Iedereen in winterslaap

Iedereen in winterslaap

Zou het niet zalig zijn de barre wintertijd slapend te overbruggen? Of astronauten in een winterslaap te brengen tot ze pakweg op Mars zijn? Zover is de wetenschap nog niet. Maar de vernuftige trucjes van winterslapers bieden wel al praktische toepassingen voor de mens.

Wie droomt er niet heimelijk van: tijdens de gure wintertijd de dekens over je heen trekken om pas maanden later te ontwaken als het zonnetje weer schijnt? Voor veel dieren is het de jaarlijkse realiteit. Zodra de dagen korter worden, bereiden zij zich voor op een winterslaap. Bovengronds zijn de gevaren van kou, hongerige vijanden en voedseltekort in de winter te groot. Een winterslaap vergroot de overlevingskansen en bovendien leven winterslapers langer. De tijd die ze slapend doorbrengen, krijgen ze er in levensjaren weer bij.

Waar wacht de mens nog op? In theorie moet winterslaap voor de mens mogelijk zijn, denkt de Groningse expert Arjen Strijkstra. ‘Binnen elke diergroep is er wel een winterslapende soort, zelfs binnen de primaten. Het is voor de mens alleen niet zo handig, ons leven is niet op die manier georganiseerd. Dieren leven veel seizoensmatiger en stemmen bijvoorbeeld hun voorplanting daarop af. Wij krijgen het hele jaar door baby’s.’

Vergeetachtig

Toch biedt winterslaap uitkomst voor mensen. Winterslapende dieren hebben vernuftige mechanismen om bijvoorbeeld orgaanschade te voorkomen, die mogelijk toepasbaar zijn op de mens. Ook zou het bijzonder handig zijn astronauten in winterslaap te kunnen brengen, zodat ze tijdens hun reis weinig voedsel nodig hebben en ook weinig afval veroorzaken. De daadwerkelijke toepassingen zijn niet ver weg meer, zeggen wetenschappers.

Daartoe doen ze winterslaaponderzoek bij diverse diersoorten. Er zijn drie verschillende vormen van winterslaap te onderscheiden. Voor astronauten zou de berenmanier uitkomst bieden: een maandenlange ononderbroken slaap. Grondeekhoorns pakken het anders aan: ze verlagen hun stofwisseling en lichaamstemperatuur drastisch gedurende een aantal dagen – soms tot onder het vriespunt – maar warmen dan weer even op om vervolgens opnieuw in zogeheten torpor te gaan. Kleinere dieren als Siberische hamsters kennen een dagelijkse afwisseling van torpor en opwarming.
Die zogeheten eutherme fases waarin dieren hun lichaamstemperatuur en stofwisseling even terugbrengen naar normale niveaus waren tot nog toe een raadsel voor onderzoekers. In termen van energieverbruik zou het efficiënter zijn de hele winter door te winterslapen. Blijkbaar hebben winterslapers die tussentijdse opwarming nodig. Niet om te eten of hun behoefte te doen, maar om hun slaap in te halen, vermoedden onderzoekers: winterslapers brengen 70 tot 80 procent van de warme fases slapend door.

Tijdens winterslaap slapen dieren namelijk niet. ‘Het is op zijn best een vreemd soort wakker zijn’, zegt Strijkstra. ‘Kenmerkend voor slaap is veel slow wave activity in de hersenen, meetbaar met een EEG-scan. Hoe dieper de slaap, hoe hoger de slow wave activity. Je zou denken dat dieren minder slaperig zijn als ze lang in torpor zijn geweest, maar het tegendeel blijkt waar: we zien juist een hoge slow wave activity. Torpor is dus een vorm van slaapdeprivatie. Laat je dieren na een periode van torpor niet slapen, dan zou je verwachten dat die slaapschuld verder toeneemt en de slow wave activity hoger wordt. Dat blijkt opmerkelijk genoeg niet het geval: de slow wave activity verdwijnt, ook zonder slaap.’

Slaap blijkt dus niet de reden dat dieren tussentijds opwarmen. Maar wat dan wel? Chronobioloog Ate Boerema van de Rijksuniversiteit Groningen zocht het antwoord in de hersenen. Winterslaap blijkt dieren namelijk vergeetachtig te maken. Voorafgaand aan de winterslaap leerden grondeekhoorns op een vaste plek in een doolhof voedsel vinden. ‘Na een winterslaapperiode waren ze dat ruimtelijke geheugen kwijt. Merkwaardig is dat soortgenoten die door een kunstmatige hoge omgevingstemperatuur niet in torpor gingen, zich de voedselplek wel konden herinneren.’

