gevolg is een onrustige, moeilijk troostbare baby met meer risico op slaapproblemen. Niet functioneel in zo’n geval, integendeel. Ouders raken uitgeput en gefrustreerd, waardoor ze minder adequaat reageren op de baby. Die dan nog harder gaat huilen.’

Geboortetrauma’s

‘Voor veel ouders is hun pasgeborene het eerste kindje dat ze vasthouden en verzorgen. Dat was vroeger ondenkbaar. Toen gold: it takes a village to raise a child. Nu moet je het zelf uitvissen’

Maar hoe kan een volwassene ooit begrijpen wat in zo’n hoofdje omgaat, hoe een baby de situatie beleeft? Lange tijd hingen er in ziekenhuizen waarschuwingen boven couveusebaby’s: niet aanraken. De angst was groot om het zenuwstelstel van de tere minuscule wezentjes aan te tasten of hen te besmetten met bacteriën. Ze kregen de ideale temperatuur, dito zuurstofregeling, voeding en uv-stralen. Toch namen ze nauwelijks in gewicht toe. In de jaren 80 stonden artsen in een Amerikaans ziekenhuis voor een raadsel. Sommige couveusekinderen deden het opmerkelijk beter dan andere.

Er volgde een grondig onderzoek, tot een verpleegster angstig bekende: ze had het gehuil niet kunnen verdragen en was, tegen alle instructies in, de baby’s over hun rugjes beginnen te aaien. Het waren precies haar patiëntjes die het zoveel beter deden.
‘Hoe zou je zelf zijn,’ zegt Singh, ‘als je in een glazen bak wordt gelegd en alleen heel sporadisch wordt aangeraakt, met steriele handschoenen? Zie, zo moeilijk is empathie met zo’n baby niet.’

‘Ik zie zoveel baby’s en peuters met geboortetrauma’s. Vroedvrouwen en gynaecologen staan niet stil bij de psychische impact van hun ­handelingen. Ze denken er niet aan dat een baby de geboorte – zowat de grootste overgang in een mensenleven – als heel beangstigend, zelfs levensbedreigend kan ervaren.’

‘Tot in de jaren 80 hebben we baby’s geopereerd zonder anesthesie. Nu vinden we dat horror. Maar op psychologisch vlak maken we nog steeds dezelfde fout’

‘Of neem de afdeling neonatologie. Er gebeuren allerhande ingrijpende medische handelingen met die te vroeg geboren baby’s om ze in leven te houden, maar goed ook natuurlijk. Als het baby’tje uiteindelijk genoeg in gewicht is aangekomen, volgt de grote dag: het mag naar huis. Alleen, daar begint een nieuw drama. Die baby’s zijn veel slechtere slapers, omdat ze trauma’s hebben opgelopen. Nederlandse onderzoekers stellen voor om elke baby die op neonatologie is gepasseerd te beschouwen als iemand met mogelijk een posttraumatische stressstoornis en om hen traumatherapie voor baby’s aan te bieden. Toen ik dat las, dacht ik: eindelijk!’

Kanaries

‘There is no such thing as a baby.’ De uitspraak van John Bowlby, de grondlegger van de hechtingstheorie, komt neer op Singhs stokpaard: verbinding. ‘Een baby bestaat niet op zichzelf, een baby bestaat in interactie met zijn omgeving. Die verbinding met volwassenen is een zaak van leven of dood, noodzakelijk om te ontwikkelen, groeien en leren.’

‘We leven al een tijd in vrede en economische welvaart. Toch zijn we aan het vereenzamen in onze individualistische maatschappij. En onze baby’s en peuters zijn de kanaries in de koolmijn. Zij piepen het eerst als de samenleving een shift maakt die voor iedereen ongezond is.’

Zijn baby’s er slechter aan toe dan pakweg 30 jaar geleden?

‘Een onhandelbare baby is een baby in nood. En weet dat daar per definitie ouders in nood zijn’

‘Daar hebben we geen betrouwbare cijfers over. We zien wel heel veel baby’s met reflux of allerlei intoleranties. 7 tot 23 procent – afhankelijk van de gebruikte definitie – heeft regulatieproblemen. Dat zijn baby’s die slecht slapen, te veel huilen, moeilijk eten of een combinatie. Dat is veel. Onze maatschappij heeft al alles gehoord over ADHD en autisme, wat respectievelijk bij 5 en 1 procent van de kinderen voorkomt, terwijl niemand iets weet over de veel frequenter voorkomende regulatiestoornissen. Die kunnen een voorloper zijn van psychische stoornissen. En ze zijn niet alleen erg voor het kind, de volwassenen eromheen boeten ook op welzijn in.’

