Lust en liefde

Lust en liefde

‘Iemand die op haar 79ste weet dat ze aantrekkelijk wordt gevonden, beleeft seks op een andere manier’

In een huwelijk dat al 58 jaar duurt, is er voor seks vaak geen plaats meer. Maar bij Paul (83) en zijn vrouw flakkert het verlangen naar lichamelijk genot heel soms nog op.

De Morgen – Corine Koole – 15 september 2019

“Het was nieuwjaarsdag 2019. Mijn vrouw zat op de bank en keek naar het nieuwjaarsconcert. De avond ervoor waren we laat thuis gekomen van de nieuwjaarsviering bij onze kleinzoon, vermoeid en futloos hadden we een laat ontbijt gemaakt, en nu deed mijn vrouw zich tegoed aan de polkaklanken uit Wenen. Wij zijn bijna 58 jaar getrouwd. Ik ging naast haar zitten en droomde een beetje weg en dacht hoe fijn het zou zijn als we nu, hier, op deze comfortabele muziek konden klaarkomen. Een verrassende gedachte, die ik meteen weer wegduwde. In de slaapkamer was het overdag behoorlijk koud en bovendien stond daar geen tv.

En toch, naarmate ik langer naar de muziek bleef luisteren, groeide het verlangen. Ik liep naar boven, pakte twee matrasjes waar de kleinkinderen soms op slapen en nam ze mee naar beneden. Ik zette het beeld van de tv uit en de thermostaat flink hoger. Ik moest denken aan die andere keer dat ik iets dergelijks in mijn hoofd had gehaald, dat was nog in de tijd van de kolenkachel. We hadden strippoker gespeeld, mijn vrouw en ik, maar het was een fiasco geworden. De kachel was uitgegaan en wij zaten bibberend tegen elkaar aan. Dit keer zou het anders gaan. Ik deed de gordijnen dicht. Mijn vrouw moest zo langzamerhand wel een idee hebben van mijn bedoeling, maar ze vertrok geen spier. Er zijn vrouwen van 79 die nooit van hun leven op een nieuwjaarsdag op een matrasje in de woonkamer zouden gaan liggen, maar zo’n vrouw heb ik niet. Ik wist allang dat ze mee zou doen. Dat is het leuke aan haar, altijd in voor iets nieuws. Zonder commentaar sloeg ze me gade. Ze was benieuwd naar wat er komen ging, zag ik, ze had er vertrouwen in.


Toen alles klaar lag, trok ik mijn kleren uit en ging poedelnaakt liggen. Het was jaren geleden dat ik met zoveel aandacht seks gepland had. Nu was het zaak ook de rest van mijn plan zo goed mogelijk ten uitvoer te brengen.

Meestal gaat het bij ons zo: de een vraagt aan de ander: zullen we gezellig klaarkomen? En dan gaan we, meestal aan het einde van de middag, bij elkaar liggen en pakken de vibrator. Ik heb al heel lang geen erecties meer, ook viagra helpt niet meer. Maar orgasmen zijn er nog wel. En die zijn altijd heel plezierig. Mijn vrouw heeft gelukkig na al die jaren niets aan aantrekkelijkheid ingeboet. Haar gezicht is met het ouder worden misschien iets strenger geworden, maar haar billen, haar krullen en haar spiermassa lijken die van een jong meisje. Een half jaar geleden heb ik haar eens gevraagd of ik haar voldoende liet merken dat ze begeerlijk was. Ze aarzelde geen moment. ‘Ja, dat vind ik wel’, zei ze. Haar antwoord maakte me blij. Iemand die op haar 79ste weet dat ze aantrekkelijk wordt gevonden, beleeft seks op een andere manier dan iemand die daarover twijfelt. Hoe aantrekkelijker we elkaar vinden, hoe vaker we seks hebben en hoe vaker we seks hebben, hoe aantrekkelijker we zijn voor elkaar. Laatst zei ze in het voorbijgaan: ik heb voor jou mijn haar in een staartje gedaan, en dankbaar wierp ik een blik op haar onveranderd mooie hals.

