Het vuur

https://www.facebook.com/renaat/videos/10216070962152861/UzpfSTEyMTMzNTIzMDM6MTAyMTE0MzIyNjgyMjE3MzI/?source=bookmark

 

De Engelse stand-upcomedian, acteur, schrijver, presentator, en activist, Stephen Fry, legt hier op merkwaardige wijze, d.m.v. de Griekse mythologie van Prometheus en de opgang van het internet, uit hoe hij de toekomst van de mensheid ziet. Zes minuten en twintig seconden voedsel voor mensen voor wie nadenken een hobby is.

Mooi uitgelegd! Sommige mensen hebben toch wel al degelijk het vuur vind ik, maar men negeert hen omdat men er bang voor is. Ze zijn zo vrijdenkend!

Natuurlijk

Natuurlijk
houdt niemand
echt van jou,
waarom
zouden ze ook,
je bent geen toetje
en nog minder
een lepeltje
honing,
integendeel
je bent
een bittere pil
waarin menigeen
zich verslikt,
en het ergst
van al,
je bent niet te koop.

Micheline Baetens – 19.03.2018

Dag van de zorg

“Evenmin als men de ogen zonder het hoofd of het hoofd zonder het lichaam moet proberen te genezen, net zo min moet men het lichaam willen genezen zonder de ziel.” Socrates (469-399)

Wreed wijs van Socrates, ons hoofd staat tenslotte op ons lichaam, en bovendien wordt van daaruit al onze handel en wandel gestuurd.

Dit jaar tijdens de “Dag van de zorg” was er extra aandacht voor ons brein en onze geestelijke gezondheid. Onderstaand artikel illustreert dat er nog veel misvattingen en fabels bestaan over psychische aandoeningen en o.a. depressie.

Een depressie is de ziel die ziek is. Wanneer iemand zegt dat hij een periode van verschillende weken en/of maanden nergens nog zin in heeft en dat de treurige gevoelens en het gevoel van leegheid blijven duren, dan lijdt deze persoon waarschijnlijk aan een depressie. Niets interesseert hem nog. Hij denkt in die periode alleen nog maar aan negatieve zaken. Zijn hele bestaan lijkt beheerst te worden door die somberheid. Een depressie is dus een langdurige aandoening.

Maar liefst 20 procent van de vrouwen en 10 procent van de mannen krijgen ooit in hun leven met een vorm van depressie te maken.

Voedingssupplementen beschermen niet tegen depressie
EOS – Wetenschap – Psyche & Brein

Het dagelijks slikken van voedingssupplementen vermindert de kans op het ontwikkelen van een depressie niet.

Voedingssupplementen beschermen niet tegen het ontwikkelen van een depressie bij mensen met een verhoogd risico. Ook helpt het niet om in een therapie te gaan die zich focust op gezond eten. Dat blijkt uit onderzoek van onder meer wetenschappers van de Vrije Universiteit Amsterdam.

Het onderzoeksteam wilde weten hoe je het risico op een depressie kunt verminderen. Daarvoor onderzochten ze twee strategieën: het slikken van voedingssupplementen en een therapie die zich richt op een gezond voedingspatroon. Ze onderzochten ook of een combinatie van die twee een effect had. Naar de relatie tussen voeding en depressie wordt veel onderzoek gedaan. Uit eerdere onderzoeken bleek bijvoorbeeld dat gezond eten de psychische gezondheid bevordert.

Ruim 1000 vrijwilligers uit Nederland, Spanje, het Verenigd Koningrijk en Duitsland namen deel aan het onderzoek. Alle deelnemers hadden overgewicht en eerder al eens een depressie gehad. Wie al eens last had van een depressie, heeft een grotere kans er opnieuw een te krijgen.

De deelnemers werden willekeurig in vier groepen ingedeeld. Een eerste groep kreeg zowel de voedingssupplementen als de therapie. Een tweede groep kreeg de supplementen maar geen therapie. De derde groep kreeg in plaatst van supplementen placebo’s, en therapie. En de laatste groep kreeg placebo’s en geen therapie. De vrijwilligers namen de supplementen of placebo’s dagelijks gedurende één jaar. In de supplementen zaten omega-3-verzuren, selenium, foliumzuur, vitamine D3 en calcium. De therapie werd ook voor een jaar gevolgd en bestond uit 21 sessies. Na twaalf maanden werden de deelnemers opnieuw getest op depressieve symptomen.

