Herfstdag

Herfstdag – Rainer Maria Rilke

Dit gedicht van Rainer Maria Rilke (1875-1926), een belangrijke lyrische dichter in het Duitse taalgebied, is terecht beroemd geworden door de regels:

Wer jetzt kein Haus hat, baut sich keines mehr.
Wer jetzt allein ist, wird es lange bleiben,

Het gedicht lijkt een beetje op een sonnet, maar is het niet. Het is geen moeilijk gedicht. Het is een korte bespiegeling bij het einde van de zomer en het intreden van de herfst.

Herfstdag

Heer, het is tijd. De zomer kon niet fraaier.
Vlei nu uw schaduw over onze zonnewijzers,
en laat uw winden over alle velden waaien.

Beveel de laatste vruchten mooi te zwellen;
gun ze een paar zwoele, zuidelijke dagen,
dwing hen tot rijping en – ten slotte – jaag
de laatste zoetheid in de zware wijnen.

Wie nu geen huis heeft, bouwt geen woning meer.
Wie nu alleen is, zal het heel lang blijven,
zal waken, lezen, lange brieven schrijven,
zal wandelen in de lanen heen en weer,
terwijl de wind de blaadjes voort zal drijven.

Herbsttag

Herr, es ist Zeit. Der Sommer war sehr groß.
Leg deinen Schatten auf die Sonnenuhren,
und auf den Fluren laß die Winde los.

Befehl den letzten Früchten voll zu sein;
gib ihnen noch zwei südlichere Tage
dränge sie zur Vollendung hin und jage
die letzte Süße in den schweren Wein.

Wer jetzt kein Haus hat, baut sich keines mehr.
Wer jetzt allein ist, wird es lange bleiben,
wird wachen, lesen, lange Briefe schreiben
und wird in den Alleen hin und her
unruhig wandern, wenn die Blätter treiben.

Boek: Volwassenen bestaan niet

Hoe is het om vandaag veertiger te zijn? “Dit is het moment om een minnaar te nemen”

Het Nieuwsblad – Annelies Rutten – 01.09.2018

Er komt een moment dat iedereen u begint te zeggen, de dokter je op zijn minst één sport verboden heeft en mannen kijken alsof ze alleen nog seks met je zouden willen als het hen geen enkele moeite kost. Hoe is het om in deze tijd veertiger te zijn? The New York Times-columniste Pamela Druckerman (48), Amerikaanse die al twaalf jaar in Parijs woont, beschrijft haar ervaringen in Volwassenen bestaan niet. “Wat doen al die blauwe blazers in mijn kast?”

Uiterlijk: en plots ben je “madame”

“Ken je dat gevoel van een man die op straat naar je kijkt en denkt: ik zou best met haar naar bed willen, maar alleen als het me geen enkele moeite kost. Dat valt ongeveer samen met het madame-moment. In Frankrijk ben je eerst mademoiselle. Maar rond veertig komt er een switch naar madame. De eerste madames zijn nog ironisch bedoeld, maar na enkele weken is – boem! – alle ironie geweken. Hoe voelt dat? Traumatiserend! Neen, dat is overdreven. Maar het was wel een schok voor mij. Want natuurlijk weet je dat dat moment zal komen, maar ik was er op een rare manier altijd van uitgegaan dat het mij níét zou overkomen.”

“Botox dan maar? Ik heb altijd gezegd: ho maar, zo’n vrouw ben ik niet. Schrijfster, weet je wel. Maar dat blijkt al te gemakkelijk als je echt rimpels krijgt die blijven. Nu ik het zie bij al die vrouwen die dat vroeger ook hebben gezegd, denk ik: het is misschien zo gek nog niet. (lacht) Al kun je ook proberen om gewoon bien ton âge te zijn, zoals de Fransen het zo mooi zeggen. Wij Amerikanen streven ernaar om er zo lang mogelijk zo jong mogelijk uit te zien.

En als dat niet meer gaat, is het mislukt. Het recept om op een dag doodongelukkig te zijn. Françaises zeggen: probeer er niet uit te zien alsof je een strijd voert met jezelf, maar probeer de beste versie van jezelf te zijn die je op dat moment kunt zijn. Wat ik dus probeer. Het begint te lukken. Soms.”

Kwaaltjes: Er is zeker één sport die de dokter je verboden heeft

“Waarom articuleert mijn man plots zo slecht? Ha, het ligt aan mijn oren. Naar de dokter om te kijken welke aandoening ik heb. ‘Mevrouw, er is niets mis, u hebt de oren van een 45-jarige.’ Oeps! En daar komt bij: ik mag niet meer tennissen, geen kopstand meer doen in de yoga, ik kan niets onthouden en ik heb een leesbril nodig. En dames, vergeet niet: nooit zwaaien als je korte mouwen draagt, tenzij jij degene bent die wél elke dag push-ups doet. Of die het grappig vindt dat haar kinderen met haar flubberige armen spelen. Aan de menopauze wil ik zelfs nog niet te veel denken. Ik ben bang dat ik het uitlok als ik erover praat, zoals de foto van een baby de melk doet stuwen als je borstvoeding geeft. Maar de menopauze begint pas als je begin de vijftig bent, toch? Gun me die jaren nog. We kunnen nog baby’s krijgen! Vraag maar aan Cherie Blair. En we zijn nog massaal aan de pil. Niet om onszelf iets wijs te maken, maar omdat de dokter het zegt. Los van dat alles: zodra je de veertig voorbij bent, wordt niets onverlet gelaten om je duidelijk te maken dat de graduele neergang van het lichaam is ingezet. We worden gesust met de dingen die beter worden: we kunnen beter situaties inschatten, emoties beheersen, conflicten oplossen en anderen begrijpen. En daar op een dag misschien zelfs tevreden mee zijn.” (lacht)

Kleding: Wat doen al die blazers in mijn kast?

