Greta Thunberg

Mocht ik de moeder of grootmoeder van Greta Thunberg zijn, ik zou me zeer veel zorgen maken

De Morgen – Tessa Vermeiren – 25.09.2019
Tessa Vermeiren is journalist met rust.

Is ze een kind? Is ze een opgroeiende vrouw? Greta Thunberg is klein, ze ziet er erg fragiel uit. Greta’s boze stem en haar boodschap lijken echter vanuit een bron buiten haarzelf te komen. Haar betoog overstijgt het kind dat ze nog lijkt. Ze weet zich beladen met een ‘missie’: de wereld redden. Ze is ervan overtuigd dat we zonder haar kruistocht ten onder gaan.

Als ze kon, zou ze met haar blik Trump neersabelen als hij haar passeert in de wandelgangen van het gebouw van de Verenigde Naties, ze kapittelt de verzamelde wereldleiders met schelle stem in New York. Daartoe geïnviteerd door de secretaris van de Verenigde Naties, die haar verontwaardiging nuttig vindt om een dringende agenda nog meer urgentie te geven.

Onmiskenbaar is Greta Thunberg een mediafenomeen, een symbool dat door velen ook gretig wordt gebruikt in de strijd om bewustwording over de alarmerende fase waarin we ons bevinden in de evolutie van onze planeet. Die strijd is echter veel groter dan zij zelf kan zijn met haar 16, bijna 17 jaar.

Jonge vrouwen met een dwingende missie zijn er meer geweest in de geschiedenis. Ze groeiden uit tot symbolen en werden als dusdanig vereerd. Maar ze zijn ook aan hun missie ten onder gegaan.

Jeanne d’Arc

In de Franse middeleeuwen was Jeanne d’Arc (1412-1431) zo’n symbool. Vorsten kregen wel vaker ‘goddelijke boodschappen’ via volksmensen. In dit geval kwamen Jeanne en haar boodschap de Dauphin goed uit. Dappere Jeanne, was heel waarschijnlijk niet de stratege die men van haar gemaakt heeft, maar eerder een soort vertrouwen wekkende goddelijke banier, ze stelde de troepen gerust en vuurde hen aan in gevechten.

Voltaire noemde haar een paar eeuwen later ongenadig een ‘idiote’. Desalniettemin werd Jeanne eeuwen nadien een Frans nationalistische symbool.

Van hetzelfde kaliber was Catharina van Siena (1347-1380), een mystica die het als haar opdracht zag de Paus weer van Avignon naar Rome te jagen. Ze kon heel kwaad worden en met haar ‘Voglio’, ik wil het, iedereen doen buigen.

Als zevenjarige was ze al geobsedeerd door het lijden van Christus. Van haar dertiende tot haar negentiende leefde ze als kluizenaar in een bezemkast. Ze correspondeerde met kerkelijke en wereldlijke gezaghebbers over haar visie op de wereld. In 1376 reisde ze naar Avignon, waar ze Paus Gregorius XI door haar donderpreken zo ver kreeg dat hij naar Rome trok.

De grens tussen vermeende heiligheid (mystiek) en hysterie is zeer dun. Lara Fritzsche, een Duitse psychologe en journaliste, die rond dit thema uitvoerig onderzoek deed noemde Jeanne en Catharina ‘Hungerkünstlerinnen’. Met hun hongeren wilden ze bewijzen dat ze niets met de vreselijke echte wereld te maken wilden hebben, dat ze die alleen zouden aanvaarden als ze hem konden veranderen. Ze hadden allebei een ‘dwingende’ missie van hun god gekregen en wilden die te allen prijs verwezenlijken. Ze stierven beiden jong, de ene op de brandstapel, de andere verzwakt door haar hongerkuren en haar ‘mystieke’ ervaringen.

Dat de vergelijking met Jeanne en Catharina niet helemaal opgaat mag ik hopen, we leven niet in de duistere middeleeuwen. Maar het ‘redden’ van een land, een paus, het klimaat, het blijven veel te zware taken om op je schouders te nemen als je zo jong bent. De dreiging er zelf onder te bezwijken, terwijl de omstanders je toejuichen, is bijzonder groot.

