Film: De kleuterjuf

The Kindergarten Teacher is een prachtige film, waar elke kijker een eigen betekenis kan aan geven.

De veertigjarige New Yorkse kleuterjuf Lisa raakt stilaan uitgeblust, zowel in de klas als thuis. Het enige lichtpuntje in haar leven zijn de avondlessen poëzie die ze volgt. Wanneer ze ontdekt dat een vijfjarige leerling uit haar klas wel eens een poëtisch kindgenie zou kunnen zijn, raakt Lisa eerst door hem gefascineerd – en vervolgens geobsedeerd. Terwijl ze probeert om hem te beschermen tegen zijn afwezige ouders, zet ze al snel haar eigen carrière, gezin en vrijheid op het spel om zijn artistieke potentieel tot wording te laten komen.

Ik onthoud vooral de laatste woorden die de kleuterjuf tegen de kleine jongen zegt:

“Deze wereld zal je wegvagen. Er is geen plek in deze wereld voor jou. Voor mensen zoals jij. Over een paar jaar zal er nog maar een schaduw van je over zijn, net zoals van mij.”

En dat vrees ik Inderdaad ook.

Recensie

Terwijl Amerikaanse betaalzenders al lang naar Israël kijken voor interessante verhalen – denk maar aan de populaire series ‘In Treatment’ en ‘Homeland’ die oorspronkelijk voor Israëlische televisie ontwikkeld werden – vindt Israëlische nationale cinema ook steeds vaker aftrek bij Amerikaanse cineasten en het internationale filmhuiscircuit. Zo werden onlangs de rechten van Ofir Raul Graizers gelauwerde debuut ‘The Cakemaker’ (2017) aan Hollywood verkocht om een Amerikaanse remake te maken van het verhaal over een Duitse banketbakker die naar Jeruzalem trekt om er de vrouw en zoon van zijn gestorven geliefde op te zoeken. Of die beslissing beïnvloed werd door Sara Colangelo’s succesvolle remake van Nadav Lapids Israëlische drama ‘The Kindergarten Teacher’ (2014), dat eerder dit jaar prompt een hit werd tijdens Sundance, weten we niet.

Wat we wel weten: het verhaal over de uitgebluste kleuterjuf Lisa (Maggie Gyllenhaal) die een enorm potentieel ziet in Jimmy (Parker Sevak), een van haar vijfjarige leerlingen die een begaafde woordkunstenaar blijkt te zijn, werkt evengoed in New York als in Jeruzalem. Vooral omdat haar obsessie met Jimmy’s talent snoeihard botst met de desinteresse die het bij diens ouders oproept, een conflict dat recht naar de kern van het belang van kunst snijdt. “Nadav keek naar kunst in de samenleving, naar mannelijkheid in Israël en hoe dat vaak botst met een kunstenaarsleven,” zei Colangelo in een interview. Daar voelde de Amerikaanse filmmaker duidelijk wel iets voor.

Eerder maakte zij immers al ‘Little Accidents’ (2014), een indrukwekkend debuut waarin ze niet enkel de nasleep van een ramp in een klein Amerikaans dorpje onder de loep neemt, maar ook gender, klasse en generaties sociologische dissecteert. Ook in ‘The Kindergarten Teacher’ snijdt Colangelo enkele maatschappelijke kwesties aan. “Het verhaal had iets weg van een parabel die gemakkelijk naar Amerika vertaald kon worden,” zei ze daarover. “Een verhaal over de waarde van kunst in Amerika, iets wat ik meteen ook in een vrouwelijk perspectief kon plaatsen.” Wie beter dan Maggie Gyllenhaal om die invalshoek vorm te geven? Volgens velen behoort haar vertolking van de bezorgde kleuterjuf tot een van haar carrièrehoogtepunten.

www.filmfestival. be

Een nieuw soort feminisme

Verschillen tussen man en vrouw: veel meer natuur dan cultuur

Brainwash – Griet Vandermassen

In Brainwash Talks van Human buigen journalisten, schrijvers, wetenschappers, theatermakers en filosofen zich over de grote persoonlijke en maatschappelijke vragen van nu. Deze keer filosoof Griet Vandermassen over een nieuw soort feminisme.

Zijn verschillen tussen mannen en vrouwen aangeleerd? Of hebben ze ook te maken met biologie? Ik was lang overtuigd van het eerste. Als meisjes graag gezinnetje spelen en jongens fysiek agressiever zijn, komt dat door die poppen en speelgoedgeweren, dacht ik. Als we meisjes en jongens hetzelfde zouden opvoeden en behandelen zouden ze helemaal niet verschillen. Feminisme betekende voor mij dan ook dat we moesten vechten tegen sekse-stereotypen. Een wereld zonder sekseverschillen. Daar moesten we voor ijveren.

Mijn feministische vriendenkring dacht er net hetzelfde over. Sekseverschillen waren het product van socialisatie. Dus moesten ze de wereld uit. En wie daar anders over dacht, had een politieke agenda of was gewoon een beetje dommig. We lazen veel. We kwamen samen in discussiegroepjes om feministische teksten te becommentariëren over de sociale constructie van mannelijkheid en vrouwelijkheid. Zo vernamen we van Naomi Wolf dat ook vrouwelijke schoonheid een constructie is. Elke cultuur verstaat daar immers iets anders onder, schreef Wolf. De grote westerse nadruk op schoonheid was gewoon bedoeld om vrouwen onzeker te maken zodat ze niet te veel rechten zouden opeisen.

Dat wrong wel een beetje, want de meesten van ons het toch wel leuk om er mooi uit te zien. Maar dat moest dan wel betekenen dat we verregaand geïndoctrineerd waren. We lazen een hoop teksten, maar nooit kozen we iets wat onze opvattingen zou kunnen ondermijnen. Wetenschappelijke literatuur over de biologische basis van sekseverschillen vermeden we zorgvuldig. Dat is een menselijke reflex, die het bevestigingsvooroordeel heet. Mensen zoeken vooral informatie op die in hun straatje past. Die reflex oversteeg ik pas veel later. Het zorgde voor een verregaande omslag in mij mensbeeld. En meteen ook in mijn invulling van feminisme.

Ik ging me verdiepen in een discipline die door veel feministen verketterd wordt: de evolutiepsychologie. Dat is een tak van de wetenschap die bestudeert hoe ons brein vorm kreeg door het proces van evolutie door selectie, wat leidde tot een menselijke natuur die op sommige vlakken seksueel gedifferentieerd is. We zijn tenslotte zoogdieren. Mijn kennismaking met de evolutiepsychologie was echt slikken. Je voelt je een oen, als je beseft dat je een tak van de wetenschap jarenlang afgewezen hebt louter op basis van vooroordelen en onwetendheid. Ik had kritiekloos aangenomen wat feministische critici schreven, zoals dat evolutiepsychologie een pseudowetenschap is die vooral seksistische stereotypen wil goedpraten. In plaats daarvan trof ik ongemeen boeiende inzichten aan over de evolutie van de menselijke geest, van menselijk sociaal gedrag en van seksueel verschil. De evolutiepsychologie bleek bovendien bijzonder veel licht te werpen op al die onderwerpen waarover onze feministische groepjes zo uitvoerig en zo vruchteloos gediscussieerd hadden.

