TUIN: Nieuwe rozen geplant in de tuin

Begonnen met nieuwe rozen te planten in de tuin, want eigenlijk zijn rozen toch een beetje de elite van een tuin, en verdienen ze alle aandacht.

En altijd mooi in een vaas!

ROSA ‘AMBER SUN’
Bodembedekkende roos
Deze roos is een Kordes-roos.
De roos heeft een kopergele bloemkleur met lichtgele eindbloei.
Licht geurend, doorbloeiend en rijkbloeiend zijn ook meerwaarden.


ROSA  APRIKOLA
Rigo-roos
Deze roos is een Kordes-roos.
De roos heeft een abrikoosgele bloemkleur, licht geurend, rijkbloeiend en doorbloeiend.


ROSA THE FAIRY
Een zeer bruikbare kleine struik met een elegante, gespreide en waaierachtige groeiwijze, talloze kleine, zachtroze pomponbloemen in trossen. Bloeit laat, maar wel continu en rijk. Sterk en betrouwbaar.

ROSA ALOHA
Klimroos
Deze roos is een Kordes-roos met een abrikooskleurige bloemkleur en sterk geurend.
De roos is doorbloeiend en absoluut niet gevoelig voor meeldauw en sterroetdauw.

ROSA VEILCHENBLAU
Klimroos
Een lichtgeurende multiflora rambler met violetblauwe half gevulde roosjes die in trosjes bloeien.
Ze bloeien éénmalig maar dan wel gedurende 5 à 6weken.

Mag het wat ouder zijn?

Anne Davis: “Als je zeventig bent, moet je tegenwoordig op de motor naar India, in een pak maatje 36”

Libelle – 02.10.2019

Vroeger, toen ik 20 was en ongelukkig, dacht ik: ‘Als ik oud ben, mag ik lekker in een schortje op de bank, pralines eten.’ Ik zag dat schortje voor me: blauw met groen was het, met een vaag bloemetje, en de pralines waren echte Hollandse kersenbonbons. ‘Oud’ was voor mij toen een jaar of veertig, maar dat heb ik later bijgesteld naar zestig, of misschien wel zeventig. Mijn lichtend voorbeeld was een oma van me, die zo’n schortje had, en die ik wel niet zo vaak kersenbonbons zag eten, maar wel soep met vetogen, of een advocaatje met slagroom. Misschien was die oma niet eens heel oud, maar ze had het duidelijk wel gehad met jong zijn, en modieus, en een beetje bij blijven. Haar wereld bestond uit soep met vetogen, en de kleinkinderen op bezoek, en veel breien. Heerlijk leek me dat, zo rustig, zonder stress.

Ik kon daar naar uitkijken. Maar wat blijkt nu? In deze tijd kán dat helemaal niet, op de bank met een schortje. Want zeventig is intussen het nieuwe vijftig geworden, of misschien wel veertig, en een mens is zo oud als hij zich voelt, en niemand voelt zich blijkbaar zeventig en klaar voor de bank en de kersenbonbons. Als je zeventig bent, moet je tegenwoordig plannen maken voor een reis naar India, op de motor, liefst in een motorpak maatje 36. En ja, natuurlijk is dat spannender dan op de bank zitten, maar soms word ik er zo verschrikkelijk moe van. Waarom is oud worden zo’n taboe tegenwoordig?

Verplicht jong te blijven

Het is een feit: we leven langer, we blijven langer gezond en we kunnen dus veel langer dingen doen die we leuk vinden. Dat is alleen maar fijn. Maar wat ik moeilijk vind, is dat jong blijven, en vooral er jong blijven uitzien, zo’n plicht is geworden. We zien foto’s van Hollywoodactrices met hun dochters en je weet niet eens wie van de twee de oudste is. Wat me trouwens behoorlijk traumatisch lijkt voor de dochters, maar dat terzijde. We lezen verhalen op Facebook over een ballerina van dik in de zeventig, die nog moeiteloos pirouettes draait terwijl haar leeftijdgenoten in een vorige generatie blij zouden zijn geweest als ze hun eigen sokken behoorlijk hadden kunnen aandoen. En op televisie hoor je een koppel van negentig ongegeneerd vertellen dat ze nog elke ochtend spannende seks hebben. Ik wil me daar eigenlijk niets bij voorstellen. Maar al weet je natuurlijk niet wat de toekomst gaat brengen, ik heb toch zo’n vermoeden dat ik, als ik 90 ben en mijn man wil spannende seks, zal zeggen: ‘Och schat, maar dat is duur hoor, een callgirl’…

En dan heb je Helen Mirren, een actrice die er inderdaad alleen maar mooier op lijkt te worden nu ze ouder wordt, en die op haar 63ste in een knalrode bikini poseerde en er beter uitzag dan menig twintigjarige. Zelf zei ze bescheiden dat de foto uit een flatterende hoek was genomen, en dat ze gewoon haar buik ingetrokken had. Dat zal best, Helen, maar het feit dat je op je 63ste in bikini op de foto wil, zegt toch veel over je zelfbeeld – en over je denkbeeldige buik.