Het verbijstert mij hoe de adulatie voor zo’n jong meisje als Greta Thunberg de wereld in haar greep heeft. Dat velen in haar voetspoor meelopen om alarm te slaan voor de teloorgang van het klimaat is begrijpelijk en overgaan tot actie is noodzakelijk.
Maar het is verbazingwekkend dat de aanbidding zo ver gaat, dat kritische bijgedachten niet meer getolereerd worden, niet meer geopperd mogen worden.

Zelfkastijding

De geur van heiligheid die rond dit meisje hangt. De zelfkastijding van dit kind dat een jaar niet meer naar school gaat, de wereld afreist op een niet comfortabele manier. De woede, maar ook de angst en pijn in haar ogen wanneer ze met vertrokken gelaat iedereen kastijdt. De onechtheid ook van al dat daverende applaus in de cenakels van de macht waar ze wordt uitgenodigd. Dat alles stemt tot nadenken.

Wat doet dat allemaal met de persoon Greta Thunberg? Ik ben er nogal zeker van dat ze niet ‘geniet’ van de roem maar dat ze er onder lijdt, evenveel en misschien zelfs nog meer dan onder haar scherpe bewustzijn van wat er misloopt met de wereld.

Zij heeft het op zich genomen om voor de wereld te zorgen, maar wie zorgt voor Greta Thunberg? Behalve wanneer ze omringd wordt door leeftijdsgenoten, valt me altijd haar fysieke eenzaamheid op, alsof ze rondwandelt in een onzichtbare glazen kooi.

Zoals iemand op FB al schreef ‘mocht ik haar moeder of haar grootmoeder zijn, ik zou mij zeer veel zorgen maken’.

Tessa Vermeiren

En ook:
https://sanctorumblog.wordpress.com/2019/09/27/gretas-grote-visionaire-pukkelpreek/?fbclid=IwAR0e457IOpvLplkaep1664jOdhdo4PumBm3wRgvi8_nfJoy3TM8DE8WKHRc

D-Day!

– Vandaag, 25 september 2019, wordt mijn kleinzoon geboren.

– Om 7u15 moeten Audrey en David morgenvroeg in het UZ Gasthuisberg te Leuven zijn.

– David heeft mij beloofd dat ik de primeur krijg wat de naam betreft.

– Om 10.28 berichtje van de papa:

“Op 25 september 2019 om 8.59 te Leuven is Reinaert Jean Joly geboren. Operatie is vlot verlopen en baby is kerngezond. Hij drinkt al flink aan de borst, en mama is zachtjes aan het herstellen. Reinaert als product van de Vos-delle en Jean naar zijn grootvader. Xxx”

– Om 11.41:

“Hij weegt 3,520 kg en is 50 cm groot. Buikje is rond en ligt nu te slapen.”

– Om 12.39: – Om 20.10


https://nl.wikipedia.org/wiki/Van_den_vos_Reynaerde

De vos

Ik heb vannacht
de vos gehoord,
en ik wist,
er is hier nog iets aanwezig
wat niet stuk te krijgen is,
en dat gaf mij een veilig gevoel.

Micheline Baetens – 31 maart 2014

http://www.reynaertgenootschap.be/files/boekje%20Van%20den%20Vos%20Reynaerde.pdf

Geen daden maar woorden

Cyrano de Bergerac in tijden van Tinder
Geen daden maar woorden

De Standaard – Joke Van Caesbroeck

Kan je verliefd worden op iemand die je nog nooit hebt gezien, op basis van wat hij of zij aan jou schrijft? Noem het het Cyrano-syndroom: het verhaal van Cyrano de Bergerac en Roxane, maar dan in het chattijdperk.


Parijs, 1640. Cyrano de Bergerac is dichter, soldaat in het Franse ­leger, in het bezit van de lelijkste neus ter wereld en heimelijk verliefd op zijn nicht Roxane. Wanneer zij hem vertelt dat ze houdt van Christian de Neuvillette, een soldaat in Cyrano’s regiment, belooft Cyrano haar om hem te beschermen tijdens de oorlog. Aan Chris­tian belooft de dichter hem te helpen om de mooie Roxane voor zich te winnen. Hij schrijft prachtige liefdesbrieven naar zijn nicht, en laat de brieven door Christian ondertekenen. Wanneer Christian en Roxane elkaar ontmoeten, is het Cyrano, verstopt onder het balkon van zijn nicht, die Chris­tian de juiste poëtische woorden influistert. Na talloze brieven geeft Roxane aan Christian toe dat ze niet meer op zijn uiterlijk valt, maar verliefd is geworden op zijn ­innerlijk. Cyrano zwijgt.