Een nader kijkje in de hersenen van winterslapende dieren leerde dat zich daar allerlei veranderingen voltrokken. Veranderingen die de onderzoekers deden denken aan de ziekte van Alzheimer. ‘In de hersenen zitten zogeheten tau-eiwitten, waar fosfaatgroepen aan binden’, legt Boerema uit. ‘Zo’n fosfaatgroep kan zich echter ook op een verkeerde plek hechten. Dat is ongunstig: er ontstaat dan tau-hyperfosforylatie, wat het neuronale transport in de hersenen verstoort. Uiteindelijk gaat het tau-eiwit opkrullen, waardoor de cel stuk gaat. Dat noem je tangles. Bij mensen is dat een teken van de ziekte van Alzheimer.’

Die verkeerd gevormde tau-eiwitten bleken ook te ontstaan in de hersenen van winterslapende grondeekhoorns, al vlak nadat de dieren hun thermostaat uitdraaiden en afkoelden. Na acht dagen winterslaap zaten de hersenen er vol mee. Maar kort nadat de dieren weer opwarmden, bleek de tau-hyperfosforylatie wonderbaarlijk genoeg weer verdwenen. Blijkbaar hebben de dieren een mechanisme om dat proces om te keren. En niet alleen grondeekhoorns blijken dat te kunnen, ook bij goudhamsters en bij dagelijks in torpor gaande Siberische hamsters treedt tau-hyperfosforylatie op in de koude periode en verdwijnt dit weer bij opwarming. ‘We denken dat dieren tussentijds warmere fases inbouwen om verdere schade aan de hersenen te voorkomen’, legt Boerema uit.

Alzheimermuizen

Dat verklaart echter niet waarom bijvoorbeeld beren tussendoor niet opwarmen. Door in de hersenen te kijken van hamsters die bij verschillende temperaturen winterslaap hielden, ontdekten de onderzoekers een knik in het ontstaan van de verkeerd gevormde tau-eiwitten. ‘Onder de 28 graden Celsius treedt tau-hyperfosforylatie op en moeten dieren tussendoor opwarmen. Boven die temperatuur niet.’ Een beer koelt door zijn dikke isolatielaag amper af, waardoor hij boven de temperatuurgrens van 28 graden blijft.

Het effect van de omgevingstemperatuur is ook terug te zien bij lemuren op Madagaskar. Zitten de halfapen tijdens de winterslaap hoog in de boom, dan fluctueert hun lichaamstemperatuur dagelijks tussen 12 en 35 graden Celsius, net als de omgeving. Deze lemuren slapen als een beer: ze warmen tussendoor niet op. Onderin de boom varieert de temperatuur minder sterk door gebrek aan zonlicht en blijft de temperatuur dicht bij de 20 graden Celsius. Lemuren die onderin winterslapen, hebben een torporpatroon als een grondeekhoorn: ze moeten elke acht of negen dagen opwarmen. ‘Als de omgeving niet boven die kritieke temperatuurgrens uitkomt, dan moeten de dieren zelf een warme periode genereren’, zegt Boerema.

Onderzoekers zijn er zelfs in geslaagd dat systeem toe te passen op muizen, die normaliter niet aan winterslaap doen. Ook daar is het effect temperatuurafhankelijk: koelde de omgeving de muizen af naar 22 graden Celsius, dan kregen ook deze muizen tau-hyperfosforylatie en moesten ze tussendoor opwarmen. Bleef de omgeving rond de 30 graden Celsius dan vond tau-hyperfosforylatie niet plaats. Met deze winterslapende muizen hebben onderzoekers een praktisch en natuurlijk model in handen om tau-hyperfosforylatie te bestuderen. ‘Alzheimer lossen we er niet gelijk mee op, daarvoor moet je zoeken naar de oorzaak. Als je tau-hyperfosforylatie vindt, dan ben je al te laat’, zegt Boerema. ‘Maar we kunnen wel onderzoeken hoe winterslapers dat mechanisme omkeren en welke stoffen er bijvoorbeeld effect op hebben.’

