Wat die goeie ouwe pater Versteylen de jonge groentjes nog kan leren

Wat die goeie ouwe pater Versteylen de jonge groentjes nog kan leren

Visionairbelgie – Johan Sanctorum – 1 februari 2019 Voor 20 euro naar Lissabon: de democratisering van het vliegreizen –noem het maar de Ryanisering– heeft ervoor gezorgd dat werkelijk iedereen het vliegtuig instapt om zijn bijdrage te leveren aan de CO2-uitstoot. Zo’n kerosineverbrander stoot tien keer meer uit per persoon dan pakweg een TGV voor hetzelfde traject: de luchtvaart staat bovenaan in het lijstje van de CO2-uitstoters, en het vliegreizen gaat nog steeds crescendo. Luchtvaartmaatschappijen betalen daarenboven geen belasting op kerosine, zijn niet BTW-plichtig, noch onderhevig aan enige reglementering rond brandstof-efficiëntie. Het lijkt erop dat de maatschappij deze sector extra in de watten wil leggen, nog veel meer dan de auto-industrie.

Hedonisme

Dat heeft alles te maken met het kosmopolitische imago van het vliegtuig: de wereld is een dorp, moderne mensen vliegen, en iedereen wil tot die gedemocratiseerde jetset behoren. Niet in in het minst de ecologische elite die de dieselrijders zowat als onverantwoordelijke debielen wegzet.

Zo blijkt klimaatpassionaria Anuna De Wever een indrukwekkend palmares van recente vliegtuigreizen te kunnen voorleggen, critici van de klimaatbeweging hebben dat uitgevlooid. Terecht. Ook jongeren mogen beseffen dat schone ideeën en stoere slogans zonder concrete daden hypocriet blijven. In de rechtse rioolpers werd anderzijds ook haar genderneutraliteit (‘ik ben geen meisje en geen jongen’) erbij gesleurd om heel de beweging als een modieus-progressistische ’zure regen’ (sic) af te schilderen. Iets minder kosjer en vooral naast de kwestie: de seksuele geaardheid van Anuna zal me worst wezen, bij mijn weten scheidt genderneutraliteit geen extra broeikasgas af.

Maar dus die reisjes naar Lissabon en zo. De democratisering van de luchtvaart heeft te maken met prijsbrekers en goedkope vliegtuigtickets, maar ook met de reisdwang die het massatoerisme ons oplegt, de neurose van elders-is-het-beter, aangewakkerd uiteraard door Facebook waar al onze exotische vakanties ook breed kunnen worden geëtaleerd. Wie niet twee keer per jaar aan Zuiderse stranden of in een ski-oord gesignaleerd wordt, of een trendy city-trip meepikt, is een beklagenswaardige sukkel. Dit hedonisme, facet van een materialistische belevingscultuur zonder diepgang, is allicht een nooit opgedroogde restant van de ’68-beweging die wel de wereld wou verbeteren maar zich geruisloos liet opzuigen in het consumentisme onder motto’s als ‘sous les pavés la plage’ (onder de plaveien het strand). Plezier voor iedereen aan spotprijs, alles binnen handbereik, geen schaduwkant of keerzijde.

Ecofascisme

Die keerzijde is er natuurlijk wel. Naast de commerciële kost bestaat er wel degelijk zoiets als milieukost, kosten die collectief door de samenleving gedragen worden, zoals bijvoorbeeld ook het onderhoud van het wegennet (voor autorijden), of de ziekteverzekering als iemand zijn lever kapot zuipt of door onbeschermde losse sekscontacten HIV oploopt. There is no such thing as a free meal, iemand moet ervoor opdraaien.

Maar terug naar de lage vliegtuigtickets. De algemene teneur is dat we fameus zullen moeten inleveren om het milieu proper te houden en de klimaatdoelstellingen te halen. En dus komt die vliegtuigtaks eraan, in de hoop dat de lage middenklasse zal passen voor de net te dure vliegvakantie. Nog los van de vraag wat men dan met de inkomsten uit die taks gaat doen, lijkt milieubewustzijn nog steeds vooral om het inleveren van geluk te gaan: gedaan met twee keer per jaar het vliegtuig te nemen aan spotprijs, slechts een paar keer per week vlees eten, minder lang onder de douche, geen vuurtjes meer stoken…. het lijkt wel één grote treurnis die ons te wachten staat als we werk maken van een CO2-neutrale planeet.

De milieubeweging gaat mee in dat schuld-en-boetediscours: de vervuilende Vlaming zal bestraft worden en moet genot inleveren. Dat ecofascisme, zoals ik het in mijn boek ‘De Langste Mars’ noemde, wortelt in de teleurstelling van de linkerzijde omwille van het rechtsdraaiende gepeupel, en de cultuurmarxistische recepten die daar tegenover staan om het volk met harde hand herop te voeden. Samen met de politiek-correcte regels rond taal en attitude wil het groene betuttelingsdenken ons ook rituelen opleggen die offers vergen, pijn doen, geld kosten.