Als je seksueel verschil wilt begrijpen moet je evolutionair denken, besefte ik. Neem vrouwelijke schoonheid. Dat is helemaal geen willekeurige culturele constructie. Veel maatstaven van vrouwelijke schoonheid zoals volle lippen, stevige borsten en een gave huid zijn universeel. Ze blijken neer te komen op tekenen van vrouwelijke vruchtbaarheid. Mannen hebben een intuïtieve, geëvolueerde voorkeur voor tekenen van vruchtbaarheid in een vrouw. Waarom? Omdat onze soort een menopauze kent. Mannen met een voorkeur voor tekenen van vruchtbaarheid lieten in ons evolutionair verleden kinderen na en gaven die voorkeur door. Mannen die vooral tekenen van de menopauze mooi vonden gaven die neiging niet door, want ze bleven kinderloos. De voorkeur voor tekenen van vrouwelijke vruchtbaarheid werd daardoor onderdeel van de mannelijke seksuele psychologie. Vrouwen concurreren met elkaar om schoonheid.

Niet omdat ze daartoe geïndoctrineerd zijn, maar omdat schoonheid een vrouw seksuele macht geeft. Een mooie vrouw kan hoog mikken in haar partnerkeuze.
Veel sekseverschillen in psychologie en gedrag zijn ons helemaal niet aangepraat, maar hebben diepe evolutionaire wortels. En iedereen die zijn gezond verstand gebruikt, weet dat eigenlijk ook. Maar ideologie kan het gezond verstand blijkbaar uitschakelen. Dat gebeurt nog altijd in het hedendaagse feminisme. Het idee dat sekseverschillen in psychologie en gedrag een biologische basis hebben, blijft taboe.

Elke bestaande maatschappelijke ongelijkheid tussen de seksen – zoals de ondervertegenwoordiging van vrouwen in topfuncties en hun oververtegenwoordiging in deeltijdwerk – wordt automatisch gezien als bewijs van discriminatie en achterstelling. Terwijl er een overweldigende hoeveelheid bewijs is dat biologie een grote rol speelt in deze en andere genderkwesties zoals de loonkloof.

De seksen verschillen wel degelijk van elkaar. In hun persoonlijkheid, temperament, waarden, hun voorkeuren, interesses en hun motivaties. Het gaat om gemiddelde verschillen waarvan sommige erg klein tot onbestaand zijn, zoals bij intelligentie. Maar andere groot tot erg groot. Mannen en vrouwen verschillen wereldwijd bijvoorbeeld sterk op het vlak van fysieke agressie, zachtaardigheid, openheid voor een losse seks, partnervoorkeuren en interesses. Veel meer vrouwen zijn vooral geïnteresseerd in omgaan met mensen. Veel meer mannen zijn vooral technisch geïnteresseerd. Die verschillen zijn evolutionair perfect voorspelbaar. Veel van die verschillen worden bovendien groter naarmate vrouwen meer vrijheid en kansen krijgen. In plaats van kleiner te worden, zoals het klassieke feminisme voorspelt.

De seksekloof in studie- en beroepskeuze bijvoorbeeld is nergens zo groot als in het Westen. Met de Scandinavische landen op kop. In arme landen kiezen veel meer vrouwen voor een technische richting dan in westerse landen. Niet uit interesse, maar omdat ze wel moeten als ze een job willen vinden. Want zodra vrouwen de luxe hebben om hun eigen interesses te volgen zullen ze dat ook doen, zoals in het westen gebeurt.

Een grote seksekloof op de arbeidsmarkt kan dus juist een teken zijn van een vrije, welvarende maatschappij, in plaats van dat ze vrouwelijke achterstelling signaleert. Als je evolutionair geïnformeerd bent krijg je een heel andere kijk op vrouwen. Als vrouwen in het Westen koppig blijven weigeren om dezelfde keuzes te maken als mannen, is dat niet omdat ze slachtoffer zijn zoals het klassieke feminisme veronderstelt, maar omdat ze autonome wezens zijn. Mannen en vrouwen verschillen in hun interesses en prioriteiten. Gelijkheid van kansen zal dus nooit tot gelijkheid van uitkomst leiden. Wie gelijkheid van uitkomst wil kan dat alleen door die kunstmatig op te leggen. En dat is autoritair, want dat betekent dat je mensen soms in richtingen zal duwen die hen helemaal niet aanspreken en je anderen zal discrimineren.

De Technische Universiteit Eindhoven stelt nu haar vacatures voor wetenschappelijk personeel minstens anderhalf jaar enkel open voor vrouwen. Vanuit de wetenschappelijk totaal niet ondersteunde aanname dat er zo weinig professors technologie zijn door een gebrek aan kansen. Gemotiveerde mannen worden hierdoor gediscrimineerd. En vrouwen worden opgezadeld met het stigma dat ze op basis van hun sekse aangeworven zijn en niet van hun kwaliteiten. Ik ben helemaal afgestapt van dit soort feminisme. Ik pleit voor een ander feminisme. Ik noem het evolutiefeminisme.

Dit feminisme vertrekt van nul. Alle vooropgestelde denkbeelden over de oorzaken van seksueel verschil gaan overboord. De eerste taak is zich te verdiepen in alle relevante wetenschappelijke literatuur en niet alleen in de ideologisch gewenste. Van daaruit kan je op een nieuwe manier nadenken over wat precies het probleem is en hoe we dat het efficiëntst kunnen aanpakken.

Is de grotere vrouwelijke aanwezigheid in de zorgsector een probleem als je weet dat meer vrouwen hier überhaupt interesse voor hebben? Zit het probleem niet vooral in de maatschappelijke onderwaardering en geringe verloning van zorg? En moeten we niet vooral proberen om daaraan iets te verhelpen?

Evolutiefeministen zetten in op gelijkheid van kansen, maar ze aanvaarden dat beide seksen die kansen soms op een andere manier zullen benutten. Als daar negatieve gevolgen aan verbonden zijn, dan moeten we die aanpakken. In plaats van te streven naar een kunstmatige fifty-fifty verdeling van de seksen in alle geledingen van de maatschappij. Ik pleit dus voor een feminisme dat vandaag nog amper bestaat. Ik heb een lange weg moeten afleggen om zover te geraken. Maar ik denk dat mijn soort feminisme een veel uitdagender project stelt dan het wetenschappelijk weinig geïnformeerde project van het klassieke feminisme. Dus ik hoop dat veel andere feministen mij volgen.

Griet Vandermassen
Filosoof

Regen

Zaterdag ervaarde ik tijdens een fietstocht iets wat tot dusver zeldzaam was in mijn bestaan: vreugde om je in regen te bevinden. Ik regende goed nat, maar genoot ervan. Het ruikt ook altijd zo lekker in de polder tijdens en na een frisse regenbui. De vogels leken de buien eveneens op prijs te stellen. Ze waren actief en ze waren talrijk. Het was een tocht om in te kaderen, mede dankzij de nattigheid.We zullen de komende week met weemoed aan die buien terug kunnen denken. Er komt weer een hittegolf aan. De zoveelste van de jongste jaren! Eén van de eerste ernstige gevolgen van de klimaatopwarming. ‘Draulans, ge zijt de hete zomer van 1976 al vergeten zeker’, klinkt het dan in kringen van klimaatontkenners. Nee, die zomer ben ik niet vergeten, al was het maar omdat het de enige keer in mijn leven was dat ik een tweede zit had, en in de kelder van mijn ouders met mijn voeten in een emmer water moest blokken om hem door te komen. Ik raakte met mijn vrienden op het Landgoed De Utrecht, net over de grens met Nederland, ook ingesloten door een heidebrand tijdens pogingen om hem te blussen. Een zomer om nooit te vergeten, ik zei het al!

