De watervallen van viagra

De watervallen van viagra
Arthur Eaton

De opkomst en populariteit van viagra, de remedie tegen impotentie, toont aan dat we sociale problemen zijn gaan beschouwen als medische aandoeningen. Met farmaceutische oplossingen. ‘Viagra is een ideaal kapitalistisch product: het schept zijn eigen vraag.’

Las Vegas, 1983. De American Urology Association organiseert een bijeenkomst in de balzaal van een groot hotel. De dresscode is casual chic. Een vooraanstaande Britse arts, Giles Brindley, verschijnt op het podium in een oude joggingbroek. Het onderwerp van zijn lezing: slappe piemels.

Al sinds de oudheid is men op zoek naar een remedie voor impotentie. Volgens Aristoteles groeide er een afrodisiacum op het voorhoofd van veulens. De Romeinen kauwden op preistengels.

De centrale vraag van Brindleys verhaal is: moet de genezing van impotentie worden gezocht in de psychologie of in de fysiologie? In een diavoorstelling laat de man een aantal foto’s zien van piemels waarin verschillende stoffen zijn geïnjecteerd. Brindley wil bewijzen dat een erectie kan worden opgewekt zonder enige vorm van seksuele stimulatie. Hij gelooft stellig dat de toekomst ligt in de biochemie. Aan het einde van zijn betoog trekt de man, tot verbijstering van zijn collega’s, zijn joggingbroek uit. Hij heeft een indrukwekkende erectie. ‘Echt heel groot’, vertelt een aanwezige later aan het tijdschrift Forbes.

Brindleys bewijsstuk was het resultaat van een injectie met fenoxybenzamine, een geneesmiddel tegen hoge bloeddruk. Het middel was toegediend in zijn hotelkamer voorafgaand aan de bijeenkomst. Met zijn broek op de enkels waggelde de oude Engelsman van het podium. Toeschouwers op de voorste rij verzocht hij vriendelijk zijn penis te inspecteren op verborgen implantaten. Die waren er niet. Het punt was gemaakt: de remedie voor impotentie moest worden gezocht in de chemie. Vanaf dat moment hadden wetenschappers in de Verenigde Staten een nieuwe missie. Zij gingen op zoek naar een bruikbaar medicijn tegen impotentie.

Vijf jaar later was het raak. Twee wetenschappers in dienst van het farmaceutische bedrijf Pfizer – Peter Dunn en Albert Wood – ontdekten dat een middel tegen de hartaandoening angina pectoris een opmerkelijke bijwerking had: erecties. Een toevallige vondst. Althans, zo luidde het officiële verhaal van Pfizer. Later verklaarde een medewerker dat vanaf het begin van het onderzoek wel degelijk bekend was dat het middel mogelijk zou kunnen werken tegen erectiestoornissen. Hoe dan ook, het medicijn – sildenafil, beter bekend onder de merknaam viagra – werd in 1998 goedgekeurd voor verkoop door de Amerikaanse Food and Drug Administration.

Viagra werd onthaald als een wondermiddel. Kranten voorspelden een nieuwe seksuele revolutie. Op 28 maart 1998 kopte The New York Times: ‘U.S. Approves Sale of Impotence Pill; Huge Market Seen’. De vraag naar het middel was inderdaad huge. In de eerste maand werden meer dan een half miljoen recepten uitgeschreven. Viagra werd het snelst verkopende medicijn ooit. Ook de aandelen van Pfizer schoten prompt omhoog met 150 procent.

Het middel is niet meer weg te denken uit de populaire cultuur. Beroemdheden als James Caan, Charlie Sheen en Hugh Hefner werden de beschermheiligen van de pil. Twee decennia na de lancering is ze nog altijd razend populair. Velen zien viagra inmiddels als een acceptabele oplossing voor mannen die geen stijve (meer) kunnen krijgen én hun verveelde bedpartners. Maar er is een schaduwzijde. Pfizer voert al jaren een agressieve campagne voor het middel, waarbij de nadruk steeds meer komt te liggen op jonge gebruikers. Hoe heeft viagra onze seksualiteit veranderd?

De onzekere man

De campagne van Pfizer was van meet af aan gewiekst. Dat begon al met de naam: die werd gekozen om de associaties met ‘viriliteit’, ‘vigeur’ en de watervallen van ‘Niagara’. Stoere taal voor een gênant probleem. Ook wisten de marketeers van Pfizer donders goed dat het onderwerp seks in Amerika gevoelig ligt. Ze voorzagen heftige kritiek vanuit conservatieve hoek. Daarom legde het bedrijf in eerste instantie de nadruk op viagra als reddingsmiddel voor gestrande huwelijken.

Een vroege advertentie toont een ouder stelletje in het midden van een romantische tango, met als onderschrift: ‘Laat de dans beginnen’. Met die boodschap probeerde de farmaceutische gigant kerken en de religieuze middenklasse voor het middel te winnen. Het schimmige imago van de seksindustrie moest koste wat het kost verre worden gehouden. Impotentie was een medische aandoening, benadrukte Pfizer, viagra een respectabele oplossing. Ondertussen verschenen reclames voor het middel op televisie tijdens de grootste sportwedstrijden van het land.

In 1998 huurde het bedrijf Bob Dole in voor een commercial. Dole was een gerespecteerd politicus – de Republikein die de verkiezingen had verloren van Bill Clinton. In het filmpje, terug te zien op Youtube, sprak de man openhartig over zijn erectieprobleem (‘Moed. Iets wat talloze Amerikanen delen…’). De reputatie van Dole als een brave huisvader kwam het beeld van het middel ten goede.

Maar de reclame had een dubbele bodem. De affaire van Clinton met zijn secretaresse Monica Lewinsky was kort daarvoor uitgebreid in het nieuws geweest. Het contrast kon nauwelijks scherper: een liegende (maar viriele) president verscheen op televisie naast een openhartige (maar impotente) verliezer. De onderliggende boodschap: wie wil je liever zijn? Een sterk staaltje mixed messaging van Pfizer. De strategie werkte. Conservatieve kritiek op het middel bleef uit. De enige kritiek die volgde, was semantisch. In reclames van Pfizer werd gesproken over de man en zijn ‘partner’, in tegenstelling tot zijn ‘vrouw’. Vroom Amerika was – terecht – bezorgd dat het bedrijf zich daarmee tussen de regels door richtte op homoseksuelen en overspelige heteroseksuele mannen.

Viagra sprak onmiddellijk tot de verbeelding. Ongemak over het nieuwe fenomeen werd bezworen door de verspreiding van flauwe grappen via kettingmails (‘Viagra is net Disneyland voor volwassenen. Je staat een half uur te wachten op een ritje van twee minuten’ en: ‘Wat gebeurde er met de man die zich verslikte in viagra? Hij kreeg een stijve nek.’). Populaire televisieseries als Law & Order, Ally McBeal en Sex and the City wijdden hele afleveringen aan het middel. ‘Ik heb het niet nodig,’ zegt de minnaar van het personage Samantha uit de laatstgenoemde serie, ‘ik gebruik het voor mijn plezier – met zo’n pil op maak ik een raketreis door jouw sterrenstelsel.’ Ongetwijfeld Pfizers product placement, bedoeld om het middel voor vrouwen acceptabel te maken.
Maar de promotie van de pil was voornamelijk gericht op onzekere mannen. De opkomst van het middel was onderdeel van een grootschalige herdefiniëring van sociale problemen als medische aandoeningen. Kaalheid, depressie en lichaamsgewicht werden in de jaren negentig van de vorige eeuw in de Verenigde Staten opnieuw geframed als medische problemen, met farmaceutische oplossingen. Zo kon het dat de seksuele prestaties van miljoenen mannen plotseling het onderwerp werden van analyse, diagnose en behandeling. Hoe treurig het gesteld was met het zelfbeeld van veel Amerikaanse mannen wordt duidelijk in een artikel dat kort na de lancering van viagra verscheen in Playboy: ‘De penis is terug! Na dertig jaar clitoroïde tirannie, miljoenen uren cunnilingus en door batterijen opgewekte orgasmes, biedt viagra eindelijk een terugkeer naar fallocentrische seks en aanbidding van de grote god LUL!’

Niet praten, slikken

Al sinds de oudheid is men op zoek naar een remedie voor impotentie. In de zevende eeuw voor Christus leerden jongens in Mesopotamië versjes op te zeggen tegen de verlammende toverspreuken van boze heksen. Volgens Aristoteles groeide er een afrodisiacum op het voorhoofd van veulens. De Romeinen kauwden – waarschijnlijk tevergeefs – op preistengels. Homerus en Shakespeare noemen in hun werk allebei doornappel (een zeer giftige plant uit de nachtschadefamilie) als mogelijke remedie. Spoelen we door naar de twintigste eeuw: tot diep in de jaren zeventig is de overtuiging dat impotentie meestal een psychologische oorzaak heeft. Naast de normale slijtage van het lichaam door ouderdom worden in die tijd faalangst en schaamte gezien als de grootste boosdoeners. Het advies: ga in therapie.