Helaba

Luc Versteylen (° 1927)

Edoch, de Griekse wijsgeer Epicurus (‘Schenk me een glas melk in, we gaan feesten!’) betoogde al dat geluk weinig te maken heeft met luxe, misschien integendeel zelfs, en dat het de kunst is om uit kleine dingen levensvreugde te puren. Ook al vinden we ooit wel CO2-neutrale vliegtuigen uit: moet iedereen nu echt Barcelona plat lopen, zodat zelfs de bewoners acties tegen de overlast gaan voeren?

Dat is natuurlijk een vreemde gedachte in een tijd dat iedereen met het laatste type smartphone moet rondlopen, maar kijk: net nu ontstaat er een tegenbeweging van mensen die de eindeloze dwang om steeds geconnecteerd te zijn, kotsbeu worden en de smartphone bannen. Probleem voor Google, Apple en konsoorten: het fameuze consuminderen, de nachtmerrie van elke marketeer. Minder bellen betekent echter meer tijd om te converseren met mensen van vlees en bloed rondom je, en misschien ook eens je kind een extra knuffel te geven of weer een boek te lezen. Anders gezegd: wat luxe overboord gooien is geen offer maar een weg naar méér levensintensiteit. Minder zwelgen, meer proeven.

Dat klinkt misschien wollig maar de Anuna’s van deze wereld hebben die Epicureïsche klik nog niet gemaakt: dat minder meer is, en dat de bron van het geluk in onze ziel zit en niet in de gadgets waarmee we ons omringen. En dat het ideale vakantie-oord misschien maar tien meter ver ligt, namelijk in onze tuin. Dat was enigszins het discours van Pater Versteylen, de stichter van Agalev (later Groen), die door de toenmalige nieuwe partij-elite (Mieke Vogels, Jos Geysels) werd opzij gezet als een naïeve dromer. Vanaf dan is het al scheef gelopen met de Vlaamse Groenen en nam hun politiek-correct bobo-gehalte schrikbarend toe. Als protest daartegen richtte Versteylen in de jaren ’90 Helaba op, een nieuwe beweging gebaseerd op de waarden ‘saamhorigheid, soberheid en stilte’, iets wat de Calvo’s van vandaag helemaal niks zegt.

Versteylen durfde de geluksvraag nog te stellen, alle groenen na hem waren alleen nog bezig met regeltjes. Nog niet zolang geleden hoonden we die welzijnsvraag weg als geitenwollen sokken-gedoe, maar ik heb het gevoel dat de jongens en meisjes die elke donderdag gaan betogen, dringend toe zijn aan een paar lessen levensfilosofie waarin men zichzelf geen trips naar Ibiza ontzegt, maar daar gewoon geen meerwaarde in ziet.
Ik zou nu kunnen zeggen: beter dat er niet gespijbeld wordt en dat de leerkrachten Epicurus boven halen. Maar ook die filosoof is al lang afgevoerd wegens euh… niet bevorderlijk voor het welzijn van de leerling. Dat brengt ons dan weer naar de neergang van het Vlaamse onderwijs, maar dat is weer een ander verhaal. Of toch niet?

Gele hesjes en klimaatbetogingen

Dat properder gaan leven zal niet veel helpen om in een gezondere en natuurlijkere wereld te kunnen leven. Minder “willen” wél!

En dat heeft niets met groen vandoen, dat is gewoon je levensstijl willen aanpassen, welke politieke overtuiging je ook hebt.

Ik voel mij schuldig als ik mijn kasten uitkuis en zie welke overbodige bullshit, dingen die tot niets dienen, ik gedurende de jaren verzameld heb. Ik schaam mij diep! Maar het verstand komt blijkbaar met de jaren, en wijsheid ook.

Het zal een pak rustiger worden op aarde en in ons hoofd, als we wat minder willen hebben, en wat meer willen zijn.

Een vriend schreef vandaag op Facebook het volgende in verband met de actualiteit en de vele manifestaties:

De actualiteit van gele hesjes en klimaatbetogingen

Ik denk dat het gewoon de onmacht is, we zijn economisch in die stroom gedrongen van wegwerp en afval produceren, hier ligt de fout niet echt bij de massa maar bij de grooteconomie.

We zijn beroofd van de ambachten als melkboeren, bakkers en brouwers die alles rond brachten en ophaalden, van in kannetjes tot herbruikbare flessen en brood zonder verpakking.