Maar hij was een oprisping van uitzonderlijke weersomstandigheden, zoals we er nog wel zullen kennen. Er zullen nog koude winters komen, hoewel we bijna een halve eeuw na 1976 met een compleet ander verhaal zitten: een verhaal van snel veranderende weersomstandigheden als gevolg van de door de mens veroorzaakte klimaatopwarming. Een verhaal van veel problemen, zie de huidige hittegolf op de oostkust van de Verenigde Staten en de strijd tegen bosbranden en overstromingen op veel plekken in de wereld. Dat de tien jaren met de warmste geregistreerde globale temperatuur stuk voor stuk de jongste twaalf jaar zijn gemeten is veelzeggend. Het wordt heet op onze planeet!

Waar blijft Jean-Marie Dedecker met zijn gebral over de voordelen van de klimaatopwarming als meer terrasjesweer en langere groeiseizoenen voor de landbouw als de mensen kreunen onder temperaturen van tegen de 40 °C en boeren de taalgrens moeten oversteken om water voor hun gewassen te kunnen oppompen? Waar blijven de technologische oplossingen van de naïeve vooruitgangsoptimisten (genre filosoof Maarten Boudry) die geen enkele vorm van inzicht hebben in de complexiteit van het systeem waar we tegen moeten opboksen? Er is geen ruimte meer voor zelfs maar de minste vorm van aarzeling.

Ook voor de natuur zal de opeenvolging van hittegolven een ramp worden. Op veel plekken in Vlaanderen en Nederland staan vennen, poelen en beken nu al kurkdroog. In mijn polder drogen de kreken langzaam op. Het zijn signalen waar veel mensen (politici inbegrepen) helaas nog niet wakker genoeg van liggen, hoewel ze slechts de voorbode zijn van wat er komen gaat. We zullen ons schrap moeten zetten de volgende decennia. Hopelijk zullen we af en toe nog kunnen genieten van een zalige regenbui.

Dirk Draulans – Facebook – 22.07.2019

Zondagsrust

Slapen tot de noen spaart een maaltijd uit, en misschien ook kilo’s! Ik ben wel pas na middernacht gaan slapen, en heb nog wat genoten van een paar steengoede dvd’s van Agnès Varda.

Mijn katten zagen wel scheel van den honger, maar ik heb ze nu eens extra verwend en ze zijn al terug buiten, waar het zonnetje heerlijk schijnt en de vogeltjes aan de bomen “hangen”. Zelfs dat roodborstje doet vrolijk mee, terwijl ik dacht dat dat zich alleen in de winter liet zien.

Vrolijke zondag nog, en geniet van de zondagsrust!

https://www.nrc.nl/nieuws/2019/03/29/films-die-de-tranen-uit-je-ogen-kussen-a3955113

Zondagimpressie

het is ochtend en de dag zal klaren
als een feestelijk carillon. met de nacht
nog in je haren en een lach op je lippen
zeg je heerlijk niets.
zeg je alles van houden van.

zal ik je kleuren met vleugjes Vivaldi?
Of mag Bach?
Of gaat dat net iets te…
zal ik verdrinken in je blauwe kijkers,
te mooi om waar te zijn?

om je slanke handen het prevelgebed.
als een bruidje breek je het brood.
ik dagdief me naar je toe, al besta jij enkel
uit zondag en ben ik slechts jouw weekdier.
we wachten niet op de kat op de koord.

er is broodkruimeltjesliefde met koffie na.

Guy Aarts

Over bloemetjes en vlindertjes

Het viel me daarstraks tijdens een fietstocht op dat twee van mijn lievelingsplantjes naar een dier genoemd zijn, Geachte Lezers, Beste Vrienden. Of toch naar een onderdeel van een dier. Het ene was er al een tijdje, het andere zag ik pas vandaag voor het eerst dit jaar. Het ene is het vlasleeuwenbekje, het andere het hazenpootje. Beide behoren tot de zogenaamde ‘ruderale’ flora van wat verstoord terrein, zoals wegkanten, akkerranden en beekbermen.

Het eerste komt uit de weegbreefamilie, het tweede is een plantje uit de klaverfamilie dat niet opvalt, maar een mooi bloemetje heeft dat echt voor een hazenpootje kan doorgaan. Een geluksbrengertje dat naast een fietspad groeit waar ik bijna dagelijks over rijd.

Ik ben sowieso een fan van klavers: bescheiden plantjes die dikwijls weggespoten worden, ook door tuinliefhebbers, ondanks het feit dat ze een grote aantrekkingskracht uitoefenen op insecten. De jongste dagen kon ik, ondanks het vrij koude weer, af en toe in een ijle vlinderwolk fietsen op een pad vol klaverbloemetjes. Zandoogjes à volonté, koolwitjes, atalanta’s en distelvlinders, dikkopjes en vuurvlindertjes, zelfs vrij grote aantallen van de majestueuze koninginnenpages…

Het leek alsof ik terug gekatapulteerd was naar mijn jonge jaren van zorgeloos vlinders vangen in de ouderlijke tuin, ondanks het feit dat de vlinderpopulaties in ons land sindsdien zware klappen gekregen hebben. Het zal wel meer te maken hebben met het feit dat ik nu in een uitzonderlijk natuurlandschap leef dan met een hernieuwd succes van de vlinders.

Voor nachtvlinders is het dit jaar kommer en kwel, zo blijkt uit een bericht van Wim Veraghtert en Marc Herremans van Natuurpunt. De langdurige droogte van vorige zomer heeft veel planten met daarop eieren, rupsen en poppen van nachtvlinders doen sterven, waardoor veel soorten het nu helemaal niet goed doen. Dat is slecht nieuws voor onder meer vleermuizen, die nachtvlinders nodig hebben voor hun voeding.
Het is altijd wel iets met onze natuur. Maar een veelzijdige natuur heeft buffers voor magere jaren. De vraag is of onze natuur nog als veelzijdig kan worden beschouwd. Haar veerkracht komt steeds meer onder druk. Dat blijft niet zonder gevolgen.

Dirk Draulans – Facebook – 15.07.2019

https://www.natuurpunt.be/nieuws/2019-een-desastreus-jaar-voor-veel-nachtvlinders-20190715?fbclid=IwAR2uP95UrTewczMSghhxIZpM0-GjE9NYy3ThuTXzf5vs-pFLh35Mvlo3r68

Het vlasleeuwenbekje heb ik ook in mijn tuin staan, en naar dat hazenpootje moet ik nu dringend op zoek gaan!

In mijn dialect zeggen wij trouwens konijnenbekjes tegen leeuwenbekjes. Dus konijnenbekjes en hazenpootjes, allemaal één grote familie!

Het tijdperk van de tip

Het tijdperk van de tip
Een kleine ode aan het postmoderne levensgevoel

Facebook – Johan Sanctorum – 3 juli 2019

Elke dag krijgen u en ik er wel een paar, via familie, vrienden, de cafébaas, Facebook, kranten en magazines: nuttige tips die het leven vergemakkelijken en/of veraangenamen. Do’s of don’ts die niet teveel moeite kosten maar toch vrij snel effect oogsten waarna u die raad natuurlijk doorgeeft om deze wereld tot een betere plek te maken. Tips om te vermageren, te verdikken, onkruid biologisch weg te houden, alcoholvrije cocktails, voorzorgen bij hittegolf, hoe je partner of jezelf een orgasme te bezorgen, zo weinig mogelijk belastingen betalen. Ook wel negatieve suggesties zoals: nooit bier met wijn mengen of ga niet naar Bagdad op vakantie.