Tegenwoordig is de consensus dat zo’n 10 tot 30 procent van de gevallen psychologisch van aard is en 70 tot 90 procent fysiologisch. Naar schatting hebben in Nederland bijna een miljoen mannen last van erectieproblemen. Het zou niet alleen gaan om heren op leeftijd: bijna een kwart van de mannen onder de veertig geeft aan weleens moeite te hebben met het krijgen van een stijve. Bij oudere mannen ligt dat percentage rond de 50. Voor die mannen biedt sildenafil een oplossing. Maar de beoordeling van de cijfers is lastig, want veel studies worden direct of indirect gesponsord door de farmaceutische industrie. Impotentie is nog altijd big business. Viagra levert Pfizer jaarlijks meer dan een miljard dollar op. De industrie heeft baat bij het beeld dat impotentie een puur fysiologische aangelegenheid is. Haar devies: niet praten maar slikken.

Maar liefst zeventig 70 procent van de gebruikers koopt het middel illegaal. In 2013 verviel in Nederland het patent op sildenafil, dus er zijn inmiddels generieke versies op de markt. Die zijn goedkoper, maar ook daarvoor is een doktersrecept nodig. Dat lijkt voor veel mannen nog steeds een hoge drempel. In de illegale pillen zitten vaak restanten van amfetaminen en antidepressiva. Om het illegale gebruik tegen te gaan, pleit het Instituut voor Verantwoord Medicijngebruik inmiddels voor vrije verkoop. In Groot-Brittannië werd vorig jaar besloten dat viagra zonder doktersrecept verkrijgbaar zou worden. Inmiddels kan iedere man boven de achttien gemakkelijk aan het medicijn komen, voor ongeveer 6 euro per pil.

‘Als je bedenkt dat vóór de lancering van viagra alleen injecties en implantaten beschikbaar waren, is het wereldwijde succes alleszins begrijpelijk’, vertelt Peter Leusink, huisarts en seksuoloog, aan de telefoon. Viagra is efficiënt en pijnloos. De werking is eenvoudig. Het middel ontspant de bloedvaten in de penis, zodat bij seksuele prikkeling gemakkelijker een erectie kan ontstaan. De werking treedt op na ongeveer 25 minuten en houdt ongeveer vijf uur aan. Na het orgasme verdwijnt de erectie ook weer. Vervelende bijwerkingen zijn er nauwelijks. Hoofdpijn en een verstopte neus worden het meest genoemd. Alleen voor mannen met hartklachten die bepaalde medicijnen slikken, is het middel gevaarlijk.

Zelfs buiten de slaapkamer oogst het middel lof. Franse sportartsen publiceerden onlangs onderzoek waaruit bleek dat de sportprestaties van viagra-gebruikers beter zouden zijn dan die van niet-gebruikers. Door de betere doorbloeding van de longfunctie zou de zuurstofopname groter zijn. Ook zou het middel mogelijk schade aan nierfilters repareren. In 2002 werd ontdekt dat sildenafil kinderen met pulmonale hypertensie (kramp in de bloedvaten van de longen) kon helpen. Een paar jaar later bracht Pfizer sildenafil op de markt onder een andere naam, speciaal voor die patiëntjes. ‘Het draagt allemaal bij aan het beeld van viagra als wondermiddel’, zegt Leusink, ‘Een kuurtje voor van alles en nog wat.’

Sinds de lancering van viagra wordt er regelmatig onderzoek gedaan naar andere medische toepassingen van het middel. Momenteel zijn er wereldwijd zo’n zestig studies gaande of in voorbereiding. Vorige maand staakte het Universitair Medisch Centrum in Amsterdam een onderzoek nadat elf baby’s waren overleden aan een longaandoening. Sildenafil werd in dat onderzoek bij zwangere vrouwen ingezet om de doorbloeding van de placenta te bevorderen en zo de groei van baby’s met een ernstige groeiachterstand te stimuleren. De baby’s stierven na de geboorte. Een woordvoerder van het UMC vertelde aan de Volkskrant dat het er sterk op lijkt dat het toedienen van sildenafil het overlijdensrisico van die kinderen heeft vergroot. In de studie werd een generieke versie van sildenafil gebruikt die niet werd gefabriceerd door Pfizer.

Lifestyle

De Amerikaanse sociologe Meika Loe, schrijfster van het boek The Rise of Viagra: How the Little Blue Pill Changed Sex in America (2004), waarschuwt dat door de opkomst van viagra en internetporno een nieuwe norm voor mannen is ontstaan. Volgens Loe berust die norm op de veronderstelling dat mannen altijd zin zouden hebben in seks en op ieder moment een erectie zouden moeten kunnen krijgen. Viagra heeft een heel normaal fenomeen – geen zin in seks – in feite gepathologiseerd. In het tijdperk van de sekspillen is voor zulke slapheid geen ruimte meer, betoogt Loe. Er ligt een ‘mcdonaldisering’ van mannelijke seksualiteit op de loer.

Die prestatiedruk is venijnig. Loe gelooft dat die weleens zou kunnen bijdragen aan het ontstaan van erectieproblemen zelf. Psychologen weten allang dat faalangst een belangrijke component is van erectieproblemen. Maar ook voor zulke softe overwegingen is in het viagra-discours geen plaats. Recent onderzoek ondersteunt het vermoeden van Loe: steeds meer jonge mannen geloven dat zij een erectiestoornis hebben. ‘Jonge jongens beginnen tegenwoordig vaak aan viagra als ze uitgaan – na een paar biertjes kunnen ze hem niet meer omhoog krijgen – maar als ze een serieuze relatie hebben, zie je vaak dat ze afhankelijk zijn geworden van die pillen’, zegt Peter Leusink. Viagra is een ideaal kapitalistisch product: het schept zijn eigen vraag.
Daarnaast bestaat het gevaar dat mannen die viagra slikken in ontkenning zijn over de onderliggende redenen voor hun impotentie. ‘Ik heb een vaste klant die zijn vriendin niet zo aantrekkelijk vindt’, vertelde een verkoper van illegale pillen vorig jaar aan de NOS. Maar ook andere oorzaken zoals depressie en een negatief zelfbeeld komen regelmatig voor.

De film The Matrix, die een jaar na de lancering van viagra verscheen, speelde met het idee van ontkenning door van de blauwe pil in de beroemdste scène van de film – waarin de hoofdpersoon moet kiezen voor de waarheid in de vorm van een rode pil, of een illusie in de vorm van een blauwe – de pil van ontkenning te maken. Viagra is een quick fix. Alleen al het feit dat het merendeel van de gebruikers in Nederland niet langs de huisarts durft om een recept te halen, wijst erop dat er een grotere psychologische component meespeelt dan de farmaceutische industrie de gebruikers wil doen geloven. Viagra is een succesvolle remedie voor impotentie, maar daarmee is weinig gezegd over de oorzaken.

Dat weten ze bij Pfizer ook. Hun reclamecampagnes zijn steeds openlijker gericht op jongeren. De pil wordt inmiddels aangeprezen als een lifestyle-middel. In de Londense metro waren onlangs grote billboards te zien met daarop de tekst: ‘Firm up your plans for Valentine’s Day.’ In Rusland heeft Pfizer de verpakking van het middel zó herontworpen dat het lijkt op een pakje kauwgom. Handig bij het uitgaan. Het ziet ernaar uit dat het bedrijf de onzekerheden van jonge mannen probeert te exploiteren – en inspeelt op het groeiende recreatieve gebruik.

Met afstandsbediening

Seks na de blauwe pil zal nooit meer hetzelfde zijn. Viagra heeft inmiddels twee concurrenten – cialis en levitra – maar die hebben vooralsnog geen deuk geslagen in de winst van Pfizer. Daarnaast is een scala van medicijnen ontwikkeld voor vrijwel ieder denkbaar seksueel probleem. Er zijn pillen voor mannen die geen zin hebben; pillen voor mannen die te vroeg klaarkomen; sinds kort zijn er pillen te koop die ‘viagra voor vrouwen’ worden genoemd.
De roze pil – verkocht onder de merknaam addyi – is ontworpen om lust bij vrouwen op te wekken. Het middel werd oorspronkelijk ontwikkeld als antidepressivum en is, mede daarom, zeer controversieel. Het medicijn werd liefst tweemaal afgekeurd om de lange lijst bijwerkingen, en omdat niet voldoende kon worden aangetoond dat het gebruik ook daadwerkelijk leidde tot meer zin in seks. In 2015 kwam de dopamine verhogende pil toch door de keuring. Vrouwen voor wie het middel niet de gewenste werking heeft, melden wel dat zij zich minder rot voelen over het feit dat ze geen zin hebben om te vrijen. ‘Die pil is er eigenlijk alleen maar gekomen omdat er druk kwam van vrouwen die ook een pil wilden’, zegt Leusink. ‘In het verleden is veel nadruk geweest op mannelijke seksuele problemen, te weinig op die van vrouwen.’