Astma

Niet alleen de hersenen zijn in dat opzicht interessant voor de medische wetenschap. Ook in tal van andere organen treden veranderingen op in het begin van de torpor die tijdens de opwarming weer worden teruggedraaid. Die trucjes willen medici graag toepassen op de mens. ‘Vrijwel alle organen veranderen van structuur tijdens een winterslaap. Daar is altijd wel een ziekte bij te vinden die erop lijkt’, zegt de Groningse hoogleraar farmacologie Rob Henning. Hij keek specifiek naar de longen, die in winterslaap sterk lijken op de longen van een astmapatiënt.

‘Zowel bij astma als bij hamsters in winterslaap neemt het steunweefsel van de longen toe. Voor astmapatiënten is dat bijzonder ongunstig: de longen worden stijver, waardoor ze moeilijker kunnen ademen. Bij hen wordt dat veroorzaakt door een ontsteking, bij winterslapers niet. Waarom en hoe winterslapers dat doen, weten we nog niet. Ik vermoed dat het een mechanisme is om te voorkomen dat de long in elkaar klapt. Tijdens de winterslaap is hun hartslag 3 procent van wat die normaal is en zakt hun ademhaling van veertig keer naar één keer per minuut. Dat is net genoeg om het lichaam van zuurstof te voorzien. Onze longen zouden dan in elkaar klappen’, vertelt Henning. ‘Het is heel merkwaardig dat organen zo’n grote verandering ondergaan én dat het omkeerbaar is. In anderhalf uur zijn de longen weer normaal.’

Bijzonder is ook dat er geen schade aan de organen ontstaat als het lichaam van een winterslaper opwarmt. Terwijl bij menselijke organen en bloed die koel worden bewaard voor transplantatie wél weefselschade ontstaat. Naast een model voor astma, levert winterslaap daardoor ook slimme trucjes om organen en bloed beter te bewaren. De stoffen die winterslapende dieren gebruiken, helpen bijvoorbeeld bloedplaatjes ook koud te bewaren. ‘Dat lost echt een probleem op’, zegt Henning. ‘Bloedplaatjes worden vaak gebruikt, voor kankerpatiënten en bij operaties. Ze konden eerder alleen warm worden bewaard, omdat de bloedplaatjes anders gaan klonteren. Maar dan ontstaan weer problemen met bacteriën. Deze nieuwe methode is zeer welkom, zeker in landen waar grotere afstanden moeten worden overbrugd, of in oorlogsgebieden.’

Narcose

Langzaamaan wordt de winterslaap zo steeds dichter bij de mens gebracht. Maar of mensen op termijn echt in winterslaap gaan, betwijfelt Henning. ‘Het zou wel het mooiste narcosemiddel zijn voor operaties. Je hebt geen problemen met orgaanschade en alle functies gaan op een laag pitje. Maar het is lastig om dat op mensen te testen.’
Een van de lichaamsfuncties die nu onbedoeld volop geactiveerd worden tijdens operaties is het immuunsysteem. ‘Tijdens een openhartoperatie stroomt het bloed door een hart-longmachine, die het immuunsysteem als lichaamsvreemd herkent’, legt arts-onderzoeker Hjalmar Bouma van het Universitair Medisch Centrum Groningen uit. Winterslapers hebben een unieke eigenschap, die artsen graag zouden toepassen tijdens operaties: de witte bloedcellen verdwijnen tijdens winterslaap uit hun bloed, waardoor afweerprocessen nauwelijks plaatsvinden.

Lange tijd was het een raadsel waar die cellen bleven. Massale celdood bij afkoeling en nieuwe celproductie bij opwarming bleek geen optie, want na opwarming was het immuunsysteem al binnen anderhalf uur weer op volle sterkte. Door de witte bloedcellen met een lichtgevende stof te merken, ontdekte Bouma dat de cellen in de lymfeklieren werden opgeslagen. ‘Een vet, genaamd sphingosine-1-fosfaat (S1P), zorgt ervoor dat de witte bloedcellen terug naar het bloed stromen. In winterslaap blijkt die lipide, en daardoor ook de immuuncellen, afwezig door de lage temperatuur.’

Mensen worden tijdens operaties ook gekoeld – tegenwoordig tot ongeveer 33 graden Celsius – maar diepe afkoeling heeft nadelige gevolgen voor organen. Bouma zou daarom graag een element van het winterslaapmechanisme lenen. Door een vergelijkbare stof te gebruiken als de S1P-lipide in winterslapers hoopt hij de aanwezigheid van witte bloedcellen te reguleren en daarmee het immuunsysteem tijdelijk te onderdrukken. ‘In diermodellen geeft dat al veelbelovende effecten.’