“Ironische T-shirts? Te korte rokjes? Je kunt nog wel willen dragen waar je zin in hebt, maar je wilt ook niet pathetisch worden, toch? Dus geloof mij: zodra je de veertig voorbij bent, moet je jezelf op vestimentair vlak heruitvinden. Gedaan met de individuele vrijheid van ‘ik draag wat ik wil’, waar wij, Amerikanen, zo goed in zijn. Zelfs als je gewicht – misschien ben jij wel die gelukzak – op peil blijft, kunnen dezelfde kleren er anders uitzien in combinatie met een gezicht dat ouder wordt. Dus bekijk het even kritisch genoeg en ga op de juiste plekken shoppen. De kans is groot dat je eindigt met een eindeloze rij blazers in je kast, niet zelden marineblauw. Die je niet, zoals vroeger, draagt omdat ze power uitstralen, maar omdat het classy staat en chic.

Mijn ervaring: je nieuwe vestimentaire zelf ontdekken is een proces van trial-and-error. Waarbij iedereen fouten maakt. Drie stuks kopen op één dag? Wees maar zeker dat één ervan een miskoop is. Het kunnen er ook twee zijn. Je moet je lijf kennen, je sterke en je zwakke punten. En echt: een blazertje kan sexy zijn.”

Seks: Dit is hét moment om een minnaar te nemen

“Dat dit het moment is om een minnaar te nemen, is de wijsheid van een vriend van mij. Alsof hij wou zeggen: meisje, dit zijn de laatste vijf jaren van je leven waarin iemand met je de koffer in wil duiken. Voor alle duidelijkheid: ik heb het níét gedaan. Maar zijn dit echt de laatste jaren voor ik seksueel de afgrond instort? Het idee dat na de menopauze lust en verlangen verdwijnen, zit ingeworteld in onze cultuur, maar het is niet waar. Ja, er is een neergang in sommige aspecten van het seksueel functioneren – vaginale droogte bestaat echt! – maar er dan maar van uitgaan dat het hele verlangen wegsmelt, is wel zeer kort door de bocht. Ga je minder van lezen houden als je een leesbril nodig hebt? Wel, hoe zit dat dan met glijmiddel?” (lacht)

“Ik prijs me opnieuw gelukkig dat ik in Frankrijk woon. Onderzoek toont aan dat Amerikaanse en Britse vrouwen na de menopauze effectief een pak minder seksueel actief zijn. In Frankrijk is de terugval kleiner. Omdat ze meer rolmodellen hebben, maar ook: omdat ze er meer in geloven. Seks alleen weggelegd voor mooie, strakke lijven? Dat vinden ze hier bullshit. Zoals iedereen luncht, heeft iedereen seksuele verlangens, ook wie oud en flabby en zacht is. Bien dans son âge zijn, daar heeft het weer veel mee te maken. Het is een groot stuk selffulfilling prophecy. Als je gelooft dat je na vijftig de seksuele afgrond instort, is de kans veel groter dat dat ook gebeurt. Je bent gewaarschuwd.”

Relatie: Een triootje als verjaardagscadeau?

“Ja, ik heb het echt gedaan. Voor zijn veertigste verjaardag deed ik mijn man Simon, nu 48, een triootje cadeau. Ik beschrijf het in mijn boek en er is niks van overdreven. Dus dames, ga maar steigeren, dat deden mijn vriendinnen ook. Maar het alternatief was een horloge. En dat raakt hij zo weer kwijt. Of hij gaat ermee in bad zitten. maar ik heb ook ingestemd omdat ik wou tonen dat ik me niet zomaar neerleg bij de middelbare leeftijd. En dat we niet vastzitten in de sleur. Wees gerust, het is bij één keer gebleven. En naast de woede van mijn vriendinnen heeft het mijn man veel jaloezie opgeleverd. Maar het was vooral een fantastische ervaring waar ik acht jaar later geen spijt van heb. Zo drastisch hoef je niet te gaan om na je veertig je relatie goed te houden (enkel dat zal trouwens ook niet werken). Wat heb ik over relaties geleerd? Dat na veertig alle gebreken van je partner er gewoon nog zijn. Maar dat je veel beter gaat begrijpen dat naast elk ‘gebrek’ een kwaliteit staat. Laat hij altijd gazetten slingeren, dan is hij waarschijnlijk ook slim en wereldwijs. Straf hoeveel je kunt verdragen als je het totaalplaatje bekijkt. En beseft dat je zelf ook zo in elkaar zit. Ook goed: ik ben verlost van het zeer Amerikaanse idee dat je alles samen moet doen en je partner je moet helpen om de (zeurend stemmetje) ‘allerbeste versie van jezelf te worden’. Neen, leef je eigen leven. En pas die twee levens in elkaar. Dat heeft bij ons veel druk weggenomen.”