De blik van mannen is intussen voorbij de biochemie gericht op de robotica. De bionische penis is in opkomst. Er bestaat al een hydraulische oplossing: een geïmplanteerde buis die hard wordt door zich te vullen met water als je knijpt in een pomp bij de balzak. Voor 70.000 dollar heb je hem in huis. Misschien nog spectaculairder is de op afstand bestuurbare penis. Wetenschappers aan de Universiteit van Wisconsin hebben een implantaat gefabriceerd van nitinol, een metaallegering van nikkel en titanium. Het implantaat is hittegevoelig en kan met een afstandsbediening worden verhit. Zo kan de man of zijn partner de piemel besturen.
Giles Brindley was ervan overtuigd dat impotentie een mechanisch probleem is; sindsdien zijn de oplossingen dat ook steeds meer, en de seks mogelijk ook. Critici vrezen dat viagra een bepaalde vorm van seks – waarbij penetratie centraal staat – dominant heeft gemaakt. ‘Viagra heeft stelletjes de kans ontnomen om creatief na te denken over andere vormen van seks, waarbij de man niet per definitie de agenda bepaalt’, zegt Leusink. Brindleys aanpak heeft ongetwijfeld zijn vruchten afgeworpen: inmiddels moeten de eerste viagra-baby’s volwassen zijn. Maar zolang er niet openlijk wordt gesproken over de harde en zachte kanten van seksualiteit houdt de blauwe pil een mannelijke illusie kunstmatig in stand.

© De Groene Amsterdammer
Bron: De Standaard – 18.08.2018

 

Psychiater Dirk De Wachter over het Imposter Syndrome

‘Soms denk ik: laat me met rust, alsjeblieft. Ik weet het ook allemaal niet’

De Standaard – 17.08.2018

Voelt psychiater Dirk De Wachter zich weleens een oplichter? Dat hij zijn succes niet verdient? ‘Onlangs zei ik in Nederland dat het belangrijk is voor een maatschappij dat ouders goed voor hun kinderen zorgen. Dat werd overal verspreid als een ongelooflijk intellectueel inzicht. Moet je daar dan zo lang voor gestudeerd hebben, vroeg mijn vrouw zich af.’

De grote meerderheid van ons – tot 70 procent zelfs – wordt af en toe overvallen door het gevoel een oplichter te zijn. Het succes dat we hebben, verdienen we eigenlijk niet. Blijken van succes zijn louter geluk. Meer nog: vroeg of laat gaan we door de mand vallen en zal iedereen ons zien zoals we eigenlijk zijn: bedriegers. De Standaard spreekt met tien Vlaamse toppers over het imposter syndrome (oplichterssyndroom), de twijfel en de kritiek. Vandaag: psychiater Dirk De Wachter.

‘Ik vind zelf dat ik regelmatig over het paard getild word. Er worden mij gedachten toegedicht die ik niet heb, en goeroe-achtige eigenschappen toebedeeld die ik niet wil opnemen. Ik heb ook geen antwoord op alle maatschappelijke vragen. Bij mij speelt imposter syndrome dus ook een rol, maar ik vind eigenlijk dat veel succesvolle mensen het best wat meer impostergevoelens zouden mogen hebben. Dat is vaak een blijk van gezonde zelfkritiek. Er bestaat wel een gevaar dat we zouden vervallen van een pretentieuze positie in een slachtofferrol: “Ik kan niks, ik ben niets.” Dat is al even hooghartig, een soort omgekeerd narcisme. Er moet altijd nuance zijn.’

Ervaart u uw succes in de academische wereld anders dan in de media?
‘Dat zijn totaal andere werelden. Aan de universiteit en in het ziekenhuis ben ik maar een kleine garnaal, in de media word ik opgevoerd als een opiniemaker. Ik moet daar bescheiden over spreken, want dat is veel gebakken lucht. Ik stel hier en daar een vraag, en af en toe zijn die vragen relevant. Maar ze hebben grote impact, dat moet ik ook niet ontkennen.’
‘Het zou vals bescheiden zijn om te zeggen dat wat ik doe totaal onbelangrijk en volkomen belachelijk is, maar veel van wat ik zeg is ook maar heel gewoon. Onlangs zei ik in Nederland dat het belangrijk is voor een maatschappij dat ouders goed voor hun kinderen zorgen. Dat werd overal verspreid als een ongelooflijk intellectueel inzicht. Moet je daar dan zo lang voor gestudeerd hebben, vroeg mijn vrouw zich af. Maar goed, blijkbaar moest iemand dat eens zeggen. Mijn gedachtegoed raakt blijkbaar een gevoelige snaar.’
‘Tegelijk verwachten mensen van mij ook de oplossing. “Je zegt dat er iets mis is met de wereld, nu moet je ook zeggen wat we daaraan kunnen doen.” Ik moet altijd herhalen dat ik een psychiater ben, en een psychiater brengt geen oplossingen aan. Ik maak een kader waarin mensen zelf over oplossingen kunnen nadenken. Het doel is om in dialoog nieuwe inzichten te creëren, zowel met mijn patiënten als in de maatschappij.’

Als iedereen zijn kwetsbaarheden en twijfels zou toegeven, zouden we allemaal een stuk beter in ons vel zitten.
‘Dat is ook wat ik overal verkondig. Niet in een emocultuur – in tranen, op tv, voor een miljoen kijkers. Maar ik pleit ervoor om het aan mensen die je vertrouwt toe te geven als je het even niet meer weet, als het lastig gaat, als je het moeilijk hebt. Om de schijn van gelukzaligheid niet hoog te blijven houden, tegen beter weten in. Om geen feestfoto’s te delen op Facebook terwijl je in je bed ligt te huilen. Dan kun je uiteindelijk alleen nog maar eerlijk zijn tegen je psychiater, tegen betaling dan nog. Over kwetsbaarheid spreken werkt verbindend.’

Toch is dat in grote mate taboe.
‘Wat mensen tegen mij vertellen, in de duisternis van mijn praktijk, dat wil ik aan de wereld vertellen. Als mensen mij zeggen dat ze zo eenzaam zijn, dat ze niemand hebben, dan wil ik aan de wereld duidelijk maken dat dat veel voorkomt. Iedereen is beschaamd daarover te spreken. Ik wil, als advocaat van die mensen, spreken over wat ik in mijn praktijk hoor, en zeggen dat dat van belang is.’
‘Ik word zelf ook overrompeld. Soms denk ik: laat me met rust, alsjeblieft. Ik weet het ook allemaal niet. Wat vragen ze mij toch allemaal? Ik heb het soms ook moeilijk met kritiek, omdat ik er snel van uitga dat kritiek terecht is. Ik vertrek als psychiater dan ook steeds van het standpunt van de ander. Als ik een giftige mail krijg, dan schrik ik een beetje. Maar ik vraag me ook af waar die reactie vandaan komt, wat die mens heeft meegemaakt.’

U zegt dat de invloed van geluk niet te onderschatten is.
‘De maakbaarheid van succes is een illusie. Ik pleit voor gewonigheid. Je mag fier zijn op de dingen die je gerealiseerd hebt met hard werken, talent, creativiteit en studie. Wees maar fier, want je succes is zeker te danken aan dingen die je zelf gedaan hebt. Maar weet ook dat er veel geluk en toeval bij komt kijken. It was half my fault, and half the atmosphere. Dat is zo bij mislukking, maar ook bij succes.’
‘Als je veel gerealiseerd hebt, zorg er dan voor dat je met beide voetjes op de grond blijft. Soms ontmoet ik in mijn praktijk heel succesvolle mensen die heel kwetsbaar zijn. Succes heeft vaak een heel hoge prijs. Ik zie mensen die heel eenzaam zijn en bijvoorbeeld hun gezinsleven compleet ontmanteld hebben. Die staan dan zogezegd succesvol in de schijnwerpers, maar ze zijn helemaal verlaten. Dat is een karikatuur, maar ze bestaat wel.’