De tip is een openbaar geheim dat steeds meer openbaar wordt en toch zijn discreet karakter behoudt, hij wordt in een fluistertoon doorgegeven, zelfs indien gedrukt in een oplage van honderdduizend. Zo’n mysterie valt verder niet uit te leggen en dat is ook niet nodig want iedereen begrijpt het perfect.

Essentieel is de non-profit-dimensie, zeg maar het altruïstisch karakter. De tipgever is iemand die meer weet, dikwijls uit eigen ervaring, en die wetenschap ook onbaatzuchtig wil delen zonder er voor- of nadeel van te willen ondervinden, behalve enig aanzien en dankbaarheid. Daarom vind ik een reclamebord een absolute ontaarding van het tipisme: ‘Drink Coca Cola’ of ‘Stem voor X’ behoren tot het soort doe-boodschappen met maar één doeleinde, namelijk het profijt van de auteur. Dat staat voor mij op hetzelfde niveau als iemand anoniem een brief met een kogel opsturen om hem het zwijgen op te leggen. De reclame heeft de tip verkloot en gepornificeerd. Opzettelijk foute tips, om iemand schade te berokkenen, vind ik overigens al even goor.

Alleszins is, naast de onbaatzuchtigheid van de gever, ook de vrijheid van de ontvanger essentieel: een tip kan men vrijelijk negeren zonder dat men daarop wordt aangesproken. Zet oesters vijf minuten voor het opendoen in de diepvries, dan blijven ze fris in de schelp. Of doe het niet. Recepten vormen zowat de maximumstructuur: een tip met een stappenplan. En ook daar zijn afwijkingen toegestaan, zelfs aan te bevelen. Het is de stenen tafel van Mozes, vergruisd tot kiezeltjes en bevrijd van alle dwang: geen geboden of verboden meer, geen voorschriften of wetten, niet eens een reglement, maar nuttige aanbevelingen, veelal in Youtube-filmpjes aanschouwelijk gemaakt, die het leven aangenamer of minder onaangenaam maken. Het internet is eigenlijk één grote vergaarbak vol tips. Pure levenskunst is dat, informatie die onder gelijken wordt uitgewisseld, los van alle rangorde en geheel vrijblijvend.

In se betreft het dus een zeer Epicureïsch fenomeen, Epicurus was overigens dé filosoof van de losse tips, zeer in tegenstelling tot systeemfanatici als bijvoorbeeld Plato. Op een echte leer heeft men E. nooit kunnen betrappen, want dat zag hij, zeer terecht, als een bron van ellende. Het intrinsieke amateurisme van de doe-het-zelver heeft tenslotte gemaakt dat de professionele coach, in de gedaante van de tovenaar, priester, medicus, leraar, adviseur, TV-kok, etc. heeft plaats gemaakt voor de huis-, tuin- en keukenexpert die we allemaal zijn. Laat je gazon eens twee weken doorgroeien en maai hem dan op een tandje lager: alle onkruid weg. Niet doen bij droog weer.

Burreken

Maar pas op. Het merkwaardige aan vele tips is dat ze zelfdovend zijn als ze massaal worden opgevolgd. Tips over een mooi plekje bijvoorbeeld, ‘nog niet platgelopen door toeristen’, of een lekker én goedkoop restaurantje. Of een alternatieve route zonder files. Wie dat soort gelegenheden promoot is een domoor, want als iedereen naar die niet-platgelopen oorden holt of de alternatieve route gebruikt, kan men het effect raden.

Jaren aan een stuk gingen wij naar de Zeeuwse kust op vakantie, en raadden al onze vrienden aan dat ook eens te doen: zo rustig, ongerept, gastvrij. Het resultaat is dat sommige van die stranddorpen steeds meer op Blankenberge zijn gaan lijken, met prijzen op de menukaart die meer aan Knokke doen denken. Moraal van dit verhaal: zwijg als vermoord over die betere plek. Tips moeten ook af en toe niét gegeven worden.

Het bijvoegsel van Knack, Weekend-Knack geheten, staat vol van die zelfdovende aanbevelingen. Zo worden ons deze week Tien wandelingen in prachtige Belgische natuurgebieden aangeboden. Dat is gewoon obsceen, ik wik mijn woorden maar zo’n artikels verdienen van gecensureerd te worden. ‘Geprangd tussen de heuvels van de Vlaamse Ardennen ligt een van Vlaanderens mooiste bos- en natuurgebieden verstopt: het Burreken’, zo begint dat. En ik maak het nu nog erger door het artikel ook nog eens te citeren: allen op naar het maagdelijke Burreken waar straks een kuisploeg de her en der slingerende plastic flessen, sigarettenpeuken en condooms zal bijeen rijven, wat ons naadloos bij het onderwerp van mijn vorige column brengt: de files op de Mount Everest, vol gelegenheidsalpinisten die een tip kregen. Zie ook het ecotoerisme op de Galapagos-eilanden, nu omver gelopen door rijke groenen: had Darwin er maar niet over gerept. Niet alles moet gecommuniceerd worden, geheimhouding is soms de beste strategie om dingen niet kapot te maken.

Afgezien van deze valkuilen blijf ik een enorme aanhanger van de vrijblijvende aanbevelingen en vind ik elk gebod of verbod een zwaktebod. Wat alu-folie rond het punt waar bananen aan mekaar zitten, dan worden ze minder rap bruin, meer moet dat niet zijn. Is dit echt het einde van de geschiedenis, of komt er nog een tijdperk na dat van de tip? Ja, als ooit eens iemand al die nuttige tips weet te verzamelen en weer tot één grote Tip herleidt. Zo’n morele Einstein verschijnt elke duizend jaar, ik hoop de volgende niet te hoeven meemaken. De Tip met hoofdletter, verpakt in een systeem, is pure terreur, de verkondiger een kwelling voor de mensheid, ik ga geen namen noemen, u kent ze ook.

Laten we de Grote Boodschap dus zo lang mogelijk uitstellen door de banaan als maatstaf van alle dingen te nemen. Strooi ze kwistig rond, de tips, en pik ze ook op. Interpreteer ze naar goeddunken, varieer en pas ze aan, geef ze door en vind vooral ook nieuwe uit. Laat geen veralgemeningen of grote wijsheden toe, blijf op de begane grond. Weer elke zweem van eigenbelang bij de tipgever, denk alleen aan het uwe. Ik laat u, voor dit zelf een grote boodschap wordt.

Johan Sanctorum

Johan Sanctorum (°1954) studeerde filosofie en kunstgeschiedenis aan de VUB. Achtereenvolgens docent, uitgever/hoofdredacteur van het filosofisch tijdschrift «O», theaterdramaturg, communicatieconsultant en auteur/columnist ontpopte hij zich tot een van de scherpste pennen in Vlaanderen en veel gevraagd lezinggever.
Cultuur, politiek en media zijn de uitverkoren domeinen.
www.visionair-belgie.be

Het kwaad van de banaliteit

Het kwaad van de banaliteit

Het probleem is, dat we het op de duur allemaal normaal vinden

Doorbraak – 22 juni 2019 – Johan Sanctorum

Ik wil het hier even hebben, tussen alle bedrijven van het politieke circus door, over een geval van frappante kindermishandeling. Mijn eerdere tekst over de wenselijkheid om mensen niet alleen uit hun ouderlijke macht te ontzetten, maar ook formeel te beletten kinderen te krijgen, wordt daarmee weer op een trieste manier actueel. En het zijn nog eens echte Vlamingen, niks allochtoon of migratie-achtergrond.