Deels door de supermarkten die alles veel goedkoper konden en deels door de luxe en comfort die werd en wordt voorgehouden om steeds meer te consumeren.
Producten worden al decennia lang geproduceerd met een voorgeprogrammeerde bruikbaarheid, speciaal om steeds meer te consumeren, we werden verslaafd aan luxe en comfort en moesten met twee ouders gaan werken om te zorgen dat er alles was wat er volgens de geldende normen nodig was.

Een zeer steeds kleiner wordende groep mensen wordt daarvan steeds rijker van met als ultieme doel de economische almacht en dus de wereldheerschappij voor de nakomelingen.

Die jongeren die vandaag buitenkomen kennen niet echt het verschil tussen milieu en klimaat, want echt objectieve berichtgeving is er niet vlot te vinden, daarvoor moet je al echt diep willen gaan graven en zoeken.

Maar het is makkelijk om groepen tegen mekaar op te zetten, dat is de oudste strategie om makkelijker te kunnen heersen.

WE STAAN GEWOON NIET GENOEG STIL OM DE VALKUILEN TE ZIEN.

Guy Fleurackers

Stilte

Stil
Stiller
Stilst.

Micheline Baetens, 23.06.2012

Het lijden is niet groots of heiligs

Het lijden is niet groots of heiligs 

Liberales – Dirk Verhofstadt

“Een filosoof vraagt zich af wat het betekent om te lijden, wat het lijden zegt over het menselijke bestaan,” zo schrijft professor emeritus Dirk De Schutter van de KU Leuven (De Standaard, 29/1), en wil zo de indruk geven dat Etienne Vermeersch daar geen aandacht voor had. Dat is nonsens en intellectueel oneerlijk. Als er één persoon in Vlaanderen begaan was met de problematiek van het lijden, dan was het Vermeersch. Zijn voorstellen voor een humane behandeling van uitgeprocedeerde asielzoekers, maar vooral zijn inzet voor de legalisering van euthanasie waren daar voorbeelden van. Vandaag kunnen mensen die ondragelijk lijden en daar zelf uitdrukkelijk voor kiezen, uit het leven stappen, dankzij de volgehouden inzet van Vermeersch. Hij koos daar ook zelf voor en schreef ‘Ik sterf dankzij mijn levenswerk’, om te beklemtonen hoe belangrijk hij die keuzemogelijkheid vond. Maar hij voegde er nadrukkelijk ook aan toe dat hij hiermee geen statement wilde maken. Elke mens moet dat voor zichzelf beslissen.

De Schutter betreurt dat de mens ‘niet meer in staat is om te lijden’, naar Rilke. Hij vindt het spijtig dat we ‘met het geloof in God ook de ervaring van het heilige verloren hebben’. Moeten we lijden dan verwelkomen, en de aftakeling van mensen die pijn lijden als iets groots en heiligs aanvaarden? Die gedachte is kenmerkend voor de christelijke lijdenscultus, die lijden als intrinsiek waardevol ziet, een manier om dichter bij Christus te komen. Vermeersch kende deze christelijke opvatting zeer goed en beleefde ze zelf in de jezuïetenorde, toen hij aan zelfgeseling deed. Maar hij verwierp deze waardering van lijden krachtig toen hij atheïst werd. Ook ik verzet mij daar tegen. Enkel wie in religieuze dogma’s gelooft, zal pijn als zinvol beschouwen. De basis van de moraal ligt niet in datgene wat een God of hun vermeende vertegenwoordigers op aarde in hun zogenaamde ‘heilige’ boeken neerschreven. Die basis ligt wel in het universeel verzet van de mens tegen het onvrijwillig ondergaan van pijn. Zowat elke mens, ongeacht zijn religieuze of levenbeschouwelijke overtuiging, ongeacht zijn afkomst, cultuur of nationaliteit, ongeacht zijn positie in de samenleving, kant zich vandaag tegen datgene wat hem pijn doet. We aanvaarden dat niet en we verwachten van elke medemens dat hij of zij dat ook begrijpt en mee afkeurt.

Deze redenering is geen woordenspel zoals je dat vaak tegenkomt in religieuze teksten. Het gaat mij om een concreet onaangenaam, ongewenst en onmenselijk gevoel dat iedereen kan ondergaan. Uit de universele afkeer daarvan leid ik alle morele bepalingen af die verbieden dat men iemand onderdrukt of als mens niet gelijkwaardig acht. Uit die vaststelling leid ik de waarde van een autonome moraal af en het bestaan van een hele reeks mensenrechten die we vanuit onze ervaring – het verwerpen van onvrijwillig ondergane pijn – als natuurlijk en evident aanvaarden. Vandaar het belang van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, en de EVRM. Het is uit verzet tegen onvrijwillig ondergane pijn en het lijden dat we regels hebben aanvaard tegen geweld, foltering, verkrachting, moord en doodslag. Het is door datzelfde verzet dat we ons keren tegen huiselijk geweld, gedwongen huwelijken, genitale verminkingen, kindbruiden en elke ongelijkheid tussen mensen – in het bijzonder tussen man en vrouw.