Astronaut

Een andere manier om slimme winterslaapmechanismen dichter bij de mens te brengen, is proberen dieren die normaal gezien wakker blijven, toch in winterslaap te brengen. ‘Als muizen hard moeten werken voor hun voedsel ontstaat er een negatieve energiebalans en gaan ze in torpor. In het bloed van deze muizen is de stof 5 AMP verhoogd. Spuit je deze stof in bij andere dieren, dan gaan ook zij in een kunstmatige torpor. We weten dus hoe je een dier in winterslaap krijgt, inclusief immuunsuppressie, gevolgd door een fase waarin het dier zelf weer opwarmt, zonder orgaanschade. Zo bouwen we een brug tussen natuurlijke winterslaap en het ziekenhuis.’

De wetenschap is dus al zo ver dat niet-natuurlijke winterslapers in winterslaap kunnen worden gebracht. ‘Dat kunnen we toepassen op de mens. Maar denk niet dat we mensen in oktober opnemen in het ziekenhuis om volledige winterslaap te induceren, en pas in april weer ontslaan. We zullen bepaalde elementen uit de winterslaap gebruiken, zoals het remmen van de stofwisseling of het onderdrukken van het immuunsysteem tijdens operaties of bij traumaslachtoffers, en het kan dienen als natuurlijk modelsysteem voor onderzoek naar diverse ziektes’, zegt Bouma. ‘Het zal nog even duren voor we de eerste astronaut in winterslaap de ruimte in kunnen schieten. Naar verwachting krijgt ook hij alzheimerachtige verschijnselen. Een astronaut die ergens in de ruimte wakker wordt en niet weet waar hij is en wat hij moet doen, daar heb je niets aan. En zelfs als we dat uitgevogeld hebben, dan zijn er nog tal van ethische kwesties. Dat blijft voorlopig nog sciencefiction. Maar de eerste toepassingen van winterslaap zijn niet ver weg meer.’

BRON – Eos – Maartje Kouwen

Vreemdelingen

Vreemdelingen? Wie is tegenwoordig niet vervreemd van zichzelf? De meesten onder ons weten niet eens wat ze voelen, laat staan dat ze weten hoe er mee om te gaan.

Telkens ik een wat openhartig schrijfsel op mijn blog zet, en zeker als het over seksualiteit gaat, komen er reacties, vooral van mensen (mannen) die ik ken, die uitmunten in banaliteit en vulgariteit, en waarvan de reactie gever bovendien denkt dat ze grappig zijn.

Vervreemd van zichzelf en vervreemd van de andere en hoe daarmee om te gaan? Het verbaast mij dus niet dat er zoveel slechte relaties zijn en zo weinig intimiteit in die relaties. En het is altijd de fout van de andere, en zeker wanneer het van mannen komt, de fout van de vrouw.

Ga misschien eens naar de ander toe met het idee dat je de dingen anders moet aanpakken. Voorzeker kom je dan al wat dichter bij de problemen en dus ook dichter bij elkaar. Het leven en de liefde is immers een spel van geven en nemen, maar dan wellicht in veel relaties liefst gelijker verdeeld.

Even een rekensommetje

Even een rekensommetje. Ik heb nu zo een zestigtal vrienden op Facebook. Stel ik zet morgen mijn account stop, hoeveel vrienden zal ik dan nog voor mijn verdere leven overhouden? Zestig? Een handvol? Geen? Ik maak mij echt geen illusies.

Zelf vind ik dat eigenlijk geen groot probleem, want ik heb genoeg sociale contacten buiten Facebook, en zeer waardevolle bovendien. Overigens ben ik een nogal bezige bij en heb heel veel tijd voor mezelf nodig. Maar ik kan mij wel voorstellen dat mensen met weinig sociale vaardigheden, problemen allerlei, of ziek zijn, vaak in de kou blijven staan. En ouderdom, zoals in onderstaand artikel staat, heeft er inderdaad weinig mee te maken.

In tegenstelling tot wat de gangbare situatie is, verlaat ik bijvoorbeeld zelden een wachtkamer, zonder met de één of andere persoon een gesprek te hebben aangeknoopt. Je kan er dus allemaal wel zelf wat aan doen, en misschien zijn we het inderdaad verleerd, maar individualisme, verstedelijking of alleenstaand zijn heeft er volgens mij weinig mee te maken dat mensen eenzaam zijn. Het vaakst ligt het nog altijd in de eerste plaats aan onszelf en aan de aard van het beestje!