Is kwetsbaarheid tonen moeilijker voor vrouwen of voor mannen?
‘Imposter syndrome werd ontwikkeld als theorie over vrouwen, die zich vaker zouden wegcijferen, terwijl mannen zich zomaar overal staan te profileren. Dat is later ontkracht en de theorie werd sterk verbreed. Het is ook heel subjectief en dus moeilijk te onderzoeken.’
‘Je zou kunnen zeggen dat vrouwen vanuit een cultuurhistorische achtergrond, en misschien ook wel biologisch, makkelijker toegang hebben tot kwetsbaarheid. Maar we zien ook dat vrouwen in topfuncties net afgerekend worden als ze die kwetsbaarheid tonen. Een vrouw die huilt op een vergadering: dat is fin de carrière. Een man die huilt op een vergadering wordt meteen opgehemeld. We hebben hem nodig! Oh zo kwetsbaar!’
‘Tegelijk zie ik hoe sommige mannen, vanuit de klassieke machogedachte, niet in staat lijken te zijn om enige kwetsbaarheid te tonen. Het is heel dubbel.’

U zei dat succesvolle mensen best wat meer imposter syndrome mogen hebben.
‘Ik pleit voor meer imposter syndrome. Uiteraard bedoel ik niet dat mensen zich slecht moeten voelen en moeten denken dat ze niets kunnen. Maar ik pleit voor twijfel. Je moet jezelf af en toe een spiegel voorhouden en zeggen: komaan jong, je bent toch ook maar een klein ventje. Doe maar gewoon.’

 

Docureeks: Adriaan van Dis en de dalai lama

32 jaar later: Adriaan van Dis voor de tweede keer bij de dalai lama

HUMO – Maandag 13 augustus 2018

Driedelige docureeks op Nederland 2

Adriaan van Dis sprak de dalai lama een tweede keer, 32 jaar na de eerste ontmoeting. Het resultaat is te zien in de driedelige docuserie ‘Van Dis en de dalai lama’. ‘Ik ben geen boeddhist geworden. Maar ik breng al jaren dingen in praktijk die leentjebuur spelen bij het boeddhisme. En ik heb een paar heel goeie apps op mijn telefoon.’

Interview

– U bent net terug uit India.
Adriaan van dis «We zijn aan het monteren. Daar word ik zenuwachtig van. ’s Nachts in mijn slaap is het materiaal meesterlijk en zijn de mogelijkheden oneindig. Maar voor tv gelden andere regels dan voor bijvoorbeeld een essay. Bij een geschreven stuk kun je de diepte in, nu moet ik kiezen tussen diepgang en vrolijkheid. Het zal een serie met een vrolijke diepgang worden, denk ik.»

– Het is een gesprek met de dalai lama?
van dis «Onder andere. In de serie verkennen we de opkomst van het boeddhisme in het Westen. Dertig, veertig jaar terug ging het om een klein groepje mensen die wijsheid in het Oosten zochten, nu is het iets heel breeds. En dan heb ik het nog niet over praktische toepassingen van het boeddhisme, zoals het beoefenen van mindfulness, want dan kom je al snel aan honderdduizenden geïnteresseerden. In de serie praat ik met geleerden, beoefenaars en monniken. Op die manier vergaar ik kennis om de dalai lama te gaan interviewen.»

– Bent u zelf geïnteresseerd in spiritualiteit?
van dis «Mijn moeder was theosofisch geïnspireerd, zoals ik het noem, en ik ben daardoor altijd tamelijk allergisch geweest voor alles wat met zweverigheid te maken heeft. Maar een jaar of vier geleden was ik somber. Er sloeg, zoals dat tegenwoordig heet, een golf van depressiviteit over mij heen. Toen ik me liet behandelen, kwamen er methodes ter sprake om dwanggedachten te leren beheersen en kwam ik in aanraking met mindfulness. Ik heb toen een achtweekse training gevolgd en ik moet zeggen dat die mij enorm heeft geholpen. Het zijn eigenlijk ademhalingsoefeningen: je concentreert je op het ademen, waardoor je rustig wordt en je de dingen op een andere manier bekijkt. We hebben allemaal een monkey mind, zoals dat heet. Je gedachten springen van hot naar her. Door naar de ademhaling terug te gaan komt er ruimte om de pijn of de narigheid onder ogen te komen, en kun je je perspectief veranderen. Vroeger had je een rozenkrans, een pastoor en zelfs een psychiater, maar mindfulness werkt misschien wel even goed. In de psychiatrie maakt die steeds meer opgang. En ze heeft dus een boeddhistische achtergrond.»

– Boeddhisten streven onder meer naar gelijkmoedigheid. Is dat ook niet een soort zoethouder?
van dis «Dat is één van de vragen die ik aan de dalai lama heb gesteld. Je moet in het hier en nu leven, en alleen dit moment telt, terwijl het volgens mij tijd is voor een revolutie. De kloof tussen arm en rijk, tussen opgeleid en niet-opgeleid, is zo groot, dat ik soms denk: adem in, adem uit? Sla erop!»

– Wat antwoordde hij?
van dis «Hij maakt zich ook af en toe boos. Maar hij zegt dat we een grote fout maken door ons ik onder een vergrootglas te leggen. Dat is een verwaand standpunt, als je denkt dat jij dingen kunt oplossen. Je moet je perspectief veranderen.»

– Is creativiteit gebaat bij mindfulness?
van dis «Dat heb ik me ook vaak afgevraagd. Ik sprak voor de serie met Ruby Wax, die nog niet zo lang geleden is afgestudeerd in de psychologie met mindfulness als specialisme. Mindfulness heeft haar geest helderder en geconcentreerder gemaakt, zegt ze, en ze maakt betere grappen dan ooit. Zelf ben ik zeven jaar lang in analyse geweest. Toen ik daaraan begon, was ik heel bang dat mijn creativiteit zou verdwijnen. Maar het tegendeel bleek waar. Ik heb als het ware de boomstammen uit de rivier gehaald, zodat het water beter ging stromen.
Er wordt veel wetenschappelijk onderzoek gedaan naar de werking van mindfulness. Dan worden bijvoorbeeld de hersenen gescand van mensen die de achtweekse cursus hebben gevolgd, en zien ze dat er echt iets is veranderd in de hersengolven. Nu, dat schijn je ook te kunnen zien bij iemand die klassieke psychoanalyse heeft gevolgd. Mindfulness is nu in de plaats van de analyse gekomen. Ik vroeg een psychiater eens: ‘Wie verkiest u, Boeddha of Freud? Ze koos voor de 2.600 jaar oude wijsheid van Boeddha. Het goede is dat je als patiënt geen boeddhist hoeft te zijn om iets aan zijn leer te hebben.»

– Het is wel zo dat je moet blijven mediteren.
van dis «O, ja. Het is net als lijnen. De breinspier moet je blijven trainen. Ik merkte dat ik die de laatste tijd had verwaarloosd, maar nu sta ik onder druk en ben ik zenuwachtig, dus ben ik weer begonnen.
Ik ben erg gevoelig voor wat ze technical related anger noemen, zie je. Ik kan in razernij uitbarsten als mijn internetaansluiting niet werkt, of als mijn computer nee zegt. Als ik die razernij nu voel opkomen, adem ik in en uit, en dan gaat het een stuk beter. Ik heb een paar apps op mijn telefoon en die leiden mij erdoorheen. Ik ben vooral fan van de app waarbij je je moet verbeelden dat je een berg bent. Maar ik behoor nog niet tot de mensen die mindful hun tanden poetsen. Of een bakje muesli eten. Of een half uur naar een walnoot staren.
Wist je trouwens dat de monniken in Azië amper mediteren? Hooguit 5 procent zit weleens op een kussen. Maar in het Westen is mediteren immens populair. Dubbelzinnig is natuurlijk dat veel van die apps uit Silicon Valley komen. Eerst hebben ze daar apparaten ontwikkeld waardoor we afgeleid worden en onze concentratieboog steeds korter wordt, en vervolgens slijten ze apps waar we rustiger van worden. Een heel populaire app, vooral bij jonge ondernemers, is Headspace. Die kost meer dan 90 euro en is miljoenen keren gedownload. Je snapt dan wel waarom sommige monniken zo glimlachen. Het is ook business.»

– 32 jaar geleden, in 1986, was de dalai lama te gast in uw boekenprogramma ‘Hier is… Adriaan van Dis’. Wist hij dat nog?
van dis «Hij deed alsof hij het zich nog herinnerde, maar toen we een fragment bekeken, vroeg hij: ‘Wie is die man met al dat haar?’ Dat was ik.»