‘Het laatste wat we moeten doen, is de ouders totaal verantwoordelijk stellen. Mijn favoriete uitspraak: it takes a village to raise a child. Daar loopt het in essentie mis. We bieden veel te weinig steun aan de volwassenen die verantwoordelijk zijn om het kind te geven wat het nodig heeft.’

Is de opkomst van het kerngezin – vader, moeder en één of twee kinderen, in plaats van de extended family – problematisch?

‘Ja, we betalen op twee à drie generaties de prijs voor ons veranderde maatschappij­model. Het dorp is gereduceerd tot mama en papa. Maar zij zijn niet gemaakt om kinderen in hun eentje op te voeden. We moeten ons bezinnen over hoe dat dorp opnieuw te creëren binnen onze individualistische maatschappij. Moeders, tantes, buurvrouwen, vriendinnen of andere wijzen die je gul met raad en daad bijstaan, dat kennen we niet meer. Je moet het zelf uitvissen.’

‘Voor heel wat ouders is hun pasgeborene het eerste kindje dat ze vasthouden en verzorgen. Dat was vroeger ondenkbaar. Je had al kunnen oefenen met nichtjes of neefjes, of kinderen van buren. Je kon van dichtbij ervaren wat het betekent om een baby te hebben.’

We hebben dit zelf gecreëerd, kan iemand ons hier nog uit helpen?

‘Ik vraag me af of we onze prioriteiten nog op een rijtje hebben. Is het belangrijk dat je elke dag alles post op sociale media, of kan je dat uur beter aan iets anders besteden?’
‘Of neem crèches. Daar zijn vaak maar twee verzorgers voor zestien baby’s. Vanuit volwassen perspectief lijkt dat genoeg: ze kunnen alle kinderen verversen, eten geven, in bed leggen. Maar we vergeten dat er nog meer ­basisbehoeftes te vervullen zijn. Verbinding, co-reguleren, aandacht geven, lichamelijk contact. Volwassenen hebben genoeg aan één uur qualitytime per dag, maar een baby komt daar bijlange niet mee toe. Opnieuw de vraag: zijn we bereid om in die kinderschoenen te gaan staan? Ik zie veel volwassenen die redeneren: hoe kunnen mijn economie en mijn leven blijven lopen met een kind erbij?’

‘Begrijp me niet verkeerd, je kunt geen perfecte kinderen creëren door een perfecte opvoeding te geven. Dat laatste bestaat niet, maar we moeten het wel goed genoeg proberen te doen.’

Een frustratie van veel ouders: het kind kan niet zeggen wat er scheelt en blijft huilen.

‘Baby’s hebben veel manieren om te communiceren. Huilen is vaak signaalvergroting. ­Baby’s met honger smakken, steken hun tongetje uit, wrijven hun vuistje over hun mond of houden hun hoofd opzij op zoek naar een borst. Pas als al die signalen niet gezien worden, zetten ze het op een huilen. Als jij doodop bent door slaaptekort en denkt: ik heb vandaag nog niet kunnen douchen, ik moet het huis nog opruimen, ik ga die deadline op het werk niet halen…, dan zie je de signalen niet die je baby geeft. Niet omdat je een slechte moeder bent, maar omdat je overvraagd bent. Je rent jezelf voorbij. Het is nogal moeilijk om een ander te lezen en te begrijpen, als je jezelf niet meer leest en begrijpt.’

Krijsend op de grond

Een zwangere vrouw draag je op je wimpers. Het is de letterlijke vertaling van een zegswijze in het Hindi waarmee Singh is opgevoed. ‘Het idee is dat een zwangere vrouw leven aan het creëren is en je dus heel goed voor haar moet zorgen. Dat zit in onze taal ingebakken. Terwijl we hier ­zeggen: je bent zwanger, niet ziek, stel je niet aan.’

Ze ziet heel wat radeloze en uitgeputte ouders in Kleine K. Met hen bespreekt ze de window of tolerance, de bandbreedte van stress waarin we goed functioneren en welzijn ervaren. Bij te hoge stress schieten we uit ons raampje. Onze hersenen zijn dan niet meer bezig met ontwikkelen, groeien, leren. We raken overprikkeld, paniekerig en geïrriteerd. Of net afgestompt, lusteloos.

