De anderen kon.
Mij kunnen.
In de maand november volgende ik online bovenstaande workshop, gegeven door Mieke Fleurackers en dit zijn de resultaten:
Voor meer informatie: www.laboarte.be
“De Onfatsoenlijken” is voor mij de beste non-fictie tv-reeks van anno 2020. En de mensen die er in aan het woord komen, worden ten onrechte “de onfatsoenlijken” genoemd.
Er is de wereld van de politiek en de media. En dan is er de wereld van de burgers. En dat zijn twee totaal verschillende werelden.
Maar ook tijdens bijvoorbeeld de migrantencrisis, de klimaatcrisis, de werkloosheidcrisis, de om het even welke crisis, waarin wat de politiek beslist en wat in de media te lezen is, hemelsbreed verschilt met hoe gewone burgers elke crisis beleven.
Vandaag echter zien we dat voor het eerst zo duidelijk omdat bij deze coronacrisis iedereen betrokken is, de ganse wereld, elke bevolkingsgroep.
De politiek en media spelen een ver van mijn bed show, en waarschijnlijk zijn ze er nog van overtuigd ook, dat hun werkelijkheid de enige juiste is, waardoor steeds meer en meer brave burgers opgeofferd en geslachtofferd worden.
Als het tij niet keert, vrees ik dat het bloeden niet meer te stelpen zal zijn… en wel van beiden kanten.
En het zal niet de schuld zijn van de onfatsoenlijken, maar vooral van zowel de huidige politiek als van de linkse media.
BOEK: De Onfatsoenlijken – Een reis door populistisch Europa – Jan Antonissen
Hoe ontstaat angst?
Angst… een fenomeen dat tijdens het afgelopen jaar een centrale rol speelde. De meesten zullen weten dat angst een gevoel is, een emotionele beleving die een mens als menselijk mag beschouwen. Echter, over de oorzaak van angst bestaan er nog steeds heel wat misverstanden.
Vanwaar komt de term ‘angst’?
Het woord en begrip ‘angst’ komt van het oud-Griekse ‘anch’, met de betekenis van ballast, bezorgd en kwelling (dit laatste in het Engels ‘anguised’). Ook werd het in verband gebracht met bepaalde lichamelijke sensaties, waaronder een benauwd ongemakkelijk gevoel op de borst. Dit drukkend gevoel op de borst werd later ook binnen de geneeskunde ‘angina’ genoemd. Angst heeft door de geschiedenis heen heel wat filosofische concepten gekregen. Het waren Kraepelin en Freud die een verschil beschreven tussen de zogenaamd normale angst en pathologische angst. Deze eerste pathologische concepten met betrekking tot angst, zien we vandaag terug in de verschillende angststoornissen.
Hoe ontstaat een angststoornis?
Vandaag kunnen we dan ook spreken van een ‘redelijke, aanvaardbare’ angst en een ‘onredelijke, niet aanvaardbare’ angst. Redelijk, omdat er sprake is van een reëel mogelijk gevaar of bedreiging, en onredelijk als er géén reële bedreiging aanwezig is.
Ongeacht of de angst redelijk of onredelijk is, blijft angst een onaangenaam gevoel geven. Meer nog, voor heel wat mensen is angst zelfs een bedreiging. Deze ‘angst voor de angst’ komt hoofdzakelijk voor bij mensen met een angststoornis.
Redelijk of onredelijk, angst moet dan toch een oorzaak hebben? Als we kijken naar mensen met een angststoornis, dan is de veronderstelling dat allerlei gebeurtenissen uit het verleden tot angst leiden. En als we kijken we naar de redelijke angst, zoals vandaag bijvoorbeeld de angst voor corona, dan gaan we er vanuit dat corona de oorzaak is van de angst. In beide gevallen beschouwen we gebeurtenissen/situaties uit het verleden of in het heden als oorzaak.
Maar is dat zo?