Na twaalf maanden bleek tien procent van de deelnemers die placebo’s slikten en geen therapie kregen een depressie te hebben ontwikkeld. Ook tien procent van de deelnemers die wel in therapie waren en placebo’s kregen, kreeg opnieuw te kampen met een depressie. In de groep met de voedingssupplementen en zonder therapie, kreeg twaalf procent een depressie en van de deelnemers die zowel de supplementen als de therapie kregen, ontwikkelde negen procent een depressie.

De wetenschappers concluderen hieruit dat beide interventies de kans op nog een depressie niet verminderen. In ieder geval niet als je ze voor twaalf maanden toepast.

Een depressie is de ziel die ziek is. Wanneer iemand zegt dat hij een periode van verschillende weken en/of maanden nergens nog zin in heeft en dat de treurige gevoelens en het gevoel van leegheid blijven duren, dan lijdt deze persoon waarschijnlijk aan een depressie. Niets interesseert hem nog. Hij denkt in die periode alleen nog maar aan negatieve zaken. Zijn hele bestaan lijkt beheerst te worden door die somberheid. Een depressie is dus een langdurige aandoening.

Maar liefst 20 procent van de vrouwen en 10 procent van de mannen krijgen ooit in hun leven met een vorm van depressie te maken.

Taboe or not taboe?

“Hou je bek en bef me!”: feminisme of verruwing?

François Levrau – Opiniestuk – Liberales

De Nederlandse zangeres en actrice Merol heeft een nieuw lied, ‘Hou je bek en bef me’. In een interview laat ze weten dat ze zich bewust is van het feit dat de tekst wat expliciet is, maar ze ziet er geen graten in, wel integendeel.

Ze geeft aan van directe teksten te houden, niet te begrijpen waarom seksualiteit zo in de taboesfeer moet zitten en wil (mede door dit liedje) bijdragen aan de emancipatie van de vrouw. Dat ze door haar tekst is terecht gekomen in ‘Dag Allemaal’ ziet ze als een droom die uitkomt. De zangeres deelt ook mee dat een tekst als ‘Hou je bek en pijp me’ even niet kan. Er is immers volgens haar ook qua lyrics ‘positieve discriminatie’ nodig. In het korte interview rakelt Merol veel zaken op die het verdienen wat te worden genuanceerd.

Taboe

Laat me eerst iets zeggen over het taboe. Voor de primitieve mens was het taboe een elementaire manier om een zekere orde en structuur op te leggen aan die voor hem onbegrijpelijke, onherbergzame en onvoorspelbare wereld. Bepaalde zaken waren taboe, andere niet en dat meestal in functie van wat de eigen overleving en die van de eigen groep in gevaar kon brengen. Wie toch in aanraking kwam met het ‘getaboeëerde object/persoon’ of wie toch een ‘getaboeëerde handeling’ had gesteld, was bezoedeld en moest daarom gereinigd worden. Die reiniging gebeurde aan de hand van magie – gewoonlijk een aantal rituele handelingen of bezwerende formules. Wie vaak contact had met het taboe maar desondanks bleef leven werd beschouwd als iemand die over bijzondere krachten beschikte. Tovenaars en heksen waren personen die het taboe overstegen – het is geen toeval dat er in toverboeken en heksenboeken veel objecten aanwezig zijn waarop een taboe rust, zoals ongedierte, bloed, haar/nagels van lijken. Zo beschouwd ging het taboe samen met een tremendum (men was er bang voor en men zocht het contact niet moedwillig op) en een fascinans (aantrekking of bewondering voor wie het oversteeg). Ook nu zijn er nog steeds taboes en tovenaars aanwezig. Denk aan Philippe Geubels die een tijdje terug tijdens zijn tv programma ‘Taboe’ datgene deed wat eigenlijk niemand doet of durft, namelijk openlijk de spot drijven met kwetsbare groepen, zoals mensen die terminaal zijn, mensen die in armoede leven, mensen met een handicap. Dat hij dat deed in het bijzijn van die mensen en daarmee ook weg kwam, fascineerde Vlaanderen (het programma was een groot succes). Geubels had als een soort tovenaar het taboe overstegen. Hetzelfde kan gedacht worden over Merol, zij doet immers wat de meeste mensen niet doen/durven, namelijk een taboe doorbreken, in dit geval als vrouw seksueel getinte taal gebruiken. In die zin valt het succes en de commotie rond Merols lied goed te begrijpen – het is een tovenares, of, voor wie het negatiever ziet: een heks.