Zachte verlangen

Nu begon ook mijn vrouw zich uit te kleden en kwam ze naast me liggen. Spanning was er niet. Wij hebben twee kinderen samen opgevoed, ­crisissen doorstaan, carrières opgebouwd en weer afgebouwd. Nu waren we vooral nieuwsgierig wat er zou volgen. Zij zal gedacht hebben, dit is jouw project, verras me maar.
­
En ik was me ervan bewust dat ik met grover geschut moest komen dan op andere dagen.

Met meer aandacht.

Ze houdt ervan als ik haar oorlelletjes kus, dat doe ik lang niet altijd, maar dit keer wel. Ik streelde haar lichaam en gaf haar kleine kusjes, ook daar was het al een tijdje niet van gekomen. Ze heeft weleens gezegd – nooit geklaagd – je moet iets romantischer zijn, dat vind ik fijn. Nu kuste ze mij terug en kneep in mijn ballen en raakte mijn tepels aan.

En opeens gebeurde het en werd ik weer die jongen van vroeger die een meisje versiert zonder de afloop te kennen, een jongen die ­probeert zijn vage verlangen om te zetten in een concreet plan, en zijn geluk beproeft. We mogen dan soms over van alles discussiëren, over hoe vaak er gestofzuigd moest worden ­bijvoorbeeld, maar nu was er pure harmonie. Niets verkeerds zeggen, niet nu iets te hard ­aanraken. In haar ogen kijken en peilen.
Na een paar minuten zo te hebben samen gelegen, zei mijn vrouw, zullen we de vibrator erbij pakken? En dat deden we. Acht minuten van begin tot eind duurde deze innige ervaring, langer niet. Na afloop waren de matrasjes ineens te hard. We pakten onze kleding van de bank, trokken die aan, ik gaf de muziek het beeld weer terug en samen luisterden we naar het slot van het concert. Toen zei mijn vrouw: ik ga maar eens koken.

In de maanden erop hebben we er nooit over gesproken. Niet uit preutsheid of schaamte, maar omdat vragen overbodig zijn na achtenvijftig jaar. Ook zonder woorden weet ik dat zij er evenveel plezier aan heeft beleefd als ik. Toch is het bij die ene keer gebleven. Het sublieme onverwachte laat zich niet herhalen. Niks erg. Het was al mooi om te merken dat ­resten van het zachte verlangen van vroeger er op mijn 83ste nog steeds zijn.”

Paul

Religieuze waanzin

Hoe en waar we kinderen kunnen inenten tegen religieuze waanzin

De Morgen – 14.09.2019
Door Nick de Clippel is filosoof en werkt als leerkracht.

Onderzoeksjournalistiek van de Nederlandse media NRC en Nieuwsuur bracht deze week een beeld van salafistische organisaties die via moskeescholen hun extreme leer verspreiden bij kinderen. “Dit is een wake-upcall, ook voor Vlaanderen”, klonk het in De Morgen (DM 12/9). Een paar papegaaiende nepprofeten — pardon my French — uit wier monden niets dan fanatisme, segregatie en onzin klinkt, waren zo oorzaak van nog maar eens een stortvloed aan goede ideeën om religieuze radicalisering in te dijken.

Een van die suggesties was om toch zeker de twee wekelijkse uren godsdienstonderwijs niet te halveren, wat de volgende regering misschien in haar programma zet. Een suggestie die overigens niet alleen van de moslims komt, maar ook van een aantal katholieke commentatoren die niet kunnen begrijpen dat er zelfs bij de CD&V mensen rondlopen die accepteren dat minder dan 10 procent van de bevolking nog echt katholiek is.

Allicht spelen verschillende (eigen)belangen een rol bij die stelling. Elke aanbieder van godsdienstonderwijs is immers tegelijk een organisatie die mensen jobs geeft, de eigen overtuigingen wil veiligstellen en geldstromen beheert. Maar laten we dat even terzijde houden.