Het universeel verzet tegen het ondergaan van onvrijwillige pijn is cruciaal om elk mensenrecht te begrijpen en toe te passen. Mensen zijn vrij om te geloven wat ze willen omdat ze niet (fysiek) gedwongen willen worden om iets anders te geloven. Mensen zijn vrij om hun mening te uiten omdat ze weigeren hun geest stil te leggen om iets te geloven dat hen wordt opgedrongen. Mensen zijn vrij om relaties aan te gaan met andere mensen, ongeacht hun geloof, geslacht of status. Het verwerpen van pijn, zowel fysiek als psychisch, is een belangrijke kracht in de vorming van de moraal. Wie vanuit godsdienstige of andere geboden zegt dat vrouwen niet gelijkwaardig zijn aan mannen, wie zegt dat mannen of vrouwen geen relaties mogen aangaan met seksegenoten, of wie zegt dat ongelovigen immoreel zijn, veroorzaakt pijn en is dus immoreel. De ware moraliteit kant zich tegen elke vorm van lijden. Anders gezegd, de essentie van het mens-zijn is dat we het vermogen hebben om in te zien dat we niemand tegen zijn wil pijn mogen doen. Daarmee wil ik niet zeggen dat het verzet en het vermijden van pijn het enige fundament van de moraal is, wel dat het streven naar de vermindering van onvrijwillige pijn een van de belangrijkste krachten is in de vorming van de moraal.
Nadenken over het vermijden van pijn en lijden, niet alleen voor mensen maar ook voor andere levende wezens, en nadenken over de zin van het leven, vormen het fundament van het werk van Vermeersch. Toen ik hem ooit vroeg wat die zin van het leven was, citeerde hij de volgende passage uit het Bijbelse boek ‘Wijsheid van Salomo’: “Laten we ons te goed doen, aan kostelijke wijn en aan parfums, en laat geen lentebloesem ons ontgaan. Laten wij ons bekransen met rozenknoppen voordat ze verwelken. Geen feestwei mag verstoken blijven van ons plezier. Overal willen wij tekenen achterlaten van onze vrolijkheid want dat is ons deel en dat is ons lot.” Hij citeerde deze tekst zonder evenwel te vermelden dat vóór deze passus de volgende woorden staan: “Ze redeneerden onjuist toen ze onder elkaar zeiden.” Het vrolijke leven werd dus afgekeurd. Blijkbaar moet volgens de Bijbelschrijvers het leven bestaan uit zwoegen en lijden, iets wat Vermeersch fundamenteel verwierp.

Toen ik hem vroeg waarom hij die tekst uit het Boek Wijsheid dan zo belangrijk vond, antwoordde hij dat het wezenlijke van deze tekst hierop neerkomt, dat de ‘zin’ van ons leven, als er al zoiets zou bestaan, dit leven zelf is. Je hebt een aantal mogelijkheden om dat, wat typisch menselijk is, in al zijn facetten te beleven, en je probeert dat zo te doen dat je het lijden zo gering mogelijk maakt en alles wat bevrediging bevordert, maximaal nastreeft. Die gedachte volgde hij zijn hele leven consequent, moedig en enthousiast. Hij werd daarin gestuurd door empathie en liefde. Geen liefde voor een zogenaamde God die, mocht hij al bestaan, verantwoordelijk zou zijn voor al het kwaad in de wereld, maar liefde voor de mens, liefde voor de medemens en liefde voor alle levende wezens. Wij moeten zelf een betere wereld maken, want God (als hij al bestaat) heeft er niets van gebakken.

De gedachten van Vermeersch over de zin van het leven en het lijden waren bijzonder doordacht en concreet. Daarin verschilden ze van het gewauwel van postmoderne denkers over ‘een denken dat zich ophoudt in een niet-weten’. De eenzijdigheid van het filosofisch denken ligt juist bij hen die het weten opzijschuiven, zeker als dat weten niet in hun kraam past. Finaal zal het werk en het denken van Vermeersch overeind blijven als een moreel fundament naar een meer rechtvaardige samenleving.

GEDICHTENDAG 2019

Zoals elk jaar is het ook dit jaar op de laatste donderdag van januari Gedichtendag. Dit jaar is het thema van de gedichten “Vrijheid”. Kunnen schrijven en zeggen wat je wilt, dat is er één aspect van, en gelukkig ben ik al zo ver. Doen en laten ook, en ik mag ook hierbij niet klagen. Vrijheid is vooral je gezondheid, en gelukkig is die er nog. Dus leve de vrijheid!