Allemaal samen eenzaam

De Standaard – Sarah Vankersschaever – 13.01.2019

‘Goeiedag, wij zijn van het meldpunt Eenzaamheid.’ Sint-Truiden heeft sinds deze week als eerste gemeente in Vlaanderen een schepen van Eenzaamheid. Het eerste werk van Pascy Monette (Open VLD): een meldpunt oprichten. Inwoners, maar ook sociale organisaties, verpleegkundigen, huisdokters, postbodes, bakkers en kassiersters kunnen het melden als ze iemand eenzaam opmerken. Die persoon krijgt dan binnen de 24 uur bezoek van een vrijwilliger.

In Gent doen ze het dan weer met Hello Jenny, een project dat senioren koppelt aan studenten. Via een slimme speaker staan ze met elkaar in contact en kan iemand hulp vragen aan een buddy: om mee te gaan naar de bakker, om eens langs te komen …
De Duitse psychiater Manfred Spitzer noemt eenzaamheid in zijn nieuwe boek, dat over een dikke week in het Nederlands verschijnt, killer nummer één, dodelijker dan alcohol, een niet-erkende ziekte en een van de urgentste problemen van onze westerse samenleving. Want individualisme en verstedelijking nemen toe, net als het aantal eenpersoonshuishoudens. Vandaag voelt een op vier Vlamingen zich geregeld tot vaak eenzaam. Niet alleen ouderen, vooral ook jongeren ervaren eenzaamheid in tijden waarin alleen de beste en meest sociale versie van zichzelf likes krijgt.

2019 wordt het jaar waarin eenzaamheid op de beleidsagenda wordt gezet. Omdat het weegt op onze gezondheid, op het aantal zelfdodingen, op ons sociale weefsel, op wie we als mens voor elkaar en wat we als samenleving willen betekenen.

Zo’n bevoegde schepen mag dan vooral goeie citymarketing zijn, er is hoop dat, als we er allemaal van doordrongen raken dat er een probleem is, we ook samen en apart naar oplossingen zullen zoeken. Want geen betere voedingsbodem voor innovatie dan het tekort. 2019 wordt het jaar waarin we eenzaamheid eindelijk serieus nemen, met minder sociale media en meer sociaal contact.

Verdwijnen

“Duurzaamheid krijg je door de bescheidenheid te omarmen. Door het gewone toe te laten. Het kleine en middelmatige te appreciëren. Dat is in deze rollercoastertijden een moeilijk te verteren advies.” Dirk De Wachter – psychiater

“Harmonie tussen het denken, het zeggen en het doen, dat is het opperste geluk” Ghandi

Wijze woorden, en o zo waar! Ik heb vandaag naar de film Leave no Trace gekeken.

Prachtige en inspirerende film! Sommige mensen kunnen het teveel aan prikkels in deze wereld niet (meer) aan en verdwijnen in de natuur zonder een spoor na te laten…En dat moet kunnen!

Soms zou ik dat ook willen, en eigenlijk is dat ook best mogelijk zonder daarom in de natuur te hoeven verdwijnen, maar door gewoon thuis de wereld met zijn overdaad aan prikkels en regeltjes buiten te sluiten. Geen telefoon, geen internet, geen kranten, geen tv, geen gezelschap, enkel de katten en de kippen, en de stilte van de tuin rondom het huis. Zelfs de gordijnen gaan dan naar beneden, het licht wordt gedempt en niets of niemand is nog belangrijk genoeg om de rust te verstoren.

En als ik ooit in de natuur zou verdwijnen zou dat in Torgny zijn, in de provincie Luxemburg, maar ik vrees dat verdwijnen in de natuur om het even waar, al lang niet meer mogelijk is.

Het geluk van de vrouw

“Het geluk van de man is: ik wil. Het geluk van de vrouw is: hij wil.” – Friedrich Nietzsche

Het was een vrouwenhater hé, onze Frederik en al zeker geen vrouwenkenner. Maar toch, wat vrouwen willen, is nog lang niet voor iedereen duidelijk.

We mogen dan al wel financieel en administratief onafhankelijk zijn, maar o.a. nog lang niet seksueel bevrijd van vooroordelen en beperkingen. Het gezegde luidt dat brave meisjes in de hemel komen en stoute overal, maar mannen komen nog altijd met veel meer weg dan vrouwen, en vooral dat moet veranderen en bijgesteld worden.