Wie zich de vraag stelt hoe en waar we kinderen kunnen inenten tegen religieuze waanzin, moet nochtans niet ver zoeken naar een antwoord: de school. Een plichtvak waarin jongeren leren nadenken over de eigen religie, de andere overtuigingen en de plaats daarvan in de maatschappij is uiteraard geen garantie op wat dan ook, maar het is onmiskenbaar een stap in de goede richting. Dat vak komt dan best in de plaats van het bestaande levensbeschouwelijke onderwijs. Godsdienstonderwijs kan dan nog altijd facultatief aangeboden worden, buiten de schooluren.

Een tweede antwoord is controle. In de liberale democratie is vrijheid hoofdbekommernis, maar geen enkele vrijheid is absoluut. Vrijheid van vereniging wil niet zeggen dat men bij Schild en Vrienden om het even wat mag rondbazuinen, of dat in de sportclubs de lichamelijke integriteit van jongeren niet gegarandeerd moet zijn. We kunnen best een voorstel van bij de Nederlanders volgen en controle opleggen aan alle verenigingen die zich met onze kinderen bezighouden. Al onze kinderen. Geloof en het religieuze middenveld hebben niet zomaar een absoluut recht op de toekomst van de jongeren.

Garagemoskeeën

De salafisten zijn – begrijpelijk – de kop van Jut, maar het is een inschattingsfout dat problemen zich beperken tot een marginaal groepje van die strekking. Er is ook dat wat uit vrees voor beschuldiging van islamofobie vergeten lijkt: er was in het recente verleden al meermaals heisa rond wat verteld werd in islamlessen. Niet alleen in obscurantistische garagemoskeeën, maar ook in het reguliere onderwijs. Ik twijfel er niet aan dat veel islamleerkrachten alleen maar van goede wil kunnen beticht worden, maar het is een publiek geheim dat de gelijkheid van man en vrouw, de evolutieleer, homoseksualiteit en dergelijke meer op gespannen voet staan met de heilige boeken.

Hetzelfde geldt overigens ook voor de joodse scholen, terwijl de christelijke obediënties (katholieken, protestanten en anglicanen) – een zeldzame pilaarbijter niet meegerekend – wél bij de tijd zijn. Het punt is echter dat de overheid geen inspraak heeft in wat wel en niet verteld mag worden tijdens de levenbeschouwelijke lessen. Dat is een privilege van de vrijheid van onderwijs. Een garantie tegen onaanvaardbare religieuze indoctrinatie kan dus alleen gegeven worden tijdens een door de overheid ingericht plichtvak, zoals hierboven al aangegeven.

En neen, we worden niet overspoeld door horden kromzwaarden en de islamisering van de samenleving is een kwakkel, maar het is wel zo dat meer en meer kinderen koranschool lopen en dat een orthodoxe lezing van de Koran in opmars is en dat een minderheid altijd ‘the power to disrupt’ heeft. Bovendien willen we jonge moslims zoveel als mogelijk gelijke kansen bieden. Verplicht godsdienstonderwijs is daar sowieso niet het beste middel voor.

Nick de Clippel

BOEK: Vogelgids

Vogelgidsen kan je grosso modo in twee groepen verdelen: enerzijds zijn er de gidsen voor de diehards, waarin de ongeveer 530 vogelsoorten van Europa worden beschreven aan de hand van tekeningen, anderzijds die voor beginners, meestal geïllustreerd met foto’s.

Debuterende vogelkijkers hebben vaak moeite om in hun gids de vogelsoort terug te vinden die ze tijdens hun wandeling gespot hebben. Deze veldgids is anders. Aan de hand van schitterende foto’s behandelt hij de 192 regelmatige broedvogelsoorten van België en Nederland, gerangschikt volgens lichaamsgrootte.

Dankzij fijne pijltjes vind je in één oogopslag de karakteristieke kenmerken terug van elke vogel. De ideale compagnon de route dus voor elke vogelkijker, wandelaar en doorsnee natuurliefhebber.

https://www.standaard.be/cnt/dmf20190910_04601410?_section=60190892&utm_source=standaard&utm_medium=newsletter&utm_campaign=krantenkoppen&adh_i=dddb289286a3ccee862a43b152eba115&imai=&M_BT=37861881530

Tuin: Appelen en peren

“Wie het kleine niet eert is het grote niet weerd”, luidt het spreekwoord. Zowel de appelboom als het perenboompje staan er nu twee jaar en dit is de opbrengst, net genoeg om eens van te proeven wat de perenboom betreft en een kilootje appels (Elstar).