Merol geeft aan versteld te staan van de vele ‘preutse reacties’ die ze heeft gekregen. Ze lijkt het te betreuren dat seksualiteit in de taboesfeer zit. Er is nochtans niks fout met het behoud van het taboe – sterker nog, in het taboe ligt net een groot stuk van de aantrekking (lees: de fascinans) van de erotiek. Als alles werkelijk open en bloot mag gezegd en getoond worden, dan verwordt de seksualiteit tot wat het volgens Merol blijkbaar in essentie is, namelijk een basisbehoefte die zo af en toe moet bevredigd worden (‘Ik heb zin, kom, bef me nu maar gewoon eventjes.’). Natuurlijk doen mensen aan seks, maar mensen gaan ook naar het toilet, zweten en laten boeren. Misschien moeten we dan ook maar het taboe dat daarmee samenhangt laten varen, want het is toch allemaal ‘des mensen’? Waarom ons fatsoeneren en ons verontschuldigen voor een oprisping – iedereen heeft er toch wel eens last van, toch? Waarover maken we ons druk?

Hoewel taboes tijdruimtelijk zijn bepaald en dus kunnen veranderen zijn ze wel nodig omdat ze meebepalend zijn voor de orde en de beschaving van een samenleving. Die beschaving kan veranderen of zelfs verdwijnen in de mate dat bepaalde taboes worden geassumeerd. De vraag is dus of het wenselijk is dat we op de radio voortdurend liedjes zouden te horen krijgen met daarin expliciete teksten. Natuurlijk is dat al bezig – veel Engelstalige liederen zouden wellicht niet gespeeld worden indien ze zouden vertaald worden naar het Nederlands. Maar opnieuw, is dat wenselijk en moet het een strijdpunt van feministen zijn?

Positieve discriminatie?!

Ik ben de laatste om te ontkennen dat vrouwen op heel wat fronten worden achtergesteld en dat er gendergelijkheid moet worden nagestreefd, maar Merol lijkt me op een verkeerd element te focussen. Ze geeft aan dat vrouwen blijkbaar minder bedreven zijn in het schrijven van expliciete teksten en meent dat er een soort inhaalbeweging nodig is – het ‘Kom hier en pijp me!’ moet volgens haar even on hold gezet worden daar het vanaf nu tijd is voor het ‘Kom hier en bef me!’. Positieve discriminatie, zo noemt ze het. Niet alles moet echter uit naam van gendergelijkheid geëgaliseerd worden. De vraag waarover het moet gaan is of het een goede zaak is dat seksualiteit volledig uit de taboesfeer komt en dat het dan via allerhande radioliedjes op een expliciete wijze aan de man/vrouw wordt gebracht. Ik meen van niet. Vrouwen moeten zich wat dat betreft niet benadeeld voelen, maar kunnen misschien een voorbeeldfunctie aannemen – kijk, muziek kan blijkbaar ook nog steeds zonder expliciete teksten en pikante videoclips. Natuurlijk pleit ik niet zomaar voor censuur en natuurlijk moet er dus niet op de tekstuele/visuele rem worden gestaan, maar de idee van een ‘inhaalbeweging’ inzake de productie van expliciete teksten en clips door vrouwen lijkt me vreemd. Ik meen dat er wereldwijd wat vrouwenemancipatie en -gelijkheid betreft ander en belangrijker werk te verrichten valt. De aanmoediging tot meer expliciteit lijkt me om minstens tweeërlei redenen funest.

Kama sutra?