‘Een nieuwe vaardigheid leren haalt je uit je window of tolerance. Denk maar aan je eerste rijles. Weet dat baby’s dat voortdurend doen. In hun hersenen worden per seconde miljoenen verbindingen gemaakt. Zij gaan dus heel vaak uit dat spanningsraam, ze hebben volwassenen nodig om hun emoties te reguleren, zodat ze kunnen groeien. Door samen in verbinding te gaan, leert een kind zichzelf aan om opnieuw in dat optimale spanningsraam te ­raken. Hangt een kind te vaak uit het raam, dan ontstaan er problemen: slecht slapen, veel huilen, vaak ziek zijn, eetstoornissen, enzovoort. Omdat het kind toxische stress ervaart. Als een kind dat lang meemaakt in de eerste 1.001 dagen, zal het daar levenslang een prijs voor betalen.’

‘Baby’s zijn de hele tijd bezig met zelf­regulatie. Ze leren dat een bepaald onbehaaglijk gevoel honger is, en dat als ze eten, het overgaat. Zo leren baby’s zichzelf ook verteren, slapen, ontspannen, enzovoort. De enige manier om dat onder de knie te krijgen, is in verbinding gaan met een volwassene die het al kan. Het lastige aan dat ­model is dat een volwassene die zelf uit zijn raam hangt, niet in staat is om iemand anders er weer in te brengen. Integendeel. Je moet zelf goed gereguleerd zijn om een ­ander te reguleren. Een behoorlijke uitdaging, want een kind krijgen, haalt je stressreguleringssysteem sowieso overhoop. En al helemaal als je amper nachtrust hebt door je huilbaby.’

Bestaan er onhandelbare baby’s?

‘Er zijn baby’s die in hun genetische aanleg een enorme uitdaging meebrengen. Denk aan autisme, die baby’s zijn nog gevoeliger voor prikkels en hangen dus nog sneller uit hun raam. Maar ze zijn in de minderheid. Onhandelbare baby’s zijn vooral een signaal van hoeveel stress er in hun omgeving is. Een onhandelbare baby is een baby in nood. En weet dat daar per definitie ouders in nood zijn.’

Kan een baby depressief zijn?

‘Zeer zeker. Ik heb al baby’s van acht à negen maanden met een depressie gediagnosticeerd. Gek dat je daar zo verbaasd over bent. En zie je hoe hard het ingebakken zit dat baby’s geen gevoelsleven hebben. Een ­baby die te lang toxische stress ervaart, kan het opgeven, wanhopig worden en in passiviteit verzanden.’
‘Uw vraag is eigenlijk een variant op de oude vraag: moeten we een baby verdoven om te opereren? Ik hoop dat wanneer ik met pensioen ga, en bij voorkeur sneller, niemand nog die vraag zal stellen.’

Welke persoonlijkheidskenmerken worden al in die eerste 1.001 dagen gevormd?

‘Bijna allemaal. Zelfverzekerdheid, doorzettingsvermogen… Er wordt een fundament van je biologisch, psychologisch en sociaal bestaan gelegd. Als je daar hebt ervaren: ik doe ertoe, ik word gezien en geliefd en als ik een probleem heb, kan ik hulp vragen, zit dat in je hersenen ingeprent.’

‘Het zelfregulatieproces dat je als baby doormaakte, zorgt ervoor dat je je nu niet telkens krijsend op de grond werpt als je honger hebt. Maar hoeveel volwassenen werken niet een hele dag en beseffen ’s avonds: oei, ik heb vandaag te weinig gedronken? Ze voelen de dorst niet, omdat ze geen verbinding hebben met zichzelf. Ze voelen niet wat er met hen scheelt. Ze hebben hun eigen behoeftes leren te negeren.

Dat soort inprentingen begint al van in de wieg. Zelfregulatie leer je in de eerste jaren en is de basis van alle andere ontwikkelingen erna. Veel volwassenen sukkelen daar nog altijd mee. En dan staan we ervan te kijken hoeveel burn-outs er zijn bij jonge werknemers. We leren niet meer voor onszelf te zorgen. Want onze maatschappij faciliteert dat niet.’

 

Getallen

Ik hou van het ene getal
al wat meer
dan van het andere,
3 vind ik mooier dan 2
en 69 zeker dan 70
en van 13
hou ik helemaal niet.

Even is meestal
mooier dan oneven
behalve als er
een 0 achter staat
want dat is mij
te rond
en te gulzig.

Het meest hou ik
ik van optellen
en minder
van aftrekken,
vermenigvuldigen
is ook leuk,
maar delen kan ook.

Breuken
heb ik liever niet
en vraagstukken
enkel als ik ze
mag oplossen
waar ik niet altijd
in slaag.

Dyscalculie
speelt mij parten
vooral
bij het betalen
van grote getallen
dus hou ik het maar
bij mijn 10 vingertjes.