Ook wij willen kunnen experimenteren en vrijuit zeggen waar we van genieten, ook wij willen de vrijheid om iets niet te willen, en ook wij willen de vrijheid dat iedereen dat vanzelfsprekend vindt, net zoals dat voor mannen vanzelfsprekend gevonden wordt. Kortom, ook wij willen de hemel op aarde! Zelfs op ons zeventigste!

En vooral, wij willen geen dienende rol, gewoon omdat we toevallig als meisje geboren werden. Het geluk van de vrouw is: ik wil!

Vandaag zette ik het volgende op mijn Facebookpagina:

“De enige gevoelens die mannen niet kunnen verstoppen, zijn hun seksuele gevoelens. Die springen direct in het oog. Vrouwen daarentegen zijn daar veel subtieler in, en daar heb je het raden naar. Vandaar ook de overmacht van vrouwen.”

Geen wegcijferende rol dus en ook geen beperkende rol, maar blij en gelukkig zijn dat je een vrouw bent, en daar voluit van genieten. En vooral veel willen!

Opruimtijd!

We gaan er vandaag eens flink tegenaan, en deze muziek gaat ons daarbij helpen.

Het is opruimtijd en alle overvloed en wat niet meer gebruikt wordt, vliegt eruit, zodat nog enkel de essentie en waar we mee bezig zijn, overblijft!

Deep down in Louisiana close to New Orleans
Way back up in the woods among the evergreens
There stood a log cabin made of earth and wood
Where lived a country boy named Johnny B. Goode
Who never ever learned to read or write so well
But he could play a guitar just like a-ringin’ a bell
Go go
Go Johnny go go
Go Johnny go go
Go Johnny go go
Go Johnny go go
Johnny B. Goode
He used to carry his guitar in a gunny sack
Go sit beneath the tree by the railroad track
Oh, the engineers would see him sitting in the shade
Strumming with the rhythm that the drivers made
People passing by they would stop and say
“Oh my what that little country boy could play”
Go go
Go Johnny go go
Go Johnny go go
Go Johnny go go
Go Johnny go go
Johnny B. Goode
His mother told him “someday you will be a man
And you will be the leader of a big old band
Many people coming from miles around
To hear you play your music when the sun go down
Maybe someday your name will be in lights
Saying “Johnny B. Goode tonight”
Go go
Go Johnny go
Go go go Johnny go
Go go go Johnny go
Go go go Johnny go
Go
Johnny B. Goode

Komen en gaan

Eén van de nare zaken aan ouder worden is dat je om de vijf voet naar een begrafenis zou moeten gaan. Maar we gaan dat dus zolang we leven niet doen, omdat we ons nog een eeuwigheid zullen moeten bezig houden met de dood, dus mijn innige deelneming, maar verder gaan we vooral het leven vieren. En de dag dat ik naar mijn eigen begrafenis “ga” moeten jullie ook niet komen.

Wat ik dus wel doe is regelmatig op de uitvaartwebsites gaan kijken wie overleden is, en af en toe kom ik daar dan een bekende tegen, zoals een schoolkameraad of een vroegere buur. Vaak zijn die dan veel te jong overleden. En dat doet me dan altijd wel iets, alsof samen met je kennissen ook een deel van je eigen verleden verdwijnt.

Veel blijven er niet over, maar af en toe duikt er wel iemand uit dat verleden ook weer op. Mensen komen en gaan immers, toch in mijn ervaringen, en dat is goed zo. Niet dat ik mij niet hecht aan iemand, maar ik ben ook niet meteen iemand die zich daar dan aan vastklampt. In tijden dat liefde heel tijdelijk is, is dat ook zo met vriendschap, en elke nieuwe ontmoeting beschouw ik als een opportuniteit om een heel nieuwe wereld te ontdekken: de wereld van de andere. Mensen verlaten je soms een tijdje, nemen afstand, maar opeens gebeurt er dan weer iets, waardoor je elkaar terug tegenkomt of weer gaat opzoeken.

Komen en gaan, het zit overal in, kijk maar naar de natuur. Het is dus letterlijk en figuurlijk de natuurlijkste zaak ter wereld. Niet direct voorgoed, dat ze daar nog maar een hele tijd mee wachten, maar al de rest accepteer en aanvaard ik.

