Halloween, Allerheiligen en Allerzielen

Vandaag is het Allerheiligen, de katholieke feestdag van de heiligen en de martelaren, en morgen is het Allerzielen, en dan zijn onze gewone doden aan de beurt om herdacht te worden. Dus eigenlijk gaan we allemaal een dag te vroeg naar het kerkhof, want niemand heeft waarschijnlijk ooit heiligen en martelaren in de familie gehad. Al kan het leven wel een echte marteling geweest zijn voor velen van hen.

Op 31 oktober, de vooravond van Allerheiligen wordt Halloween gevierd, een eerder heidens gebruik om onze doden te herdenken. Halloween heeft de laatste jaren aan populariteit gewonnen en de heiligen en martelaren verdrongen.

Wat er ook van zij, ik hoop dat mijn lezers goede geesten zijn, en dat hun doden, net als die van mij, ook op andere dagen in hun huizen en tuinen ronddwalen. Ik heb mijn dierbaren hier alvast allemaal rond de tafel gezet, want de doden die herdenk je niet, maar daar leef je mee, dag in dag uit.

Kom gauw nog eens terug

Ik zet ze hier allemaal rond de tafel:
mijn man en mijn grootouders,
mijn ouders, mijn nonkels en tantes,
mijn neven en nichten,
mijn onderwijzers en vrienden…

En ik laat ze het eens vertellen,
over hierboven en hieronder
en of ze nog willen terugkeren,
en wat ze na al die jaren
van de wereld vinden.

Ik serveer hen koffie
met kaastaart en pruimentaart
van hun bakker om de hoek
en als afsluiter een elexirke
zodat alles goed verteert.

Samen gaan ze dan terug
naar hierboven of hieronder
en ik wuif hen uit met een
“kom gauw nog eens terug.”

Micheline Baetens – 24 september 2013

Voor wie alleen achterblijft

Juli 2008, mijn moeder – januari 2009, mijn vader – december 2010, mijn schoonmoeder – februari 2011, mijn man. Voor de dood buig je het hoofd en leg je de duimen.

Nu

nu moeten wij aan veel meer traagheid wennen,
aan liefde die verdween en aan wat nog resteert
aan teerheid in wat najaarslucht en geur van dennen
en aan hoe-het-kon-zijn-gedachten die je nooit verleert.

aan bijna-niets, en aan voortdurend vier dezelfde muren
en aan een belsignaal dat nooit weerklinkt,
aan twintig keer per dag door ramen naar de verte turen
en altijd jezelf met wie je ’s avonds drinkt.

en wat ik overhou is niets om weg te geven:
wat ik nog ben, ben ik alleen voor mij.

Herman de Coninck

Maskers

Als we dan toch dit lang weekend de doden moeten herdenken, waarom dan niet een dode dichteres?

Blijkbaar zijn we enkel in de dood allemaal gelijk en vallen dan pas alle maskers af…

MASKERS

De mensen doen hun maskers af,
ze kijken vreemd elkander aan
verwonderd dat ze naast elkaar
lijk vreemden staan.

Nochtans ze stonden zij aan zij
in zelfde strijd voor zelfde brood;
Sleepten zij niet dezelfde sleur
van zorg en nood?

Viel niet dezelfde klacht en scherts
van uit hun bitter-blije mond?
Was ’t niet of men de hele dag
elkaar verstond?

De mensen gaan zover vaneen
wanneer de schemering is nabij;
ze worden er niet triestig om
of ook niet blij.

Ze speelden immers maar een spel
waarin de ziel geen teken gaf;
ze deden enkel met elkaar
wat lief, wat laf.

En met een gauw-vergeten groet
een scheiding zonder lach of leed,
gaat ieder naar zijn eigen huis
dat stilte heet.

Daar zijn er die te dromen gaan
langs paden mul van schemering,
naar ’t land dat ’s avonds schoner wordt,
herinnering.

En velen worden stil-devoot
om rein profiel van lief gelaat
dat in de voorhal van hun ziel
gebeeldhouwd staat.

Ik weet er ook die sprakeloos
en moede van d’ondankbre strijd
de avond danken om zijn uur
van eenzaamheid.

De mensen doen hun masker af,
hun mooie-spelen moe-gedaan,
och arme, zij die levenslang
gemaskerd gaan.

Gemaskerd door hun eigen trots,
vergulde lach of kranke lust.
Zij krijgen van geen enkle dag
wat avondrust.

Ze gaan, ‘lijk zwervers, altijd door
langs dageraad en avondrood;
ze vinden nergens ’t eigen huis
dan in de dood.