Ook voor de vogels is er bijna een oogst, want de sierappeltjes beginnen te blozen.

Zelfmoordgedachten

Omgaan met zelfmoordgedachten

Bron: gezondheid.be – 13 augustus 2019

Do’s

Let op voor signalen

Wanneer je aan zelfmoord denkt, heeft dit vaak ook een impact op je gedrag. Wees daarom alert voor veranderingen in je gedrag die kunnen wijzen op zelfmoordgedachten, zoals bijvoorbeeld slecht slapen, minder onder de mensen komen, niet kunnen concentreren op werk of school, veel piekeren ook over zelfmoord, meer alcohol drinken en/of roken of geen zin meer hebben in dingen die je anders leuk vindt.

Zoek afleiding

Soms kan het helpen om je gedachten proberen te verzetten en te vermijden dat je begint te piekeren. Bijvoorbeeld door elke avond een wandelingetje te maken met de hond, naar een film te kijken, een uitgebreid bad te nemen, te sporten of ontspanningsoefeningen te doen. Je kan ook met anderen dingen gaan doen zonder dat je hoeft te spreken over je gevoelens. Bijvoorbeeld met Jan tegen een balletje gaan trappen op het pleintje, met Mia een terrasje doen, met Jef naar de voetbalmatch of met mama op bezoek gaan bij oma.

Praat erover

Hoewel het erg moeilijk kan lijken om met iemand te praten over zelfmoordgedachten, kan dit wel het verschil maken. Je kan praten met iemand uit je omgeving, zoals een vriend, familielid, leerkracht, collega of je huisarts. Als je niet durft praten met een bekende, kan je ook contact opnemen met de anonieme hulplijn Zelfmoordlijn 1813.

1813 is het noodnummer dat je dag en nacht kunt bellen, 7 dagen op 7, om te praten over je zelfmoordgedachten. Je gesprek is volledig gratis en anoniem, of je nu met je gsm, vaste telefoon of vanuit een telefooncel belt. Het nummer verschijnt zelfs niet op je telefoonrekening.

Iedere avond kunt u ook online chatten van 19u tot 21u30.

Zoek hulp

Alleen met je zelfmoordgedachten blijven zitten is geen goed idee. Weet dat je altijd hulp kan inschakelen, zowel in je omgeving als bij professionele hulpverleners.

Zelfmoordlijn 1813
Jouw huisarts of huisarts van wacht: www.huisarts.be
Noodnummer: 112
Antigifcentrum: 070/245245

Maak een houvast-kaartje Soms lijkt een situatie zo uitzichtloos dat je niet weet wat je nog kan doen. Op zo’n moment kan een houvast-kaartje steun geven. Op dit kaartje kan je schrijven wat je tot rust kan brengen in een crisissituatie en wie je eventueel kan contacteren in geval van nood.

Don’ts

Vermijd alcohol en drugs

Stimulerende en verdovende middelen kunnen de drempel tot zelfmoord verlagen omdat ze je relativeringsvermogen aantasten en je impulsiever of agressiever kunnen maken.

Zoek geen gevaarlijke plaatsen op

Beperk zo veel mogelijk je toegang tot plaatsen waar je zelfmoord kan plegen. Zorg dat je zo weinig mogelijk alleen bent en zoek afleiding.

Sluit jezelf niet op

Zorg dat de nooddiensten of andere hulpverleners makkelijk bij jou kunnen geraken als het nodig is.

“Ik dacht aan zelfmoord. Ik belde jullie. Ik kreeg een vrouw aan de lijn. Dezelfde vrouw die mijn leven gered had een tijdje terug. Ik bedankte haar. Omdat ik nog leef. Op dat moment leek er niemand te zijn, en zij … was er. Ze luisterde. Ze moedigde me aan. En ik …. heb mijn leven in handen genomen en sta nu op een punt van een heleboel positieve veranderingen. Ik koos voor het leven.”

SOS Mezen!