Kinderen: Ze doen het niet zoals jij het wilt

“Er is een verschil tussen een ouder zijn en een ouder zijn zoals je dénkt dat die moet zijn. En zoals ik er (te?) lang één was. Wat betekent: je zegt je kinderen niet wat je echt denkt, maar je probeert zo goed mogelijk toe te passen wat je uit de boeken hebt gehaald. Maar dan word je veertig. En denk je: waar ben ik mee bezig? Het geeft zoveel meer voldoening om eerlijk te zijn, ook over je onzekerheden, en te communiceren. En hé, dat kun je zelfs doen zonder je autoriteit te verliezen! (lacht) Wat ik ook geleerd heb: je krijgt nooit helemaal het gezin zoals je het in je gedachten had. Ik zie mijn gezin als een flubbig dier, een soort kwal, dat je zachtjes kunt duwen in de richting die jou de juiste lijkt, maar dat dat nooit helemaal doet zoals jij wilt. Dat Amerikaanse zomerkamp waar ik in mijn jeugd zoveel aan had? ‘Mama, dat gaan wij echt niet doen, hoor.’ Ook iets om je bij neer te leggen: kinderen schamen zich voor hun ouders. Zeker als een van hen een buitenlander is, die voortdurend rare dingen zegt. Ik zie hen zo vaak ineen krimpen. ‘Mama, zo zegt niemand dat.’ Het is echt beter om je dat niet aan te trekken. Ze zien je graag, hoor.”

Vrienden: Je hoeft niet van jazz te houden

“Ik hoef niet van jazz houden. En ik mag Scandinavische meubels leuk vinden. Er was een moment waarop ik niet wilde houden van wat iedereen van mijn leeftijd leuk vindt want ‘help, ik ben cliché!’. En omgekeerd. Brengt mij bij een cruciaal ding in je forties: je wordt minder neurotisch. En maakt je minder zorgen om wat anderen van je denken. Ik merk bij mijzelf dat ik daardoor in vriendschap betere keuzes maak. Vroeger liet ik een arrogante vent drie weken mijn huis overhoop halen omdat ik hem ‘zo’n interessante persoonlijkheid’ vond. Nu ruik ik narcisten van kilometers afstand en steek ik geen tijd meer in mensen die mij ongelukkig maken. Met ouder worden word je ook minder krampachtig in vriendschap en ga je niet meer zo hard je best doen. Vroeger was ik voortdurend mensen aan het entertainen, opdat ze mij toch zeker leuk zouden vinden. Wat een uitputtingsslag! Nu weet ik: als we een saaie avond hebben, vind jij mij morgen ook nog leuk. Een vriendin zei eens: ‘Pamela relax, je hebt kwaliteiten, hoor.’ (lacht) Ik weet nu ook beter wat ik zoek in mensen. Ze moeten gevoel voor humor hebben, kunnen luisteren en aardig zijn. Als dat er niet is, wens ik je het allerbeste, maar je mag niet naar mijn verjaardag komen.”

40 zijn: Help, volwassen!

“Vroeger vond ik het een geruststellend idee dat er volwassenen waren om vliegtuigen te herstellen en kanker te genezen. Toen ik veertig werd, besefte ik: shit, ik ben die volwassene zelf! Ik kan niet meer naar iemand anders kijken om het voor mij op te lossen. Dat was een schok. Want het betekende dat ik al die magische dingen zou moeten kunnen die volwassenen kunnen. En mijn lijf was dan wel overduidelijk veertig, ik voelde paniek omdat ik dacht dat mijn geest niet zou kunnen volgen. Voorbij de veertig zijn er ook geen mijlpalen meer. Je hele leven ben je het gewend om van mijlpaal naar mijlpaal te gaan: je leert lopen, je wordt ongesteld, je studeert, vindt een job, krijgt baby’s … En telkens klapt iedereen in zijn handen en op naar het volgende. In je forties valt dat weg en begint het belachelijk te klinken om te zeggen: ‘Op een dag zal ik …’ Want die dag is natuurlijk vandaag. Volwassen worden kent stadia. Eerst ben je het niet, dan doe je alsof je het bent en uiteindelijk valt het niet meer te ontkennen. Maar toch is het anders dan ik dacht. Volwassen zijn is niet almachtig, alwetend en groots, het is bescheiden, solide en klein. Een beetje een teleurstelling. Is het dat maar? Maar ook een opluchting. Je moet gewoon jezelf zijn. Dat is genoeg.”

BOEK: Volwassenen bestaan niet van Pamela Druckerman is uitgegeven bij Balans en kost 21,95 euro.

Kotmadame!

David en ik hebben vandaag de kinderkamer leeggemaakt! Wat de nieuwe bestemming ervan wordt weet ik nog niet, maar er kan in elk geval nu al eens iemand in blijven slapen. Een vriend of vriendin zijn altijd welkom, en wie weet, later misschien een kleinkind.
Een student in huis pakken, zou misschien ook een goed idee zijn. Ik woon hier direct aan de trein en ze kunnen dus zowel naar Brussel als naar Ottignies en van daaruit eventueel ook naar Leuven of een andere grote stad. Zou wel tof zijn, ik als kotmadame!
En liefst een mannelijke student, heb me altijd beter verstaan met jongens dan met meisjes. Ik was trouwens blij dat ik destijds een zoon kreeg, en niet een dochter zoals de gynaecoloog gezegd had.
Ik kan dus nog alle kanten op met die kamer. En met die kamer alleen niet! Wie weet welke plannen er nog in mijn hoofd aan het rijpen zijn!
Het is vandaag trouwens 1 september, terug naar school dus. En vandaag ook terug naar Facebook, maar een Facebook light, want ik ben erop uitgekeken. Liever mensen van vlees en bloed die je in de ogen kan zien.
Dus wie eens aan de spoorweg wil logeren is welkom. Af en toe zijn er nog nachtelijke werken aan de ijzeren weg, maar doorgaan is het hier rustig, en het gezelschap is aangenaam en interessant.
Wees welkom!