Gent, 2017. Tot diep in zowat elke nacht chat ik met een schrijver uit Nederland. We hebben elkaar nog nooit gezien. We bestaan voor elkaar op lichtgevende schermen, waar onze woorden en zinnen elkaar kruisen en waar we elkaar schijnen te begrijpen.

We typen wat we luidop nooit zouden zeggen. De diepste gedachten, de grofste moppen. We gebruiken geen smileys. Pas wanneer we elkaar een hele tijd later voor het eerst zien, beseffen we dat we al lang daarvoor verliefd waren geworden. We moesten er alleen nog achterkomen of dat op elkáár was, of op de woorden en zinnen die we schreven náár elkaar.

Kunstmatig beeld

Het toneelstuk over Cyrano de Bergerac, in 1897 geschreven door Edmond Rostand en later ook verfilmd, is een legendarisch liefdesverhaal. Licht moraliserend ook: niet het fysieke telt, maar wie je bent, hoe je denkt. Doorgaans loopt er bij het lezen of horen van dergelijke zogenaamde levenslessen een beetje overgeefsel mijn mond in. Ik ben een grotere fan van de levensles van mijn grootmoeder, die altijd zegt: ‘Op een vent moet je kunnen kijken’. Maar het moet gezegd: iemand die je nog nooit ontmoette, nog nooit zag bewegen, nog nooit rook en wiens stem je nog nooit hoorde, kan je liefde winnen. Met tekst. Dat ondervond ik – niet aan den lijve dus – twee jaar geleden. En aan het begin van deze zomer gebeurde het nog eens. Deze man heb ik tot op heden nog niet gezien. Hij bestaat alleen in mijn hoofd, en ik alleen in dat van hem. We ­creëerden een versie van elkaar, een kunstmatig beeld. Eén dat door de realiteit alleen maar kan worden kapotgemaakt.

Want ziedaar het gevaar. Het is als die reis die je maanden voorbereidt en waar je je zoveel van voorstelt en die, eens ter plaatse, toch iets minder voorstelt. Als het huis waar je jezelf al in zag wonen, tot je het gaat bezichtigen en de functie van de groothoeklens genadeloos tot je doordringt. Niemand praat zoals hij schrijft. Niemand ís wat hij schrijft. Met dat besef kun je twee kanten op. Of je beslist het beeld het beeld te laten, vrede te nemen met het platonische. Of, wanneer de hoop het wint van de angst voor ontgoocheling: je neemt een risico.

1655, Parijs. Roxane, een nonnetje in­tussen, rouwt om Christian die omkwam in de oorlog. Cyrano bezoekt haar wekelijks. Wanneer hij met een zware hoofdwonde, voor zijn grote liefde verstopt onder een hoed, een laatste keer bij Roxane langsgaat, vraagt hij of hij Christians laatste brief mag lezen. Hij weet dat Roxane die altijd bij zich draagt. Vervolgens zegt hij de brief, in het donker, uit het hoofd op. Roxane begrijpt ineens alles. Cyrano ontkent, dicht zijn laatste verzen luidop en sterft. Tragisch, maar mooi.

Tinder-bio

Geen stapels brieven meer anno 2019. Wel een telefoon. Of een laptop. Sms’en, Whatsapp-berichten, e-mails. Maar waar het tegenwoordig dikwijls allemaal begint: Tinder. Daar waar je je mooiste foto’s uploadt, maar waar je ook een korte tekst ter introductie van jezelf kan neerschrijven. De Tinder-bio. En natuurlijk, natúúrlijk kijken wij met zijn allen eerst naar de foto’s. Want mijn grootmoeder heeft natuurlijk, natúúrlijk gelijk. Maar dan mag een man er nog zo aantrekkelijk uitzien, wanneer er in de Tinder-bio een dt-fout staat, gevolgd door ­zeven smileys of een inspirational quote, dan veeg ik die knappe smoel naar links. Voor mensen die de app nog nooit van dichtbij zagen: naar links is slecht nieuws.