– Wat herinnert u zich van dat gesprek destijds?
van dis «Dat hij heel slecht Engels sprak en dat de zaal vol zat met volgelingen die devoot zaten te kijken en lachten om alles wat hij zei. Dat irriteerde me. Het deed me denken aan het gedicht van Gerard Reve over de kardinaal die een wind laat, waarna zijn volgelingen zeggen: ‘Sjonge jonge, wat ruikt het hier lekker, net of iemand lever met uien staat te bakken.’ In de zaal zaten mensen die alleen maar de geur van lotusbloemen roken.»

– Hoe ging het deze keer, met alles wat u nu weet en de baat die u zelf hebt bij meditatie?
van dis «Ik ben geen boeddhist geworden. Ik heb wel een paar dingen geleerd, niet per se in het gesprek met de dalai lama – al moet ik toegeven dat het me niet onberoerd liet dat hij 45 minuten lang mijn hand vasthield. Maar ik sprak in het Franse boeddhistische klooster Plum Village met een Nederlandse non die daar al 36 jaar zit, en ik vertelde haar dat ik best een driftige jongen ben. Ze zei: ‘We hebben allemaal zaadjes in ons geplant: een zaadje boosheid, een zaadje geduld, een zaadje genegenheid en liefde. U geeft het zaadje boosheid veel te veel water, dat is een heel grote plant geworden. Probeer weg te gaan van die plant en voed in plaats daarvan het zaadje geduld.’ Ik doe dat nu een tijd en het helpt!
Het rare is dat ik onbewust al dingen in praktijk bracht die leentjebuur spelen bij het boeddhisme. Bij ‘De wereld draait door’ hield ik een keer een pleidooi voor wat ik ‘aanvallende beleefdheid’ noem. Wat moet je doen als iemand tergend vervelend is? IJzig vriendelijk zijn, omdat het vaak geen zin heeft om boos te worden. Dus wat zeg je tegen een medewerker van de spoorwegen die niet weet waarom er op perron 1 net een lege trein is vertrokken, terwijl we allemaal naar perron 4 zijn gestuurd? Dan zeg je: ‘Wat ontzettend vriendelijk dat u mij dat hebt meegedeeld.’»

– Dat noem ik passief-agressiviteit. Is dat afkomstig uit het boeddhisme?
van dis «Ach, nu lijkt het alsof ik de hele dag driftig ben. We zijn toch allemaal weleens boos? Ik probeer gewoon mijn eigen drift te temmen.»

– Gebruikt u een meditatiekussentje?
van dis «Nee, ik zit wel op de grond, maar niet op zo’n klein kussentje. Gewoon een stevig kussen. Ik heb ook geen Boeddhabeeld in huis. In Deventer heeft een handelaar voor een fortuin aan beelden staan en die zijn echt prachtig, maar ik verbied mezelf er één te kopen. Een klankschaal helpt wel. Die heb ik nog niet, maar wie weet komt die toch in huis.»

– En u gebruikt apps die u door een meditatie leiden?
van dis «Ja. (Pakt zijn telefoon erbij) Ik heb de apps doorgenomen met mijn psychiater. Dit is een goede, van mijn zorgverzekeraar. En deze mevrouw (opent een andere app) vind ik heel goed. Ze geeft bergmeditatie. Ze praat vreselijk, maar ik ben toch van haar gaan houden. Ik heb wel een half jaar nodig gehad om haar stem te dulden. En deze jongen, Andy, is ook heel goed. Maar o jee, nu lijkt het alsof die Van Dis helemaal into mindfulness is. Ik hou distantie. Kritische distantie.»

De levenslessen van ‘liefdesfilosoof’ Jan Drost

De levenslessen van ‘liefdesfilosoof’ Jan Drost: ‘Samensmelten klinkt mooier dan het is’

Trouw
Suzanne Rethans – 5 november 2017

Sinds zijn eerste boek ‘Het romantisch misverstand’ wordt Jan Drost (42) beschouwd als liefdesfilosoof. Zijn eigen relatie wist hij er niet mee heel te houden. Over dat liefdesverdriet schreef hij ‘Als de liefde voorbij is’, dat onlangs verscheen.

Les 1: Duik onder in je liefdesverdriet

“Toen mijn vriendin onze relatie na tien jaar plotseling verbrak en ik daar behoorlijk ondersteboven van was – je neemt niet alleen afscheid van elkaar, maar ook van een gedeeld verleden, een gedeelde toekomst, toekomstige kinderen – merkte ik weinig ruimte en erkenning voor mijn liefdesverdriet. Er heerste, ook bij mijzelf, een strengheid: er is toch niemand dood, dat een puber van slag is à la, maar als je volwassen bent moet je niet zeuren. Terwijl: je bent verdrietig, en dat wordt zwaarder door te vinden dat het niet mag.
Het is een rouwproces, misschien ingewikkelder nog dan na een sterfgeval, want de dood is in elk geval duidelijk. Nu rouw je om iemand die nog leeft en die je kunt tegenkomen. Rouw verloopt in een aantal fases: ontkenning, woede, onderhandelen, depressie en acceptatie. Niet per se in die volgorde, je hebt ook weleens een terugval of voelt er een aantal tegelijk, maar je moet ze allemaal door en je kunt er geen een overslaan. De meeste mensen vinden dat ze niet boos mogen zijn, maar dat gênante telefoontje hoort erbij. In die zin is het ook altijd goed je te realiseren in welke fase je ex zit.”

Les 2: Woede hoort erbij

“In onze cultuur leren we niet met woede omgaan. We zijn er trots op als we niet boos worden, je moeder is ook ‘niet boos, maar teleurgesteld’. Maar woede heeft ook iets aandoenlijks: het is een verzet tegen machteloosheid. Eigenlijk roep en schreeuw je met je hele lichaam: ik wil dit niet. Het is destructief, je loopt het risico dat je iets stukmaakt, maar er zit ook schoonheid in.”

Les 3: Romantische beelden kloppen niet

“Ik vind filosofie het mooist op gebieden waar zij traditioneel niet thuishoort. Als je kijkt naar de momenten in het leven waar je veel hoopt en verwacht van je denkvermogen, dan is dat tijdens eenzaamheid, verdriet en ziekte. Ik probeer juist het ‘irrationele’ te doordenken.
Zo ben ik erachter gekomen dat je geen ruk hebt aan romantische beelden, zoals de ander die jou compleet maakt en met wie je versmelt. Dat heeft niks te maken met wat het betekent om met iemand samen te zijn. Integendeel. Je probeert de andersheid van de ander weg te poetsen en de ander in te lijven. Het lijkt alsof je op zoek bent naar die ander, maar je bent op zoek naar jouw droom. Romantiek is hermetisch. Samensmelten klinkt heel mooi, maar is pure eenzaamheid. Want wiens eenheid wordt het? Als twee romantische zielen willen versmelten, krijg je twee intolerante idealisten die in hun verlangen naar eenheid het eigen ideaal van de liefde aan de ander opleggen. De minst sterke zal zichzelf moeten uitwissen. Dat kan toch niet de bedoeling zijn van liefde?”

Les 4: De ander blijft de ander

“In intieme relaties is de valkuil dat je dusdanig met elkaar vergroeit dat je vergeet dat de ander een ander is en altijd een ander blijft. En dat veel botsingen en conflicten voortkomen uit het feit dat jouw ideaal en de ander niet overeenkomen. Nietzsche zegt dat heel mooi: ‘Wat heb ik lief in de ander? Mijn verwachtingen.’ Als je je bewust wordt van je eigen verwachtingen zie je de ander daarvan loskomen. Dat vind ik het ultieme samenzijn. Het is niet per se makkelijker, maar honderd keer echter en mooier dan versmelting.”

Les 5: De romantische cultuur laat ons in de steek

“Romantische films zijn een grote boosdoener in het romantisch misverstand. Het gaat vooral over wat er gebeurt voordat twee mensen elkaar vinden. Je hebt de zoektocht, er zijn obstakels, er is wat gedoe met een andere liefde, het wordt even spannend en dan krijgen ze elkaar. En daar stopt de film. Daarmee wordt de verwachting gecreëerd dat als je maar eenmaal de juiste persoon ontmoet, je daarna klaar bent. Het suggereert ook dat het welslagen van de relatie alleen afhangt van de juiste combinatie. Dat leidt tot rare ideeën over wat liefde hoort te zijn. Dat als je ruzie hebt, of het gevoel even weg is, je meteen een probleem hebt.
Terwijl je ook naar jezelf kunt kijken. Kun jij bijvoorbeeld wel luisteren? Misschien moet je constateren dat je totaal niet geïnteresseerd bent in anderen. Dan kun je wel doorzoeken tot je iemand vindt die beter lijkt te passen, maar die persoon zal ook een keer huilend thuiskomen en dan moet je toch luisteren. Of ga je dan weg omdat ze niet sterk is? Liefde is juist heel sociaal. Veel complexer dan de zoektocht en een happy end. Wat overigens een deprimerende woordencombinatie is. Hoe gaat het verder? Daarin laat de romantische cultuur je in de steek. Het blijkt overigens dat kinderen uit gebroken gezinnen vatbaarder zijn voor romantische idealen dan kinderen uit een liefdevol gezin.”