Postnatale depressie bij vaders

Postnatale depressie bij vaders: “Ik heb die maxicosi soms bijna een schop gegeven”
Vijf tot tien procent van de vaders krijgt ermee te maken

De Standaard – Madelon Meester – 01.09.2018

Dat een postnatale depressie niets dan doffe ellende betekent, weten veel moeders. Maar dat leed blijft niet tot hen beperkt.

Toen zijn zoon Andres zes maanden was, gebeurde het. Maandenlang had hij zijn gevoelens opgekropt, maar eind 2003 “barstte het vat”, zoals Toni De Coninck (47) het zelf zegt. Andres was geen huilbaby, maar makkelijk was hij ook niet, vertelt de journalist. “Hij vroeg veel aandacht, het typische voorbeeld van een kind met wie je urenlang rondjes rijdt in de auto om hem in slaap te krijgen.” Daar kwam nog eens bij dat de bevalling traumatisch was geweest. “Het was erg nipt. Andres heeft wekenlang op de afdeling neonatologie gelegen.”

Toni belandde in het mannelijke equivalent van een postnatale depressie. “Ik kon niets meer verdragen. Geen muziek en zelfs de kleding op mijn huid was me te veel. Ineens begreep ik ook waar de term zenuw­inzinking vandaan komt: ik voelde de zenuwbanen in mijn armen branden.”

Hoewel er discussie is over of de begrippen ‘postnatale’ of ‘postpartum depressie’ ook bij mannen van toepassing zijn – postnataal betekent letterlijk ‘na de geboorte’, postpartum ‘na de bevalling’ – komt er steeds meer serieuze aandacht voor het fenomeen. Volgens onderzoek uit 2014 van de American Academy of Pediatrics hebben jonge vaders van rond de 25 jaar in de eerste vijf jaar na de geboorte van een kind 68 procent meer kans op depressieve klachten dan mannelijke leeftijdgenoten zonder kroost.

Dat de wetenschap hier pas sinds kort aandacht voor heeft, komt doordat er simpelweg niet aan is gedacht dat zoiets ook voor mannen zou kunnen gelden, legt de Nederlandse psycholoog Louis Tavecchio uit. Hij is emeritus hoogleraar pedagogiek en deskundige op het gebied van vaderschap. “Lange tijd werd een postnatale depressie gezien als iets typisch vrouwelijks. Zij is zwanger, zij bevalt en heeft met hormonale veranderingen te maken. Tientallen jaren is er niet naar de man gekeken.”

Sinds kort zijn er aanwijzingen dat ook in de hormoonhuishouding van de man veranderingen plaatsvinden. Uit een langlopend onderzoek van de Amerikaanse North­western University blijkt dat bij jonge vaders het testosteron­niveau daalt, vooral bij mannen die zeer betrokken zijn bij de zwangerschap en veel tijd doorbrengen met hun kinderen. Volgens de onderzoekers is die hormoon­verandering biologisch te verklaren: het helpt mannen hun prioriteiten te verleggen zodra ze vader zijn geworden. Of die verandering ook verband houdt met een postnatale depressie bij mannen, moet nog worden onderzocht.

Feit is dat die andere grote risicofactor voor een postpartum depressie, de ingrijpende levens­verandering, net zo goed voor de man geldt als voor de vrouw. Zestig jaar geleden was de rolverdeling tussen man en vrouw duidelijk: hij was kostwinner, zij zorgde voor de kinderen. Tegenwoordig zijn mannen meer betrokken bij de opvoeding en moeten zij er net zo goed midden in de nacht uit om met een huilende baby rond te sjouwen. “Dat vraagt om een forse aanpassing”, zegt Tavecchio. “Mannen hebben minder tijd voor zichzelf en voelen zich schuldig als ze die tijd wél nemen. Ook speelt mee dat bij mannen vaak een competitieve sfeer heerst op het werk, en er veel van hen wordt gevraagd.”

Massief

Het klinkt de vader van Andres maar al te bekend in de oren. De Coninck had er grote moeite mee om alle ballen in de lucht te houden.

“Ik ben perfectionistisch ingesteld”, vertelt hij. “Ik wilde de perfecte werknemer zijn, de perfecte vriend en de perfecte echtgenoot. Toen ik ook nog de ideale vader moest zijn, was dat de druppel. Het kon er niet meer bij.

“Daarnaast was dit verantwoordelijkheids­gevoel massiever dan de rest. Het krijgen van een kind is onomkeerbaar en in het beste geval niet eindig. Dat legt een enorme druk op je schouders.”

Elke dag die De Coninck samen met Andres was, moest voor hem perfect verlopen. Zowel voor hemzelf, als voor zijn zoon. “Hij moest om de drie uur een voeding en daar hield ik mij minutieus aan. Als hij een half uur eerder begon te huilen van de honger, vond ik dat oneerlijk en werd ik boos. Ik heb me soms moeten inhouden om geen schop tegen de maxicosi te geven uit frustratie.”