U kunt zich niet inbeelden hoeveel mannen van het leven genieten, samen nieuwe dingen willen ontdekken, wel al twee ­kiddo’s hebben, wanderlustig zijn en tevens ­lovers van van alles en nog wat, meestal van koffie, food en animals. Om van in slaap in te vallen. Hier en daar doet iemand een, ­bedoelde of niet bedoelde, tamelijk entertainende poging. ‘Op dit moment ben ik voornamelijk bezig met mijn ezels, maar ik wil ook wel tijd maken voor jou.’ Of: ‘Ik ben 1,62 meter maar ik geniet van de kleine ­dingen in het leven.’ En héél af en toe schrijft iemand iets waardoor ik voorzichtig naar rechts veeg.
Gent, 2019. Het is eind juni. Ik veegde naar rechts en chat met een man die lees­tekens gebruikt, smileys bant en me – foutloos – durft tegen te spreken. Er volgen pittige gesprekken. Na een week al de twijfel. Of we elkaar wel moeten ontmoeten, of we dan nog wel gaan kunnen dromen, fantaseren. Of we elkaar dan nog wel gaan schrijven.

We stellen uit. We wachten. We blijven schrijven. We maken ruzie. We verlangen. Eind augustus het besef dat we te lang wachtten. Halverwege september de aanvaarding. We zullen elkaar nooit zien. We zullen alleen blijven bestaan in elkanders droomwereld. We laten het beeld het beeld.
Tragisch, maar mooi.

Joke Van Caesbroeck

Omdat woorden

Omdat woorden
tekort schieten,
zijn er
de aanraking,
de streling,
de kussen,
en de beving
van het vrijen,
en het klaarkomen
in elkaar.

Micheline Baetens – 09.07.2018

TUIN: Herfst op het terras

De eerste herfstdag 2019 op mijn terras.

Dit is mijn lievelingsroosje, want je hebt er bijna het ganse jaar geniet van en ze vragen geen onderhoud of vakmanschap om ze te snoeien.

‘The Fairy’ (de fee) roos is een zeer gemakkelijke miniatuurroos overladen met kleine roze gevulde bloempjes. Het blad is glanzend en verkleurt naar geel in de herfst. De struikjes mogen in het voorjaar met 1/3 ingekort worden want dit bevordert de bloei. Rosa ‘The Fairy’ is bovendien zeer ziekteresistent.

In de nieuwe bakken heb ik naast de eerder geplante winterjasmijn, nu ook wat vaste plantjes bijgeplant die zich qua bloei afwisselen gedurende de seizoenen: grasanjer, elfenbloem en leliegras. Voor de naam alleen al zou je ze kiezen, lijkt wel een sprookjesterras te worden.

Dit is één van de mooiste periodes van het jaar, het nazomertje van Sint Michiel. Meestal is dat rond 29 september. Dus misschien nog een nazomertje in oktober, maar dat is nog eventjes afwachten. Regen is anders ook wel welkom!

Je innerlijke criticus

Als het gonst in je hoofd
Hoe tem je de innerlijke criticus?

De Standaard – 22.09.2019

Niets durven te beginnen omdat je toch de mist in zult gaan. Blijven malen over een fout. Jezelf bestoken met strenge stemmen in je hoofd. Herkenbaar? De innerlijke criticus dwarsboomt ons vaker dan we willen, zelfs op momenten dat we dat niet eens beseffen. Psychotherapeut Wilfried Van Craen en schrijfster Isabelle Rossaert weten hoe ze hem om de tuin kunnen leiden.

Toen ik gisteren ging wandelen met mijn nogal kleine hond, was ik diep in gedachten verzonken. Er woont blijkbaar een olijke deejay in mijn hoofd die maar blijft doorratelen, en tussendoor onnozele liedjes afspeelt (Klein konijntje Pinkie, o-o lief klein konij-ijntje). Zo kwam het dat ik te laat zag hoe drie honden vanop hun erf op ons af stormden. Vanuit de diepte van hun enorme lijven klonk een gegrom, en al snel begon mijn hond terug te grommen: die heeft werkelijk geen idee van zijn formaat.