Voor de rechter verscheen ene Tamara Van der W. uit Zwijndrecht wegens onmenselijke behandeling en vrijheidsberoving van haar ondertussen 16-jarige zoon – ik noem hem Sander om niet altijd maar over X te moeten spreken- die in een afgesloten, onverlucht hok moest slapen op een stinkende matras, in zijn eigen uitwerpselen, omdat ze met dat ‘probleemkind’ geen weg wist. Lees even het artikel uit HLN en walg mee.

https://www.hln.be/in-de-buurt/zwijndrecht/werkloze-moeder-sluit-zoon-met-adhd-jarenlang-op-in-slaapkamer-ik-wilde-rustig-tv-kunnen-kijken~a23ecf69/

Maar laten we even de klassieke verontwaardiging, die zo’n horrorverhaal oproept, overstijgen en een paar bijkomende observaties maken: omtrent de stilte bijvoorbeeld. Het feit dat haar echtgenoot zich schikte in de situatie en zich van geen kwaad bewust was, de twee andere zonen (waarvan een toch al 18) ook niet beter wisten en het regime toegepast op hun broer accepteerden, en dat zelfs de vrienden van Sander op school de situatie wel ‘raar’ vonden maar dat niemand alarm sloeg. Geen leerkracht, geen opvoeder, niemand van het Centrum voor Leerlingenbegeleiding (CLB, in de meeste gevallen een verzameling absoluut waardeloze zorgbureaucraten). Tot een familielid uiteindelijk de politie toch had ingelicht. Ik wil die man of vrouw even feliciteren: voor hetzelfde geld word je als moeial en klikspaan weggezet.

Een brave huisvader

Dingen die dus eigenlijk niet normaal zijn, worden normaal omdat iedereen eraan went, zelfs het slachtoffer. Bij kinderen is dat evident, ze hebben geen ander referentiekader, daarom is kindermishandeling voor mij een delict hors catégorie. Heel de situatie van Sander leek zich, hoe degoutant ook, in een bubbel van de normaliteit te bevinden die zich tot buiten het gezin uitstrekte en waarbij de moeder maar ook haar echtgenoot geen enkel schuldinzicht vertonen. Het was gewoon… normaal.

Opnieuw komt ons de bekende zinsnede van filosofe Hannah Arendt (1906-1975) voor de geest over de banaliteit van het kwaad, in verband met de berechting in 1961 van de Duitse SS-topfunctionaris Adolf Eichmann, tijdens de Tweede Wereldoorlog verantwoordelijk voor de deportatie van Joden naar de concentratiekampen. Arendt was verrast en gefascineerd door het feit dat Eichmann helemaal niet als een monster verscheen, maar als een rustige oudere heer die gewoon zijn job had gedaan binnen een systeem waarin dat van hem verwacht werd. En dat op zijn proces ook zo naar voor bracht.

De moordmachine, achteraf genaamd Holocaust, had zich volgens Arendt alleen maar kunnen ontwikkelen via een verregaande bureaucratisering door het naziregime, waarbinnen ijverige ambtenaren, op zich helemaal geen sadisten maar voor het grootste deel brave huisvaders, zich nauwgezet van hun taak kweten. Behoudens de echte kopstukken (en dan nog) dreef het naziregime vooral op meelopers en goede ambachtslui die bijvoorbeeld een prima vergassingsinstallatie konden ineen knutselen. In wezen was de medeplichtigheid van Sanders vader niet anders: hij had zich gewoon aangepast aan de norm, opgelegd door een huistiran (het moeten niet altijd mannen zijn), en was helemaal mee in haar logica.

Ik durf daarom de frase van Hannah Arendt omkeren en gewagen van het kwaad van de banaliteit. Veel te makkelijk laten we ons meedrijven in toestanden waarvan we het perverse niet meer opmerken. Thuis, op school, de werkvloer, overal heerst de stilte of het zacht zoemen van het raderwerk. Het gekkenhuis genaamd België, wen er maar aan. Het sociaal conformisme en de groepsdruk ook, zeer sterk aanwezig in de jongerencultuur: het hoeft niet altijd te gaan over machtsmisbruik en uitbuiting, neen, we willen er gewoon bij horen en leveren onze individualiteit onmerkbaar in, waarna ‘het systeem’ het overneemt. De plicht om normaal te zijn wordt verder massaal opgelegd via de alomtegenwoordige amusementscultuur, de multimediale verkleutering, die ook altijd onder de vlag van de politieke correctheid vaart, en dwarsliggers als kniesoren en caracteriels wegzet. Er moet en zal verbondenheid zijn: het kwaad van de banaliteit schuilt ook in het feit dat ze zich aan de goede kant van de moraal zet, telkens opnieuw.

De klokkenluider als zot

Dat brengt ons op een volgende bedenking: dat er uiteindelijk toch een zot de ‘normaliteit’ moet doorbreken, het evidente ontmaskeren. De zandkorrel in het raderwerk. We hebben het dan graag over het kind dat roept dat de keizer geen kleren aan heeft, maar dat is een romantische benadering à la Rousseau. Zoals bovenstaand verhaal aantoont is kinderlijke onschuld maar zelden de impuls tot subversie. De banaliteit brandt bij kinderen nu net de weerbaarheid af, en er is een buitenstaander, een alien nodig om dat inzicht te brengen. Er moeten zich emotionele taferelen afgespeeld hebben tijdens de ondervraging van Sander, toen de speurders hem erop attent maakten dat zijn situatie niet gewoon was. Af en toe moest het gesprek stilgelegd worden omdat het te heftig werd.

Mijn bewondering voor klokkenluiders genre Julian Assange geldt niet alleen wat ze uitbrengen maar ook hoe, met welke verbetenheid die man daar jarenlang op die kamer van de ambassade van Ecuador hokte als een legbatterijkip, tot hij uiteindelijk toch aan de Britten werd uitgeleverd. Zo’n attitude is niet voor ‘normale’ lieden weggelegd, levend in de aangename oppervlakkigheid van het bestaan. Overigens hou ik niet zo van het woord klokkenluider, het klinkt teveel als bimbam, er is meestal helemaal geen klok, alleen een gestoord individu dat niet meespeelt met het orkest en iets roept als Hola, wacht eens even!

Op de mainstream media moeten we daarvoor niet rekenen, integendeel, ze waken effectief over de mainstream en de normaliteit. Praatprogramma’s zoals De Afspraak op VRT1 zijn wat dat betreft betrouwbare bakens: Bart Schols is de verpersoonlijking van het banale en al zijn gasten drijven mee op dezelfde golf van de weldenkendheid. Waaraan ook wij verzocht worden om deel te nemen: in een echte democratie zou dit soort manipulatieve ‘journalistiek’, en dan nog op een openbare omroep, moeten verboden worden.

Dus samengevat: het normale is niet normaal, en je moet abnormaal genoeg zijn om dat te beseffen en ook te durven naar buiten brengen. Tegen de pensée unique, in zijn linkse maar ook zijn rechtse variant want die bestaat ook. En ik zal nog meer zeggen: al het moois dat wij beoefenen onder de noemer van filosofie, kunst, literatuur en kritische schrijverij allerhande, heeft voor mij maar één zin, namelijk de normaliteit ontmaskeren en het perverse releveren. Dat kan via een aanklacht, een manifest, maar dikwijls is humor het uitgelezen middel en de karikatuur de perfecte stijlfiguur. Schrijven is puur gelul als het niet ergens een mistgordijn doet optrekken of een façade doet kraken. Een mop die de machthebbers geen ongemak bezorgt, is er gewoon geen.