Micheline Baetens – 07.03.2020

A la gare de Groenendaal

Voorgoed verbonden met de spoorweg, alleen al door mijn voornaam, en wonende aan één van de treinstations van Hoeilaart, hou ik van dit lied en natuurlijk van Wannes van de Velde.

Gróenendaal
Tekst & muziek: André Bialek
Vertaling: Wannes Van de Velde
Bewerking: Walter Poppeliers

Verlicht deur planetaire schijne
stuive de nevels dun vörbij
in den depot slape de treine
lantêres wake zij on zij
dan rijsd de maan bove de boême
lak een orloge zonder tijd
ze peild de schaduw van ons droême
zonder plezier en zonder spijt

Tout est désert tout est normal
ce soir en gare de Gróenendaal

Onder de koeppel zwart bestove
zit der e maske oep een baenk
zoe wit zoe bliêk zoe ingetoge
ik zeg “bon soir” mor zonder klaenk
z’ee-g-et gezicht ge zou et zwere
van d’iêste liefde d’iêste spijt
diê me bezwóer in La Louvière
je t’aimerai jusqu’à altijd

Tout est désert tout est normal
ce soir en gare de Gróenendaal

Ik oêr et klage van de boême
de zwarte stemme van et woud
en soems een ert da’ der kwam woêne
z’n wilde vlucht in ’t kreupelout
e klokske zaaid z’n prille toêne
over de velde ginder vaer
ne joengen ond brengd meh’ z’n sproenge
de waker efkes in de war

Tout est désert tout est normal
dit l’homme en gare de Gróenendaal

En natuurlijk mag ook het origineel niet ontbreken:

Er zijn voor elkaar

Elke gewone mens kan een mens met psychische problemen helpen, gewoon door er te zijn en te luisteren.

Ondanks alle sociale gaat niets boven persoonlijke aanwezigheid: de lichaamstaal, elkaar in de ogen kunnen kijken, een handdruk… Want daarmee kan je veel meer uitdrukken dan een chat, en voel je ook meteen hoe de ander zich voelt en of hij/zij al dan niet oprecht en eerlijk is.

We dreigen die kunst om deze signalen te kunnen opvangen en lezen, echter wel te verleren. Nochtans is het enkel dit wat een goede psychiater doet! En die zou heel wat minder werk hebben als we als gewone mensen dat zelf toepassen onder elkaar.

Gewoon luisteren, met al de aandacht en empathie die je bezit, en zo weinig mogelijk zeggen en aanraden. Want andermans problemen proberen op te lossen daar begin je beter niet aan. Geef die persoon genoeg krediet en zelfvertrouwen om daar zelf in de slagen, want hij of zij weet het best wat bij hem of haar situatie past.

Je kan enkel helpen met een paar praktische zaken aan te brengen, zoals een adres, een boek, een contact met o.a. professionele hulp, of nog praktischer, met een tas koffie of een kom soep, boodschappen doen, en misschien zelfs eens koken voor wie daar behoefte aan heeft. Ik zou daar in elk geval al heel content mee zijn.

Er zijn voor elkaar, en dat van elkaar ook weten, is écht een wondermiddel voor wie het eventjes niet meer ziet zitten!

BOEK: Ontvadering

 

BOEK

Ontvadering
Frank Koerselman
Omvang
96 p.
Druk
1
Verschenen
24-02-20
Fonds
P – Nieuw Licht
Paperback
9789044642018
€ 15,00

Stoommachine en verbrandingsmotor hebben mannenkracht overbodig gemaakt. De vrouw is sinds de pil van onvermijdelijk moederschap verlost. Vaders zijn dus niet meer nodig om hun gezin te onderhouden en te beschermen. Het patriarchaat verdwijnt. Maar wat is de prijs van die bevrijding?
In navolging van de Duitse denker Alexander Mitscherlich (1908-1982) analyseert Frank Koerselman de gevolgen van de ontvadering. Veroordeelt die het individuele mensenkind niet tot permanente ‘selfie’-bevestiging?
Moderne vaders zullen moeten kiezen: gaan ze mee op de politiek correcte golf van vaderschaamte of durven ze te tonen dat flinkheid, beheersing en zelfrelativering nog steeds onmisbare deugden zijn?
Frank Koerselman is emeritus hoogleraar psychiatrie en psychotherapie en auteur van onder meer Wie wij zijn. Tussen verstand en verlangen.

Psychiater Frank Koerselman: „Ik zie in de Nederlandse politiek geen vaderfiguur. Bovendien, men wíl geen vaderfiguur meer zijn.”
Foto Merlijn Doomernik

Interview
‘Een vader moet flink zijn. Niet huilen’
Psychiater Frank Koerselman

We moeten mannelijke autoriteit weer gaan waarderen, zegt Frank Koerselman in zijn pamflet Ontvadering.