Weg waren daarna de zachte mijmeringen, klein konijntje Pinkie en de deejay. Toen ik mijn hond optilde, wegwandelde en bad dat de hellehonden de achtervolging zouden stopzetten, zat in mijn hoofd een schoolmeestertje te dreinen. (Waarom let je niet beter op? De hond had dood kunnen zijn. Dat is nu eens altijd hetzelfde.)

Ik ken die stem, al lang. U kent ze ongetwijfeld ook. Het is de innerlijke criticus die ons vertelt dat we losers zijn. Hij blokkeert ons als we aan iets nieuws willen beginnen, duwt ons de dieperik in na een mislukking. Hij vertelt ons dat we hoe dan ook nooit aan de verwachtingen zullen voldoen. (Kunnen ze jou nu werkelijk niks toevertrouwen? Zelfs niet één klein hondje? Geen wonder dat je geen deftige job hebt.)

Hoe ben ik hier geraakt?

‘Pure terreur’, noemt psychotherapeut en seksuoloog Wilfried Van Craen het. Hij kan terugblikken op veertig jaar als therapeut, en een van de thema’s die vaak terugkomen in zijn praktijk en zijn cursussen, is hoe makkelijk wij onszelf de vernieling in piekeren. Dag in, dag uit – ongeveer de helft van de tijd – spoken er gedachten door ons hoofd, zo schrijft hij in zijn pas verschenen boek Weet u, ik heb het ook niet gemakkelijk. Soms zijn dat prettige mijmeringen, maar vaak zijn we ons leven aan het evalueren: random episodic silent thinking about one’s life. En als dat op dat moment niet loopt zoals we hadden gehoopt, dan zal de innerlijke criticus ons vertellen dat het allemaal beter zou zijn – als we maar (een beetje beter ons best deden, slanker waren, slimmer waren, grotere honden hadden).‘Soms ben je je ervan bewust dat die criticus weer aan het werk is’, zegt Van Craen.

‘Maar een aantal jaren geleden stootte ik tijdens mijn research op het default mode network. Dat is een netwerk van hersengebieden dat actief wordt op momenten dat je je geest de vrije loop laat. Onderzoekers vroegen aan mensen die in een hersenscanner gingen om aan niks te denken, en ze stelden vast dat er al snel hersenprocessen ontstonden die zeer analoog waren met piekeren. Toen men dat verder uitzocht, bleek dat mensen vaak piekerden op momenten dat ze dachten dat ze ontspanden.’

We doen het tijdens het wandelen, voor de tv, of in de auto. Mobiliteitsorganisatie Touring vertelt ons in een nieuwe campagne wel dat we ons niet mogen laten afleiden achter het stuur, omdat al dat sms’en, zingen, lachen en het kussen van geliefden onderweg levensgevaarlijk kan zijn. Alleen: je wilt ze natuurlijk de kost niet geven, de mensen die plots met hun auto op het werk aankomen. Geen idee wat er gebeurd is tussen vertrek en aankomst, ze waren de hele rit compleet wég. Weggegleden in de rumoerige vergaderingen in hun hoofd.

Vaak zitten we dan te piekeren over de kloof tussen het leven dat we leiden – het werk, het huis, de geliefden – en alle normen die ons ooit zijn opgelegd. Vroeger kwamen die normen vooral uit het dorp, de cultuur, via de school, de ouders en de kerk. Op je 25ste moet je van straat zijn. Een vrouw cijfert zich weg voor haar kinderen. De zondag is de dag des heren. Van masturbatie word je doof en blind. Vandaag is het vooral het arbeidsethos van de neoliberale samenleving: willen is kunnen, goed is niet goed genoeg. Van Craens ouders leerden hem als vijftienjarige ook dat je hard moet werken om er te geraken. ‘Dat hebben ze met de beste bedoelingen gedaan, maar die normen hebben wel een vervaldatum. Doe eens uw best, zorg dat je niet opvalt, zie dat je de eerste bent. Als je die ideeën nog volhoudt op je veertigste, dan zul je daar wellicht niet heel gelukkig van worden.’Schilderen op cornflakesdozen