Bij de behandeling van angststoornissen rapporteren veel cliënten dat ze hun hele leven moeten vertellen, met alle gebeurtenissen en situaties, om zo te proberen achterhalen wat de oorzaak van de angst is. Dit geldt ook bij mensen die ingrijpende trauma’s hebben meegemaakt (PTSS of posttraumatisch stressstoornis). Ze moeten dan hun trauma tot in de detail in kaart brengen. Op zich kan dit verhelderend zijn. Echter blijft de vraag: is het trauma de oorzaak van hun angst (en vermijdingsgedrag)?
Het verhaal van Joris
Joris heeft op 22 maart 2016 op de metro in Maalbeek de aanslag in levende lijve meegemaakt. Een vriend en collega van hem is later hiervan overleden. Voor Joris was dit het einde van het ‘gewone dagelijkse leven’. De eerste psychologische opvang, vlak na de aanslag, was noodzakelijk. Hij kon zijn verhaal doen, zijn emoties ventileren. De eerste twee maanden bleef hij thuis. Daarna zou hij weer zijn werk hervatten. Hij stond ’s morgens bij de bushalte, de bus welke hem naar de metro zou brengen, toen hij plots paniekangsten voelde opkomen. Zodanig zelfs dat hij niet in de bus durfde te stappen en uiteindelijk terug naar huis ging. Vanaf die dag begon de ellende: angst, nachtmerries en slaapproblemen, herbelevingen van de aanslag, paniekaanvallen. Zijn geplande vakantie die zomer moest hij annuleren. Zijn vermijdingsgedrag begon zich als een inktvlek uit te breiden: geen bussen meer, zelfs geen taxi, geen trein, geen grootwarenhuizen (te veel volk bij elkaar), bioscoop… thuisblijven was de enige optie om de angst enigszins onder controle te houden. Joris zijn ‘vrijheid’ was volledig ingevroren. Het jaar 2017 werd enkel gevuld met gesprekken met psychologen. De gesprekken waren in hoofdzaak gevuld met ‘het vertellen van zijn traumatisch verhaal’. Zijn laatste bezoek bij een hulpverlener was midden 2018. Het eerste wat hij aangaf: Moet ik wéér mijn hele verhaal vertellen?. De hulpverlener keek op zijn aanmeldingsformulier: ‘Ik lees hier dat u de aanslag op de metro heeft meegemaakt, dat volstaat als achtergrondinformatie, want de metro-aanslag is NIET de oorzaak van uw angst’. Met opluchting (niet meer zijn verhaal te moeten vertellen) én gefronste wenkbrauwen ‘Ik begrijp niet wat u bedoelt, niet de oorzaak?!’
De hulpvraag was ‘Ik wil van die angst af’. Met andere woorden: Joris zocht een behandeling om die angst aan te pakken. Als de metro-aanslag de oorzaak zou zijn van de angst, kunnen we dan de metro-aanslag behandelen (het verleden dus)? Nee.
Als 50 mensen diezelfde aanslag hebben meegemaakt, hoe is het dan te verklaren dat 25 mensen na de aanslag een angst hebben ontwikkeld, en 25 mensen niet? Mocht de aanslag de oorzaak van de angst zijn, dan zouden 50 mensen daarna angstig moeten zijn. Hetgeen niet het geval is. Conclusie: de aanslag kan niet de oorzaak zijn van de angst.
Corona-angst
Is corona de oorzaak van onze angst vandaag? Nee. Als men 100 mensen zou interviewen zullen 50 mensen zeggen ‘Ja, ik ben bang corona te krijgen, ik kom nauwelijks nog uit mijn kot’. De andere 50 zeggen daarentegen: ‘Nee, bang ben ik niet, ik houd me aan de maatregelen waardoor het risico op besmetting zeer klein is’.
Angst heeft altijd te maken met wat ‘er kan gebeuren’. Angst is een ‘hier en nu’-moment in de verwachting van wat er kan gebeuren.
Wat is dan de oorzaak van angst?
