Een nieuw soort feminisme

Verschillen tussen man en vrouw: veel meer natuur dan cultuur

Brainwash – Griet Vandermassen

In Brainwash Talks van Human buigen journalisten, schrijvers, wetenschappers, theatermakers en filosofen zich over de grote persoonlijke en maatschappelijke vragen van nu. Deze keer filosoof Griet Vandermassen over een nieuw soort feminisme.

Zijn verschillen tussen mannen en vrouwen aangeleerd? Of hebben ze ook te maken met biologie? Ik was lang overtuigd van het eerste. Als meisjes graag gezinnetje spelen en jongens fysiek agressiever zijn, komt dat door die poppen en speelgoedgeweren, dacht ik. Als we meisjes en jongens hetzelfde zouden opvoeden en behandelen zouden ze helemaal niet verschillen. Feminisme betekende voor mij dan ook dat we moesten vechten tegen sekse-stereotypen. Een wereld zonder sekseverschillen. Daar moesten we voor ijveren.

Mijn feministische vriendenkring dacht er net hetzelfde over. Sekseverschillen waren het product van socialisatie. Dus moesten ze de wereld uit. En wie daar anders over dacht, had een politieke agenda of was gewoon een beetje dommig. We lazen veel. We kwamen samen in discussiegroepjes om feministische teksten te becommentariëren over de sociale constructie van mannelijkheid en vrouwelijkheid. Zo vernamen we van Naomi Wolf dat ook vrouwelijke schoonheid een constructie is. Elke cultuur verstaat daar immers iets anders onder, schreef Wolf. De grote westerse nadruk op schoonheid was gewoon bedoeld om vrouwen onzeker te maken zodat ze niet te veel rechten zouden opeisen.

Dat wrong wel een beetje, want de meesten van ons het toch wel leuk om er mooi uit te zien. Maar dat moest dan wel betekenen dat we verregaand geïndoctrineerd waren. We lazen een hoop teksten, maar nooit kozen we iets wat onze opvattingen zou kunnen ondermijnen. Wetenschappelijke literatuur over de biologische basis van sekseverschillen vermeden we zorgvuldig. Dat is een menselijke reflex, die het bevestigingsvooroordeel heet. Mensen zoeken vooral informatie op die in hun straatje past. Die reflex oversteeg ik pas veel later. Het zorgde voor een verregaande omslag in mij mensbeeld. En meteen ook in mijn invulling van feminisme.

Ik ging me verdiepen in een discipline die door veel feministen verketterd wordt: de evolutiepsychologie. Dat is een tak van de wetenschap die bestudeert hoe ons brein vorm kreeg door het proces van evolutie door selectie, wat leidde tot een menselijke natuur die op sommige vlakken seksueel gedifferentieerd is. We zijn tenslotte zoogdieren. Mijn kennismaking met de evolutiepsychologie was echt slikken. Je voelt je een oen, als je beseft dat je een tak van de wetenschap jarenlang afgewezen hebt louter op basis van vooroordelen en onwetendheid. Ik had kritiekloos aangenomen wat feministische critici schreven, zoals dat evolutiepsychologie een pseudowetenschap is die vooral seksistische stereotypen wil goedpraten. In plaats daarvan trof ik ongemeen boeiende inzichten aan over de evolutie van de menselijke geest, van menselijk sociaal gedrag en van seksueel verschil. De evolutiepsychologie bleek bovendien bijzonder veel licht te werpen op al die onderwerpen waarover onze feministische groepjes zo uitvoerig en zo vruchteloos gediscussieerd hadden.

Als je seksueel verschil wilt begrijpen moet je evolutionair denken, besefte ik. Neem vrouwelijke schoonheid. Dat is helemaal geen willekeurige culturele constructie. Veel maatstaven van vrouwelijke schoonheid zoals volle lippen, stevige borsten en een gave huid zijn universeel. Ze blijken neer te komen op tekenen van vrouwelijke vruchtbaarheid. Mannen hebben een intuïtieve, geëvolueerde voorkeur voor tekenen van vruchtbaarheid in een vrouw. Waarom? Omdat onze soort een menopauze kent. Mannen met een voorkeur voor tekenen van vruchtbaarheid lieten in ons evolutionair verleden kinderen na en gaven die voorkeur door. Mannen die vooral tekenen van de menopauze mooi vonden gaven die neiging niet door, want ze bleven kinderloos. De voorkeur voor tekenen van vrouwelijke vruchtbaarheid werd daardoor onderdeel van de mannelijke seksuele psychologie. Vrouwen concurreren met elkaar om schoonheid.

Niet omdat ze daartoe geïndoctrineerd zijn, maar omdat schoonheid een vrouw seksuele macht geeft. Een mooie vrouw kan hoog mikken in haar partnerkeuze.
Veel sekseverschillen in psychologie en gedrag zijn ons helemaal niet aangepraat, maar hebben diepe evolutionaire wortels. En iedereen die zijn gezond verstand gebruikt, weet dat eigenlijk ook. Maar ideologie kan het gezond verstand blijkbaar uitschakelen. Dat gebeurt nog altijd in het hedendaagse feminisme. Het idee dat sekseverschillen in psychologie en gedrag een biologische basis hebben, blijft taboe.