De percentages mannen die kampen met depressieve gevoelens vlak na de geboorte van een kind, variëren van 5 tot 10 procent. Bij vrouwen is dit 7 tot 20 procent. Maar doordat het onderzoek naar postnatale depressies bij mannen nog in de kinderschoenen staat, is de kans groot dat de echte percentages hoger liggen.
Volgens Zweeds onderzoek uit 2017 van de universiteit van Lund wordt een postnatale depressie bij mannen sneller over het hoofd gezien. Waar depressieve moeders eerder geneigd zijn in bed te kruipen of snel in huilen uitbarsten, vertonen mannen vaak vluchtgedrag. Zij verliezen zich in werk, drank of drugs, zijn onrustig, snel geprikkeld en hebben een gebrek aan zelfcontrole. Daarnaast zijn mannen minder geneigd met psychische klachten naar buiten te treden.

Terwijl vrouwen al niet graag toegeven dat het met de liefde voor de kersverse baby tegenvalt – zo’n 20 tot 50 procent praat er niet over – ligt dit percentage bij mannen volgens deze studie hoger: 83 procent.

Dat vaders geneigd zijn hun gevoelens voor zich te houden, merkt ook kinder- en jeugdpsychiater Mijke Lambregtse-Van den Berg. Zij deed onderzoek naar postpartum depressies bij mannen en coördineert een polikliniek in het Rotterdamse Erasmus Medisch Centrum voor ouders met psychische klachten. “Het is opvallend dat alleen moeders zich in de poli­kliniek melden. Pas als we actief vragen of de vaders willen meekomen, ontdekken we vaak dat ook zij klachten hebben.”

Adequaat reageren

De screening op depressies bij jonge vaders moet daarom beter, vindt zij. Niet alleen omdat zij hier zelf bij gebaat zijn, ook omdat zo veel problemen bij kinderen kunnen worden voorkomen. Lambregtse-Van den Berg is een van de onderzoekers van Generation R, een omvangrijke studie waarmee sinds 2001 de ontwikkeling van tienduizend Rotterdamse kinderen wordt gevolgd, vanaf de geboorte tot in de volwassenheid. Depressieve ouders spelen een grote rol bij gedragsproblemen van kinderen, blijkt hieruit. Kinderen die niet goed worden gestimuleerd, kunnen cognitief, emotioneel en motorisch achterblijven. En hoewel de invloed van moeders groter is, hebben ook depressieve vaders een behoorlijke impact, vooral op jongetjes.

“Als kinderen heel jong zijn, is het belangrijk dat beide ouders adequaat reageren op de signalen van een kind”, legt Lambregtse-Van den Berg uit. “Ouders met psychische klachten hebben vaak al zo veel moeite om zichzelf staande te houden, dat ze het moeilijker kunnen opbrengen hun kinderen voldoende zorg en aandacht te geven. Goede screening bij beide ouders is belangrijk, want hoe eerder ze hulp krijgen, hoe minder groot de gevolgen voor de kinderen zijn.”

Doodop

Psycholoog Stephen Davies (40) kreeg in 2012 een depressie, nadat zijn tweede zoon Ryan was geboren. Zo makkelijk als zijn eerste zoon was, zo moeilijk verliep het bij de tweede. “Mijn eerste zoon Dominick kwam ter wereld toen ik nog studeerde”, vertelt Davies. “Mijn vrouw werkte en ik was degene die thuisbleef. Hij sliep goed, soms moest ik hem zelfs om 9 uur ’s ochtends wakker maken voor het kinderdagverblijf. Op de dagen dat ik thuis was, sliep hij op gezette tijden zodat ik dan aan mijn scriptie kon schrijven.”

Die ging, ironisch genoeg, over postnatale depressies bij mannen. Het is een onderwerp waarin hij zich, door zijn eigen ervaring, in zijn latere carrière als psycholoog nog meer is gaan verdiepen. Via lezingen en workshops vraagt hij aandacht voor het fenomeen.

Davies ging ervan uit dat het bij zijn tweede zoon net zo makkelijk zou gaan. “Ik had net mijn eerste betaalde baan als psycholoog bij een zorginstelling. Vaak moest ik als ik thuis was met mijn zonen tussendoor nog wat werk doen”, vertelt hij. “Maar omdat Ryan zo slecht sliep, ging dat niet. Het extra werk kwam op de avonduren aan, maar ook ’s nachts sliep hij slecht en ’s ochtends werd hij rond half­vijf wakker.”

Uiteindelijk brak het slaapgebrek Davies op. “Ik was gefrustreerd dat het niet ging zoals ik wilde. Daarnaast had ik het gevoel dat ik hem tekortdeed. Bij mijn eerste zoon had ik alle tijd gehad, nu had ik die minder en was ik doodop.”

De van origine Britse psycholoog had er baat bij gehad als hij van tevoren beter op het vaderschap was voorbereid, denkt hij. Want alle geboortezorg – verloskundigen, kraamhulp, zwangerschapscursussen en consultatiebureaus – richt zich vooral op vrouw en kind. Natuurlijk, het is begrijpelijk dat de vrouw de meeste aandacht krijgt, vindt Davies. “Zij is degene die zwanger is en bevalt. En ook de kinderen hebben aandacht nodig, maar hoeveel moeite is het om ook aan de man te vragen hoe het gaat? Bij mijn eerste zoon was ík nota bene degene die thuisbleef. Het is fijn als man te voelen dat je onderdeel bent van deze belangrijke gebeurtenis.”