Les 6: Iedereen verdient een nieuwe kans op liefde

“Mijn ouders gingen uit elkaar toen ik zes was. Destijds vond ik het verschrikkelijk, ik was de enige jongen en had vier zussen boven me. Ik ben er redelijk goed uit gekomen omdat mijn vader zijn best deed ons te zien. Op mijn zeventiende had ik een mooi gesprek met mijn vader. Ik was naar hem toegegaan, een stoere puber die rookt. Ondanks zijn afkeer van roken zette hij een asbak voor me neer, omdat hij doorhad: het gesprek is aangebroken. We hebben tot diep in de nacht gepraat.
Er is een zinnetje van Nietzsche dat ik aanhaal in mijn eerste boek: ‘Waar je niet meer kunt liefhebben, moet je weggaan.’ Elke keer als ik daaraan denk, denk ik aan mijn vader en valt alles op z’n plek. Het was echt beter, je kunt niet met iedereen een relatie hebben.
Ik ben opgegroeid in het streng gereformeerde Spakenburg en daar was je na een scheiding afgeschreven, damaged good. Zo hard. Je krijgt één kans in de liefde en als je het verprutst is het afgelopen. We zijn niet lang daarna verhuisd. Hoewel je niet in een mislukking moet blijven hangen, vind ik ook dat er soms te snel wordt opgegeven. Niet omdat ik calvinistisch ben, maar als er nog liefde mogelijk is en je gaat samen de problemen aan, kan er iets moois openbreken. Maar als het echt niet lukt, moet je weggaan, en dan niet denken: mijn leven is afgelopen. Iedereen verdient een nieuwe kans op liefde.”

Les 7: Stimuleer je leerlingen

“Twee docenten zijn bepalend geweest voor mijn ontwikkeling. De eerste was mijn leraar Nederlands die na het lezen van mijn puberale essay zei: ‘Ik heb zo’n idee dat we van meneer Drost nog wel gaan horen.’ De tweede was de professor die bij mijn afstuderen zei: ‘Wil je me beloven dat je blijft schrijven?’ Dit is een tip voor alle onderwijzers: Zeg dat soort dingen. Want het beklijft, het stuurt en stimuleert. Er wordt een bronnetje mee aangeboord.
Wij zijn zulke sociale wezens dat we erachter komen wie we graag willen zijn door de spiegeling van een ander. In die zin is onderwijs ook een vorm van liefde. Ik geef twee dagen per week les op een hbo-opleiding. De context is: je gelooft in ze, anders zou je daar niet staan en met ze filosoferen. Af en toe voel ik me in het klaslokaal zo’n klein Gallisch dorpje dat de neoliberale Romeinen dist.”

Les 8: (Her)waardeer je vriendschappen

“Ik heb mijn vrienden nog nooit zoveel gezien als toen mijn relatie voorbij was. Misschien was ik toch te gemakzuchtig geworden, iets te comfortabel in mijn liefdesrelatie. Ik probeer mijn vriendschappen nu beter te onderhouden.
Het is belangrijk een paar goede vrienden te hebben, het helpt je om niet alles van de ander te verwachten. Wie je bent, hangt zo nauw samen met de relaties die je hebt. Daarom is vriendschap ook belangrijk. Als alle mensen om je heen wegvallen, dan sterf je zelf ook. Iemand moet jou zien. Ik kan soms zoveel vriendschap voor iemand voelen dat het liefde lijkt. Dan is het liefde. Met sommige vrienden was het vriendschap op het eerste gezicht. Als mensen bij de relatietherapeut zeggen: ‘Het gaat niet goed, want we zijn alleen nog maar beste vrienden’ dan denk ik: hoeveel treden lager is dat dan in jouw beleving?”

Les 9: Ontroer me en ik ben je man

“Zoals de filosoof Levinas liefde en verantwoordelijkheid synoniem acht, hangen voor mij ook liefde en ontroering nauw samen. Ontroering zit altijd in iets onverwachts, waardoor je plotseling de ander ziet. Ik ben nu met iemand die me vaak ontroert. Het kan er soms fel aan toegaan en dan opeens heb ik door: ze is zo boos omdat ze zoveel om onze relatie geeft. Wat lief!
Dat vermogen kun je cultiveren door op zoek te gaan naar boeken en films die ontroeren. Die niet romantisch zijn, maar liefdevol. Een boek als ‘Revolutionary Road’ beschrijft een romantisch slagveld. Aan het eind zit een scène bij de buren waarbij de buurman ’s ochtends zijn vrouw ziet zitten, verfomfaaid, met een jus d’orange-vlek op haar duster, ze weten inmiddels welk drama zich in het huis ernaast heeft afgespeeld, en opeens beseft hij: maar ze is er wel. Bij mij. En dan moet hij heel erg huilen.”

Les 10: Fietsen is liefde

“Ik stond een keer achter een scooter te wachten bij een stoplicht en ik dacht: jemig, wat een stank! Ik ben gaan uitzoeken wat er allemaal in die uitstoot zit en het blijkt gelijk te staan aan meer dan honderd dieselbusjes. Het overschrijdt talloze keren de Europese norm van toegestane kankerverwekkende stoffen. Dat komt doordat het cheap ass-verbrandingsmotoren zijn, en dan is een groot deel ook nog opgevoerd. Officieel zijn ze dus verboden, want je maakt je medemens er letterlijk doodziek mee.
Het is een missie geworden: de scooter uit Amsterdam weren. Het is een bepaald type mens dat scooter rijdt, de neoliberale mens in optima forma. De complete onthechtheid: ik wil dit en wat er achter mij gebeurt, boeit me niets. In dat opzicht is een scooter een passend cadeau bij het lidmaatschap van de VVD.
Het heeft in de kern te maken met jouw opvatting van vrijheid. De negatieve opvatting is populair: ik heb niks met de ander te maken. Terwijl positieve vrijheid is: rekening houden met elkaar. Weten waar jij ophoudt en de ander begint.Fietsen is liefde, als je het cultuurfilosofisch bekijkt. Een fietser weet dat hij een knooppunt van relaties is. Met fietsen geef je antwoord aan je omgeving en breng je geen schade toe. Fietsers in Amsterdam zijn net een zwerm spreeuwen: het gaat bijna altijd goed. Toeristen kijken er vaak naar met een verbijsterde blik van: hoe wist-ie nou dat die naar rechts ging? Dat is samenleven, een dans, ballet. Relaties zitten in alles.”

Jan Drost
Filosoof Jan Drost (1975) groeide op in Spakenburg en Harderwijk. Hij studeerde filosofie en Nederlands in Amsterdam en uit zijn afstudeerscriptie kwam zijn boek ‘Het romantisch misverstand’ (2015) voort. Zijn tweede boek ‘Denken helpt, over geluk, liefde en de zin van het leven’ verscheen in datzelfde jaar, eveneens bij De Bezige Bij. Onlangs kwam zijn nieuwste uit: ‘Als de liefde voorbij is’. Drost heeft inmiddels een nieuwe relatie.

Liefdesverdriet voelt hetzelfde als rouw

“Liefdesverdriet voelt hetzelfde als rouw”

Filosoof Jan Drost wás al gefascineerd door de liefde, toen hij liefdesverdriet kreeg. En niet zo’n beetje ook.

Rinskje Koelewijn
13 oktober 2017

www.nrc.nl

Wat is erger, verlaten of verlaten worden? De vraag is van Jan Drost (42), filosoof, schrijver en spreker gespecialiseerd in het fenomeen liefde. Wat is erger?, vraag ik me af. De verlaten filosoof zijn? Of de filosoof verlaten? Na tien jaar samenzijn verbrak Jan Drosts vriendin hun relatie. En hij schreef daar vervolgens een boek over. Als de liefde voorbij is is een (zelf)onderzoek naar liefdesverdriet. Van de breuk, de rouw, de verwerking ervan, tot de liefde na de liefde.