Zo zijn we toch weer in de politiek terecht gekomen, terwijl ik me voorgenomen had om dat vandaag eens een keertje achterwege te laten. Ik zal het onder de rubriek Paralipomena plaatsen: dat wat eerst over het hoofd werd gezien en alsnog een plaats krijgt. Dingen die zelden de voorpagina’s halen, maar net daardoor buitengewoon relevant worden. Neen, dit is niet op de afspraak.

Johan Sanctorum

BOEK: Zelfverwoestingsboek

Marian Donner verklaart de oorlog aan de zelfhulpindustrie: we mediteren, sporten en werken onszelf een ongeluk.

HUMO – 17.06.2019

We moeten méér drinken, stinken, branden, dansen en hartstochtelijk liefhebben. Daarvoor pleit de Nederlandse schrijfster en columniste Marian Donner (45) vol overgave in haar ‘Zelfverwoestingsboek’. Het is een vurige oproep om niet langer toe te geven aan de neoliberale dwang onszelf constant te optimaliseren, want we mediteren, sporten en werken onszelf een ongeluk.

‘Ze laten ons geloven dat je alles kunt, zolang je maar op de tippen van je tenen loopt. En als je valt, ben je een loser’

Marian Donner «Nooit eerder waren er zoveel boeken, cursussen, YouTube-video’s en TED Talks die ons vertellen hoe we een betere versie van onszelf kunnen worden: gezonder, succesvoller, gelukkiger, slanker. Als we maar opruimen, mediteren, sporten, positief denken, botox spuiten, niet drinken, falen als een les zien en problemen als een uitdaging; dan komt alles goed. En we geloven het nog ook! We doen al die dingen, met als enige resultaat dat we uitgeput en gefrustreerd raken, of zelfs depressief worden en met burn-outs kampen. Gisteren nog zei een vrouw tegen mij: ‘Nu sta ik hier zen te wezen met mijn sixpack in mijn minimalistische woning, en wat nu?’ Ik voel overal om me heen dat mensen af willen van de gesel van zelfverbetering en doelmatigheid.»

HUMO Je schrijft: ‘Wat als de zelfhulpindustrie geen medicijn is, maar onderdeel van de kwaal?’

Donner «Wat doet die industrie? Ze geeft je tips en regels zodat je beter zult functioneren en aangepast raakt aan de status quo. Zodat je erbij hoort en blijft geloven in de neoliberale droom waarin je alles in handen hebt zolang je maar op de tippen van je tenen loopt, ook al val je er bijna bij neer. En als je valt, ben je een loser.»

HUMO Je schreef in de Volkskrant een ‘Ode aan de loser’.

Donner «Ja, maar terwijl ik het ‘Zelfverwoestingsboek’ aan het schrijven was, besefte ik dat ik me niet op de verliezers, maar op de winnaars moest richten. Veel boeken zeggen: ‘Doe meer mindfulness, denk positief en dan lukt het jou ook om mee te doen.’ Anderen zeggen dan weer: ‘Dat je niet meekunt, ligt niet aan jou, het ligt aan het systeem.’ Allebei zijn ze gericht op de achterblijver, terwijl het juist de winnaars zijn die zich moeten realiseren dat het spel, ook al speel je het mee, geen fijne samenleving oplevert.

Ik denk dat iedereen steeds meer de behoefte voelt om uit dat spel los te breken. Maar dat hebben de grote bedrijven óók begrepen. ‘Sex doesn’t sell anymore, activism does’ kopte The Guardian onlangs. Dior maakt T-shirts met de slogan ‘This is what a feminist looks like’, terwijl die gemaakt zijn door vrouwen in een sweat-shop in Mauritanië. De rebel kan zijn Sex Pistols-T-shirt nu bij H&M kopen. En herinner je je de iconische reclameboodschap ‘Here ’s to the crazy ones’ van Apple nog, en welke voorbeelden ze tonen? Géén jongetje dat krijsend tussen een kerkkoor staat, of een meisje met een woedeaanval – dat zijn mensen die niks bijdragen. Nee, ze tonen beelden van Einstein en Picasso. Of Nike, dat met ‘Dream Crazier’ de terugkeer van Serena Williams aan de wereldtop van het tennis vierde na haar zwangerschap. De boodschap is: je moet niet de beste van je school of dorp zijn, je moet de beste van het land zijn. Je moet na een zwangerschap nog sterker terugkeren dan voorheen.

Nu, zij zijn niet míjn definitie van een gek of een rebel. Hoe noem je dan iemand die écht aan de rafelrand van de maatschappij staat? Een verwarde man? Een idioot? Waarschijnlijk: een loser. Iedereen die die rafelrand laat zien, wordt in de hoek geveegd. Wat lelijk en vuil is in onze samenleving, moet aan het zicht worden onttrokken. Alles moet glanzen en blinken. En als iets niet blinkt, wordt er wel glanzende kunst van gemaakt. Zoals van de lege fabrieken die staan te verkommeren in Detroit. Kunstenaars maken daar nu esthetisch verantwoordde foto’s van. Ruin porn wordt het genoemd, omdat die instagrammable beelden volledig voorbijgaan aan het feit dat de verkommerde fabrieken leegstaan omdat de auto-industrie naar de lagelonenlanden is verhuisd, en de inwoners van Detroit nu op de rand van armoede leven.»

In het gareel

HUMO In ‘Ode aan de loser’ probeer je hem in ere te herstellen.

Donner (lacht) «De aanleiding was een gesprek met een jonge schrijfster op een feestje van een hippe uitgeverij in het al even hippe Amsterdam-Noord. Ze zei dat er niets treurigers was dan mislukte schrijvers of kunstenaars die op hun 40ste nog op een zolderkamertje wonen, zonder werk, zonder gezin, zonder iets tot stand te hebben gebracht, terwijl ze blijven dromen van hun ultieme werk. Wat haar zo irriteerde, was het onvermogen van die sukkels om te begrijpen hoe de wereld werkt en zich aan te passen. Ik weet nog dat ik zei: ‘Maar zij zijn vaak de beste mensen, juist omdát ze de wereld niet begrijpen. Wat kún je begrijpen van een wereld waarin je voor 25 euro naar Londen vliegt, terwijl je voor een kamer van 25 vierkante meter in het centrum 1.500 euro huur betaalt en 1,5 miljard mensen in armoede leven?’ Maar het was zinloos.»

HUMO Ik heb het soms ook wel moeilijk met kunstenaars die een gebrek aan erkenning wijten aan ‘het systeem’.

Donner «Het zelfingenomen type dat vindt dat de wereld hem niet begrijpt, vind ik ook niet de leukste soort. Maar ik kom zoveel mensen tegen van wie ik denk: jouw ideeën zijn zoveel beter dan degene die ik in de mainstream tegenkom, waarom kom je er niet mee naar buiten?

Ik heb in een documentaire Gertrude Stein horen vertellen over de kunstscene in Zuid-Frankrijk. Picasso, Hemingway en alle andere grote geesten van die tijd hadden zich daar verzameld. Er was daar ook iemand die slimmer en meer vooruitziend was dan iedereen. Alleen heeft hij nooit wat gemaakt. Niemand weet nu nog wie hij was, maar voor alle grootheden daar was hij wel een belangrijke inspiratiebron. Zulke mensen zijn er legio. Het zijn niet alleen maar de besten die boven komen drijven. Er zijn honderden mensen die fantastische gedichten, boeken of nummers hebben geschreven, maar ze niet hebben afgemaakt, of in een la hebben laten liggen. Uit onzekerheid, of omdat ze niet de nood voelden met zichzelf uit te pakken. Je weet dat Kafka zijn vriend Max Brod had opgedragen al zijn werk te vernietigen. Als Brod niet in plaats daarvan alles had laten publiceren, was het bestaan van Kafka ons volledig ontgaan.