Bron: NRC.NL – Jannetje Koelewijn – 26.02.2020

Een jongen van school had zelfmoord gepleegd en hulpverleners kwamen met de leerlingen praten over de schok die dat teweeg had gebracht. In de jaren zestig. „Dat gebeurde toen dus ook al”, zegt Frank Koerselman. Hij was er zelf ook nogal door aangeslagen, en toen hij er ’s nachts niet van kon slapen stuurde zijn moeder hem naar de huisarts. „Een bullebak”, zegt Koerselman. „Weet je wat hij zei?” Hij buigt voorover in zijn stoel. „GAAN WIJ ONS AANSTELLEN?”

Hij lacht en leunt weer naar achteren. Frank Koerselman (72) is psychiater en psychoanalyticus, emeritus hoogleraar aan het UMC Utrecht. Hier in zijn werkkamer, in een achttiende-eeuws koopmanshuis in Weesp, ontving hij tot voor kort nog patiënten. „Die huisarts”, zegt hij, „had groot gelijk. En ik was meteen van mijn probleem af.”

Ontvadering heet Koerselmans nieuwe boek, een pamflet eigenlijk, honderd pagina’s, en daarin analyseert hij de gevolgen voor gezin en samenleving van het einde van de mannelijke autoriteit. Want zo ziet hij het. Mannelijke kracht is door machines overbodig geworden, traditioneel mannelijke deugden als flinkheid, vastberadenheid, zelfbeheersing en moed zijn verdacht, en gezag door kennis en ervaring wordt niet meer geaccepteerd. In een wereld waarin vrouwelijke waarden als inclusiviteit en egalitarisme zijn gaan domineren, zegt Koerselman, kunnen jongens daardoor moeilijk meer tot rijpe en wijze vaders uitgroeien.

Dus zitten vaders nu in hun hoodies te gamen en willen ze vriendjes met hun kinderen zijn, in plaats van hun verantwoordelijkheid te nemen en ze op te voeden. Vaak bruisen ze van energie en schrikken ze nergens voor terug, maar ze doen alles ten behoeve van zichzelf en de bevrediging van hun wensen zien ze als hun recht. Of ze claimen alleen maar en gaan bij frustratie verongelijkt klagen.

Zullen we het eerst over uw eigen vader hebben?

„O, eh, nou ja, haha.”

Hoe was hij?

„Heel klassiek, streng. Iemand die eisen stelde en nooit complimenten gaf, alleen kritiek. Zelfbewust. Duidelijke normen en waarden. Hij was directeur Publieke Werken en daar was hij trots op. Op zondag reden we met de auto door de stad om naar de projecten te kijken die hij deed.”

Tiranniek?

„Eh, laten we het houden op te streng.”

U schrijft dat de vrouwen van al te strenge of tirannieke vaders meer moeite hebben hun kinderen basale veiligheid te bieden.

„Dat is zo. Ik heb dat zelf wel ondervonden. Je hoort mij ook niet zeggen dat vroeger alles beter was. In het patriarchaat, zoals dat in de jaren vijftig nog bestond, hadden vrouwen te weinig invloed en konden mannen hun gang gaan. En niet elke vader was een rijpe en wijze vader, die zijn zoon stimuleerde en bemoedigde, die hem dingen leerde, doelen stelde en hem zonodig mild bekritiseerde. Er zijn veel ontsporingen geweest.”

Ontsporingen?

„Ik heb het nu niet specifiek over mijn vader, maar over vaders in het algemeen die vaak gevoelloos waren, eisend, egocentrisch, en zo sterk gericht op hun eigen succes in de buitenwereld dat ze vrouw en kinderen verwaarloosden. Het is logisch en goed dat daar een reactie op is gekomen.”

U bent, neem ik aan, tijdens uw opleiding in analyse geweest?

„In die tijd, jaren zeventig, moest je in analyse zijn geweest als je verder wilde komen in je carrière. Ik heb het vijf jaar lang vijf dagen per week gedaan, wat toen relatief kort was.”

En dan ging het over uw vader?

„Ook ja. Ik was begin dertig en op die leeftijd worstelt iedereen nog wel met wie je vader en je moeder waren en wie je zelf bent. Wat vooral aan de orde is geweest, was mijn behoefte aan meer nabijheid. Achteraf ben ik positief over mijn jeugd, laat dat duidelijk zijn. Maar de afstand tussen mijn vader en mij was heel groot. Daardoor zocht ik toen ik volwassen werd vaderfiguren, onder meer in mijn opleider, en ik raakte in hem teleurgesteld. De analyse heeft me geholpen in te zien dat wat ik in hem zocht, uit een andere bron kwam. Het is goed om je dat te realiseren, en ook dat je wel kunt blijven zoeken, maar het toch niet zult krijgen. En dat je daarmee moet zien te dealen.”