De innerlijke criticus beteugelen en de ideeën loslaten over hoe het hoort: het moet zowat de dagelijkse worsteling zijn van elke kunstenaar, schrijver, van elk buitenbeentje – mensen die elke dag weer het gevoel hebben dat ze in hun onderlijfje staan en van nul moeten beginnen. Ook Isabelle Rossaert kent die criticus maar al te goed. Als schrijfster, als coördinator van SchrijversAcademie, en als schrijfdocente. Met The Artist Way, een programma dat werd bedacht door schrijfster Julia Cameron, begeleidt ze mensen die een nieuw pad willen inslaan, en helpt ze hen omgaan met hun twijfels en de reacties van anderen.

‘Ik ga ervan uit dat we in ons hoofd verschillende kamers hebben, en dat de innerlijke criticus er daar eentje van inpalmt’, zegt ze. ‘Dat is prima, zolang die niet in alle andere kamers komt en schreeuwt: je bakt er niks van, wat gaan de mensen ervan denken? De kunst is om die criticus op het juiste moment toe te laten. Hij helpt ons te oordelen over wat we doen. Maar als hij te vroeg komt, op een moment dat we nog aan het zoeken zijn, blokkeert hij ons. De basis van The Artist Way is net dat we omringd zijn door eindeloos veel mogelijkheden, en dat we die pas kunnen gebruiken als we onbevangen zijn. Als je iets wilt creëren en je bent niet bestand tegen de gedachte dat het in het begin misschien nog op niks trekt, dan stop je gewoon.’

Om de innerlijke criticus lang genoeg het zwijgen op te leggen, hanteert The Artist Way twee technieken. Met de eerste, de ochtendpagina’s, geef je jezelf de afspraak dat je elke ochtend drie pagina’s schrijft. Het maakt niet uit waarover: het is toch niet voor publicatie. ‘Bullshitschrijven, zo noem ik het. Je zet je innerlijke criticus dan in de hoek. Je zegt: jij bent nu nog niet aan de beurt. Ik vind het een fantastische training voor iedereen die creatief in het leven wil staan.’

Een tweede techniek is the artist date: elke week verken je iets wat je interesseert, iets wat je prikkelt om te spelen, te experimenteren en helemaal op te gaan in de flow. ‘Het is typisch zo’n activiteit waarbij je gaat neuriën’, zegt Rossaert. Zelf tekent ze sinds kort met pastelkrijtjes, op stukken karton die ze uit cornflakesdozen knipt. Het helpt haar om te experimenteren – wie neemt er nu een cornflakesdoos ernstig? ‘Je traint jezelf om je oordeel nog even uit te stellen. Iets gelijkaardigs doe ik als ik aan een roman werk. Ik schrijf eerst met de hand, zodat ik alles later nog moet overtypen. Dat geeft me de ruimte om te zeggen: het is nog niet definitief.’

Wat Isabelle Rossaert vooral probeert, is de innerlijke criticus ook wat op te voeden, zodat hij de juiste taal spreekt. ‘Niet: het trekt op niks. Wel: dit zijn de punten waarop het nog beter kan.’ Het is een vorm van mildheid voor jezelf, die ook Wilfried Van Craen bepleit: ‘Zeg tegen jezelf wat je tegen een goede vriend zou zeggen.’

Welkom, maar ik heb nu geen tijd

Het probleem is niet zozeer dat de criticus er is, wel dat we geloven wat hij ons vertelt. Het was voor Wilfried Van Craen een eyeopener toen hij ontdekte dat wij ons vaak zo ellendig voelen door de constructies die we maken in ons hoofd, en dat je ook anders naar de werkelijkheid kunt kijken. Dat was 25 jaar geleden, op het moment dat hij aan de slag ging met de cognitieve psychologie: ‘Ik zag dat cliënten vaak samenvielen met hun innerlijke criticus. Maar als je alles gelooft wat die vertelt, dan zit je echt in de miserie.’