Zestiger met sixpack

Het probleem is dat het toch onwillekeurig een druk uitoefent op gewone mensen. Je ziet reclames voor antirimpelcrèmes, gepresenteerd door uiteraard rimpelloze dames, en je denkt ‘Ja, dat is dus mosterd na de maaltijd voor mij.’ Je ziet Helen in een bikini en je weet: ‘Als ik die aandoe, is er echt niet één hoek flatteus genoeg om er net als Helen uit te zien.’ Je ziet zestigplussers met een sixpack en je weet zéker dat een keer in de week een uurtje Pilates niet genoeg is om dat resultaat te bereiken. En je voelt dat je tekortschiet.

Uiteraard is het niet allemaal echt, dat weet ik ook wel. Rimpelloos op je zestigste, daar komt méér bij kijken dan een goede crème. Minstens een dosis botox en een paar goede fillers, en wie weet wel een discrete facelift. En een sixpack op de foto zou best wel eens het resultaat kunnen zijn van de nodige retouches. Maar toch.

Wat mij hindert, is dat gewoon oud worden bijna niet meer mág. Dat iemand als Brigitte Bardot, die een gezicht heeft alsof ze flink geleefd heeft, en rimpels omdat ze lekker lang in de zon heeft gezeten, verwijten over zich heen krijgt ‘omdat ze zich heeft laten gaan’. Terwijl Brigitte na vier echtgenoten en een flinke filmcarrière waarschijnlijk gedacht heeft: ‘Zo, nu ga ik me gewoon bezighouden met zeehonden en zielige dieren, en die kan het helemaal niet schelen of ik rimpels heb of niet.’ Ik vind Brigitte eigenlijk wel mooi, net zoals Jeanne Moreau mooi was toen ze oud werd, en Simone Signoret. En Judi Dench, die niet alleen prachtig is met rimpels en een wat groezelig gebit, maar die meteen ook een van de meest memorabele vrouwelijke rollen in de Bond-films heeft.

Geen beige mevrouw

Natuurlijk doe ik er net zo goed aan mee. Jaren geleden, toen mijn zoon nog klein was, zei hij tegen me: ‘Mama, je moet me beloven dat je nooit zo’n oude beige mevrouw gaat worden.’ Ik wist wat hij bedoelde: er zijn oude dames met wit haar die zich voornamelijk in pasteltinten hullen: een beige regenjas, een lichte pantalon, ongetwijfeld met elastiek in de taille, en een sjaaltje om de hals in lila of zacht turkoois. Ik beloofde mijn zoon dat ik niet zo worden zou, maar niet omdat er iets mis mee is, met een beige mevrouw zijn. Het is gewoon zo dat beige me niet staat, en als ik pastel draag, zie ik eruit alsof ik met kleren en al te vaak door de kookwas ben gehaald. Dus verf ik mijn haar en smeer ik mosterd-na-de-maaltijd-antirimpelcrèmes, en zorg ik dat ik een beetje aardig voor de dag kom in niet-beige tinten. En soms, als ik mensen zie met zo’n schitterend glad botox-voorhoofd, denk ik wel eens: ‘Zou ik?’ Maar ik durf niet. Dus verberg ik mijn rimpels onder een pony. Ik probeer vaker te wandelen dan de bus te nemen en meer gezond te eten dan niet, en mijn verslaving aan pindakoekjes binnen de perken te houden. Omdat ik nét zo ijdel ben als iedereen. Ik ga naar Pilates en zelfs naar de fitness, omdat er daar iemand is die me helpt om mijn rechterarm – de kant waar ik ooit mijn schouder brak – wat soepeler te houden. Ik doe dat voor mijn gezondheid, en ook wel een beetje omdat ik dan toch ongestraft meer chocolade kan eten dan zonder.

Bij mij in die fitness komen twee witharige dames, allebei in keurig zwart, die op twee roeitoestellen naast elkaar gaan zitten en dan uitgebreid lachen en kletsen. Roeien doen ze niet veel, maar wat geeft dat? Ze hebben enorme lol samen en ze zitten niemand in de weg. Natuurlijk is een fitnessabonnement een dure hobby, als je alleen maar op een roeitoestel gaat zitten kletsen. Maar taartjes eten is ook een dure hobby tegenwoordig. En ze lachen veel, en iedereen weet hoe gezond dat is, lachen, en hoe jong je erbij blijft.

Als ik erover nadenk, wil ik ook nog lang niet met een schortje op de bank. Ik hou niet eens zo erg van kersenbonbons. Maar wat ik wél wil, is me geen schuldgevoelens laten aanpraten. Wie weet, komt er een dag dat ik mijn grijs uit laat groeien en me door het leven wil bewegen in een joggingbroek. Dan is dat MIJN beslissing, en dan hoop ik me niks van anderen aan te trekken. Best een fijn vooruitzicht.