Toch schrijft u op uw oude dag een pamflet over vaderschap.

„Ja, kijk, het is wel een thema voor mij gebleven. De tekst van Alexander Mitscherlich die ik als uitgangpunt gebruik, Op weg naar een vaderloze maatschappij, is van 1963 en heeft me altijd gefascineerd. Mitscherlich en zijn vrouw Margarete waren grootheden in de analytische wereld, onder meer door hun onderzoek naar de verwerking van het nazisme in Duitsland, en hij voorvoelde dus al vroeg het einde van de vaderlijke autoriteit. In Ontvadering beschrijf ik de ontwikkeling na 1963 en laat ik zien hoezeer hij gelijk heeft gekregen.”

Net als Mitscherlich begint u met een klassieke analyse van de vaderrol en de moederrol.

„Die strikte taakverdeling die er tot de industriële revolutie was, daar zat een biologische kant aan, maar ook een sociale. De kinderen kwamen zonder dat je het wilde, er moest voor gezorgd worden, en het leven was hard. Er moest hout worden gehakt, oorlog gevoerd, en dan was de vrouw meer geschikt voor het een en de man voor het ander.

Nu zitten we in de bijzondere situatie dat de techniek dat allemaal veranderd heeft. De noodzaak voor die taakverdeling is verdwenen, maar de basis ervoor is niet verdwenen – dat heb ik willen laten zien. Mensen hebben behoefte aan veiligheid en geborgenheid en ze hebben behoefte aan outgoing zijn en dingen tot stand brengen. Vroeger werd het ene domein gerepresenteerd door vrouwen en het andere door mannen, nu zou je die twee domeinen moeten mengen. Maar gebeurt dat? Het lijkt van niet, althans, niet in de westerse wereld. Het lijkt erop dat de mannelijke, verticale, hiërarchische en op traditie gebaseerde wereld aan het verdwijnen is en dat de vrouwelijke, horizontale, op gelijkheid en de hier en nu gerichte wereld meer en meer overheerst.”

Mitscherlich was een groot voorstander van het doorbreken van die traditionele rolverdeling.

„Ja, natuurlijk, want die klassieke vader had niet alleen voordelen. Er viel wat te winnen. Mitscherlich was ook sterk voor vrouwenemancipatie, al denk ik wel dat hij dat moest schrijven van zijn vrouw. En dan zie je dat in de revolutie van 1968, vijf jaar na Op weg naar een vaderloze maatschappij, het patriarchaat het doelwit wordt. Al die oude, autoritaire structuren zijn toen omver geschopt. Alleen, heel fascinerend, gebeurde dat niet door de feministische beweging, maar door de jongens. Het waren de zonen die hun vaders onttroonden.”

U deed eraan mee?

„Jazeker. Ik was bij de bezetting van het Universiteitsgebouw in Utrecht, in 1969, en ik heb met een linkse studentengroep een zogenaamd burgerlijke toneelvoorstelling verstoord, zonder dat ik me achteraf maar ook op enige manier kan herinneren wat daar verkeerd aan was. Ik had Sanskriet gestudeerd voor ik aan geneeskunde begon en dat instituut stond onder de dominante leiding van een patriarchale hoogleraar. Over hem heb ik toen een kritisch stuk geschreven in een studentenblad. Dat had een ongelooflijke impact. Daar heb ik wel spijt van gekregen. Ik had onvoldoende oog voor de verdiensten van die man.”

U was uw vader aan het vermoorden.

„Dat is nou een duiding, hè. Een klassieke duiding. En die zou bést eens waar kunnen zijn. Daarom voelde het ook niet goed. Bij mijn eigen vader kon ik het niet, dus deed ik het bij die hoogleraar.”

Vier jaar na 1968 werd u zelf vader en uw vrouw, die rechten had gestudeerd, ging voor de kinderen zorgen.

„Kijk, ja, kijk, we wilden het graag anders doen en dat hebben we ook geprobeerd. Beetje lastig hoe persoonlijk ik nu moet worden, maar eh, nou ja, je kunt het je nauwelijks meer voorstellen, maar in die tijd moest je trouwen om in aanmerking te komen voor een tweepersoonskamer in een studentenflat, en vervolgens was het voor een getrouwde vrouw moeilijk om werk te krijgen. En ik zat inmiddels in de opleiding tot psychiater, die buitengewoon tijdconsumerend was, en toen is de situatie ontstaan dat ik het kostwinnerschap inging en mijn vrouw thuisbleef. Ik wilde het anders doen, maar als zeer drukke en ook ambitieuze man ben ik toch wel veel afwezig geweest. Ja, ja, dat denk ik wel.”