Komen en gaan

We komen en we gaan en onderweg begroeten we de meisjes
We praten, eten, slapen, nemen afscheid met een traan. We komen en we gaan

We komen en we gaan en onderweg begroeten we de mannen
We kreten, liegen, bidden, nemen afscheid met een slok. We komen en we gaan

We komen en we gaan en onderweg begroeten we de kinderen
We spelen, lachen, dansen, nemen afscheid met een lange neus. We komen en we gaan

We komen en we gaan en onderweg begroeten we de bomen
We schuilen, zitten, zagen, nemen afscheid zonder spijt. We komen en we gaan

We komen en we gaan en onderweg begroeten we de flessen
We nippen, drinken, zuipen, nemen afscheid met de hik. We komen en we gaan

We komen en we gaan en onderweg begroeten we de dieren
We aaien, eten, schieten, nemen afscheid zonder blik of blos. We komen en we gaan

We komen en we gaan en onderweg begroeten we de wolken
We knielen, bidden, hopen, nemen afscheid met een lied. We komen en we gaan

We komen en we gaan en onderweg begroeten we de ziektes
We kermen, janken, sterven zonder vragen, zonder weten. We komen en we gaan

Herman Van Veen

Gipsvrij

Ja hoor, ik ben gipsvrij, sinds vrijdag al! Maar een vuist maken zit er nog niet bij, of iets uit de losse pols schudden ook niet. Vroeger dacht ik de wereld aan te kunnen, maar nu niet eens mijn tuin, maar het is gelukkig nog geen lente, en ik heb dus nog genoeg tijd om te revalideren. Half februari zou dat moeten gelukt zijn.

Om mijn zoon op de gepaste manier te bedanken voor de geboden steun, zijn we na ons bezoek aan het medisch centrum van Wezembeek-Oppem uitgebreid gaan ontbijten bij “Onze buur” in Tervuren. Met cava!

Ik heb van de dokter een brase gekregen en de raad om de deuren niet toe te kloppen met mijn pols. Zal ik dan ook niet doen, en ik ben heel tevreden over dat medisch huisartsen centrum in Wezembeek-Oppem. De brase heb ik van de bandagist ter plaatse gekregen, Van Haesendonk, waar mijn man ook naartoe ging in Leuven voor zijn beenprothese. Toevallig was de jonge man die ons daarmee geholpen heeft een Overijsenaar, en hij heeft ook meteen alles in orde gebracht voor de mutualiteit. Prima verzorging en prima service, en de afspraak was om 9u45 en we waren een half uur later al buiten.

Ik heb ook een foto gezien van de genezen breuk, en dat zag er heel goed uit, en ik was blijkbaar nog altijd kalk aan het maken. Een mooie rechte breuk, en volledige hersteld!

Alles dus heel vlot verlopen en ook de verpleegsters moeten niet meer komen, want ik heb ondertussen ook al terug alleen kunnen douchen. Het vervelendste is de schrik die nog in mijn lijf zit, en mij af en toe parten speelt, waardoor ik buiten onzeker ben. Misschien een wandelstok gebruiken…

Extreem

Als je tegenwoordig naar het journaal kijkt, heb je de indruk dat België bestaat uit ontelbare eilandjes die allemaal overhoop liggen met elkaar. Alles wordt tegenwoordig extreem genoemd. Hebben wij dan geen duidelijke wetten?! Of is het inderdaad zo dat niemand nog luistert naar de andere? Zijn die gasten dan inderdaad allemaal wereldvreemd? Weet je wat, ga misschien eens te rade bij een eenvoudige huismoeder of huisvader, of bestaan die ook al niet meer?

Ik word dit jaar zeventig en ik wil ook dat een paar voorbijgestreefde ideeën aangepast worden, o.a. in verband met ouder worden. Na al dat extreem gedoe rond Zwarte Piet die niet zwart meer mag zijn, en die stripfiguren met dikke lippen en kroezelhaar, moet er opgetreden worden tegen alle cartoonisten en andere tekenaars die oudere dames afbeelden met hangtieten, valse tanden, opgestoken haardotjes en afzakkende kousen, want dat is pure discriminatie en hangt een verkeerd beeld op van vrouwen van hogere leeftijd! Met een gebroken arm mag dan eventueel weer wel…

Laat ons ophouden met zaniken en klagen over alles wat misgaat en overdreven is, want misverstanden en foute beelden zullen er altijd zijn. Aan elk van ons om daar tegen in te gaan, maar dan wel op een constructieve manier, en dat doe je niet door mensen in vakjes in te delen, maar eerder door met elkaar te praten en zo elkaar beter te leren kennen. En blijkbaar moeten we daar al heel jong mee beginnen. Dus een oproep al alle eenvoudige huismoeders en huisvaders.