Dat je als man al snel het gevoel hebt er een beetje bij te hangen, is niet vreemd als je alleen al kijkt naar de context waarin veel zwangerschapscursussen worden aangeboden, zegt Tavecchio. “Van de tien bijeenkomsten is het vaak de bedoeling dat de vader één of twee keer meekomt. Al wordt het niet expliciet gezegd, toch krijg je op die manier het idee dat je bijzaak bent. Terwijl de vader net zo belangrijk is als opvoeder en net zo’n grote rol kan spelen in de ontwikkeling van een kind.”

Van toeten noch blazen

David Borman is een van de weinigen die aanstaande vaders met een cursus door de zwangerschap loodst en hen voorbereidt op wat komen gaat. Tijdens zijn werk als verloskundige – vrij uniek voor een man – merkte hij dat veel mannen tijdens de bevalling van “toeten noch blazen wisten”. “Vaak nam ik zo’n man dan even mee naar de gang om te vertellen: dit is er aan de hand en dit kun je doen. Maar op een gegeven moment dacht ik: waarom doe ik dat niet van tevoren in een zaaltje?”

Sinds 2009 geeft Borman daarom de cursus ‘Aanpakken voor aanstaande vaders’. In twee avonden vertelt hij van alles over de zwangerschap (hoe ga je om met hormonen?), de bevalling (hoe kun je de pijn verlichten?), de kraam­periode (wat is jouw rol als je vrouw borstvoeding geeft?) en het aanstaande vaderschap (wat verandert er in je relatie?). Daarnaast leert hij aan professionals – verloskundigen, kraamverplegers, kinderdag­verblijf­medewerkers – hoe zij vaders meer kunnen betrekken bij het proces.
“Het is een blinde vlek. Alleen al de opstelling in de spreekkamer van de verloskundige: de behandelaar zit voor de moeder en de vader is weggestopt aan de zijkant. En waarom richten websites over kinderen zich allemaal op de moeder en zijn ze geschreven in jij-vorm? Het zou helpen om er ‘jullie’ van te maken.”

Kwamen er in het begin zo’n vier mannen op de bijeenkomsten af, nu zijn dat er gemiddeld dertig. Maar nog altijd is het voor mannen een hoge drempel, ervaart Borman. “Ze zijn bang dat het zweverig wordt. Daarom moet je ze op een andere manier binnenhalen. Met praktische tips.”

Bij zowel De Coninck als Davies was de depressie binnen een jaar na de geboorte van hun zonen verdwenen. Ze hadden het voordeel dat zij niet bang waren hun gevoelens te delen en hulp durfden te vragen, vertellen ze. Een uitzondering, want dat het taboe groot is, blijkt uit de zoektocht naar ervaringsdeskundigen voor dit artikel.

Veel mannen willen niet meedoen, uit angst voor ‘mietje’ te worden versleten. Onderzoekers mogen het erover eens zijn dat de postpartum depressie bij mannen bestaat, voor het grote publiek is het een nieuw en onbegrepen fenomeen.

‘Arme, arme nieuwe vaders’, schrijft ene Maud op Facebook sarcastisch onder een stuk over een studie dat ook jonge vaders risico’s lopen op een depressie. ‘Een depressie omdat ze de aandacht van hun vrouw moeten delen.’ ‘Tjonge­jonge, wat een gezeur’, vindt ook Irene. ‘Nog even en het volgende onderzoek wijst uit dat zwanger zijn, bevallen en de tijd erna het zwaarst zijn voor de mán.’

 

Postnatale depressie bij moeders

Postnatale depressie: “Ik heb het gevoel dat we het taboe stilaan kunnen doorbreken”

De Standaard – Yannick Verberckmoes – 01.09.2018

De moeder uit Varsenare die haar drie kinderen om het leven bracht, lijdt aan een postnatale depressie. De laatste jaren is de problematiek steeds zichtbaarder geworden, zegt psychiater Kristiaan Plasmans, al is het aantal gevallen niet toegenomen.

“Een postnatale depressie komt voor bij meer dan een op de tien van de bevallingen”, zegt psychiater Kristiaan Plasmans van de Moeder-baby-eenheid in Zoersel, een behandelcentrum dat gespecialiseerd is in de zorg voor jonge moeders, voor en na de bevalling.

“Moeders die bij ons in de unit aankomen, zijn vaak lusteloos, hebben sombere gedachten of slaapproblemen. Daardoor is het voor hen moeilijk om zorg te dragen voor hun baby.”

Is zelfdoding iets wat vaak voorkomt bij een postnatale depressie?

Kristiaan Plasmans: “Suïcidale ideeën zijn eigen aan elke depressie, dus komen ze ook bij een postnatale depressie voor. Toch zijn zelfdodingen redelijk zeldzaam. Ook infanticide of kindermoord komt zelden voor.”

Wat veroorzaakt een depressie bij ouders die net een kind hebben gekregen?
Share

“De geboorte van een kind is ook een nieuwe fase in het leven van de ouders. De omslag van kinderloos zijn naar een leven met verantwoordelijkheden maakt dat je in een heel andere situatie terechtkomt. Je kunt niet meer zoveel activiteiten doen als je wilt of wanneer je wilt. Maar ook vermoeidheid en belasting spelen een rol. Als je meerdere kinderen hebt, maakt dat de zaken natuurlijk nog ingewikkelder.”