Was u autoritair?

„Nee. Nee. Wel streng. Wel van eh, nou ja, gewoon, flink zijn en niet zeuren.”

Wat een vader hoort te doen, zegt u.

„Ja. En als ik daar even op mag doorgaan: denk aan de situatie van een pasgeboren kind waarvan iedereen blij is dat het er is, zeg maar Jezus in het kribbetje, met een aura om zijn hoofdje, en herders en koningen die hem bewonderen. Vanuit die veiligheid moet een kind de wereld in geduwd worden en traditioneel was het de vader die dat deed. En als het kind dan na een wat al te harde confrontatie huilend terugkwam, was het de moeder die het opving.

Prachtig voorbeeld, tijdje geleden, in Parijs. Mijn vrouw en ik zaten in een van die leuke parkjes waar altijd heel veel kinderen spelen, en de ouders of grootouders letten op ze vanaf de kant. Dat gaat leuk en niet leuk, die kinderen maken ook ruzie, er wordt geschopt en geslagen, en met enige regelmaat schiet er dan zo’n kind naar de bank om zich door zijn moeder te laten troosten, precies wat een moeder hoort te doen. Naast ons zat een opa en een jongetje dat ontzettend gepest werd door een ander jongetje vluchtte op zeker moment naar hem toe, huilend. Weet je wat die opa deed? Die draait dat jongetje om met zijn gezicht naar dat andere jongetje en zegt: défends toi. Verdedig je. Nou, dacht ik, dát is het.”

Dat moet een opa doen.

„Voilà. Of de vader. Een kind moet niet blijven hangen in wat psychiaters de primair narcistische fase noemen. Het moet uitgedaagd worden, geconfronteerd worden met de realiteit. En wat je nu ziet, is dat jongens – de meisjes laten we even buiten beschouwing – er door het ontbreken van vaderlijke autoriteit wél in blijven hangen. Ze worden niet volwassen, en dan zie je het passieve type dat zich blijvend laat verwennen, en het actieve type dat denkt dat alles wat ze doen goed en geweldig is, en dat ze bewondering verdienen, gewoon, omdat zíj het zijn.”

En de jongens met een te strenge vader?

„Als die onvoldoende zelfvertrouwen hebben om zich tegen hem af te zetten, kan dat ontsporen in wat psychiaters secundair narcisme noemen. Dat zijn de mannen die wel de confrontatie zijn aangegaan, maar het niet gered hebben. Het worden geen volwassen, rijpe vaders. Ze zijn gekrenkt en vernederd, en denken: dit nooit meer. Dat type probeert zichzelf groot te maken en macht uit te oefenen en ervoor te zorgen dat niemand ze ooit nog van de troon kan stoten. Je ziet ze als ceo’s van bedrijven, als hoogleraren, als minister, als president. Ze hebben een enorme drive en kunnen heel ver komen, maar ze vinden nooit bevrediging. Ze willen altijd meer.”

U herkent uzelf in dat type?
„Nee.”

Uw vader?

„Hij had er trekken van.”

Wat te denken van Donald Trump?

„Het absolute voorbeeld van een narcistische, onrijpe vader die in reactie op de horizontale, inclusieve, identitaire linkse beweging aan de macht is gekomen. En dat is geen incident. Waar ter wereld zien we nog rijpe en wijze vaders als leiders? Hoe ik ook rondkijk, ik zie ze niet.”

Angela Merkel?

„Merkel?” Koerselman spreidt zijn armen. „Kom maar binnen, wir schaffen das. Dat is toch een moeder? Dat is dé moeder. En ze heeft het niet gered. Als ze het gered had, was het wat anders geweest. Maar ze heeft het niet gered.”

Mark Rutte?

„Rútte.” Hij is even stil. „Laat ik het zo zeggen: ik zie in de Nederlandse politiek geen vaderfiguur. Bovendien, men wíl geen vaderfiguur meer zijn. Iedereen wil hip zijn en jong doen, en zit op de hurken om maar niet volwassen te lijken.”