Heb je het interview van Anouk in ‘College Tour’ gezien? Presentator Twan Huys vraagt haar op een gegeven moment of ze nog tips had voor de binnenkort afstuderende studenten. ‘Neen,’ zei ze. ‘Er bestaat geen recept voor succes. Ik ken mensen die veel beter zingen dan ik. Ik heb gewoon mazzel gehad en ben de juiste mensen tegengekomen.’ Huys was helemaal in de war. Zulke dingen zeggen succesvolle mensen haast nooit meer. Ze hebben allemaal ‘hard gewerkt, positief gedacht, doorgezet en alles aan zichzelf te danken’. Iedereen is helemaal doordesemd van dat jargon.»

HUMO Eigenlijk roep je in ‘Zelfverwoestingsboek’ op tot een soort burgerlijke ongehoorzaamheid.

Donner (lacht) «Heel seventies, hè! Ik hoop vooral de onderliggende regels bloot te leggen die ons leven véél meer bepalen dan we beseffen. Het is soms moeilijk te zien hoe je in het gareel loopt en daar ook in wordt gehouden. Als je je de hele tijd afvraagt of je wel mooi, positief, en succesvol genoeg bent, heb je niet zo veel ruimte in je hoofd meer vrij om nog na te denken over wáárom je daar eigenlijk zo mee bezig bent.»

Nestbevuiler

HUMO Heb jij niet ook een carrière nagestreefd? Je hebt psychologie gestudeerd.
Donner «Ik ben zelfs begonnen met rechten te studeren. Mijn moeder was rechter en mijn overgrootvader, Jan Donner, is minister van Justitie geweest, net als mijn vaders neef, Piet Hein Donner. Ik vond de rechtenstudie vreselijk. Net als mijn studie psychologie, trouwens. Ik heb alleen maar geleerd hoe je onderzoek moet doen en hoe je statistieken moet lezen. Ik heb zelfs niet één les over Freud gehad.»

HUMO Je bent toch afgestu-deerd op ‘hartstocht en liefde’.

Donner «Ik heb een zeer rebelse hoogleraar getroffen, dat was mijn geluk. Hij zat ergens op een achterkamertje. Hij vond dat de interessantste beschrijvingen van het menselijke gedrag in de literatuur te vinden waren en liet mij hartstocht en liefde bestuderen in de boeken van Proust en Stefan Zweig.»

HUMO Daarna heb je bij de PvdA gewerkt en bij de ontwikkelingsorganisatie Fairfood.

Donner «Bij de PvdA wilde ik behalve geld verdienen ook de wereld verbeteren, maar dat werd een vreselijke afknapper. Tijdens de kiescampagne begonnen ze allerlei pr-trucjes te bedenken. Ze zeiden letterlijk: ‘Wat is een niet-ingrijpend beleidsvoorstel waar we toch grote sier mee kunnen maken?’ Ik herinner me ook dat de toenmalige PvdA-leider iedereen eraan wilde herinneren dat de sociaaldemocraten de taak hadden achtergestelde bevolkingsgroepen te verheffen, ook en vooral de migranten. Maar tot mijn verbazing werd hij weggehoond. Ik ben er gedesillusioneerd vertrokken en ben de ontwikkelingshulp ingegaan, maar wat ik daar zag, was helemaal onthutsend. Alles bleek er rond geld te draaien. 80 procent van de tijd waren ze bezig met fondsen werven. Ze kaapten zelfs de buit weg voor de neus van andere hulporganisaties, terwijl die evengoed de honger wilden bestrijden. Toen dacht ik: dan ga ik maar schrijven.»

HUMO Zoals je vader, Hein Donner, die ook columnist was. Al was hij natuurlijk in de eerste plaats de schaak-grootmeester die drie keer kampioen van Nederland werd en bekendstond als een ultralinkse bohemien. Een rebel, in de ware zin van het woord.

Donner «Absoluut. Hij was het zwarte schaap van een familie die heel gereformeerd, godvrezend en koningsgezind was. Hij dronk en rookte veel en is toen ik 14 was overleden aan een hersenbloeding. Maar tot die tijd heb ik vreselijk genoten van de nachtelijke gesprekken die we voerden. Ik heb een enorme hang naar het soort mens dat hij was.

Hij schreef ook columns voor Elsevier, maar ze hebben hem toen hij de geldsom van een grote schaakprijs publiekelijk aan de Vietcong schonk, met onmiddellijke ingang ontslagen. Dat geld is natuurlijk nooit bij de Vietcong aangekomen, het was een leeg gebaar. Maar toen waren er nog mensen die dat soort dingen deden, terwijl ze er zelf niet beter van werden. Ze zijn nu een documentaire over hem aan het maken. Niet zomaar, denk ik. Volgens mij hebben we allemaal heimwee naar zulke mensen.»

HUMO Die worden niet meer gemaakt, zo lijkt het wel.

Donner «Vroeger was er Herman Brood, die op zijn blote voeten en in een zekere staat in Amsterdam rondliep. En we hadden Fabiola, het levende kunstwerk. Dergelijke figuren zie je niet meer. Het is – zeker voor beginnende kunstenaars – financieel ook niet haalbaar om in het centrum van Amsterdam te wonen. Daar zijn de woningen de afgelopen vijf jaar 63 procent duurder geworden. In de jaren 60 was het nog mogelijk voor een beginnend schrijver als Harry Mulisch aan het Leidseplein te wonen zonder, naar eigen zeggen, één dag gewerkt te hebben. Alleen de allerrijksten kunnen zich dat nu permitteren. De rest moet allemaal naar de buitenwijken, en zelfs dan heb je twee salarissen nodig.

Steeds meer muzikanten groeien ook op in welvarende families. De muzikanten van Radiohead, Coldplay, ook die van mijn favoriete band Florence and the Machine, hebben allemaal op privé-scholen gezeten. Je redt het volgens mij ook niet meer als muzikant of kunstenaar als je geen rijke ouders hebt, tenzij je megaproductief bent. En dat kan alleen maar als je – daar ben ik weer – niet in de kroeg zit, gezond eet en de rest van de to-dolijst volgt.

Ik wil niet zeggen dat je geen goeie ideeën kunt hebben of geen goeie muziek kunt maken als je geld hebt. Maar zo’n kunstenaar kan nooit écht de rafelrand van het leven laten zien. Ik vind Radiohead fantastisch, maar ze hebben niet de hartstochtelijke woede die bij de muziek van de Pistols hoort. Alleen echte buitenstaanders kunnen brave burgers zoals wij laten zien dat wat wij vanzelfsprekend vinden, níét vanzelfsprekend is.»

HUMO Doen hiphoppers en rappers dat niet?

Donner «Dat genre is toch ook helemaal gerecupereerd! Public Enemy was nog maatschappijkritisch, maar nu… Misschien begínnen hiphoppers nog wel te rappen uit verontwaardiging, maar zodra ze een platencontract hebben getekend, worden er dingen van hen verwacht. En het verschil tussen succes en falen, tussen de haves en de havenots, is zo groot nu. Als je faalt, woon je meteen weer op je kleine appartementje in de achterbuurt. Iedereen die succes heeft, wil die positie niet meer kwijt. En dan klaag je het systeem niet meer aan natuurlijk, want wie gaat nu het nest bevuilen waaraan hij alles te danken heeft?»