Ten eerste leidt het tot seksuele verschraling. De expliciete taal zal wellicht goedgepraat worden middels een verwijzing naar assertiviteit en seksuele bevrijding – kinderen moeten volgens Merol leren wat beffen is – maar volgens mij wordt de seksualiteit daardoor niet bevrijd, eerder wordt ze erdoor beperkt. Net zoals de pottenbakker zijn vaas creëert rond een leegte, zo ook ontleent de seksualiteit haar uniek karakter aan de fantasie, het geheim waarrond zich dan een (persoonlijke) cultuur kan ontwikkelen. Wanneer alles (te) open en bloot is, is de fantasie weg en valt er niet veel meer te boetseren, cultiveren en te ontdekken. Want ja, als kinderen moeten leren wat beffen is, dan moet hen misschien ook de Kama Sutra aangeboden worden, want zo weten ze meteen ook hoe de cunnilingus het best wordt gedaan. Zoals gesteld, wat overblijft is de loutere behoefte – ‘Hou je bek en bef me!’ – aangevuld met een zekere ‘know how’. De gebiedende toon van Merol lijkt bovendien een nieuwe seksuele imperatief te indiceren: van het ‘Gij niet!’ naar het ‘Geniet!’ Het genot is geen verbod, maar lijkt eerder een gebod.

Fatsoen

Ten tweede gaat het niet enkel om het ‘Bef me!’, maar ook om het ‘Hou je bek!’. De traversering van het seksuele taboe gaat blijkbaar samen met een traversering van collectieve richtsnoeren van talig fatsoen. Het seksuele bevrijdingsdiscours lijkt hand in hand te gaan met de idee dat men overal en altijd vooral zichzelf moet kunnen zijn en dus moet kunnen opkomen voor zichzelf. Hoe zelfbewuster men is, hoe meer men zijn ongezouten mening kan geven, hoe beter en hoe meer ontzag iemand verkrijgt. Deze mondigheid, dit op je strepen kunnen staan, lijkt een moderne deugd. Onder het mom van assertiviteit lijkt te worden gesteld dan men zichzelf tot het centrum van de wereld hoort te maken. Dat geldt ook voor de vrouw die, wil ze erbij horen, toch maar best een beetje een ‘bitch’ moet zijn die dan op een ‘zelfbewuste’ wijze haar seksualiteit opeist. De onomwonden geseksualiseerde taal en de verruwing (die het wellicht ook in de hand werkt), heeft volgens mij niet zoveel met feminisme te maken. Het lijkt eerder een levensstijl te zijn die het vandaag goed doet.

Het lijkt me bovendien ook zo te zijn dat vrouwen vandaag veel meer mogelijkheden hebben tot seksualiteit en het is wellicht deze mogelijkheid/macht die in de lyrics van Merol wordt weerspiegeld. Vrouwen zijn niet passief, maar net zo actief als mannen. Daar is vanzelfsprekend niks mis mee; ik betreur alleen dat die seksuele bevrijding samengaat met een cultuur van zelfexpressie waarbij de directheid hoger wordt ingeschat dan de zin voor decorum waarop beleefdheid en respect stoelen. Het doet me denken aan diegene die met zijn voeten/schoenen op de bank in de bus ligt en wie hem daarover aanspreekt antwoordt: ‘Hou je bek; ik ben tenminste mezelf en niet schijnheilig en leg dus gewoon mijn vermoeide benen op de bank.’ Wanneer het ‘ik’ centraal staat, dan zijn ‘mondigheid’, ‘assertiviteit’ en ‘het opkomen voor jezelf’ kwaliteiten die inderdaad handig zijn. ‘Hou je bek, het gaat om mij… ik wil dat je me pijpt of beft!’, zoiets dus… Wie echter voortdurend opkomt voor zichzelf en meent sociale conventies (taboes dus) met de voeten te moeten treden uit naam van authenticiteit, die etaleert daarmee zijn weerstand tegen ‘zelfverbetering’ – denk aan de persoon die zou beslissen dat hij zich niet moet fatsoeneren omdat uiteindelijk iedereen zweet en wel eens een boer laat. Willen we echter zelfrespect en respect voor anderen hoog houden, dan is het belangrijk net niet altijd toe te geven aan de menselijk-al-te-menselijke behoeften.

François Levrau is Doctor Sociale Wetenschappen en als Doctor-Assistent verbonden aan het Centrum Pieter Gillis.

De buien van maart

Het jonge loof
is zich
aan het verschieten!

De viooltjes knipogen
vanuit de bloembakken,
en drie speelse katten
houden mijn handel
en wandel
genoegzaam
in de gaten.

Nu nog wat
ontluikende
bloesemtakken
in een vaas,
zodat ook het huis
mee kan genieten,
en dan houden
de buien van maart
de lente
niet langer tegen.