36 verschillende pesticiden in dode mezen

Een grootschalig onderzoek naar de oorzaak van de massale mezensterfte door Velt en Vogelbescherming Vlaanderen levert een schokkend resultaat op: maar liefst 36 verschillende pesticiden werden teruggevonden in de dode meesjes. Erger nog, vooral DDT werd gevonden, nochtans verboden sinds 1974 in België.

Velt en Vogelbescherming Vlaanderen zijn verrast door het hoge aantal pesticiden in lichamen van dode mezen. “In totaal troffen we 36 verschillende pesticiden in 95 mezennesten aan’, zegt Geert Gommers, expert pesticiden bij Velt. ‘Dat is zorgwekkend. Vooral omdat de mezen hoogstens 2 weken oud waren en nog nooit buiten de nestkast waren geweest.”

DDT massaal aanwezig

“We vonden zowel fungiciden (tegen schimmels), herbiciden (tegen onkruid), insecticiden (tegen insecten) als biociden terug. Opmerkelijk is dat we in 89 van de 95 onderzochte nesten DDT ontdekten.Het gebruik van dit insecticide is sinds 1974 officieel verboden in België. ‘Dat DDT na al die tijd nog steeds in onze omgeving aanwezig is, is zorgwekkend.”

Weinig nesten zonder pesticiden

“We worden niet blij van deze resultaten”, gaat Geert Gommers verder. “Vooral omdat in bijna alle nesten één of meerdere pesticiden aanwezig zijn.’ In amper 4 van de 95 onderzochte nesten vonden Velt en Vogelbescherming Vlaanderen geen pesticiden terug. ‘In één nest vonden we een mix van 2 insecticiden en 6 fungiciden terug.”

Invloed van de buxusmot?

Via dit onderzoek wilden Velt en Vogelbescherming Vlaanderen onder meer nagaan of er residuen van pesticiden terug te vinden zijn in gestorven mezenjongen. ‘Of de bestrijding tegen de buxusmot invloed heeft op mezensterfte is met deze cijfers moeilijk te zeggen. Hiervoor is verder onderzoek nodig. Wel vonden we in de mezenlichamen stoffen terug die gebruikt worden in de bestrijding tegen de buxusmot. Ook pesticiden waarbij voor vogels het risico als ‘Hoog’ beoordeeld wordt (cf. Pesticides Properties DataBase – PPDB) vinden we terug in de dode mezen,’ zegt Inge Buntinx, bioloog bij Vogelbescherming Vlaanderen.

Waarom dit onderzoek?

In 2018 kregen Velt en Vogelbescherming Vlaanderen beduidend meer meldingen van ongeruste burgers. Jongen van kool- en pimpelmezen lagen dood in de nestkast. Terzelfdertijd veroorzaakten rupsen van de buxusmot veel schade in tuinen, waarop bestrijdingsmiddelen werden ingezet om dit probleem aan te pakken. Is er een link tussen beide? Velt en Vogelbescherming Vlaanderen besloten om in het voorjaar 2019 dode mezenjongen te laten testen op de aanwezigheid van pesticiden.

Met de financiële steun van honderden mensen startten Velt en Vogelbescherming Vlaanderen een citizen science project op. 1101 mensen die een nestkast of nestje met dode mezenjongen in zijn tuin aantroffen, melden dit via deze website www.sosmezen.be. De dode meesjes werden vervolgens opgehaald en bezorgd aan een gespecialiseerd labo waar de mogelijke aanwezigheid van pesticiden onderzocht werd.

Met de steun van duizenden burgers

Het onderzoek SOS Mezen was niet mogelijk geweest zonder de steun van honderden bezorgde burgers. We bedanken alle 1101 mensen die via www.sosmezen.be dode jongen van kool- en pimpelmezen meldden. Onze dank gaat ook uit naar de vele vrijwilligers voor het overbrengen van de dode mezenjongen naar het labo. Tot slot was dit onderzoek enkel mogelijk dankzij de financiële steun van vele, vele donateurs. Bedankt!

Bron: Velt – 12.09.2019

Ik had deze zomer twee nesten in mijn tuinen: pimpelmezen en koolmezen. Van beiden zijn de jongen uitgevlogen.