Elke bestaande maatschappelijke ongelijkheid tussen de seksen – zoals de ondervertegenwoordiging van vrouwen in topfuncties en hun oververtegenwoordiging in deeltijdwerk – wordt automatisch gezien als bewijs van discriminatie en achterstelling. Terwijl er een overweldigende hoeveelheid bewijs is dat biologie een grote rol speelt in deze en andere genderkwesties zoals de loonkloof.

De seksen verschillen wel degelijk van elkaar. In hun persoonlijkheid, temperament, waarden, hun voorkeuren, interesses en hun motivaties. Het gaat om gemiddelde verschillen waarvan sommige erg klein tot onbestaand zijn, zoals bij intelligentie. Maar andere groot tot erg groot. Mannen en vrouwen verschillen wereldwijd bijvoorbeeld sterk op het vlak van fysieke agressie, zachtaardigheid, openheid voor een losse seks, partnervoorkeuren en interesses. Veel meer vrouwen zijn vooral geïnteresseerd in omgaan met mensen. Veel meer mannen zijn vooral technisch geïnteresseerd. Die verschillen zijn evolutionair perfect voorspelbaar. Veel van die verschillen worden bovendien groter naarmate vrouwen meer vrijheid en kansen krijgen. In plaats van kleiner te worden, zoals het klassieke feminisme voorspelt.

De seksekloof in studie- en beroepskeuze bijvoorbeeld is nergens zo groot als in het Westen. Met de Scandinavische landen op kop. In arme landen kiezen veel meer vrouwen voor een technische richting dan in westerse landen. Niet uit interesse, maar omdat ze wel moeten als ze een job willen vinden. Want zodra vrouwen de luxe hebben om hun eigen interesses te volgen zullen ze dat ook doen, zoals in het westen gebeurt.

Een grote seksekloof op de arbeidsmarkt kan dus juist een teken zijn van een vrije, welvarende maatschappij, in plaats van dat ze vrouwelijke achterstelling signaleert. Als je evolutionair geïnformeerd bent krijg je een heel andere kijk op vrouwen. Als vrouwen in het Westen koppig blijven weigeren om dezelfde keuzes te maken als mannen, is dat niet omdat ze slachtoffer zijn zoals het klassieke feminisme veronderstelt, maar omdat ze autonome wezens zijn. Mannen en vrouwen verschillen in hun interesses en prioriteiten. Gelijkheid van kansen zal dus nooit tot gelijkheid van uitkomst leiden. Wie gelijkheid van uitkomst wil kan dat alleen door die kunstmatig op te leggen. En dat is autoritair, want dat betekent dat je mensen soms in richtingen zal duwen die hen helemaal niet aanspreken en je anderen zal discrimineren.

De Technische Universiteit Eindhoven stelt nu haar vacatures voor wetenschappelijk personeel minstens anderhalf jaar enkel open voor vrouwen. Vanuit de wetenschappelijk totaal niet ondersteunde aanname dat er zo weinig professors technologie zijn door een gebrek aan kansen. Gemotiveerde mannen worden hierdoor gediscrimineerd. En vrouwen worden opgezadeld met het stigma dat ze op basis van hun sekse aangeworven zijn en niet van hun kwaliteiten. Ik ben helemaal afgestapt van dit soort feminisme. Ik pleit voor een ander feminisme. Ik noem het evolutiefeminisme.

Dit feminisme vertrekt van nul. Alle vooropgestelde denkbeelden over de oorzaken van seksueel verschil gaan overboord. De eerste taak is zich te verdiepen in alle relevante wetenschappelijke literatuur en niet alleen in de ideologisch gewenste. Van daaruit kan je op een nieuwe manier nadenken over wat precies het probleem is en hoe we dat het efficiëntst kunnen aanpakken.

Is de grotere vrouwelijke aanwezigheid in de zorgsector een probleem als je weet dat meer vrouwen hier überhaupt interesse voor hebben? Zit het probleem niet vooral in de maatschappelijke onderwaardering en geringe verloning van zorg? En moeten we niet vooral proberen om daaraan iets te verhelpen?

Evolutiefeministen zetten in op gelijkheid van kansen, maar ze aanvaarden dat beide seksen die kansen soms op een andere manier zullen benutten. Als daar negatieve gevolgen aan verbonden zijn, dan moeten we die aanpakken. In plaats van te streven naar een kunstmatige fifty-fifty verdeling van de seksen in alle geledingen van de maatschappij. Ik pleit dus voor een feminisme dat vandaag nog amper bestaat. Ik heb een lange weg moeten afleggen om zover te geraken. Maar ik denk dat mijn soort feminisme een veel uitdagender project stelt dan het wetenschappelijk weinig geïnformeerde project van het klassieke feminisme. Dus ik hoop dat veel andere feministen mij volgen.

Griet Vandermassen
Filosoof

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.