Micheline Baetens 15.03.2019

Kinderopvang

Opa en oma zijn er voor de fun, niet om door opgevoed te worden, en het mag zeker geen verplichting zijn, want dat is geen gezonde relatie voor geen van allen.

https://www.facebook.com/rtlnieuws/videos/322127665070129/UzpfSTEwMDAwODIxNTUxNjI0MDoyMzEzOTgxMDkyMjE5MDUy/?id=100008215516240

Ideaal zou zijn dat afwisselend één van de ouders zou kunnen stoppen met werken tot het kind schoolgaand is.

Financieel is dat meestal echter niet haalbaar, maar een mens mag dromen en wensen! Ik ben dus destijds wel voltijds huismoeder geworden, maar wij hebben ons inderdaad financieel moeten aanpassen, en dat was niet altijd evident, om nog maar te zwijgen van de commentaar die ik te horen kreeg.

Maar mijn zoon zegt nu toch dat hij minder luxe had als andere kinderen, maar hij wel heel blij is dat hij thuis altijd met zijn vriendjes heeft kunnen spelen en zijn goesting heeft kunnen doen.

Noch mijn ouders, noch mijn schoonouders hebben ooit voor kinderopvang moeten zorgen, en ik vond dat vanzelfsprekend.

Ik merk toch ook, als ik met vooral vrouwen van mijn leeftijd spreek, dat kleinkinderen opvangen niet altijd een vrije keuze is. Die vrouwen hebben al hun leven lang voor anderen gezorgd, en dat zou wel eens mogen stoppen, zodat ook zij eens aan zichzelf toekomen, net zoals iedereen.

Men zegt wel eens, dat kinderen vlugger zelfstandig en weerbaarder zijn, als ze o.a. naar een kinderkribbe gaan en elke dag vriendjes hebben om mee te spelen.

Maar is dat inderdaad zo? Zal wel licht van kind tot kind afhangen en eerder aan het karakter liggen dan aan de kribbe, denk ik. Er is immers geen één kind hetzelfde. En soms wil een kind ook wel eens alleen spelen, zonder steeds andere mensen om hem heen.

Bovendien is kunnen alleen spelen ook een pluspunt, kinderen moeten niet altijd worden bezig gehouden, want dan vervelen ze zich veel vlugger. Fantasie en creativiteit aanscherpen doe je meestal als kind zelf, zonder dat iets aangeleerd en opgedrongen wordt.

Onze maatschappij is trouwens niet gezinsvriendelijk genoeg, want eerst de economie en dan pas eventueel de rest. Voor mij komt altijd in de eerste plaats het kind, de mens, en diens individuele vrijheid. Je vooral niets laten opdringen en vrije keuzes durven maken, zelfs al rij je tegen de wind in.

Happy cartoon family with two children walking outdoors, vector illustration

Gehaakte kinderwantjes

Patroon gehaakte baby/peuter wantjes zonder duim

De gehaakte wantjes zijn niet voor een kleine baby, missschien zelfs meer voor een peuter.

Gehaakt met haaknaald nr. 5, en een vrij dik garen.

Patroon baby/peuter wantjes:

Begin met een magische cirkel, haak hierin vijf vasten.
Toer 2: Haak in iedere vaste 2 vasten (10 steken)
Toer 3:* Haak een vaste, twee vasten in de volgende vaste* helemaal rond.(15 steken)
Toer 4: *Haak twee vasten, twee vasten in de volgende vaste*herhalen (20 steken)
Toer 5, 6 en 7: 20 vasten haken
Toer 8:*Haak 3 vasten, twee vasten in de volgende vaste*herhalen (25 steken)
Toer 9, 10 en 11: 25 vasten haken
Toer 12: * haak 3 vasten, twee vasten samen haken* herhalen (20 steken)
Toer 13, 14, 15, 16: 20 vasten haken
Toer 17: * haak 2 vasten, twee vasten samen haken* Herhalen (15 steken)
Toer 18: 15 vasten haken

Hierna volgen nog 3 toeren met Reliëfhalfstokjes, voor en achter. Dit doe je door de naald niet in het v’tje bovenop te steken, maar om de steek van de vorige toer. Je kunt dit ook zien op :http://youtu.be/epIP0OCm-iI

Toer 19, 20 en 21: * haak 1 reliefhalfstokje aan de voorkant, en 1 aan de achterkant* haak zo rond.

Afwerken, en klaar. Haak nog een ketting van lossen zodat ze niet kwijt kunnen raken.