Momenteel zitten er pimpelmezen, koolmezen en kuifmeesjes in de tuin en vandaag heb ik ook, nu de zomer voorbij lijkt, het eerste roodborstje gespot.

 

Vandaag de dag: Kind en Gezin

Kind en Gezin bestaat honderd jaar
“Vergiftigt uw kind niet door het eene fopspeen te geven”

De Standaard – 12.09.2019

Honderd jaar geleden werd de voorloper van Kind en Gezin opgericht. Andere tijden, andere raadgevingen, blijkt uit een vergelijking van een kindboekje uit 1930 met de tips die vandaag worden gegeven. Al blijven enkele heilige huisjes overeind.

Toen: Vergiftigt uw kind niet door het eene ­fopspeen te geven
Nu: Gebruik een fopspeen bij voorkeur alleen voor het slaap- en bedritueel
Kind en Gezin is nog altijd niet de grootste voorstander van fopspenen, maar ziet ze niet langer louter als vergif. ‘Een fopspeen wordt bij borstvoeding eerder afgeraden tot de melkproductie goed op gang is en de borstvoeding goed verloopt.’
‘Kinderen jonger dan één jaar die fopspeenzuigen, hebben meer kans op middenoorontstekingen’, is het ­advies. Maar ook: ‘Fopspeenzuigen is sowieso een betere optie dan duimzuigen.’

Toen: Te veel gespannen kleederen zijn ­nadeelig voor den groei van het kind
Nu : Kies voor losse, ­comfortabele kledij. Die ­belemmert de ­bewegingsvrijheid van een kind niet en maakt het aan- en ­uitkleden makkelijker
Kind en Gezin is nog altijd geen fan van een te strakke outfit voor een baby. ‘Wij ­raden nog altijd ruimzittende kleertjes aan. Bij voorkeur body’s met een grote halsopening. We vragen ook erop te letten dat sokjes niet te hard spannen rond de voeten’, zegt woordvoerder Marie De Clercq.
De organisatie heeft nu nog heel wat adviezen. Zo raadt ze aan geen synthetische kleertjes te kopen. En kleertjes met grote prints bevatten vaak een gevaar­lijke kunststof.

Toen: Geeft het kind ­iedere dag een bad
Nu: Geef een baby regel­matig een bad
‘Je hoeft het kindje niet ­dagelijks van kop tot teen met zeep te wassen. Dat kan de huid uitdrogen en irritatie veroorzaken’, klinkt het. Maar dat wil niet zeggen dat je je baby niet dagelijks mag wassen. ‘Gebruik bij voorkeur water en reinigende ­babyolie, dat houdt de huid soepel.’

Toen: Weest altijd zeer zindelijk. Vervangt ­dadelijk de natte luiers door drooge
Nu: Ververs de luier bij ­elke voeding – zowel overdag als ’s nachts – en zeker na iedere ontlasting
Hét verschil met honderd jaar ­geleden: de uitvinding van de wegwerp­luier. Al raadt Kind en Gezin ook nog altijd herbruikbare luiers aan.

Toen: Wiegt uw kind nooit
Nu: Wiegen, het kind in de armen ­nemen, is een goede methode om het kind te troosten
‘Toch als dat wiegen zachtjes gebeurt’, klinkt het. ‘Want schudden is schade. Een tip: maak het kindje niet gewoon aan het wiegen. Want als het daar te afhankelijk van wordt, zal het misschien onrustiger zijn als het niet gewiegd wordt of wordt troosten door te wiegen moeilijker.’

Toen: De beste melk is de moedermelk. ­Trouwens, het moederlijk zoogen is tevens ­voordeelig voor uzelf
Nu: We raden exclusieve borstvoeding gedurende de eerste 4 à 6 maanden aan. Bijvoeding met (suiker)­water of kunstvoeding wordt afgeraden, ook tijdens de eerste levensdagen
‘Ook nu kiezen we voor moedermelk boven kunstmelk. Hoe langer borstvoeding gegeven wordt, hoe ­groter het gezondheidsvoordeel voor moeder en kind.’