Hoe zwaar weegt het maatschappelijke taboe op patiënten met een postnatale depressie?

“Veel moeders komen onvoldoende voorbereid in het ouderschap terecht. Omdat het taboe nog steeds groot is om over hun problemen te praten, hebben zij het moeilijk om hun verhaal te doen. Bij de zwangerschap weerklinkt in de omgeving bijna uitsluitend euforie. Als het daarna moeilijk loopt, is het niet vanzelfsprekend om daarover te spreken.”

In het Vlaams Parlement is een resolutie goedgekeurd voor een systematische screening op postnatale depressie. Gebeurt dat al voldoende?

“Ongetwijfeld zijn er mensen die we niet bereiken. Maar er zijn toch al belangrijke proefprojecten opgestart, op dat vlak is er echt veel in beweging. Momenteel zijn er twee moeder-baby-units – een in Sint-Denijs-Westrem en een in Zoersel – waar we moeders en hun kind kunnen helpen.”

“Omdat vrouwen kort voor en na de geboorte veel contact hebben met zorgverleners, ben ik ook hoopvol voor de toekomst. Als we de hulpverlening in de eerste lijn nog kunnen versterken en tot een betere samenwerking kunnen komen tussen verschillende actoren – ik denk aan vroedvrouwen, maar ook aan Kind en Gezin – moeten we het sneller kunnen aanpakken.”

Voor welke symptomen moeten hulpverleners uitkijken?

“Dat zijn eigenlijk de typische symptomen van een depressie: negatieve gevoelens, ’s ochtends moeilijker op gang komen, minder interesse hebben, minder initiatief tonen. Ook de concentratie kan verstoord zijn.”

Is er een evolutie op te merken in de manier waarop we omgaan met postnatale depressies?

“Onze maatschappij begint stilaan anders te kijken naar mentale problemen, dat zeker. Ik vind dat er de laatste jaren enorme ontwikkelingen zijn op dat vlak, ook voor postnatale depressie. Er zijn campagnes geweest, patiënten hebben in de media hun verhaal kunnen doen. En mensen spreken er toch iets makkelijker over. Op die manier heb ik wel het gevoel dat we stilaan het taboe aan het doorbreken zijn.”

Je bent wie je kan zijn, niet wie je wil zijn

Je bent wie je kan zijn, niet wie je wil zijn

Bron: Brainwash
https://www.brainwash.nl/bijdrage/je-bent-wie-je-kan-zijn-niet-wie-je-wil-zijn

Spinoza gaf me de kracht om mijn leven te veranderen. Ik werkte als academica, maar wilde de vrijheid opzoeken. Mijn omgeving reageerde niet meteen enthousiast. De meeste reacties waren doordrongen van angst en bezorgdheid. Angst voor financieel verlies, voor isolement, voor verlies aan status – wie ben je nog als je gewoon ‘als filosoof’ door het leven gaat? Laten we eerlijk zijn, dat klinkt allesbehalve geruststellend.
In die periode – 5 jaar geleden – publiceerde ik ook mijn boek Door Spinoza’s Lens. Dat boek schrijven beschouw ik als een van de beste ideeën die ik ooit had – het heeft zovele paden voor me geopend. Jarenlang had ik Spinoza’s bijna onleesbare werk de Ethica bestudeerd. Maar ik ontdekte dat hij eigenlijk een erg praktische filosoof is.

Baruch Spinoza.

Wat heb ik dan van Spinoza geleerd? Je hoeft niet bang te zijn om een buitenbeentje te zijn. Wees niet bang voor isolement. Als je probeert ‘blij te zijn en het goede te doen’, zoals Spinoza’s motto ‘bene agere et laetari’ klinkt, dan kruisen fijne mensen en goede gebeurtenissen je pad.

Spinoza’s eigen leven geldt hier als een sterk voorbeeld. Hij werd geboren in de Joodse gemeenschap in Amsterdam, aan het begin van de zeventiende eeuw, als zoon van een koopman. De streng gelovige Joodse gemeenschap mocht in vrijheid haar geloof beleven, maar was tegelijkertijd erg op zichzelf gericht. Spinoza kreeg echter ernstige twijfels bij de basisprincipes van de Joodse leer, en wilde zich met wetenschappelijke ontwikkelingen bezighouden. Toen hij 24 jaar oud was, werd een uitzonderlijk strenge banvloek over hem uitsproken wegens ketterij – hij werd uit de Joodse gemeenschap verbannen. Geen enkele Jood mocht nog contact met hem hebben. Maar Spinoza belandde niet in eenzaamheid. Hij vond eensgezinde geesten. Ook dit is een wenk: omring je met mensen die het beste in je naar boven brengen. En liefst niet met mensen die je angst, je onzekerheid versterken.

Zo werd Spinoza wie hij wilde worden: geen handelaar die eer, roem en geld nastreefde, maar iemand die zijn eigen visie op geluk trachtte te verwezenlijken. Hij leefde als lenzenslijper en vrije geest in Nederland. Hij nam de vrijheid om te denken en te schrijven wat hij wilde, al publiceerde hij maar weinig van zijn werk.