Alice Nahon

Sneeuwtijd

De eerste sneeuw is gevallen in de Ardennen en binnenkort kunnen we ook hier de slede weer boven halen.
Ik had geen slede toen ik klein was, maar omdat ik niet zo een poppenmie was, gebruikte ik mijn poussette om de hellende trottoir en tuin af te racen.
Zo beleefde ik toch nog plezier aan wat sinterklaas gebracht had, want blijkbaar las die oelewapper mijn brieven niet.

Het jaar dat ik mij herinner dat er nog eens veel sneeuw lag, is in 1968 geweest, vijftig jaar geleden dus.

Wij zijn getrouwd op 19 december 1968 en de volgende dag konden we niet meer buiten omdat er bijna een meter sneeuw voor de deur lag. Geen groot erg natuurlijk, wanneer je pas gehuwd bent, maar wel onverwachts omdat op onze huwelijksdag zelf, er een stralende zon scheen, want we zijn nog foto’s gaan trekken in het park van Tervuren. Met een echte fotograaf toen nog en niet met de smartphone zoals nu.

Ook vaak meegemaakt als ik als kind met mijn ouders op Allerheiligen naar het kerkhof ging – want toen kreeg elk overleden familielid nog een bloemetje – dat er sneeuw lag. Het was ook een dag dat zo’n bezoek aan de begraafplaatsen een ganse voormiddag kon duren, want je kwam er altijd wel iemand tegen die je al lang geleden niet meer gezien of gehoord af. Eigenlijk leerden wij zo wel een beetje onze familie kennen, ook degene die er niet meer waren.

En de volgende dag was je dan ziek, want op zo’n kerkhof “trekt” het altijd verschrikkelijk omdat het meestal ergens hoog buiten het dorp ligt, en een open ruimte is. Dus als je al wat ouder wordt riskeer je je leven door op Allerheiligen naar het kerkhof te gaan…

De eerste sneeuw

Naar het schijnt is vandaag in de provincie Namen de eerste sneeuw gevallen. Hier nog niets, maar de winter is dus al wel begonnen, en blijkbaar vroeg genoeg…

Eerste Sneeuw

ik werd heel langzaam wakker, ik wreef m’n ogen uit,
ik kon het niet geloven, maar voor de vensterruit,
viel zacht naar beneden, de eerste sneeuw.
Mijn mama kwam naar boven, ’t Is tijd om op te staan,
mijn mama kwam naar boven, kom trek je kleren aan,
mama, lieve mama, kijk eens naar beneden,
ga je met mij mee, in de eerste sneeuw.
Kijk eens naar omhoog en kijk
de lucht is grijs en zit vol vlokken
‘k wou dat dit kon blijven duren
dat het nooit meer zou stoppen.
‘k Voel me zo gelukkig in de eerste sneeuw,
‘k Voel me zo gelukkig in de eerste sneeuw.
Waar is mijn wollen muts nu, waar is mijn dikke sjaal,
waar is mijn wollen muts nu, waar is mijn dikke sjaal,
en ergens in de kelder ligt toch nog die slee,
papa moet me duwen door de eerste sneeuw.
Kijk eens naar omhoog en kijk
de lucht is grijs en zit vol vlokken
‘k wou dat dit kon blijven duren
dat het nooit meer zou stoppen.
‘k Voel me zo gelukkig in de eerste sneeuw,
‘k Voel me zo gelukkig in de eerste sneeuw.
Nu twintig jaren later, heb ik geen zin om op te staan,
nu twintig jaren later, kijk ik weer uit het raam,
mijn mama zal niet komen, mijn mama is lang dood,
ze ligt al lang beneden, in de eerste sneeuw.
Kijk eens omhoog en kijk de lucht is grijs en zit vol vlokken.
‘k Wou dat dit kon blijven duren,
dat het nooit meer zou stoppen.
‘k Voel me zo alleen in de eerste sneeuw,
‘k Voel me zo alleen in de eerste sneeuw,
in de eerste sneeuw

Jan de Wilde

De intellectueel

Vroeger
was het de pastoor
die bekakt deed
en ons geweten
in twijfel trok.

Nu
is het de intellectueel
die ons meent
een lesje
te moeten leren,
want de wereld
is te groot
en te ingewikkeld
voor dat kleine grut
dat leeft
van dagelijkse kost
en simpel vertier,
en o, toch zo onrechtvaardig
en verkeerd denkt.

Ik moet ze niet,
die moralisten,
en ik mag ze niet,
met hun asociaal verstand
uit de boekjes
en hun bescheten houding
tegenover al wie
aan de lijve ondervindt
dat het leven
geen theorie is,
maar harde praktijk.

Micheline Baetens – 30.10.2018