Anne Davis

BOEK: Kinderen zijn geen puppy’s

Wat hebben kinderen echt van ons nodig om uit te groeien tot zelfbewuste en zelfstandige volwassenen?

Dit is de centrale vraag die Jürgen Peeters stelt in zijn boek ‘Kinderen zijn geen puppy’s, De kracht van zelfsturing in opvoeding’. Hiermee probeert hij te ontdekken wat kinderen nu eigenlijk werkelijk nodig hebben, niet enkel om te kunnen (over)leven in onze maatschappij, maar ook om deze mee vorm te geven. Want hoe we onze kinderen opvoeden heeft vooral op lange termijn belangrijke effecten.

Geen puppy training

Waarom focussen we onze opvoeding dan zo vaak op korte termijn gedragscontrole? Wat proberen we nu eigenlijk te bereiken wanneer we onze kinderen ‘puppytraining’ geven: hen voortdurend straffen en belonen? Peeters gaat in zijn boek op zoek naar antwoorden deze vragen, maar vooral naar manieren waarop het anders kan.

Het boek is gebaseerd op Peeters zijn eigen ervaringen als vader, leraar en psychotherapeut en ontmoetingen met talloze ouders, opvoeders en uiteraard kinderen. De belangrijkste reden voor het schrijven van dit boek, was dat de auteur zijn ideeën over opvoeding graag tot het bredere publiek wilde brengen. Hij wilde niet enkel inspireren, maar ook doen nadenken en aanzetten tot verandering.

Eigen opvoedingsmethodes

En dit is gelukt. De belangrijkste boodschap die Kinderen zijn geen puppy’s overbrengt is dat “als we straks een nieuwere wereld willen zien, er geen betere plek is om te starten dan de opvoeding van onze kinderen.” Het boek doet dan ook nadenken over de eigen opvoedingsmethodes, maar niet op een verwijtende manier. Peeters wijst dus niet met de vinger en zegt “ik weet alles beter.” Er bestaat dan ook niet één grote waarheid over opvoeden volgens hem.

Daarnaast trekt hij ook meteen in twijfel of je een kind wel perfect kan opvoeden, daar is opvoeden veel te moeilijk voor schrijft de auteur. Hiermee verlicht hij de druk die op de schouders van de ouders rust om het ‘perfect te willen doen’.

Hij maakt zo ook meer ruimte voor de ouder in het opvoedingsproces en diens innerlijke kompas.

Het boek combineert vlot geschreven theoretische hoofdstukken met praktijkvoorbeelden. Deze voorbeelden zijn niet enkel herkenbaar, maar geven het boek ook een realistische en oprechte toon. Ze vormen dus één van de sterktes en dienen als het ware als ‘handvaten’ waar mensen zich aan kunnen vastgrijpen, in combinatie met de theorie.

Een aanrader voor iedere vader en moeder die zich afvraagt hoe opvoeden nu eigenlijk moet.

Bron: acco

Isoleren

Tegenwoordig moet alles geïsoleerd worden om energie te besparen, alleen de mens, een mens, mag zich niet isoleren want dat zou niet goed voor je zijn, terwijl Jean-Paul Sartre al wist dat de hel de anderen zijn.

Jezelf isoleren van de wereld is trouwens haast onmogelijk geworden. Zelfs ik, die haast nooit buiten komt en onder de massa, lukt het niet, als ik dat al zou willen.

Want eigenlijk zit ik middenin de wereld. Ik lees dagelijks drie kranten, kijk televisie, zit voor alles en nog wat op internet, heb zelfs een blog waarop regelmatig gereageerd wordt en dat de wijde wereld afreist.

Ik slaag er zelfs nog in, vanuit mijn heremiet status, de mensen te ergeren en te verblijden. En anderzijds slaagt de buitenwereld er perfect in om mijn gemoedsrust te verstoren en zelfs tijdelijk te ontnemen, om nog maar te zwijgen over mijn nachtrust en gezondheid. Ik kan zelfs verliefd worden vanachter mijn scherm!

We isoleren dus ons huis opdat er geen energie zou verloren gaan. Wel, hetzelfde geldt voor de mens. Isoleer jezelf, zeker af en toe, zodat er geen energie verloren gaat aan nare invloeden van buitenaf, want tegenwoordig dringt d wereld binnen langs alle mogelijke spleten en kieren van je bestaan. Wees een kluizenaar! Isolement toelaten in je leven is meer dan ooit nodig om je evenwicht te bewaren in een doorgedraaide wereld.

Wie authentiek en kort bij zichzelf en de eigen betrachtingen en voorkeuren wilt blijven, blijft best een gezellige einzelgänger met een eigenzinnige open kijk op de eigen leefwereld en die van de vele anderen om hem of haar heen.