Spinoza’s belangrijkste raad valt samen te vatten als ‘actie of aanvaarden’. Actie onderneem je nadat je je eigen kracht hebt ingeschat. Waar ben je goed in? Wat maakt je gelukkig? Welke werkomgeving brengt het beste in je naar boven? Ik maakte een lijstje met mijn sterke en zwakke punten.

Tracht deze te begrijpen zonder te oordelen. Het gaat niet over wie je wil zijn, maar wie je kan zijn. Ik begon een andere wereld te verkennen. Ik nam contact op met uitgevers en redacteurs van kranten. Ik volgde een cursus creatief schrijven. Ik ging naar de London School of Economics om mijn kennis over globalisering te vergroten.
Je kan niet alles veranderen, ook niet aan jezelf. Heel wat in het leven moet je aanvaarden. Dat lijkt makkelijk, maar Spinoza doelt op een bijzonder soort aanvaarden: zonder berouw, een dubbele droefheid, zonder schuld, schaamte, zelfmedelijden.
Ik probeerde ook persoonlijke beperkingen, fouten en vergissingen in het verleden te aanvaarden. Ik liet me dus niet verleiden tot gepieker over vroegere keuzes – had ik niet eerder van baan moeten veranderen? Had ik niet iets anders moeten studeren dan filosofie – wat kan een mens er tenslotte mee? Nee, ik geloofde dat mijn keuzes in overeenstemming waren met de beste inzichten die ik op een bepaald moment in mijn leven had. Vrienden hielpen hierbij. Elke mogelijke twijfel over de studiekeuze viel weg nadat een schoolvriendin me eraan herinnerde dat ik altijd graag gefilosofeerd had, zelfs toen ik heel jong was. Ik jammerde ook niet over de vele talenten die ik overduidelijk niet had. Geen gezucht ‘had ik maar…’, ‘kon ik maar’… Nee, het is wat het is. En dat is ruim voldoende als je je op die mogelijkheden richt.

Die combinatie van gerichte actie met gepast aanvaarden sprak me erg aan. Zoveel van wat Spinoza voorstelt komt erop neer dat je je ego wat moet temperen. Dat volgt uit zijn visie op God en de mens. De mens heeft de neiging zijn eigenbelang te overschatten. Dat gebeurt wanneer hij denkt het centrum en het hoogtepunt van de schepping te zijn. Spinoza heeft scherpe kritiek op de idee dat de mens volgens het evenbeeld Gods zou zijn geschapen. Of dat God deze wereld met een doel of plan heeft gecreëerd, waarin de mens dan een aparte rol zou spelen. Nee, de mens leeft korte tijd op een planeet in het universum, zonder enige belofte van een leven na de dood. Zonder beloning voor zijn lijden. En ook zonder dat op voorhand zou vastliggen waartoe hij in staat is. De mens is gewoon zoals de andere wezens in de natuur.

Wat leert de natuur? Niet dat vogels vleugels hebben om te vliegen. Nee, vogels die vleugels hebben, kunnen vliegen. Je moet niet denken aan een plan, maar de oorzaken onderzoeken. Wat met vogels die niet kunnen vliegen, zoals kippen of struisvogels? Zijn zij gebrekkig? Nee, ze zijn gewoon wie ze kunnen zijn. Elk tekort verbeeldt de mens zich, juist omdat hij zijn eigen ideeën op de natuur spiegelt. Hetzelfde doen we wanneer we over de mens zelf denken. We verzinnen normen, ideeën over hoe ‘de’ mens zou moeten zijn. En we beoordelen mensen, ook onszelf, naargelang die norm. Maar zo’n inschatting volgt uit de verbeelding, uit onze voorstelling. We hebben vooral een idee over wie we zouden moeten of willen zijn. Maar we begrijpen onze eigen verlangens en motieven niet. We denken niet na over hoe we geworden zijn wie we zijn. Dat zouden we wel moeten doen om onszelf beter te begrijpen. De verbeelding wat temperen geeft veel tijd en energie om hier en nu te handelen.

Maar denk niet dat je pad over rozen zal lopen. Tegenslag is onvermijdelijk: je controleert de omstandigheden niet. Je mag je plannen opstellen en in je toekomst geloven, maar het loopt niet altijd zoals je verwacht. Je krijgt niet altijd het contract dat je wilt, of de uitnodiging die je verwacht. Dan moet je je hoofd koel houden. Want ook dat bespreekt Spinoza: hoe emoties zoals hoop en vrees bepalen hoe je over jezelf denkt.

Als je succes hebt, loop dan niet met je hoofd in de wolken. Denk niet dat je de waarheid in pacht hebt – volgens Spinoza zijn mensen geneigd zichzelf te overschatten als het goed met hen gaat – dan wijzen ze hun succes volledig aan zichzelf toe, en miskennen ze de rol van de omstandigheden. En als het slecht gaat, dan gebeurt het omgekeerde. Dan vertrouwen ze hun eigen oordeel niet, en zijn ze bereid van iedereen raad in te winnen die beterschap belooft. Maar je moet ook je wanhoop in het juiste perspectief plaatsen. Als het slecht gaat, overdrijf je ellende niet, en twijfel niet al te zeer aan jezelf. Wees gelijkmoedig in goede en in slechte tijden.
Spinoza’s praktische filosofie laat dus toe om risico’s te nemen, maar hij spoort niet aan tot roekeloosheid. Zijn motto was tenslotte caute: wees voorzichtig!

Tinneke Beeckman
Filosoof