Zowel bij het trauma als bij corona moeten we niet op zoek gaan naar de oorzaak van angst. Reeds 300 jaar na Chr. beweerde de filosoof Epictetus het volgende: ‘Het zijn niet de gebeurtenissen of situaties in je leven die je emotioneel bewegen, het zijn je ideeën erover’.
Dit betekent dat het je eigen gedachten, je veronderstellingen, aannames en voorspellingen zijn die je angstig maken. De metroaanslag en corona noemen we aanleiding, en niet oorzaak. De aanleiding – de metroaanslag – was voor 50 mensen hetzelfde. 25 van hen dachten daarna: ‘Dit wil ik nooit meer meemaken. Ik stap nooit meer op de metro. Want de volgende keer kan het verkeerd voor me aflopen. Ik word al bang als ik aan de metro denk’. Gevolg: angst. Die andere 25 mensen dachten daarna: ‘Ik ben blij dat ik nog leef. Het was een vreselijke beleving, maar ik laat me door een paar terroristen niet mijn vrijheid afnemen’: Gevolg: geen angst.
Hetzelfde geldt voor corona. Iedereen heeft er zijn eigen gedacht over en het is het gedacht dat bepalend is. En als we eens goed luisteren naar de volkstaal: ‘Ik moet er niet aan denken, ik word al bang’. Het zijn precies deze volksuitspraken die voor de filosoof Epictetus de stelling bevestigden: niet de gebeurtenissen maar onze ideeën er over bepalen onze emoties’.
Vanuit deze filosofie heeft de psychologie dan ook een behandelmodel ontwikkeld (1952, o.a. Albert Ellis), namelijk de cognitieve gedragstherapie. In dit behandelmodel staat het denken centraal. Anders leren denken is dan ook een deel van de behandeling.
Jos Jazie
Cognitief gedragstherapeut
Angstcentrum
BRON: gezondheid.be
U wilt zich tijdens de nieuwe lockdown verdiepen in een cultuurgigant wiens werk u niet goed kent, maar u weet niet waar te beginnen? Begin hier, dan hebt u een leidraad. Vandaag: Hannah Arendt.
Waarom Hannah Arendt?
Filosofen zijn geen dagelijkse kost in de massamedia. De Duits-Amerikaanse Hannah Arendt (1906-1975) is daarop een uitzondering. Het afgelopen jaar hadden de Vlaamse kranten het 274 keer over haar – bijna elke dag dus. Dat kwam ook doordat in die periode een nieuw mensenrechteninstituut in Mechelen naar haar is genoemd. Maar ook dat illustreert Arendts blijvende referentie- en actualiteitswaarde.
Haar denken werd mee gestuurd door haar ervaring als Joodse wetenschapper met het nazisme. Ze vluchtte in 1933 uit nazi-Duitsland via Frankrijk naar de VS. Dat heeft ook haar werk beïnvloed: het stuurde haar filosofische belangstelling voor politieke theorie naar een humanistische kritiek op het totalitarisme.
Ja, maar waarom nu?
Arendts biografie en werk zijn intens verweven met de grote drama’s van de twintigste eeuw: dictatuur, oorlog en Holocaust, later ook de rassensegregatie in de VS, de dreiging van de nucleaire oorlog, de spanningen in het Midden-Oosten of de onderwerping van de mens aan een louter op groei gerichte economie. Ze voelde zich intellectueel verplicht om daar fundamenteel, maar nooit abstract of vrijblijvend over te reflecteren. Haar werk is een commentaar bij de wereldgeschiedenis.
‘De trieste waarheid is dat het meeste kwaad wordt aangericht door mensen die nooit hebben besloten om goed of kwaad te zijn’ Hannah Arendt Filosofe
Dat haar werk vandaag opnieuw de aandacht trekt, komt doordat velen de krachtlijnen erin ook relevant achten voor deze tijd, met fenomenen als een groeiend autoritarisme, politieke intolerantie en polarisering, de miskenning van waarheid of wetenschap, of de populistische en identitaire verleidingen die ‘het volk’ zien als een homogene maar ook anonieme massa waarin individualiteit geen plaats meer krijgt. Steekwoorden: Trump, Brexit, populisme, Hongarije, fake news …
Wat kunnen we onthouden?