Later maakte hij kennis met mindfulness, dat leert hoe je een mildere houding kunt aannemen: je verzet je niet meer, je zegt de innerlijke criticus niet dat hij ongelijk heeft, maar neemt meer afstand. In Weet je, ik heb het ook niet gemakkelijk reikt Van Craen ideeën uit de twee strekkingen aan voor wie soms stuk dreigt te lopen op zijn eigen gepieker. ‘De westerse benadering is zinvol, maar als ze niet werkt, biedt mindfulness een interessant alternatief. Je erkent dan dat die innerlijke criticus er is. Je zegt: welkom, zet u, maar ik heb nu niet veel tijd voor u. En je schenkt er verder geen aandacht aan.’

Zijn tip: leer de criticus kennen, ontdek wanneer hij het actiefst is. ‘Dat zijn vaak periodes waarin je kwetsbaar bent, maar er zijn ook situaties die hem uitlokken. Tijdens het autorijden, bijvoorbeeld. Tijdens die lege momenten moet je je gedachten een taak geven, door aandachtig te zijn voor wat er op dat moment is. Dat hoeft niet eens aangenaam te zijn: het gebrom van een vliegtuig, krekels in het veld, je ademhaling, het werk dat je doet.’

Wat ook kan helpen, zegt Wilfried Van Craen, is de niet-ik-strategie. ‘Stel dat ik stress heb omdat het hier niet opgeruimd is. Als ik weet dat die stress komt door de innerlijke criticus die zegt dat iedereen mij een slordigaard zal vinden, dan weet ik: dat is de stem van ma. Dan kan ik zeggen: ik ben Wilfried, ik ben niet mijn moeder, niet mijn vader, of mijn leraar. Het helpt om afstand te nemen. ’

Tot slot, als de innerlijke criticus bijzonder taai is, werkt Van Craen op afspraak. Het is te zeggen: hij geeft hem een moment waarop hij eens echt mag tekeergaan. ‘Zeg: beste criticus, ik merk dat je niet aflaat. Ik ben nu bezig, maar ik zal elk avond tussen zeven en tien over zeven naar je luisteren. Dat lijkt vreemd, maar pas dat eens toe. In de praktijk stel je al snel vast dat het een eentonig verhaaltje wordt. En dan zeg je: is dat alles wat je te vertellen hebt?’

Meer informatie
‘Weet je, ik heb het ook niet gemakkelijk’ is zopas verschenen bij Standaard Uitgeverij.
Onder de noemer ‘Rust in je hoofd’ geeft Wilfried Van Craen dit najaar ook trainingen voor wie te veel piekert: wilfriedvancraen.be/rustinjehoofd
Isabelle Rossaert start met een nieuwe reeks van The Artist Way vanaf 9 november. Meer info: deschrijfkaravaan.be

Door Kaat Schaubroeck
Illustraties Debora Lauwers

Te gek

Focusing on mental health, namely psychosis, the song “Source Material” tells the tale of two lovers: one lost in madness and the other pulling her lover back to reality.

Zijn we dan zo ontevreden dat nog enkel extreme dingen ons gelukkig maken? En is ook dat niet een beetje te gek zijn?

Je leest het elke dag in de krant, mensen die records breken, heel gevaarlijke uitdagingen aannemen, de beste of de sterkste willen zijn, het grootste evenement organiseren, met het grootste publiek…

Is het dat allemaal wat ons gelukkig maakt, of juist ervoor zorgt dat we niet meer kunnen genieten en als maar meer en beter willen?

Als ik zeg dat ik blij ben dat de zomer voorbij is, klinkt dat voor de meeste mensen abnormaal, terwijl ik vooral blij ben dat die extreme drukte en die extreme hitte voorbij is.

Geef mij maar de mildere lente en de rustgevende herfst, de tussenseizoenen, de gulden middenweg zoals ze zeggen. Ik vind die nog altijd de aangenaamste, al merk ik wel dat ik ook mezelf af en toe moet intomen om niet over de schreef te gaan, want gezond is dat niet.

Als de spanning te snijden is, is de sfeer nooit goed, denk ik, en gemoedelijkheid, eenvoud en natuurlijkheid, lijken mij nog altijd het beste medicijn om de realiteit ook van binnenuit de moeite waard te vinden.