Toch lijkt er bij een deel van de kiezers een groot verlangen te zijn naar een vaderfiguur.
„Ja, tegen wat Mitscherlich de stuurloosheid noemt. Een vader moet sturen en als hij dat niet doet, en de moeder doet het ook niet, want ze werkt buitenshuis, of ze zegt zoals Merkel dat alles goed is, wat hou je dan over? De kinderen. Dat is wat je ziet: een samenleving van zichzelf besturende kinderen. Haal de ouders eruit, zet de kinderen bij elkaar en je krijgt sibling rivalry, onderlinge rivaliteit. En die uit zich in achterdocht en gigantische controledwang, want als er van bovenaf niets geregeld is, dan moeten we elkaar de hele tijd in de gaten houden.”

Kees van der Staaij van de SGP loopt weg met uw werk. Thierry Baudet misschien ook wel.

„Moet je luisteren…” Hij lacht ongemakkelijk, geïrriteerd. „Nou en?”

Wat is de oplossing?

„De gang van de geschiedenis is dialectisch en zoals we in 1968 een linkse opstand hadden, hebben we nu een rechtse opstand. Ik denk dat dat nog een hele tijd gedoe en onzekerheid zal geven. Je zou hopen dat rijpe, wijze vaders tegenwicht gaan bieden, bijvoorbeeld tegen het idee van toxic masculinity, giftige mannelijkheid. Rutte die huilt vanwege het leed van die gedupeerden van de belastingdienst – ja, halló zeg. Een huilende minister-president, en dat wordt dan gezien als positief.”

Wat is daar erg aan?

„Laat hij het voorkómen. Er iets aan dóén.” Hij is even stil. „Een man moet flink zijn. Een váder moet flink zijn. Wat op het ogenblik helemaal weg is, is de norm van flink zijn, van niet zeuren, niet klagen, niet bij het minste of geringste getraumatiseerd zijn, niet meteen eisen stellen, niet meteen op je rechten staan. Het lijkt me goed dat die moraal weer terugkomt.”

Frank Koerselman (Batavia, 1947) is psychiater, psychoanalytus en emeritus hoogleraar aan het UMC Utrecht.
Daarnaast was hij hoofd van de afdeling psychiatrie van het Sint Lucas Andreas Ziekenhuis in Amsterdam.
In 2016 verscheen zijn boek Wie wij zijn, waarin hij laat zien hoezeer onze keuzes worden bepaald door vaak tegenstrijdige psychologische behoeften.
Het pamflet Ontvadering is afgelopen dinsdag verschenen bij Prometheus.

——————————————————————————————————————–

Voor mij moet een vader vooral recht in zijn schoenen staan en betrouwbaar zijn. Dit gedicht schreef ik ooit voor mijn vader. Hij heeft het destijds gelezen maar niet begrepen.

Later (voor mijn vader)

Later bestaat niet,
Later is de dood,
Een gemiste kans,
Een onvervulde droom.

Later is een zoethouder,
Een slechte herinnering,
Een uitvlucht…
Later is van de lafaard
En de vrek,
Later is voor wie
Niet kan geven
En toegeven.

Later is niet van ons,
Maar harteloze onzin.
Later is groot beginnen
En klein eindigen
Voor wie niet bewust
Nu leeft.

Micheline Baetens

 

 

De waarheid

Als je nergens kwaad inziet, durf je ook veel meer. Men noemt je dan misschien wel, vrank, vrijpostig of nog erger vulgair en stout, maar het tegendeel is waar.

Een oprechte ziel draait niet rond de pot, manipuleert niet, of kwetst en beledigt niet met opzet. Dat is eerder het probleem in het hoofd van de andere, die niet eerlijk durft te zijn tegenover zichzelf en zich niet kwetsbaar durft opstellen.

De waarheid wordt verdrongen en verwrongen, en in tijden van fakenieuws dient al wat gezegd en geschreven wordt met een flinke korrel zout te worden genomen.

Mijn moeder zei dikwijls: “Ons Micheline die kan haar eigen kwaad niet zwijgen.” Alsof ik ook kwaad zou doen (hm!). Toch wel hoor, maar zwijgen is niet liegen en je beter voordoen dan je bent.

Natuurlijk heb ik net als iedereen persoonlijke belevenissen die ik maar liever niet vertel, omdat ze zo buitengewoon en misschien zelfs choquerend zijn, zeker voor de buitenwereld. Bovendien zijn daar vaak ook andere mensen bij betrokken en ik wil niemand bewust in verlegenheid brengen of pijn doen.

Wees ook kieskeurig aan wie je wat verteld. Een open geest kan meer verdragen dan wie met oogkleppen leeft. En als iets niet mag voorverteld worden, zorg dan dat je degene die het te horen krijgt te vertrouwen is. Of vertel het je psychiater!

Geheimen ja, maar liegen neen, dat is niet aan mij besteed, daar ben ik heel eerlijk en oprecht in.