Ter illustratie vond ik dit artikel in de krant.

Praten moet het woord van het jaar worden

We zouden allemaal eens moeten meten hoeveel tijd wij en onze huisgenoten besteden aan schermpjes. En waaraan we daardoor géén tijd besteden, zegt jeugdpsychiater Lieve Swinnen. ‘Vooral dat laatste is belangrijk.’

Lieve Swinnen is jeugdpsychiater en auteur van onder meer het boek ‘Help! Mijn kind leeft online’

‘Laatst las ik in Libelle “tips om meer met je kinderen bezig te zijn”. Dat was een eyeopener: blijkbaar is het geen vanzelfsprekendheid meer dat ouders iets doen met hun kinderen of hebben ze er niet genoeg inspiratie meer voor. Of zijn het hun kinderen zelf die minder initiatief nemen? We zien dat tegenwoordig in kleuterklassen: kindjes die passief zitten te wachten tot ze naar een scherm kunnen kijken.’

‘Mijn voorstel is: las met het hele gezin eens een meetweek in. Iedereen krijgt één iemand toegewezen die hij een dag moet monitoren – we spreken dan over het deel van de dag dat je samen thuis doorbrengt – en je verklapt niet aan elkaar welke dag je daarvoor uitkiest. Noteer hoeveel tijd iemand aan zijn telefoon, tablet en laptop spendeert. Leg aan het eind van de week de resultaten samen en bespreek wat je daar nu echt van vindt. Wees daarbij eerlijk: zijn er dingen die je mist doordat er zoveel tijd naar schermpjes gaat? Zou je nieuwe gewoonten kunnen aan­nemen?’

‘Ik zie in mijn praktijk dat het praten er in veel gezinnen bij inschiet. Gewoon elkaar vertellen wat je ­bezighoudt, lukt niet meer. Praten zou het woord van het jaar 2019 moeten worden. Je hoeft het daarom niet meteen groots op te vatten. Wanneer je ’s avonds thuiskomt, zou je eerst een kwartiertje rond de tafel kunnen zitten om de dag te overlopen, en daarna pas de draad oppikken van koken, huiswerk, chatten … Of niet chatten, natuurlijk. Je zou ook kunnen afspreken om je telefoons nu en dan een tijdje in de kast te steken. Kijk, weer iets om eens over te praten!’ (kdo)

Bron: De Standaard – 05.01.2019

Een leugen om bestwil

‘En mensen staan wereldwijd bekend als de enige dieren die in staat zijn om te liegen, wat ze nu eens mogen doen uit angst en dan weer omdat ze er belang bij hebben, maar ook wel eens omdat ze bijtijds inzien dat het hun enige kans is om de waarheid te verdedigen.’ Jose Saramago in De stad der zienden.

Ja, mogen we elkaar af en toe een blaas wijs maken? Een leugen om bestwil, of beter nog zoals de schrijver stelt “om de waarheid te verdedigen”? En hoe ziet dat er dan uit?

Ik heb er diep over nagedacht en naar een voorbeeld gezocht. De waarheid overdrijven, bijkleuren, schoner en waardevoller maken, dat doen dichters en kunstenaars constant, dat is ook hun functie, hun bestaansrecht. Bij dichters noemt men dat “dichterlijke vrijheid”, en ook voor andere vormen van expressie zal die vrijheid wel gelden.

En de realiteit, de naakte waarheid, heeft die dan geen gelijke rechten? Moet die dan gesublimeerd worden om evenveel aandacht te krijgen en naar waarde geschat te worden. Voor mij niet, en zeker niet altijd, hangt er van af, wat we willen duidelijk maken.

Maar hoe we het ook aanpakken, de waarheid moet wel altijd verdedigd worden, en zolang dat gebeurt, zijn we goed bezig. “Een leugentje om best wil”, zoals het in de volksmond genoemd wordt, mag als daar nood aan is, zolang we maar beseffen dat het dat maar is, en we onszelf geen rad voor de ogen draaien, want dan dreig je  stekeblind te worden voor wat waar en authentiek is.