Wie verlaten is, wil nog wel eens wrokkig omkijken. Dat doet Jan Drost niet. „De relatie is voorbij, maar de liefde niet.” Openhartig beschrijft hij hoe hij dacht in een uitstekende relatie te zitten, tot zij hem onverwacht verbrak. Maar het is natuurlijk wel zijn kant van het verhaal. „Het zijn mijn beelden van haar en onze liefdesgeschiedenis.” Een buitenkansje wil hij het niet noemen, dat hij die altijd de liefde bestudeerde, nu ook het verlies ervan aan den lijve ondervond. „Ik voelde wel een zekere urgentie om te begrijpen wat me overkwam.” Liefdesverdriet, zegt hij, wordt in onze cultuur afgedaan als onvolwassen zwakte. „Met een avondje Ben&Jerry’s op de bank moet je er wel overheen zijn. En dan swipe je jezelf weer een nieuwe liefde.”

We spreken af bij een filmhuis annex café in Amsterdam-Oost. Hij woont daar om de hoek, voorheen samen met Lisa, zoals hij haar noemt in zijn boek. We eten bruine boterhammen met pompoenspread. Hij is vegetariër sinds hij op z’n achttiende uit Harderwijk naar een studentenkamer in Amsterdam verhuisde. In het begin uit gemakzucht. Pas later is hij zich gaan realiseren welke „massaslachting en klimaat-ellende” er schuilgaan achter vleesconsumptie.

Net als hij in zijn boek, begin ik bij de breuk zelf. De scheidingsmelding, zoals hij het noemt. Op donderdagavond 20 februari 2014. Lisa zat op de groene bank, naast haar moeder. Waarom die erbij moest zijn, weet hij nog steeds niet en ook niet meer wat er precies is gezegd. Duidelijk was dit: zij wilde een „relatiepauze”, om na te denken.
En wat deed Jan Drost toen? Niets. Hij schrijft: „Ze bleef nog wel slapen.” Maar hoe ze die nacht in hetzelfde bed hebben doorgebracht, dat weet hij niet meer. „Wat had ik dan moeten doen?”, vraagt hij. „Had ik moeten zeggen: rot op? Had ik zelf weg moeten gaan?” Hij had zoveel kunnen doen, zeg ik. De boel bij mekaar brullen, smeken, passievolle seks. Iets! Hij knikt. In panieksituaties, zegt hij, heb je aan mij een goeie. „Ik blijf rustig en relaxed. De schrik komt altijd later.” Waarom deed ik niks, vraagt hij nu aan zichzelf. „Ik dacht vooral: ze is er nog. We zijn nog even samen.”

Hij vergelijkt de doffe verdoving die hij voelde na haar aanzegging met een elleboogbreuk die hij ooit opliep. Pas een uur na de val werd hij de pijn gewaar. Een jaar na de relatiebreuk hield hij bij filosofiecentrum The School of Life een lezing over liefdesverdriet. „Na afloop zakte ik door mijn hoeven.” Zo erg greep het onderwerp hem nog aan. In de zaal zaten verlatenen die zich schaamden voor hun smart. „Onze tijd en cultuur duwt mensen met een gebroken hart dieper de eenzaamheid en ellende in.” Wie te lang om een verloren liefde grient, geeft blijk van een „ziekelijke afhankelijkheid” van de ander. „Een mens hoort autonoom te zijn. Zelfstandig. Mensen die daten, zeggen: ik zoek iemand die me wil, niet iemand die me nodig heeft. Afhankelijkheid wordt gezien als iets slechts.”

Maar daar was Jan Drost het al mee oneens ver voor hij verlaten werd. In zijn boek Het romantisch misverstand uit 2011 stelt hij dat liefde geen solistische bezigheid is. Geen romantisch ideaal van „samensmelten tot één geheel”. Liefde is een relatie, zegt hij. De Een kan niet zonder de Ander.

Hij vindt het niet overdreven om de pijn van liefdesverdriet te vergelijking met rouw. Of de geliefde dood is of opgestapt, de verwerking van het verlies verloopt volgens dezelfde fases: ontkenning, woede, onderhandelen, depressie en acceptatie. Twee jaar na de breuk is hij gaan opschrijven hoe zijn rouwproces verliep.

‘Medine’?

.Wacht even. Op internet zag ik een filmpje van de presentatie van een ander boek van hem uit 2015. Naast hem zit, stralend, een meisje met een witte bloem in donkere krullen. Blader nu naar het dankwoord van zijn liefdesverdriet-boek, waarin hij ene Medine bedankt voor haar liefde. Is zij toevallig hetzelfde meisje aan wie hij de lezer in het laatste hoofdstuk voorstelt? Jazz-zangeres. Ontmoet op een kerstfeestje van de uitgeverij. Ja? Even snel rekenen … In februari 2014 ging het uit met Lisa. December, Kerst … Dus hij had … Hij knikt. Hij is alweer 2,5 jaar samen met zijn nieuwe liefde. Een tikje teleurgesteld stel ik vast dat hij tijdens het schrijven van zijn liefdesverdriet-boek dus helemaal niet zo eenzaam en ellendig was als ik dacht.

Niet eenzaam misschien, bevestigt hij. Maar ellendig wel, bij vlagen. „Het is een misverstand dat geluk niet samengaat met verdriet.” Maar rouwen om een ex, is dat niet heel pijnlijk voor de nieuwe liefde? „Je hoort in een nieuwe relatie niet al te veel te praten over je ex.” Eigenlijk is de verwachting dat je je vorige liefde zwart maakt, de negatieve kanten belicht. „Alsof je alleen zo kunt bewijzen dat deze relatie véél beter is.” Hij vindt dat stom. „Er bestaat geen wrokverplichting.” Een liefdesrelatie, zegt hij, is zo intens. „Je verklaart iemand tot die Ene.” Beetje lastig als daarvoor andere Enen waren. Hij heeft daar een alternatief voor bedacht, als tegenhanger van het tabula rasa-idee. Een nieuwe liefde begint niet op een schone lei, maar komt als het ware over alle vorigen te liggen. Zoals bij een palimpsest: een vel perkament waarvan de bovenste handschriftlaag voorzichtig wordt afgeschraapt, om opnieuw te worden beschreven. „Waarom zou je elkaars verleden wissen, zoals in de film Eternal sunshine of the spotless mind ieders geheugen wordt gewist. Iedereen met wie je een deel van je leven deelt, is onderdeel van je identiteit. Als je geacht wordt je vorige liefdesrelaties te verloochenen, verloochen je een deel van jezelf.”

Hij schrijft over de keer dat hij met Lisa afsprak om nog eens van haar te horen waarom ze hun relatie verbrak. Terloops noteert hij dat ze weer is gaan roken, en weer vlees eet. Afknapper? „Het vergrootte het gevoel van vervreemding.” En weet hij nu waarom ze het had uitgemaakt? „Ze zei wel dat ze het lastig vond om voor mij springplank én luchtkussen te zijn. Ze voelde zich te verantwoordelijk voor mijn geluk.”

Hij is gaan inzien dat de manier waarop hij is opgegroeid, als jongste met vier zussen, invloed heeft op zijn latere relaties. „Ik was zes toen mijn ouders scheidden.” Zijn vader ging weg. „Mijn moeder lag maanden overmand door verdriet op een stretcher in de zitkamer. Zij verliet ons ook.” Wat had hij graag eerder geweten van de hechtingstheorie van de Britse psychiater Bowlby. „Dan had ik beter begrepen dat een onveilig gehecht kind als volwassene een vermijdende of angstige hechtingsstijl heeft.”

En wat doet hij anders nu hij dat weet? „Van huis uit ben ik gewend sores in m’n uppie op te lossen. Ik beschouwde het als relationele hygiëne om de ander daarmee niet lastig te vallen. Daar ben ik van teruggekomen. Kleine verwijten kunnen gaan etteren en voor je het weet worden breukjes relatiekwetsuren.” Hij heeft zich na Lisa niet „als een eekhoorn in z’n holletje teruggetrokken”. Hij zocht troost bij vrienden en familie.
Hij drinkt gemberthee, om in de sfeer van zijn boek te blijven. De combinatie gemberthee, een schaaltje M&M’s, en de serie Lost werd een vast ritueel na de breuk. „Maandenlang leed ik onder een enorme hoest, zo erg dat ik mijn ribben kneusde.” Dat waren de maanden dat hij elk nieuw paar schoenen dat hij aanschafte zag als metafoor voor „op eigen benen staan”, bij elk paar nieuwe maandlenzen vaststelde dat hij door deze Lisa niet meer zou zien, en bij elke maaltijd heel voorzichtig kauwde, uit angst zich te verslikken, met niemand in de buurt om te voorkomen dat hij zou stikken.