Breek de Bubbel

HUMO Jij hoopte toen je eerste roman ‘08.30 uur: opstand’ uitkwam ook dat dat de start zou zijn voor je succesvolle leven.

Donner «Maar helaas (lacht). Kijk, ik vind streven naar succes niet slecht. Iedereen wil gehoord en gezien worden. Waar het om gaat, is: wat ben je bereid ervoor op te geven? Wil je van jezelf een karikatuur maken om succesvoller te zijn? Hoeveel wil je jezelf aandoen om hogerop te komen? Heb je er een burn-out en een depressie voor over? Wil je je collega er de duvel voor aandoen? Wil je elke week weer die hele to-dolijst afvinken – avocado’s eten, mindfulness, naar de psycholoog?

Die neoliberale doelmatigheid zit ondertussen in alle aspecten van ons leven verweven. Je barst van het schuldgevoel als je even je tijd hebt verdaan. Je mag je wel vervelen, maar alleen omdat ‘net dan de beste ideeën bovenkomen’. Het maakbaarheidsdenken heeft ons zo vreselijk streng gemaakt voor onszelf. Vandaar mijn pleidooi de teugels wat te vieren en meer te drinken, te dansen en te niksen.»

HUMO Dat de neoliberale samenleving ons ziek maakt, zeiden al velen voor jou. Psycholoog Paul Verhaeghe schreef er een bestseller over. Al lang daarvoor schreef Trudy Dehue in ‘De depressie-epidemie’ hetzelfde.

Donner «Ja, maar zij focussen op psychische ziekten en effecten op sociaal vlak. Wat ik wil laten zien, is hoe het neoliberale denken is doorgesijpeld in ons dagelijkse leven. Het neoliberale kapitalisme wordt nog te veel gezien als een puur economisch systeem, terwijl het allang een cultureel systeem is geworden, dat z’n waarden doorgeeft via films, series en boeken. De mens is een wolf, en als puntje bij paaltje komt, is het ieder voor zich: dan is de enige manier om te winnen het spel mee te spelen. Net zoals in ‘Game of Thrones’.

Dirk De Wachter zegt: ‘Denk voor jezelf. Ga op een bankje in het park zitten en zoek zelf de zin van het leven.’ Maar dan denk ik: hoe doe je dat als dat park inmiddels volstaat met fitnesstoestellen om je pull- en push-ups te doen? We leven in een door het neoliberale denken gekaapte bubbel, waaraan niemand kan ontsnappen.

We geloven dat het kapitalisme het enige werkbare systeem is, niet perfect, maar beter dan de rest. Terwijl we eigenlijk allemaal weten dat het ieder-voor-zich-denken niet klopt. Dat je alleen door samenwerking echt iets kunt bereiken, dat je groeit omdat je leert van anderen, dat je ingebed bent in een familie of omgeving. We zijn vervreemd van hoe de dingen echt zijn, en daar worden we erg ongelukkig van. Overal voel je dat mensen uit die bubbel willen breken.»

HUMO Dus wat moeten we doen? Drinken en dansen? Lekker niet productief zijn? Daarmee kunnen we het neoliberale kapitalisme niet breken.

Donner «Neen, dat zal de politiek moeten doen. Als er nu een echt heel linkse politicus opstaat, zouden mensen massaal op hem stemmen: daar ben ik zeker van. Misschien moet het bewustzijn nog groeien. Er is net aan het licht gekomen dat Shell al jaren geen belastingen betaalt op zijn winst in Nederland, waardoor burgers nu erg boos zijn op Shell. Terwijl ze natuurlijk de politici zouden moeten aanklagen. Zíj hebben die gunstige regelgeving gecreëerd waardoor multinationals winstbelastingen kunnen ontlopen. Het is aan de politiek om het kapitalisme te breken.»

HUMO En jij denkt dat dat gaat gebeuren?

Donner «Absoluut, en laten we daar nu maar op drinken.»

Marian Donner, ‘Zelfverwoestingsboek’, Das Mag

 

Roddelen

Wijze woorden van de meest toegankelijke filosoof aller tijden, Socrates. Wijze woorden, vooral voor al wie last heeft van roddelaars!

SOCRATISCHE FILTERS

In het oude Griekenland was Socrates gekend voor zijn integriteit en zijn wijsheid.
Op een dag kwam Socrates een man tegen, die hem aansprak met de woorden: “Weet je wat ik juist gehoord heb over een vriend van jou?” “Een momentje”, zei Socrates. “Voor je me van alles gaat vertellen over mijn vriend, wil ik jou enkele vragen stellen. Ik noem het de drie-filter-test.”
De man vroeg Socrates wat hij daar mee bedoelde.
Socrates legde hem uit wat de drie-filter-test inhoudt. De eerste filter gaat over waarheid.
Hij vroeg de man, of hij 100% zeker wist, dat wat hij zou vertellen de waarheid was…. “Nee,” zei de man “dat weet ik niet 100% zeker, ik heb het van horen zeggen…” “Ok,” zei Socrates “dus je bent niet zeker of het waar is.
Maar laat ik je de tweede filter vertellen. De tweede filter is die van de goedheid. Wat jij me wilt vertellen over mijn vriend. Is dat iets goeds?” Opnieuw moest de man daar negatief op antwoorden…
“Ok,” zei Socrates “dus je wilt me iets vertellen over een vriend van mij, waarover je niet zeker weet of het waar is en het is ook geen goed nieuws.
Maar laat me je vertellen over de derde filter.
Is het in mijn voordeel dat ik dit nieuws hoor? Kan ik er iets mee doen dat voor mij van belang kan zijn?” “Niet echt,” antwoordde de man beschaamd…
“Wel,” concludeerde Socrates “je wilt me iets vertellen over mijn vriend, waarvan je niet zeker weet of het waar is, waarvan je weet dat het negatief is en voor mij van geen belang..
Waarom wil je het mij dan eigenlijk vertellen??”

Waar blijft de tijd?

Zo was het toch nietwaar?! Nog meer bij onze ouders en grootouders dan voor ons, en hopelijk niet meer voor wie nu aan een gezin begint. Die goeie, ouwe tijd? Vergeet het!

Je trouwt snel als je twintig bent
En na een paar jaar krijg je het druk
Met drie, vier kinderen, ach dat went
Je hebt geen tijd meer voor geluk
Tussen de vloeren en de vaat
De vuile was en het fornuis
Sta je niet stil, ook al vergaat de wereld
Jij bent bezig thuis.

Is dit een grap?
Of om te huilen?
Is er iemand die haar benijdt?
Wie zou er met haar willen ruilen?
Dag in, dag uit
Waar blijft de tijd?

De koffie pruttelt op het vuur
De kinderen spelen, en je man
Zit achter een krant als achter een muur.
De dagen glijden door je hand
De kinderen zijn vandaag nog klein
Maar morgen groot, je denkt waarom
Kan ik alleen maar ouder zijn?
De foto van je jeugd trekt krom.

Is dit een grap?
Of om te huilen?
Is er iemand die haar benijdt?
Wie zou er met haar willen ruilen?
Dag in, dag uit
Waar blijft de tijd?

De zondag is niets dan een pak
Netjes gestreken ’s avonds laat
Wat bloemen in de vaas
Een tak in bloei, wat altijd aardig staat
En deze levenslange sleur
Duizenden passen ieder uur
Tussen de tafel en de deur
En van het kastje naar de muur.

Is dit een grap?
Of om te huilen?
Is er iemand die haar benijdt?
Wie zou er met haar willen ruilen?
Dag in, dag uit
Waar blijft de tijd?