Hannah Arendts centrale thema is dat van de menselijke vrijheid en waardigheid. Daarvan is het totalitarisme, met Auschwitz als ultieme consequentie, het absolute tegendeel. Die gruwel zag ze als het eindresultaat van een onderwerping van de mens aan als onwrikbaar voorgestelde wetten.
In haar kritiek benadrukte Arendt al vroeg het belang van de leugen in de totalitaire praktijk, die de dwang van natuurwetten of van teleologische wetten opdringt als niet te bediscussiëren essenties. In het verweer daartegen benadrukt Arendt het belang van een actieve betrokkenheid van elke burger in de politieke gemeenschap, en in de civiele samenleving, die elke minderheid en (vooral) elk individu als volwaardig en gelijkwaardig erkent.
In die visie kan het democratische burgerschap niet beperkt blijven tot verkiezingen. Want dan is politiek niet meer dan een optelsom van stemmen en zijn burgers slechts consumenten in een louter transactionele relatie met de overheid van wie ze louter – in de brede zin – diensten verwachten.
Bij Arendt krijgt het ideaal van het burgerschap een zeer individuele, humanistische invulling in een publieke, republikeinse context. Ze stond argwanend tegenover groepsdenken dat al snel kon leiden tot een groepsdwang die het autonome kritische denken in de weg staat. Daarom stond ze sceptisch tegenover het feminisme. Het is moeilijk om haar in een gevestigde ideologie vast te pinnen.
Arendt was een dynamische filosofe, die haar denken voortdurend verfijnde en altijd openstond voor discussie. Ook het publieke karakter van haar werk droeg daartoe bij. En ze bracht niet al haar thema’s tot een eindconclusie. Zo bleef ze sceptisch over de mensenrechten, die in de praktijk vooral burgerrechten blijken te zijn. Wie buiten de politieke gemeenschap staat, zoals staatlozen of vluchtelingen, kan maar moeilijk een ‘recht op rechten’ laten gelden.
Wat is cruciaal in haar werk?
Arendt introduceerde het begrip ‘de banaliteit van het kwaad’. Maar het heeft een voorgeschiedenis. Haar eerste confrontatie met de Holocaust bracht haar tot ‘het radicale kwaad’, het absolute, absurde kwaad dat zelfs de nazi’s zozeer verblindde, dat ze tot het ultieme eind van de oorlog middelen bleven inzetten voor de Jodenvervolging, zoals spoorweginfrastructuur, die ze toen militair veel ‘efficiënter’ hadden kunnen gebruiken.
Maar dat zou betekenen dat het kwaad het werk is van demonen. Op het proces in 1961 in Jeruzalem tegen Adolf Eichmann, die de Holocaust praktisch had georganiseerd, zag ze dat die gruwel het werk was van gewone, ‘banale’ mensen, die, meegesleept in een ideologische groepsdynamiek, tot alles bereid waren. De ‘banaliteit van het kwaad’ ligt erin dat iedereen zo’n ‘schrijftafelmoordenaar’ kan worden. Al vergiste Arendt zich wel in de figuur van Eichmann, die niet zomaar een banale bureaucraat was, maar een ideologisch geharde, overtuigde nazi en antisemiet.
En nu naar de boekhandel
Veel boeken van Arendt zijn in een moderne Nederlandse vertaling beschikbaar, ook haar vroege werk Totalitarisme en Eichmann in Jeruzalem. Van Ann Heberlein verscheen zopas de Arendt-biografie Over Liefde en kwaad . Dirk De Schutter publiceerde uitvoerig over haar werk en ze is een van de twee vrouwen in het boek Het tij keren van Joke Hermsen.
In 2012 draaide Margarethe von Trotta met Hannah Arendt een film over wat het Eichmann-proces betekende.