Niet echt geuit

Dat, gecombineerd met de vele uren die hij in eenzaamheid heeft zitten schrijven, wekt niet echt de indruk dat hij zijn liefdesverdriet heeft geuit. „Mijn vriendin zegt dat ik door te schrijven het leven beter begrijp. Zo is het. Door woorden te geven aan mijn gevoel, werd de pijn minder erg.” Dat klinkt toch rationeel? „Over denken bestaat een misvatting. Denken is geen tegenpool van voelen. „Kant beweert dat. Echt zo’n filosoof die met z’n knokige hand een schroef in je hersenen draait.” Zelf is hij van de school van Nietzsche, Levinas, Aristoteles. De filosofen die „met bloed schreven” en „dachten met gevoel”. Hij zegt: „Ik heb een rijk gevoelsleven, dus moet ik veel denken.”
Net toen hij dacht dat het liefdesverdriet voorbij was, een jaar geleden, ging hij „onderuit”. „Ik had alle rouwfases doorlopen, dacht ik. Sommige woede wel vijf keer. Maar depressie had ik blijkbaar overgeslagen.” Hoe wist hij dat de liefdesbreuk uit 2014 de oorzaak was, en niet de wintertijd? „Pas toen ik over Lisa sprak, gingen de sluizen open.”

Jan Drost in het kort:

Geboren Vroomshoop, 12 september 1975
Burgerlijke staat ongehuwd
Woont in Amsterdam
Opleiding wijsbegeerte aan de Universiteit van Amsterdam
Eerste baan boekverkoper
Vervoermiddel fiets („Fietsen is liefde!”)
Sport hardlopen
Boek Stilte in oktober, van Jens Christian Grøndahl
Film Her, De Rouille et d’Os
Muziek Mozart, Bach, Ron Sexsmith, Sufjan Stevens
Onmisbaar de aarde, welwillendheid

Eerste hulp bij liefdesverdriet: ‘Maak van je pijn een onderdeel van het geluk’
Dinsdag 7 november 2017
HUMO

In zijn eerste boek ‘Het romantisch misverstand’ ontmaskerde Jan Drost met behulp van Plato, Schopenhauer en Nietzsche romantische idealen die ware liefde in de weg staan. In ‘Als de liefde voorbij is’ staat Drost nu stil bij wat er gebeurt wanneer de liefde ophoudt. Zoals hem zelf overkwam, toen zijn relatie na tien jaar onverwacht eindigde.

JAN DROST “Ik dacht toen niet meteen: ‘Jippie, ik kan hier een boek over schrijven.’ (lacht) Maar in zekere zin is het de pijnlijke consequentie van een stelling in mijn eerste boek. Liefde is een soort afhankelijkheidsverklaring: je begint een relatie met iemand die los van jou staat. En de uiterste consequentie is dat die ander ook weg kan gaan.”
Als je verliefd bent, heb je de neiging om de ander de hemel in te prijzen. Op de één of andere rare manier doe je dat ook wanneer die bij je weggaat. Plots ben je weer doordrongen van het allesomvattende belang van hem of haar en ga je opnieuw idealiseren, alsof je geest alleen maar de mooie dingen heeft onthouden. Romantiek in de achteruitkijkspiegel is een vorm van zelfbedrog.»

HUMO Sommige psychologen vinden dat liefdesverdriet in psychiatrische handboeken hoort, net als rouwen.

DROST «Ik weet niet of het überhaupt in een boek met stoornissen moet, maar de vraag stellen is ook een manier om het serieus te nemen, want het is even ingrijpend als rouwen.»

HUMO Het kan in het ergste geval ook depressies veroorzaken.

DROST «Zo’n depressie is een noodzakelijke fase in het verwerkingsproces. Maar mijn interpretatie is anders dan de puur biologische visie. Bijna alle vormen van verdriet en depressie hebben te maken met een relatie. De wetenschap lijkt dat wel te vergeten.»

HUMO U schrijft ook dat de samenleving weinig mild is voor liefdesverdriet.

DROST «Er was een moment dat ik mezelf ook zwak vond, maar gelukkig ga je als cultuurfilosoof snel denken: het is de maatschappij die me dat aanpraat (lacht).
»De tendens is dat je wel even liefdesverdriet mag hebben, maar dat je niet mag vergeten dat je volwassen bent. Het wordt niet aanvaard dat je totaal gevloerd bent en even niets meer kunt.»

HUMO U overdenkt ook een aantal strategieën waarmee we liefdesverdriet kunnen temperen.

DROST «Ik pleit niet voor alcohol op doktersvoorschrift, maar het is wel een goed idee om je door een vriend op sleeptouw te laten nemen naar de kroeg. Wat voor mij hielp, was het besef dat je geen strikt onderscheid moet maken tussen verdriet en geluk. Ik heb geprobeerd om een manier van denken te ontwikkelen waarin verdriet een onderdeel van de schoonheid wordt. Op den duur wordt verdriet dan een onderdeel van het geluk.»

 

Liefdesverdriet

Liefdesverdriet – de 5 fases van liefdesverdriet

Liefdesverdriet – iedereen krijgt er mee te maken. Misschien maar één keer, misschien wat vaker. Ontdek de 5 fases van liefdesverdriet en weet wat je kunt verwachten.

1. Ontkenningsfase
Samen zijn jullie erachter gekomen dat jullie niet zo’n fantastisch koppel zijn als jullie dachten. Als er een einde komt aan je relatie is dit erg vervelend. Degene met wie je altijd alles deelde is ineens weg. Je bent je beste maatje kwijt. Bij veel mensen resulteert dit besef in liefdesverdriet.
In eerste instantie zal je denken en voornamelijk hopen dat het allemaal wel goed komt. Jullie waren toch zo’n fantastisch koppel? De ontkenningsfase is de eerste fase die liefdesverdriet kent. Je bent er bijna helemaal zeker van dat jullie in de toekomst toch weer samen komen.

2. Uit je dak gaan
Na een tijdje ga je inzien dat jullie toch niet samen komen. Je komt dan in de fase waarin je erg boos kan worden. Dit gaat soms gepaard met agressie. In deze liefdesverdriet fase worden de meeste mensen ook erg losbollig, gaan veel stappen en sjansen met anderen. Voornamelijk om hun liefdesverdriet te verwerken en het zelfvertrouwen op te krikken.

3. Tot inkeer komen
Na deze fase kom je snel weer tot jezelf. Zoveel zelfvertrouwen geven die one night stands je echt niet zodra je beseft dat het toch allemaal maar voor één nacht is.
Je kunt je eenzaam voelen. Je krijgt het gevoel alsof niemand je meer wil, je voelt je onaantrekkelijk en alleen. Waarschijnlijk zal je zelfs gaan denken dat je voor altijd een hopeloze single blijft! Deze fase vormt het dieptepunt van je liefdesverdriet.
Maar gelukkig eindigt het verhaal hier niet!

4. Achter de wolken schijnt de zon!
Gelukkig ga je langzamerhand realistisch worden. Dit is de vierde fase van liefdesverdriet. Je gaat merken dat je leven echt niet alleen maar draait om die ene liefde. Je gaat je oude liefde loslaten en je eigen leven leven.
Natuurlijk heb je het nog af en toe moeilijk, maar je beseft dat het goed gaat komen. Veel vrouwen gaan in deze fase zichzelf helemaal opknappen. Ze nemen een nieuw verfje in hun haren, gaan flink shoppen met vriendinnen en besteden veel aandacht aan hun uiterlijk. Mannen gaan veel met vrienden ondernemen en leuke dingen doen. Er komt een frisse wind in het leven.

5. Jezelf en je situatie accepteren
In de laatste fase van liefdesverdriet ga je accepteren dat je liefde met je ex-lover echt helemaal over is. Je gaat inzien dat een leven als single helemaal niet zo slecht is. Het heeft natuurlijk ook zo zijn voordelen. Geen vieze haren in het doucheputje, geen gore sokken, doen waar je zelf zin in hebt, lekker stappen en sjansen met mooie andere mensen, noem maar op!
Natuurlijk verwerkt iedereen op zijn eigen manier zijn liefdesverdriet. Soms doorloop je alle fases en soms maar een paar en sla je er eentje over. In ieder geval weten we één ding zeker: het komt allemaal goed!

Liefdesverdriet stap voor stap verwerken
Liefdesverdriet gaat over, uiteindelijk. Alles slijt, aan alles komt een einde. Blijf dicht bij jezelf, geef jezelf de tijd om je liefdesverdriet te verwerken en kijk voorzichtig weer vooruit. Het leven gaat door, en vroeg of laat zul jij weer gelukkig zijn. Echt waar!

Bron: sochicken.nl